CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Rekenkameronderzoek samenwerkende Twentse Rekenkamers - Zicht op Zeggenschap36.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Mei 2022

SamenTwente

vrijwel altijd via de raden of colleges van de individuele

September 2022

Wonen

deelnemers. Voor zover bij ons bekend heeft directe participatie

Februari 2023

Asielproblematiek

van inwoners de afgelopen jaren alleen binnen de RES Twente

Mei 2023

Beter begrip voor betere grip

(regionale energiestrategie Twente) plaatsgevonden. In 2023

September 2023

Twente Board

heeft de RES Twente een inwonersforum georganiseerd

Februari 2024

Lokale media

onder alle Twentse inwoners. 30.000 inwoners hebben een

Juni 2024

Mobiliteit

uitnodigingsbrief ontvangen en uiteindelijk zijn 100 inwoners

September 2024

ROS

geselecteerd. Zij hebben gezamenlijk in drie dagen een advies uitgebracht.37

Gemiddeld is 13% van de 345 Twentse raadsleden aanwezig bij bijeenkomsten van de Twenteraad. De opkomst van raadsleden bij Twenteraadbijeenkomsten ligt tussen de 8% en 24%. De opkomst is het hoogst als er thema’s centraal staan die actueel zijn, zoals de bijeenkomst over streekomroepen. Er is een dalende trend in opkomst te zien naarmate de raadsperiode vordert. Uit de gesprekken blijkt dat de bijeenkomsten over het algemeen een beperkt bereik hebben, hoewel de Twenteraad op papier wel wordt gezien als een waardevol vehikel om Twentse onderwerpen te agenderen.

37

Voorbereidingen voor Twents Inwonersforum in volle gang! | RES Twente.

38 39

Zie: Moties en amendementen. Zie: Motie gemeenteraad Enschede - Inhoudelijke grip op Gemeenschappelijke Regelingen.pdf.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 19

Inhoud Twenteraad: bijeenkomst 20 juni 2024 – mobiliteit

•

We zien ook noemenswaardige verschillen tussen stedelijke

Om een beeld te schetsen van de inhoud en

en niet-stedelijke gemeenten: 71% van de raads- en

bespreekpunten van Twenteraadbijeenkomsten, geven

collegeleden uit stedelijke gemeenten geeft aan in (zeer)

we hieronder een beknopt overzicht van de inhoudelijke

kleine mate hier zicht op te hebben, tegenover 38% van hun collega’s uit niet-stedelijke gemeenten.

bespreekpunten van de Twenteraadbijeenkomst over mobiliteit op 20 juni 2024:

•

Maximaal 40% van de raadsleden is het (helemaal) eens met de stelling dat het duidelijk genoeg is hoe de besluitvorming binnen de drie onderzochte samenwerkings­

• De bereikbaarheid van Twente - Mobiliteitsaanpak provincie Overijssel

verbanden verloopt.40 Voor collegeleden is dit over het

- Interne, externe en internationale bereikbaarheid

algemeen duidelijker.41 Dit geldt ook voor niet-stedelijke raads- en collegeleden; ook voor hen is het verloop van de

• Rijkswegen N35 en N36 - N35: files, ongevallen, leefbaarheid in de knel

besluitvorming duidelijker in vergelijking met hun stedelijke

- N36: files, ongevallen, meekoppelkansen, toekomstige

collega’s.42

lobby

•

Maximaal 20% van de raadsleden is (heel) tevreden met het besluitvormingsproces binnen de gemeente als het

• Goederenvervoer over het spoor:

om de drie onderzochte samenwerkings­verbanden gaat.43

- Nationale visie goederenvervoer spoor, onderzoeksvoorstel derde spoor, intensiteit geluid en trillingen van

Collegeleden zijn over het algemeen meer tevreden.44 We

vervoer, vervoer gevaarlijke stoffen

hebben geen relevant onderscheid tussen stedelijke en nietstedelijke gemeenten geconstateerd.

2.6.2 Throughputlegitimiteit Transparantie en kenbaarheid van het besluit­

Raadsleden nemen vergeleken met collegeleden ook

vormings- en overlegproces

minder initiatief om te weten wat zich binnen de Twentse

Voor de formele samenwerkings­verbanden is de besluitvormings-

samenwerkings­verbanden afspeelt.

en overlegstructuur uitgewerkt.

Dit blijkt uit de enquête, waarin 29% van de raadsleden

Dit is dan vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling of de

aangeeft in (zeer) grote mate initiatief te nemen, tegenover

statuten. In bijlage 3 hebben we voor de formele strategische

88% van de collegeleden.

en beleidsmatige samenwerkings­verbanden uitgewerkt hoe het besluitvormings- en overlegproces verloopt.

Vergaderingen van de strategische en beleidsmatige samenwerkings­verbanden zijn online niet te volgen.

Voor een minderheid van de informele samenwerkings­verbanden is

Dit geldt zowel voor de formele als de informele

de besluitvormings- en overlegstructuur uitgewerkt.

samenwerkings­verbanden.

Van de 23 informele samenwerkings­verbanden is, voor zover bij ons bekend, de besluitvormings- en overlegstructuur van

Vindbaarheid van stukken

negen samenwerkings­verbanden uitgewerkt. We zien grote

Alleen de agenda’s en verslagen van gemeenschappelijke regelingen

verschillen in mate van concreetheid. De besluitvormings-

zijn online vindbaar.

en overlegstructuur van de negen samenwerkings­verbanden

Voor privaatrechtelijke en informele samenwerkings­verbanden

hebben we ingezoomd in de tabel op de volgende pagina.

is dit niet het geval.

Raadsleden geven aan weinig zicht te hebben op wat zich binnen de Twentse samenwerkings­verbanden afspeelt en hoe de besluitvorming daarover verloopt. Zij zijn bovendien niet tevreden over het besluitvormingsproces. Dit blijkt zowel uit de gesprekken als uit de enquête: •

69% van de raadsleden geeft aan in (zeer) kleine mate zicht

40

te hebben op wat zich afspeelt binnen de samenwerkings­

41

verbanden, tegenover 0% van de collegeleden.

42 43 44

(Helemaal) eens: 8% bij BO Mobiliteit; 35% bij SamenTwente en 38% bij Twente Board. (Helemaal) eens: 32% bij BO Mobiliteit; 57% bij Twente Board en 87% bij SamenTwente. (Helemaal) eens bij SamenTwente: stedelijk 35% en 58% niet-stedelijk; bij BO Mobiliteit: 12% stedelijk en 17% niet-stedelijk; bij Twente Board: stedelijk 32% en 49% niet-stedelijk. (Heel) tevreden: 6% bij BO Mobiliteit; 13% bij Twente Board en 20% bij SamenTwente. (Heel) tevreden: 41% bij BO Mobiliteit; 52% bij Twente Board en 71% bij SamenTwente.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 20

Informele samenwerkings­ verbanden

Besluitvormings- en overlegstructuur

1.

Het karakter van dit overleg is een platform van afstemming en coördinatie met de provincie Overijssel, onder andere

BO Mobiliteit

op het gebied van strategiebepaling en lobby. Besluitvorming vindt plaats in de afzonderlijke colleges. 2.

Bestuurlijk Overleg

Het BOSS is voornamelijk bedoeld om de publieke inbreng voor Twente Board vanuit de overheid vorm te geven.

Sociaal-Economische

Ieder lid van het bestuurlijk overleg heeft één stem. Bij gewone besluiten geldt een gewone meerderheid van

Structuurversterking

stemmen, waarbij die gewone meerderheid tevens minimaal de helft van de inwoners van Twente vertegenwoordigt.

(BOSS)

Besluiten over additionele middelen, zoals meerjarenplannen en investeringsagenda’s, worden unaniem genomen nadat deelnemers het voorgenomen besluit voor instemming aan hun raden hebben voorgelegd. Ook het besluit om andere onderwerpen te behandelen in het bestuurlijk overleg, wordt unaniem genomen.

3.

Bestuurlijk Werkbedrijf

Het bestuur heeft vooral een verbindende, coördinerende en regisserende rol, en een stimulerende rol voor de

Twente

strategische arbeidsmarktagenda in het algemeen, en in het kader van de banenafspraak en de crisisdienstverlening een controlerende rol in het bijzonder. De deelnemers streven naar eigen zeggen naar consensus en complementariteit over de te nemen besluiten waarbij “de som meer is dan de afzonderlijke delen”.

4. 5.

Districtelijk Veiligheids­

Het DVO is het bestuurlijk overleg dat wordt gevormd door de burgemeesters in Twente, de politie­districtschef en de

overleg (DVO)

hoofdofficier van justitie. Het DVO is informerend, opiniërend en afstemmend van aard.

Havenbedrijf Twente

Er is een bestuur, waarin gemeenten één afgevaardigde uit het college hebben. Deze leden hebben ieder één stem en besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, waarbij minimaal twee derde van de partijen vertegenwoordigd is. Het bestuur heeft de volgende bevoegdheden: • het vaststellen van de kaders (onder andere bedrijfsplan, meerjarenvisie en gezamenlijke uitvoeringsprogramma) en het bepalen van de koers van het Havenbedrijf Twente • het vaststellen van de jaarstukken (begroting en jaarrekening) • het bewaken van de naleving van de samenwerkingsovereenkomst • het vaststellen van de jaarlijkse inhoudelijke evaluatie en financiële verantwoording aan de besturen van de partijen • het bewerkstelligen van conflictoplossingen • het voorbereiden van besluitvorming bij partijen ten aanzien van strategische samenwerkingen en allianties.

6.

P10

De P10 heeft een ab en een db. In het ab heeft iedere deelnemende gemeente één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. Het ab van P10 neemt besluiten over de lobbystrategie, het jaarprogramma en de jaarlijkse begroting.

7.

Portefeuillehoudersoverleg

Het PHO MDA is een platform van afstemming, coördinatie en voorbereiding van besluitvorming. Voor de RES vormt

Milieu, Duurzaamheid en

dit overleg het besluitvormingsvoorbereidende orgaan. Besluitvorming vindt plaats in de afzonderlijke gemeenten.

Afval (PHO MDA) 8.

RES Twente

De voorbereidende besluitvorming van de RES Twente verloopt via het Breed Bestuurlijk Overleg (BBO) RES Twente. Bestuurders van onder andere het waterschap en de provincie Overijssel sluiten aan bij de (deel)agenda van de regionale energiestrategie. Het BBO functioneert zelfstandig maar heeft een relatie met het PHO MDA wanneer het de bestuursovereenkomst MDA betreft.

9.

Twentse Koers

De Twentse Koers kent een overlegstructuur bestaande uit: • bestuurlijk overleg (BO) (minimaal drie keer per jaar) • ambtelijk overleg • programmateam • programmaoverleg • projectteams. Vanuit elke gemeente neemt één lid, dat niet nader gespecificeerd is, deel aan het BO. Doel van het BO is: • visie- en strategievorming tussen de deelnemers op het gebied van proces en majeure ontwikkelingen en thema’s die de domeinoverstijgende samenwerking tussen alle partijen betreffen; het inhoudelijke meerjarig programma (hierna: Agenda) is hiervoor in beginsel leidend • regievoering op en bestuurlijke monitoring van de voortgang van de Agenda. Het BO kan een besluitvormend (Agenda, subsidieaanvragen, jaarrekeningen), opiniërend/beeldvormend, oordeelsvormend en/of adviserend karakter hebben, afhankelijk van het besproken onderwerp en de fase waarin de bespreking van dat onderwerp zich bevindt. Elke partij heeft één stem. Besluiten van het BO worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Alleen voor het vaststellen of bijstellen van de Agenda en voor besluiten met financiële consequenties voor een of meer partijen is unanimiteit vereist.

Leden van het BO hebben, binnen de inhoudelijk en financieel door hun colleges/raden/bestuur meegegeven kaders behorende bij de Agenda, het mandaat om besluiten te nemen over wat nodig is om de doelen van de samenwerking te realiseren. Verder geldt vanuit de gemeenten een bestuurlijke taakverdeling: elke themalijn heeft maximaal twee bestuurlijke trekkers.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 21

2.6.3 Outputlegitimiteit

De Wgr over informatievoorziening, verantwoording en

Beleving van raadsleden over de resultaten van de

zienswijzen

Twentse samenwerking

De Wet gemeenschappelijke regelingen zorgt voor een

Over het algemeen is er geen wijdverspreide (on)tevredenheid over

aantal democratische waarborgen voor gemeenschappelijke

de prestaties van de Twentse samenwerkings­verbanden.

regelingen. Zo is wettelijk voorgeschreven welke

Dit blijkt zowel uit de gesprekken als uit de enquête. Uit de

informatie gemeenteraden ontvangen. Verder heeft ieder

gesprekken komt naar voren dat er altijd samenwerkings­

individueel raadslid het recht op inlichtingen en geldt

verbanden zijn die goed en minder goed presteren, maar

er een actieve informatieplicht voor het bestuur van een

de algemene teneur is niet negatief. Veel raadsleden weten

gemeenschappelijke regeling. De raad heeft verder altijd

ook niet precies hoe ze de prestaties van de samenwerkings­

inspraak bij de begroting en dient toestemming te verlenen

verbanden moeten beoordelen. Dit wordt ook bevestigd in de

voor het aangaan of wijzigen van een regeling. Daarnaast

drie casestudies:

dienen er in een gemeenschappelijke regeling afspraken te

•

worden gemaakt over evaluatie en uittreding.

Relatief veel raadsleden, namelijk tussen de 34% en 66%, antwoorden ‘neutraal’ of ‘weet ik niet’ op vragen over hun tevredenheid over de prestaties van de drie onderzochte

In aanvulling hierop kunnen in de gemeenschappelijke

samenwerkings­verbanden. Dit geldt ook voor collegeleden:

regeling afspraken worden gemaakt die toezien op de

deze percentages liggen tussen de 38% en 63%.

legitimiteit van de samenwerking. Zo kan er bijvoorbeeld

Maximaal 34% antwoordt ‘(helemaal) oneens’ op de vraag

een regionale adviescommissie van raadsleden worden

of ze tevreden zijn met de prestaties van de drie onderzochte

ingesteld of kan worden afgesproken dat bepaalde

samenwerkings­verbanden. Over het algemeen zijn

besluiten voor een zienswijze worden voorgelegd aan de

collegeleden minder negatief. Bij hen ligt het percentage op

gemeenteraden van de deelnemers.

45

46

•

47

maximaal 13%.48 Ze zijn juist veel positiever: zij antwoorden vaker ‘(helemaal) eens’ op de vraag of ze tevreden zijn met

Binnen de informele strategische en beleidsmatige samenwerkings­

de prestaties. Deze percentages liggen tussen de 32% en

verbanden50 zijn bijna geen afspraken gemaakt over

54%.

informatievoorziening en verantwoording. Dit wordt gezien als de

49

verantwoordelijkheid van de individuele deelnemer.

2.6.4 Feedbacklegitimiteit

In bijna geen enkel(e) statuut, bestuurs- of

Informatievoorziening en verantwoording

samenwerkingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over

Binnen de gemeenschappelijke regelingen geldt het wettelijke

de informatievoorziening en verantwoording aan raden.

regime voor informatievoorziening, verantwoording en

De enige uitzondering is het BOSS. In de bijbehorende

zienswijzen. SamenTwente en de veiligheidsregio hebben daarover

bestuursovereenkomst is afgesproken dat de jaarverslagen

meer afgesproken dan wettelijk verplicht is.

van de Twente Board jaarlijks via de colleges aan de raden

De Wet gemeenschappelijke regelingen zorgt voor

worden verstrekt. In de gesprekken is vaak aangegeven dat het

democratische waarborgen. Zie onderstaand kader voor

verstrekken van informatie (schriftelijk dan wel mondeling)

een beschrijving hiervan. In aanvulling op deze wettelijke

en het verzamelen van input de verantwoordelijkheid is van de

verplichtingen is binnen de veiligheidsregio en SamenTwente

individuele deelnemers aan de samenwerking.

afgesproken dat gemeenteraden om een zienswijze wordt gevraagd op respectievelijk het regionaal beleidsplan en een

We hebben niet goed in beeld in hoeverre informele

vierjaarlijks strategisch programma.

strategische en beleidsmatige samenwerkings­verbanden verantwoordingsdocumenten opstellen. Alleen van het Bestuurlijk Overleg Mobiliteit en Havenbedrijf Twente hebben we recente verantwoordingsdocumenten gezien.

45 46 47 48 49

‘Neutraal’ of ‘weet ik niet’: 66% bij SamenTwente; 62% bij BO Mobiliteit en 34% bij Twente Board. ‘Neutraal’ of ‘weet ik niet’: 63% bij BO mobiliteit, 46% bij Twente Board en 38% bij SamenTwente. ‘(Helemaal) oneens’: 34% bij Twente Board; 32% bij BO Mobiliteit en 21% bij SamenTwente. ‘(Helemaal) oneens’: 13% bij Twente Board; 8% bij SamenTwente en 5% bij BO Mobiliteit. ‘(Helemaal) eens’: 54% bij SamenTwente; 39% bij Twente Board en 32% bij BO Mobiliteit.

50

Dus de samenwerkings­verbanden die geen gemeenschappelijke regeling zijn.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 22

De wijze waarop colleges hun raden betrekken bij en informeren

Raadsleden willen meer informatie, maar vragen er ook niet altijd

over informele samenwerkings­verbanden loopt uiteen.

om.

De manier waarop gemeenteraden worden geïnformeerd over

Ook dit blijkt zowel uit de gesprekken als uit meer specifieke

wat er binnen de samenwerkings­verbanden gebeurt en wat

vragen over de drie casestudies:

de inbreng van collegeleden daarin is, hangt sterk af van hoe

•

Meer dan helft van de raadsleden is het (helemaal) eens

een collegelid dit doet. Soms worden er wel (verantwoordings)

met de stelling dat ze over SamenTwente en Twente Board

documenten door een samenwerkingsverband opgeleverd, zoals

meer informatie willen ontvangen. Ook een relatief groot

door het Bestuurlijk Overleg Mobiliteit, maar het verschilt per

deel van de raadsleden wil meer informatie over het

collegelid of deze documenten ook met de raad worden gedeeld.

BO Mobiliteit.53 Ook een relatief groot deel antwoordt

Als deze documenten worden gedeeld, is de bespreking in de

‘neutraal’ of ‘weet het niet’.54 •

raad eerder een uitzondering dan de regel.

Het enige opvallende verschil tussen stedelijke en nietstedelijke gemeenten is dat relatief meer niet-stedelijke

Verdieping ter illustratie: informatievoorziening aan raden

raads- en collegeleden het (helemaal) eens zijn met de

bij informeel samenwerkingsverband BO Mobiliteit

stelling dat zij meer informatie over Twente Board willen

Op papier: In de bestuursovereenkomst van BO Mobiliteit

ontvangen. Deze percentages zijn respectievelijk 63% en

zijn geen afspraken vastgelegd over welke informatie met

40%.

de raad wordt gedeeld ter verantwoording of ter informatie

•

Minder dan de helft van de raadsleden is het (helemaal) eens met de stelling dat ze zelf om informatie vragen

aan de gemeenteraden.

over de drie onderzochte samenwerkings­verbanden. Deze In de praktijk: Het BO Mobiliteit maakt jaarlijks een

percentages lopen ook fors uiteen.55 Ook antwoordt een

verslag van de activiteiten en de voortgang van dat jaar,

relatief groot deel van de raadsleden ‘(helemaal) oneens’ op

inclusief toelichting waar het budget aan is uitgegeven.

de stelling.56

De wethouders maken vervolgens individueel de afweging of zij dit jaarlijkse verslag wel of niet delen met hun

Zienswijzen

gemeenteraad. Dit baseren zij op hun taxatie of het verslag

De meeste zienswijzen die we hebben gezien, hebben betrekking op

wel of niet relevant is voor hun raad. Er worden geen

financiën en niet op inhoud.

expliciete of collectieve afspraken gemaakt over het al dan

De zienswijzen die we van de veiligheidsregio en SamenTwente

niet delen van de informatie. Ook hebben de wethouders

hebben ontvangen, hadden betrekking op de begroting en

van elkaar onderling niet in beeld wie de stukken wel of niet

waren financieel van aard. We hebben van de veiligheidsregio

hebben gedeeld met hun raad. Door deze praktijk loopt de

en SamenTwente geen zienswijzen ontvangen die betrekking

informatievoorziening naar raden tussen de verschillende

hebben op respectievelijk het regionaal beleidsplan en het

gemeenten uiteen.

vierjaarlijks strategisch programma – vermoedelijk omdat deze door de recente wijziging van de gemeenschappelijke

Raadsleden zijn kritisch op de informatievoorziening.

regelingen nog niet zijn ingediend. Bij de Twente Board zijn wel

Dit blijkt zowel uit de gesprekken als uit meer specifieke vragen

inhoudelijke zienswijzen ingediend, namelijk op de Agenda van

over de drie casestudies:

Twente.

•

Maximaal 23% antwoordt ‘(helemaal) eens’ op de vraag of ze tevreden zijn met de kwaliteit van de informatie die

Evaluaties

ze over de financiële en inhoudelijke prestaties van de drie

Dertien van de 33 samenwerkings­verbanden worden geëvalueerd.

onderzochte samenwerkings­verbanden ontvangen.

Van de 33 strategische en beleidsmatige samenwerkings­

Maximaal 29% antwoordt ‘(helemaal) eens’ op de

verbanden hebben dertien samenwerkings­verbanden in hun

vraag of ze tijdig op de hoogte worden gesteld van

gemeenschappelijke regeling of bestuurs-/samenwerkings­

relevante ontwikkelingen binnen de drie onderzochte

overeenkomst afspraken hierover opgenomen of is duidelijk dat

samenwerkings­verbanden.

ze worden geëvalueerd. De meeste van deze samenwerkings­

51

•

52

verbanden worden vierjaarlijks geëvalueerd.

51 52

6% bij BO Mobiliteit; 22% bij SamenTwente en 23% bij Twente Board. 6% bij BO Mobiliteit; 15% bij Twente Board en 29% bij SamenTwente.

53 54 55 56

59% bij SamenTwente; 55% bij Twente Board en 40% bij BO Mobiliteit. 42% bij BO Mobiliteit. 39% bij Twente Board; 29% bij SamenTwente en 4% bij BO Mobiliteit. 46% bij BO Mobiliteit; 34% bij Twente Board en 29% bij SamenTwente.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 23

HOOFDSTUK 3

Analyse en conclusie

3.1 Inleiding

Denk bijvoorbeeld aan het onderwijs, dat zich regionaal heeft georganiseerd binnen de Onderwijs Advisory Board, en aan

In dit hoofdstuk analyseren we wat de manier van samen­

ondernemers, die zich regionaal hebben georganiseerd binnen

werken en de rol/verantwoordelijkheid van gemeente­raden

de Stichting Ondernemend Twente. Maar denk bijvoorbeeld

daarin betekenen voor de democratische legitimiteit van de

ook aan FC Twente als sociaal-maatschappelijk weefsel op

Twentse samenwerking, en in hoeverre er sprake is van een

regionaal niveau.

democratisch tekort (deelvraag 5). De focus van de Twentse samenwerking is sinds het Om dit te kunnen beoordelen, analyseren we in paragraaf 3.2

opheffen van Regio Twente niet sterk veranderd.

de Twentse samenwerking aan de hand van de vier vormen

De focus binnen Regio Twente lag op gezondheid en zorg,

van democratische legitimiteit die we in paragraaf 1.3 hebben

sociaal-economische structuurversterking, recreatieve

toegelicht. Voordat we dit doen, duiden we eerst hoe wij de

voorzieningen en belangenbehartiging. Deze taken zijn

Twentse samenwerking zien en welke ontwikkeling deze heeft

na het opheffen van Regio Twente ondergebracht bij

doorgemaakt, omdat dit de analyse die volgt in perspectief zet.

SamenTwente, de Twente Board en het Recreatieschap Twente, en vormen nog steeds de belangrijkste pijlers van de Twentse

In de conclusie, in paragraaf 3.3, beantwoorden we de

samenwerking. Dit geldt met name voor gezondheid en zorg

hoofdvraag.

en sociaal-economische structuurversterking, waar de Twentse samenwerking het meest intensief is.

Voor wie de vorige hoofdstukken heeft overgeslagen en direct met dit hoofdstuk is begonnen:

De Twentse samenwerking is in de loop der jaren

• De centrale begrippen zijn uitgelegd in paragraaf 1.3.

gedeformaliseerd.

• In bijlage 2 hebben we onze aanpak en onderzoeks­

De Twentse samenwerking is door de jaren heen steeds

verantwoording uitgewerkt.

informeler geworden. Ruim tien jaar geleden had de Twentse samenwerking nog een sterk formeel karakter en was de Regio

3.2 Analyse

Twente een verplichte Wgr-plusregio. Dit gold als de zwaarste vorm van regionale samenwerking. De afschaffing van de Wgr-plusregio’s luidde de start van de vrijwillige samenwerking

3.2.1 Hoe we de Twentse samenwerking zien en welke ontwikkeling deze heeft doorgemaakt

binnen de Regio Twente per 1 januari 2015 in. Ook dit was nog

Twente is een logische schaal om samen te werken.

ondergebracht, maar waarin informele coalitions of the willing

Twente is een ‘daily urban system’. Daarmee is Twente vanuit

ook een nadrukkelijkere plek kregen. Na de afschaffing van

ruimtelijk-economisch perspectief een logische schaal om

de Regio Twente in 2022 werden de basistaken ondergebracht

bestuurlijk op samen te werken. Daarnaast is Twente een

bij drie formele samenwerkings­verbanden (SamenTwente,

herkenbare regio voor inwoners, maatschappelijke organisaties

de Twente Board en het Recreatieschap Twente). De meeste

en het bedrijfsleven, een regio waarin zij zich economisch en

coalitions of the willing bleven bestaan en gingen zelfstandig

sociaal-maatschappelijk organiseren.

verder.

steeds een formele samenwerking waarin basistaken werden

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 24

en zijn er, voor zover bij ons bekend, negen informele

3.2.2 De democratische legitimiteit van de Twentse samenwerking

samenwerkings­verbanden bij gekomen, tegenover één formeel

Inputlegitimiteit

samenwerkingsverband. We zien dat de Twentse samenwerking

De feitelijke invloed van raadsleden op de Twentse samenwerking

in de loop der jaren is gedeformaliseerd tot het punt – op

is beperkt.

dit moment – dat bijna 70% van de 33 strategische en

Wie samenwerkt, deelt invloed. Dat regionale samenwerking

beleidsmatige samenwerkings­verbanden informeel is.

leidt tot minder invloed van raadsleden, is inherent aan de

Sindsdien is de Twentse samenwerking verder gedeformaliseerd

keuze voor verlengd lokaal bestuur. Verder constateren wij dat De samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en

met de deformaliseringsgolf de feitelijke positie en invloed van

maatschappelijke organisaties is geïntensiveerd.

raadsleden verder zijn afgenomen. Dit komt omdat, anders dan

De Twentse gemeenten spraken in hun plannen voor de

bij de gemeenschappelijke regelingen, raadsleden bij informele

ontvlechting de ambitie uit om de 3O-samenwerking te

samenwerking überhaupt geen formele positie hebben om

versterken. We constateren dat deze vorm van samenwerking

invloed uit te oefenen.

binnen Twente is toegenomen. Denk daarbij aan Twentse Koers, en aan de Twente Board als meer prominent voorbeeld.

De ruimte voor invloed die er wel is, wordt door raadsleden niet

Deze publiek-private samenwerkingen laat zich makkelijker

benut.

vormgeven binnen een private rechtsvorm zoals een stichting

Wij constateren dat er door raadsleden zeer beperkt gebruik

dan onder de Wgr.

wordt gemaakt van de ruimte die er wel is om invloed uit te oefenen. Bij de gemeenschappelijke regelingen zijn er wettelijk

De bestuurlijke drukte is niet gereduceerd.

gezien de nodige mogelijkheden om invloed uit te oefenen,

De Twentse gemeenten spraken in hun plannen voor

maar hier wordt in de praktijk weinig gebruik van gemaakt.

de ontvlechting ook de ambitie uit om de bestuurlijke

Zienswijzen worden wel ingediend, maar gaan zelden over

drukte te reduceren. Dat zien we in de praktijk niet terug.

de inhoud. Geen enkele gemeenschappelijke regeling heeft

De meeste overleggen die onder de Regio Twente vielen,

regionale adviescommissies met raadsleden en er zitten nergens

werden gehandhaafd en er zijn negen nieuwe informele

raadsleden in het bestuur. Bij de informele en privaatrechtelijke

samenwerkings­verbanden bij gekomen, bijvoorbeeld op het

samenwerkings­verbanden is de feitelijke invloed veel beperkter,

gebied van ruimte en asiel. Daarmee is het aantal bestuurlijke

maar het staat raadsleden natuurlijk wel vrij om hierop invloed

overlegmomenten alleen maar toegenomen.

uit te oefenen door de (juridische) instrumenten in te zetten die de raad tot zijn beschikking heeft om zijn controlerende

Er is een nieuwe kluwen van samenwerkings­

en kaderstellende taken uit te voeren.57 Ook dit gebeurt in de

verbanden ontstaan.

praktijk zeer beperkt. Verder staat het raadsleden natuurlijk

Het geheel aan samenwerking dat er nu ligt, is in feite dezelfde

vrij om zichzelf goed te organiseren en een stevige positie van

kluwen die ook bestond binnen de Regio Twente, maar dan

de Twenteraad af te dwingen. Uit angst voor een zelfstandig

zonder paraplu. Dit terwijl de inhoudelijke verwevenheid

politiek orgaan op regionaal niveau is dit niet gebeurd en

op onderdelen groot is. Denk aan SamenTwente, een

het platform dat er nu is, heeft formeel geen status. Tot slot

overkoepelende organisatie voor zes samenwerkings­verbanden

constateren we ook dat er weinig ‘speltactiek’ is. Daarmee

die zowel organisatorisch, strategisch als beleidsmatig sterk met

bedoelen we dat raden geen agenda voor de regio – of iets wat

elkaar verbonden zijn, en de Twente Board, die weer verweven

daarop lijkt – hebben, met daarin kaderstellende uitspraken

is met andere samenwerkings­verbanden zoals het BOSS en

over wat op regionaal niveau belangrijk wordt gevonden. Dit

het BO Mobiliteit. Ook vindt er uiteenlopende strategische

kan helpen bij het gesprek met de portefeuillehouder en bij

visievorming plaats – met name binnen de Twente Board – die

het onderlinge gesprek in de raad. In zo’n agenda kunnen de

weer de basis vormt voor visievorming binnen andere Twentse

belangrijkste ambities en opgaven van de gemeente aan de

samenwerkings­verbanden.

orde komen. Ook kan aan de orde komen met welke andere gemeenten opgaven gedeeld worden en wat dit betekent voor de prioriteiten, mogelijkheden en knelpunten in specifieke samenwerkings­verbanden.

57

Zie ook: Om de controle door de raad (2019) van Peters en Castenmiller.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 25

Het wordt raadsleden in de praktijk lastig gemaakt om invloed uit

Throughputlegitimiteit

te oefenen.

De besluitvormings- en overlegstructuur van de Twentse

Wij constateren dat raadsleden onvoldoende in de positie

samenwerking is onvoldoende kenbaar en transparant.

worden gebracht om invloed uit te kunnen oefenen. Een

We constateren dat de besluitvormings- en overlegstructuur

overzicht van het geheel aan samenwerking ontbreekt,

voor de tien formele samenwerkings­verbanden is

waardoor sommige informele samenwerkings­verbanden bij

uitgewerkt, terwijl dit voor veertien van de 23 informele

raadsleden niet bekend zijn en de inhoudelijke verwevenheid

samenwerkings­verbanden niet het geval is. Dit betekent dat

van de Twentse samenwerkings­verbanden niet inzichtelijk

de besluitvormings- en overlegstructuur van ongeveer de helft

is. Daarnaast wordt de inbreng van collegeleden binnen de

van alle 33 strategische en beleidsmatige samenwerkings­

Twentse samenwerking vooraf weinig tot niet besproken met

verbanden niet kenbaar en transparant is. Daarnaast zijn

de eigen gemeenteraad, en wordt de verbinding tussen wat

de besluitvormings- en overlegstructuren van meerdere

er regionaal gebeurt en wat lokaal van belang wordt geacht,

samenwerkings­verbanden met elkaar verweven. Hoewel

niet of beperkt gelegd. Daardoor is het voor raadsleden lastig

deze verwevenheid vanuit de samenwerkingsafspraken

om invloed uit te oefenen, omdat je daarvoor het geheel

deels te reconstrueren is, kost het tijd om de logica ervan

moet kunnen overzien en weten hoe regionale samenwerking

te doorgronden. Er is geen integraal overzicht waaruit de

bijdraagt aan het realiseren van de eigen lokale opgaven en

onderlinge verwevenheid direct duidelijk wordt, waardoor

ambities.

we over het geheel bezien moeilijk kunnen spreken van een kenbare en transparante besluitvormings- en overlegstructuur.

De invloed van inwoners op de Twentse samenwerking is zeer beperkt, terwijl de invloed van maatschappelijke organisaties en

Het besluitvormings- en overlegproces vindt in de praktijk buiten

het bedrijfsleven juist is toegenomen.

het gezichtsveld van de gemeenteraden plaats.

Participatie van inwoners vindt, afgezien van een

We constateren dat raadsleden vergeleken met collegeleden

inwonersforum bij de RES, niet regionaal plaats. De wijziging

op grote afstand van de Twentse samenwerking staan. Deze

van de Wgr waarbij de verplichting in het leven is geroepen om

constatering wordt ondersteund door een van de duidelijkste

regionaal afspraken te maken over participatie, heeft hier geen

uitkomsten van de enquête: 69% van de raadsleden geeft aan in

verandering in gebracht.

(zeer) kleine mate zicht te hebben op wat zich afspeelt binnen de samenwerkings­verbanden, tegenover 0% van de collegeleden.

De invloed van maatschappelijke organisaties en het

Dit laat zien dat het besluitvormings- en overlegproces in

bedrijfsleven op de Twentse samenwerking is de afgelopen jaren

de praktijk voor een groot deel buiten het gezichtsveld van

wel toegenomen. Denk bijvoorbeeld aan de betrokkenheid

de gemeenteraden plaatsvindt. De mogelijkheden om de

van deze partijen in de Twente Board, Twentse Koers en

zichtbaarheid van het besluitvormings- en overlegproces

het Bestuurlijk Overleg Sport en Bewegen. Dit zijn allemaal

te vergroten, worden onvoldoende benut. De inbreng van

samenwerkings­verbanden die na de ontvlechting van de Regio

collegeleden binnen de samenwerkings­verbanden wordt

Twente zijn ontstaan, waarin maatschappelijke organisaties en/

binnen de raden zelden afgestemd, vergaderingen van geen

of het bedrijfsleven participeren.

enkel samenwerkingsverband zijn online te volgen en alleen de agenda’s en verslagen van gemeenschappelijke regelingen zijn

De invloed van de Twenteraad op de Twentse samenwerking is zeer beperkt. In theorie hebben raadsleden met de Twenteraad een vehikel om stevige invloed uit te oefenen op de Twentse samenwerking. Een stevige positie met een formele status heeft de Twenteraad echter nooit gekregen, waardoor het vehikel nooit echt tot wasdom is gekomen. De huidige opkomsten van raadsleden worden als laag ervaren en er is een dalende trend zichtbaar naarmate de raadsperiode vordert. De invloed die van de Twenteraad uitgaat op de Twentse samenwerking is daarom ook zeer beperkt.

online vindbaar.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 26

Outputlegitimiteit

3.3 Conclusie

De prestaties van de Twentse samenwerking hebben geen negatief effect op de ervaren outputlegitimiteit.

In de conclusie geven we antwoord op de hoofdvraag van het

Hoewel de focus van dit onderzoek niet ligt op de resultaten

onderzoek. Deze luidt als volgt:

van de Twentse samenwerking, kunnen we wel constateren dat deze in ieder geval geen negatief effect hebben op de

Wat zijn bij de diverse samenwerkingsvormen in Twente de

ervaren outputlegitimiteit. Door college- en raadsleden wordt

daadwerkelijk geboden mogelijkheden voor gemeenteraden om de

onderkend dat de Twentse samenwerking toegevoegde waarde

kaderstellende en controlerende rol op adequate wijze in te vullen

heeft en de algemene teneur is zeker niet negatief. Bevorderlijk

(zijn er risico’s voor een democratisch tekort)?

voor het draagvlak is dat niet alleen overheden betrokken zijn bij de Twentse samenwerking, maar ook maatschappelijke

Deze vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden. De

organisaties en het bedrijfsleven.

beantwoording daarvan hebben we daarom opgeknipt in een aantal onderdelen. Deze lopen we hieronder af.

Feedbacklegitimiteit Twentse samenwerking aan de raden is beperkt georganiseerd.

De daadwerkelijk geboden mogelijkheden verschillen per samenwerking

Alleen voor de tien gemeenschappelijke regelingen is de directe

Dat de mogelijkheden verschillen per samenwerking, heeft twee

informatievoorziening en verantwoording aan de raden

belangrijke oorzaken:

Directe informatievoorziening en verantwoording vanuit de

expliciet georganiseerd. Dit geldt niet voor de 23 informele en privaatrechtelijke samenwerkings­verbanden. Als er al afspraken

Ten eerste heeft dit te maken met de vormgeving

zijn gemaakt over informatievoorziening en verantwoording, is

van de samenwerking die bepalend is voor de

het altijd aan de colleges om deze informatie wel of niet met de

geboden mogelijkheden voor gemeenteraden om

raden te delen. Ze zijn echter niet verplicht dit te doen.

de kaderstellende en controlerende rol op adequate wijze in te vullen.

Hoe de informatievoorziening en verantwoording aan de raden in

Dan gaat het zowel over de juridische vorm als over de wijze

de praktijk verloopt, is zeer diffuus.

waarop daar vervolgens verder invulling aan wordt gegeven.

Afgezien van de gemeenschappelijke regelingen, is niet goed

•

Voor samenwerkings­verbanden op basis van de Wgr

inzichtelijk hoe de informatievoorziening en verantwoording

zijn de mogelijkheden voor de gemeenteraad om hun

vanuit de informele en privaatrechtelijke samenwerkings­

kaderstellende en controlerende bevoegdheid uit te

verbanden aan de raden verloopt. Dit komt doordat de manier

oefenen, wettelijk verankerd. We concluderen dat het

waarop colleges hun raden betrekken en informeren over

wettelijke regime voor de gemeenschappelijke regelingen

deze samenwerkings­verbanden, varieert. Raden zijn daarvoor

wordt gevolgd en dat er bij sommige gemeenschappelijke

afhankelijk van de betreffende portefeuillehouders en hoe zij

regelingen, zoals de veiligheidsregio en SamenTwente,

hun actieve informatieplicht invullen en interpreteren.

zelfs meer wordt gedaan dan wettelijk afgesproken. Tegelijkertijd worden er ook mogelijkheden om de

Er vindt geen structureel en strategisch gesprek plaats over

legitimiteit te vergroten onbenut gelaten. Denk daarbij

regionale samenwerking en hoe deze bijdraagt aan de lokale

aan het instellen van een regionale adviescommissie van

opgaven en ambities.

raadsleden of deelname van raadsleden in het bestuur

Hoewel de formele samenwerkings­verbanden jaarlijks keurig

van de samenwerking. Dat neemt niet weg dat we over

aan bod komen in de raden, constateren we dat er verder

het geheel bezien wel kunnen concluderen dat er voor

nauwelijks of geen diepgaand gesprek plaatsvindt over regionale

de gemeenschappelijke regelingen in de basis voldoende

samenwerking en hoe deze bijdraagt aan de lokale doelen en

mogelijkheden worden geboden voor gemeenteraden om

ambities. Dit is, voor zover bij ons bekend, zowel binnen de

hun kaderstellende en controlerende rol op adequate wijze

Twenteraad als binnen de individuele gemeenten niet het geval.

in te vullen.

We hebben ook niet de indruk dat een dergelijk structureel en strategisch gesprek prioriteit heeft.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 27

•

Dit is anders bij privaatrechtelijke of informele

•

Het ontbreekt aan een expliciete verbinding tussen lokale

samenwerkings­verbanden, waarvoor de mogelijkheden voor

opgaven en ambities en wat er regionaal gebeurt. Voor zover

de gemeenteraad om hun kaderstellende en controlerende

we daar in het kader van dit onderzoek zicht op hebben

bevoegdheid uit te oefenen niet wettelijk verankerd zijn.

gekregen, constateren wij dat er een beperkte verbinding

Het staat deze samenwerkings­verbanden natuurlijk vrij

is tussen wat gemeenten lokaal willen bereiken en hun

om voor hetzelfde wettelijke regime te kiezen als een

regionale inzet. Doordat dit niet (altijd) expliciet is of wordt

gemeenschappelijke regeling, of hier in ieder geval bij in

gemaakt, kunnen raadsleden hier ook niet op sturen of hun

de buurt te komen, maar dit gebeurt in de praktijk niet.

portefeuillehouder op bevragen. Het ontbreekt dus aan een

Wij constateren dat de betrokkenheid van raadsleden bij deze samenwerkings­verbanden over het algemeen

kenbare regionale strategie. •

Het verschilt per gemeente en per samenwerkingsverband

niet of minimaal geregeld is. Over het geheel bezien

hoe tussen college en raad over samenwerking wordt

concluderen we voor deze samenwerkings­verbanden dat de

gesproken: als vast item op een commissievergadering,

mogelijkheden die worden geboden voor gemeenteraden om

uitsluitend rondom de P&C-cyclus of via een

de kaderstellende en controlerende rol op adequate wijze in

piepjessysteem (‘u hoort het wel wanneer er iets mis is’).

te vullen, in de praktijk dus (zeer) beperkt zijn.

Daarnaast verschilt het per gemeente welke informatie portefeuillehouders met hun raden delen en hoe zij

Ten tweede heeft dit te maken met (de kwaliteit van)

hun actieve informatieplicht invullen en interpreteren.

de wisselwerking tussen raad en college.

Daarmee hebben gemeenteraden in de regio verschillende

Bij privaatrechtelijke en informele samenwerking, maar ook

informatieposities ten aanzien van dezelfde samenwerkings­

bij samenwerking op basis van de Wgr, is het in de praktijk

verbanden.

toch vaak de portefeuillehouder die de raad informeert over relevante ontwikkelingen of om input kan vragen. De

Bij deze conclusies is het wel van belang om aan te geven dat

inzet daarop van de portefeuillehouder is bepalend voor

gemeenteraden hier ook zelf bij zijn. Raadsleden hebben immers

de mogelijkheden die raadsleden hebben om invloed uit te

binnen de kaders van verlengd lokaal bestuur theoretisch

oefenen. Uiteraard ligt er een verantwoordelijkheid bij de

gezien voldoende mogelijkheden om binnen hun eigen raden

gemeenteraad om te controleren en vragen te stellen, maar

(meer) invloed uit te oefenen op de besluitvorming van

zinder actieve houding van het college is dit geen eenvoudige

samenwerkings­verbanden door de (juridische) instrumenten

opgave. Ten aanzien van het gesprek tussen individuele

in te zetten die de raad tot zijn beschikking heeft om zijn

portefeuillehouders en hun eigen gemeenteraad concluderen

controlerende en kaderstellende taken uit te voeren.58 Dat geldt

wij dat er hierin verschillen zijn, per samenwerking en per

zowel voor samenwerkings­verbanden op basis van de Wgr als

gemeente. Ons vallen daarin de volgende zaken op:

voor privaatrechtelijke en informele samenwerkings­verbanden.

•

Het ontbreekt aan een overzicht van het geheel aan samenwerking in de regio. De verbonden partijen zijn

Daarnaast hebben raadsleden met de Twenteraad ook een

netjes opgenomen in de paragraaf verbonden partijen van

vehikel om de betrokkenheid bij deze privaatrechtelijke en

de begrotingen en jaarstukken, maar dit geldt niet voor

informele samenwerkings­verbanden steviger te verankeren. Wij

de informele samenwerkings­verbanden. Het is daardoor

constateren dat de Twenteraad op dit moment niet waarmaakt

onduidelijk voor raadsleden aan welke samenwerkings­

wat zijn naam suggereert: een vertegenwoordigend orgaan of

verbanden hun gemeente deelneemt, wat daar (informeel)

iets dat daarop lijkt. In de praktijk is het enkel een platform

besproken en besloten wordt en welke positie of rol de

voor ontmoeting, kennisdeling en informatie-uitwisseling en

gemeenteraad heeft ten opzichte van deze samenwerkings­

gaat er weinig kracht van uit.

verbanden. In het verlengde hiervan is het voor raadsleden ook niet duidelijk wat de samenhang is tussen de verschillende (elkaar deels overlappende) samenwerkings­ verbanden.

58

Zie voor voorbeelden en toelichting ook: Om de controle door de raad (2019) van Peters en Castenmiller.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 28

Zijn er risico’s voor een democratisch tekort?

De risico’s voor een feitelijk democratisch tekort zijn bij

Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een

privaatrechtelijke en informele samenwerkings­verbanden sterk

risico op een democratisch tekort, dient onderscheid te worden

aanwezig.

gemaakt tussen een al dan niet feitelijk democratisch tekort en een democratisch tekort in de beleving van mensen. We

Bij informele samenwerkings­verbanden is in principe geen

concluderen het volgende:

sprake van overdracht van taken of bevoegdheden. Er wordt immers ‘slechts’ afgestemd en als gemeente ben je formeel

De risico’s voor een feitelijk democratisch tekort zijn inherent aan

niet gebonden aan de regionale koers of uitkomsten. Maar dat

regionale samenwerking.

is natuurlijk niet de praktijk. In bestuurlijke overleggen zoals

Regionale samenwerking houdt altijd het risico in zich

het BOSS en het BO Mobiliteit worden regionale afspraken

van een democratisch tekort: dat is inherent aan regionale

gemaakt waar je als gemeente nog maar moeilijk nee tegen kunt

samenwerking. Zet je taken of bevoegdheden op afstand, dan

zeggen. Bij privaatrechtelijke samenwerkings­verbanden, zoals

ga je er immers niet (zelf) meer over. Dit heeft met name

de Twente Board, zou je kunnen zeggen dat de inputlegitimiteit

een negatief effect op de inputlegitimiteit. Des te belangrijker

wordt versterkt, omdat maatschappelijke organisaties en het

is het om waarborgen in te richten om de democratische

bedrijfsleven meer invloed krijgen op de Twentse samenwerking,

legitimiteit – met name de throughput- en feedbacklegitimiteit

en dat dit bevorderlijk is voor het draagvlak. Tegelijkertijd

– zoveel mogelijk te verankeren. Of sprake is van een feitelijk

staan bij publiek-private samenwerking de raden op afstand,

democratisch tekort, wordt deels bepaald door de aanwezigheid

omdat deze vorm van samenwerking zich makkelijker laat

en kwaliteit van deze waarborgen.

vormgeven binnen een privaatrechtelijke rechtsvorm zoals een stichting dan onder de Wgr. Bij deze privaatrechtelijke en

De risico’s voor een feitelijk democratisch tekort zijn bij de

informele samenwerkings­verbanden ontbreken de wettelijke

gemeenschappelijke regelingen te overzien.

waarborgen om de democratische legitimiteit zoveel mogelijk

Bij de gemeenschappelijke regelingen wordt het wettelijke

te verankeren. Het staat deze samenwerkings­verbanden

regime netjes gevolgd. Dit heeft positieve gevolgen voor

natuurlijk vrij om deze waarborgen zelf in te richten, maar

zowel de throughput- als feedbacklegitimiteit. Tegelijkertijd

wij constateren dat zelfs de minimale waarborgen die je zou

constateren wij dat er weinig extra’s wordt gedaan om

mogen verwachten tussen deze samenwerkings­verbanden en

raadsleden te betrekken via bijvoorbeeld een functionerend

de verschillende gemeenteraden er niet of nauwelijks zijn.

regionaal platform of een stevigere inbedding van raadsleden

Dan gaat het om overzicht, samenhang, duidelijkheid over

in de bestuursstructuur van de verschillende samenwerkings­

doelstellingen, taken en besluitvormingsprocessen, inzicht in

verbanden. Er kan dus meer gedaan worden, maar over het

prestaties, informatievoorziening en verantwoording, periodieke

geheel bezien zijn de risico’s op een feitelijk democratisch tekort

aandacht binnen de eigen gemeenteraad, duidelijkheid over

bij de gemeenschappelijke regelingen te overzien.

de positie van individuele gemeenten en raden ten opzichte van deze samenwerkings­verbanden, et cetera. We zien dat de raden bij deze privaatrechtelijke en informele samenwerkings­ verbanden op grote afstand staan en dat dit een negatief effect heeft op de input-, throughput- en feedbacklegitimiteit. Dit betekent dat de risico’s voor een feitelijk democratisch tekort bij privaatrechtelijke en informele samenwerkings­verbanden sterk aanwezig zijn. De risico’s voor een feitelijk democratisch tekort nemen toe. Dit komt omdat de Twentse samenwerking in de loop der jaren is gedeformaliseerd en we geen signalen zien dat de deformaliseringsgolf afneemt. Daarnaast is de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties geïntensiveerd en zien we ook geen signalen dat deze samenwerking minder intensief wordt. Dit zorgt ervoor dat de risico’s op een feitelijk democratisch tekort eerder toe- dan afnemen.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 29

Raadsleden beleven een democratisch tekort ongeacht de

Zijn deze risico’s acceptabel?

vormgeving van de samenwerking. Hier kunnen we kort over zijn: hoe de samenwerking ook

De vraag die tot slot wel gerechtvaardigd is, is in welke mate

is vormgegeven, raadsleden ervaren een democratisch

deze risico’s acceptabel zijn. We concluderen het volgende:

tekort. Ze ervaren te weinig invloed en hebben te weinig

•

Dat het overzicht over het geheel aan samenwerking

zicht op wat zich binnen de samenwerkings­verbanden

ontbreekt en basale sturingsinformatie (over onder andere

afspeelt (input- en throughputlegitimiteit), en ze zijn

doelstelling, taken en middelen) van een groot deel van de

kritisch op de informatievoorziening (feedbacklegitimiteit).

samenwerkings­verbanden niet bekend en transparant is,

Raadsleden zijn weliswaar iets positiever over bijvoorbeeld SamenTwente (gemeenschappelijke regeling) dan over de

vinden we zeer problematisch. •

We vinden het ook problematisch dat de risico’s op een

Twente Board (stichting) en BO Mobiliteit (informele

feitelijk democratisch tekort toenemen. Er is geen reden

samenwerking), maar onderaan de streep zijn ze nog steeds

om aan te nemen dat de deformaliseringsgolf afneemt en

negatief over hun betrokkenheid – ook bij SamenTwente,

dat de samenwerking tussen overheid, maatschappelijke

het samenwerkingsverband dat over het algemeen als het

organisaties en het bedrijfsleven minder wordt. We

belangrijkste wordt beschouwd en dat zelfs meer doet

verwachten dat de ervaren democratische legitimiteit

dan wettelijk vereist. Het interessante is dat raadsleden

onder raadsleden alleen maar verder onder druk zal komen

nog het meest mild zijn over de prestaties van de Twentse

te staan als er geen waarborgen worden ingericht om de

samenwerking. We zien geen grote tevredenheid, maar zeker

democratische legitimiteit van de privaatrechtelijke en

ook geen grote ontevredenheid, en de toegevoegde waarde van

informele samenwerkings­verbanden beter te verankeren.

de Twentse samenwerking staat niet onder druk.

•

Dat niet alle samenwerkings­verbanden binnen het volledige gezichtsveld van de gemeenteraden functioneren, vinden we minder problematisch. Het is niet realistisch en wenselijk om voor alle privaatrechtelijke en informele samenwerkings­verbanden hetzelfde regime voor informatievoorziening, verantwoording en zienswijzen op te tuigen als bij gemeenschappelijke regelingen. Dat zou zijn doel voorbijschieten en raadsleden hebben ook geen tijd om al deze informatie tot zich te nemen. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat raadsleden de informatie krijgen die nodig is om hun kaderstellende en controlerende rol goed te kunnen vervullen ten aanzien van de onderwerpen en bijbehorende samenwerkings­verbanden die voor hen het belangrijkst zijn. Daar hoort dan ook een bepaalde verantwoordelijkheid bij, namelijk om de informatie die ter beschikking wordt gesteld ook daadwerkelijk te gebruiken. Wat we wel problematisch vinden, is dat de raadsleden hier nu geen bewuste afweging in kunnen maken en dat afwegingen over wat nodig is veelal voor hen worden gemaakt.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 30

HOOFDSTUK 4

Aanbevelingen

4.1 Inleiding

Dat zijn het samenwerkingsverband zelf, het college van een individuele Twentse gemeente en de raad van een individuele

In dit hoofdstuk presenteren we best practices en aanbevelingen

Twentse gemeente. Onze aanbevelingen richten zich op de rol

ter verbetering van de democratische legitimiteit van de

die gemeenteraden en colleges kunnen spelen ter verbetering

Twentse samenwerking. In de praktijk zijn er allerlei best

van de democratische legitimiteit. Om deze legitimiteit te

practices te geven. Deze staan onder andere beschreven in het

versterken zijn er doorgaans drie hoofdrichtingen:

essay ‘Grip op samenwerking in de praktijk’ en de ‘menukaart

1. Je kunt gerichter vanuit inhoud sturen op de regionale

Afstemming tussen raden’. In dit hoofdstuk presenteren we 59

alleen die best practices en aanbevelingen die passend zijn voor de Twentse praktijk. We kiezen bewust voor een beperkt aantal aanbevelingen, omdat dit de kans vergroot dat ze ook

samenwerking. 2. Je kunt investeren in het gesprek tussen raad en college over regionale samenwerking. 3. Je kunt als Twentse raden meer gezamenlijk optrekken.

daadwerkelijk opgevolgd worden. Uit ons onderzoek en de twee bijeenkomsten blijkt dat er nog Bij het opstellen van de aanbevelingen hebben we gebruik­

veel winst te behalen is in het versterken van de aandacht

gemaakt van de inbreng van Twentse raadsleden tijdens twee

voor regionale samenwerking en de wisselwerking tussen

bijeenkomsten in april 2025, die plaatsvonden in de gemeenten

raad en college binnen de individuele gemeenten. Hoewel het

Hengelo en Rijssen-Holten. Tijdens deze bijeenkomsten hebben

versterken van de samenwerking tussen de Twentse raden en

we onze analyse en conclusies gepresenteerd en vooruitgeblikt

de positie van de Twenteraad zeker waardevol kan zijn, lijkt het

op hoe de betrokkenheid bij de Twentse samenwerkings­

op dit moment nog te vroeg te komen en niet op voldoende

verbanden versterkt kan worden. Hoewel deze bijeenkomsten

draagvlak te kunnen rekenen. Bovendien zijn eerdere pogingen

niet massaal zijn bezocht, hebben deze ons wel een beeld

in deze richting gestrand.

gegeven van de behoeften met betrekking tot de verbetering van de democratische legitimiteit van de Twentse samenwerking.

We richten ons daarom met onze aanbevelingen op de basis die nodig is om raadsleden in staat te stellen hun kaderstellende

4.2 Aanbevelingen

en controlerende rol ten aanzien van regionale samenwerking te versterken, en op wat gemeenten hierin individueel te doen hebben. Dit betekent dus ook dat we in dit rapport geen

Ons is de vraag gesteld of er best practices en aanbevelingen

aanbevelingen doen over de Twenteraad of over individuele

te doen zijn ter verbetering van de democratische legitimiteit

samenwerkings­verbanden. De hierboven genoemde menukaart

van de Twentse samenwerking. Dat veronderstelt dat er zoiets

biedt overigens wel inspiratie om, wanneer het juiste moment

is als een Twentse samenwerking. In de praktijk bestaat die

zich aandient, gericht na te denken over de mogelijkheden om

Twentse samenwerking uit een geheel aan formele en informele

de positie van de Twenteraad te versterken.

samenwerkings­verbanden waarbij er hoofdzakelijk drie partijen zijn die invloed hebben op de legitimiteit van elk van die

Hierna presenteren we onze aanbevelingen, waarbij we

afzonderlijke samenwerkings­verbanden.

steeds zijn nagegaan of ze realistisch en uitvoerbaar zijn. Ook hebben we daarbij rekening gehouden met de aankomende

59

Stolk, De Greef en Vellekoop. Grip op samenwerking in de praktijk (essay): Grip op samenwerking in de praktijk.indd; Berenschot. Menukaart Afstemming tussen raden: https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/2021/01/01/ menukaart-afstemming-tussen-raden.

gemeenteraadsverkiezingen. Per aanbeveling maken we expliciet aan wie deze gericht is.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 31

Aanbeveling 1 aan de individuele colleges: zorg voor overzicht We constateren dat het overzicht over het geheel aan samen­

Aanbeveling 3 aan de individuele gemeente­ raden en colleges: stuur vanuit inhoud en maak in een regionale agenda concreet hoe je samen stuurt

werking ontbreekt en dat basale sturingsinformatie (over

We constateren dat de formele samenwerkings­verbanden

bijvoorbeeld doelstellingen, taken en middelen) van een

jaarlijks keurig aan bod komen in de raden, maar dat er verder

groot deel van de samenwerkings­verbanden niet bekend en

nauwelijks of geen diepgaand gesprek plaatsvindt over regionale

transparant is.

samenwerking en hoe deze bijdraagt aan de lokale opgaven en ambities, terwijl dat toch de belangrijkste reden is dat je als

Daarom bevelen we de colleges aan om jaarlijks via de P&C-

gemeente samenwerkt.

cyclus niet alleen inzicht te geven in de formele samen­ werkings­­verbanden, de zogeheten verbonden partijen, maar ook

Daarom bevelen wij de raden aan om met hun colleges

in de informele samenwerkings­verbanden. Geef daarbij ook aan

het gesprek aan te gaan over de belangrijkste regionale

wat het doel en de taken van de samenwerkings­verbanden zijn,

doelstellingen, de strategie om deze te realiseren, en over wat

welke besluiten er (al dan niet formeel) binnen deze verbanden

dit vraagt van de wisselwerking tussen raad en college. Leg

worden genomen, wat de budgetten en gemeentelijke bijdragen

dit vast in een ‘regionale agenda’ voor je eigen gemeente.

zijn, en wie de gemeente vertegenwoordigt. Het is niet wettelijk

Het gesprek tussen raad en college over samenwerking kan

verplicht om dit voor de informele samenwerkings­verbanden te

vervolgens (meer) plaatsvinden volgens deze agenda en minder

doen, maar volgens ons vormt het wel een minimale basis om

volgens de individuele samenwerkings­verbanden.

raadsleden goed in positie te brengen. Effectieve kaderstelling en controle is immers alleen mogelijk als een raadslid het

We benadrukken dat afspraken alleen niet voldoende zijn.

geheel kan overzien.

Het vraagt ook om een actieve en betrokken houding van zowel de raad als het college. Het is aan de raad om richting

Aanbeveling 2 aan de individuele gemeente­ raden: sta stil bij de vraag of in het algemeen extra inzet op samenwerking wenselijk is

de portefeuillehouders duidelijk te maken wat zij nodig heeft

We constateren dat raadsleden actiever betrokken willen zijn bij

het college om de raad hierin te ondersteunen en te begrijpen

de samenwerkings­verbanden die ze belangrijk vinden, maar ook

wat zij nodig heeft. Dit begint bij een ruimere interpretatie

dat de meeste raadsleden beperkt initiatief nemen om te weten

van de actieve informatieplicht dan we nu vaak zien, vooral

wat zich binnen de Twentse samenwerkings­verbanden afspeelt.

bij informele samenwerking. Dat betekent ons inziens niet

We realiseren ons dat extra aandacht besteden aan regionale

het verstrekken van zoveel mogelijk informatie, maar juist het

samenwerking makkelijker gezegd is dan gedaan.

actief nadenken over goede, behapbare en concrete informatie

om haar kaderstellende en controlerende rol goed te kunnen vervullen. Tegelijkertijd ligt er een verantwoordelijkheid bij

die raadsleden nodig hebben. Dit vereist een goed ontwikkelde Daarom bevelen we de raden aan om (informeel) stil te staan

politiek-bestuurlijke antenne, zodat raadsleden op het juiste

bij de vraag of extra inspanningen de moeite waard zijn. Alle

moment worden meegenomen in relevante ontwikkelingen.

manieren om de grip op samenwerking te versterken kosten immers tijd, en tijd is voor veel raadsleden schaars. Bij het

Deze aanbeveling werken we hierna verder uit.

gesprek hierover helpt het overzicht zoals genoemd onder

•

Aanbeveling 3a: stel een structureel kaderstellend en

de vorige aanbeveling. Dit maakt namelijk onder andere

controlerend debat in. We bevelen de raden en colleges aan

inzichtelijk welke inhoudelijke en financiële belangen gemoeid

om één of twee keer per jaar op gestructureerde wijze met

zijn met deelname aan de samenwerking.

de gehele raad en het gehele college in gesprek te gaan over (een deel van) de samenwerkingen en hoe deze bijdragen aan de lokale opgaven en ambities. •

Aanbeveling 3b: prioriteer en maak keuzes. We bevelen de raden en colleges aan om in de regionale agenda te prioriteren, keuzes te maken en er bewust voor te kiezen samenwerkingen veel of juist minder aandacht te geven, bijvoorbeeld door samenwerkings­verbanden te categoriseren naar de begrippen ‘chauffeur’, ‘bijrijder’ en ‘achterbank’. Op basis van die keuze kunnen tijd en aandacht bewust geprioriteerd worden.

73203 | Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking | RAPPORT | 32

gemeenteraden vastleggen welke wijze van sturing

Aanbeveling 4 aan de individuele gemeente­ raden en colleges: Bespreek dit rapport met de zittende raad en formuleer op basis daarvan een advies aan de nieuwe raad

gewenst is. Hieronder volgt een korte beschrijving van hoe

De gemeenteraadsverkiezingen vinden plaats in 2026, wat

de categorieën in de praktijk kunnen worden gebruikt:

betekent dat de zittende raad zich in de afrondende fase

• Chauffeur: De gemeenteraad neemt een zeer betrokken

van zijn periode bevindt. Het is daarom niet realistisch te

Hoe te categoriseren naar ‘chauffeur’, ‘bijrijder’ en ‘achterbank’ Aan de hand van deze drie categorieën kunnen

kaderstellende rol in bij de aansturing van het samen-

verwachten dat de zittende raad alle aanbevelingen nog voor

werkingsverband. De inbreng van de portefeuillehouder

de verkiezingen zal kunnen opvolgen. Daarom doen wij de

binnen het samenwerkingsverband wordt vooraf in de

volgende aanbevelingen:

raad afgestemd en relevante ontwikkelingen worden op

•

Wij bevelen aan om dit rapport vóór de verkiezingen te bespreken, maar de opvolging van de aanbevelingen over

vaste momenten met de raad gedeeld.

te laten aan de nieuwe raad. Het is daarbij wenselijk dat

• Bijrijder: De gemeenteraad is nauw betrokken bij het samenwerkingsverband, maar vult met name een actieve

de zittende raad de nieuwe raad hierover adviseert en de

controlerende rol in. Bij elke (belangrijke) stap wordt de

belangrijkste aandachtspunten benoemt.

raad door de portefeuillehouder op de hoogte gebracht.

•

Wij bevelen aan om dit rapport, samen met het advies van de zittende raad, op te nemen in het inwerkprogramma

• Achterbank: De gemeenteraad wordt door de portefeuillehouder op de hoogte gebracht via een piepjessysteem

van de nieuwe raad. De nieuwe raad kan hier vervolgens zo

wanneer er iets relevants te melden valt over een samen-

spoedig mogelijk na de verkiezingen over in gesprek. Dat

werkingsverband of wanneer er iets misgaat.

vereist ook een goede voorbereiding vanuit het college. •

Wij bevelen aan om vóór de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 uitvoering te geven aan de eerste aanbeveling. Op

•

Aanbeveling 3c: Maak expliciet welke informatie waarom

die manier beschikken de zittende raden over een actueel

nodig is. We bevelen de raden aan om hun informatie­

overzicht van de regionale samenwerkings­verbanden,

behoefte expliciet uit te spreken en duidelijk aan te geven

waarmee zij de nieuwe raden goed kunnen adviseren over

wat zij nodig hebben om goed te kunnen sturen. Deze

de verdere aanpak.

behoefte kan worden gekoppeld aan de eerdergenoemde categorisering. We benadrukken daarbij dat het opvragen van informatie ook verantwoordelijkheid met zich meebrengt; in de praktijk zien we namelijk regelmatig dat er wel veel informatie wordt gevraagd, maar dat hier vervolgens weinig mee gebeurt. •

Aanbeveling 3d: Verdeel onderling de aandacht. Gezien de relatief beperkte omvang van veel van de fracties en de groeiende hoeveelheid thema’s die op gemeenten afkomen, bevelen wij de raden aan om tijd en aandacht te ‘verdelen’ tussen raadsleden. Raadsleden letten dan ‘namens de anderen’ specifiek op een samenwerkingsverband, onder­ houden hierover het contact met het college en agenderen onderwerpen wanneer die voor de raad als geheel van belang zijn. Op die manier kost het raadsleden minder tijd om inhoudelijk goed op de hoogte te zijn. Er zijn verschillende manieren om de aandacht te verdelen tussen raadsleden. Individuele raadsleden kunnen worden gevraagd om op een specifiek samenwerkingsverband te letten, maar er kunnen ook duo’s worden gevormd. Denk aan een duo op basis van coalitie en oppositie, of op basis van een ervaren en een nieuw raadslid. Voorwaarde is dat binnen de raad sprake is van onderling vertrouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16017005/1