Bijlage Raadsmededeling Meicirculaire gemeentefonds 2022
Tekst van het document
Meicirculaire gemeentefonds 2022
Bijlage 1. Verklaring financiële gevolgen meicirculaire 2022 en overige informatie 1.1
Herijking gemeentefonds
De afgelopen jaren hebben de fondsbeheerders samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023. Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. De gemeente Hellendoorn is een voordeelgemeente: volgens de berekeningen op basis van de gegevens per mei 2022 zou Hellendoorn een voordeel hebben van circa € 73,-- per inwoner. Om te komen tot een maximaal voordeel van genoemde bovenstaande bedragen, wordt een suppletieuitkering toegepast. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Er komt voor openstaande vragen een Onderzoeksagenda. De bedragen van de suppletie-uitkering voor 2026 en verder zijn afhankelijk van de besluitvorming naar aanleiding van de evaluatie van het nieuwe verdeelmodel die uit de Onderzoeksagenda zal voortkomen.
In afwachting hiervan is door het ministerie gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletieuitkering door te trekken.
Herijking gemeentefonds
2022
2023
2024
Herijking conform Rijksberekeningen obv info 2022 af: suppletieuitkering
-
2.623 -2.354
2.623 -1.815
Ingroeipad herijking Is per inwoner
0 0 €
1.2
269 7,50 €
808 22,50
bedragen x € 1.000 2025 2026
€
2.623 -1.276
2.623 -1.276
1.347 37,50 €
1.347 37,50
Accres en wijzigingen in hoeveelheden
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. De jaarlijkse toename of afname voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres genoemd. Ontwikkeling accres en algemene mutaties Accres
2022 2.040
2023 6.724
2024 9.035
bedra gen x € 1.000 2025 2026 10.530 4.584
- accresontwikkeling (loon/prijs/aandeel in ontwikkelingen rijk
1.840
6.293
8.356
9.595
4.584
- bevriezen opschalingskorting - uitname uit accres voor volkshuisvestingsfonds - uitname uit accres wegens woningbouwimpuls - reguliere bijstelling behoedzaamheid agv nieuw jaar Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschilllen
200 -145
747 -280 -187 150 105
994 -280 -185 150 202
1.247 -276 -186 150 318
368
1.895
6.828
9.237
10.848
4.951
Accres De in deze circulaire opgenomen wijziging van het accres heeft grotendeels betrekking op de gevolgen van het regeerakkoord: het Rijk heeft grote plannen en gemeenten pikken daar van een graantje van mee. Daarnaast zijn er voor gemeenten specifieke afspraken gemaakt. In het accres zijn de loon- en prijsstijgingen die berekend zijn door het CPB meegenomen. Er worden geen accresstijgingen voor 2026 en de jaren daarna gedaan door het kabinet, behalve een bedrag van € 1 miljard voor 2026 (prijspeil 2022). De algemene accresontwikkeling laat daarom een enorme val ten opzicht van 2025 zien. Het zogenaamde ‘Ravijn’ in de gemeentefondsontwikkeling. De gemeente Hellendoorn rekent met constante prijzen, dat wil zeggen dat in de meerjarenraming 2023 e.v. geraamd wordt op prijsniveau 2023. In onze berekeningen voor het accres gemeentefonds wordt ook alleen gerekend met deze indexatiecijfers, niet met loon- en prijsindexaties over de latere jaren (2024 e.v.). Ook de toegezegde bevriezing van de opschalingskorting is via het accres meegenomen. De opschalingskorting is een algemene korting die het Rijk aan gemeenten heeft opgelegd en die gemeenten zouden moeten realiseren door te fuseren i.c. schaalvergroting. Het kabinet schrapt deze opschalingskorting voor de jaren t/m 2025.
Voor de nieuwe regeerperiode (vanaf 2026) blijft dit echter staan: een extra tegenvaller voor het structurele beeld. In het Coalitieakkoord zijn vanaf 2023 middelen voor woningbouwimpuls (10 x € 100 miljoen) en volkshuisvesting (4 x € 150 miljoen) opgenomen in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK). Gemeenten kunnen daar door middel van een aanvraag een beroep op doen. Ter gedeeltelijke voeding van de SPUK’s is voor de jaren 2023 tot en met 2025 3 x eenmalig € 250 miljoen aan het accres onttrokken. Voor Hellendoorn betekent dit een onttrekking uit Algemene Uitkering van circa € 465.000,-- gedurende de jaren 2023-2025. Voor welk bedrag wij een beroep kunnen doen op de specifieke uitkeringen is nog niet bekend. Het is altijd ongewis hoe het accres zich over de jaren heen zal ontwikkelen. Hoe verder in de toekomst, hoe meer onzekerheid. Daarom wordt er over de gehele uitkering een behoedzaamheidsmarge geraamd die toeneemt naarmate deze verder in de tijd ligt. Nu 2022 het nieuwe basisjaar wordt, schuift deze marge een jaar op. Het betreft hier de reguliere behoedzaamheidsmarge. Ontwikkeling uitkeringsbasis/hoeveelheidsverschillen Deze mutaties zijn het gevolg van wijzigingen in de gehanteerde maatstaven en de mate waarin de ontwikkeling van de aantallen gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkelingen.
Bij de doorrekening van de meicirculaire hebben we een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de hoeveelheden per maatstaf voor de komende jaren voor de gemeente Hellendoorn. Nu de nieuwe verdeling van het gemeentefonds speelt vanaf 2023 zijn de verschuivingen moeilijker te volgen: immers sommige maatstaven vervallen, andere zijn nieuw en veelal wegen ze zwaarder of minder zwaar mee in de verdeling van de Algemene Uitkering van het gemeentefonds.
1.3
Extra behoedzaamheid
We stellen voor extra behoedzaamheid in acht te nemen voor de jaren 2024 en 2025. We zien hier een excessieve toename van het accres, mede als gevolg van het trap-op trap-af mechanisme waarin we meelopen met de uitgaven van het Rijk. We verwachten dat het Rijk al deze uitgaven niet zal kunnen realiseren. Om te voorkomen dat we pas op een laat moment met tegenvallers geconfronteerd zullen worden ramen we een extra behoedzaamheid van respectievelijk € 0,8 en € 2,3 miljoen in 2024 en 2025. Ook met betrekking tot het BTW-compensatiefonds (BCF) wordt behoedzaam geraamd: er wordt geen stelpost meer opgenomen voor te ontvangen middelen die zullen resteren uit het BCF.
1.4
WOZ-waarde mutaties
De doorrekening van de meicirculaire heeft plaatsgevonden op basis van de meeste actuele informatie over de actuele WOZ-waarden in combinatie met de meest actuele inschatting van de prijs- en volumeontwikkeling. Doordat de gemeenten in het oosten van het land wat later te maken hadden met de hoge waardestijgingen van woningen dan de gemeenten in de Randstad, hebben we vertraagd hiervan de effecten op de gemeentefondsuitkering.
1.5
BTW-compensatiefonds
Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Als het macroplafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. Bij de septembercirculaire is een indicatie gegeven van de te verwachten ruimte onder het plafond in 2021. Op basis hiervan is op dat moment een voorschot verstrekt in de gemeentefondsuitkering van € 391.000,--. De definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond over 2021 vindt nu plaats in de meicirculaire 2022: nogmaals volgt hieruit een voordeel van € 216.000,--. In de begroting 2022 hadden we vooruitlopend op de afrekening een stelpost opgenomen van € 350.000,-- . Hiervan zou regulier € 200.000 vrijvallen wegens de afrekening uit 2021. Het resterende deel van de stelpost ramen we uit extra voorzichtigheid af bij punt 1.3 Extra behoedzaamheid.
1.6
Verlaging algemene uitkering voor Wmo-taken n.a.v. coalitieakkoord 2023
2024
bedragen x € 1.000 2025 2026
Wmo-taken uit coalitieakkoord
2022
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp
-
-
-
-172
-177
Valpreventie bij ouderen
-
-19
-29
-30
-32
0
-19
-29
-201
-209
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen. De algemene uitkering wordt vanaf 2025 met dit bedrag verlaagd. Voor de gemeente Hellendoorn betekent dit een neerwaartse bijstelling van ruim € 170.000,-- vanaf 2025. Hier tegenover nemen we echter een taakstelling mee voor de extra te genereren inkomsten uit eigen bijdragen voor de huishoudelijke hulp. We willen hierbij wel gewag maken van het feit dat enkele jaren geleden – toen de eigen bijdrage niet meer inkomensafhankelijk werd – het Rijk slechts 50% van de verwachte lagere eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp heeft vergoed in het gemeentefonds. De rest moesten de gemeenten binnen de eigen middelen zien te dekken. Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel, in het Coalitieakkoord opgenomen.
Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz. Er dient geïnvesteerd te worden in het opschalen van beweegprogramma’s, het uitvoeren van de multifactoriële interventie en de organisatie van opsporing en screening. De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode met
alle relevante stakeholders, zo ook de gemeenten, uitgewerkt. Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing in het gemeentefonds: € 10 miljoen in 2023, oplopend naar € 16,7 miljoen structureel vanaf 2027. Voor de gemeente Hellendoorn betekent dit een lagere uitkering uit het gemeentefonds van € 19.000,-- in 2023 oplopend tot ruim € 34.000,-- in 2027 en volgende jaren. De taakstellende besparing die we hiervoor opnemen in de begroting zullen we goed blijven monitoren. Hiervoor zal beleid ontwikkeld moeten worden.
1.7
Taakmutaties1 bedragen x € 1.000 2025 2026
Inzet ontvangen middelen op specifieke taken
2022
2023
2024
Energietoeslag huishoudens met laag inkomen Inburgering (IU) Inburgering: leerbaarheidstoets Extra capaciteit BOA’s
1.158 11 35
8 35
8 35
8 35
8 35
-
9
9
10
10
253
-
-
-
-
-1
-
-
-
-
1.456
52
53
53
53
Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren Uitvoeringskosten klimaatakkoord Kleine taakmutaties, te verrekenen met eerdere bijdragen
Energietoeslag huishouden met laag inkomen Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Deze middelen worden via de algemene uitkering aan gemeenten verstrekt. De gemeente Hellendoorn ontvangt hiervan € 1.158.000,--. Het is de gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan. Hiermee zijn we inmiddels gestart. Inburgering Met ingang van 2023 wordt de integratieuitkering Inburgering opgenomen in de Algemene Uitkering van het gemeentefonds. Het loopt daarmee mee in de reguliere loon- en prijsbijstellingen via het accres. Voor 2022 wordt nog eenmaal afzonderlijk geactualiseerd.
De middelen worden gereserveerd op de stelpost Rijksvoornemens ten behoeve van het beleid dat hiervoor ontwikkeld wordt. Inburgering Leerbaarheidstoets De leerbaarheidstoets is onderdeel van de brede intake in de Wet inburgering. De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal
1
Het rijk heeft diverse voornemens voor nieuw of gewijzigd beleid dat wordt uitgevoerd door gemeenten. Bij nieuw beleid of beleidsintensivering worden gemeenten in principe gecompenseerd voor (eventuele) extra lasten en worden er middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Bij schrappen van beleid of beleidsvermindering worden bedragen uit het gemeentefonds gehaald. Het beleid is om bedragen groter dan € 5.000,-- voor nieuwe taken te ramen op een stelpost ‘Gemeentefonds: Rijksvoornemens’. In de loop van het jaar kan dan worden bekeken in hoeverre er beleidswijzigingen nodig zijn en op welke manier de gemeente Hellendoorn met deze beleidswijziging wil omgaan. Bij de begroting, bestuursrapportages en jaarrekening wordt aangegeven hoe met bedragen op deze stelpost wordt of is omgegaan.
dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets.. Concreet betekent dit dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het inplannen van de afspraken met de kandidaten voor de afname van de leerbaarheidstoets, het beschikbaar stellen van afnamelocaties en de begeleiding van de afname van de toets. Gemeenten hebben geen rol bij de verwerking of beoordeling van de leerbaarheidstoets. Het bedrag dat Hellendoorn hiervoor ontvangt bedraagt vanaf 2023 jaarlijks zo’n € 8.000,--. De middelen worden gereserveerd op de stelpost Rijksvoornemens ten behoeve van het beleid dat hiervoor ontwikkeld wordt. Extra capaciteit BOA’s In de openbare ruimte verrichten BOA’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleidsen wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOA’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. De Tweede Kamer heeft in september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel € 200 miljoen is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten, waarvan € 25 miljoen voor BOA’s Inmiddels is bekend dat hiervan € 13 miljoen wordt vrijgemaakt voor de capaciteit voor BOA’s in de openbare ruimte.
De € 13 miljoen loopt via het gemeentefonds. Structureel ontvangt Hellendoorn een bedrag van € 35.000,-- vanaf 2022. Dit bedrag wordt gereserveerd op de stelpost Rijksvoornemens ten behoeve van de invulling van het beleid dat hiervoor wordt ontwikkeld. Versterking dienstverlening gemeenten: systeemleren In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. De bedragen zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2021. Additioneel wordt nu € 5 miljoen extra toegekend voor het onderdeel systeemleren voor de jaren 2023-2027. Dit betekent voor Hellendoorn een extra bijdrage van € 9.000,-- die aan de bestaande stelpost wordt toegevoegd, zodat hiervoor beleid kan worden ontwikkeld. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid.
Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van € 40 miljoen. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom wordt van de toekomstige uitvoeringsmiddelen € 74,3 miljoen naar 2022 verschoven. Deze € 74,3 miljoen wordt aan de gemeenten uitgekeerd door ophoging van de decentralisatie-uitkering. Van de initiële € 40 miljoen gaat € 38,3 miljoen naar het gemeentefonds en € 1,7 miljoen naar het BCF. Dat betekent dat via het gemeentefonds in 2022 een totaalbedrag van € 112,6 miljoen beschikbaar wordt gesteld. Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere VNG, IPO en het Rijk. Gemeente Hellendoorn ontvangt een incidenteel bedrag van € 253.000,--. Ook dit bedrag wordt vooralsnog gereserveerd op stelpost Rijksvoornemens ten behoeve van de invulling van het beleid dat hiervoor wordt ontwikkeld.
1.8
Jeugdhulp
De omvangrijkste specifieke mutatie in de circulaire: de definitieve verdeling van € 1.445 miljoen voor het jaar 2023 ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Het kabinet gaat de
komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Bij het afsluiten van de Hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Het advies van de Arbitragecommissie c.q. de Commissie van Wijzen vormt het uitgangspunt. In het Coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden.
Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen. De gemeente Hellendoorn krijgt van de middelen voor 2023 € 2.784.000,--. Er was in de vorige circulaire rekening gehouden met 75% van € 2,9 miljoen, gecorrigeerd met een voorzichtigheidsmarge van € 131.000,-- wegens daling van het aantal jongeren. Ten opzichte van de raming blijken de werkelijke ontvangsten € 733.000,-- hoger voor 2023. Gezien de toezegging van het Rijk dat de realisatie van de hervormingsagenda voor haar rekening komt, houden we vast aan het incalculeren van de bedragen voor jeugdzorg volgens de Commissie van Wijzen. We houden nog vast aan de 75% die de provincie ons adviseert voor de jaren 2024 en verder. Daarnaast stellen we voor om de taakstelling voor de daling van de uitgaven i.v.m. daling in het aantal jongeren bij te stellen naar aanleiding van de nieuwe voorspellingen van Primos. Hierover verder in paragraaf 1.11. Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg Dit voorjaar zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om de looptijd van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ te verlengen.
VNG en Rijk hebben daarnaast besloten om de hoogte van de beschikbare middelen voor de subsidieregeling vast te stellen op € 10 miljoen (een verlaging van € 10 miljoen ten opzichte van de eerder beschikbaar gestelde € 20 miljoen). Hierdoor ontvangt Hellendoorn € 17.000,-- minder in 2022.
1.9
Loon- en prijsbijstellingen zorgdomein
(Loon- en prijsbijstelling) Voogdij 18+ De IU Voogdij/18+ wordt gecompenseerd voor loon- en prijsstijgingen 2022. Vooralsnog worden deze middelen gereserveerd op de stelpost Rijksvoornemens Jeugd om te garanderen dat hiervoor genoeg middelen beschikbaar blijven. Vanaf 2023 is Voogdij 18+ opgenomen in de Algemene Uitkering en lopen de loon- en prijsbijstelling via het nominale accres. Dit leidt tot een bijstelling van € 29.000 in 2022 en € 5.000,-- in de jaren daarna. De middelen worden vooralsnog geparkeerd op de stelpost loon- en prijsbijstellingen en kunnen hiervoor worden ingezet, o.a. bij de begroting 2023. (Loon- en prijsbijstelling) Participatie Met ingang van 2023 worden de budgetten voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk) overgeheveld naar de Algemene Uitkering en zijn niet langer onderdeel van de integratie-uitkering. De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 66,6 miljoen in 2022, aflopend naar € 57,9 miljoen structureel). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de
verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2022 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2021 en de blijfkansen voor de jaren 2022 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding (beschut werk). De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen € 8.100,-- vanaf 2022. Hellendoorn ontvangt in 2022 € 86.000,-- extra en circa € 53.000,-- voor de jaren daarna. De middelen worden ingezet op de WSW-posten binnen de begroting.
1.10 Afwikkeling oude jaren Door wijzigingen in hoeveelheidsverschillen (begroot versus werkelijk) over het jaar 2021 blijkt dat we € 39.000,-- teveel hebben ontvangen.
1.11 Stelposten demografische ontwikkelingen Stelpost (zorg)kosten door vergrijzing In de meerjarenbegroting hebben wij een stelpost opgenomen voor de extra te verwachten (zorg)kosten door de vergrijzing van onze bevolking. De laatste primoscijfers laten een sterkere vergrijzing zien dan eerder ingeschat. In de inkomsten uit het gemeentefonds wordt ook met de stijging van het aantal ouderen rekening gehouden. Het is gewenst om deze stelpost bijstellen tot circa € 200.000,-- cumulatief per jaar. Stelpost afname jeugd effect op jeugdzorg De tegenhanger van de vergrijzing, namelijk de daling van het aantal jongeren, hebben we ook in onze stelposten opgenomen door middel van een stelpost voor lager verbruik jeugdzorg. De nieuwste primoscijfers laten echter een stabieler beeld zien dan voorheen. We laten daarom deze stelpost vervallen.
1.12 Overige informatie Omgevingswet Vanuit het gemeentefonds draagt het Rijk in totaal € 150 miljoen bij aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Voorwaarde hierbij is dat er een stelselevaluatie volgt waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. Deze € 150 miljoen is in deze circulaire nog niet geboekt, maar wordt in de septembercirculaire 2022 verwerkt. De indicatie voor onze gemeente is € 404.000 ,--. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire. Wet kwaliteitsborging bouwen Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), ontvangen gemeenten in 2022 een bijdrage van € 25 miljoen, in aanvulling op de € 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. Daarnaast ontvangen de gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage van € 10 miljoen in 2023 tot en met 2026 voor het uitvoeren van de Wkb-taken. De middelen zijn in
deze circulaire nog niet geboekt, maar worden in de septembercirculaire 2022 verwerkt. Hellendoorn verwacht circa € 66.000,-- in 2022 en € 27.000,-- van 2023-2026. Taskforce op het uitkeringsstelsel Een belangrijk onderdeel van de financiële verhoudingen wordt gevormd door de uitkeringen waarmee decentrale overheden vanuit het Rijk worden bekostigd. Al langer leeft de behoefte om dit uitkeringsstelsel beter aan te laten sluiten bij de gewijzigde bestuurlijke verhoudingen. Om die reden is in 2021 aan drie universitaire onderzoeksinstituten de opdracht gegeven om over het uitkeringsstelsel te adviseren aan de fondsbeheerders van het gemeente- en provinciefonds. In het rapport ‘Advies over het uitkeringsstelsel tussen Rijk en provincies en gemeenten’ zijn aanbevelingen aan de fondsbeheerders gedaan om te komen tot aanpassingen die leiden tot gewenste doelen. In de Kamerbrief van 25 maart 2022 is aangegeven dat de uitwerking zal geschieden door een interdepartementale Taskforce, welke inmiddels gestart is. Daarnaast zijn de fondsbeheerders hierover parallel in gesprek gegaan met de VNG en het IPO. Het streven is om in de zomer van 2022 de Tweede Kamer nader te informeren in een Contourennota.