Bijlage 5 Zienswijzenotitie geanonimiseerd
Tekst van het document
Bijlage 5: Zienswijzenotitie Zaaknummer: Onderwerp
2024-006132
Voorkeursrecht bedrijventerrein Hellendoorn Noord
Inleiding De locatie Hellendoorn Noord is een plek waar de gemeente een lokaal bedrijventerrein voorziet. Dit naar aanleiding van een door de gemeente uitgevoerd behoeftenonderzoek naar de te verwachten vraag naar bedrijfsgrond en de recent gemaakte regionale programmeringsafspraken bedrijventerreinen Twente. Hierin wordt voor de kern Hellendoorn geconcludeerd om de verplaatsingsbehoefte van lokaal gebonden bedrijven op één locatie te bundelen. De aan te wijzen gronden hebben thans de bestemming Wonen2 voor zover het woonperceel Isakke betreft (woonboerderij van de hierna genoemde indiener). De agrarische gronden vallen onder de beheersverordening Deprogrammering woning Hellendoorn. Voor die gronden geldt de aanwezige agrarische functie/gebruik. De gemeente acht deze locatie kansrijk voor transformatie naar een lokaal bedrijventerrein. Om een actievere regierol te kunnen innemen bij de herontwikkeling van deze locatie heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) op 16 april 2024 een voorkeursrecht gevestigd, waardoor de gemeente het recht van eerste koop heeft verkregen. Het besluit van het college vervalt van rechtswege als niet binnen 3 maanden na het ingaan daarvan een opvolgende voorkeursrechtbeschikking is genomen door de gemeenteraad.
Binnen deze 3 maanden kan de gemeenteraad een voorkeursrechtbeschikking nemen, op basis van artikel 9.1 lid 1 sub c van de Omgevingswet. Het voorgestelde besluit van de gemeenteraad is ter inzage gelegd en belanghebbenden hebben tegen het voorgenomen besluit zienswijzen kunnen indienen. Tegen het collegebesluit is door één belanghebbende een bezwaarschrift ingediend. Dit bezwaarschrift wordt ambtshalve hierbij ook als zienswijze behandeld.
Procedure Het collegebesluit aangaande de vestiging van het voorkeursrecht, waarbij het voorkeursrecht wordt gevestigd en het ontwerp raadsvoorstel hebben van 19 april 2024 tot en met 31 mei 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over de voorgenomen vestiging van het voorkeursrecht door de raad ingediend worden. Het college bereidt het vestigen van het voorkeursrecht door de gemeenteraad voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het voorstel voor het vestigen van het voorkeursrecht aangepast moet worden naar aanleiding van de als zodanig aangemerkte zienswijze. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor om het voorkeursrecht, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het gevestigde voorkeursrecht door het college, te vestigen door het nemen van een raadsbesluit. Er is 1 ambtshalve als zodanig aangemerkte zienswijze ingediend. Deze ambtshalve als zodanig aangemerkte zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en voldoet aan de wettelijke eisen.
Zienswijze , wonende aan de Isakke te Hellendoorn (hierna samen te noemen: indiener), hebben bezwaar gemaakt tegen voormeld collegebesluit, welk bezwaar ambtshalve wordt behandeld als zienswijze tegen het voorgenomen raadsbesluit. Indiener kan zich niet verenigen met de voorkeursrechtbeschikking van 16 april 2024. Indiener heeft hier – kort samengevat – de volgende redenen voor: - aantasting van het woongenot van indiener; - de aan te wijzen grond vormt een groene buffer voor vele vogels en dieren; - in de ogen van indiener ontbreekt de noodzaak voor de herontwikkeling tot bedrijventerrein.
Behandeling zienswijze Indiener is eigenaar van percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd en derhalve belanghebbende. De zienswijze is binnen de gestelde termijn ontvangen. De zienswijze is dan ook ontvankelijk. De aangedragen punten betreffen echter argumenten van planologische aard. Onderkend wordt dat indiener via bekendmaking van de voorkeursrechtbeschikking van het college en de terinzagelegging van het ontwerpraadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit geconfronteerd wordt met voorbereidingshandelingen die gericht zijn op mogelijke ontwikkeling van een lokaal bedrijventerrein. Begrijpelijk is dat indiener deze gelegenheid aangrijpt om haar visie op een (eventuele) toekomstige wijziging van de functies (bestemming) van het gebied aan de raad/gemeente kenbaar te maken. Daarop ziet het in voorbereiding zijnde raadsbesluit echter niet. Aspecten van planologische aard staan in het kader van deze procedure dan ook niet ter beoordeling. Het voorkeursrecht heeft immers geen consequenties voor de planologische invulling van het gebied, maar geeft de gemeente alleen een eerste recht van koop. De beoogde ontwikkeling van een lokaal bedrijventerrein moet nog uitgewerkt worden. Onderdeel van de uitwerking betreft het opstellen van omgevingsvisie en/of het opstellen van een (ontwerp) omgevingsplan.
Zowel de visie als het plan (als beiden worden opgesteld) zal op enig moment in procedure worden gebracht, waarbij eenieder in de gelegenheid gesteld wordt hierop te reageren en/of hiertegen bezwaar aan te tekenen. Dit is ook het moment waarop de indiener de aangevoerde bezwaren naar voren kan brengen. Indiener kan dus (en met hem eventuele andere belanghebbenden) bij een toekomstige wijziging van het omgevingsplan zijn visie daaromtrent kenbaar maken in het planologische traject, waarvoor een apart besluitvormingstraject wordt doorlopen.
Conclusie Deze ambtshalve als zodanig aangemerkte zienswijze geeft geen aanleiding om het raadsvoorstel om een voorkeursrecht te vestigen aan te passen.