Bijlage 5 Oplegger Begroting 2026
Tekst van het document
Oplegger Begroting 2026 Inleiding Deze oplegger is opgesteld om inzichtelijk te maken hoe de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2026–2029 zijn verwerkt in de Programmabegroting 2026. Waar de kaderbrief de beleidsmatige koers, trends en financiële randvoorwaarden voor de komende jaren schetst, vertaalt de programmabegroting deze kaders naar concrete programma’s en het integrale financiële beeld. In dit document ligt de nadruk op de financiële verwerking van de kaders en de wijze waarop deze in de begroting zijn doorgevoerd. Het jaar 2026 markeert een overgangsperiode: er vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats, een nieuw college treedt aan en landelijk start een nieuw kabinet. De begroting heeft daarom een beleidsarm karakter, met nadruk op noodzakelijke en onvermijdelijke zaken en het afronden van lopende trajecten. Tegelijkertijd blijven de grote maatschappelijke opgaven onverminderd actueel. De Omgevingsvisie Hellendoorn 2040 vormt hierbij een belangrijk kompas. Deze visie geeft richting aan de manier waarop wij onze fysieke leefomgeving, economie en samenleving willen ontwikkelen. Zij verbindt opgaven als woningbouw, verduurzaming, bereikbaarheid, leefbaarheid en voorzieningen met elkaar. Daarmee helpt de Omgevingsvisie ons niet alleen keuzes te maken in ruimte en investeringen, maar ook in de kwaliteit van samenleven en het toekomstbestendig maken van onze dorpen en wijken.
De financiële positie is de komende jaren beperkt. Extra middelen vanuit het Rijk geven in 2026 en 2027 tijdelijk lucht, maar vanaf 2028 nemen de tekorten fors toe. Met de inzet van de vrij aanwendbare reserve houden wij de begroting 2026 sluitend, in lijn met het advies van VNG en provincie. Daarmee voorkomen we verscherpt toezicht, maar blijft het meerjarenbeeld zorgelijk. In deze oplegger lichten wij de belangrijkste financiële uitgangspunten, het meerjarenperspectief en de verwerking van nieuwe beleidsvoorstellen toe. Financiële uitgangspunten In de Kaderbrief 2026–2029 is uitgegaan van een beleidsarm karakter met een stijging van de OZB, riool en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing met 6%. In de Programmabegroting 2026 is dit bijgesteld. De tariefstijging voor de OZB, riool en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing is teruggebracht naar 2,8%. Hiermee hebben we gehoor gegeven aan uw motie. Meerjarenperspectief Het ravijnjaar was in de kaderbrief al doorgeschoven naar 2028, mede als gevolg van de hogere inkomsten voortvloeiend uit de Voorjaarsnota van het Rijk waaronder het doorschuiven van de taakstelling voor jeugd naar 2028. Voor 2026 is een sluitend begrotingssaldo bereikt door een
onttrekking uit de VAR, zoals ook als dekking aangeven in de kaderbrief. Dit geldt ook voor het jaar 2027. De saldi (zonder de onttrekking aan de VAR) zijn als volgt:
Saldo bij begroting Saldo bij kaderbrief Verschil
2026 -247 -391 144
2027 -784 -371 -413
2028 -2.555 -1.584 -971
2029 -2.959 -1.577 -1.382
In de begroting hebben we diverse mutaties doorgevoerd ten opzicht van de kaderbrief als gevolg van nadere informatie of doorrekeningen. Zo is onder andere de meicirculaire verwerkt voor het deel dat nog niet in de Voorjaarsnota van het Rijk zat. De loonontwikkeling is doorgerekend inclusief de interne doorbelasting die daar bij hoort en we hebben op basis van de te verwachten investeringen onze financiering opnieuw bekeken. Dit leidt in 2026 tot een kleine (positieve) afwijking ten opzichte van de kaderbrief. In de jaren daarna zien we de tekorten echter oplopen tot een structureel tekort van € 2,9 miljoen in 2029. Investeringen Investeringen zijn noodzakelijk om te blijven bouwen aan vitale dorpen, een gezonde sociale basis en een betrouwbare gemeentelijke organisatie. Tegelijkertijd zien we dat de komende jaren grote uitdagingen met zich meebrengen. De uitvoering van de geplande investeringen is sterk afhankelijk van externe factoren, zoals netcongestie en stikstofbeperkingen. Daarnaast vormt ook de financiering een aandachtspunt. De omvang van de investeringsopgave betekent dat er nieuwe leningen moeten worden aangetrokken. De extra kosten hiervan zijn opgenomen in het meerjarenperspectief. Daarbij geldt dat wanneer investeringen doorschuiven, de noodzaak tot het aantrekken van leningen ook later ontstaat.
We blijven ons inzetten om grip te houden op de uitvoeringsplanning en de financiële effecten daarvan, maar gezien de afhankelijkheid van externe factoren blijft dit een uitdaging. Nieuw beleidsvoorstellen De nieuw beleidsvoorstellen, welke in de kaderbrief door het college zijn voorgesteld, zijn 1 op 1 verwerkt in de begroting. Voor het MFA Daarle zijn de kosten niet vertaald omdat er nog een haalbaarheidsonderzoek loopt. In de kaderbrief bleven enkele punten over de voorstellen vanuit uw raad open, waar op werd teruggekomen in de begroting. Deze punten hebben we verwerkt in de acties van programma 1 en programma 5. Dit betreft het voorstel rondom het opstellen van een leegstandverordening en de analyse rondom ‘t Lochter I en II.
Conclusie De financiële koers uit de kaderbrief is grotendeels verwerkt in de begroting, maar met enkele belangrijke afwijkingen. De tariefstijgingen zijn gematigd (van 6% naar 2,8% voor OZB en riool en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing). Het ravijnjaar geldt nog vanaf 2028 en de structurele tekorten blijven fors oplopend naar € 2,9 miljoen in 2029). Voorstellen vanuit de raadsfracties zijn grotendeels financieel ingepast, met uitzondering van het MFA Daarle. De begroting 2026 is sluitend, maar het meerjarenbeeld blijft zorgelijk.