Bijlage 3 Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
= 1/17 =
Bijlage bij 2023-019557, Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan “Grotestraat 162-164 te Nijverdal” __________________________________________________________________________________________ Het ontwerpbestemmingsplan “Grotestraat 162-164 te Nijverdal” heeft met ingang van vrijdag 16 juni 2023 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen (dus tot en met vrijdag 28 juli 2023 Doel van dit bestemmingsplan is om op de percelen Grotestraat 162a en 164 te Nijverdal de realisering van twee commerciële ruimtes op de begane grond met daarboven zestien appartementen planologisch mogelijk te maken. Het geheel bestaat uit zeven bouwlagen met een hoogst gemeten bouwhoogte van 24,8 meter en een hoogst gemeten goothoogte van 22 meter. Van de geboden gelegenheid om tijdens deze periode mondeling, schriftelijk dan wel per email een zienswijze in te dienen omtrent genoemd ontwerpbestemmingsplan bij de raad van de gemeente Hellendoorn is gebruik gemaakt door: A………. B………. C………. D……… E……… F……… Ontvankelijkheid Zienswijze A is ingekomen op 26 juli 2023. Zienswijze B is ingekomen op 27 juli 2023. Zienswijze C is ingekomen op 4 juli 2023. Zienswijze C is ingekomen op 27 juli 2023. Zienswijze E is ingekomen op 26 juli 2023. Zienswijze F is ingekomen op 26 juli 2023.
Daarmee zijn alle zienswijzen ingediend tijdens de periode van ter-inzage-ligging van het ontwerpbestemmingsplan en kunnen de indieners ervan in hun zienswijzen worden ontvangen. Inhoudelijk. De ingekomen zienswijzen worden hieronder - in willekeurige volgorde - integraal weergegeven, waarbij deze telkens voor elk onderdeel worden becommentarieerd en afgeconcludeerd. A. A1 Geachte raad, Middels deze brief willen wij onze bezorgdheid en bezwaren uiten over de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan voor Grotestraat 162a/164. De voorgestelde hoogte van 24,8 meter (huidige bestemming is 14,50 meter hoog) is naar onze mening buiten proportioneel hoog en zal onherroepelijk het aangezicht van het centrum voor altijd veranderen. Als directe buur van Grotestraat 168/170/170a vrezen wij dat ons eigendom volledig ingebouwd zal worden, wat toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden zal belemmeren en substantiële schade zal veroorzaken aan ons onroerend goed. A2 Het behoud van een evenwichtige en esthetische dorpsontwikkeling is van groot belang om de unieke charme van ons centrum te behouden.
De voorgestelde hoogte van het bouwproject zal echter een aanzienlijke verstoring veroorzaken in het harmonieuze straatbeeld, dit deel was notabene in 2023 genomineerd voor de European Green Cities Award, en zal negatieve gevolgen hebben voor de waarde van omliggende panden, waaronder ons eigendom. Dit kan leiden tot een ongewenste en onomkeerbare impact op de leefbaarheid van onze buurt.
= 2/17 = Commentaar ad A1 en A2 De raad van de gemeente Hellendoorn heeft op 20 oktober 2020, onder nummer 2020-01792, de “Visie stedenbouwkundig wensbeeld kernwinkelgebied Grotestraat” vastgesteld. Daartoe wordt verwezen naar de bij de stukken gevoegde: Bijlage 1, de desbetreffende stedenbouwkundige visie Bijlage 4 “Voorgeschiedenis en besluitvorming Grotestraat 162-164 te Nijverdal”. Met name de volgende passage uit deze stedenbouwkundige visie is voor deze casus van belang: citaat "De bebouwing rondom het Henry Dunantplein wordt gekenmerkt door veel grootschalige volumes. Het gemeentehuis, gekenmerkt door zijn unieke uitstraling, staat in lijn met een deel van de Noordwand. Door ter hoogte van de zichtlijn vanaf het gemeentehuis naar de noordwand een accent te leggen, zal het plein door een passend volume worden afgerond. Vanaf de Grotestraat zal dit accent (6 á 7 lagen) een herkenningspunt worden als het middelpunt van het centrum van Nijverdal" einde citaat . Genoemde stedenbouwkundige visie had in de ontwerpvisie aanvankelijk betrekking op de gebieden in het centrum van Nijverdal (Grotestraat en deels Keizerserf) die vallen binnen de bestemming ‘Centrum 1’, voor zover liggend binnen het zogenaamde “winkelachtje, dus tussen de percelen Grotestraat 180 tot en met het pand van horeca- etablissement "De Harlekijn". In dit gebied is wonen op de begane grond uitgesloten.
De (gemeente)raad heeft evenwel - naar aanleiding van een inhoudelijke discussie tijdens een openbare debatronde gehouden op 8 september 2020 - uiteindelijk besloten dat de visie beperkt diende te blijven tot het gebied tussen de horeca-etablissementen "De Gulle Goedzak" en "De Harlekijn". Het voornemen van de raad om deze stedenbouwkundige visie vast te stellen is behandeld tijdens een openbare debatronde van de gemeenteraad op 8 september 2020. Tijdens deze openbare debatronde van de raad was er – na voorafgaande aanmelding bij de griffie van Hellendoorn – voor iedereen een mogelijkheid om in te spreken. De gemeenteraad van Hellendoorn heeft op 20 december2020 deze stedenbouwkundige visie vastgesteld en ging daarmee akkoord met de daarin voorgestelde bouwhoogten. Een vastgestelde stedenbouwkundige visie is feitelijk een door de raad vastgestelde beleidsregel. In een beleidsregel wordt vastgelegd hoe de gemeente wil omgaan met een bepaalde, aan haar toebedeelde bevoegdheid. Tegen de vaststelling van een beleidsregel is – volgens artikel 8:3 lid 1 onder c van de Algemene wet bestuursrecht - geen beroep mogelijk. Wat betreft vrees voor waardedaling, wordt opgemerkt dat er een mogelijkheid bestaat voor de indiener van de zienswijze om een tegemoetkoming in de planschade aan te vragen bij ons college.
Hiervoor geldt een separate, met de nodige rechtswaarborgen omklede procedure als bedoeld in de “Procedureverordening planschade 2009 “. Een verzoek om een tegemoetkoming in de planschade staat in juridische zin volkomen los een procedure tot herziening van een bestemmingsplan. Het staat eenieder vrij om een verzoek om een tegemoetkoming in de planschade aan te vragen bij ons college. Voor de behandeling van dit verzoek, dient men een recht ad € 300,00 aan de gemeente te betalen. Als het verzoek wordt gehonoreerd, dan wordt dat bedrag aan de indiener van dat verzoek gerestitueerd. Een verzoek om een tegemoetkoming in de planschade wordt door de gemeente om advies in handen gesteld van een, van de gemeente niet afhankelijke deskundig adviseur van
= 3/17 = de SAOZ (= Stichting Advisering Onroerende Zaken). Wat er dan gebeurt, is dat de maximale planologische mogelijkheden van het voorheen geldende bestemmingplan worden vergeleken met de maximale planologische mogelijkheden van het nieuw vastgestelde bestemmingsplan. Vóórdat de adviseur zijn advies uitbrengt, worden de indiener van het verzoek en de gemeente door deze adviseur gehoord. Als blijkt dat iemand planschade leidt door het nieuw vastgestelde bestemmingsplan, dan wordt die schade door de gemeente aan de indiener vergoed, onder aftrek van een wettelijk bepaald eigen risico. Tegen de beslissing op het verzoek, kan men bezwaar indienen bij ons college. Het college wordt hierover geadviseerd door de gemeentelijke commissie bezwaarschriften. Tegen de beslissing op bezwaar door ons college kan beroep worden aangetekend bij de Rechtbank te Zwolle, sector bestuursrecht. Tot slot kan er tegen het besluit van de Rechtbank op het beroepschrift, hoger beroep worden aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag. Conclusie ad A1 en A2 Wij adviseren u om deze onderdelen van de zienswijze ongegrond te verklaren en buiten beschouwing te laten voor wat betreft vrees voor waardedaling van het perceel. A3 Naast de overweldigende hoogte van het gebouw, baart ook het gebrek aan betrokkenheid van de ontwikkelaar bij de omgeving mij grote zorgen.
Participatie van de lokale gemeenschap bij dergelijke ontwikkelingen is van essentieel belang om tot een breed gedragen en acceptabel plan te komen. Het is uitermate teleurstellend dat de ontwikkelaar geen enkele moeite heeft genomen om contact op te nemen met de omwonenden, en dat wij als buur op Grotestraat 168/170/170a de tekeningen en plannen nog steeds niet hebben kunnen inzien. Hierdoor hebben wij en andere buurtbewoners geen zicht op enige gevolgen van dit bouwproject voor onze directe leefomgeving. A4. Bovendien is het bijzonder verontrustend dat er vanuit de gemeente geen enkel contact is geweest met betrekking tot deze bestemmingsplanwijziging. Dit druist in tegen de participatiegedachte en de principes van openbaarheid van bestuur. Een transparante en open communicatie tussen de gemeente en de burgers is van essentieel belang om het vertrouwen in de besluitvorming te behouden. Ik …… de wethouder……….. enige malen een mail gestuurd met een verzoek voor overleg, maar tot op heden niets van terug gehoord. Commentaar ad A3 en A4 Er hebben diverse gesprekken plaatsgevonden tussen de initiatiefnemers voor deze ontwikkeling, de bij de ontwikkeling betrokken aannemer die het bouwplan feitelijk gaat realiseren en diverse naastgelegen pandeigenaren om te trachten te komen tot een gezamenlijke ontwikkeling.
Het realiseren van een gezamenlijke ontwikkeling is om uiteenlopende redenen niet gelukt. Initiatiefnemers hebben te kennen gegeven niet langer te willen wachten op een gezamenlijke ontwikkeling en verder te willen met de verdere ontwikkeling van hun eigen percelen Het ontwerpbestemmingsplan voor het te realiseren woon-/winkelcomplex heeft voor iedereen ter inzage gelegen van vrijdag 16 juni 2023 tot en met vrijdag 28 juni 2023, gelijktijdig met het voornemen om hogere grenswaarden Wet geluidhinder te verlenen voor de appartementen behorende bij dit woon-/winkelcomplex. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 76 van de Wet geluidhinder, zijn de voor de realisering van de appartementen benodigde hogere grenswaarden Wet geluidhinder verleend. Van het ontwerpbestemmingsplan maakt (conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening) een plantoelichting deel uit waarin de beoogde ontwikkeling nader is omschreven, tezamen met de bijbehorende onderzoeksrapporten. Hiervan heeft de indiener van de zienswijze kennis kunnen nemen. Het informeren van de woonomgeving behoort niet tot de verantwoordelijkheid/taak van de gemeente Hellendoorn, dit behoudens de wettelijk (in de Wet ruimtelijke ordening en de
= 4/17 = Algemene wet bestuursrecht) voorgeschreven bekendmaking van de start van een procedure (d.w.z. de ter visie legging van een ontwerpbestemmingsplan) in het huis-aan-huisblad, het Gemeenteblad, de gemeentelijke website en op de landelijk website https://www.ruimtelijkeplannen.nl. De verantwoordelijkheid voor het informeren van de woonomgeving berust bij de initiatiefnemer van een door hem of haar beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van vrijdag 16 juni 2023 tot en met vrijdag 28 juli 2023. Wij merken voorts op, dat over deze ontwikkeling een openbare debatronde van de raad is gehouden op 1 maart 2022. De aankondiging voor deze openbare debatronde is tijdig bekendgemaakt in het huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke website. Betrokkene had daar kennis kunnen nemen van deze voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling en desgewenst – na voorafgaande aanmelding bij de griffie van de gemeente Hellendoorn – gebruik kunnen maken van het recht om in te spreken. Conclusie ad A3 en A4. Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren A5 Tevens willen wij onze bezwaren uiten tegen het feit dat er zonder inspraak een publiek paadje aan de openbaarheid wordt onttrokken.
Hoewel sommigen wellicht van mening zijn dat dit paadje weinig wordt gebruikt, kan het toch belangrijke gevolgen hebben voor de buurt en diens bewoners. Het behoud van openbare ruimtes en de betrokkenheid van de gemeenschap bij dergelijke beslissingen zijn van groot belang voor het welzijn van ons allen. Commentaar ad A5 Het voornemen om het door de indiener aangeduide openbare voetpad in het kader van de Wegenwet aan de openbaarheid te onttrekken, heeft ter inzage gelegen van zaterdag 17 juni 2023 tot en met zaterdag 29 juli 2004. Voor het onttrekken aan een openbaar voetpad aan de openbaarheid geldt een afzonderlijke, met de nodige rechtswaarborgen omklede procedure volgens de Wegenwet. Om deze reden moet dit onderdeel van de zienwijze in het kader van deze procedure tot herziening van het bestemmingsplan buiten beschouwing worden gelaten. Dit onderdeel van de zienswijze is meegenomen in de hiervoor weergegeven zienswijzennota in het kader van de procedure om te komen tot onttrekking van dit voetpad aan de openbaarheid in het kader van de Wegenwet. Conclusie ad A5 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze buiten beschouwing te laten. A6. Wij benadrukken dat onze bezwaren niet gericht zijn tegen elke vorm van ontwikkeling. Wij geloven echter sterk in een gezamenlijke aanpak waarbij alle belanghebbenden, inclusief de omwonenden, betrokken worden bij het ontwerpproces.
Als de ontwikkelaar en de gemeente in een vroeg stadium in overleg waren getreden, zou dit zeker hebben bijgedragen aan een meer evenwichtige en acceptabele oplossing die de belangen van alle partijen respecteert. Wij verzoeken de gemeente dan ook met klem om deze zienswijze serieus te overwegen en de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan grondig te heroverwegen. Het belang van een zorgvuldige en participatieve besluitvorming kan niet genoeg worden benadrukt om een leefbare en welvarende buurt te waarborgen. Wij gaan ervan uit dat u ons van de verdere ontwikkelingen op de hoogte houdt. Commentaar ad Ad 6 Van de initiatiefnemer van deze ontwikkeling hebben wij begrepen dat er meerdere pogingen zijn ondernomen om tot een gezamenlijke ontwikkeling te komen, echter deze hebben niet geleid tot overeenstemming. Zie daartoe ook ons commentaar op de zienswijze onder A3 en A4. De initiatienemers hebben te kennen gegeven niet langer te willen wachten en willen dat hun initiatief in procedure wordt gebracht.
= 5/17 = Uiteraard worden de indieners van deze zienwijzen, net als de andere indieners, op de hoogte gehouden van het verdere verloop van deze procedure tot herziening van het bestemmingsplan. Conclusie ad A6 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Met vriendelijke groet B. Geachte heer/mevrouw, Hierbij willen wij als eigenaar, bewoner en gebruiker van het pand ……….. en het bijbehorende achterterrein, onze zienswijze kenbaar maken met betrekking tot het ingediende Ontwerpbestemmingsplan "Grotestraat 162 en 164 te Nijverdal". B1 Wij zijn van mening dat het voorgestelde ontwerp buitensporig hoog (24,8 meter hoogte /7 bouwlagen) is, in vergelijking met de bouwhoogte van ons huidige pand en in vergelijking tot wat de huidige bestemming van de aangrenzende panden (ca. 16 meter hoogte /4 bouwlagen). Dit hoogteverschil zal een aanzienlijke negatieve invloed hebben op ons pand en de omgeving, wat kan leiden tot vermindering van daglichtinval (op ons woonhuis en op ons achterterrein) en privacy voor onze bovenwoning. Bovendien kan het kolossale karakter van het project een verstorend effect hebben op het karakter van de omliggende bebouwing en de woonbeleving van omwonenden. Commentaar ad B1 Voor ons commentaar op deze zienswijze wordt verwezen naar ons commentaar onder ad A1 en Ad A2 op een soortgelijke zienswijze.
Conclusie ad B1 Wij adviseren u om deze zienswijze deels ongegrond te verklaren en buiten beschouwing te laten voor wat betreft vrees voor waardedaling van het perceel. Ook hiertoe verwijzen wij naar ons commentaar op de zienwijze onder ad A1 en A2. B2 Onvoldoende parkeervoorzieningen: Het ingediende ontwerp bestemmingsplan lijkt onvoldoende aandacht te besteden aan het realiseren van de benodigde parkeervoorzieningen. Volgens de geldende parkeernorm dienen er 17 parkeerplaatsen binnen het plangebied te worden gerealiseerd. Het door de projectontwikkelaar aangewezen gebied voor de parkeervoorzieningen, zoals omcirkeld op de bijgevoegde plattegrondtekening, lijkt echter aanzienlijk kleiner dan vereist. Verder is de gekozen locatie niet veilig vanwege de onoverzichtelijke bocht en de snelheid van het verkeer ter plekke. Hierdoor maken wij ons ernstige zorgen over mogelijke parkeerproblemen en verkeersoverlast in de omgeving, wat de leefbaarheid en bereikbaarheid van onze percelen negatief kan beïnvloeden. Commentaar ad B2 In artikel 7.3 van de planregels is een verplichting opgenomen om zorg te dragen voor voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein. Op basis van de, ten tijde van de indiening van dit ontwerpbestemmingsplan geldende Nota Parkeernormen van de gemeente Hellendoorn, moet voor deze ontwikkeling worden voorzien in ten minste 17 extra parkeerplaatsen.
Omdat de gemeente juridisch zekerheid wil over de daadwerkelijke realisering én instandhouding van deze 17 parkeerplaatsen, is er - aanvullend op de aangehaalde regel uit het ontwerpbestemmingsplan - een (niet openbare) privaatrechtelijke driepartijen overeenkomst
= 6/17 = afgesloten (tussen initiatiefnemers, de eigenaren van een ter plaatse aanwezige "Parkeerloods" en de gemeente Hellendoorn) met daarin opgenomen een kwalitatieve verplichting. Onder een kwalitatieve verplichting wordt verstaan een privaatrechtelijke afspraak tussen twee of meer partijen, waarbij de ene partij zich verplicht is om iets te dulden of niet te doen met betrekking tot een stuk grond. Deze verplichting rust op het perceel zelf. Deze kwalitatieve verplichting is notarieel vastgelegd en vervolgens in de openbare registers ingeschreven). In dit concrete geval is vastgelegd dat het bewuste perceel met de “Parkeerloods” met een parkeercapacteit voor ten minste 17 auto’s bij realisatie van het beoogde bouwplan beschikbaar komt en beschikbaar blijft voor deze parkeeroplossing. Deze kwalitatieve verplichting is versterkt met een kettingbeding (= beding in een overeenkomst waarbij de verbondene zich verplicht om de betrokken bepaling op zijn eventuele rechtsopvolger te doen overgaan). Om te voorkomen dat een toekomstige eigenaar het kettingbeding niet doorlegt aan een opvolgend eigenaar, is er aan het doorbreken van de ketting een forse boete verbonden. Op basis van dit kettingbeding zijn initiatiefnemers en de eigenaren van “de Parkeerloods” een (forse) boete aan de gemeente verschuldigd bij niet nakoming van deze kwalitatieve verplichting.
Conclusie ad B3 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. B3. Onttrekking van openbaar voetpad: Het voorgestelde plan maakt gebruik van een openbaar voetpad dat blijkbaar aan de openbaarheid wordt onttrokken. Dit voetpad heeft een belangrijke functie voor bewoners in de naastliggende panden en de gebruikers van het achterterrein. Het afsluiten ervan kan de mobiliteit en toegankelijkheid van de omgeving aanzienlijk beperken (de omweg via de oostkant bedraagt ca. 150 meter). Wij verzoeken de gemeente om rekening te houden met de belangen van alle betrokken partijen en ervoor te zorgen dat er een adequate oplossing wordt gevonden die de functionaliteit van het voetpad behoudt. Zie ook bijlage 1. Commentaar ad B3 Wij verwijzen u hiervoor naar ons commentaar op de zienswijze onder A5. Conclusie ad B3 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze buiten beschouwing te laten. B4 De Afmetingen (lengte en breedte) van de nieuwbouw ontbreken: Het blijft onwaarschijnlijk dat de nieuwbouw oppervlakte van de commerciële plint slechts 450 m2 bedraagt en daarmee 100 m2 kleiner is dan de huidige commerciële oppervlakte. Als dit niet correct is, heeft dit mogelijk consequenties voor de te realiseren parkeervoorzieningen. Commentaar ad B3 Het gaat hier om een ontwerpbestemmingsplan dat ter visie ligt.
In dat bestemmingsplan zijn de maximal toegestane afmetingen van de nieuwbouw juridisch vastgelegd. Wij kunnen, zonder nadere onderbouwing, niets met de stelling van de indiener van deze zienswijze dat hij de, volgens het bestemmingsplan toegestane, voorziene afmetingen onwaarschijnlijk acht. Het gaat hier dus niet om een bouwplan met exacte afgemetingen. Deze exacte afmetingen worden te zijner tijd vastgelegd aan de hand van een - op basis van dit (ontwerp)bestemmingsplan - te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen van dit woon-/winkelcomplex. Conclusie ad B3 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
= 7/17 =
B5 Avond- en nachthoreca: Wij hebben bezwaar tegen avond- en nachthoreca in de nieuw te realiseren commerciële plint van dit gebouw vanwege geluidsoverlast. Commentaar ad B5 Volgens de VNG-richtlijn “Bedrijven en milieuzonering, editie 2009” gaat het hier om een gemengd gebied. Dat is een gebied waar meerdere functies naast elkaar zijn toegestaan, zoals in dit geval detailhandel, horeca en wonen. Normaliter is de aanbevolen afstand van bijvoorbeeld een Grand Café tot het naastgelegen pand 10 meter, doch in een gemengd gebied wordt deze afstand teruggebracht tot 0 meter. Conclusie ad B5 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. B6 Verder hebben wij nog de volgende bezwaren tegen dit plan: 1. Er heeft geen participatie plaatsgevonden; 2. De stedenbouwkundige visie ontbreekt; 3. De adressering van de panden in is onjuist vermeld in het Gemeente blad op 15 juni 2023: Het gaat om de panden Grotestraat 162a en 164 in plaats van Grotestraat 162 en 164. Dit is een vormfout. 4. De adressering van de panden in is onjuist vermeld in hesttemmingsplan Grotestraat 162 en 164. Het gaat om de panden Grotestraat 162a en 164 in plaats van Grotestraat 162 en 164. Dit is een vormfout; 5. De adressen bij de kavelnummers in afbeelding 3.6 van het Bestemmingsplan kloppen niet. (8575 = 160 en 160a, 8574 = 162, 8654 = 162a). Commentaar ad B6 1.
Voor wat betreft participatie, verwijzen wij u naar ons commentaar op de zienswijze onder ad A3 en A4; 2. Voor wat betreft het vermeende ontbreken van een stedenbouwkundige visie, verwijzen wij naar ons commentaar onder ad A1 en A2 3. Het gaat inderdaad om de panden Grotestraat 162a en 164 te Nijverdal. Dit zal hersteld worden bij de vaststelling van het bestemmingsplan door de raad. Dan zullen wij gelijk ook de tenaamstelling van het bestemmingsplan aanpassen naar bestemmingsplan “Grotestraat 162a en 164 te Nijverdal”. 4. Op basis van een vergelijking tussen afbeelding 3.6 en de gemeentelijke gisbrowser, kloppen de adressen wel degelijk. Conclusie ad B6 Wij adviseren u om van zienswijzen B6 de onderdelen 1, 2 en 4 ongegrond te verklaren en onderdeel 3 gegrond te verklaren voor wat betreft de tenaamstelling en de adressen van dit bestemmingsplan. B7 Gezien het bovenstaande verzoeken wij u vriendelijk om ons bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan serieus te overwegen en de volgende acties te ondernemen: 1. Het reduceren van de bouwhoogte van het voorgestelde project, zodat dit beter in overeenstemming is met de toegestane bouwhoogte van ons pand en andere omliggende gebouwen of de toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan van de aangrenzend percelen verhogen.
= 8/17 =
2. Zorgvuldige onderbouwing en aanpassing van het plan om te garanderen dat er voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd volgens de geldende parkeernorm. Tevens de oppervlakte van de nieuw te bouwen commerciële plint controleren. 3. Behoud van het openbaar voetpad of de zorgvuldige herplaatsing (zie bijlage 1) ervan om d toegankelijkheid en mobiliteit van de omgeving te waarborgen. 4. De participatie dient alsnog plaats te vinden zodat de nodige aanpassingen gerealiseerd kunnen worden. Wij waarderen uw aandacht voor onze bezwaren en verzoeken en hopen dat de gemeente ons standpunt serieus in overweging neemt bij het finaliseren van het bestemmingsplan. Mocht het nodig zijn, zijn wij bereid om verdere toelichting te geven op onze argumenten. Graag ontvangen wij een ontvangstbevestiging van deze zienswijze. Bij verdere ontwikkelingen in deze kwestie houden wij ons graag op de hoogte. Met vriendelijke groet Commentaar ad B7 Dit onderdeel van de zienswijzen betreft feitelijk een resumé/samenvatting van de hiervoor weergegeven onderdelen van de zienswijze. Voor de becommentariëring verwijzen wij dan ook naar de eerdere becommentariëring van de diverse onderdelen van de zienswijze. Conclusie ad B7 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
C Het ontwerpbestemmingsplan "Grotestraat 162 en 164 te Nijverdal", welke met ingang van 16 juni tot en met 27 juli 2023 ter inzage ligt, geeft ProRail aanleiding om - in formele zin - tijdig de volgende zienswijze in te brengen. AspectTrillingen ProRail beoogt niet alleen voor huidige bewoners, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een "goede buur'' te zijn. Omdat de in het ontwerpbestemmingsplan "Grotestraat 162 en 164 te Nijverdal" beoogde nieuwe woningen/gebouwen dichtbij het spoor zijn gepland kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is (zie o.a. https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/milieuthema/tril/). ProRail verzoekt u om het aspect trillinghinder te onderzoeken en af te wegen en verwijst in dit verband naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen www.prorail.nl (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven regering/detail?id=2019Z15245&did=2019D3 1337). Deze Handreiking helpt gemeenten, projectinitiatiefnemers en andere stakeholders om bij nieuwbouw langs spoor tijdig en concreet rekening te
= 9/17 = houden met trillingen als gevolg van treinverkeer, en geeft voorbeelden waarmee gemeenten, omgevingsdiensten, ingenieursbureaus en initiatiefnemers in concrete situaties aan de slag kunnen. In deze Handreiking is beschreven op welke wijze gemeenten het aspect trillinghinder kunnen onderzoeken en afwegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. ProRail adviseert om de conclusies uit het trillingonderzoek uitgebreid op te nemen in de conclusie van een separate paragraaf Trillingen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en (indien nodig) door te laten werken in de planregels. ProRail neemt aan u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en behoudt zich het recht voor in de verdere procedure aanvullende c.q. nieuwe zienswijzen kenbaar te maken. Met vriendelijke groet, Commentaar ad c. De initiatiefnemer heeft een Quickscan spoortrillingen laten uitvoeren. Deze quickscan is als separate bij de stukken bij het vast te stellen bestemmingsplan. Uit de quickscan volgt dat trillingshinder niet kan worden uitgesloten voor een deel van deze ontwikkellocatie, met name de zone dichtbij het spoor. Als in dat deel van het plangebied nieuwe bebouwing met een woonfunctie wordt ontwikkeld, dan is nader onderzoek naar trilling en noodzakelijk.
Echter in de aangegeven zone zijn geen woningen gepland en dat is op basis van dit (ontwerp)bestemmingsplan juridisch ook niet mogelijk. Conclusie ad C Wij adviseren u om deze zienswijze ongegrond te verklaren. D. Hellendoorn, 27 juli 2013. Geachte gemeenteraad van Hellendoorn, Bij deze willen wij onze zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan Grotestraat 162-164 met u delen. D1 Sinds 1998 zijn wij pandeigenaar van Grotestraat 154 met de daarbij behorende appartementen en garagebox. Al jaren wordt er gesproken over ontwikkeling en mogelijkheden. Helaas is dit niet eenvoudig op dit moment. Vanaf 2019 zijn wij zelf met een architect aan het tekenen en rekenen om een mooi plan op tafel te krijgend dat rendabel is en voldoet aan de wensen van de gemeente. Meerdere soorten appartementen (duur, starters, midden pigment), voldoende parkeergelegenheid op eigen grond en een mooi straatbeeld. Tot op heden, met het geldende bestemmingsplan zonder succes. Wij snappen dat er op 162 en 164 de hoogte in gebouwd wil worden. Maar is dit ook wenselijk? Om andere pandeigenaren van de Grotestraat, ook de mogelijkheid te geven om rendabel te willen laten ontwikkelen, is eenzelfde aangepast bestemmingsplan voor de gehele Grotestraat 152-186 nodig/wenselijk. Of kort gezegd; Gelijke monniken, gelijke kappen.
Het argument om een hoogtepunt te creëren in zichtlijn van het plein is prima, maar laat dan dat verschil maximaal 1 bouwlaag, of 1 puntdak zijn. Mochten de
= 10/17 = andere panden toch in de toekomst gaan ontwikkelen met het geldende bestemmingsplan, dan is de verhouding beter vinden wij. Commentaar ad D1 Voor ons commentaar op deze zienswijzen wijzen wij op het besluit van de raad van Hellendoorn van 20 oktober 2020, onder nummer 2020-01792, waarbij de raad de “Visie stedenbouwkundig wensbeeld kernwinkelgebied Grotestraat” heeft vastgesteld. Daarbij heeft de raad ingestemd met de voorgenomen bouwhoogte van deze ontwikkeling. Aan de orde is nu het verzoek om planologische medewerking te verlenen aan een herontwikkeling van de percelen Grotestraat 162a en 164 te Nijverdal. De initiatiefnemers van deze ontwikkeling stellen lang genoeg tevergeefs getracht hebben te komen tot een gezamenlijke herontwikkeling van de gehele noordwand met de eigenaren van belendende percelen. Datzelfde geldt, zo stellen de initiatiefnemers, ook voor de eigenaar van het aannemersbedrijf dat het bouwplan van initiatiefnemers feitelijk zal gaan realiseren. De eigenaar van het aannemersbedrijf is zelf eigenaar van een aantal panden in de noordwand. Door verschillen van inzicht en door de uiteenlopende belangen (waaronder financiële belangen) tussen de betrokken partijen is het na vele vergeefse pogingen/inspanningen niet gelukt om te komen tot één gezamenlijke herontwikkeling van de gehele noordwand.
De initiatiefnemers en de betrokken aannemer willen dat de gemeente nu een besluit neemt over hun verzoek om planologische medewerking. De indiener van deze zienswijze kan desgewenst zelf een verzoek om planologische medewerking indienen voor de herontwikkeling van zijn eigen perceel. Daartoe hebben al diverse gesprekken plaatsgevonden tussen de indieners van deze zienswijze, de vaste extern stedenbouwkundig adviseur van de gemeente Hellendoorn en ambtelijk medewerkers. Tot op heden hebben de indieners van deze zienswijze echter om hun moverende redenen nagelaten om een definitief, concreet verzoek om planologische medewerking aan een herontwikkeling van hun perceel in te dienen. Conclusie ad D1 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. D2 Verder blijft de vraag waar er geparkeerd gaat worden. Wij kunnen ons moeilijk visualiseren hoe er 17 auto's geparkeerd gaan worden op het aangegeven strookje grond. Wij hopen u via deze brief kort onze zienswijze duidelijk te hebben kunnen maken. Commentaar ad D2 Voor ons commentaar op deze zienwijze, verwijzen wij naar onze becommentariëring van de zienswijze onder ad B2. Conclusie ad D2 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Met vriendelijke groeten, Betreft: zienswijze ontwerpbesluit bestemmingsplan "Grotestraat 162 en 164 Nijverdal", namens cliënte ……………
= 11/17 = E. Geacht bevoegd gezag, Namens cliënte …….. wordt hierbij door Das Nederlandse Rechtsbijstand, Postbus 23000, 1100 DM Amsterdam een zienswijze ingediend gericht tegen uw ontwerpbesluit bestemmingsplan "Grotestraat 162 en 164 Nijverdal". Een kopie van het voorgenomen besluit treft u bij deze brief aan (Pro ductie 1). Zienswijze De zienswijze luidt als volgt. E1 Zorgvuldigheidsbeginsel en belangenafweging Cliënte is van mening, dat de voorbereiding van de besluitvorming zeer onzorgvuldig is geweest alsmede dat het ontwerpbesluit onvoldoende is gemotiveerd. Aangezien het bevoegd gezag niet is ingegaan op de belangen van cliënte en onvoldoende onderzoeken heeft overlegd zoals eerder weergegeven, is het bevoegd gezag ernstig te kort geschoten in de belangenafweging. Commentaar ad E1 Onder verwijzing naar het ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan, de als bijlage bij de stukken gevoegde voorgeschiedenis van deze ontwikkeling, alsook naar aanleiding van de – naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen toegevoegde onderzoeksrapportages:
Quick-scan trillinghinder; Het uitgevoerde windonderzoek; Schaduwstudie,
delen wij deze ongemotiveerde mening niet. Conclusie ad e! Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. E2 Waardevermindering Het ontwerpbesluit is gebaseerd op de destijds door externe vastgestelde stedenbouwkundige visie, waarbij er qua hoogte gekeken is naar een uitzondering. Hierbij wordt er uitgegaan van de zichtlijn vanuit het Gemeentehuis. Eigendom van cliënt is aangrenzende buur en valt óók bin nen deze vastgestelde zichtlijn. Door de huidige ontwikkeling zal cliënte zeker belemmerd worden bij toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden en hierdoor zal substantiële schade ontstaan aan haar onroerend goed. Dit geld ook inkomstenderving/waardevermindering op basis van de huidige appartementen. Hierbij wordt het woongenot van de huurders ernstig aangetast. Waarbij de huurders geschaad worden in hun privacy, lichtinval en bezonning op zowel terrassen als balkon. Commentaar ad E2 Een verzoek om een tegemoetkoming in de planschade c.q. een verzoek om vergoeding van nadeelcompensatie staat in juridische zin volkomen los een procedure tot herziening van een bestemmingsplan.
= 12/17 = Nu het hier gaat om een ontwerpbestemmingsplan dat in procedure is gebracht vóór 1 januari 2024, valt de vaststelling van dit bestemmingsplan nog onder het juridisch kader/regime van de Wet ruimtelijke ordening. Zie daartoe ook het bepaalde in artikel artikel 4.6 lid 2, sub a, onder 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Voor ons commentaar op dit onderdeel van de zienswijzen, verwijzen wij naar ons commentaar op de zienswijzen onder ad A1 en A2. Conclusie ad E2 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. E3 Geen goede ruimtelijke ordening Het ontwerpbesluit dat gericht is op het slopen van alle bebouwing binnen het plangebied en de nieuwbouw van een winkel- en appartementencomplex met een totale hoogte van 25 (24,8) meter getuigt van geen goede ruimtelijke ordening ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Hier uit volgt dat het bevoegd gezag een gedegen belangenafweging dient te laten plaatsvinden, dit is echter onvoldoende uitgevoerd. Commentaar ad E3 Er heeft wel degelijk een goede belangenafweging plaatsgevonden op basis van een met de nodige rechtsborgen omklede procedure volgens de Wet ruimtelijke ordening Naar ons oordeel is hier wel degelijk sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Daartoe wordt verwezen naar het ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan alsook naar de als bijlage 4 bij de stukken gevoegde “Voorgeschiedenis en besluitvorming Grotestraat 162a-164 te Nijverdal” Conclusie ad E3 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienwijze ongegrond te verklaren. E4 Straat-en bebouwingsbeeld De herontwikkeling van de bouwvlakken en kavels is volgens cliënte onwenselijk en in strijd met de structuurvisie, aangezien er geen goede landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing is. Het bevoegd gezag stelt dat deze ontwikkeling stedenbouwkundig goed inpasbaar is. Hierbij wordt er verwezen naar de potentiële, niet vastliggende, toekomstige ontwikkelingen van de Grotestraat. Dat een dergelijk hoog complex op dit moment niet is gevestigd in de Grotestraat, en daarmee dus niet passend is, wordt niet verder onderbouwd. De vraag is of dit dan nog aansluit bij de structuur en architectuur van de directe omgeving. Het betreft een zichtlocatie waarbij verwacht wordt dat het bevoegd gezag inzet op kwaliteit. Uit de opgestuurde stukken blijkt hier onvoldoende tot geen onderzoek naar gedaan te zijn, het getuigt niet van de kwaliteit die de omgeving verdient. In de huidige situatie is er al sprake van een massaal pand. Door de vergroting wordt het pand nog massaler.
Cliënte is dan ook van mening, dat het bouwplan een onevenredige afbreuk doet aan het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving, althans ziet rechtens niet onderbouwd terug dat deze situatie zich voordoet. Commentaar ad E4 Voor ons commentaar op deze zienswijze, verwijzen wij u naar ons commentaar op de zienswijze onder ad A1 en A2
= 13/17 =
Conclusie ad E4 Wij adviseren u om dit – ongemotiveerde - onderdeel van de zienwijze ongegrond te verklaren. E5 Windhinder Door de hoogte van het appartementen had er onderzoek gedaan moeten worden naar windhinder. Cliënte vreest, dat na het oprichten van het appartemeten windhinder zal ontstaan. Windhinder treedt op rond hoge gebouwen, waardoor sprake is van verhoogde windsnelheden. Hierdoor kan het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk zijn. Door onderzoek (computeranimatie of windtunnelonderzoek) kan vooraf worden vastgesteld of bij een bepaald stedenbouwkundig ontwerp windhinder of windgevaar zal optreden. Ook kan bekeken worden welke maatregelen mogelijk zijn om windhinder te voor komen of te beperken. Dit onderzoek is ten onrechte achterwege gebleven. Commentaar ad E5 Er is een onderzoek naar windhinder uitgevoerd dat als bijlage 8 bij deze zienswijzennota is gevoegd. In het model is geen kwalificatie gevaar of een beperkt risico op windgevaar vastgesteld. Conclusie ad e5. Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. E6 Privacy Het verbaast cliënte ten zeerste, dat er door het bevoegd gezag geen enkel onderzoek is verricht naar de onevenredige afbreuk van de woonsituatie.
Cliënte wordt immers op zeer korte afstand geconfronteerd met een zeer hoog appartementencomplex Door het plaatsen van een enorm pand dat een stuk uitsteekt voor het gebouw van cliënte heeft cliënte geen privacy, althans de privacy wordt wezenlijk aangetast. E7 Bezonning Tevens zal cliënte te maken krijgen met schaduwwerking van de woning, wat nadelige gevolgen zal opwekken in het woon- en leefomgeving. Cliënte is bang voor een aanzienlijke vermindering van bezonning. Daarnaast vreest cliënte voor reflectie van zonnestralen op de woningen enkele uren voordat de zon ondergaat. Commentaar ad E6 en E7 Volgens het thans ter plaatse geldende bestemmingsplan “Nijverdal-Centrum” waarin deze percelen de bestemming “Centrum 1”hebben, mag er op de perceelsgrens worden gebouwd. Mits voldaan wordt aan de privacybepalingen volgens artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek, is er naar ons oordeel geen sprake van een onevenredige aantasting van de privacy.
= 14/17 = Naar aanleiding van deze zienswijze, is alsnog een schaduwstudie uitgevoerd die als bijlage 5 bij de stukken is gevoegd. De schaduwwerking van de nieuwe situatie met de ontwikkeling van het appartementencomplex is daarmee in kaart gebracht ten opzichte van de huidige situatie met de bestaande opstallen. De toename van extra schaduwwerking als gevolg van de realisatie van het beoogde woon-/winkelcomplex is relatief gezien minimaal. De reeds aanwezige bebouwing grenzend aan het plangebied, zorgt al snel voor schaduwwerking. De nieuwe ontwikkeling betreft een inbreiding in hartje centrumgebied tussen reeds aanwezige opstallen. De realisatie van het beoogde appartementencomplex zorgt naar ons oordeel niet voor een onevenredige toename van en daarmee onrechtmatige hinder. Wij verwijzen verder naar de navolgende jurisprudentie van de ABRS (= Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State): ECLI:NL:RVS2024:4. In navolging van deze uitspraak van de ABRS, zijn wij van mening dat de nadelige gevolgen van dit bestemmingsplan niet onevenredig zijn tot de, met de vaststelling van dit bestemmingsplan te dienen doelen. Het bestemmingsplan voorziet in een stedelijke ontwikkeling in het kernwinkelgebied van Nijverdal.
In het geval van een binnenstedelijke ontwikkeling is minder snel dan bij een buitenstedelijke ontwikkeling sprake van een onevenredige schending van privacy, verlies van zonuren en verlies van uitzicht. Enig verlies van privacy, zonuren en uitzicht behoort daarmee tot het normale maatschappelijke risico wanneer, zoals in dit geval, wordt gebouwd in een omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid. Wij onderkennen enige afname van het aantal zonuren, maar kennen een doorslaggevend belang toe aan de belangen die met het plan gediend zijn, namelijk een versterking van het kernwinkelgebied door de realisering van twee commerciële ruimtes op de begane grond mogelijk te maken en de realisering van zestien appartementen op de bovengelegen etages, waarmee wordt voorzien in een grote behoefte aan woningen. Conclusie ad E6 en E7 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. E8 Eigendomsoverdracht Daarnaast heeft cliënte bezwaar tegen de voorgenomen eigendomsoverdracht van het openbaar voetpad. Het pad wordt dagelijks door de diverse aangrenzende bewoners frequent gebruikt. Daar komt nog bij dat per november 2021 de Hoge Raad (Didam arrest) heeft geoordeeld dat een gemeente bij verkoop van onroerende zaken op grond van het gelijkheidsbeginsel gelegenheid moet bieden aan potentiële gegadigden om mee te dingen.
Commentaar ad E8 Op 26 november 2021 (ECLI:NL:HR: 2021:1778) kwam de Hoge Raad met het Didamarrest. Dit komt erop neer dat overheden niet meer één op één een stuk gemeentegrond mogen verkopen. Andere gegadigden moeten kunnen meedingen. Ons college heeft onze huisadvocaat gevraagd om een antwoord te geven op de volgende vraag: hoe om te gaan met de consequenties van het Didamarrest? De huisadvocaat kwam tot het advies, dat er een bekendmaking moet worden geplaatst, waarin objectief, toetsbare en redelijke criteria moeten worden opgenomen, waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor aankoop van dit perceel.
= 15/17 = Omdat de gemeente de grond alleen aan de openbaarheid wil onttrekken en vervolgens verkopen voor déze ontwikkeling, kwam de huisadvocaat tot de conclusie, dat alleen de initiatiefnemers van de thans bestreden ontwikkeling voldoen aan deze criteria. Om uit te sluiten dat ook anderen niet alsnog in aanmerking komen voor verwerving van dit perceel, is vervolgens - overeenkomstig het advies van de huisadvocaat - de noodzakelijke bekendmaking op donderdag 15 juni 2023 geplaatst in het huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke website. Tegen deze bekendmaking, zijn door een aantal mensen bezwaren ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Echter men kon tegen deze bekendmaking geen bezwaarschrift indienen, doch men kon alleen binnen 20 kalenderdagen na de datum van bekendmaking, aan de gemeente kenbaar maken dat men in aanmerking wenste te komen voor verwerving van dit perceel én daarbij voldeed aan de, in de bekendmaking gestelde, criteria. De indieners van deze bezwaarschriften hebben bericht van de gemeente ontvangen dat zij niet voldeden aan de criteria die in de publicatie zijn gesteld en dat de gemeente daarom geen aanleiding zag om af te wijken van de voorgenomen eigendomsoverdracht aan de initiatiefnemers van deze ontwikkeling.
Hiertegen is door één persoon wederom bezwaar gemaakt, met als argument dat er geen duidelijke criteria zijn gesteld en dat de gemeente niet zorgvuldig handelt in dezen.
= 16/17 = Om die reden is vrijdag 2 september 2022 contact opgenomen met de huisadvocaat en is het bewuste bezwaarschrift ter toetsing voorgelegd. De huisadvocaat stelt dat in de betreffende publicatie voldoende objectieve, toetsbare en redelijke criteria zijn opgenomen waaraan moet worden voldaan om het perceel te kunnen verwerven Als de betreffende indiener zich hierin niet kon vinden, dan kon hij dit aanvechten middels een kort geding bij de burgerlijke/civiele rechter. De advocaat adviseerde de gemeente om betrokkene daarvoor een termijn te stellen. Dat is gebeurd. Er is vervolgens door niemand gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hierover een kort geding in te stellen bij de burgerlijke rechter. Wat wél mogelijk is, is om een zienswijze bij de raad in te dienen tegen het nog ter inzage te leggen ontwerpbesluit om het bewuste openbare voetpad op basis van de Wegenwet aan de openbaarheid te onttrekken. Daar is onder meer door Das Rechtsbijstand en twee anderen gebruik van gemaakt. Daartoe wordt verwezen naar de “Zienswijzennota onttrekken aan de openbaarheid openbaar voetpad tussen Grotestraat 162a en 164 te Nijverdal”.
In de inmiddels - met de initiatiefnemers van deze ontwikkeling - afgesloten (niet openbare) anterieure overeenkomst is een ontbindende voorwaarde opgenomen, dat deze overeenkomst wordt ontbonden als: a) de raad het bestemmingsplan niet vaststelt; en/of b) de raad niet instemt met het onttrekken aan de openbaarheid van het bewuste voetpad. Immers de ontwikkeling kan geen doorgang vinden als niet aan zowel a als b wordt voldaan. In die gevallen gaat de eigendom van het bewuste voetpad weer terug naar de gemeente Hellendoorn. Het vorenstaande is via een raadsmededeling d.d. 6 september 2022, nummer 2022-022548 aan de gemeenteraad uiteengezet. Conclusie ad E9 Wij adviseren u om dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren voor zover zij betrekking heeft op (de gevolgen van) het Didamarrest en buiten beschouwing te laten voor zover de zienswijze betrekking heeft op het onttrekken aan de openbaarheid van het openbare voetpad. Hiervoor wordt naar de afzonderlijke, met de nodige rechtswaarborgen omklede procedure in het kader van de Wegenwet en de daarbij behorende separate zienswijzennota. E9 Evenredigheidsbeginsel De Afdeling stelt vast in de uitspraak met vindplaats ECLl:NL:RVS:2022:285 dat het evenredigheidsbeginsel twee 'ijkpunten' heeft enerzijds het met het besluit beoogde doel en anderzijds de (nadelige) gevolgen van het besluit.
De ratio is dat de gevolgen van een maatregel niet onnodig onevenredig mogen uitpakken ten opzichte van het doel van het besluit. Bestuursorganen zullen de belangafweging zorgvuldig moeten maken en ook beter moeten motiveren. Naarmate de belangen van burgers zwaarder wegen, de nadelige gevolgen van een besluit ernstiger zijn of een besluit inbreuk maakt op fundamentele rechten, dient de toetsing intensiever zijn. De belangen van cliënte zijn dusdanig onevenredig in verhouding tot de belangen betreffende het ontwerpbesluit waardoor niet valt in te zien waarom het belang voor het bouwen van 16 appartementen zwaarder zou moeten wegen dan het belang van cliënt. Nu duidelijk is dat cliënte wordt beperkt en geschaad in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Conclusie Alles overzienend is de ontwerpbesluitvorming niet zorgvuldig voorbereid en dient er strijd met het motiveringsbeginsel aan. Tevens is het niet duidelijk
= 17/17 = welke belangen in kaart zijn gebracht en zijn berokken bij de besluitvorming, een inzicht van deze belangenafweging ontbreekt. Verzoek Het is om vorenstaande redenen dat cliënte u verzoekt het besluit niet vast te stellen. Met vriendelijke groet, DAS Commentaar ad E9 Onder verwijzing naar onze becommentariëring van de onderdelen E1 tot en met E8 van deze zienswijzen, zijn wij van mening dat hier geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Er heeft wel degelijk een goede afweging van belangen plaatsgevonden, voorafgaand aan deze besluitvorming. Wij verwijzen daartoe ondermeer naar het ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan, de diverse uitvoerde onderzoeksrapporten en naar de bij de stukken gevoegde bijlage 4, getiteld “Voorgeschiedenis Grotestraat 162-164 te Nijverdal” Conclusie ad E9 Wij adviseren u om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. F. Geachte heer/mevrouw, Bij deze wil ik als bewoner van het appartement aan de Grotestraat 154A mijn bezwaren indienen tegen de voorgenomen wijziging op dit bestemmingsplan. Wanneer deze wijziging wordt doorgevoerd zal er een woontoren van 25 meter hoog verijzen. Dit zal ons huidige woongenot aanzienlijk aantasten. Wij hebben dan totaal geen privacy meer op ons dakterras en een complete inkijk in onze woning.
Waarschijnlijk zelfs ook méér schaduw en minder zon, zowel op het terras als in de woning. Daar komt nog bij dat ik bevreesd ben voor de te ontstaande windhinder, iets dat bij een dergelijke hoogte in de directe omgeving een negatieve impact kan hebben. Kortom, bij deze maak ik graag kenbaar, dat wij als bewoners van de Grotestraat niet staan te springen om een dergelijk hoog gebouw in onze naaste omgeving te zien verijzen. Ik zie hier graag een reactie tegemoet. Commentaar ad F Voor de becommentariëring verwijzen wij u naar onze becommentariëring onder ad A1, Ad 2, ad E5 en ad E7 op soortgelijke zienswijzen van derden. Conclusie ad F Wij adviseren u om deze zienswijze ongegrond te verklaren. __________________________________________________