CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 17. Stadsbank Reactie Quick scan

Gemeenteraad 18 juni 2024, gemeente HellendoornBij agendapunt: Begrotingen 2025 gemeenschappelijke regelingen voor zienswijze1.439 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie Stadsbank m.b.t. vragen in de Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen 2024

4.6 Stadsbank Oost Nederland (SON) De Stadsbank voert schuldhulpverlening uit voor een brede groep gemeenten, ook buiten Twente. Op een omzet van € 12,4 mln. is een resultaat van € 20.000 gehaald. Bij nadere beschouwing van de cijfers valt op dat bij het programma overhead een grote sprong zit tussen de cijfers 2022 (p. 10 jaarverslag) en de herziene begroting 2023. Door ook de jaarrekening 2022 die vorig jaar is gepubliceerd in de vergelijking te betrekken blijkt dat een deel van de cijfers kennelijk niet juist is overgenomen. De onderstaande tabel 1 laat de realisatiecijfers 2021 en 2022 zien op basis van de jaarrekening 2022 en daarnaast 2023 op basis van de nu voorliggende jaarrekening en de oorspronkelijke begroting (2023B). Wat dan opvalt is de afwijking bij het programma bestuur in 2023. Die is bijna € 300.000 lager dan geraamd. Er is geen toelichting wat er dan niet is gerealiseerd. De toelichting die nu is gegeven is een opsomming van bijeenkomsten. Natuurlijk is het voor een programma met vooral bestuurlijke taken ingewikkeld om prestatie-indicatoren te hanteren. Er zou tegelijkertijd toch wel enige ruimte moeten zijn om bijvoorbeeld problemen in de bezetting van de organisatie te duiden.

Reactie: In de quickscan wordt aangegeven dat een deel van de cijfers kennelijk niet juist is overgenomen. Die constatering klopt niet. In de primitieve begroting 2023 was voor het Programma Algemeen Bestuur 4.599k geraamd. Het programma valt met 4.880k in de herziene begroting 2023 281k hoger uit dan in de primitieve begroting 2023. In deze hogere raming zijn de extra rentekosten voor het aantrekken van een onderhandse lening meegenomen (die uiteindelijk in 2023 nog niet nodig waren). Ook is er rekening mee gehouden dat door de verleende btw-vrijstelling op beschermingsbewind er geen btwaftrek op de kosten van bewind meer mogelijk is (zie jaarstukken 2023, pagina 41).

Het programma Algemeen Bestuur bevat overhead taken ondersteunend aan het primaire proces. Het primaire proces is ondergebracht in het programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen. Voor de deelnemende gemeenten worden beide programma's samen verantwoord onder het taakveld Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening (6.71).

Het programma Algemeen Bestuur valt in de realisatie bijna 300k lager uit dan in de herziene begroting. Het verschil wordt verklaard onder begrotingsrechtmatigheid op pagina 38 van de jaarrekening:

•

Lagere afschrijvingen: In de meerjarenbegroting wordt uitgegaan van vervangingsinvesteringen na de vrijval. In de praktijk wordt ook gekeken naar de bruikbaarheid van bepaalde activa waardoor de herinvesteringen niet altijd direct na de afschrijvingstermijn plaats vinden.

•

Lagere rentekosten: In de herziene begroting 2023 was ervan uitgegaan dat er een onderhandse lening aangetrokken moet worden om kredieten te kunnen blijven verstrekken, nu derdengelden afnemen door procesoptimalisaties in budgetbeheer. De benodigde liquiditeit komt pas in 2024 aan orde doordat het project later wordt afgerond. Het aantrekken van de lening (en dus extra rentekosten ten opzichte van de rentekosten van de al lopende leningen) zal medio 2024 plaatsvinden.

•

Externe ondersteuning: De Stadsbank doet een beroep op externe expertise bij vraagstukken waarvoor intern onvoldoende expertise aanwezig is. In 2023 is dat minder aan de orde geweest.

•

Communicatiekosten: Een aantal geplande activiteiten is doorgeschoven naar 2024 en daarmee ook de kosten.

Financieel valt verder op dat er een incidenteel voordeel van € 438.000 is gerealiseerd door teruggave van BTW op Bewindvoering (p. 41 jaarverslag). Zonder dit incidentele resultaat is het structurele financiële resultaat van de Stadsbank ruim € 400.000 negatief. Daarbij zijn de projectkosten die (deels?) uit de reserves worden betaald nog niet meegenomen. Er is ruimte om, als er bestemmingsreserves worden ingezet, veel duidelijker de relatie tussen de daarvoor gerealiseerde lasten en de ingezette reserves (de reserve procesoptimalisatie) te benoemen.

Reactie: Het gerealiseerde saldo van baten en lasten in 2023 is 20k positief. Hierin zitten de incidentele kosten verwerkt voor het project procesoptimalisatie ad 268k. Deze projectkosten worden vervolgens gedekt uit de algemene reserve. Voor het structurele resultaat op de baten en lasten moeten deze incidentele kosten niet meegenomen worden. Het resultaat op baten en lasten in 2023 komt dan uit op +288k (= 20k + 268k). Trek je hier de incidentele baten voor bewind van 438k vanaf dan kom je in 2023 op een negatief resultaat van -150k. Dit resultaat wordt met name verklaard doordat de landelijk vastgestelde tarieven voor beschermingsbewind niet zijn mee gestegen met de cao-loonstijging in 2023. We onderzoeken de mogelijkheden voor kostenoptimalisatie in relatie tot de ontwikkeling van en de lobby op de landelijke tarieven.

Op pagina 12 van het jaarverslag is sprake van nazorg taken. Dat gaat in totaal om circa 150 gevallen per jaar. Hoe verhoudt dat zich tot het feit dat er al jaren sprake is van een daling van de zelfredzaamheid van mensen die met schulden geconfronteerd waren (zie onderstaande figuur 1). Hier zou een expliciet bestuurlijk oordeel niet vreemd zijn. Verder staat er in het jaarverslag een opmerking (p. 8) over een nieuw initiatief om statushouders te ontzorgen. Ook dat lijkt in de context van nazorg en zelfredzaamheid te passen. Hier is de vraag hoe kan worden beoordeeld dat de interventie van de Stadsbank ook daadwerkelijk tot ‘duurzaam financieel gezond leven’ van statushouders leidt.

Reactie: De Stadsbank beweegt naar een meer klant- en resultaatgerichte dienstverlening. Waarin we met de menselijke maat werken aan een nieuwe en financieel gezonde toekomst voor onze klanten (financiële redzaamheid). Hiermee is samen met gemeenten een beweging van betere begeleiding ingezet. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de halvering van de aflosperiode in schuldregelen en de ontwikkeling van de zogenaamde basisdienstverlening, versterken dit c.q. vragen om nog meer inzet op begeleiding. De basisdienstverlening is ontwikkeld door het Ministerie van SZW, VNG, Divosa en NVVK om de schuldhulpverlening in Nederland, ten aanzien van het bereik en de kwaliteit en de wijze waarop begeleiding en nazorg wordt vormgegeven, te verbeteren. De Stadsbank is samen met gemeenten in gesprek om dit verder vorm te geven en in te richten.

De dienstverlening van de Stadsbank voor statushouders kent een preventieve insteek. De interventie van de Stadsbank (het verzorgen van budgetbeheer) is onderdeel van een bredere interventie van intensieve begeleiding gericht op een duurzaam financieel gezond leven. Deze begeleiding wordt lokaal en ook verschillend ingevuld. Vanuit de gemeentelijke regierol vindt overleg plaats op casusniveau over het resultaat van de interventies.

Een laatste financiële opmerking betreft de investeringen zoals in de begroting op pagina 35 benoemd. Daar staat het voornemen om € 137.000 in terreinen te investeren. Er is geen toelichting op gegeven en dat roept vragen op omdat dit bedrag ten opzichte van de boekwaarde van het gebouw hoog is en er op de balans in 2023 ook geen verwijzing is naar bezit van terreinen.

Reactie: Het gaat hierbij om de reeds bij de aankoop van het pand geaccordeerde overname van parkeerplaatsen, die plaatsvindt in het kader van de herinrichting van het Ledeboerterrein.

De werkelijke overname is afhankelijk van de realisatie van het project Ledeboer, dat gepland is in 2025.

Tot slot twee kleinere inhoudelijke opmerkingen. In de eerste plaats valt op dat de kleinere gemeenten bovengemiddeld hoge schulden per deelnemer hebben. Op gemeentelijk niveau kan dat aanleiding zijn om vragen te stellen over onderwerpen als vroeg signalering van schulden of verdiepend onderzoek te doen naar mogelijke geval overstijgende verklaringen. Dit geldt vooral voor gemeenten waar ten minste enkele tientallen gevallen zijn, bij kleinere aantallen zegt een gemiddelde schuld niet veel meer. Verder een opmerking over de gevolgen van verloop van personeel en de arbeidsmarkt. Schuldhulpverlening is een proces met veel menselijke interactie waarbij ook zaken als vertrouwen een rol spelen. Hoe probeert de Stadsbank te borgen dat vertrouwensrelaties tussen hulpvragers en hulpverleners ook bij verloop zo veel mogelijk geborgd blijven?

Reactie: T.a.v. opmerking over hoge schuld Vanuit haar kennis- en expertiserol deelt de Stadsbank allerlei informatie. Bij kleinere gemeenten gaat het echter vaak om lagere aantallen, waardoor bepaalde gemiddelden minder zeggingskracht hebben. Uiteraard zetten we, in samenwerking met de deelnemende gemeenten, in op de vroegsignalering van schulden, overeenkomstig het model van de NVVK. T.a.v. opmerking over vertrouwensrelatie tussen hulpvragers en hulpverleners Het personeelsbeleid van de Stadsbank is erop gericht om goede mensen zo lang mogelijk aan ons te verbinden. Met de slag naar een meer klant- en resultaatgerichte dienstverlening werken we met klantregisseurs. Zij blijven het hele dienstverleningstraject bij de klant betrokken en zorgen ook voor onderlinge afstemming tussen de betrokken collega’s van de Stadsbank en van gemeenten. Dit zorgt ervoor dat we doen wat nodig is, maar ook dat vertrouwensrelaties tussen hulpvragers en hulpverleners zoveel mogelijk geborgd blijft als er verloop is. Er zijn meerdere collega’s bij de klant betrokken, zodat de klant een vertrouwd gezicht houdt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14199128/1