CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Verordening toeristenbelasting 2025

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente HellendoornBij agendapunt: Belastingverordeningen 2025773 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit Datum:

17 december 2024

Nummer:

2024-020313

De raad van de gemeente Hellendoorn; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2024; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2025.

Artikel 1

Belastbaar feit

Onder de naam "toeristenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaste standplaats:

terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van hetzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar;

kampeerterrein:

terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

kampeermiddel:

tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht of worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

woning:

huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen;

bed & breakfast:

een kleinschalige verblijfsaccommodatie in een woonhuis of andere opstal waarbij het bieden van nachtverblijf wordt gecombineerd met het aanbieden van een ontbijt.

=2=

Artikel 3

Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 4

Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; b. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt, als bedoeld in artikel 1, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; c.

van groepen kinderen tot en met 12 jaar en hun begeleiders, niet zijnde een gezin.

Artikel 5

Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 6

Belastingtarief

Conform onderstaande tabel bedraagt het tarief: Categorie Omschrijving A nachtverblijf niet vallende in categorie B, C of D B woning en bed & breakfast C hotel D vaste standplaats

Artikel 7

€

0,84

€ € €

1,31 2,01 126,00

Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8

Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Tarief per persoon per nacht per persoon per nacht per persoon per nacht per jaar (dit tarief komt overeen met het tarief genoemd bij categorie A en vermenigvuldigd met 150)

=3=

Artikel 9

Termijnen van betaling

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 9, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt de aldaar genoemde termijn voor het doen van aangifte gesteld op 21 dagen na het einde van het belastingtijdvak. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10

Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11

Overgangsrecht

De "Verordening toeristenbelasting 2024”, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2023, nr. 2023-022672, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel 12

Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.

Artikel 13

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening toeristenbelasting 2025".

De raad voornoemd, de griffier

de voorzitter

ValidSigned door Anthony van der Wulp op 18-12-2024

ValidSigned door Jorrit Eijbersen op 18-12-2024

A.T. van der Wulp

J. Eijbersen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14822624/4