CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF Begroting 2022

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente HellendoornBij agendapunt: Programmabegroting 202262.101 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

accountantsverklaring P r o gzonder ramm abegroting

2022

5

Hoofdstuk 2: Financiële hoofdlijn

7

Hoofdstuk 3: Programma’s Programma 1: Werk, economie, recreatie en inkomen

28

Programma 2: Jeugd en Wmo

34

Programma 3: Cultuur, onderwijs en sport

44

Programma 4: Mobiliteit en bereikbaarheid

51

Programma 5: Woon en leefomgeving

57

Programma 6: Bestuur, veiligheid en dienstverlening

66

Overhead

74

Paragrafen Paragraaf 1: Lokale Heffingen

77

Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

89

Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen

99

Paragraaf 4: Financiering

105

Paragraaf 5: Bedrijfsvoering

110

Paragraaf 6: Verbonden partijen

113

Paragraaf 7: Grondbeleid

120

Paragraaf 8: Informatieveiligheid en privacy

124

Paragraaf 9: Duurzaamheid

127

Paragraaf 10: Trends en Ontwikkelingen

132

Bijlagen

Dit is een uitgave van de gemeente Hellendoorn: september 2021

Willem Alexanderstraat 7 7442 MA Nijverdal Postbus 200 7440 AE Nijverdal

Kerngegevens

137

Overzicht baten en lasten

138

Autonome ontwikkelingen en nieuw beleid 2020-2025

144

Overzicht baten en lasten per taakveld

146

Beleidsindicatoren

148

Reserves en voorzieningen

149

Lijst specifieke subsidies 2022

151

Telefoon: (0548) 630 000 Fax: (0548) 610 505 Email: gemeente@hellendoorn.nl Website: www.hellendoorn.nl 3

INHOUDSOPGAVE

Hoofdstuk 1

Deel 1: INLEIDING

Inleiding Voor u ligt de laatste begroting van de huidige collegeperiode. Een periode die we in 2018 vol enthousiasme zijn gestart met ons collegeprogramma met het motto Duurzaam, durven, doen. Wie had toen kunnen vermoeden wat wij allemaal zouden tegenkomen in deze periode. In 2019 hebben we met elkaar de schouders gezet onder een ombuigingsoperatie en met het vaststellen van het Koersdocument hebben we concreet richting gegeven aan de invulling hiervan. Daarna zijn wij geconfronteerd met de coronacrisis. Deze crisis heeft een beroep gedaan op de flexibiliteit en wendbaarheid van de samenleving, de raad, het college en de ambtelijke organisatie. We zijn tevreden met alles wat we, in deze roerige periode, hebben bereikt. We hebben onze ambities behaald, nieuwe dingen gedaan en budgetten omgebogen. We kiezen nu voor een begroting die sluitend is in 2022. En we kiezen voor een begroting die op basis van de huidige budgetten weliswaar tekorten laat zien voor de jaren daarna, maar waarbij deze tekorten gedekt worden als het Rijk zijn uitspraken nakomt. We kiezen daarom voor een begroting die behoedzaam is, maar we vinden het starten van een nieuwe ombuigingsoperatie voorbarig. We kiezen voor het doen van een aantal noodzakelijke investeringen, ter afronding van het collegeprogramma.

Duurzaam Door bij de totstandkoming van het bod voor de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) te kiezen voor een participatieve aanpak, is draagvlak ontstaan bij onze inwoners en ondernemers. Het komende jaar maken de energiewerkgroepen hun plannen concreet, ter ondersteuning hiervan richten we een revolverend fonds in ter hoogte van € 120.000, -. Ook geven we komend jaar uitvoering aan de Transitievisie Warmte, die in 2021 is vastgesteld. Extra budget maken we vrij voor plannen die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit en aan het meer klimaatadaptief maken van onze samenleving. Zo verhogen we het budget voor het groenonderhoud. Met deze investering kunnen we bovendien beter anticiperen op vragen en klachten van inwoners. We geven een extra impuls aan de Willem-Alexanderstraat en het Keizerserf, door deze in co-creatie te vernieuwen, klimaatadaptief en meer biodivers te maken. Hiermee trekken we de aanpak door die we hebben gebruikt voor de herontwikkeling van de Grotestraat. Durven Op basis van de kennis van nu, hebben wij de budgetten die we de komende jaren verwachten nodig te hebben voor de jeugdzorg, realistisch begroot. We houden daarbij rekening met de extra budgetten die we ontvangen van het Rijk en met de door het Rijk benoemde inverdieneffecten. Belangrijk is dat onze jeugd de hulp en ondersteuning krijgt die ze nodig heeft.

We investeren in de hervormingsagenda jeugd en een breder plan op het gebied van gezondheid en welzijn. Door het inrichten van een brede toegang met onze maatschappelijke partners in het Sociaal plein, kunnen inwoners hun ondersteuningsvraag op een centrale plek stellen, kunnen het probleemoplossend vermogen en de eigen mogelijkheden van inwoners worden versterkt en kan er sneller passende zorg en (inkomens) ondersteuning worden geboden. In 2022 wordt hieraan concreet invulling gegeven. De afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in de organisatie om de basis op orde te brengen. In 2022 moet daarin nog een aantal stappen worden gezet, bijvoorbeeld door extra investeringen op het gebied van informatisering, waardoor er een solide organisatie staat, die flexibel in kan spelen op ontwikkelingen die zich voordoen en wordt voldaan aan privacy-eisen en informatieveiligheid. Doen De afgelopen periode hebben we geïnvesteerd in een participatieve aanpak op verschillende gebieden. De herinrichting van de Grotestraat, het levend(ig) houden van de CultuurCaravaan en de totstandkoming van het bod in de RES 1.0 zijn hiervan mooie voorbeelden. In 2022 verstrekken we subsidie aan de Historische Kring, zodat zij zich kunnen vestigen in de pastorie van de RK kerk in Nijverdal. Ook hebben we stappen gezet in het terugbrengen van onze schulden.

Van een leningenportefeuille van € 140 miljoen in 2016, brengen we onze schulden terug naar € 98 miljoen in 2025. Hierdoor zijn we financieel gezonder. In 2022 passen we alleen de inflatiecorrectie toe op de tarieven en houden we in de meerjarenraming de OZB structureel op dat niveau. We schaffen de hondenbelasting af. Ondanks de financieel moeilijke jaren, hebben we een begroting die in 2022 sluitend is en waarbij reëel zicht is op een meer-

4

5

jarig sluitende begroting. Dit zicht is ontstaan, doordat het Rijk een aantal aanvullende budgetten in het vooruitzicht heeft gesteld, zoals het vervallen van de opschalingskorting en de herverdeling van het gemeentefonds. Financieel gezien mogen we dat nu niet meenemen, maar we hebben het vertrouwen dat het Rijk deze uitspraken nakomt. Trends voor de toekomst De maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat, spelen zich voor een belangrijk deel af in de lokale omgeving. Of het nu gaat om het sociaal domein, de energietransitie of de woningmarkt, gemeenten vormen de centrale schakel tussen de rijksoverheid en burgers. Bekeken vanuit het perspectief van onze inwoners vormt de eigen leefomgeving een veelbepalende context. Daarom vindt decentralisatie op steeds grotere schaal plaats. Naast het vraagstuk van betaalbaarheid hiervan, levert het ook een vraag op in hoe we dit goed organiseren en welke prioriteiten we hierin stellen. Verschillende trends en ontwikkelingen vragen om reflectie en beleidskeuzes. In paragraaf 10 zijn deze trends en ontwikkelingen uitgebreider geschetst. De komende jaren zal de klimaatopgave volop onder de aandacht zijn. Naast het stimuleren en faciliteren van onze inwoners en ondernemers hebben we een rol in het klimaatbestendig maken van onze leefomgeving en het energieneutraal maken van onze gebouwen.

Ook inclusiviteit is een thema, een opgave, waaraan de komende jaren aandacht besteed wordt. Met inclusiviteit bedoelen we dat iedereen kan meedoen en iedereen dezelfde kansen heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de arbeidsmarkt, maatschappelijke activiteiten, het verbonden voelen met de samenleving, kansengelijkheid in het onderwijs, maar ook digitaal vaardig zijn om te kunnen meedoen. Uit onderzoek blijkt dat sociaaleconomische status en gezondheid sterk met elkaar samenhangen. Er bestaan grote verschillen in de gezondheid van mensen met een hoge of juist lage sociaaleconomische status. Die verschillen zijn de afgelopen decennia niet of nauwelijks verkleind: wie rijker en beter opgeleid is, leeft gemiddeld langer en wordt gezonder oud. Als decentrale overheid hebben we een rol te vervullen in het verminderen van deze ongelijkheid, door in te zetten op het aanpakken van deze kwetsbaarheden. In 2022 en de jaren daarna zullen de effecten van de coronacrisis nog steeds merkbaar zijn. De economische effecten lijken mee te vallen, maar op sociaal-maatschappelijk gebied worden de gevolgen steeds meer zichtbaar. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat met name jongeren en jongvolwassenen onevenredig zwaar zijn geraakt door de crisis.

Het sociaal en psychisch welbevinden van deze groepen is onder druk komen te staan door het wegvallen van fysiek onderwijs, sociale contacten, vrijetijdsbesteding en mijlpalen die niet meer ingehaald kunnen worden. Ook binnen de jeugdzorg zien we dit beeld terug. De komende periode zullen we extra inzet plegen om de gevolgen hiervan te beperken. Om de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners en met name onze jongeren en jongvolwassenen duurzaam te bevorderen is het noodzakelijk om te investeren in een generatievriendelijke leefomgeving door middel van participatie, inclusie en een gezonde leefstijl. Tot slot De hiervoor geschetste trends en ontwikkelingen benadrukken het belang van onderkenning door het Rijk dat gemeenten het budget krijgen dat ze nodig hebben om hieraan goed vorm en inhoud te geven. De financiële afhankelijkheid van het Rijk en de besluiten die een nieuw Kabinet nog te nemen heeft, maken het begroten lastig. De begroting laat meerjarig een tekort zien, maar met de huidige inzichten en landelijke ontwikkelingen verwachten wij een positiever beeld. We kiezen daarom voor een begroting die behoedzaam is, maar we vinden het starten van een nieuwe ombuigingsoperatie voorbarig. En kiezen we voor het doen van een aantal noodzakelijke investeringen. Vanuit het vertrouwen dat het Rijk doet wat nodig is.

Hoofdstuk 2: Financieel meerjarenbeeld 2022-2025

Inleiding De programmabegroting 2022 is financieel sluitend voor de jaarschijf 2022, maar de meerjarenraming laat, evenals de vorige meerjarenramingen geen sluitend beeld zien. Vanaf 2023 zien we een tekort oplopend tot € 2.357.000,-- in 2025. De meicirculaire 2021 is in de cijfers verwerkt. Het accres is voor 2021 bevroren, maar vanaf 2022 zien we (opnieuw) een neerwaarts bijgesteld accres. Vooral in de latere jaren van de meerjarenraming ondervinden we hiervan aanzienlijke negatieve gevolgen. In september 2021 is de septembercirculaire gepresenteerd, deze geeft voor komende jaren een positievere doorkijk. Deze cijfers zijn nog niet opgenomen in de meerjarenraming. Voor de acute problematiek in de jeugdzorg heeft het kabinet voor 2022 een bedrag van € 1,3 miljard beschikbaar gesteld, dit komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen. Het kabinet en de VNG hebben dit met elkaar afgesproken naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen. Voor de jaren na 2022 dient het oordeel van deze commissie als zwaarwegende inbreng voor de kabinetsformatie. De middelen die voor Hellendoorn beschikbaar zijn, zijn op basis van een voorlopige verdeling opgenomen. De middelen 2023 en verder zijn opgenomen op basis van 75% van de te verwachten bedragen. Beide posten conform berichtgeving van VNG en Rijk.

Een van de onderdelen uit het oordeel van deze commissie is dat gemeenten (en Rijk) maatregelen uitvoeren waarmee besparingen worden gerealiseerd. Deze zogenoemde budgettaire opbrengst loopt in de jaren tussen 2023 en 2028 steeds verder op. Tot een miljard euro in 2028 (landelijk). Om deze maatregelen op de lange termijn het gewenste effect te laten hebben, is het nodig om in 2022 en 2023 te investeren in de veranderopgaven en budget vrij te maken voor innovatieprojecten en aanvullende formatie. In dit hoofdstuk gaan we in op het financiële beeld voor dit begrotingsjaar en de komende meerjarenperiode. In dat kader gaan we eerst in op de uitgangspunten voor de programmabegroting 2022. In de daaropvolgende paragraaf schetsen we het budgettair perspectief voor de periode 2022-2025. Hierbij beschrijven we de wijzigingen ten opzichte van het budgettair perspectief uit de programmabegroting 2021. Vervolgens wordt ingegaan op de financiële positie van de gemeente. Zo staan we onder andere stil bij de ontwikkeling van de gemeentelijke reserves en de schuldenpositie. In de laatste paragraaf beschrijven we de incidentele baten en lasten. Deze uiteenzetting is van belang voor de provincie en leidend voor de toezichtsvorm die in 2022 van toepassing is. Tenslotte staan we stil bij de ontwikkelingen die we landelijk zien.

Door de trage kabinetsformatie is besluitvorming over belangrijke dossiers beperkt tot de korte termijn (2021/2022) en blijft er onduidelijkheid bestaan over het (financieel) perspectief in 2023 en verder. Indien we uitgaan van de te verwachten besluitvorming in Den Haag, zien we een positiever beeld ontstaan. Dit lichten we nader toe.

Uitgangspunten programmabegroting 2022 Voor de programmabegroting 2022 is, zoals gebruikelijk, de meerjarenraming uit de programmabegroting van 2021 als vertrekpunt genomen. In de cijfers houden we verder rekening met: ■

6

De structurele doorwerking van de beleids- en begrotingswijzigingen die na de begrotingsbehandeling zijn vastgesteld t/m de raad van september 2021

7

■ ■

De jaarrekening 2020. De bestuursrapportage 2021.

Daarnaast houden we rekening met autonome ontwikkelingen. Dat zijn ontwikkelingen die niet direct door het gemeentelijk beleid te beïnvloeden zijn, maar die wel invloed hebben op de gemeentelijke financiën. De raming voor 2022 en volgende jaren is, zoals gebruikelijk, uitgedrukt in het loon- en prijspeil dat we voor 2022 verwachten (dus met constante lonen en prijzen). De ontwikkeling in de meerjarenraming is dan ook niet het gevolg van loon- en prijswijzigingen, maar van beleidswijzigingen in de komende jaren. Voor het overige is met de volgende uitgangspunten rekening gehouden: ■ ■

■

■

■

■ ■ ■ ■

■ ■

Meicirculaire 2021. De raming voor de gemeentelijke materiële uitgaven is voor 2022 gebaseerd op de raming van 2021. De inflatiecorrectie is berekend op 3,1%. De inflatiecorrectie voor de budgetten zorg die vallen onder het contract van het Twents model is berekend op 1,5%. Bij het opstellen van de begroting is er nog geen nieuwe Cao Gemeenten bekend. De huidige Cao loopt tot 1 januari 2021. Uitgangspunt bij het opstellen van de begroting is een stijging van 2% en voor de sociale lasten 1,5% en pensioenpremie nemen we 2,5% stijging als uitgangspunt. De Cao Sociaal Werk, Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening heeft een looptijd van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2021. Omdat geen van de partijen de cao heeft opgezegd is de cao per 1 juli 2021 automatisch met een jaar verlengd en voor die periode ook algemeen verbindend verklaard. Voor de gesubsidieerde instellingen geldt dat de budgetten zijn geïndexeerd en wel als volgt: ■ Gesubsidieerde instellingen met beroepskrachten. De cao-ontwikkelingen zijn specifiek uitgevraagd bij de afzonderlijke instellingen en in onze begroting verwerkt. ■ Gesubsidieerde instellingen zonder beroepskrachten 3,1%. Verhoging tarieven, leges, heffingen en belastingtarieven 2,4%. De OZB stijgt met het inflatietarief van 2,4%. In de meerjarenraming houden we dit niveau aan. De renteomslag bedraagt 1,9%.

Deze rente wordt onder andere berekend over de geactiveerde investeringen. Om uitvoering te geven aan de landelijke hervormingsagenda jeugd, hebben we budget opgenomen in 2022 en 2023. Meerjarig verwachten we minder kosten op het gebied van jeugd (inverdieneffect). Ter versterking van de financieringspositie storten we jaarlijks € 600.000,-- in de financieringsreserve. Voor ‘onvoorziene uitgaven’ in de loop van het jaar is € 45.000,-- opgenomen.

Hoofdlijnen budgettair perspectief 2022-2025 De programmabegroting 2022 laat een sluitend beeld zien voor 2022, maar de meerjarenraming 2023-2025 laat (evenals in de vorige meerjarenramingen) meerjarige tekorten zien. De meicirculaire 2021 laat een dalend accres zien voor alle jaren. In de brief over de meicirculaire (kenmerk (2021017246) hebben we u hierover geïnformeerd. De meerjarenraming kent een tekort oplopend tot € 2.357.000,-- in 2025. Daarnaast moeten we kijken naar onze structurele baten en lasten, waar de provincie Overijssel als toezichthouder op toetst. Daar zien we dat het beeld minder negatief is, dan de totale raming laat zien. Dit wordt vooral veroorzaakt door de reservestortingen die we jaarlijks doen om de financieringspositie te versterken. In onderstaand overzicht laten we zien wat de specifieke lasten en baten per programma zijn. De algemene dekkingsmiddelen en de overhead presenteren we, conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart van deze lasten en baten. De Vennootschapsbelasting is op € 0,-- geraamd.

8

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2024 2025

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

MJR 2023

- 17.748 - 23.602 - 10.564 - 9.493 - 18.348 - 6.075 - 85.829

- 16.743 - 25.917 - 11.947 - 9.845 - 21.422 - 7.302 - 93.176

- 16.037 - 25.241 - 11.060 - 10.908 - 15.332 - 6.248 - 84.826

- 15.816 - 24.447 - 11.708 - 10.615 - 13.997 - 6.591 - 83.175

- 15.686 - 23.812 - 11.694 - 11.005 - 13.335 - 6.731 - 82.265

- 15.403 - 23.610 - 11.572 - 11.144 - 12.823 - 6.810 - 81.363

9.796 1.014 3.130 4.613 17.390 1.148 37.092

7.948 566 4.695 4.323 17.763 829 36.124

7.794 544 3.656 4.466 11.457 752 28.670

7.787 544 3.656 4.699 9.904 738 27.329

7.778 544 3.656 4.817 9.161 765 26.721

7.765 544 3.656 4.924 8.919 765 26.573

Totaal Programma's

- 48.737

- 57.052

- 56.155

- 55.846

- 55.543

- 54.790

Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien Lasten OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Treasury Overhead Onvoorzien Heffing Vpb Totaal Lasten

- 379 - 49 - 44 - 11.055 - 269 - 11.797

- 407 - 38 - 64 - 69 - 12.993 - 25 - 13.597

- 407 - 18 - 51 2 - 13.381 - 45 - 13.899

- 405 - 18 - 50 231 - 13.270 - 45 - 13.558

- 405 - 18 - 50 295 - 13.134 - 45 - 13.357

- 406 - 18 - 50 267 - 13.155 - 45 - 13.407

55.625 6.177 3.529 178 677 65 66.251

58.395 6.130 3.615 284 557 46 69.027

58.682 6.292 3.694 96 511 47 69.322

56.995 6.292 3.694 96 570 47 67.693

56.493 6.292 3.694 96 570 47 67.191

56.339 6.292 3.694 96 570 47 67.037

Totaal Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien

54.454

55.430

55.422

54.135

53.834

53.631

Mutatie reserves Toevoegingen

- 6.890

- 4.525

- 1.830

- 1.229

- 1.292

- 1.301

Onttrekkingen

3.464

6.324

2.563

586

254

104

Totaal Mutatie reserves

- 3.426

1.799

733

- 643

- 1.037

- 1.198

Resultaat

2.292

176

-0

- 2.354

- 2.747

- 2.357

Overzicht baten en lasten Programma's Lasten 01 Werk, Economie en Inkomen 02 Jeugd en WMO 03 Onderwijs Cultuur en sport 04 Mobiliteit en bereikbaarheid 05 Woon en leefomgeving 06 Bestuur, veiligheid en dienstverlening Totaal Lasten Baten 01 Werk, Economie en Inkomen 02 Jeugd en WMO 03 Onderwijs Cultuur en sport 04 Mobiliteit en bereikbaarheid 05 Woon en leefomgeving 06 Bestuur, veiligheid en dienstverlening Totaal Baten

Baten Uitkeringen Gemeentefonds OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Treasury Overhead Totaal Baten

In onderstaand overzicht geven we een actueel beeld van het budgettair perspectief voor de jaren 2022-2025 en de wijze waarop dat is opgebouwd. Vervolgens lichten wij de achtergronden van de verschillende ramingen kort toe.

9

bedragen x € 1.000 Meerjarenperspectief

Begroting 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

- 1.267 161 133 - 42 - 642 100 49 121 1.141 2.629 - 745 - 1.045 - 60 533

- 1.680 176 197 71 - 640

- 2.196 181 300 201 - 599

- 2.196 181 230 300 237 - 576

41 239 729 1.617 - 795 - 1.045 - 60 - 53 - 1.203

136 284 449 1.490 - 940 - 1.045 - 60 - 53 - 1.852

201 214 535 1.337 - 1.055 - 1.045 - 60 - 53 - 1.750

- 837

- 925 - 21

- 767 - 20

- 471 - 41

- 1.000 - 1.151 1.151

- 1.000 - 1.255 1.255

- 1.000 - 1.308 1.308

- 758 300 302 152 - 1.950

- 435 500

- 363 600

171 - 1.551

213 - 1.062

Bestaand beleid a. Meerjarenschijven begroting 2021 b. Correctie Primitieve begroting c. Verschuiven basisjaar d. Correctie Generatiepact e. Structurele doorwerking najaarsrapportage 2020 f. Structurele doorwerking bestuursrapportage 2021 g. Vrijval afschrijvingslasten ivm doorschuiving bestuursrapportage h. Rente i. Toerekening grex, voorzieningen, afschrijvingslast j. Gemeentefondsuitkering (meicirculaire 2021 en dec 2020) k. Middelen jeugdproblematiek l. Loonontwikkeling 2022 en loonschalen m. Inflatiecorrectie (3,1% materiële en 1,5% zorgbudgetten samen14) n. Inflatiecorrectie gesubsidieerde instellingen o. Vervangingsinvesteringen Totaal bestaand beleid Autonome ontwikkelingen - Nieuw beleid p. Autonome ontwikkelingen q. Keizerserf/WA straat r. Startbudget reserve revolverend fonds s. Startbudget revolverend fonds - uit VAR t. Realistische begroting jeugd u. Woonplaatsbeginsel jeugd en daling aantallen jeugd v. Administratief verwerkt in jeugdbudget w. Coronaeffect jeugd x. Nieuw beleid en uitbreidingsinvesteringen y. Inverdieneffect Hervormingsagenda jeugd z. Dekking Integraal plan Sociaal domein en maatschappelijk domein aa. Diverse kleine mutaties Totaal Autonome ontwikkelingen- Nieuw beleid

- 120 120 - 1.000 - 1.007 1.007 - 100 - 873 498 105 - 2.207

Belastingmaatregelen ab. Inflatiecorrectie tarieven ac. Verhoging OZB inflatie (2,4%) ad. OZB op niveau 2021 houden af. Dekken uit bufferreserve ag. Afschaffen hondenbelasting ah. Vrijval stelpost tarieven 2021 Totaal belastingmaatregelen

110 225 - 375 375 - 160 175 350

110 225 - 375

110 225 - 375

110 225 - 375

- 160 175 - 25

- 160 175 - 25

- 160 175 - 25

Ombuigingen ai Opnemen BCF plafond aj. Inflatiecorrectie - deels taakstellend op materiële budgetten ak. Extra leges omgevingsvergunning al. Inzet terugdraaien knellende bezuinigingen jaarschijf 2022 en 2023 (Motie NZV) am. Incidentele posten door dekking VAR. an. Dekking corona effect jeugd uit VAR Totaal ombuigingen

350 380 100 90 304 100 1.324

200 380

150 380

100 380

90 154

151

-

824

681

480

- 2.354

- 2.747

- 2.357

Totaal meerjarenperspectief

-

Ontwikkeling bestaand beleid Het vertrekpunt van deze begroting is de meerjarenraming bij de programmabegroting 2021 (a). Deze raming liet oplopende tekorten zien van € 1.267.000,-- tot € 2.196.000,-- in het laatste jaar. Bij de vaststelling van de begroting 2021 is een eerste wijziging van de meerjarenraming vastgesteld. Hierin werden enkele budgetten die foutief waren opgenomen hersteld. (b) Op het moment dat er een nieuw jaar bijkomt in de meerjarenbegroting, in dit geval 2025, wijzigen een aantal zaken in de laatste jaarschijf, waaronder de structurele cumulatieve (opschalings-)korting op het gemeentefonds. Tegenover deze tegenvallers is ook een aantal voordelen in de overzetting, zoals de lagere afschrijvingslast door aflopende afschrijvingstermijnen (c). We hebben een administratieve fout hersteld in de storting in de Vrij aanwendbare reserve (VAR) die leidt tot (positieve) bijstelling (d). De structurele doorwerking van de najaarsrapportage 2020 (e) heeft een beperkt voordelig effect. Dit komt vooral door de verwerking van de septembercirculaire 2020. De bestuursrapportage 2021 heeft een nadelig effect in de meerjarenraming. De grootste nadelen (> € 50.000,--) zijn de ontwikkelingen t.a.v.

informatisering, de structurele doorwerking vanuit de jaarrekening 2020 van de grondexploitaties en de omzetting van de subsidie voor vergroening naar een exploitatiebudget in het bedrijfsplan riolering (f). Door doorschuiving van investeringsbudgetten vallen in 2022 kapitaallasten vrij (g). De rente heeft ook dit jaar een voordelig effect in de meerjarenraming. Voornamelijk door de verwachting dat we in deze periode geen leningen meer hoeven aan te trekken, zijn enkele stelposten naar beneden bijgesteld (h). Daarnaast zien we dat doorrekening van overhead en stijging overhead naar de voorzieningen een positief effect heeft op de exploitatie (i). De gemeentefondsuitkering is opgenomen conform meicirculaire 2021 (j). Daarnaast zijn de middelen voor de jeugdproblematiek opgenomen. Het volledige bedrag van 2,6 miljoen in 2022 en in de meerjarenraming gaan we uit van 75% van middelen die voortkomen uit het advies van de commissie van wijzen. (k) Momenteel is er nog geen nieuwe cao gemeenten, de huidige cao loopt tot 1 januari 2021. Omdat nog niet duidelijk is waar we rekening mee moeten houden, hebben we gerekend met een stijging van 2%. Door het aantrekken van nieuw personeel moeten we een stijging opnemen voor periodieken (l). De doorrekening van de inflatiecorrectie heeft een negatief effect van structureel € 1.045.000,-- (m).

Dit is enerzijds 3,1% voor de materiele budgetten en 1,5% voor de zorgbudgetten die vallen onder het contract van het Twents model. Bij het opstellen van de begroting waren de definitieve percentages nog niet bekend, dit kan nog een effect hebben in 2022. Het effect van inflatie is voor de gesubsidieerde instellingen € 60.000,-- (n). Vervangings- en nieuwe investeringen We dragen in totaal voor € 5.900.000,-- aan vervangingsinvesteringen aan (o). De volgende grote vervangingsinvesteringen zijn opgenomen (> € 100.000,--): investeringsprogramma riolering 2025 (€ 1.820.000,--), het investeringsprogramma wegen (€ 330.000,--), mobiliteitsvisie en fietsvisie (€ 350.000,--), armaturen openbare verlichting (€ 125.000,--), vervanging groot materieel/tractie (€ 375.000,--) en technische infrastructuur en werkplekken (€ 600.000,--). Dit zijn geraamde vervangingsinvesteringen. De overname van de groenploeg Soweco betekent dat we ook materieel overnemen. Hiervoor ramen we ook de vervangingen. We bekijken in het jaar van investeren of de investering daadwerkelijk nodig is en voor welk bedrag. Daarnaast wordt een budget aangevraagd voor vervangingsinvesteringen bij het Ravijn – Zwem sport zorg – waarbij ook direct een verduurzamingsslag wordt gemaakt. Hiervoor wordt € 1.500.000,-- opgenomen. In 2024 start men met een onderzoek hoe deze verduurzaming daadwerkelijk vorm moet krijgen.

10

11

De kapitaallasten van een investering starten pas met ingang van het jaar volgend op de investering. Omdat het grootste deel van de nu aangevraagde investeringen plaatsvindt in 2024, worden deze kapitaallasten pas met ingang van 2025 zichtbaar. De omvang van deze nieuwe kapitaallasten in 2025 is € 465.000,--.

Beide posten verwerken we in deze begroting administratief. Dit betekent dat we het budgetneutraal opnemen. Wel is het lastig in te schatten of het daadwerkelijk neutraal verloopt. Eventuele tegenvallers die in de loop van 2022 hieruit voortkomen moeten binnen het totaal van de begroting worden opgelost. Hier houden we in 2022 de vinger aan de pols (u en v).

In bijlage 3 staat het volledige overzicht opgenomen. bedragen x € 1.000 Investering Begroting (nieuw) 2022

Vervangingsinvesteringen Totaal vervangingsinvesteringen

5.900

-

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

- 53

- 53

- 53

Autonome ontwikkelingen In bijlage 3 geven we aan met welke autonome ontwikkelingen we rekening houden (p). De belangrijkste (> € 50.000,--) zijn: Storting in de voorziening groot onderhoud bruggen en tunnels, verhoging gemeentelijke bijdrage voor de GezondheidsGR (OLG), de eerste jaren geven we meer uit aan de lokale uitvoering WSW dan begroot, vanaf 2025 wordt dit minder dan er begroot was. Ook wordt er budget bijgeraamd voor de kostenverhoging van het groenonderhoud, dit ter compensatie voor areaaluitbreiding van de afgelopen jaren. Ook wordt extra budget opgenomen voor de Twente board vanaf 2023, dit om de Agenda voor Twente te kunnen voortzetten. Ook de cao-consequenties van de gesubsidieerde instellingen worden meegenomen. In de raadsvergadering van september 2021 is besloten tot een investering in het Keizererf en Willem-Alexanderstraat. De kapitaallasten vanaf 2023 worden meegenomen in deze begroting (q). bedragen x € 1.000 Autonome ontwikkelingen Totaal autonome ontwikkelingen

Investering Begroting (nieuw) 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

-

- 925

- 767

- 471

- 837

We stellen bij deze begroting een nieuwe reserve in. Dit is de reserve voor de energiewerkgroepen. Dit is een budget waarmee werkgroepen aan de slag kunnen. Uitgangspunt is dat het startbudget wordt terugbetaald. Om te kunnen starten met een revolverend fonds is een initieel budget nodig (r). Dit wordt uit de VAR onttrokken (s). Uitgangspunt is dat dit budget op termijn wordt teruggestort in de VAR. Voor de begroting zijn de verschillende budgetten voor jeugd opnieuw doorgerekend op basis van cijfers die medio 2021 bekend waren. Dit heeft ertoe geleid dat we structureel € 1.000.000,-- extra ramen (t). Daarnaast verwachten we ook in 2022 een Corona-effect, zoals een hogere en complexere zorgvraag. Hoe dit daadwerkelijk uitpakt, is momenteel lastig in te schatten. Uit ervaring weten we ook dat individuele jeugdtrajecten fors beslag op middelen kunnen leggen (w). Buiten het extra budget dat benodigd is voor jeugd, zien we twee landelijke ontwikkelingen/ beleidswijzigingen die effect hebben op de kosten van jeugdhulp in de gemeente Hellendoorn. De eerste is het woonplaatsbeginsel jeugd. Dit is een wijziging in de wijze waarop gemeenten verantwoordelijk zijn voor kosten van de jeugdigen.

Voor de gemeente Hellendoorn betekent dit een uitname uit het gemeentefonds van ruim € 950.000,--, de verwachting is dat dit neutraal zal verlopen, omdat ook de kosten verplaatsen naar een andere gemeente. Mogelijk kan de objectivering van de maatstaven wel een effect met zich meebrengen, maar deze is zeer lastig in te schatten. Daarnaast zien we in de demografische ontwikkelingen dat het aantal jeugdigen de komende jaren daalt. Dit heeft effect op de inkomstenzijde, maar verwachten ook dat dit zich vertaalt in lagere kosten in de jeugdhulp. Het budgettair effect loopt op, in 2025 gaat het om € 357.000,--.

12

Nieuw beleid Gezien de beperkte ruimte in het meerjarig beeld, zijn er beperkt voorstellen aangedragen voor nieuw beleid en uitbreidingsinvesteringen (x). De voorstellen die zijn gedaan, zien (onder andere) toe op een integraal voorstel voor maatschappelijk domein en sociaal domein, waarbij onder meer het innovatiefonds voor 3 jaren is opgenomen, de doorontwikkeling van het sociaal plein en de hervormingsagenda jeugd. In de personele sfeer zien we een aantal zaken die knellen. Hiervoor wordt extra budget opgenomen. We nemen een extra formatieplaats op voor ruimtelijke ordening. Benchmark Berenschot In 2021 heeft Berenschot een benchmark uitgevoerd naar de kosten en de omvang van de formatie. Hierover hebben we uw raad op 5 oktober geïnformeerd. Het is belangrijk om op te merken dat het uitvoeren van de benchmark een eerste stap is. Op verschillende onderdelen is meer informatie nodig om de situatie goed te kunnen interpreteren. Pas dan kan een eventueel actieplan gemaakt worden. We bevinden ons nu in de eerste fase, bij de vraag: snappen we dit? Zie onderstaand plaatje.

DE 3 VRAGEN BIJ EEN GOEDE INTERPRETATIE

Snappen we dit?

Willen we dit?

Zo niet, wat dan?

Voor de vragen ‘Willen we dit? En zo niet, wat dan?’ maken we, onder verantwoordelijkheid van het college, een plan van aanpak. Hierover infomeren we uw raad en komen we, daar waar het nodig is dat u daarover een besluit moet nemen, met nadere voorstellen. In de vervolgstappen: willen we dit? En zo niet, wat dan? brengen we ook te maken keuzes en mogelijke besparingen in beeld. Organisatieontwikkeling: personeel In de bestuursrapportage 2021 (Burap) bent u geïnformeerd over het op orde brengen van de ICT-systemen, gericht op het verbeteren van de interne en externe dienstverlening o.a. verbeteren informatieveiligheid, voldoen aan privacywetgeving, faciliteren thuiswerken, aanvullende maatregelen ten gevolge van de hack in de gemeente Hof van Twente, enz.). Om de investeringen in de ICT-systemen ter verbetering van de interne en externe dienstverlening effectief te laten zijn dient er invulling te worden gegeven aan de rol van webmaster en onderhouden en beheren van internet, intranet en sociale media. Daarnaast is de afgelopen twee jaar incidenteel budget opgenomen voor de communicatie op het gebied van duurzaamheid. Dit heeft zijn meerwaarde bewezen en het voorstel is om hieraan structureel invulling te geven. En tenslotte leidt een meer optimale verdeling en inzet van de capaciteit van het bestuurssecretariaat en Kabinetszaken tot een beperkte uitbreiding van de formatie.

Om invulling te kunnen geven aan de hiervoor genoemde onderdelen nemen we budget op voor formatie. Hiermee willen we een impuls geven aan het op orde brengen van de organisatie, de precieze invulling zal na het vaststellen van de begroting door de directie worden uitgewerkt. Integraal voorstel maatschappelijk domein en sociaal domein. Om de transformatie in het zorgdomein verder vorm te geven, stellen we een integrale aanpak op van de verschillende opgaven die er zijn. Hiervoor zijn in de voorstellen nieuwe beleidszaken opgenomen die hiervoor ruimte en mogelijkheden moeten bieden. Dit zijn onder meer het budget voor inkoop Wmo 2022, het innovatiefonds voor de jaren 2022-2023-2024, budget voor projecten integrale aanpak en de hervormingsagenda jeugd. Daarnaast worden een aantal zaken rondom integrale gezondheidsbevordering opgezet. Om een en ander te kunnen uitvoeren wordt

13

ook budget gereserveerd voor menskracht om dit te kunnen uitvoeren. In de jaren 2022 en 2023 wordt dit deels gedekt door de middelen die we verwachten vanuit de afrekening beschermd wonen 2020 (€ 515.000,--). Op het moment van opstellen van deze begroting was er nog geen besluitvorming vanuit centrumgemeente Almelo, maar we achten dit bedrag reëel. Vooralsnog dekken we dit uit de VAR, de middelen van de afrekening storten we op moment dat dit bekend wordt, in de VAR. De stelpost 2022 voor groei zorg (€ 100.000,--), die we vooralsnog niet nodig achten, ramen we af en we schuiven het niet benutte deel (150.000,--) van de jeugdgelden 2021 door naar 2022 (z). We verwachten een inverdieneffect door de hervormingsagenda jeugd. Hiervoor nemen we een oplopende reeks op (y). Dit inverdieneffect is momenteel nog onzeker en lastig in te schatten. Deze inschatting is gemaakt op basis van lokale projecten in combinatie met de maatregelen van de landelijke hervormingsagenda. bedragen x € 1.000 Investering Begroting (nieuw) 2022

Nieuw beleid Totaal nieuw beleid en uitbreidingsinvesteringen

185

- 873

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

- 758

- 435

- 363

Meerjarig hebben wij ervoor gekozen geen verdere ombuigingstaakstellingen op te nemen in de begroting, gezien de landelijke ontwikkelingen en te verwachten besluiten van het Rijk. Later in dit hoofdstuk gaan we hier verder op in. Nog te realiseren ombuigingen In de begroting 2020 is een forse ombuiging opgenomen van in totaal circa € 8,1 miljoen euro. In 2020 bent u op verschillende momenten geïnformeerd over de tussenstand van deze ombuigingen. De meeste ombuigingen zijn gerealiseerd, hoewel voor jeugd in deze begroting een bijraming van het budget is meegenomen. In onderstaande tabel ziet u de openstaande taakstelling die is opgenomen in de begroting 2022. bedragen x € 1.000 Begroting 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

Formatie ambtelijke organisatie

156

323

309

303

Totaal te bezuinigen 2022-2025

156

323

309

303

Nog te realiseren ombuigingen

Op de formatie van de ambtelijke organisatie staat nog een oplopende meerjarige taakstelling. Voor een groot gedeelte is de taakstelling ingevuld en voor de resterende openstaande bedragen zien we mogelijkheden in bijvoorbeeld natuurlijk verloop. Hiermee vertrouwen we erop dat we de taakstelling kunnen invullen.

Zie bijlage 3 voor gedetailleerde overzichten voor de meegenomen ontwikkelingen en de onderdelen die zijn meegenomen in deze begroting. Zoals gebruikelijk zijn er in een begrotingsjaar diverse kleine mutaties welke niet nader worden toegelicht (aa). Belastingmaatregelen De inflatie is berekend op 2,4% voor de verschillende tarieven. In 2021 stijgt het algemene tarief van de rioolheffing en afvalstoffenheffing met de inflatiecorrectie (2,4%). Zie voor meer informatie ook paragraaf 1. De stijging van overige tarieven geeft een voordeel van € 110.000,-- (ab). We houden de OZB op het niveau van 2021, conform de aangenomen motie van de begrotingsvergadering november 2020 (ad) en passen we alleen de indexatie toe (ac). Voor 2022 dekken we dit vanuit de bufferreserve (af), daarna is het structureel opgenomen in de begroting. Daarnaast stellen we voor de hondenbelasting af te schaffen (ag). Ruimte hebben we gevonden door de (meerjarige) stelpost die was opgenomen bij de vaststelling tarieven 2021 in te zetten (ah). Overige dekkingsmiddelen. Ook in deze begroting hebben we een aantal dekkingsmiddelen opgenomen. We nemen, voorzichtigheidshalve, een aflopende reeks op voor te ontvangen gelden uit het BTW-compensatiefonds (BCF) plafond (ai). Ten aanzien van de inflatiecorrectie hebben we deze deels taakstellend opgelegd. Dit is een ombuiging van € 380.000,-- (aj).

Gezien de te verwachten trajecten voor omgevingsvergunningen (duurzaamheid, zonneparken, Lochter III), nemen we eenmalig extra inkomsten op voor de leges omgevingsvergunningen ad € 100.000,-- (ak). Het voorgenomen besluit om een fietspad aan te leggen langs de Helmkruidlaan zal naar verwachting worden uitgevoerd in 2023. Daarom kan het gereserveerde bedrag voor de kapitaallasten in de jaren 2022 en 2023 vrijvallen (al). In de aangedragen ontwikkelingen zijn een aantal posten als incidenteel aangemerkt. Dit zijn: opstellen integraal huisvestingsplan, tijdelijk budgettair effect lokale uitvoering WSW, invulling project procesmanagement, verplaatsen datacentrum en het uitwerken van de transitievisie warmte voor twee wijken. Deze posten dekken we vanuit de VAR. Dit is een bedrag ad € 304.000,-- (am) in 2022. Daarnaast dekken we de te verwachten coronameerkosten van de jeugd uit de resterende coronamiddelen die in 2020 zijn gestort in de VAR (an).

14

15

Financiële positie

in 2022, dat wordt veroorzaakt door de bijdragen aan de projecten van de N35.

Een gezonde financiële positie van de gemeente voor het begrotingsjaar bestaat uit drie componenten: een sluitende begroting en meerjarenraming, een goede liquiditeits- en solvabiliteitspositie en voldoende weerstandsvermogen. Om meer zicht te krijgen op de liquiditeits- en solvabiliteitspositie, is de begroting en meerjarenraming vertaald naar een geprognosticeerde meerjarenbalans. Net als de balans in de jaarrekening geeft deze inzicht in de ontwikkeling van onze bezittingen en schulden over de diverse jaren.

Geprognosticeerde meerjarenbalans 2022-2025 Realisatie Ultimo 2020

Begroting Ultimo 2021

Begroting Ultimo 2022

MJR Ultimo 2023

bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2024 2025

1.246 121.878 5.640 128.765

1.145 123.020 5.790 129.955

1.753 130.370 5.747 137.870

1.604 128.502 5.613 135.720

1.445 125.679 5.480 132.604

1.290 123.927 5.347 130.564

Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen met rentetyp. looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

6.557 26.746 382 4.411 38.095

3.450 17.227 512 4.400 25.589

1.669 4.941 512 4.400 11.522

893 3.102 512 4.400 8.907

- 377 3.424 512 4.400 7.959

- 730 632 512 4.400 4.814

Totaal activa

166.860

155.544

149.392

144.626

140.563

135.378

17.340 - 5.101 5.101 9.083 103.338 129.761

18.538 - 7.458 7.458 8.956 97.785 125.278

Prognose meerjarenbalans Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa

Passiva Vaste Passiva Eigen Vermogen Begrote exploitatietekorten (cumulatief) Te realiseren ombuigingstaakstelling Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva

18.191

16.392

15.660

8.669 126.300 153.159

9.055 119.997 145.444

9.190 114.444 139.293

16.303 - 2.354 2.354 9.125 108.891 134.318

Vlottende Passiva Netto vlott. schulden met rentetyp. looptijd < 1 jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva

5.082 8.619 13.700

4.900 5.200 10.100

4.900 5.200 10.100

5.108 5.200 10.308

5.603 5.200 10.803

4.900 5.200 10.100

Totaal passiva

166.860

155.544

149.393

144.626

140.564

135.378

Vaste activa Als we de cijfers vergelijken met de laatst vastgestelde balans per ultimo 2020, dan zien we de boekwaarde van de vaste activa met zo’n € 9,1 miljoen stijgen tot zo’n € 137,9 miljoen eind 2022. Door vertraging in de uitvoering van de investeringen (onder meer door de coronacrisis) zien we ultimo 2020 een lagere boekwaarde dan eerder verwacht. Dit wordt weer ingehaald in de jaren 2021 en 2022. Ook voeren we in deze jaren de aanleg van de Noordzuidverbinding tussen Hulsen en Hellendoorn uit. In de jaren na 2022 zien we een daling in met name de materiële vaste activa: er wordt in deze jaren minder geïnvesteerd dan er afgeschreven wordt, vanuit het perspectief van de instandhouding van de verschillende voorzieningen, is dat niet altijd een positieve ontwikkeling. Echter gezien de investeringen die de laatste jaren zijn gedaan is dit ook niet onlogisch. We monitoren dit wel de komende jaren. Er is een stijging te zien in de immateriële vaste activa

16

Investeringsplafond € 6,35 miljoen Op het gebied van de investeringen zetten we de lijn van de afgelopen jaren voort. Dat betekent dat we met het oog op het versterken van onze financieringspositie terughoudend zijn met het aangaan van nieuwe investeringen. In februari 2020 is er een evaluatie uitgevoerd op de financieringspositie van de gemeente Hellendoorn. Daarbij is het investeringsplafond aangepast naar gemiddeld € 6,35 miljoen (netto) op jaarbasis in de periode 2015-2030. In de bepaling van de hoogte van het investeringsniveau worden nu ook de strategische projecten meegenomen. In 2022 investeren we bijna € 15 miljoen netto, dit bedrag is hoger dan het gemiddelde. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de aanpak van de kruispunten Grotestraat - Constantijnstraat - Parallelweg, aanleg Noordzuidverbinding, fietspad Helmkruidlaan, diverse projecten vanuit het VGRP en sportinvesteringen, zoals de fietscrosbaan en vervanging toplaag kunstgrasveld Smidserve. De afgelopen jaren en vooral in 2020 hebben we minder geïnvesteerd dan het gemiddelde van € 6,35 miljoen. Ook in de jaren na 2022 ligt het investeringsniveau lager, waardoor we (meerjarig) binnen het afgesproken maximum blijven. Doordat er in 2020 beperkt is geïnvesteerd, zien we een forse doorschuiving van investeringsbudgetten naar 2021 en met de bestuursrapportage zijn er al investeringen doorgeschoven naar 2022.

Hierdoor is het investeringsniveau in 2022 fors hoger. De totale investeringen voor de jaren 2022 tot en met 2025, inclusief investeringen die bij vorige begrotingen al beschikbaar zijn gesteld, zijn:

Investeringen 2022-2025 Uitgaven Begraafplaats Rioleringen (VGRP) Noordzuidverbinding Rijksweg 35 c.a. Mobiliteitsvisie Kruispunten Constantijnstraat Herinrichting Willem Alexanderstraat en Keizerserfstraat Fietspad Helmkruidlaan Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting Investeringsprogramma wegen Parkeergarage Onderhoud onderwijshuisvesting Sport Afvalinzameling Automatisering Huisvesting Interne uren Groot onderhoud gemeentewerf Aanschaf tractiemiddelen Overige investeringen Subtotaal uitgaven Inkomsten Opbrengst NZV omleiding Hulsen Rijksweg 35 c.a. Kruispunten Constantijnstraat Sport Subtotaal inkomsten Totaal

17

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2024 2025

Begroting 2022

MJR 2023

- 95 - 3.028 - 2.174 - 3.464 - 350 - 1.050 - 350 - 1.250 - 420 - 125 - 762 - 70 - 1.919 - 20 - 600 - 658 - 496 - 355 - 642 - 25 - 17.854

- 1.786 - 2.171 - 350 - 10 - 125 - 300 - 262 - 415 - 65 - 445 - 375 - 6.305

- 28 - 1.820 - 350 - 350 - 160 - 125 - 300 - 250 - 228 - 231 - 375 - 65 - 166 - 375 - 4.823

- 1.821 - 350 - 160 - 125 - 330 - 1.650 - 65 - 600 - 65 - 92 - 375 - 15 - 5.648

2.633 250 2.883

850 850

250 250

-

- 14.971

- 5.455

- 4.573

- 5.648

Stortingen en onttrekkingen reserves 2022

De investeringen worden afgeschreven met ingang van het jaar volgend op het jaar van investeren. Voorraden De boekwaarden van de voorraden zijn in 2020 en (naar verwachting) 2021 sterk gedaald. Het gaat hierbij met name om voorraden bouwgrond, zowel voor de woningbouwlocaties als voor het bedrijventerrein ’t Lochter III. De daling hangt samen met de gerealiseerde en te verwachten grondverkopen op deze locaties. In de begroting 2021 gingen we ultimo 2022 nog uit van een waarde van € 4,3 miljoen. We verwachten nu eind 2022 nog een waarde van € 1,7 miljoen. Een substantieel verschil. De komende jaren gaan we nog altijd uit van gemiddeld 1,8 hectare in de verwachte verkopen. Voor het versterken van de financiële positie is het van groot belang dat we de gronden daadwerkelijk verkopen. Reserves en voorzieningen Realisatie Ultimo 2020

Begroting Ultimo 2021

Begroting Ultimo 2022

MJR Ultimo 2023

bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2024 2025

2.292 13.289 2.611 18.191

0 13.761 2.632 16.392

0 13.492 2.168 15.660

- 2.354 13.974 2.329 13.948

- 5.101 14.809 2.532 12.239

- 7.458 15.804 2.734 11.080

Voorzieningen Voorzieningen personeel Voorzieningen van derden verkregen middelen Onderhoudsvoorzieningen Overige voorzieningen Totaal Voorzieningen

5.759 1.846 393 670 8.669

5.859 2.107 419 670 9.055

5.968 2.009 543 670 9.190

6.090 1.698 666 670 9.125

6.219 1.404 790 670 9.083

6.348 1.023 914 670 8.956

Totaal

26.860

25.447

24.849

23.073

21.322

20.035

Reserves en voorzieningen Reserves Rekeningsaldo Algemene Reserve Bestemmingsreserves Totaal Reserves

Algemene Reserves We verwachten voor begin 2022 een stand van € 13,8 miljoen aan algemene reserves. Een stijging van € 2,5 miljoen ten opzichte van de begroting 2020 (€ 11,3 miljoen), veroorzaakt door een aantal grote effecten uit de jaarrekening 2020: positief rekeningresultaat, winstnemingen, vrijval van de voorziening toekomstige verliezen grondbedrijf en boekwinsten op verkoop. Omdat de bufferreserve eind 2020 ruim boven de gewenste omvang lag, is bij de jaarrekening 2020 besloten om € 1 miljoen om te zetten naar de financieringsreserve ter verbetering van de financiële positie. Deze mutatie blijft binnen de algemene reserves. In de jaren erna groeien de algemene reserves door naar € 15,8 miljoen door de reguliere stortingen ter verbetering van de financieringspositie en de toevoegingen vanuit het generatiepact. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves stijgen met € 0,7 miljoen naar € 2,6 miljoen door toevoeging van het restant budget aan de reserve bijzondere bijstand en door niet aangewende geoormerkte middelen voor invoeringskosten omgevingswet. Door een aantal mutaties daalt in 2022 het totaal van de bestemmingsreserves naar € 2,2 miljoen. De stortingen en onttrekkingen worden hieronder toegelicht.

De jaarlijkse groei na 2022 wordt veroorzaakt door de jaarlijkse stortingen in de reserves wachtgelden huidige wethouders, 1/3-regeling accommodatiebeleid en duurzame energiemaatregelen.

Stortingen

0 0

-

-

0 0

Algemene Reserve Vrij aanwendbare Reserve Financieringsreserve Bufferreserve grondexploitatie Totaal Algemene Reserve

5.860 3.332 4.569 13.761

797 600 1.397

- 1.125 - 166 - 375 - 1.666

5.531 3.766 4.194 13.492

Bestemmingsreserves Reserve Salomonsonhuis / zorgpunt Reserve bijzondere bijstand Reserve WWB Reserve groenrenovaties Reserve 1/3-regeling accommodatiebeleid Reserve rood-voor-rood Reserve reconstructie plattelandsvernieuwing Reserve wachtgelden huidige wethouders Reserve duurzame energiemaatregelen Reserve Co-financieringsfonds N35 Reserve invoeringkosten omgevingswet Reserve revolverend fonds energiewerkgroepen Totaal Bestemmingsreserves

164 193 0 7 110 80 156 463 324 679 456 2.632

50 45 156 62 120 433

- 157 - 740 - 897

164 193 0 7 160 80 156 508 323 1 456 120 2.168

Totaal

16.392

1.830

- 2.563

15.660

Reserves Rekeningsaldo Rekeningsaldo te bestemmen Totaal Rekeningsaldo

In bovenstaande tabel staan de stortingen en onttrekkingen in de verschillende reserves weergegeven voor het begrotingsjaar 2022. De grootste mutaties (> € 50.000,--) lichten we hieronder toe. VAR In de VAR storten we in 2022 de volgende bedragen: ■ € 58.000,-- terugbetaling centrumplan Nijverdal ■ € 156.000,-- generatiepact ■ € 50.000,-- verbeteren financieringspositie ■ € 450.000,-- reservering kapitaallasten Reggesteyn ■ € 82.000,-- agenda voor Twente Uit de VAR onttrekken we in 2022 de volgende bedragen: ■ € 250.000,-- Agenda voor Twente (aanwending storting Reggesteyn) ■ € 50.000,-- APPA ■ € 404.000,-- incidentele onttrekkingen voorstellen begroting 2022 ■ € 120.000,-- energiefonds ■ € 250.000,-- inzet middelen beschermd wonen

Voorzieningen De hoogte van de verschillende voorzieningen bedraagt begin 2022 € 9,1 miljoen. In 2021 is een nieuwe voorziening onderhoud civiele kunstwerken ingesteld.

18

bedragen x € 1.000 Begroting OnttrekUltimo kingen 2022

Begroting Ultimo 2021

19

Financieringsreserve Met ingang van 2022 wordt er jaarlijks € 600.000,-- gestort in de financieringsreserve ter versterking van de financieringspositie. We onttrekken in 2022 € 166.000,--, dit is deels een aflopend budget dat terugvloeit naar de reguliere exploitatie, daarnaast is bij de evaluatie financieringspositie (februari 2020) besloten om de afschrijvingstermijn parkeergarage terug te brengen naar veertigjaar en naar lineair om te zetten. De extra lasten die deze verkorting van de afschrijvingstermijn tot gevolg heeft, wordt in 2021 en 2022 onttrokken uit de financieringsreserve. Voor de jaren daarna is dit al meegerekend in de storting in de financieringsreserve. Bufferreserve grondexploitatie Het deels terugdraaien van de OZB-stijging (17,5% in plaats van 25%) wordt éénmalig gedekt uit de bufferreserve met een bedrag van € 375.000,--. Reserve 1/3-regeling accommodatiebeleid In de 1/3-regeling accommodatiebeleid wordt de reguliere storting in de reserve gedaan van € 50.000,--. Reserve wachtgelden huidige wethouders Bij het vaststellen van de begroting 2020 is de storting in de reserve in 2022 verminderd naar € 45.000,-- ter dekking van het niet verhogen van de tarieven sport.

Reserve duurzame energiemaatregelen De storting in de reserve energiemaatregelen bestaat uit de (verwachte) besparing, de onttrekking bestaat uit de verwachte kosten die worden gemaakt (kapitaallasten). Reserve Co-financieringsfonds N35 De storting in de reserve Co-financieringsfonds N35 bestaat uit de bespaarde kapitaallasten door de lagere investering in de Noordzuidverbinding. Van de onttrekking is € 500.000,-- gereserveerd voor de garantstelling aan Rijkswaterstaat voor de ongelijkvloerse kruisingen in de Rijksweg 35 (oostzijde). Een bedrag van € 241.000,-- wordt ingezet ter dekking van de kosten voor de oversteekbeveiliging kruispunt Haarle met de Rijksweg 35. Reserve revolverend fonds energiewerkgroepen Voorgesteld wordt om een revolverend fonds in te stellen voor gebieden/energiewerkgroepen om invulling te geven aan de aanjaagfunctie bij energieprojecten. Hiervoor wordt een bedrag van € 120.000.—in de reserve gestort vanuit de VAR. Geactiveerde voorzieningen Naast de voorzieningen, die we als passiva presenteren, zijn er ook voorzieningen die we aan de activa kant in mindering brengen op het betreffende onderdeel. Om u een beeld te schetsen, vermelden wij deze geactiveerde voorzieningen.

Geactiveerde voorzieningen Geactiveerde voorzieningen Voorziening toekomstige verliezen grondexploitatie Voorziening dubieuze debiteuren algemeen Voorziening dubieuze debiteuren WWB Voorziening dubieuze debiteuren BBZ Totaal Geactiveerde voorzieningen Totaal

Realisatie Ultimo 2020

Begroting Ultimo 2021

Begroting Ultimo 2022

MJR Ultimo 2023

bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2024 2025

2.131 108 652 85 2.976

1.083 106 652 85 1.927

1.008 105 652 85 1.851

1.028 104 652 85 1.870

1.049 103 652 85 1.889

1.070 101 652 85 1.909

2.976

1.927

1.851

1.870

1.889

1.909

20

Op de geactiveerde voorzieningen wordt aanspraak gemaakt indien de verwachte verliezen daadwerkelijk worden gerealiseerd. De voorziening toekomstige verliezen grondexploitatie neemt in 2021 en in 2022 af door het inzetten van de voorziening bij de afronding van de grondexploitatie Hellendoorn-Noord, respectievelijk De Branderij. De jaarlijkse stijging betreft een jaarlijkse indexatie. Voor de voorzieningen dubieuze debiteuren kan meerjarig nog geen inschatting gemaakt worden. Langlopende geldleningen Het bedrag aan opgenomen langlopende geldleningen daalt vanaf 2016. In 2020 zijn de oude leningen die bij de Bank Nederlandse Gemeenten waren afgesloten, omgezet in één nieuwe lening met een lagere rente. De aflossingstermijn van deze lening is vijfentwintig jaar. Hierdoor is de jaarlijkse aflossing een stuk lager dan voorheen. De komende meerjarenperiode verwachten we geen extra leningen te hoeven aantrekken, mede door de vertraging in de uitvoering van investeringen, die mede samenhangen met de coronacrisis. Ook de voorfinanciering van de nieuwbouw van Reggesteyn verwachten we vanuit de bestaande leningen te kunnen financieren. Ultimo 2025 is onze verwachte (langlopende) schuld € 98 miljoen. Ook in de jaren daarna zien we een beperkte financieringsbehoefte. Wel kunnen projecten op het gebied van verduurzaming, infrastructuur en onderwijs, extra financiële middelen vragen.

Een eerste doorrekening van de verduurzamingsopgave gaat uit van vele miljoenen. Hoe dit effect heeft op de financieringspositie, wordt in 2022 nader uitgewerkt. Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Deze post bestaat voornamelijk uit het bij de rijksoverheid gestalde overschot aan liquide middelen. Door het achterblijven van de investeringsuitgaven en de goede verkopen in de grondexploitaties, zien we een toename van de liquide middelen. In dit overzicht is de bevoorschotting van Reggesteyn nog niet meegenomen: dit loopt in de periode 2021 - 2023 en heeft een grote, maar wel tijdelijke impact op deze post. Overige balansposten De overige balansposten (kortlopende vorderingen, liquide middelen en overige vlottende passiva) zijn sterk afhankelijk van incidentele (toevallige) factoren, zoals het exacte moment waarop rekeningen worden betaald en inkomsten worden verkregen. We zijn in onze meerjarenbalans uitgegaan van de gemiddelde werkelijke balansstanden in de jaarrekeningen van afgelopen jaren. Conclusie balanspositie Door de grote investeringen die het afgelopen decennium zijn gedaan, is onze solvabiliteit laag.

Door het beperken van het investeringsniveau en het aanvullen van de algemene reserves trachten we deze te verbeteren en dit lukt ook, wanneer de negatieve begrotingssaldi buiten beschouwing worden gelaten (zie hiervoor ook de toelichting in paragraaf 2 op de kengetallen). In de raming is opgenomen dat we in 2022 de gereserveerde gelden voor de N35 zullen inzetten. De komende jaren verwachten we, op basis van huidig beleid geen extra middelen te hoeven aantrekken.

21

Vennootschapsbelasting

Incidentele baten en lasten

Sinds 1 januari 2016 is de wetgeving aangepast en is een publiekrechtelijk lichaam belastingplichtig voor zover zij een onderneming drijft. De gemeente heeft de afgelopen jaren daarom aangifte Vennootschapsbelasting (Vpb) gedaan en vervolgens bleek dat gemeente en Belastingdienst in eerste instantie niet op één lijn zaten. Inmiddels is een en ander uitgekristalliseerd in die zin dat de gemeente in 2016 (tot en met 2021) geen ondernemer is voor het onderdeel grondexploitatie. Een aanslag van € 269.000,-- is daarmee van tafel. Landelijk zijn er afspraken gemaakt over de inzameling van afvalstoffen zoals textiel, oud ijzer, papier etc. Deze afspraken houden in dat 1% over de positieve opbrengsten van deze ‘reststromen’ belastbaar zijn voor de Vpb en dat de gemeente over circa € 6.000,-- per jaar Vpb moet betalen (circa € 1.000,-- te betalen uit de voorziening afvalstoffenheffing). Daarnaast stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat ook opbrengsten uit hoofde van reclameactiviteiten belastingplichtig zouden zijn, daar wordt door een aantal gemeenten gesteund door de VNG nog een rechterlijke uitspraak over gevraagd. Voor de gemeente Hellendoorn gaat het om een belastingbedrag van tussen € 10.000,-en € 15.000,-- per jaar, maar we hebben met de Belastingdienst overlegd dat we de uitspraak op de nog lopende beroepszaken afwachten.

Vanaf 2022 zullen we ook Vpb-plichtig zijn voor de grondexploitaties. De winsten uit de grondexploitaties worden altijd in de bufferreserve gestort. Voorgesteld wordt om het deel van de winstbelasting over de grondexploitaties te dekken uit de bufferreserve. Voor een meer technisch inhoudelijke toelichting verwijzen wij u hiervoor naar paragraaf grondbeleid.

Niet alle baten en lasten keren jaarlijks terug; een deel is van incidentele aard. Voor een goed beeld van de financiële positie is het daarom van belang dat we de begroting corrigeren voor dit soort incidentele zaken. Ook het toezicht vanuit de provincie Overijssel is gericht op het duurzaam financieel evenwicht van de begroting en bijbehorende meerjarenraming van gemeenten. Eén van de toetspunten is het materieel evenwicht. Dit betekent dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De structurele baten dienen dus gelijk of hoger te zijn dan de structurele lasten. bedragen x € 1.000 Begroting 2022

Incidentele baten en lasten

MJR 2023

MJR 2024

- 185 - 125 - 90

- 75

- 219

- 219

- 1.763

- 619

- 294

-

100 100

-

-

-

- 1.663

- 619

- 294

-

Incidentele lasten 01 Werk, economie, recreatie en inkomen Uitvoering agrarische zaken (fte) Budget LEADER

- 80 - 25

02 Jeugd en Wmo Incidentele verhoging OZJT Ondersteuning inkooptraject Wmo Extra middelen jeugd ivm Corona Integraal plan Sociaal domein en Maatschappelijk domein Hervomingsagenda jeugd Budget personele invulling integraal plan

- 25 - 40 - 100 - 225 - 125 - 120

03 Cultuur, onderwijs en sport Opstellen integraal huisvestingsprogramma onderwijs Digitaal verwerkings- en controlesysteem Het Ravijn

- 35 -8

05 Woon en leefomgeving Garantstellingen N35 Uitwerken Transitievisie Warmte in 2 wijkuitvoeringsplannen (WUP's)

- 740 - 40

06 Bestuur, veiligheid en dienstverlening Invoering nieuwe omgevingswet

- 150

99 Overhead Verplaatsen datacentrum Procesmanagement

- 20 - 30

Totaal incidentele lasten Incidentele baten 05 Woon en leefomgeving Extra inkomst omgevingsvergunningen Totaal incidentele baten Totaal

MJR 2025

Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder ook onttrekkingen aan de reserves, en door structurele baten. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de gemeente Hellendoorn voor de begroting 2022 voldoet aan de norm van financieel evenwicht.

22

23

bedragen x € 1.000 Begroting 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

Saldo van baten en lasten Lasten Baten Saldo van baten en lasten

- 98.725 97.992 - 733

- 96.733 95.022 - 1.711

- 95.622 93.912 - 1.709

- 94.769 93.610 - 1.159

Af: incidentele baten en lasten Incidentele lasten Incidentele baten Af: incidentele baten en lasten

- 1.763 100 - 1.663

- 619 - 619

- 294 - 294

-

Bij: structurele toevoegingen en onttrekkingen Structurele toevoegingen / egalisatie Structurele onttrekkingen Bij: structurele toevoegingen en onttrekkingen

- 450 - 450

-

-

-

Totaal structureel resultaat

480

- 1.092

- 1.415

- 1.159

Structureel resultaat

Te verwachten landelijke ontwikkelingen De meerjarenraming laat tekorten zien in de jaren 2023 en verder. Gezien de diverse landelijke ontwikkelingen, waaronder de herijking gemeentefonds, hebben we besloten vooralsnog geen ombuigingstraject te starten. Dit is gelijk aan het standpunt dat bij de begroting 2021 is ingenomen. Ondertussen is meer bekend over de herijking en zien we nog enkele andere ontwikkelingen op ons afkomen. Zonder ons te ontslaan van de noodzaak om een sluitende begroting op te leveren, zetten we hier uiteen hoe met de huidige bekende gegevens de meerjarenraming eruit zou kunnen zien. We benadrukken dat deze cijfers NIET zijn opgenomen in de begroting, maar dat dit een beeld schetst voor de komende begroting. Daarnaast zijn de genoemde cijfers nog onzeker, aangezien definitieve (landelijke) besluitvorming kan afwijken van wat hieronder geschetst is. Herijking gemeentefonds In februari 2021 is de eerste uitkomst van de herverdeling gemeentefonds bekend gemaakt door het Rijk. Naar aanleiding van deze herijking is landelijk veel commotie ontstaan door de grote herverdeeleffecten bij individuele gemeentes, maar ook gebieden in Nederland. Naar aanleiding van deze discussie en naar aanleiding van het adviesverzoek van de Raad Openbaar Bestuur (ROB) heeft het ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties (BZK) opnieuw onderzoek laten uitvoeren.

Op basis van dit onderzoek is in augustus 2021 een hernieuwd voorstel gedaan voor de herverdeling. Voor de zomer is de herijking nog aangepast naar de nieuwe data (uitvoeringsjaar 2017 naar 2019). Per brief hebben we u hierover nader geïnformeerd. Voor de gemeente Hellendoorn betekent de laatst bekende (augustus 2021) systematiek en doorrekening dat we € 1,322 miljoen extra middelen ontvangen in 2025. De uitkomst van deze herijking wordt nog niet betrokken bij deze begroting. De herverdeling wordt, zoals het proces nu wordt voorgesteld, ingevoerd per 1-1-2023. Met het ingroeipad van € 15 inwoner/jaar betekent dit, dat we in drie jaar toegroeien naar het totale herverdelingseffect. We nemen dit effect extracomptabel op. Opschalingskorting De VNG heeft in de gesprekken met het Rijk meermaals aangegeven dat een herverdeling van het gemeentefonds niet kan worden ingevoerd zonder extra middelen. Een van de mogelijkheden die momenteel ter tafel ligt, is het laten vervallen van de opschalingskorting. De opschalingskorting is een oplopende bezuiniging (ingevoerd in 2015) in het gemeentefonds om gemeenten verplicht te laten fuseren (naar 100.000+ gemeenten). Hierbij zouden gemeenten efficiënter gaan werken en kon bezuinigd worden. Dit is niet realistisch gebleken. Bij het invoeren van de herijking zou de opschalingskorting vervallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14962377/1