CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept ontwerp-PPLG Overijssel definitief

Informatieronde 13 juni 2023, gemeente HellendoornBij agendapunt: Toelichting over het Provinciaal programma landelijk Gebied (PPLG)7.613 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Ontwerp-PPLG Overijssel Vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 23 mei 2023 t.b.v. bespreking in Provinciale Staten op 21 juni 2023

Vooraf Overijssel kent een indrukwekkend platteland. Meer dan 90% van ons grondgebied is landbouw of natuur. Meer dan 500.000 trotse Overijsselaars wonen en werken hier. Zo'n 6.200 boerenbedrijven zijn er stevig geworteld. We kennen 324 dorpen en kleine kernen. Ons platteland is meer dan ooit in beweging. Het Overijsselse landschap en de Overijsselse natuur zijn van een tijdloze schoonheid. We willen het landelijk gebied mooi, natuurrijk, economisch sterk en leefbaar houden. Onze geschiedenis leert dat ontwikkelingen en veranderingen in het landelijk gebied van alle tijden zijn. We zijn ons bewust van de cultuur(historie) en de samenlevingsvormen die Overijssel kenmerken. We willen de kracht van deze gemeenschappen gebruiken om de veranderingen die op ons afkomen samen vorm te geven. We zetten hierbij in op drie doelen: • we willen een goed sociaal-economisch perspectief, • we willen een toekomstbestendige landbouwsector en • we willen zorgen voor herstel van de natuur, het watersysteem en het klimaat (wettelijke taken). Alleen in samenhang met een helder perspectief voor onze boeren en de belofte van vitale, leefbare en economische sterke gemeenschappen op ons platteland ontstaat een duurzame toekomst voor onze ondernemers en inwoners.

Dit wordt onderstreept door het advies van de Rli ‘Elke regio telt!’ waarin gepleit wordt voor een evenwichtiger rijksbeleid met sterke oriëntatie op de regio. Het Provinciaal programma voor het landelijk gebied in Overijssel (PPLG Overijssel) is een programma dat er op is gericht om tot realisatie komen. Daarmee geven we invulling aan bestaande (beleids)kaders. Deze kaders vinden we niet alleen in de wet- en regelgeving en de taken die daarin aan de provincie zijn toegedeeld, maar ook in de beleidskaders die we als provincie hebben vastgesteld. De ruimtelijk relevante kaders hebben wij op 21 juni 2022 vastgelegd in het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie (Fundament). In de uitwerking (in technische zin is het PPLG Overijssel een programma onder de Omgevingswet) daarvan hanteert het Fundament vier leidende principes: water en bodem als basis, duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden, inzetten op krachtige DUS regio’s en voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. We investeren in Overijssel al langere tijd stevig in onze waardevolle natuurgebieden en met het PPLG Overijssel wordt deze inzet versterkt naar het gehele landelijk gebied. Samen met onze gebiedspartners geven we hier richting aan.

Met het PPLG Overijssel benoemen we de uitvoeringskaders die het legaliseren van de PAS-melders mogelijk moet maken, willen we voorkomen dat we vergunningen moeten intrekken en willen we weer mogelijkheden voor ontwikkelingen bieden.

Inhoud Vooraf .......................................................................................................................................................................i 1 Inleiding ................................................................................................................................................................ 1 Context ............................................................................................................................................................... 1 3x3 = PPLG Overijssel .......................................................................................................................................... 1 Duiding ................................................................................................................................................................ 2 Van ontwerp naar definitief ............................................................................................................................... 2 Planning .............................................................................................................................................................. 3 2 Doelen ..................................................................................................................................................................

4 3 Aanpak ................................................................................................................................................................. 6 Denklijn: gecombineerde aanpak met drie sporen ............................................................................................ 6 Gebiedsgerichte samenwerking ......................................................................................................................... 6 Prioriteren en aansluiten bij bestaande gebiedsprocessen ................................................................................ 6 Borging aanpak ................................................................................................................................................... 7 Instrumenten ...................................................................................................................................................... 7 Organisatie – eerste contouren .......................................................................................................................... 7 4 Financiën, randvoorwaarden en risico’s ..............................................................................................................

8 Indicatieve kostenraming ................................................................................................................................... 8 Randvoorwaarden .............................................................................................................................................. 9 Risico’s .............................................................................................................................................................. 10 5 Sturingsfilosofie .................................................................................................................................................. 12 Bijlagen .................................................................................................................................................................. 14 Bijlage 1: gebiedsprogramma’s (concept) ........................................................................................................ 14 Bijlage 2: procesverantwoording tot concept ontwerp-PPLG .......................................................................... 14 Bijlage 3: van concept ontwerp PPLG naar definitief PPLG .............................................................................. 14

1 Inleiding Context Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) zet het Rijk in op een integrale aanpak voor natuur, water en klimaat. Het is aan de provincies om voor de taakstellende opgaven een Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) op te stellen. Dit programma moet uiterlijk 1 juli 2023 worden ingediend bij het Rijk. Voor het NPLG is een Transitiefonds van ruim € 24 miljard beschikbaar. Overijssel zet in het PPLG de leefbaarheid van het landelijk gebied voorop. Wij willen dat Overijssel mooi, natuurrijk, economisch sterk en leefbaar blijft in de toekomst. We zien de gezamenlijke realisatie met de NPLG doelen en de hiervoor te benutten middelen van het Transitiefonds als een unieke en niet eerder vertoonde impuls voor ons landelijk gebied. Wij gaan daarom zelfbewust aan de slag met het PPLG Overijssel.

3x3 = PPLG Overijssel De Overijsselse aanpak voor het PPLG Overijssel bestaat uit drie onderdelen: 1 Drie doelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: Drie doelen, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Sommige doelen zijn wettelijk bepaald en de primaire verantwoordelijkheid van de provincie. De volgorde doet er voor ons daarbij niet toe: • we willen een goed sociaaleconomisch perspectief, • we willen een toekomstbestendige landbouwsector en • we willen zorgen voor herstel van de natuur, het watersysteem en het klimaat.

2 Drie randvoorwaarden voor een succesvolle uitvoering •

• •

Samenwerken in de gebieden: we zien de uitvoering niet als een simpele opgave voor de overheid, maar als een samenspel waarin mensen met verschillende achtergronden samenwerken. En dan vooral in hun eigen gemeenschap en leefomgeving. Alle sectoren dragen bij: we zien de oplossingen voor de grote opgaven alleen van de grond komen als de verschillende partijen bijdragen aan de realisatie. Dit is primair een taak van de rijksoverheid. Alles hangt samen: we zien in dat de opgaven zo complex met elkaar samenhangen en dat simpele oplossingen niet bestaan. Dat vraagt om een samenhangende aanpak.

1

3 Maatwerk mogelijk maken Er is niet één allesoverheersende aanpak; wij zien mogelijkheden in een gedifferentieerde aanpak. Maatwerk dus. Met grofweg drie hoofdkeuzes voor onze boeren met een serieus perspectief voor boeren die: • willen doorgaan met hoogproductieve landbouw • hun bedrijfsvoering aanpassen aan de omgeving • willen stoppen en daar goede regelingen voor nodig hebben Dat betekent ook de nodige randvoorwaarden die vooral vanuit een kaderstelling door de rijksoverheid beschikbaar moeten komen, al is het maar om voor de PAS-melders en de ‘piekbelasters’ op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid en oplossingen te bieden. We hebben hiervoor op 4 januari 2023 de rijksoverheid gevraagd om deze randvoorwaarden zo snel mogelijk in te vullen, zodat aan onze inwoners van Overijssel snel duidelijkheid kan worden geboden.

Duiding De eerste versie van het PPLG Overijssel van 20 december 2022 is de basis geweest voor twee rondes zogenaamde gebiedsdagen in de zes PPLG-gebieden. Ook is de eerste versie besproken aan de ambtelijke en bestuurlijk gebiedstafels en hebben de gebiedsteams een nadere invulling per gebied gemaakt. Deze concept gebiedsprogramma’s zijn als bijlagen toegevoegd. De gebiedsdagen en de concept gebiedsprogramma’s hebben ons duidelijk gemaakt dat de transitie in het landelijk gebied alleen kan slagen als we werken van onderop en gebruik maken van de sterke sociale netwerken die Overijssel rijk is. Dit moet gebiedsgericht gebeuren zodat we kunnen aansluiten bij de gebiedseigen kenmerken voor ondernemerschap, cultuurhistorie en sociale en ruimtelijke kwaliteit. Voor dit concept ontwerp-PPLG Overijssel betekent dit dat we een drietal accenten sterker neerzetten. Het gaat dan om het verhaal van samenhang in het landelijk gebied met een belangrijke rol voor de sociaal-economische impact. Een heldere sturingsfilosofie waarin werken vanuit vertrouwen en werken van onderop waar het kan centraal staan. En als derde gaat het om het voortbouwen op bestaande trajecten als Ontwikkelopgave Natura 2000, de KRW-trajecten van de waterschappen en de veenweide aanpak in Noordwest Overijssel.

Van ontwerp naar definitief In de eerste versie van het PPLG zijn we uitgegaan van de toen bekende informatie. Inmiddels is meer helder over de groen-blauwe doelen, maar nog niet alles is bekend. De begin februari verschenen kamerbrieven 1 bevestigen de basis die we gelegd hebben in de eerste versie PPLG. In de kamerbrieven zijn de kaders voor de broeikasgasemissies (methaan en CO2) aangescherpt, maar voor de uitwerking van natuur, de aanpak piekbelasters en perspectief voor de landbouw moet nog een flinke verdiepingsslag worden gemaakt. De onzekerheid blijft, ook voor de betekenis van ‘grondgebondenheid’, richtlijnen en regelingen voor aankoop. Dit betekent dat we voor het traject richting een definitief PPLG Overijssel een iets andere route moeten kiezen dan aanvankelijk bedacht. We hebben meer tijd nodig om het hele palet aan doelen en opgaven in de gebieden zorgvuldig met onze gebiedspartners te bespreken en in gezamenlijkheid tot plannen te komen. Het werkdocument dat een onderbouwing en toelichting gaat vormen op dit hoofddocument blijft daarom ‘under 1

Kamerbrieven ‘Voortgang integrale aanpak landelijk gebied, waaronder het NPLG’ en ‘Uitwerking piekbelastersaanpak en voortgang PAS-melders’ van 10 februari 2023.

2

construction’ tot het definitieve PPLG. Alleen zo kunnen we bijvoorbeeld nieuwe informatie uit het nationale Landbouwakkoord of opmerkingen en suggesties uit de gebieden op een goede manier een plek geven in het definitieve PPLG Overijssel en de zes gebiedsprogramma’s. Dit hoofddocument geeft een nadere invulling van de eerste versie PPLG Overijssel van 20 december 2022. Het geeft de grote lijnen van onze aanpak in en met de gebieden weer; het op te stellen werkdocument zal een nadere onderbouwing en toelichting geven op de inhoud. Informatie vanaf 3 april 2023 wordt meegenomen in de uitwerking richting het definitief PPLG Overijssel dit najaar. Het definitieve PPLG Overijssel (najaar 2023) en de kaderstelling in de nieuwe Omgevingsvisie zullen de basis vormen voor de uitvoeringskaders om de plannen met de gebieden verder te kunnen uitwerken. Ook wordt het PPLG Overijssel de basis die het Rijk nodig heeft om ons middelen uit het Transitiefonds toe te kennen zodat we snel aan de slag kunnen met die gebieden die er al aan toe zijn.

Planning Onze planning voor het vaststellen van het ontwerp PPLG is gebaseerd op de nu bekende landelijke planning, inleveren ontwerp PPLG bij het Rijk vóór 1 juli 2023, en de voor de Provinciale Staten verkiezingen (16 maart jl.) afgesproken planning met Provinciale Staten van Overijsel. Voorliggend concept ontwerp-PPLG hebben wij op 23 mei jl. vastgesteld en wordt op 21 juni opiniërend voorgelegd aan Provinciale Staten. Na verwerking van eventuele moties uit de Staten wordt het ontwerp-PPLG eind juni door ons vastgesteld en toegestuurd naar het Rijk voor toetsing. Wij verwachten het PPLG Overijssel in het najaar 2023 definitief te kunnen vaststellen en dat de financiële middelen snel daarna beschikbaar komen zodat we in 2024 kunnen starten met de realisatie van het PPLG.

3

2 Doelen Het landelijk gebied is belangrijk voor Overijssel. We willen dat het mooi, natuurrijk, economisch sterk en leefbaar blijft. Hier zorgen we samen met onze gebiedspartners voor. De Overijsselse manier is ook het tijdig met elkaar in gesprek gaan over onze toekomst. We doen dit door in het ontwerp PPLG Overijsel drie doelen onlosmakelijk met elkaar te verbinden: • Het behoud en de versterking van de sociaal-economische kwaliteit van het platteland; • Het realiseren van een toekomstbestendig perspectief voor de landbouw; • Het realiseren van natuurherstel, een robuust watersysteem en minder emissies van broeikasgassen. In tabel 1 staat een overzicht van de PPLG-doelen incl. de groen-blauwe doelen die naar verwachting nog worden toebedeeld aan Overijssel. Voor de overgangszones en de KRW-opgaven in de beekdalen is het Rijk nog aan het nadenken over structurerende keuzes en of deze dwingend of richtinggevend worden vastgelegd in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Zodra dit helder is zullen we dit meenemen. Thema 1

2

3

Sociaaleconomische kwaliteit

Perspectief landbouw

Natuur

Doel 1.1

Inzicht: het eerste doel is om inzicht te creëren in de sociaal-economische uitwerking van het PPLG op de zes PPL-gebieden. We hanteren hierbij de systematiek van de Brede Welvaart als uitgangspunt. In deze fase inventariseren we welke effecten we verwachten te zien op de brede welvaart in het landelijk gebied en brengen in kaart waar deze (nader) onder druk komt te staan, zorgen we dat deze effecten onderbouwd worden en richten monitoringsinstrumenten in om de komende jaren de daadwerkelijke effecten op het landelijk gebied bij te houden (meten).

1.2

Perspectief: het tweede doel is een wenkend sociaal-economisch perspectief te creëren met en voor de gebieden. We werken aan een sociaal-economische visie waarin mogelijkheden en kansen in het landelijk gebied centraal staan. Samen met de gebiedspartners zoals onder andere de Leadernetwerken, maken we plannen die bijdragen aan de economische vitaliteit, de identiteit, ruimtelijke kwaliteit en sociale cohesie. Deze worden deels ook in de gebiedsprocessen uitgevoerd.

1.3

Uitvoering: het derde doel is de ontwikkeling van instrumentarium voor de uitvoering van het sociaaleconomisch perspectief. We zetten in op regionale sociaal-economische structuurversterking waarbij we nauw samenwerken met andere Overheden, Ondernemers en Onderwijsinstellingen. We benutten de collectieve kennis en de denk- en draagkracht uit de gebieden met bestaande en nieuwe netwerken. Maatregelen zullen zich richten op lokale sociaal- economische versterking (bottom-up) en structuurversterkende maatregelen op provinciaal en gebiedsniveau (beleid). We werken hierbij vraaggestuurd en werken nauw samen met onze gebiedspartners bij de uitvoering van lokale plannen.

2.1.

Ontwikkelpad 1: optimaliseren en verduurzamen van de huidige (hoogproductieve, intensieve) bedrijfsvoering in a) duurzame hoogproductieve gebieden (grondgebonden), b) extensiveringsgebieden (grondgebonden) en c) als intensief, niet grondgebonden bedrijf.

2.2

Ontwikkelpad 2: omschakelen van het huidige bedrijfsmodel naar een meer extensieve en verbrede bedrijfsvoering in a) duurzame hoogproductieve gebieden (grondgebonden), b) extensiveringsgebieden (grondgebonden) en c) als intensief, niet grondgebonden bedrijf.

2.3

Ontwikkelpad 3: afbouwen en stoppen van het bedrijf in a) duurzame hoogproductieve gebieden (grondgebonden), b) extensiveringsgebieden (grondgebonden) en c) als intensief, niet grondgebonden bedrijf.

3.1

Bijdragen aan 30% biodiversiteitherstel Vogel- en Habitatrichtlijn in 2030 (door doelen 3.2 - 3.8)

3.2

Uitbreiden van het NNN conform de afspraken van het Natuurpact.

3.3

Realiseren instandhoudings-doelen Natura 2000 in de 24 Natura 2000-gebieden conform de aanwijzingsbesluiten.

3.4

Verminderen ammoniakemissie vanuit de landbouw met 41% t.o.v. 2019 in 2030-2035

3.5

Realiseren van 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied in 2050, ook ten behoeve van de verbindingen tussen natuurgebieden. Doel is 50% van de overbrugging naar 10% dooradering voor 2030 te realiseren (ca. 4.500 ha.).

3.6

Realiseren 8.200 ha nieuwe natuur (ook ten behoeve van noodzakelijke verbindingen tussen natuurgebieden) voor Habitats en leefgebieden voor de soorten beschermd onder de VHR, waarvan ca

4

Thema

Doel 7.015 ha buiten bestaande natuurgebieden in de periode tot 2050. Hiervan 30%, 2.460 ha, te realiseren voor 2030.

4

5

Water

Klimaat

3.7

Realiseren aanvullend 58.300 ha leefgebied voor VHR-soorten (ook ten behoeve van noodzakelijke verbindingen tussen natuurgebieden) in boerenland tot 2050, waarvan ca 17.500 ha voor 2030.

3.8

Aanvullende opgaven -op 3.1 - 3.6 – voor de doelen voor 2030 van de Europese Biodiversiteitsstrategie (en de nog vast te stellen Europese Verordening Natuurherstel).

4.1

Concentraties nutriënten (P en N) in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027), of zoveel lager als nodig is voor specifieke VHR-doelen.

4.2

Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027).

4.3

Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand (2027).

4.4

Goede zoetwaterbeschikbaarheid (koppeling met hydrologische maatregelen voor natuur, landbouw, beekherstel zandgronden en vernatting veenweide).

5.1

Verminderen broeikasemissies uit de veenweiden met ca 0,1 Mton CO2-eq per jaar in 2030 t.o.v. 2019.

5.2

Verminderen van de broeikasgasemissies van de landbouw (lachgas en methaan) met 0,7 Mton CO2-eq. Per jaar in 2030 t.a.v. 2020.

5.3

Bijdragen aan koolstofvastlegging in bomen/bos/natuur van 0,4 – 0,8 Mton CO₂ eq door uitbreiding van het areaal bos in Overijssel met ca 3500-4000 ha bos t.o.v. 2019.

Tabel 1: overzicht PPLG-doelen incl. groen-blauw die naar verwachting nog worden toebedeeld aan Overijssel Blauw: bestaande en bekende opgaven; Oranje: opgave richtinggevend vertaald naar provincies en Geel: opgave nog niet toebedeeld naar provincies, ook niet richtinggevend.

Voor doel 3.3 ‘Realiseren instandhoudingsdoelen Natura 2000 in de 24 Natura 2000-gebieden conform de aanwijzingsbesluiten’ zijn in 2022 en 2023 de wettelijk verplichte Natuurdoelanalyses (NDA’s) uitgevoerd. Met deze NDA’s is bepaald of met de reeds genomen maatregelen, de maatregelen die in uitvoering zijn, de geprogrammeerde maatregelen en de inzichten over de (nog) aanwezige drukfactoren/knelpunten de instandhoudingsdoelen in de Natura 2000-gebieden behaald gaan worden. De NDA’s laten zien dat de reeds uitgevoerde maatregelen naar verwachting bijdragen aan het oplossen van een groot aantal knelpunten. Doorgaan met de Ontwikkelopgave Natura 2000 is dan ook nodig. Uit de NDA’s blijkt echter ook dat er waarschijnlijk voor een aantal knelpunten extra maatregelen nodig zijn in de gebieden. Over de bevindingen uit de NDA’s en welke extra maatregelen eventueel nodig zijn worden trajecten uitgelijnd in en met de gebieden. Indien extra maatregelen nodig zijn, dan zullen deze onderdeel worden van het PPLG Overijssel.

5

3 Aanpak Denklijn: gecombineerde aanpak met drie sporen Onze denklijn voor de realisatie van een mooi, natuurrijk, economisch sterk en leefbaar landelijk gebied is een gecombineerde aanpak met drie sporen. De rode draad in de gecombineerde aanpak is het in heel Overijssel inzetten op een vitaal platteland met hechte gemeenschappen. • •

•

Spoor 1: in heel Overijssel – het geleidelijk realiseren van een grondgebonden melkveehouderij (binnen de kaders van het in april verwachte nationale Landbouwakkoord). Spoor 2: in de gebieden met een complexe meervoudige opgave – het gebiedsgericht realiseren van de opgaven voor KRW (droge zandgronden Twente), veenweide (Noordwest-Overijssel), overgangsgebieden rond Natura 2000-gebieden en tenslotte: groenblauwe dooradering i.c.m. een toekomstbestendige landbouw in deze gebieden; Spoor 3: in heel Overijssel – het bedrijfsgericht uitvoeren van maatregelen voor toekomstbestendige landbouw binnen de randvoorwaarden voor milieu en goede verdienmodellen.

Belangrijkste reden voor ons om in te zetten op een gecombineerde aanpak is dat we de synergie tussen doelen en maatregelen willen bevorderen om zo de netto impact op hectares en bedrijven te beperken. Onze inzet is om 180.000 ha. in gebruik te houden als landbouwgrond; dit is een vermindering van maximaal 10%. In de denklijn van de gecombineerde aanpak hanteren we bandbreedtes; we denken hiermee goed te zitten en onze doelen te kunnen realiseren.

Gebiedsgerichte samenwerking We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak. Dit past bij onze Overijsselse manier van werken. Door de opgaven per gebied te bekijken ontstaat een aanpak die past bij de eigenheid van het gebied en de eigen kenmerken voor ondernemerschap, cultuurhistorie en sociale en ruimtelijke kwaliteit. Zo kunnen we maximaal van onderop werken en gebruik maken van de sterke sociale netwerken. In de gebiedsprogramma’s komt de kennis en kunde van alle gebiedspartijen bij elkaar. Het PPLG omvat het hele landelijk gebied van Overijssel, gedefinieerd als contramal van het stedelijk gebied2. Ieder gebied bestaat in de uitwerking weer uit diverse deelgebieden waar de uitvoering daadwerkelijk zal plaatsvinden.

Prioriteren en aansluiten bij bestaande gebiedsprocessen De voorziene aanpak voor een mooi, natuurrijk, economisch sterk en leefbaar landelijk gebied is een omvangrijke klus en vraagt een zorgvuldige inzet van menskracht en middelen. Vanuit de provincie zullen wij de opgaven prioriteren op urgentie, bijv. KRW-doelen die in 2027 gerealiseerd moeten zijn; complexiteit van de opgaven, zoals in de veenweidegebieden en beekdalen; en op de ‘energie’ in het gebied. Wij vinden het belangrijk de individuele en collectieve energie in de gebieden te benutten en grotere en kleinere initiatieven die bijdragen aan de doelen te stimuleren en te faciliteren. Elke beweging, hoe groot of klein het project of experiment ook is, draagt bij aan de noodzakelijke transitie. Verder heeft het onze voorkeur om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande gebiedsprocessen voor zover dit past bij de fase en het stadium waarin het traject zich bevindt. Voor bijv. bestaande projecten binnen de Ontwikkelopgave Natura 2000 of lopende KRW-projecten van de waterschappen zullen we verkennen of

2

Het begrip stedelijk gebied is vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Zie ook Handreiking voor de gebiedsprogramma’s NPLG, conceptversie 25 november 2022.

6

verbreding naar de PPLG-doelen (tijdig) mogelijk is. Voor projecten in de realisatiefase of projecten waarvan de planfase net is afgerond, vinden wij dit niet zinvol.

Borging aanpak Willen we middelen van het Rijk ontvangen, dan moeten we laten zien dat onze PPLG-aanpak voldoende garanties biedt dat de doelen ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. De rechter beoordeelt namelijk of wettelijke doelen worden gehaald op basis van de mate van (juridische) stevigheid waarmee de programma’s en plannen om de doelen te halen zijn vastgelegd. Per spoor van onze aanpak kan borging er als volgt uitzien: • Spoor 1: via de afspraken in het nationale Landbouwakkoord en daarop gebaseerde nationale wet- en/of regelgeving; • Spoor 2: via de Omgevingsverordening en op doelniveau via het NPLG (formeel als programma onder de Omgevingswet); • Spoor 3: via de afspraken in het nationale Landbouwakkoord en de daarop gebaseerde wet- en/of regelgeving. Op basis van het op te stellen werkdocument en de nadere vertaling van de doelen naar de gebieden gaan we verder in gesprek in de gebieden. Deze gesprekken zullen leiden tot verkenningen per deelgebied. De verkenningen moeten een goed beeld opleveren van de huidige situatie en welke stappen gezet moeten worden om de doelen te realiseren. Ook moet in de verkenningen helder worden welk type gebiedsproces hiervoor nodig is.

Wij zien voor de gebiedsprocessen drie opties: • vrijwillige processen (bottum up – zelfrealisatie), • inrichtingsprojecten onder de Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG – wettelijk of vrijwillig) en • omgevingsplannen en projectbesluiten onder de Omgevingswet/Wro. Elk van de opties heeft voor- en nadelen en alle drie spelen ze een rol bij de ‘ruilverkaveling 2.0’ die in veel gebieden nodig is om de doelen te realiseren. De gebieden onder de WILG en Omgevingswet noemen we zoekof uitwerkingsgebieden. Deze zoekgebieden willen we vastleggen in de Omgevingsverordening zodat we de mogelijkheid hebben om het instrument van volledige schadeloosstelling te werken.

Instrumenten Bij onze denklijn van de gecombineerde aanpak met drie sporen en de bijbehorende sturingsfilosofie horen maatwerkoplossingen. Om te zorgen dat de benodigde maatregelen voor de realisatie van de doelen uitgevoerd kunnen worden, werken we aan een goed gevulde instrumentenkoffer. Zo kunnen we in samenspraak met onze gebiedspartners tot een optimale mix komen. Dit alles gebeurt binnen ruimtelijke kaders die worden vastgelegd in de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en binnen de uitvoeringskaders die worden vastgelegd in het definitieve PPLG Overijssel.

Organisatie – eerste contouren We gaan ervan uit dat er in 2024 wordt gestart met de realisatie van het PPLG Overijssel. Dit vraagt om een goede organisatie op provinciaal en gebiedsniveau. Eerste ideeën zijn om te werken met een uitvoeringsorganisatie op provinciaal niveau gericht op het faciliteren en stimuleren van de zelfrealisatie in de gebieden. In deze uitvoeringsorganisatie is kennis en aansturingskracht gebundeld en is de ‘backoffice’ ingericht. In de zes gebieden willen we gaan werken met gebiedsorganisaties die van en in het gebied zijn. De contouren voor de organisatie worden de komende maanden nader uitgewerkt in overleg met de gebiedspartners.

7

4 Financiën, randvoorwaarden en risico’s Indicatieve kostenraming De kostenraming voor het PPLG Overijssel volgt de denklijn van de gecombineerde aanpak met drie sporen en sluit aan bij de opbouw van het Transitiefonds. Voor wat betreft de maatregelen sociaal-economische kwaliteit in onderstaande tabel voorzien we een multiplier-effect (factor 2 à 3 uit ervaring van bestaande fondsen, zoals Leader, Regiodeal en andere), omdat er naast de euro's van het Rijk ook andere partijen investeringen zullen doen (denk aan Europese fondsen, andere provinciale programma's, lokale overheden en partijen in gebieden). Op aangeven van de gebiedspartners is de periode voor de sociaal-economische kwaliteit verlengd van 10 naar 12 jaar; gezien de impact van de opgaven is € 10 miljoen per jaar de absolute ondergrens om de leefbaarheid op het platteland op peil te houden. Omschrijving

Eenheid

Aantal

Prijs/eenheid

Totaal (miljard euro)

1

Maatregelen sociaal-economische kwaliteit

Stelpost

0,12

40

€ 10 miljoen / jaar voor een periode van 12 jaar (20242035) € 5 miljoen / proces

2

Gebiedsprocessen gebieden meervoudige opgave Gebiedsprocessen perspectief landbouw (projecten niveau boer-buurt) Bevorderen grondgebondenheid melkveehouderij en vermindering emissies veehouderij (opkoop indicatieve mix melkvee/varkens /pluimvee/kalveren bij omvorming/ extensivering/ beëindiging veehouderijen (o.a. doorhalen productierechten/ afwaardering bedrijfsgebouwen) Natuur inclusieve landbouw i.c.m. beheer leefgebieden VHR soorten, wateropgave KRW, klimaatopgave en groenblauwe dooradering (afwaardering gronden en /of beloning ecosysteemdiensten (30-jaar)) Inrichtingskosten gebieden met meervoudige opgave Investeringen verduurzaming landbouwbedrijven/innovatie Nieuwe natuur (2.445 ha waarvan /2.100 ha buiten het NNN) ** Uitbreiding bos (buiten NNN) ** Totaal Inflatielasten (bij 3%) In deze voorlopige kostenraming is uitgegaan van het prijspeil 2022. De inflatielasten zijn separaat in beeld gebracht o.b.v. een inschatting van de verdeling van de kosten over de periode 2024-2030. Bij een inflatie van 3% bedraagt de extra last € 0,75 miljard. Iedere extra procent inflatie levert een stijging van € 0,25 miljard op.

Aantal processen Aantal processen Stelpost

100

€ 250.000 / proces

0,03

€ 2 - 2,4 miljoen per bedrijf als het gaat om gehele bedrijven (exclusief grond)

1,8 – 2,0

Ha

Ca 25-35% van de van de veestapel (Met name inspelend op stoppende bedrijven (ca 3-4% per jaar) en extensiverende bedrijven 62.000-66.000 ha

1,6-1,8

Ha

10.000

Indicatief € 600 1.400 / jaar (of: afwaardering met gemiddeld 40% per ha) € 7.000 / ha

Stelpost

n.v.t.

€ 200 miljoen

0,2

Ha

2.445

€ 110.000

0,26

Ha

1.000

€ 71.000 / ha

0,08 4,36 – 4,76 0,75

Nr

3 4

5

6 7 8 9 10

0,2

0,07

Tabel 2: achtergrond kostenraming PPLG Overijssel inclusief inflatiecorrectie. Ramingen m.b.t. posten 5, 8 en 9 uitgaande van gemiddelde prijs landbouwgrond in kwartaal 4 2022. Op grond van nader met Rijk te bepalen uitgangspunten voor ramingen kunnen deze wijzigen.

De kosten van de programmaorganisatie, voorbereidingskosten, uitvoeringskosten provincie/partners en de kosten extra taken provincie/partnes door de generieke verzwaring / intensivering van taken als gevolg van de uitvoering van het NPLG en de aanvullende apparaatskosten zijn niet opgenomen in de tabel.

8

Randvoorwaarden Voor de provincie geldt dat we een aantal uitgangspunten hanteren voor het PPLG Overijssel: •

De onlosmakelijkheid van onze 3x3 aanpak betekent dat er geen onderdelen ‘los verkrijgbaar’ zijn.

•

We houden ons aan de wet. De wettelijke kaders stellen we niet ter discussie en dat betekent ook dat de juridische term ‘onontkoombare doelen’ simpelweg gehaald moeten worden in de projecten die bottom-up ontstaan. We realiseren ons dat daar spanning op kan ontstaan en zien het als onze rol om het PPLG zo te organiseren dat wat wettelijk moet, ook daadwerkelijk op vrijwillige basis realiseerbaar is door duidelijkheid aan de voorkant van gebiedsprocessen te bieden over de wettelijk verankerde doelen die dan ook echt gerealiseerd moeten worden. Deels vraagt dat ook wettelijke verankering van uitgangspunten door het Rijk en financiering van initiatieven onder duidelijke voorwaarden.

•

In onze aanpak gaan we uit van het behalen van doelen (doelsturing); het ‘hoe’(of de in te zetten middelen) willen we niet sturend laten zijn.

•

Dit concept ontwerp-PPLG biedt volgens ons een op reële inschatting van de inspanningen die nodig zijn om de doelen te realiseren. Zonder de benodigde inzet van het Rijk in geld (zonder knaken geen knaken) en andere middelen zien we geen realistische mogelijkheden voor de uitvoering.

Om het PPLG Overijssel verder te kunnen uitwerken en dit najaar te kunnen vaststellen, is het nodig dat de randvoorwaarden zoals we die ook benoemd hebben in de eerste versie PPLG worden ingevuld door het Rijk. Dit betekent dat wij de volgende inzet van het Rijk verwachten: •

Oplossen problematiek PAS-melders Alhoewel het legalisatieprogramma voor het PAS-melders is vastgesteld, biedt het beperkt mogelijkheden in Overijssel. Er is meer nodig voor de robuuste oplossing waar Rijk en provincies naar op zoek zijn. Zeker is dat voor een legalisatieoplossing een juridisch geborgde aanpak van stikstof noodzakelijk is. Om PASmelders te legaliseren is het nodig een natuurvergunning te kunnen verlenen op basis van extern salderen. Extern salderen is alleen mogelijk als kan worden onderbouwd dat het halen van natuurdoelen is verzekerd door andere maatregelen. Pas dan kan stikstofruimte worden gebruikt om een vergunning te verlenen voor andere activiteiten. Zijn de natuurdoelen onvoldoende geborgd, dan moet de stikstofruimte ten goede komen aan de natuur. Daar ligt zowel een rol voor het Rijk als een rol voor de provincie met het PPLG.

•

Duidelijkheid over Aanpak Piekbelasting De Aanpak Piekbelasting van het Rijk heeft als doel om op relatief korte termijn een forse reductie in stikstofbelasting te realiseren bij bedrijven die op dit moment veel stikstofneerslag veroorzaken in de natuur. De aanpak leidt tot een reductie van de “stikstofdeken” over Nederland wat zich met name uit in vermindering van depositie op grote natuurgebieden zoals de Veluwe en minder op kleine natuurgebieden zoals in Overijssel. De aanpak ondersteunt de PPLG-opgaven in Overijssel maar beperkt.

•

Duidelijk perspectief voor de landbouw en middelen voor ecosysteemdiensten Tweede helft mei wordt het Landbouwakkoord verwacht. Dit moet een langjarig en duidelijk perspectief en heldere, geborgde kaders voor de agrarische ondernemers bieden.

•

Middelen voor ecosysteemdiensten In de aanpak van het PPLG Overijssel is de langjarige financiering van de ecosysteemdiensten een belangrijk onderdeel. Ecosysteemdiensten zijn noodzakelijk voor een goed verdienmodel voor de agrarisch ondernemer in die gebieden waar een extensieve vorm van landbouw past bij natuur en water. We verwachten met het Landbouwakkoord ook hier meer duidelijkheid over.

•

Duidelijkheid over de taakstellende opgaven In de kamerbrief van 10 februari jl. heeft de minister richtinggevende doelen voor water en klimaat

9

aangegeven. Voor natuur geldt in beginsel 30% natuurherstel; het streven is dat er in april een indicatieve provinciale verdeling voor de natuuropgaven komt. Onze inschatting is dat we met de huidige bandbreedte in het PPLG Overijssel de natuurdoelen kunnen invullen. Duidelijkheid over alle taakstellende opgaven is nodig zodat wij deze kunnen doorvertalen naar de PPLG-gebieden. •

Middelen voor realisatie initiatieven en aankoop agrarische bedrijven Er is ongeveer € 24,3 miljard beschikbaar in het NPLG, hiervan heeft het Rijk een deel versneld beschikbaar gesteld. In Overijssel is € 19 miljoen voor projecten beschikbaar gekomen in 2023 en € 2,4 miljoen voor uitvoeringskosten in 2022/2023. Wij vinden het van belang om dat er snel middelen beschikbaar komen om aan de slag te gaan; te lang wacht is funest voor het draagvlak in de gebieden. Ook zijn er snel middelen nodig om agrarische bedrijven te kunnen kopen die nu willen stoppen. Deze middelen kunnen wij inzetten via ons provinciale anticiperend grondfonds.

•

Duidelijkheid over onontkoombaarheid internationale opgaven Het Rijk werkt aan nieuw instrumentarium en aan het toepassen van bestaand instrumentarium op grotere schaal. Via het Landbouwakkoord worden gesprekken gevoerd om tot een breed gedragen aanpak te komen; wij gaan ervan uit dat dit duidelijkheid gaat geven over de onontkoombaarheid van de internationale opgaven voor natuur, water en klimaat, met een heldere duiding van passend instrumentarium, zoals Omgevingsplannen en Projectbesluiten (‘Provinciale Inpassingsplannen’), inclusief de mogelijkheid ondernemers in die gebieden schadeloos te stellen.

•

Stellen van generieke normen op bedrijfsniveau, zoals voor de grondgebondenheid van de melkveehouderij.

•

Duidelijkheid nodig over rijksdoelen en richtinggevende normen op bedrijfsniveau voor emissies van ammoniak en methaan en mestgebruik Hierover is op dit moment nog geen duidelijkheid. Deze onderwerpen worden besproken in het kader van het Landbouwakkoord. Het is nodig dat de ondernemers op bedrijfsniveau weten aan welke normen zij richting 2030 er 2035 moeten voldoen, zodat zij hier gericht aan kunnen werken. En zodat wij hen in gebiedsprocessen gericht kunnen ondersteunen.

•

Eigen regie/verantwoordelijkheid bij inrichten eigen provinciaal grondbedrijf De provincie heeft zelf de regie over grond en gebiedsprocessen. Wij gaan ervan uit dat de Nationale Grondbank van het Rijk aanvullend is op de provinciale activiteiten en handelt op verzoek van of in afstemming met de provincie.

•

Financiële middelen voor een leefbaar platteland Ruimte voor extra investering in onder meer werkgelegenheid, voorzieningen, sociale structuren en brede welvaart op het platteland, in het kader van het doel sociaal-economische impact in de vorm van een rijksbijdrage aan een revolverend fonds met een omvang van € 10 miljoen euro per jaar voor een periode van 12 jaar (2024-2035).

•

Duidelijkheid over de toekomstige financieringssystematiek van provincies Een solide structurele financiële basis binnen de provincies moet geborgd worden, zodat wij onze rol in de grote opgaven, zoals die in het landelijk gebied, nu en in de toekomst kunnen blijven vervullen.

Risico’s Het PPLG Overijssel heeft verschillende risico’s die van invloed kunnen zijn op de succesvolle uitvoering van het programma. Risico’s die we in beeld houden en waarvoor we beheersmaatregelen treffen. Wij kijken daarbij naar financiële-, politiek-bestuurlijke-, juridische-, organisatorische- en maatschappelijke risico’s. a.

Financiële risico’s: het PPLG Overijssel vergt aanzienlijke investeringen van de provincie, het Rijk, waterschappen en gemeenten. De hoogte van de investeringen laat zich vooraf moeilijk inschatten. De bureaucratie van de beoordeling van maatregelpakketten en projecten kan de start en de realisatie

10

behoorlijk in de weg zitten. Bij de nadere uitwerking en concretisering van de deelplannen komt er steeds beter zicht op de benodigde middelen en wordt het uitvoeringsrisico kleiner. Maatregelen: we zorgen dat we goed contact houden met de betrokken ministeries over de eisen en spelregels van het PPLG en zorgen voor een degelijke onderbouwing van onze kostenraming. Daarnaast kijken we naar andere middelen die naast het Transitiefonds kunnen worden ingezet voor de uitvoering van het programmaplan. Onze ervaring met de Ontwikkelopgave Natura 2000 leert dat door zo te werken de overschrijding minder dan 1% is(totale investering daarvoor bedraagt € 800 miljoen, met een verwachte overschrijding van € 2,5 miljoen). b.

Politiek-bestuurlijke risico’s: het PPLG Overijssel wordt beïnvloed door politieke factoren. Veranderingen in politieke verhoudingen zowel gemeentes, waterschappen, provincie en/of landelijk, of veranderingen van beleid kunnen tot gevolg hebben dat de prioriteiten wijzigen en de onderlinge samenwerking verandert. Overijssel start na de verkiezingen van maart 2023 met een grotendeels vernieuwd bestuur dat opnieuw een standpunt zal moeten innemen en haar prioriteiten zal stellen. Maatregel: we gaan conform de landelijke en wettelijke vereisten en het nieuwe provinciale coalitieakkoord aan de slag met het PPLG Overijssel.

c.

Juridische risico’s: Juridisch gezien dient het PPLG Overijssel de basis te leggen voor een geborgde aanpak en daarmee ook de onderbouwing voor vergunningverlening. Zekerheid hierover is op voorhand niet te geven, totdat hierover jurisprudentie is gedaan. Tussen het vaststellen van het ontwerp-PPLG Overijssel (voor 1 juli 2023) en het definitieve PPLG Overijssel (najaar 2023) zijn we van plan om juridisch advies in te winnen over deze borging.

d.

Organisatorische risico’s: het PPLG Overijssel vereist zowel in de planvormende fase als in de uitvoering deskundig personeel. Dit vraagt om een goed personeelsmanagement, tijdige werving van nieuwe medewerkers en goede training en opleiding van bestaand personeel. Daarbij zoeken we samenwerking met gemeenten, waterschappen en andere betrokken organisaties, zodat hun deskundigheid en capaciteit ook kan worden ingezet. Goed beheer en bewaking van de planning zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat het programma verloopt zoals vastgelegd in het programmaplan. Onvoorziene omstandigheden, onvoldoende capaciteit of expertise kunnen zorgen voor een vertraging.

e.

Maatschappelijke risico’s: het vertrouwen in de overheid staat de laatste jaren onder druk en dat zal ook een rol spelen in de uitvoering van het provinciaal programma. Het is belangrijk om ons bewust te zijn van mogelijke polarisatie en daarbij ook ‘het stille midden’ te horen. Consequent handelen, transparant beleid, duidelijkheid over de bedoelingen en daadkrachtige uitvoering zijn essentieel om met het landelijk gebied tot overeenstemming te komen. Het PPLG kan ook worden beïnvloed door externe factoren zoals economische recessies of andere onvoorziene gebeurtenissen van buiten de provinciale organisatie. De provincie zal hierop alert moeten zijn en flexibel moeten inspelen op de veranderingen.

11

5 Sturingsfilosofie We maken waar wat we beloven. Dat is onze belangrijkste wens bij het realiseren van het PPLG Overijssel. In het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie is de sturingsfilosofie op hoofdlijnen geschetst. Met deze uitwerking vullen we deze verder in voor het PPLG, waarbij duidelijk is dat we dit met onze partners in de gebieden nog verder zullen verfijnen. Met de sturingsfilosofie houden we ons zelf, onze gebiedspartners en elkaar scherp. Het is voor ons inspiratie voor onze realisatiestrategie. We willen in Overijssel een mooi, natuurrijk, economisch sterk en leefbaar landelijk gebied. Het NPLG/PPLG biedt een unieke en ongekend omvangrijke impuls om daar een belangrijke bijdrage aan te leveren. We zijn daarom zelfbewust aan de slag met het PPLG Overijssel. Dit betekent ook dat we zelfbewust nadenken over de rol van de provincie, de gebieden, de partners en de samenleving bij de transitie van het landelijk gebied. We zijn ervan overtuigd dat een mooi, natuurrijk, economisch sterk en leefbaar landelijk gebied alleen kan slagen als we ons hier samen verantwoordelijk voor voelen in Overijssel. Waar mogelijk willen we het eigenaarschap voor het realiseren van de benodigde maatregelen van het PPLG Overijssel dan ook zo laag mogelijk in de gebieden neerleggen. Dit kan alleen met heldere kaders en passende randvoorwaarden en instrumenten.

Vanuit onze verantwoordelijkheid voor de realisatie zullen we deze vooraf meegeven met het PPLG Overijssel en de nadere uitwerking daarvan. We werken vanuit vertrouwen. Per PPLG-gebied geven we aan welke doelen gerealiseerd moeten worden, waarbij de leidende principes uit de Omgevingsvisie (waaronder ‘Water en bodem als basis’ voor de verdere ontwikkeling). Deze set aan doelen maken we vooraf helder en spreken we aan de hand van de gebiedsprogramma’s met onze partners verder af Per gebied maken we specifieke afspraken met de desbetreffende partners daarover. Gezamenlijk commitment zien we als een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering. De afgesproken doelen passen we gedurende de afgesproken uitvoeringsperiode niet aan. Het is aan een PPLG-gebied om aan te geven met welke maatregelen zij deze doelen wil gaan realiseren en wie daarin welke rol neemt. Werken vanuit vertrouwen betekent ook loslaten en accepteren dat doelen op een andere wijze gerealiseerd kunnen worden dan wij in onze denklijn van de gecombineerde aanpak hebben bedacht. Loslaten betekent niet dat wij als provincie geen rol hebben. Wij zijn op provinciaal niveau verantwoordelijk voor de totale doelrealisatie van het PPLG. Vanuit onze verantwoordelijkheid maken we afspraken op doelniveau en werken we met checks en balances.

We doen dit bij voorkeur per gebiedsproces, maar afspraken per PPLGgebied zijn ook denkbaar. Belangrijk is dat we afspraken maken met de gebieden. De PPLG-doelen moeten worden gehaald, bij voorkeur met kennis en draagkracht uit het gebied. Dit is niet vrijblijvend; indien nodig sturen we vanuit onze verantwoordelijkheid bij. Om te kunnen werken vanuit vertrouwen is het belangrijk dat we elkaar goed leren kennen en van elkaars belangen weten. Dat we nieuwsgierig zijn naar wat lokaal en regionaal speelt, welke spelers in het veld belangrijk zijn en welke kennis relevant en belangrijk is. Een belangrijk onderdeel daarvan is het begrijpen hoe de lokale identiteit in elkaar zit en wat specifieke kenmerken voor een gebied zijn, fysiek en sociaal. We maken samen optimaal gebruik van de kennis en kunde van het gebied. We zien dat voor het behoud en versterking van het landelijk gebied (sociaal-economisch en landbouw) gebieden en inwoners zelf het beste weten wat nodig is om tot een ‘gebiedsoptimale’ koppeling met de doelen voor natuur, water en klimaat te komen. We maken daarom gebruik van de sterke sociale netwerken die Overijssel rijk is en waarin reeds jarenlange samenwerkingservaring en betrokkenheid is opgebouwd. We werken gebiedsgericht vanuit de gebiedseigen kenmerken op het gebied van ondernemerschap, cultuurhistorie, sociale en ruimtelijke kwaliteit. In het landelijk

12

gebied van Overijssel leeft noaberschap en zorg voor elkaar. Bij de Overijsselse manier van werken hoort oog hebben voor ‘alleen ga je sneller, maar samen kom je verder’. Onze provinciale rol passen wij op deze manier van werken aan. Deels zijn we voor het PPLG de kaderstellende (bijv. concrete doelen per gebied) of regulerende overheid (bijvoorbeeld Omgevingsverordening) en afhankelijk van de positie die de gebieden kiezen zijn we de samenwerkende, regisserende of stimulerende overheid of de ondersteunende, faciliterende (responsieve) overheid. Passend bij de vraag die op dat moment in het gebied ontstaat. We zorgen voor de juiste randvoorwaarden, een goed gevulde instrumentenkoffer, bemensing en organisatie. Bij onze sturingsfilosofie past een gefaseerde aanpak. Ook kennen de gebieden verschillende snelheden. Naast duidelijke kaders per gebied maken we bij iedere fase duidelijke afspraken met het gebied over wat nodig is voor een positief beslismoment (go/no go). Zo zorgen we dat wederzijdse verwachtingen steeds goed afgestemd blijven. Een gefaseerde aanpak betekent ook: leren van elkaar. We zullen – zeker in het begin – moeten groeien in onze rollen en bij de start van de uitvoering zullen nog niet alle kaders en instrumenten volledig duidelijk en beschikbaar zijn. We vieren met elkaar de dingen die goed gaan en bespreken wat beter kan.

Daarbij durven we stevig te zijn op de inhoud, maar houden we oog voor een goede onderlinge relatie. We stellen ons als provincie transparant op en verwachten dit ook van onze gebiedspartners. In alle gevallen zijn wij er als provincie verantwoordelijk voor dat er in de gebieden een adequaat proces plaatsvindt. Dat noemen we procesregie. We vinden dat daarbij alle benodigde belangen goed aan tafel vertegenwoordigd zijn, waarvan het provinciaal belang er één is.

13

Bijlagen Bijlage 1: gebiedsprogramma’s (concept) De zes concept-gebiedsprogramma’s worden als aparte bijlagen meegestuurd.

Bijlage 2: procesverantwoording tot concept ontwerp-PPLG Dit document wordt als aparte bijlage meegestuurd.

Bijlage 3: van concept ontwerp PPLG naar definitief PPLG Het proces om te komen tot een definitief PPLG is een iteratief proces waarin de provincie de regie heeft, maar waarin in verschillende fasen steeds de afstemming wordt gezocht met het Rijk en de gebiedspartners. Het proces om van het concept ontwerp-PPLG te komen tot een definitief PPLG kent vier fasen: 1. Besluitvorming ontwerp-PPLG (mei – juni 2023) 2. Opstellen concept werkdocument en concept maatregelpakketten (mei – juni 2023) 3. Opstellen definitief PPLG en definitieve gebiedsprogramma’s (najaar 2023) 4. Besluitvorming definitief PPLG en definitieve gebiedsprogramma’s (eind 2023 – begin 2024) Ad 1. Besluitvorming ontwerp-PPLG De maanden mei en juni staan in het teken van de besluitvorming van het ontwerp-PPLG, alvorens het op 30 juni naar het Rijk zal worden gestuurd. De bijbehorende planning is als volgt: • 23 mei: GS -> Statenvoorstel wensen/bedenkingen concept ontwerp-PPLG • 24 mei: concept ontwerp-PPLG en concept gebiedsprogramma’s openbaar • 7 juni: Statencommissie : opiniërende bespreking concept ontwerp-PPLG • 21 juni: PS -> wensen en bedenkingen (in de vorm van moties) concept ontwerp-PPLG; • 27 juni: GS -> vaststellen ontwerp-PPLG • 30 juni: versturen ontwerp-PPLG naar Rijk. Ad 2.

Opstellen concept werkdocument en concept maatregelpakketten Parallel aan de bestuurlijke besluitvorming wordt ambtelijk gestart met het voorbereiden van het definitief PPLG en de definitieve gebiedsprogramma’s. Daarbij zijn drie verschillende deelproducten te onderscheiden. Agenderende randvoorwaarden vanuit de gebieden Bij het opstellen van de concept gebiedsprogramma’s zijn vanuit de gebieden diverse uitgangspunten en randvoorwaarden aangedragen. Deze zijn onder andere vastgelegd in de paragraaf Agenderende Randvoorwaarden in de concept gebiedsprogramma’s. Ook zal naar verwachting aan de bestuurlijke gebiedstafels in mei een aantal specifieke aandachtspunten worden genoemd. Deze worden door de provincie Overijssel samengebracht in een interne werknotitie. In de maanden mei en juni worden de genoemde vraagpunten, waar nodig in overleg met het Rijk, van een nadere reactie voorzien. Concept werkdocument Het definitieve PPLG moet voldoen aan een groot aantal technische randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn onder andere vastgelegd in de Handreiking gebiedsprogramma van het PPLG d.d. 17 maart 2023. De provincie Overijssel is voornemens deze technische uitwerking vast te leggen in een separaat werkdocument dat uiteindelijk een bijlage zal worden bij het definitieve PPLG.

In de maanden mei en juni zal de inhoud van het concept ontwerp-PPLG en de concept gebiedsprogramma’s ambtelijk verder worden uitgewerkt en in het format van dit werkdocument worden geplaatst. Ook de reactie op de eerdergenoemde agenderende randvoorwaarden vanuit de gebieden zal in dit werkdocument worden opgenomen, evenals aanvullende informatie uit

14

bijvoorbeeld het Landbouwakkoord. Op deze wijze ontstaat er een concept werkdocument dat vanaf 1 juli als basis kan worden gebruikt voor de vervolggesprekken met zowel het Rijk als onze gebiedspartners. Daarmee ontstaat een vergelijkbaar proces als in de periode januari tot en met april ook – op basis van de eerste versie van het PPLG - is doorlopen. Concept maatregelpakketten Om aanspraak te maken op de beschikbare Rijksmiddelen en per 1 januari 2024 ook daadwerkelijk met de uitvoering van het PPLG aan de slag te kunnen, moeten er zogenaamde maatregelpakketten worden opgesteld. Het totaal van de maatregelpakketten kan gezien worden als het uitvoeringsprogramma PPLG voor het jaar 2024. In de maanden mei en juni worden deze maatregelpakketten op basis van de inhoud van het concept ontwerp PPLG en de concept gebiedsprogramma’s opgesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het format en de aanwijzingen die hiervoor vanuit het Rijk zijn aangereikt. Het concept werkdocument en de concept maatregelpakketten worden naar verwachting eind juni 2023 door Gedeputeerde Staten worden vrijgegeven. Deze documenten hebben dan nog geen formele status, maar vormen de basis voor de vervolgbespreking met zowel het Rijk als ook met de gebiedspartners. De documenten zullen via een Statenbrief ter informatie aan Provinciale Staten beschikbaar worden gesteld. Ad 3.

Opstellen definitief PPLG en definitieve gebiedsprogramma’s Nadat de bestuurlijke besluitvorming over het ontwerp PPLG (ad 1) en het opstellen van de benodigde vervolgdocumenten (ad 2) is afgerond, start na de zomer het proces om te komen tot het definitief PPLG en de definitieve gebiedsprogramma’s. De gesprekken met het Rijk en de gebiedspartners zullen – net als eerder dit jaar - in deze fase opnieuw parallel aan elkaar lopen. Het Rijk zal daarbij onder andere gebruik maken van een toets team dat bestaat uit afgevaardigden van de verschillende departementen. Ook zal de Ecologische Autoriteit om advies worden gevraagd. De provincie wordt in de gelegenheid gesteld om de adviezen van het toets team en de Ecologische Autoriteit te verwerken in het definitief PPLG. Voor wat betreft het opstellen van de definitieve gebiedsprogramma’s wordt wederom gebruik gemaakt van de ambtelijke en bestuurlijke gebiedstafels. Voor de tweede helft van dit jaar worden op dit moment geen aparte gebiedsdagen voorzien. In de uitwerking zal ook aandacht worden besteed aan de benodigde uitvoeringsorganisatie en bijbehorende bestuurlijke samenwerkingsstructuren. De detailplanning voor deze fase zal naar verwachting rond 1 juli 2023 bekend worden gemaakt. Ad 4.

Besluitvorming definitief PPLG en definitieve gebiedsprogramma’s Het definitieve PPLG en de definitieve gebiedsprogramma’s worden voor besluitvorming aan Provinciale Staten voorgelegd. Dit zal naar verwachting eind 2023 of begin 2024 zijn 3.

3

Het Rijk gaat in de laatste brieven uit van 1e kwartaal 2024

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14994645/1