Concept gebiedsprogramma's
Tekst van het document
Concept Gebiedsprogramma Noordoost-Twente Versie voor de bestuurlijke gebiedstafel van 8 mei 2023
Vooraf Noordoost-Twente wordt gevormd door de gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen. Deze grensregio staat bekend om haar kenmerkende coulisselandschap, authenticiteit en gastvrijheid van inwoners en ondernemers. Het gebied heeft haar karakteristieke kleinschaligheid mede dankzij de talrijke landgoederen. Singraven, Schultenwolde en Huis te Breckelenkamp zijn hiervan bekende voorbeelden. De kleinschaligheid brengt met zich mee dat natuur- en cultuurwaarden goed in het landschap combineren. Natuurlijk in het landschap opgenomen zijn ook de vele, vaak eeuwenoude, hoeven (erven) die Noordoost-Twente rijk is. Maar er is veel meer dat het landschap zo rijk maakt. De stuwwallen zorgen voor hoogteverschillen met de Tankenberg nabij Oldenzaal als hoogste punt. Daarnaast wordt het gebied gekenmerkt door haar unieke bronnen en beken die het gebied doorsnijden. Het coulisselandschap en de natuurgebieden hebben een sterke toeristische aantrekkingskracht. De van oudsher geologische afwisseling van natuurgebieden, landbouw en (dorps)kernen wordt ervaren als ‘on-Nederlands mooi’. De natuurgebieden waaronder het Lutterzand, ’t Springendal en recreatiepark het Hulsbeek trekken veel bezoekers die er graag komen voor ontspanning. In dit gebied ervaart men het authentieke Twente. Het platteland is meer dan ooit in beweging, dit geldt ook voor Noordoost-Twente.
We constateren dat de variatie van soorten flora en fauna en afwisseling van landschapsstructuren afneemt. Ook heeft de verandering van het klimaat gevolgen voor de biodiversiteit. De druk op dit mooie en waardevolle landschap heeft zo ook zijn schaduwzijde. De hoogwaardige kwaliteit van het landschap is een zorg, maar ook de leefbaarheid van dorpen en het platteland vragen meer aandacht. De directe ligging van Noordoost-Twente aan de Duitse grens is een extra uitdaging om voor de doelen van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied Overijssel (PPLG) tot maatschappelijk geaccepteerde oplossingen te komen. Met het PPLG willen we investeren in ons landelijk gebied. We hebben daarbij aandacht voor een goed sociaaleconomisch perspectief, het herstel van het watersysteem, de verbetering van de biodiversiteit én een krachtige toekomstbestendige landbouwsector. We vinden het van groot belang om als gebiedspartijen in Noordoost-Twente op te komen voor onze belangen en ervoor te zorgen we met het PPLG werken aan onze toekomst in dit bijzondere gebied.
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 2
Samenvatting........................................................................................................................................... 4 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 5
2.
De PPLG-doelen ............................................................................................................................... 7 2.1 Realiseren van natuurherstel ........................................................................................................ 7 2.2 Een robuust watersysteem.......................................................................................................... 11 2.3 Klimaat ......................................................................................................................................... 14 2.4 Sociaaleconomische kwaliteit ..................................................................................................... 16 2.5 Perspectief voor de landbouw .................................................................................................... 17
3. Aanpak ............................................................................................................................................... 19 Bijlagen .................................................................................................................................................. 25
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 3
Samenvatting Met dit gebiedsprogramma leveren wij een uitwerking van het Overijsselse PPLG voor het deelgebied Noordoost-Twente. Het hoofddocument van het PPLG en dit gebiedsprogramma als bijlage vormen samen één geheel. Dit is daarom ook de leeswijzer. Het hoofddocument vormt het provinciaal kader en het gebiedsprogramma de uitwerking van het PPLG voor Noordoost-Twente. Noordoost-Twente staat voor verstrekkende maatschappelijke opgaven in het PPLG. Het realiseren van het natuurherstel, het bouwen aan een robuust watersysteem en de klimaatmaatregelen hebben een grote impact op het gebied. In het programma beschrijven we wat de opgaven betekenen voor Noordoost -Twente (inzicht), welke maatregelen en instrumenten we geschikt vinden om de opgaven te realiseren (perspectief) en hoe we de maatregelen op een gebiedsgerichte manier kunnen realiseren (uitvoering). De natuur in Noordoost-Twente staat onder druk. Daarom geeft het PPLG voor het gebied verschillende opgaven om de natuur in stand te houden en te versterken. Voor het watersysteem zijn ingrepen nodig die moeten leiden tot een robuuster watersysteem. Het opvangen van de extremen van de klimaatverandering, water van goede kwaliteit en een duurzaam watersysteem staan hierbij centraal. De klimaatdoelen voor landbouw en landgebruik zijn het verminderen van de broeikasgasemissies en het vastleggen van koolstof in bos en natuur.
In het gebiedsprogramma hebben we de provinciale PPLG-doelen opgenomen als kader. De uitwerking per gebied hebben we opengelaten. De doelen en opgaven per (deel)gebied willen we in samenspraak met de gebieden uitwerken en bepalen. Het PPLG betekent ook veel voor de sociaaleconomische kwaliteit van het gebied. Wat moet er gebeuren? Hoe kan het sociaaleconomisch perspectief voor het gebied worden behouden? Hoe versterken we de sociaaleconomische draagkracht van het gebied? Dit zijn daarbij belangrijke vragen. Het doorlopen van een zorgvuldig proces, waarbij de menselijke maat centraal staat voor het gebied én haar inwoners, vinden wij van groot belang. De Nederlandse landbouw staat voor grote en complexe ontwikkelingen. Wijzigingen in bedrijfsvoering hangen samen met het bodem- en watersysteem, het historisch landgebruik, de nabijheid van natuur en het type landbouw. Belangrijk bij deze veranderingen is dat de landbouw perspectief wordt geboden, zowel voor de ondernemers die hun bedrijfsvoering afbouwen, de agrariërs die blijven en zij die hun bedrijf verplaatsen. Met name in de periode tot 2035 ondersteunt de overheid hen structureel in de vorm van het beschikbaar stellen van financiële en organisatorische ondersteuning uit het PPLG. We beschrijven tenslotte uitvoerig hoe we een gebiedsproces van het PPLG willen vormgeven. Een vertrouwensrelatie moet daarbij centraal staan.
Werken vanuit vertrouwen betekent ook loslaten, het geven van ruimte voor een alternatieve invulling en accepteren dat doelen op een andere manier gehaald kunnen worden. In de afgelopen periode hebben de gebiedspartijen randvoorwaarden beschreven die zij belangrijk vinden voor het PPLG in Noordoost-Twente. Deze randvoorwaarden hebben we opgenomen.
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 4
1. Inleiding Aanleiding De aanleiding voor het Provinciaal Programma Landelijk Gebied is een aantal opgaven voor het landelijk gebied die nauw met elkaar samenhangen. Voor Overijssel zijn de verbetering van de waterhoeveelheid en -kwaliteit, biodiversiteit, een leefbaar platteland en een toekomstbestendige agrarische sector onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Rijk heeft provincies de opdracht gegeven een programma te ontwikkelen, waarmee we deze knelpunten kunnen aanpakken. Omdat de provincie Overijssel veel landschappen met sterk verschillende eigenschappen kent, werkt ze op gebiedsniveau. Provincie Overijssel onderscheidt zo zes gebieden. Noordoost-Twente is daar één van.
Figuur 1 Deelgebieden PPLG in Overijssel
Doel Het doel van dit gebiedsprogramma is tweeledig: 1. Het is een verfijning van het provinciale PPLG voor Noordoost-Twente. 2. Het is een eerste aanzet van de aanpak hoe de doelen kunnen worden gerealiseerd. Werkwijze Dit concept gebiedsprogramma is geen blauwdruk, maar een ontwikkelproces. Een proces dat tijd vergt en flexibiliteit vraagt van ons allen om stappen te zetten in de transitie van het landelijk gebied in Noordoost-Twente. Om tot een gebiedseigen plan te komen, hebben wij informatie opgehaald tijdens de gebiedsdagen, bij de ambtelijke en bestuurlijke gebiedstafels, maar ook bij verschillende individuele gesprekken met personen en organisaties in Noordoost-Twente. De gebiedspartners hebben een waardevolle bijdrage gegeven voor het gebiedsprogramma. Het ontwikkelproces willen we voortzetten omdat er altijd nieuwe inzichten komen hoe je een programma tot uitvoering kunt brengen. 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 5
Het concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente is onderdeel van het hoofddocument bij het PPLG-Overijssel, versie 11-4-2023. Het wordt als één van de zes bijlagen van het PPLG ingediend bij het Rijk. In de eerste versie van het concept gebiedsprogramma worden de kaders en opgaven voor Noordoost-Twente beschreven en hoe die gerealiseerd kunnen worden. Hieraan wordt de komende tijd nog verder aan gewerkt. Voor wie is het? Het gebiedsprogramma is als eerste opgesteld voor het gebied en haar inwoners. Doel is dat men via het gebiedsprogramma kennismaakt met het PPLG en wat de plannen concreet zijn voor NoordoostTwente. Daarnaast legt de provincie dit plan ter kennisname voor aan Provinciale Staten en het Rijk, zodat zij erover een besluit over kunnen nemen.
Figuur 2 Samenhang (ontwerp) PPLG en gebiedsprogramma's
We werken het gebiedsprogramma verder uit en leveren het in december 2023, samen met het PPLG-hoofddocument, op. Het PPLG-hoofddocument beschrijft de kaders van het PPLG voor de provincie Overijssel en hoe de provinciale opgaven kunnen worden gerealiseerd. Leeswijzer De opbouw van dit document volgt de lijn van het hoofdocument PPLG van Overijssel. Hiermee hanteren we een vergelijkbare structuur om de lezers de verbinding te geven tussen beide documenten. Beide documenten vormen samen één verhaal.
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 6
2. De PPLG-doelen Inleiding Om tot een transitie te komen van het landelijk gebied heeft de provincie Overijssel drie doelen centraal gesteld (concept ontwerp-PPLG Overijssel, dd. 11-4-2023). Deze gelden ook voor NoordoostTwente en zijn: 1. De maatschappelijke opgaven: het realiseren van natuurherstel, een robuust watersysteem en minder emissies van broeikasgassen. 2. Het versterken van de sociaaleconomische kwaliteit van het platteland. 3. Het realiseren van een toekomstbestendig perspectief voor de landbouw. In het landelijke gebied zijn meer ontwikkelingen, zoals de energietransitie en de behoefte aan en noodzaak tot woningbouw. Deze zaken vallen primair buiten onze opdracht. Waar dat mogelijk is, zullen we deze zaken combineren. Opzet van het hoofdstuk Voor de opzet van dit hoofdstuk hanteren we een vaste structuur. Elk gesteld doel is als volgt uitgewerkt: -
-
Algemene toelichting en beschrijving van de opgaven in Noordoost-Twente. Alleen voor de maatschappelijke opgaven: een tabel met de provinciale doelen en de uitwerking voor Noordoost-Twente. Hierbij merken we op dat de doelen voor Noordoost-Twente op dit moment nog niet zijn uitgewerkt. Het invullen van de provinciale doelen voor Noordoost-Twente willen we in samenspraak met het gebied vormgeven bij de uitvoering van de gebiedsprocessen. Per doel/opgave een beschrijving van: o Inzicht: wat betekent de opgave voor Noordoost-Twente? o Perspectief: welke maatregelen en instrumenten vinden we geschikt om de opgaven te realiseren? o Uitvoering: hoe kunnen we de maatregelen op een gebiedsgerichte manier realiseren?
2.1 Realiseren van natuurherstel Noordoost-Twente kenmerkt zich door een coulisselandschap waarbij natuur en landbouw in meer of mindere mate met elkaar zijn verweven. Natuurbeleid is gericht op het versterken en verbeteren van begrensde natuur in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), inclusief Natura 2000-gebieden en de directe omgeving. Het Natuurnetwerk vormt de robuuste ruggengraat van de natuur in Nederland en de Rijksambitie is deze te vergroten, te verbeteren en verbindingen tussen natuurgebieden tot stand te brengen. Europese wet- en regelgeving is tegelijkertijd gericht op het beschermen van soorten (VHR). Dit beperkt zich niet tot de begrensde natuurgebieden. Het natuurbeleid is ook gericht op verbreding naar andere sectoren, gebaseerd op water- en bodem sturend. Het agrarisch natuurbeheer en de groen-blauwe dooradering in het gebied passen hierbij als maatregelen. Er kan bovendien een verbinding worden gelegd met de verbetering van de kwantiteit en kwaliteit van water (KRW en Nitraatrichtlijn) Bron: Natuurbeheerplan Overijssel 2023
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 7
Noordoost-Twente heeft een uitgebreid natuurnetwerk met daarbinnen zeven N2000-gebieden: Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek; Bergvennen en Brecklenkampseveld; Dinkelland met de deelgebieden Dinkeldal en Punthuizen en Stroothuizen; Landgoederen Oldenzaal; Lemselermaten; Springendal / Dal van de Mosbeek en Lonnekermeer. Ook het uitwerkingsgebied van het N2000gebied Engbertsdijkvenen ligt voor een gedeelte in Noordoost-Twente. Dit betekent dat er voor dit gebied afspraken moeten worden gemaakt met het deelgebied Vechtdal over het proces en de maatregelen in het gebied Noordoost-Twente. .
Figuur 3 Kaart met de ligging van Natuurnetwerk en N2000 in Noordoost-Twente/ Provincie Overijssel 2023. Noordoost-Twente wordt gevormd door de gemeenten Dinkelland, Tubbergen, Losser en Oldenzaal.
De natuur in Noordoost-Twente staat onder druk en daarom worden er in het Nationale Programma Landelijk Gebied (NPLG) verschillende opdrachten aan Noordoost-Twente toegewezen om de natuur in stand te houden en te versterken. De doelen voor Noordoost-Twente moeten nog nader worden ingevuld. Dat is mede afhankelijk van de staat van de natuur op dit moment en de verwachte effecten die gepaard gaan met de maatregelen worden uitgevoerd volgens onder andere de Ontwikkelopgave N2000) en KRW. Mogelijk kunnen de opgestelde Natuurdoelanalyses een rol spelen. De eerste resultaten zijn echter 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 8
onvoldoende voor het gebied om te dienen als gezamenlijk vertrekpunt voor de nog te nemen maatregelen. In de onderstaande tabel (Overzicht van de stand van zaken van de doelen van het PPLG (natuurherstel) staan de opdrachten genoemd.
Thema Natuurherstel
1.1 1.2 1.3
1.4 1.5
1.6
1.7
1.8
Doel
Doel voor Noordoost-Twente
Bijdragen aan 30% biodiversiteitherstel VHR-richtlijn in 2030 (zie 1.2-1.8) Uitbreiden van het Natuurnetwerk cf. afspraken Natuurpact. Realiseren instandhoudings-doelen Natura 2000 in de Natura 2000gebieden cf. aanwijzingsbesluiten. Verminderen ammoniakemissie vanuit de landbouw met 50% in 2035 Realiseren van 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied in 2050, ook voor verbindingen tussen natuurgebieden. In 2030 50% van de overbrugging naar 10% dooradering voor 2030 te realiseren. Realiseren 8.200 ha nieuwe natuur (ook voor verbindingen tussen natuurgebieden) voor VHR, waarvan ca 7.015 ha buiten bestaande natuurgebieden in de periode tot 2050. Hiervan 30%, 2460 ha, te realiseren voor 2030. Realiseren aanvullend 58.300 ha leefgebied voor VHR-soorten (ook voor verbindingen tussen natuurgebieden) in boerenland tot 2050, waarvan ca 17.500 ha voor 2030 Aanvullende opgaven -op 1.1 - 1.6 – voor de doelen voor 2030 van de Europese Biodiversiteitsstrategie (en de nog vast te stellen Europese Verordening Natuurherstel).
Nader te bepalen / in te vullen. Nader te bepalen / in te vullen. Nader te bepalen / in te vullen.
Nader te bepalen / in te vullen. Nader te bepalen / in te vullen.
Nader te bepalen / in te vullen.
Nader te bepalen / in te vullen.
Nader te bepalen / in te vullen.
Tabel 1 Overzicht van de stand van zaken van de doelen van het PPLG (natuurherstel)(bron: werkdocument ontwerp PPLG). Toelichting op de tabel: Blauw = doelen die door het Rijk al zijn toebedeeld aan Overijssel; Oranje = doelen die naar verwachting door het Rijk bij vaststelling NPLG aan het Overijssel zullen worden toebedeeld; Geel = doelen die naar verwachting later in het NPLG zullen worden opgenomen en die zullen doorwerken in het PPLG; Groen = Provinciale doelen.
De staat van de natuur hangt samen met de emissie en uitspoeling van stikstof en nitraat - naast ander mineralen - die terechtkomen in de natuurgebieden. Bij de maatregelen van het PPLG wordt vooral gekeken naar het terugdringen van de emissie van stikstof vanuit de landbouw. In NoordoostTwente is dit een belangrijke factor. Naast de landbouw zijn ook andere sectoren van belang zoals 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 9
het verkeer, de industrie en de consument. Ook voor deze sectoren zijn landelijke afspraken gemaakt over de zaken die zij moeten oppakken als bijdrage aan het natuurherstel in Nederland. De stikstofopgave volgt uit de Wet stikstofreductie en natuurherstel die doelstellingen voor de omgevingswaarde bevat voor 2025, 2030 en 2035. De wet vraagt een daling van ongeveer 40% van de stikstofemissies uit de landbouw bovenop de verwachte daling uit het basispad (10%) ten opzichte van het ijkjaar 2019. Naast de emissiereductie zijn en worden veel maatregelen uitgevoerd (met name volgens de Ontwikkelopgave N2000) aan de instandhouding en versterking van de natuurgebieden. Afgelopen jaren is gewerkt aan uitbreiding van het Natuurnetwerk in Noordoost-Twente en momenteel rest nog een opdracht, waarvan het nog niet duidelijk is of en in welke mate die in Noordoost-Twente zijn beslag krijgt. Niet alleen de grootte van de natuurgebieden is van belang, maar ook de verbinding van met name de N2000-gebieden kan de uitwisselingen van planten en dieren bevorderen. Daarom wordt in Noordoost-Twente al via diverse initiatieven gewerkt aan het versterken van de groen-blauwe dooradering, een netwerk van landschapselementen en agrarisch natuurbeheer. Zie daarvoor onderstaande afbeelding. Onder andere via het gebiedscollectief Noordoost-Twente wordt hieraan gewerkt.
\ Figuur 4: Overzichtskaart areaal met subsidiebeschikking in 2022 Agrarische natuurbeheer en landschapselementen – Paars = regeling natuur en landschap; rood = regeling groen-blauwe diensten; groen = regeling agrarisch natuurbeheer
In Noordoost-Twente is ongeveer 6% van het landelijk gebied in gebruik voor de groen-blauwe dooradering. De PPLG-doelstelling is 10%. Daarbij gaat het om ongeveer 1.200 hectare. In Noordoost-Twente kan dit percentage mogelijk hoger liggen vanwege de aanwezigheid van veel N2000-gebieden en beken die in het NPLG als urgente gebieden zijn aangewezen en waaraan de groen-blauwe dooradering bij voorkeur wordt gekoppeld. 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 10
Inzicht
De Natuurdoelanalyses laten zien dat de tot nu toe uitgevoerde maatregelen uit de Ontwikkelopgave naar verwachting bijdragen aan het oplossen van een groot aantal knelpunten in de Natura 2000-gebieden. Monitoring moet uitwijzen of de effecten van de maatregelen daadwerkelijk optreden. Maar de Natuurdoelanalyses laten ook zien dat alleen de uitvoering van de natuurherstelmaatregelen niet volstaat. Er zijn aanvullende maatregelen nodig om bijvoorbeeld de stikstofdepositie te reduceren. De Natuurdoelanalyses laten ook zien dat in een deel van de gebieden ook extra natuurherstelmaatregelen nodig zijn. In Noordoost-Twente zijn dat de gebieden: Bergvennen en Brecklenkampse Veld, Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek en Dinkelland. Het gaat bijvoorbeeld om het verbinden van natuurgebieden of om het verbeteren van de hydrologische omstandigheden.
Perspectief
De beoogde maatregelen voor ammoniakemissie zijn volgens het PPLG, en dat wordt vanuit het gebied onderschreven, in de juiste onderlinge verhouding (grondgebondenheid, gecombineerde aanpak en bedrijfsaanpassingen) toereikend om de vereiste reductie te realiseren. In lijn met het PPLG en de VHR -strategie denken wij dat er ruimte is voor een samenhangend netwerk van natuurgebieden door in te zetten op de groenblauwe dooradering. We verwachten dat de Ontwikkelopgave N2000 zorgt voor goede condities voor de natuur in dit netwerk door het nemen van maatregelen in de natuurgebieden. In welke mate aanvullende maatregelen nodig zijn, moet voortkomen uit een gedegen nulmeting qua staat van de natuur.
Uitvoering
Ons doel is te zorgen voor samenhang tussen het beheer van de natuurgebieden en het omliggende agrarisch- en stedelijk gebied. In deze samenhang heeft agrarisch natuurbeheer of extensivering van de landbouw een rol. Naast de maatregelen die genomen zijn of de komende tijd worden genomen door het natuurprogramma Ontwikkelopgaven N2000, maar ook het KRWprogramma van het waterschap, zijn er al veel lopende private initiatieven voor bijvoorbeeld de realisatie van landschapselementen en agrarisch natuurbeheer. We vinden het van belang deze energie, versterkt door goede ontsluiting van kennis en middelen vanuit het PPLG, te benutten bij de verdere uitvoering.
2.2 Een robuust watersysteem In Noordoost-Twente ontspringen op diverse plaatsen bronnen. Het opborrelende grondwater vormt zich tot beken die het gebied doorsnijden. Andere beken ontspringen in Duitsland en komen Nederland binnen en verlaten die vaak ook weer vele kilometers later. Het gebied wordt gekenmerkt door de afhankelijkheid van regentoevoer. Water vasthouden, speelt daarom een centrale rol in het behoud en het verbeteren van waterkwantiteit en -kwaliteit. Voor de wateropgaven hanteren we ‘water en bodem sturend’ als leidend principe in de ruimtelijke ordening. Dat betekent dat er ruimte gereserveerd moeten worden voor waterveiligheid, het zorgen voor voldoende zoetwater en het beschermen van strategische grondwatervoorraden. Op basis van 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 11
‘water en bodem sturend’ staat het stroomgebied centraal met de onderdelen bodem, haarvaten / bronnen / vennen, bovenlopen, zijbeken (waardevolle kleine wateren) en de rivier de Dinkel. Een goede waterkwaliteit, zowel ecologisch als chemisch, is een basisvoorwaarde voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Schoon en ecologisch gezond water is belangrijk voor de landbouw, natuur en recreatie. De Kaderrichtlijn Water (hierna KRW) is het belangrijkste wettelijke kader voor een goede waterkwaliteit. Het programma dient eind 2027 gerealiseerd te zijn. Een korte uitleg is opgenomen in bijlage 3. Thema Water
Doel
Doel voor Noordoost-Twente
2.1
Concentraties nutriënten (P en N) in grond- en Nader te bepalen / in te vullen. oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027), of zoveel lager als nodig is voor specifieke VHR-doelen 2.2 Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in Nader te bepalen / in te vullen. grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027) 2.3 Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor Nader te bepalen / in te vullen. een goede kwantitatieve toestand (2027). 2.4 Goede zoetwaterbeschikbaarheid (koppeling Nader te bepalen / in te vullen. met hydrologische maatregelen voor natuur, landbouw, beekherstel zandgronden en vernatting veenweide). Tabel 2 Overzicht van de stand van zaken van de doelen van het PPLG (water)(bron: werkdocument ontwerp PPLG). Toelichting op de tabel: Blauw = doelen die door het Rijk al zijn toebedeeld aan Overijssel; Oranje = doelen die naar verwachting door het Rijk bij vaststelling NPLG aan het Overijssel zullen worden toebedeeld; Geel = doelen die naar verwachting later in het NPLG zullen worden opgenomen en die zullen doorwerken in het PPLG; Groen = Provinciale doelen.
Voor de wateropgaven maken we onderscheid in een wettelijk deel (de KRW) en wateropgaven voor het opvangen van de klimaatontwikkeling. Daarbij onderscheiden we: 1. Herinrichtingsopgaven KRW 2. Nutriënten 3. Klimaatrobuustheid 4. Drinkwater Herinrichtingsopgaven KRW De herinrichtingsopgaven voor KRW variëren van het maken van een vispassage tot het
vergraven ofwel herinrichten van lengte- en dwarsprofielen in de waterlichamen (onder andere zijbeken en rivier). Vanuit de gecombineerde aanpak is inhoudelijk goed te motiveren de KRW-opgaven waar mogelijk te koppelen aan de herinrichtingsopgave van andere opgaven in het PPLG. Denk daarbij aan de bossentstrategie, de groenblauwe dooradering en de reductie van stikstof en broeikasgassen. Nutriënten Er zijn grote zorgen over de waterkwaliteit en de invloeden van menselijk handelen. Voor wat betreft de waterkwaliteit is er onbekendheid over het effect van generieke (rijks)maatregelen zoals de smalle bufferstroken (1, 3 en 5 meter) en de verlaging van de mestgiften (eindigen derogatie). Het Rijk heeft dit nog niet doorgerekend. Opschaling van bufferstroken tot brede zones is daarmee in 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 12
deze fase niet helder. Het is verstandig om te onderzoeken op welke wijze eventuele bufferstroken t.b.v. nutriënten gecombineerd zouden kunnen worden met andere doelen (extensivering t.b.v. vernatting/vergroten grondwatervoorraad, natuurlijke herinrichting, bossenstrategie). De breedte van de bufferstrook in de beekdalen kan daarmee meer de uitkomst van een gebiedsproces worden vanuit stapeling van doelen / functies dan dat het sluitstuk is van het mestbeleid.
Klimaatrobuustheid
Ons klimaat verandert. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Het watersysteem is er niet goed op berekend deze extremen op te vangen. In de afgelopen vijftig tot honderd jaar zijn maatregelen getroffen om laaggelegen gebieden met van nature hoge grondwaterstanden te ontwateren. Daarmee is er niet alleen voor gezorgd dat in deze gebieden verdroging is ontstaan. Ook zijn daarmee hoger gelegen gebieden ‘droog getrokken’. In Noordoost-Twente is het daarom van belang om de sponswerking van de bodem te vergroten en te streven naar minder intensieve ontwatering. Gevolg kan wel zijn dat in de lager gelegen gebieden soms wateroverlast geaccepteerd zal moeten worden wat niet past bij het huidige grondgebruik. Minder ontwatering is wel positief voor de hogere delen en voor de grondwatervoorraad /zoetwaterbeschikbaarheid. Drinkwater In het gebied zijn vier drinkwaterwinlocaties gevestigd. Dit zijn winningen van waterleidingsbedrijf Vitens. Ze liggen bij Manderveen, Lemselo, Losser en Denekamp. Ook vlak over de grens liggen in Duitsland waterwingebieden die effect hebben op de situatie in Nederland.
Inzicht
Doel Waterkwantiteit: Het klimaat verandert. Als gevolg van klimaatverandering is in NoordoostTwente de kans op droogteperioden gedurende het groeiseizoen (voorjaar en zomerperiode) groot, waardoor er onvoldoende water beschikbaar is voor landbouwgewassen en natuur. Waterkwaliteit Een goede waterkwaliteit, zowel ecologisch als chemisch, is een basisvoorwaarde voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Perspectief
Waterkwantiteit Deze opgave in Noordoost-Twente is tegelijkertijd eenvoudig en complex. Eenvoudig: als er minder water in het voorjaar en zomer valt, zal het weinige water dat er nog wel valt én het water dat tijdens andere perioden valt, zoveel mogelijk vastgehouden moeten worden. Complex: het gebied wordt sterk bepaald door de stuwwallen van Oldenzaal en Ootmarsum. Waterkwaliteit Noordoost-Twente kent veel KRW-beeksystemen. We richten ons op de ecologische kwaliteit om op korte termijn de beken opnieuw in te richten die nog niet voldoen aan hun doel. Er zal meer tijd nodig zijn om de chemische kwaliteit van de beken te verbeteren tot het gewenste niveau.
Uitvoering
Waterkwantiteit
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 13
Samenwerking Zoetwater Voorziening Oost-Nederland (ZON), Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), Haarvaten Op Peil (HOP) door waterschap en provincie met stakeholders. Inzet kan gericht zijn op onder andere bodemverbetering, extensivering ont- en afwateringsmiddelen. Waterkwaliteit: Waterschap Vechtstromen zal het initiatief nemen om samen met gebiedspartners de ecologische kwaliteit van de Beneden- en Midden-Dinkel, Tilligterbeek, Geelebeek en de bovenlopen van de Loolee te verbeteren. Dit in navolging van de verschillende herinrichtingsprojecten van beken in de gemeente Losser. Het verbeteren van de chemische kwaliteit moet nader worden verkend en bestudeerd om potentiële maatregelen beter in beeld te krijgen.
2.3 Klimaat In het Klimaatakkoord is het doel gesteld dat de nationale uitstoot van broeikasgassen in 2030 is gedaald met 49% ten opzichte van 1990. Hiervoor zijn landelijk afspraken per thema gemaakt, zoals voor industrie en gebouwde omgeving. Voor dit gebiedsprogramma is het doel relevant voor het thema landbouw en landgebruik. Provinciale Staten van Overijssel hebben in 2019 ingestemd met de gemaakte afspraken voor Overijssel en die worden voor landbouw en landgebruik uitgewerkt in het PPLG. In het PPLG zijn drie doelen voor het thema landbouw en landgebruik opgenomen, waarvan 3.2 en 3.3 aan de orde zijn in Noordoost-Twente: Thema Klimaat
3.1
3.2
Doel
Doel voor Noordoost-Twente
Verminderen broeikasemissies uit de veenweiden met ca 0,1 Mton CO2-eq per jaar in 2030 t.o.v. 2019 Verminderen van de broeikasgasemissies met 0,7 Mton CO2-eq. per jaar in 2030 t.a.v. 2020
Niet van toepassing
Nader te bepalen / in te vullen.
3.3
Bijdragen aan koolstofvastlegging in Nader te bepalen / in te vullen. bomen/bos/natuur van 0,4 – 0,8 Mton CO₂ en door uitbreiding van het areaal bos in Overijssel met ca 3500-4000 ha bos t.o.v. 2019 Tabel 3 Overzicht van de stand van zaken van de doelen van het PPLG (klimaat)(bron: werkdocument ontwerp PPLG). Toelichting op de tabel: Blauw = doelen die door het Rijk al zijn toebedeeld aan Overijssel; Oranje = doelen die naar verwachting door het Rijk bij vaststelling NPLG aan het Overijssel zullen worden toebedeeld; Geel = doelen die naar verwachting later in het NPLG zullen worden opgenomen en die zullen doorwerken in het PPLG; Groen = Provinciale doelen.
In Noordoost-Twente is vooral de reductie van de emissies die vanuit de landbouw en landgebruik aan de orde. In Noordoost-Twente gaat het om het bekende CO2, maar vanwege de aanwezigheid van rundvee, ook om het terugdringen van methaan- en lachgas. Ook al is de opgave opgenomen in het PPLG, de terugdringing van de emissies is een verantwoordelijkheid van de betrokken partij en veroorzaker van de emissie. De opgaven zijn opgenomen, omdat maatregelen voor het PPLG ook een 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 14
bijdrage kunnen leveren aan de reductie van de broeikasgassen. Zie onder in het overzicht onder uitvoering. Inzicht
De landelijke opdracht voor de vermindering van broeikasgasemissies uit landbouw en landgebruik geldt voor 2030. Dit is een tussenstap in de uitwerking tot 2050. Gezien de inzet van klimaatneutraliteit in 2050 zal er na 2030 nog een forse reductie nodig zijn. De huidige emissie vanuit de landbouw in Overijssel bedraagt bijna 2,5 Mton CO2-eq per jaar, waarvan het grootste deel methaan. De voornaamste bronnen van methaanemissie zijn de pens fermentatie van runderen en de mestopslagen. De belangrijkste bron van lachgasemissies zijn het gebruik van zowel dierlijke mest als kunstmest en beweiding.
Figuur 5: Inzicht in de grootste bronnen en de beoogde restemissie van bijna 1,8 Mton in 2030 in Overijssel.
Naast de emissiereductie van de broeikasgassen moet volgens het klimaatakkoord de komende jaren een deel van de CO2 worden vastgelegd in bomen en bossen (0,4-0,8 Mton CO2 eq in 2030). Daarmee wordt tegelijkertijd de biodiversiteit versterkt. Met de uitvoering van de bossenstrategie Overijssel wordt hieraan gewerkt. De doelen van de bossenstrategie zijn opgenomen in het PPLG. Perspectief
De belangrijkste maatregelen voor deze opgave zijn voer- en managementmaatregelen, aanpassingen in stallen en mestopslagen en de vermindering van de omvang van vooral de melkveehouderij. Voor Overijssel is een bossenstrategie vastgesteld, waarvan een deel van de opgave een plek zal krijgen in Noordoost-Twente.
Uitvoering
Het realiseren van de reductie is een gezamenlijke opdracht van het Rijk en provincies met een mix aan generieke en gebiedsgerichte maatregelen. Het generieke Rijksbeleid richt zich vooral op het normeren van bedrijfsemissies en bedrijfsgerichte maatregelen. Het is nog niet duidelijk hoe klimaatmaatregelen van het Rijk zullen doorwerken naar de agrarische sector. De provinciale inspanning loopt vooral via de gecombineerde aanpak met gebiedsgerichte maatregelen voor water, natuur en ammoniak, waarbij een
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 15
zekere mate van extensivering van de veehouderij eveneens bijdraagt aan de methaanvermindering. Voor de vastlegging van CO2 voeren we de Bossenstrategie uit en dragen wij zo bij aan de NPLG-doelen. Met name de bosaanleg in combinatie met andere opdrachten en bosaanleg als onderdeel van gebiedsprocessen willen wij een plek geven in de gebiedsprocessen.
2.4 Sociaaleconomische kwaliteit Bij de beoordeling van de sociaaleconomische kwaliteit gaan we uit van de acht elementen van de methodiek ‘brede welvaart’. Brede welvaart is ’alles wat mensen van waarde vinden’ (bron: Planbureau voor de Leefomgeving). Deze methodiek is mede tot stand gekomen na een pilot in Springendal & Dal van de Mosbeek (2022). Maatregelen voor groen-blauwe doelen dragen bijvoorbeeld bij aan een beter milieu en een betere gezondheid. Op andere indicatoren hebben de maatregelen mogelijk ook een negatief effect. Zo kunnen er minder arbeidsplekken beschikbaar komen in en rondom een agrarische onderneming, kan de materiële welvaart van regio’s onder druk komen als er geen alternatieve werkgevers zijn of kan de sociale cohesie binnen de samenleving minder sterk worden.
Figuur 6: Acht elementen van de methodiek van brede welvaart
Binnen het PPLG Overijssel wordt op dit moment gewerkt aan het zichtbaar maken van de sociaaleconomische effecten die het gevolg zijn van de maatregelen voor de groen-blauwe doelen. Het behouden en versterken van de sociaaleconomische draagkracht in het gebied benaderen we lerend en iteratief: in gebiedsprocessen gaan bottum-up initiatieven, ervaringen en effecten hand in hand met, eventueel aanvullend, beleid, onderzoek en financiële impulsen. De samenwerking kan per gebiedsproces verschillen en wordt vanuit maatwerk vormgegeven. Inzicht
Op gebiedsniveau zijn de maatregelen voor de groen-blauwe doelen nog niet precies duidelijk. Dat maakt ook dat we op dit moment alleen op een abstract niveau iets kunnen zeggen over de te verwachten effecten. We gaan uit van het door PPLG voorgestelde proces, waarbij we aansluiten bij de concrete maatregelen. We zullen in de tijd een steeds beter beeld krijgen van de effecten op het landelijk gebied, zodat we daar op kunnen inspelen met sociaaleconomische maatregelen. De economie in Noordoost-Twente kent een belangrijke basis in de landbouw (direct en indirect) en de toeristische sector. Toerisme en recreatie zijn voor inwoners en gasten van aanzienlijk economisch belang en kan door de PPLG-maatregelen worden beïnvloed.
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 16
De vier gemeenten kennen een uitgestrekt landelijk gebied met grotere en kleinere kernen. Het gebied is voortdurend bezig met het behoud en versterken van de leefbaarheid van het gebied. Ook los van de PPLGmaatregelen hebben inwoners vanuit Programma Leefbaar Platteland en LEADER in Noordoost-Twente de afgelopen jaren al diverse initiatieven ontplooid. Goede voorbeelden zijn de verbouw van kerkgebouwen en realisatie van dorpshuizen. Ook is geïnvesteerd in initiatieven die een stem geven aan inwoners, zoals Focus op Leefbaarheid (voor leefbaarheid en gebiedsperspectief Springendal en Dal van de Mosbeek) en aan een gebiedsperspectief en grondbeleid voor Erve Austie in Beuningen. Perspectief
Vanuit het PPLG kan, in navolging van de maatregelen voor de groen/blauwe doelen, blijvend worden geïnvesteerd in de kwaliteit van de samenleving op het platteland. Deze initiatieven gaan vergelijkbaar of zelfs samen met bijvoorbeeld LEADER en Focus op Leefbaarheid, die voor de komende tijd ook los van het PPLG al volop bezig zijn. Voor recreatie en toerisme willen we werken aan ontwikkelingen waarbij groei mogelijk is, maar wel met respect voor de leefomgeving van inwoners, het landschap en de natuur.
Uitvoering
De uitvoering van de sociaaleconomische maatregelen is maatwerk. Ook zullen ze per gebiedsproces verschillen, omdat het immers te maken heeft met de kenmerken van het gebied en identiteit van de bewoners. Vanuit het PPLG komen meerdere en complexe maatregelen met soms tegengestelde belangen in de gebieden. Hierdoor zal het vaak niet eenvoudig worden om tot een oplossing te komen. We willen daarom in alle gevallen een zorgvuldig proces doorlopen, waarbij de menselijke maat (op lokaal niveau) centraal staat en waarbij rekening wordt gehouden met het betreffende gebied en de inwoners van dat gebied. Alleen met draagvlak vanuit het gebied en met de kennis van de inwoners kunnen we gehoor geven aan de zorgen.
2.5 Perspectief voor de landbouw In het Twentse landschap is de landbouw van oudsher aanwezig. In het gebied zijn veel karakteristieke erven te vinden die al vanaf de middeleeuwen zijn geworteld op dezelfde plek en waar de families het bedrijf van generatie op generatie voortzetten. Dit geeft aan dat de familiebedrijven een sterke binding hebben met het gebied. Cijfers Er ruim 1.200 landbouwbedrijven (CBS, 2022) in Noordoost-Twente, verder onder te verdelen in:
435 melkveehouderijen; 281 akkerbouwbedrijven; 400 overige graasdierbedrijven (mestkoeien, schapenhouderijen, etc.).
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 17
Verder kent het gebied nog 88 varkenshouderijen en 22 pluimveehouderijen. De landbouwsector is de grootste grondgebruiker (75%) in Noordoost-Twente. Daarna volgt bos met (10%) en bebouwing (5%). Van de ruim 1.200 bedrijven heeft naar schatting een kwart geen opvolger, waarvan we verwachten dat een deel zal stoppen. In het kleinschalige landschap hebben de agrariërs veelal moderne bedrijven. De gemiddelde veebezetting in Noordoost-Twente is relatief hoog te noemen. In de gemeente Tubbergen en Dinkelland is deze ongeveer 2,2 GVE per hectare (GVE= grootvee-eenheid, waarbij 1 GVE 1 koe is). In de andere twee gemeenten is de gemiddelde veebezetting aanmerkelijk lager (1,6 – 1,8 GVE/hectare). Naast de gangbare landbouw zetten veel ondernemers zich actief in voor de duurzame ontwikkeling van het bedrijf. Dit gebeurt op diverse manieren. Veel ondernemers zijn lid van het Gebiedscollectief Noordoost-Twente en sluiten beheercontracten af om de biodiversiteit te verbeteren. Dat doen ze door samen te werken met een van de terrein-beherende organisaties of door nieuwe verdienmodellen te helpen ontwikkelen zoals maatschappelijke diensten voor de landbouw. Een klein aantal houdt er een biologische bedrijfsvoering op na. Andere bedrijven zijn een neventak naast de hoofdinkomsten vanuit de landbouw begonnen. Denk daarbij aan zorgboerderijen, verblijfsrecreatie en verkoop van eigen producten.
De provincie verwacht (Perspectief voor de landbouw, 2022) dat landbouwkundig gebruik vooral innovatiever én extensiever gaat worden waarbij andere vormen van landbouw, zoals regeneratieve en biologische landbouw in omvang gaan toenemen. De provincie Overijssel zet in op een balans tussen land, vee, voer, (kunst)mest en andere externe inputs. De agrarische sector is ook voor Noordoost-Twente van groot economisch en maatschappelijk belang. De sector staat voor flinke uitdagingen, zoals de beperking van broeikasgassen, het terugbrengen van stikstofemissie en de overstap naar een meer circulaire en grondgebonden manier van landbouw die bijdraagt aan de verbetering van de leefomgeving. Ook het saneren van de asbestdaken, het vinden van nieuwe bestemmingen voor vrijkomende agrarische bebouwing of sloop van overtollige gebouwen is nog een omvangrijke opgave. Dat vraagt om nieuwe bedrijfsmodellen voor circulaire bedrijfsvoering op lokaal of regionale schaal, nieuwe verdienmodellen en mogelijk ook nieuwe financieringsmodellen. Bijvoorbeeld voor het waarderen van maatschappelijke diensten met als toekomstbeeld een vitale en duurzame landbouwsector, in balans met omgevingskwaliteiten en een robuust natuurnetwerk (onder andere door een lage stikstofdepositie). Inzicht
Perspectief
Het landbouwbeleid, PPLG en de Omgevingsvisie betekenen voor de landbouwsector een verandering voor de bedrijfsvoering van de toekomst. Een omslag die ingrijpend kan zijn en die we vanuit het gebiedsprogramma intensief willen ondersteunen. Zo zijn er diverse mogelijkheden hoe bedrijven met verschillende bedrijfsmaatregelen kunnen innoveren of juist extensiever willen gaan ondernemen als daar hun hart ligt. Het zijn keuzes die afhankelijk zijn van de mogelijkheden in het gebied en van de keuzes en voorkeuren van de ondernemers. Daar waar ondernemers overwegen om het bedrijf af te bouwen gaan we dit, indien gewenst, ook ondersteunen. 1. Voor alle agrarische ondernemers in Noordoost-Twente moet perspectief voor ontwikkeling worden geboden, zowel voor de ondernemers die hun bedrijf afbouwen als de blijvers en de agrariërs die hun bedrijf verplaatsen. 2. Het natuurlijk opbrengend vermogen en de draagkracht van een duurzaam Overijssels bodem- en watersysteem wordt leidend voor de landbouwproductie in onze provincie.
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 18
Uitvoering
3. Voor het toepassen van een ‘goede landbouwpraktijk’ wordt maximale ruimte geboden. Hierbij wordt gewerkt aan een beloningssystematiek (KPIsystematiek) om de maatschappelijke waarde van een ‘goede landbouwpraktijk’ financieel te kunnen waarderen. Hierbij hanteren we het principe ‘de boer als oplossing’. 4. We willen ruimte geven aan het verbouwen van veevoedergewassen zoals granen en vlinderbloemigen. Deze leveren een essentiële bijdrage aan de bodemkwaliteit- en vruchtbaarheid. 5. In Noordoost-Twente willen we werken aan een leefbaar landelijk gebied met ruimte voor de agrarische sector die vanuit het beheer van landschap en bodem een belangrijke rol voor die leefbaarheid speelt. 6. In Noordoost-Twente willen we het ondernemerschap in de landbouw blijven stimuleren. Dat wil zeggen dat het aan de ondernemer zelf is om de keuzes te maken op zijn bedrijf, rekening houdend met de mogelijkheden en maatschappelijke randvoorwaarden van het gebied. De omslag in de landbouw in Noordoost-Twente vereist een behoorlijke periode en loopt tot minimaal 2035 (programmatermijn Landelijk Gebied) met een maximale uitloop tot 2050. Met name in de periode tot 2035 springt de overheid structureel bij in de vorm van het beschikbaar stellen van financiële en organisatorische ondersteuning uit het PPLG.
Hierbij staan de (deel)gebiedsprocessen centraal waarmee de omslag in de landbouw in samenhang met de andere gebiedsopgaven kan worden uitgewerkt.
3. Aanpak De doelen van het PPLG zijn zeer ingrijpend en complex voor Noordoost-Twente, doordat meerdere maatregelen samen komen in het gebied. Uitgangspunt is om de PPLG-doelen te realiseren samen met het gebied op basis van vrijwilligheid, maar geen vrijblijvendheid. Hiervoor worden gebiedsprocessen opgestart. Vertrouwen is hierbij een groot goed.
Figuur 7: Interactie Top-Down versus Bottum-Up
Gebiedsindeling Het gebied Noordoost-Twente is te groot om dat in één proces op te pakken. Daarom wordt het gebied opgedeeld in kleinere gebieden van 500 tot 5000 hectare. De grootste opdrachten liggen 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 19
rondom de beekdalen en de N2000 gebieden. Deze kunnen dan ook de basis zijn voor de gebiedsindeling. De verdere indeling van het gebied wordt in overleg met het gebied bepaald. Gebiedsproces Om met het gebied van onderop te komen tot een gebiedsproces hebben wij vanuit het gebiedsteam een aantal stappen voor ogen. Deze stappen worden hieronder toegelicht. Deze fasering kan per gebied verschillen, afhankelijk van de behoefte die er is. Deze processen kunnen worden opgestart en gestimuleerd vanuit het gebiedsteam, maar kan ook begeleid worden door een van de partners of een extern bureau die door het gebied zelf is gekozen. Fasering gebiedsprocessen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Relatie opbouwen; Wensen inventariseren; Doelen per gebied bepalen; Maatregelen bepalen; Monitoring ; Realisatie.
1. Relatie opbouwen
Om met elkaar te kunnen werken aan de doelen is wederzijds vertrouwen een voorwaarde. Het vormt de basis om met elkaar in gesprek te blijven en elkaar te informeren. Dit kan door algemene informatieavonden, als bijeenkomsten per gebied, of zelfs aan de keukentafel. Leden van het gebiedsteam voeren deze gesprekken. Afhankelijk van de vraag en de beschikbare capaciteit zullen we hiervoor partners en/of externen benaderen. Werken vanuit vertrouwen betekent ook loslaten, het geven van ruimte voor een alternatieve invulling en accepteren dat doelen op een andere manier ook gehaald kunnen worden.
2. Wensen inventariseren
Hierbij wordt op gebieds-/erfniveau gekeken wat de wensen van de individuele (agrarische)ondernemers, partners en inwoners zijn. Hiervoor krijgen ondernemers de mogelijkheid om een bedrijfsplan te laten opstellen. Daarnaast geven de verschillende partners aan welke opgaven zij in het gebied hebben. Met deze informatie kunnen we kijken waar ruimte ontstaat of juist knelpunten zitten.
3. Doelen per gebied bepalen
Vanuit het Rijk en provincie worden de doelen naar de deelgebieden vertaald. Aan de hand van de inventarisatie kan worden gekeken hoe doelen voor het gebied gerealiseerd kunnen worden. Insteek is daar op basis van vrijwilligheid aan te werken. Maar als doelen niet behaald worden kunnen uiteindelijk dwingende of juridische instrumenten ingezet worden, .
4. Maatregelen
Afhankelijk van de gestelde doelen, kunnen per gebied maatregelen worden ingezet. Er wordt een ‘gereedschapskist’ met maatregelen samengesteld. Uit deze ‘gereedschapskist’ kunnen dan op gebieds-/erfniveau maatregelen worden gekozen. Als gebied kunnen er natuurlijk ook alternatieven worden aangedragen, die dezelfde doelen realiseren. Deze maatregelen kunnen verschillend van aard zijn. Hieronder staan vooral maatregelen voor het doel natuurherstel, omdat de maatregelen voor de andere twee doelen (perspectief landbouw en sociaal economisch) volgen op basis van de gevolgen voor de maatregelen op natuurherstel. Die worden met het gebied opgesteld We denken nu aan de volgende maatregelen: 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 20
-
Stoppers faciliteren; Extensivering (minder dieren/meer grond); Bedrijfsmanagement en technische maatregelen; Mestvergisting; Grondcoöperatie; Subsidies; streekeigen landschapsbeheer; Landschapsdeal; Andere teelten/gewassen ; KPI systematiek uitwerken voor Noordoost-Twente.
5. Monitoring
Om te weten waar het gebied naar toe moeten werken is een nulmeting erg belangrijk. Op welk punt staan we nu en waar willen/moeten we naar toe? Daarom is extra aandacht nodig voor monitoring.
6. Realisatie
Als er een plan ligt voor het gebied kan men overgaan tot realisatie van het plan. Door deze stappen met elkaar te doorlopen, ontstaat er een gebiedsproces van onderop. Dit proces is op basis van vrijwilligheid. Wanneer echter blijkt dat vanwege de complexiteit het erg lastig is om in overleg te komen tot realisatie van opgaven, volgens na een periode van één à twee jaar verplichte instrumenten. Om enig tempo te behouden zullen uitvoeringstrajecten op voorrang gestimuleerd moeten worden die passen in de hoofdlijnen van de PPLG. De afweging zal gebaseerd kunnen zijn op tempo (te behalen snelheid), haalbaarheid (wel of niet een gecombineerde aanpak), effectiviteit (welke samenwerkingsvorm helpt ons), flexibiliteit (sta open om op initiatieven te anticiperen), doelmatigheid (combineer zoveel mogelijk, maar accepteer dat losse, sectorale onderdelen door moeten). Partners Om de doelen voor Noordoost-Twente te realiseren, werken we met heel veel partners vanuit het gebied samen.
Gebiedspartners die op dit moment in Noordoost-Twente worden uitgenodigd voor de ambtelijke en bestuurlijke gebiedstafel zijn: gemeente Losser, gemeente Oldenzaal, gemeente Dinkelland, gemeente Tubbergen, Waterschap Vechtstromen, waterleidingsbedrijf Vitens, Landschap Overijssel, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Natuur en Milieu Overijssel, Overijssels Particulier Grondbezit, LTO Noord, OAJK, Producenten Organisatie Varkenshouderij, Nederlandse Vakbond Pluimveehouderij, VNO-NCW midden, MKB-Nederland, erfcoaches Noordoost-Twente, gebiedscollectief Noordoost-Twente, de provincie Overijssel en het Rijk. Een aantal gebiedspartners is actief aanwezig, anderen wat meer op de achtergrond. Planning Hieronder geven we aan welke planning we aanhouden. Korte termijn: 2023 – 2025 In deze periode is de inzet gericht op de volgende zaken: 1) Opstellen en afronden gebiedsprogramma; 2) Afspraken met partners over de wijze van samenwerking waaronder de governancestructuur; 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 21
3) Informeren en betrekken inwoners, bestuurders en volksvertegenwoordigers; 4) Fase van initiatief en verkenning voor gebiedsprocessen; 5) Inrichting uitvoeringsorganisatie; 6) werken aan ‘gereedschapskist’; 7) doen) opzetten van monitoring; 8) planfase KRW-waterlichamen opstarten. Middellange termijn: 2025 – 2027 In deze periode is de inzet gericht op de volgende zaken: 1) Gebiedsprocessen in uitvoering; 2) Opschalen uitvoeringsorganisatie; 3) Blijven informeren en betrekken inwoners, bestuurders en volksvertegenwoordigers; 4) Monitoring effecten maatregelen; 5) blijven werken aan de ‘gereedschapskist’. Lange termijn: 2027 – 2035 In deze laatste periode is de inzet gericht op de volgende zaken: 1) Oplevering gebiedsprocessen; 2) Monitoring effecten maatregelen; 3) Afbouwen uitvoeringsorganisatie; 4) Rapportage en verantwoording. Agenderende randvoorwaarden Om in Noordoost-Twente tot een goede aanpak voor de uitvoering van het PPLG te komen, hebben de gebiedspartners zaken gesignaleerd die van groot belang voor de verdere invulling van het PPLG. Hieronder volgt een opsomming van deze punten. 1.
2.
3.
4.
5. 6. 7.
In Noordoost-Twente lopen er diverse gebiedsprojecten (bijv. de N2000 gebiedsprojecten) die bijdragen aan de natuurdoelstellingen van het beleid. Deze projecten bevinden zich in de plan- en uitvoeringsfase waarbij de inrichting in veel gevallen nog moet gaan plaatsvinden. Hierdoor ontbreekt het overzicht wat de bijdrage van de gebiedsprojecten is aan de beleidsopgaven en wat de restopgave voor het PPLG is. Er is behoefte aan een duidelijk referentiepunt per N2000-gebied voor de PPLG-stikstofopgave voor het gebied. We richten onze aandacht op het reduceren van de emissie (niet de depositie) en volgen daarbij de landelijke emissie-reductiedoelstelling zoals die nu is vastgelegd in de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering. Voldoende ruimte voor ontwikkelen en testen van innovatieve technieken om stikstof te reduceren (inclusief versnelde goedkeuring) en registratiesysteem om de stikstofreductie en het bereiken van andere doelen vast te leggen. Het belang van goed ondernemerschap; ondernemers maken zelf de keuze hoe ze willen ondernemen op hun bedrijf en in hun gebied waarbij ze ook zelf verantwoordelijk willen zijn voor de gebiedsdoelen van het PPLG. Het inzicht in vergunningen (Wet Natuurbescherming) op gebiedsniveau. Er bestaat nu geen totaaloverzicht van de vergunde ruimte (gebruikt, latent, slapend).
De mogelijkheid om écht vanuit onderop invulling te geven en dus niet (direct) vanuit harde normeringen die top-down worden ingevoerd. De te bereiken doelen voor het Noordoost-Twente moeten duidelijk zijn en moeten inhoudelijk goed zijn onderbouwd en uitlegbaar zijn.
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 22
8.
9.
10. 11.
12.
13.
14.
15.
Instrumenten, financiën en planning moeten duidelijk zijn en de kaders voor gebruik en inzet van instrumenten moeten werkbaar zijn. Sturing op het doel en niet op procedures is hierbij essentieel. Instrumenten en procedures moeten ondersteunend zijn aan het proces en realisatie van de opgaven en zijn dus geen doel op zich. Bevoegdheid en mandatering van projectverantwoordelijken moet zijn geregeld waarbij deze zo laag mogelijk moet worden belegd. Het mandaat ligt in het gebied. Dit onder voorwaarde van verantwoording en rapportage. Er moeten tijdig voldoende mensen beschikbaar zijn die over voldoende kennis en expertise beschikken. Wanneer agrarische grond met eventueel bedrijfsopstallen gekocht kan worden, moet er op aangeven van de verantwoordelijke, snel en zorgvuldig worden gehandeld om te komen tot aankoop. Grond in eigendom van de overheid moet beschikbaar zijn voor de gebiedsprocessen, waarbij een belangrijke inspraakrol vanuit het gebied van groot belang is. Transitie naar meer akkerbouw vraagt om aanpassing van de norm voor het aandeel blijvend grasland vanuit de EU. Nu is deze norm in potentie beperkend voor een transitie.
Ondernemers die overwegen om te vormen naar (deels) andere bedrijfsvoering moeten helderheid hebben over de kaders waarbinnen omvorming kan plaatsvinden, maar ook over de vraag wat er met zekerheid gesteld kan worden over hun verdienmodel zodat de ondernemer een weloverwogen keuze kan maken. Voor ondernemers die ervoor kiezen om grond met natuur(waarden) te beheren (ecosysteemdiensten), moet ook voor langere termijn zekerheid zijn over dekking van kosten voor beheer. Termijnen van twintig jaar of meer zijn hiervoor wenselijk. De PIP gebiedsprocessen vanuit de Ontwikkelopgave N2000 die klaar zijn voldoen aan de doelstellingen. Aanvullende opgaven zijn niet nodig. De overige landelijke opgaven zoals emissiereductie van stikstof en methaan, zullen wel landen in deze gebieden.
Grensoverschrijdende samenwerking Noordoost-Twente grenst voor een groot deel aan de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen. De aanpak met Duitsland is in eerste instantie gericht op kennisdelen en een dialoog beginnen (in samenwerking met de Oostelijke provincies), met inhoudelijke samenwerking als doel. We vinden het primair de verantwoordelijkheid van het Rijk (de ministers van LNV) om met de Duitse deelstaten in overleg te treden over de afstemming van het PPLG-programma met het Duitse beleid. Wel willen we als gebiedspartijen ook in dit gebiedsprogramma de noodzaak nogmaals uitspreken om op korte termijn te komen tot concrete en goedwerkende oplossingen voor dit maatschappelijk zeer lastige probleem. Koploperprojecten Als er in de komende periode initiatieven zijn, willen we daaraan ruimte bieden om een koploperproject te starten. Die koploperprojecten kunnen we ondersteunen met geld, capaciteit en kennis. Dat zijn niet alleen initiatieven in het kader van de gecombineerde aanpak om de groenblauwe doelen te realisaren, maar zeer zeker ook initiatieven voor de sociaaleconomische kwaliteit en ontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw. We willen hierbij voortborduren op mooie initiatieven die al uit het gebied komen zoals Focus op Leefbaarheid (FOL), het Leader programma, de Land Bouwers, etc.
Met de andere gebiedspartijen gaan we projectenmarkten organiseren om gebieden uit te nodigen PPLG-projecten voor te dragen. Middelen 2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 23
De maatregelen voor Noordoost-Twente vragen om een fors pakket aan beschikbare middelen om deze te kunnen uitvoeren. Onder middelen wordt onder meer verstaan menskracht, tijd en financiën. Voor 2023 heeft de provincie Overijssel een gebiedsbudget beschikbaar gesteld van € 300.000 voor koploperprojecten. De menskracht van het gebiedsteam kan daarbij worden ingezet. Gebiedsprojecten kunnen worden gestart als er PPLG-middelen vanuit het Rijk worden toegezegd. We verwachten dat de eerste middelen in 2024 beschikbaar zijn. Daarvoor zullen concrete uitwerkingen opgesteld moeten worden conform die hiervoor geschetste werkwijze.
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 24
Bijlagen 1. Jaarplan 2023-2024 (wordt later toegevoegd) 2. Communicatieplan (wordt later toegevoegd) 3. Toelichting KRW
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 25
Bijlage 1 Jaarplan 2023-2024 (wordt later toegevoegd)
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 26
Bijlage 2 Communicatieplan (wordt later toegevoegd)
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 27
Bijlage 3 Toelichting Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel de chemische en ecologische waterkwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Europa structureel te verbeteren. De KRW kent hiervoor meerdere planperioden van 6 jaar waarin maatregelen moeten worden genomen die leiden tot het behalen van de doelen. De derde planperiode eindigt eind 2027 en dat is het moment waarop de doelen bereikt moeten zijn. De KRW stopt daarna niet, en loopt dus door na 2027 (t.b.v. vasthouden van de doelen). De doelstellingen en maatregelpakketten en de daarbij behorende KRW-factsheets zijn vastgelegd in het Stroomgebiedsbeheerplan (voor ons: SGBP Rijn). Dit plan is opgebouwd uit de plannen van de rijksoverheid (Nationaal Waterprogramma en Beheerprogramma Rijkswateren), provincie (Regionaal Waterprogramma) en waterschap (Waterbeheer Programma). De uitvoering van de maatregelen en daarmee het behalen van de doelen zijn een wettelijke resultaatsverplichting. Tevens geldt er een rapportageplicht (3-jaarlijks). De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de coördinatie, rapportage naar Brussel en het nemen van generieke maatregelen. De provincies stellen formeel de ecologische doelen vast (chemische doelen zijn voor het grootste deel voorgeschreven op Europees en deels nationaal niveau) en zijn verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit- en kwantiteitsdoelen.
De waterschappen zijn verantwoordelijk voor inrichtingsmaatregelen in het oppervlaktewatersysteem, emissiereductie op rwzi’s, vergunningverlening en handhaving van puntlozingen en de monitoring van de oppervlaktewaterkwaliteit. Het terugdringen van diffuse lozingen zijn de verantwoordelijkheid van de sectoren waar dit speelt en/of generieke regelgeving vanuit de rijksoverheid (o.a. productenbeleid, mestbeleid en -wetgeving, gewasbeschermingbeleid– en regelgeving).
2023.04.26 – PPLG- concept gebiedsprogramma Noordoost-Twente
Pagina 28
Provinciaal Programma Landelijk Gebied Gebiedsprogramma Zuidoost Twente
Gebiedsteam Zuidoost Twente Versie 17 mei 2023 (vierde concept)
Inhoud Inhoud ......................................................................................................................................................2 1. Algemene toelichting ...........................................................................................................................4 1.1 Doelen PPLG Overijssel ..............................................................................................................4 1.2 Beschrijving van het gebied .......................................................................................................6 1.3 Korte procesbeschrijving tot heden met bijzonderheden.........................................................7 1.4 Leeswijzer ..................................................................................................................................7 2.