CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Windonderzoek Grotestraat 162a 164 Nijverdal

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente HellendoornBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Grotestraat 162a-164 te Nijverdal1.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie betreft:

Plan Grotestraat 162a en 164 te Nijverdal Beoordeling windklimaat

datum:

26 april 2024

referentie:

OO/MaS/ /O 17131-1-NO

1 Inleiding

Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom het bestemmingsplanvolume aan de Grotestraat 162a en 164 te Nijverdal. Uitgegaan is van de maximale invulling van de bouwvlakken zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Voor het hoge bouwdeel is rekening gehouden met een goothoogte van 22,5 meter en een nokhoogte van 25 meter. Voor het vervaardigen van het CFD-model van de stedenbouwkundige omgeving is gebruik gemaakt van gegevens uit openbare bronnen. In totaal is een gebied gemodelleerd van circa 600 bij 500 meter. Het doel van het onderzoek was het indicatief vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Belangrijk is om te benoemen dat onderzoek op beperkt detail niveau is uitgevoerd en zodoende alleen indicatief is. Het onderzoek sluit zoveel mogelijk aan bij de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. 1 .1 W ind hinde r en windge v aa r vo lg ens NEN 8100

De gevoeligheid van de mens voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij bijvoorbeeld het wachten bij een bushalte of het zitten op een terras zullen lagere windsnelheden eerder als hinderlijk worden ervaren dan bij stevig doorlopen. In de NEN 8100 wordt daarom voor de beoordeling van windhinder onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Bij hogere windsnelheden kan daarnaast sprake zijn van gevaarlijke situaties zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken en dergelijke. Hiervoor wordt getoetst op windgevaar. 1.1.1 Windhinder

Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend is voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde vDR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten een rol spelen,

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015

O 17131-1-NO 1

zoals het verwaaien van haar, het wapperen van kleding en bij toenemende windsnelheid het bewaren van het evenwicht. Aan de hand van onderstaande t 1.1, afkomstig uit de NEN 8100, wordt een beoordeling gegeven van de te verwachten mate van windhinder. t 1.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar

Kwaliteitsklasse

< 2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 ≥ 20

A B C D E

Activiteit I. Doorlopen

II. Slenteren

III. Langdurig zitten

Goed Goed Goed Matig Slecht

Goed Goed Matig Slecht Slecht

Goed Matig Slecht Slecht Slecht

Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt het lokale windklimaat beoordeeld als ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’ (zie t 1.1). - Bij een goed windklimaat ondervindt wordt geen overmatige windhinder ervaren. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. - Bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ervaren. - Bij een slecht windklimaat wordt regelmatig overmatige windhinder ervaren. In een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. 1.1.2 Windgevaar

Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde vDR;G gehanteerd. Op basis van t 1.2, afkomstig uit de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar. t 1.2 Criteria windgevaar volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;G) in procenten van het aantal uren per jaar

Kwalificatie

0,05 < p <0,30 p ≥ 0,30

Beperkt risico Gevaarlijk

De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p ≤ 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p ≥ 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.” O 17131-1-NO 2

1 .2 W ind kli maa t op d e lo ca t ie

Voor de vertaling van de resultaten van de berekeningen naar de werkelijke situatie wordt gebruik gemaakt van een windstatistiek. De NEN 8100 verwijst voor de benodigde meteogegevens naar de NPR 6097:2006 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van de bijbehorende software wordt voor de specifieke locatie een windstatistiek berekend op basis van meteogegevens van een groot aantal meteostations en gegevens over terreinruwheden tot 6 km afstand van de bebouwing. De terreinruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in f 1.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied.

f 1.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand volgens NPR 6097 In f 1.2 is de op basis van de NPR 6097 berekende windroos op 60 meter hoogte boven de betreffende locatie te zien. De windroos geeft de kans op het voorkomen van wind uit een bepaalde richting weer. Met kleuren wordt de verdeling van windsnelheden binnen de betreffende richtingen aangeduid. Uit de windroos blijkt dat op de betreffende locatie de wind relatief vaak uit het zuidwesten (210° en 240°) komt. Bij deze windrichtingen treden ook de hoogste windsnelheden op. De zuidwestenwind is hiermee voor een groot deel bepalend voor het windklimaat op de betreffende locatie.

O 17131-1-NO 3

f 1.2 Windroos betreffende locatie volgens NPR 6097 1 .3 S imu l at i e windsn el hed en me t C F D

Het windklimaatonderzoek is uitgevoerd met Computational Fluid Dynamics (CFD). In de praktijk is bij neutrale stabiliteit ten aanzien van het temperatuurprofiel een grenslaagstroming aanwezig. Deze wordt aan de rand van het CFD-model opgewekt zodat het juiste windprofiel, afhankelijk van de terreinruwheid, wordt gesimuleerd. Verfijning van de lokale windsituatie vindt plaats door de direct omliggende bebouwing mee te modelleren. De windsnelheden worden met het CFD-model voor 12 windrichtingen berekend. Met behulp van de windstatistiek voor de bestaande bebouwing wordt vervolgens per windrichting de overschrijdingskans van de drempelwaarden van 5 en 15 m/s voor respectievelijk windhinder en windgevaar bepaald. De totale overschrijdingskans is de som van de overschrijdingskansen per windrichting, ook wel de hinderkans en de gevaarkans genoemd. Deze worden vervolgens getoetst aan de NEN 8100 om het lokale windklimaat te kunnen beoordelen.

O 17131-1-NO 4

2 Rekenresultaten

Voor de nieuwbouw is het te verwachten windklimaat, te verwachten windgevaar en de windsnelheden van de twee belangrijkste windrichtingen weergegeven. In een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveldniveau) worden de berekende hinderkans en berekende gevaarkans met kleurcontouren weergegeven. De kleuren zijn afgestemd op de beoordelingscriteria uit de NEN 8100. Uit de berekeningen volgt dat de windrichtingen 210° (zuidwest) en 240° (zuidwest) het meest bepalend zijn voor het windklimaat op deze locatie. De windstromingen bij deze windrichtingen zijn op twee verschillende manieren aanvullend inzichtelijk gemaakt. De kleurstelling hiervan past niet bij de legenda van de NEN 8100. In f 2.1 is een uitsnede te zien van het model. Het gebied met de plek van interesse is in het oranje weergegeven. In f 2.2 zijn de resultaten van de berekening samengevat.

f 2.1 Aanzicht gehanteerd 3D model ter hoogte van planontwikkeling Grotestraat

O 17131-1-NO 5

Windhinder

Windgevaar

Windstroming bij wind uit 210° (ZW)

Windstroming bij wind uit 240° (ZW)

Stroomlijnen bij wind uit 210° (ZW) f 2.2 Resultaten

Stroomlijnen bij wind uit 240° (ZW)

O 17131-1-NO 6

Linksboven in f 2.2 is te zien dat er in het openbare gebied overwegend sprake is van een goed windklimaat voor de activiteit doorlopen, overeenkomend met kwaliteitsklasse A t/m C. Vlak voor de gevels van de bestaande winkels en horeca kan de activiteit slenteren gehanteerd worden. Daar is een kwaliteitsklasse A en B vastgesteld waarmee het windklimaat een beoordeling goed krijgt voor de activiteit slenteren. Bij de bestaande horeca terrassen is met klasse A en B uitgaande van de activiteit langdurig zitten een goed of matig windklimaat te verwachten. Opgemerkt wordt dat op de grens van het gebied met de hoogste waarde groen/geel enkele openbare inrichtingselementen in de vorm van stoelen aanwezig zijn. Voor de activiteit langdurig zitten is hier sprake van een matig tot slecht windklimaat. Het merendeel van de tijd dat hier daadwerkelijk windhinder zal optreden zal samenvallen de met momenten dat er doorgaans geen gebruik gemaakt zal worden van de stoelen, namelijk in de winter en herfst. Mocht het windklimaat hier toch een bezwaar vormen, is het voorstel er om de elementen enkele meters te verplaatsen. In het model is er geen kwalificatie gevaar of een beperkt risico op windgevaar vastgesteld.

Deze notitie bevat 7 pagina’s

O 17131-1-NO 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14529624/1