CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting wijzigingen Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2025

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie 2025, Controleverordening 2025 en Controleprotocol4.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TOELICHTING WIJZIGINGEN VERORDENING FINANCIEEL BELEID, BEHEER EN ORGANISATIE GEMEENTE HELLENDOORN 2025 Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities

Artikel 1 Definities

-

-

-

administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hellendoorn en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; college: het college van burgemeester en wethouders; financieel beheer: het sturing geven aan en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Hellendoorn;

-

administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hellendoorn en voor de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; college: het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn; financieel beheer: het sturing geven aan en toezicht houden op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Hellendoorn;

Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording Artikel 2 Programmabegroting 1. De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programmaindeling inclusief de verdeling van taakvelden naar programma's vast. Daarnaast stelt de raad vast welke facultatieve paragrafen worden toegevoegd naast de verplichte paragrafen, zoals vastgesteld in artikel 9, tweede lid van het BBV. 2. De raad stelt jaarlijks per programma vast: a. de beoogde maatschappelijke effecten (wat willen we bereiken); b. de prestaties (wat doen we); c. de baten en lasten (wat kost het); d. de investeringskredieten.

Artikel 2 Vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.

2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma vast: a. de taakvelden; b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten); c. de producten. De onderverdeling van de programma's in producten staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de

programmabegroting expliciet vermeld). 3. Met het vaststellen van de programmabegroting autoriseert de raad het college tot het doen van uitgaven per programma tot de bedragen van het overzicht van baten en lasten voor het betreffende begrotingsjaar. 4. Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde (maatschappelijke) effecten en de te leveren goederen en diensten. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, van het BBV. 5. De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het vierde lid, vast. 6. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid, rechtmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 4 Inrichting begroting en jaarstukken

Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken

1. Bij de begroting en de jaarstukken wordt onder elk van de programma's het overzicht van de baten en lasten per product weergegeven; in de bijlage wordt een overzicht per taakveld weergegeven.

1. Bij de begroting en de jaarstukken wordt onder elk van de programma's het overzicht van de baten en lasten per product weergegeven. In de bijlage van de begroting en de jaarstukken wordt een overzicht per taakveld weergegeven.

Artikel 5 Uitvoering programmabegroting 1. Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de programmabegroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 2. Het college draagt er ten aanzien van de productenraming zorg voor dat: a. de lasten en baten eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de productraming; b. de budgetten uit de productraming en kredieten voor investeringen passen binnen de kaders, zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie;

Artikel 4 Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de baten en lasten per programma. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

Pagina 2 van 12

c. de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt. 3. Het college draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat de lasten van de programma's, zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) programmabegroting, niet worden overschreden.

4. Het college informeert de raad als het verwacht dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden of de baten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het college komt met een voorstel aan de raad, hoe om te gaan met de dreigende overschrijding. De lasten van het taakveld worden verhoogd, het investeringskrediet wordt gewijzigd of het beleid wordt bijgesteld. 5. Het college kan besluiten tot het doen van eenmalige, niet begrote uitgaven die onvoorzien zijn en brengt deze ten laste van de post onvoorzien. Het college informeert de raad daarover.

Artikel 6 Tussentijdse rapportage en informatie 1. Het college informeert de raad twee maal per jaar door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de programmabegroting en het daaraan ten grondslag liggende beleid van de gemeente 2. De tussentijdse rapportage bevat een

3. Het college informeert de raad als zij verwacht, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden, of de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden. Het college meldt dit aan de raad in de eerstvolgende tussenrapportage en voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het krediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.

5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Artikel 5 Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad twee keer per jaar met een tussentijdse rapportage over de realisatie van de programmabegroting en het daaraan ten grondslag liggende beleid van de gemeente. 2. De tussentijdse rapportage bevat een

Pagina 3 van 12

uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en lasten per programma, uitgesplitst naar producten; b. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; c. het resultaat, volgend uit de onderdelen a en b; d. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. 4. Tussen salarissen en sociale lasten enerzijds en de kosten van personeel van derden anderzijds mag zonder financiële beperking worden geschoven, mits het gaat om personele mutaties binnen de bestaande formatie. In alle andere gevallen is dit slechts mogelijk als het uitgaven van incidentele aard betreft die niet tot extra verplichtingen in een volgend jaar leiden. 5. Op kostensoorten die integraal door de programma’s lopen kan eveneens zonder financiële beperking worden geschoven. Dat geldt voor alle hieronder genoemde kostensoorten: - beheerkosten gemeentelijke gebouwen; - verzekeringen; - energiekosten; - licenties en diensten ICT.

Artikel 7 Jaarstukken 2. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma's. In de verantwoording geeft het college aan: a. wat is bereikt; b. wat de kosten zijn; c. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen. Financiële afwijkingen groter dan € 25.000,--op productniveau worden toegelicht. 3. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht van: a. de afwijkingen per programma; b. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; c. het resultaat, volgend uit de onderdelen a en b; d. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. 4. Tussen salarissen en sociale lasten enerzijds en de kosten van personeel van derden en advies- en uitvoeringsbudgetten anderzijds mag zonder financiële beperking worden geschoven, mits het gaat om personele mutaties binnen de bestaande formatie. In alle andere gevallen is dit slechts mogelijk als het uitgaven van incidentele aard betreft die niet tot extra structurele verplichtingen in een volgend jaar leiden. 5. Op kostensoorten die integraal door de programma’s lopen kan eveneens zonder financiële beperking worden geschoven. Dat geldt voor alle hieronder genoemde kostensoorten: - beheerkosten en heffingen gemeentelijke gebouwen; - verzekeringen; - energiekosten; - licenties en diensten ICT.

Artikel 6 Jaarstukken 2. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma's. In de verantwoording geeft ze aan: a. wat is bereikt; b. wat de kosten zijn; c. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen. 3. Financiële afwijkingen worden op productniveau toegelicht wanneer de afwijking: a. groter is dan € 30.000,-- bij een begroot budget onder € 1.000.000,--; b. groter is dan € 75.000,-- bij een begroot budget tussen € 1.000.000,-en € 2.500.000,--;

Pagina 4 van 12

c. groter dan € 100.000,-- bij een begroot budget boven € 2.500.000,--. 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.

Artikel 8 EMU-saldo

4. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 5. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Artikel 7 EMU-saldo

Hoofdstuk 3 Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 9 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen boven de verantwoordingsgrens, zoals vastgesteld is in het normenkader.

2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000,-nader toegelicht.

3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) gerapporteerd boven de rapportagegrens, zoals vastgesteld is in het normenkader. Artikel 10 Voorwaardencriterium

Artikel 9 Voorwaardencriterium

Artikel 11 Begrotingscriterium 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Artikel 10 Begrotingscriterium 5. Afwijkingen betreffende hogere of lagere baten of lagere lasten die worden gemeld in de jaarrekening worden gezien als ‘tijdig gemeld’ en worden daarmee als rechtmatig beschouwd.

6. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader

Pagina 5 van 12

toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Artikel 11 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 2. Het college stelt regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 3 Financieel beleid

Hoofdstuk 4 Financieel beleid

Vervallen: Artikel 13 Financiële positie Artikel 14 Waardering en afschrijving vaste activa Het college biedt de raad ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota investeren en afschrijven aan. De nota beschrijft de methodiek van afschrijving en de termijnen.

Artikel 12 Waardering en afschrijving vaste activa 1. Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota investeren en afschrijven aan. De nota beschrijft de methodiek van afschrijving en de termijnen. 2. Het college biedt de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen voor de komende meerjarenperiode.

Artikel 15 Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de bepaling van de oninbare vorderingen van debiteuren Participatiewet en BBZ-leningen wordt gebruik gemaakt van de statische bepaling. Per openstaande vordering wordt het risico van oninbaarheid ingeschat en op basis hiervan wordt de voorziening bepaald.

Artikel 13 Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de bepaling van de oninbare vorderingen van debiteuren Participatiewet en leningen op basis van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 wordt gebruik gemaakt van de statische bepaling. Per openstaande vordering wordt het risico van oninbaarheid ingeschat en op basis hiervan wordt de voorziening bepaald.

Artikel 16 Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan.

Artikel 14 Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan.

Artikel 17 Kostprijsberekening

Artikel 15 Kostprijsberekening

6. In afwijking van het derde lid wordt de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing en afvalstoffenheffing als volgt bepaald: de geraamde directe kosten, die met de rioolheffing of afvalstoffenheffing maximaal in rekening kunnen worden

6. In afwijking van het derde lid wordt de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing en afvalstoffenheffing als volgt bepaald: Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing en afvalstoffenheffing waarmee kosten in

Pagina 6 van 12

gebracht, delen door de totale geraamde directe kosten van de taakvelden.

8. In afwijking van het zevende lid wordt het percentage van de toerekening van rente over de grondexploitaties jaarlijks bij de begroting berekend en herrekend na vaststelling van de jaarrekening T-1. Het percentage wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van de rentelasten van de opgenomen langlopende en kortlopende leningen. Dit percentage wordt gecorrigeerd naar de verhouding vreemd vermogen: totaal vermogen. 9. In afwijking van het zevende lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.

rekening worden gebracht, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten (zie de berekening onder het derde lid) minus een afslag. Deze afslag bestaat uit overheadkosten waar zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt, of waarvan de kosten van direct gerelateerd al toegerekend worden. 8. In afwijking van het zevende lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.

Artikel 18 Prijzen economische activiteiten

Artikel 16 Prijzen economische activiteiten

Artikel 19 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en leges

Artikel 17 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en leges

Artikel 20 Financieringsfunctie

Artikel 18 Financieringsfunctie

Hoofdstuk 5 Paragrafen

Hoofdstuk 5 Paragrafen bij de begroting en jaarstukken

Artikel 21 Lokale heffingen 1. Het college biedt de raad ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval: a. de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; b. de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse

Artikel 19 Lokale heffingen 1. Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval: a. de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; b. de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse

Pagina 7 van 12

bevolkingsgroepen en soorten belastingplichtigen; c. de kostendekkendheid van de heffingen; d. de druk van de lokale belastingen en heffingen; e. het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.

bevolkingsgroepen en soorten belastingplichtigen; c. de kostendekkendheid van de heffingen; d. de druk van de lokale belastingen en heffingen; e. het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.

Artikel 22 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Het college biedt de raad ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota risicobeheersing en weerstandsvermogen aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico's door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt tevens de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.

Artikel 20 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Het college biedt de raad ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota risicobeheersing en weerstandsvermogen aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico's door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt ook de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.

Artikel 23 Onderhoud kapitaalgoederen 1. Het college biedt de raad (bijgestelde) nota's aan, die toezien op het onderhoud openbare ruimte. De nota's geven het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en het meerjarig budgettair beslag. Het gaat hierbij om de volgende nota's (inclusief de herzieningsperiode): a. openbaar groen (10 jaar); b. wegen (4 jaar); c. kunstwerken (5 jaar); d. openbare verlichting (5 jaar); e. gladheidsbestrijding (4 jaar); f. speelplaatsenbeleid (4 jaar).

Artikel 21 Onderhoud kapitaalgoederen 1. Het college zorgt voor een actueel onderhoudsplan van in ieder geval de verplichte kapitaalgoederen op grond van artikel 12 van het BBV. Het onderhoudsplan geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en het meerjarig budgettair beslag. 2. Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV, in ieder geval op: a. de volgende kapitaalgoederen: bruggen en tunnels, openbare verlichting, speelplaatsen en buitensportaccommodaties; b. de voortgang van het geplande onderhoud; c. de omvang van het eventueel achterstallig onderhoud.

2. Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en het meerjarig budgettair beslag. 3. Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota onderhoud

Pagina 8 van 12

gebouwen aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens het meerjarig budgettair beslag de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV op. 4. Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV, in ieder geval op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud. Artikel 24 Financiering

Artikel 22 Financiering

Artikel 25 Bedrijfsvoering

Artikel 23 Bedrijfsvoering

Artikel 26 Verbonden partijen 1. Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota verbonden partijen aan. 3. In de paragraaf verbonden partijen bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV op.

Artikel 24 Verbonden partijen 1. Het college biedt ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota verbonden partijen aan. 3. In de paragraaf verbonden partijen bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV in ieder geval op: - een overzicht van informele samenwerkingsverbanden waarbij de gemeente Hellendoorn is aangesloten.

Artikel 27 Grondbeleid 1. Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan: a. de relatie met de programma's van de programmabegroting; b. de strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de gemeente; c. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

Artikel 25 Grondbeleid 1. Het college biedt ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan: a. de relatie met de programma's van de programmabegroting; b. de strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de gemeente; c. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

Pagina 9 van 12

d. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden; e. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.

d. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden; e. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.

Artikel 28 Wet open overheid Artikel 3.5 van de Wet open overheid stelt dat het college de beleidsvoornemens voor het uitvoeren van deze wet moet opnemen in de programmabegroting. Bij de jaarstukken wordt verslag gedaan van de uitvoering van de wet en specifiek ook van de uitvoering van deze beleidsvoornemens. Het college legt het beleid, de uitvoering en het verslag van de uitvoering en het beleid vast in de paragraaf open overheid.

Artikel 26 Wet open overheid Artikel 3.5 van de Wet open overheid stelt dat het college de beleidsvoornemens voor het uitvoeren van deze wet moet opnemen in de programmabegroting. Bij de jaarstukken wordt verslag gedaan van de uitvoering van deze wet en specifiek ook van de uitvoering van deze beleidsvoornemens. Het college legt het beleid, de uitvoering en het verslag van de uitvoering en het beleid vast in de paragraaf open overheid.

Artikel 29 Verstrekking subsidies Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.

Artikel 27 Verstrekking subsidies Het college biedt ten minste één keer per vier jaar een (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.

Hoofdstuk 6 Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 30 Administratie d. het bevorderen van en het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; e. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.

Artikel 28 Administratie d. het bevorderen en het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; e. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie en voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.

Artikel 31 Financiële organisatie

Artikel 29 Financiële organisatie

Artikel 32 Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213,

Artikel 30 Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213,

Pagina 10 van 12

derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder b. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste één maal in de vier jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 23 onder b. Daarnaast informeert ze de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste één keer in de vier jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt ze maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 33 Nadere regelgeving en afwijkingen 1. Het college kan in voorkomende gevallen om bijzondere redenen besluiten tijdelijk af te wijken van de in deze verordening opgenomen regels. De raad wordt hierover vooraf gehoord.

Artikel 31 Nadere regelgeving en afwijkingen 1. Het college kan in voorkomende gevallen om bijzondere redenen besluiten tijdelijk af te wijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 34 Intrekken oude verordening en overgangsrecht De "Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2022" wordt ingetrokken met ingang van het in artikel 35, eerste lid, genoemde tijdstip.

Artikel 32 Intrekken oude verordening en overgangsrecht De " Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2023" wordt ingetrokken met ingang van het in artikel 33, eerste lid, genoemde tijdstip.

Artikel 35 Inwerkingtreding en citeertitel 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2023.

Artikel 33 Inwerkingtreding en citeertitel 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2025.

Pagina 11 van 12

.

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16237159/2