Bijlage 2 Recente mailwisseling tussen gemeente en COA over de ingediende amendementen
Tekst van het document
Recente mailwisseling tussen gemeente en COA over de ingediende amendementen: Geachte heer Eijbersen, Deze week heeft u ons een aantal vragen gesteld over de afspraken die wij maken bij het realiseren van een opvanglocatie voor asielzoekers in uw gemeente. Deze afspraken leggen wij zoals gebruikelijk vast in een bestuursovereenkomst tussen uw gemeente en het COA. Graag bevestig ik met deze brief de door mij gegeven antwoorden op uw vragen. 1. Kunnen er afspraken worden gemaakt over het uitsluiten van ‘veiligelanders’ in de bestuursovereenkomst? Dit is een vorm van een doelgroepbeperking, waar het COA geen afspraken over maakt. Met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) per 1 januari 2024 en op uitdrukkelijke opdracht vanuit het Rijk nemen we in bestuursovereenkomsten geen uitzonderingsbepalingen meer op over de doelgroep. In artikel 3a van de wet staat opgenomen dat het COA als enige plaatsingsbevoegd is. Dit impliceert ook dat doelgroepbeperkingen niet aan de orde zijn. Doelgroepbeperkingen leiden bovendien tot inefficiënt gebruik van opvangplaatsen en voorzieningen en zijn in sommige gevallen discriminatoir. Het COA stuurt op de (ver)spreiding van asielzoekers over alle beschikbare locaties.
Het COA spreidt de bewoners zo zorgvuldig mogelijk om een zo goed mogelijke opvang en begeleiding te kunnen bieden, met aandacht voor veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid. Door locaties zonder doelgroepbeperking kan over heel Nederland een optimale mix worden bewerkstelligd, uiteraard rekening houdend met de fysieke omstandigheid van locaties. 2. Kunnen er afspraken worden gemaakt over het uitsluitend huisvesten van gezinnen? Hiervoor geldt hetzelfde als onder 2.1. Ook dit is een onwenselijke doelgroepenbeperking waar het COA niet mee kan instemmen. Wij streven ernaar op alle opvanglocaties een mix van gezinnen en alleengaanden te huisvesten. Dit zal een afspiegeling van de instroom zijn. Op deze wijze ontstaat er op alle locaties een balans die de leefbaarheid op locaties ten goede komt. 3. Kunnen er afspraken worden gemaakt over passende dagbesteding voor asielzoekers en actieve betrokkenheid van de samenleving in de bestuursovereenkomst? Het COA is er groot voorstander van om met elkaar afspraken te maken over dagbesteding, participatie en betrokkenheid van vrijwilligers, omwonenden, ondernemers en maatschappelijke organisaties uit de gemeente. In de standaard-bestuursovereenkomst, zoals ingesteld met de VNG, zijn afspraken opgenomen die nodig zijn voor het in gebruik nemen van de opvanglocatie.
Daarbij valt te denken aan afspraken over welke locatie, of het een Opvanglocatie of Noodopvang betreft, het aantal bewoners, duur en welke wettelijke financiële uitkeringen beschikbaar worden gesteld (Faciliteitenbesluit). De gemeente heeft met het document ‘Aanvullende Werkafspraken’ de mogelijkheid om met het COA praktische lokale werkafspraken te maken. Dit gebeurt onder erkenning van elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Afspraken over passende dagbesteding en actieve betrokkenheid van de samenleving kunnen worden opgenomen in de aanvullende werkafspraken. 4. Wat betekent het wanneer er in plaats van een azc voor 200 mensen 4 opvanglocaties voor 50 mensen zouden worden gerealiseerd? Bijgevoegd stuur ik u de kaders rond kleinschalige opvang, zoals het COA hanteert en ook besproken zijn aan de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie, waar het Rijk, provincies en gemeenten vertegenwoordigd zijn. Deze kaders maken kleinschalige opvang mogelijk en het COA heeft tot doel gesteld komende periode 20 van dergelijke locaties te realiseren. Daarbij moet gezegd worden dat wij geen zekerheid kunnen geven dat het mogelijk is in uw gemeente 4 locaties voor 50 mensen te realiseren. Dat hangt onder andere af van de locatie en de benodigde investeringen.
De benodigde investeringen, die bij 4 locaties hoger zijn dan bij 1 locatie, moeten voor ons als overheidsorganisatie te verantwoorden zijn. Bovendien dient in een dergelijke situatie ook binnen uw gemeente op vier plekken een geschikte plek gevonden te worden, waarbij ook de maatschappelijke dialoog gevoerd moet worden. Daarnaast zijn er op een locatie voor 50 vluchtelingen - zoals blijkt uit de bijlage -
minder voorzieningen dan op een locatie voor 200 vluchtelingen. Denk daarbij aan beveiliging, spreekkamers, leslokalen, recreatieruimte etc. Dergelijke voorzieningen dienen dan in of door de gemeente georganiseerd te worden. Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Op korte termijn hebben wij een bestuurlijk overleg gepland, waar vanuit het COA nadere toelichting gegeven kan worden. Hoogachtend, Joeri Kapteijns Vervolg Op het eerste punt met betrekking tot veiligelanders heeft is een verdiepingsvraag gesteld door de gemeente: De burgemeester niet blij is met het eerste punt. De rest is begrijpelijk. Ik begrijp uit jullie eigen cijfers dat binnen de asielopvang ongeveer 3% zich kwalificeert als “veiligelander”. Gezien ons eigen initiatief, niet gedwongen door een spreidingswet of andere regelgeving, en gezien het amendement dat er ligt vanuit de raad en wens van omwonenden zouden we enorm aan draagvlak winnen wanneer we hier een stap verder in zouden kunnen gaan. Ik lees uit jouw woorden dat jullie als enige plaatsingsbevoegd zijn, dat begrijp ik, maar dat impliceert ook dat die bevoegdheid mogelijkheden met zich meebrengt. We accepteren verder de uitgangspunten zoals je ze hebt omschreven, maar willen dringend verzoeken om hierin ruimte te zoeken voor een toezegging/handreiking.
De Burgemeester zal dit ook formeel vragen wanneer deze beantwoording binnen komt. Vandaar dat ik dit nu eerst ambtelijk met jou voor bespreek. De reactie is vanuit COA hierop is als volgt. (Op het moment van schrijven is hier nog geen verder vervolg van bekend). Wat wij nog kunnen doen is afspreken dat er in Nijverdal een niet meer dan evenredig aantal mensen uit spoor 2, het zogenaamde veiligelandenspoor van de IND, opgevangen gaat worden. Dat betekent praktisch dat er in Hellendoorn evenveel ‘veilige landers’’ worden opgevangen als op andere opvanglocaties. De gesprekken over de invulling en de daarbij behorende bestuursovereenkomst en werkafspraken zullen een vervolg krijgen.