CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 Veiligheidsregio Twente begroting 2024

Debatronde 6 juni 2023, gemeente HellendoornBij agendapunt: Jaarrekeningen 2022 en begrotingen 2024 gemeenschappelijke regelingen13.586 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

162 -/-

28

6.6 Investeringen Veiligheidsregio Twente is een relatief kapitaalintensieve organisatie. De organisatie beschikt over veel vastgoed (kazernes) en een wagenpark van dienstvoertuigen en hulpverleningsvoertuigen. In deze paragraaf komen de volgende onderwerpen aan bod: •

Investeringsplanning

•

Investeringsruimte

•

Investeringen in 2024 in detail

A: Investeringsplanning De vervangingsinvesteringen worden planmatig uitgevoerd om budgettaire en aanbestedingstechnische redenen. Het geplande investeringsbeeld wordt regelmatig bijgewerkt. Daarbij wordt een horizon van drie jaar aangehouden. Het laatste investeringsbeeld dateert van maart 2023 en ziet er als volgt uit:

Tabel A: investeringsplanning 2023-2025 (mln.) Categorie

2023

2024

2025

Gebouwen

4,2

8,6

4,3

Materieel

7,8

9,3

1,5

Materialen (w.o. pers. uitrusting)

2,6

0,6

0,5

ICT

1,1

0,4

0,2

Totaal

15,6

18,9

6,5

Belangrijkste investeringen qua gebouwen zijn de verbouwing van de kazerne Hengelo, het testcentrum en nieuwbouw diverse kleinere kazernes. De grootste

investering in het wagenpark is de aanschaf van tankautospuiten. De planning hiervoor is naar voren gehaald vanwege het gebruik kunnen maken van een gunstige prijsvast-garantie. Per saldo is de investeringsbehoefte voor genoemde periode berekend op € 41,0 mln.

B: Investeringsruimte (excl. geplande investeringen) Bij beoordeling van de uitvoerbaarheid van de investeringsplanning vormt het begrotingskader de leidraad. In de begroting wordt feitelijk rekening gehouden met een gemiddelde vrijval van ca. € 6,5 mln. (= niveau afschrijvingen). De beschikbare investeringsruimte in enig jaar hangt echter af van de mate waarin de werkelijke 29

investeringen zich in bedrag en tempo hebben verhouden tot die van de begroting. Verschillende factoren spelen daarin een rol. Zo kunnen aanbestedingsperikelen, bestemmingsplannen die op zich laten wachten of interne discussie over de exacte behoeftestelling een oorzaak zijn. Soms is vervanging op het geraamde moment ook nog niet nodig, omdat de goederen nog in goede staat verkeren. Bij aankoopbeslissingen wordt standaard gekeken naar nut en noodzaak. Volgend overzicht geeft de beschikbare investeringsruimte weer plus de vrijval voor de komende jaren. Ruimte die dus kan worden ingezet om de bovenstaande investeringsplanning (tabel A) te financieren.

Tabel B: investeringsruimte 2023-2025 (mln.) Categorie

2023

Vrijval 2024

Vrijval 2025

6,2

1,1

0,3

1,9

15,5

6,5

1,9

1,6

0,8

2,5

0,6

1,2

ICT

1,3

0,6

1,8

0,2

0,6

Totaal

17,0

9,0

26,0

8,5

4,0

Per 1-1

vrijval

Totaal

Gebouwen

0,4

5,8

Materieel

13,7

Materialen

De beschikbare investeringsruimte voor de komende periode neer op € 38,4 mln. De investeringsplannen (A) en de financiële investeringsmogelijkheden (B) houden in de periode 2023-2025 geen gelijke tred. Het overschot op de investeringsbegroting is per begin 2023 nog groot, maar zal in de komende periode afnemen en negatief worden. De knelpunten waarvoor een stapsgewijze ophoging van de gemeentelijke bijdrage is toegekend (voor o.a. BTW-nadeel, vervanging onroerende activa) werken langjarig door. De effecten t/m 2022 zijn begrotingstechnisch afgedekt, maar niet voor de periode daarna, dat geldt m.n. voor de categorie gebouwen. De negatieve investeringsruimte per ultimo 2025 is dan ook geheel toe te schrijven aan de categorie gebouwen. De overige categorieën zijn positief. Gezien de

lange gemiddelde afschrijvingstermijn van de categorie gebouwen, in vergelijking met de andere categorieën, leidt dit voor alle categorieën samen toch niet tot een negatieve resultaat qua kapitaallast. Het opstellen van het Strategisch Huisvestingsplan staat op de planning voor 2023 en zal onder andere ingaan op de mogelijkheden om het tekort op de investeringsruimte Gebouwen om te buigen.

30

Planning (tabel A) versus ruimte (tabel B) 2023-2025 (mln.) ultimo 2022

Ruimte Totaal

ultimo 2023 17,0

ultimo 2024 10,4

ultimo 2025 0,0

2,6-

C: Investeringen 2024 Zoals in tabel A weergegeven bedraagt de investeringsbehoefte voor de jaarschijf 2024 € 18,9 mln. Dit zijn ramingen die in structurele zin worden geacht te passen binnen het bestaande budgettaire kader. Daarom wordt gevraagd om bij vaststelling van de begroting 2024 tevens akkoord te gaan met de geraamde investeringen voor 2024. De investeringen zijn hieronder nader gespecificeerd. De autorisatie is op het niveau van de categorieën. Ter verhoging van het inzicht zijn ook de grootste investeringen aangegeven.

Investeringen per categorie (mln.)

Grootste investeringen (mln.)

Categorie

Bedrag 2024

Categorie

Investering

Gebouwen

8,6

Gebouwen

Batterijtestcentrum

1,3

Materieel

9,3

Verbouwing Hengelo

3,6*

0,6

Nieuwbouw Basis kazerne

1,8

Materialen

Tankautospuiten incl. bepakking (17x)

6,2

Natuurbrandvoertuigen (7x)

2,5

ICT

0,4

Totaal

18,9

Materieel

Bedrag 2024

* Totale investering is 5,5

31

7 Financiële begroting 2024 Overzicht van baten en lasten en de toelichting Allereerst een overzicht van de lasten en baten per programma, aangevuld met de algemene Rijksbijdrage en gemeentelijke bijdrage. Programma (x € 1.000)

Lasten

Baten

Basistaken – Voorkomen

5.794

270

Basistaken – Voorbereiden en bestrijden

58.413

675

Aanvullende opdrachten

4.581

4.581

Vernieuwen en ontwikkelen Rijksbijdrage algemeen

8.858

Gemeentelijke bijdrage

54.403

Totaal

68.787

68.787

32

In onderstaand overzicht worden naast de vier kolommen (organisatorische indeling) de algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing vennootschapsbelasting (Vpb) en het bedrag voor onvoorzien gepresenteerd. De autorisatie van de begroting is op het niveau van onderstaande kolommen. Bedragen x € 1.000

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Kolom

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Multidisciplinaire onderwerpen

4.431

5.855

1.424

1.857

2.458

601

4.500

4.420

80-

Brandweer

45.815

8.331

37.484-

46.166

8.258

37.907-

48.139

7.577

40.561-

GHOR

1.188

971

217-

1.298

955

342-

1.490

1.120

371-

Gemeenten

442

422

20-

619

581

38-

608

579

29-

Subtotaal

51.876

15.579

36.297-

49.940

12.253

37.687-

54.737

13.696

41.041-

49.650

49.650

54.403

54.403

Algemene dekkingsmiddelen 47.827

47.827

12.077

978

11.099-

12.499

536

11.713-

14.050

688

13.362-

Subtotaal

12.077

48.805

36.727

12.499

50.186

37.687

14.050

55.092

41.041

Totaal gerealiseerde saldo baten en

63.954

64.384

430

62.439

62.439

-

68.787

68.787

-

266

585

319

64.220

64.969

749

62.439

62.439

-

68.787

68.787

-

Gemeentelijke bijdrage Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien

lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Onttrekking weerstandsvermogen Gerealiseerd resultaat

Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Binnen Veiligheidsregio Twente zijn er geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.

33

Taakvelden Het volgende overzicht geeft inzicht in het verdelingsprincipe van de taakvelden naar de kolommen voor het begrotingsjaar 2024. De lasten en baten zijn exclusief reservemutaties.

Taakveld

Multidisciplinaire

Brandweer

GHOR

Gemeenten

Totaal

onderwerpen Bedragen x €1.000,-

Baten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

61

0.1 Bestuur 0.4 Overhead

Lasten

3

1.027

0.5 Treasury

Saldo 61

686

12.766

1.375

1.537

162

-553

-553

0.8 Overige baten en lasten

257

13.362

0.9 Heffing VPB 1.1 Crisisbeheersing & Brandweer

3.381

3.671

1.2 Openbare orde & Veiligheid

1.038

768

7.255

1.120

1.490

579

608

1.667 4.422

5.527

39.976 -271

8.3 Wonen & Bouwen Totaal

46.541

9.316

61.957

1.667 1.120

1.748

579

608

54.403

34

Uiteenzetting financiële positie

Deze paragraaf geeft een uiteenzetting weer van de financiële positie. De paragraaf bevat onder meer een meerjarenperspectief met daarin de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage, prognose van de balans en het EMU-saldo. Meerjarenraming 2024-2027 Het meerjarenperspectief en daarin de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage zijn hieronder beknopt weergegeven.

Meerjarenraming gemeentelijke bijdrage BEGROTING Alle bedragen X 1.000,-

Lasten Begroting 2024

Baten

Mutatie t.o.v. vorig jaar

Begroting

2025

2026

2027

2024

Mutatie t.o.v. vorig jaar 2025

2026

350

250

2027

VRT Brandweer

60.905

963

1.343

963

8.263

GHOR

1.747

55

55

55

1.119

Multidisciplinair

5.527

460

360

110

4.422

Gemeenten

608

22

22

22

579

Totaal VRT

68.787

1.500

1.780

1.150

14.383

350

250

-

Cumulatief

68.787

70.287

72.067

73.217

14.383

14.733

14.983

14.983

35

Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage 2024

54.404

2025

55.554

2026

57.084

2027

58.234

Uitgangspunten bij meerjarenraming:

3.

De afschrijvingscomponent van de kapitaallasten worden geïndexeerd met 2,00% (gewogen gemiddelde index CPB)

1.

Het meerjarige beeld zoals gepresenteerd in de kadernotitie horende bij deze ontwerpbegroting (en behandeld in het AB van 23 februari

4.

Risico’s, zoals beschreven in par. 4.1 treden niet op of worden eigenstandig opgevangen.

2023) is overgenomen in deze meerjarenraming. 2.

Met dien verstande dat de loonindexering voor het begrotingsjaar 2024 is aangepast van een CPB-grondslag in de kadernotitie naar een CAO-grondslag in de begroting.

36

Geprognosticeerde balans In het onderstaand overzicht is de geprognotiseerde balans (per 31-12) opgenomen voor de desbetreffende jaren. Activa (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Materiële vaste activa

60.380

65.971

77.899

77.912

75.912

73.412

Kapitaalverstrekkingen

0

0

0

0

0

0

Leningen

0

0

0

0

0

0

Uitzettingen > 1 jaar

0

0

0

0

0

0

Totaal Vaste Activa

60.380

65.971

77.899

77.912

75.912

73.412

0

0

0

0

0

0

Uitzettingen <1 jaar

4.371

1.239

1.857

2.744

3.311

3.557

Liquide middelen

3

0

0

0

0

0

Overlopende activa

2.875

2.375

2.375

2.375

2.375

2.375

Totaal Vlottende Activa

7.249

3.614

4.232

5.119

5.686

5.932

Totaal Activa

67.629

69.585

82.131

83.032

81.598

79.345

Passiva (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Eigen vermogen

1.963

463

55

200

812

1.603

Voorzieningen

328

283

238

193

148

103

Vaste schuld

45.700

47.700

62.700

63.500

62.000

59.500

Totaal Vaste Passiva

47.990

48.446

62.993

63.893

62.959

61.206

Vlottende schuld

14.942

16.442

14.442

14.442

13.942

13.442

Overlopende passiva

4.697

4.697

4.697

4.697

4.697

4.697

Totaal Vlottende Passiva

19.639

21.139

19.139

19.139

18.639

18.139

Totaal Passiva

67.629

69.585

82.131

83.032

81.598

79.345

Voorraden

37

Toelichting op de belangrijkste mutaties in de balansprognose Materiële vaste activa

sluiten voor in totaal € 5 mln. in 2023 en naar verwachting ca. € 15 mln. in

De geplande investeringen in 2023 en 2024 leiden tot een aanzienlijke

2024. Hiermee neemt de vaste schuld per saldo aanzienlijk toe tot en met

stijging van de waarde van de vaste activa.

2024. In de posten Uitzettingen < 1 jaar en Vlottende schuld zijn de

Eigen vermogen De geraamde afname van het eigen vermogen is in 2023 deels te verklaren door de uitkering van een deel van het jaarrekeningresultaat 2022 aan de gemeenten. De mutaties in de reserves FLO werken tot en met 2024 negatief door op het eigen vermogen en daarna positief.

schommelingen in de liquiditeitspositie zichtbaar. Berekening EMU-saldo In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een bij de euro aangesloten land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Het EMU-tekort wordt bepaald door een gezamenlijk

Vaste schuld Voor de grote investeringen in 2023 en 2024 en door de afloop van langlopende leningen, is het noodzakelijk om langlopende leningen af te

tekort van het Rijk, lokale overheden en sociale fondsen.

In de volgende tabel is het EMU-saldo van Veiligheidsregio Twente berekend voor de jaren 2023-2027.

EMU-SALDO (x € 1.000) Mutaties (1 januari tot 31 december)

Activa

Financiële vaste activa

Vlottende activa Passiva

Vaste Passiva Vlottende passiva

2023

2024

2025

2026

2027

-7.135

-12.382

87

2.566

3.246

Kapitaalverstrekkingen en leningen

0

0

0

0

0

Uitzettingen

0

0

0

0

0

Uitzettingen

-3.132

618

887

566

246

Liquide middelen

-3

0

0

0

0

Overlopende activa

-500

0

0

0

0

Vaste schuld

2.000

15.000

800

-1.500

-2.500

Vlottende schuld

1.500

-2.000

0

-500

-500

0

0

0

0

0

Overlopende passiva

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

Het negatieve EMU-saldo in 2023 en 2024 wordt veroorzaakt door het hoge investeringsniveau. 38

Verloopoverzicht reserves Reserves (x € 1.000,-)

Stand 31-12-2023

Toevoeging 2024

Onttrekking 2024

Stand 31-12-2024

Algemene reserve

426.911

426.911

FLO Enschede

-1.034.872

FLO Borne

-463.707

63.721

-527.428

FLO Almelo

-90.417

89.703

-180.120

Totaal algemene reserve

-1.162.085

153.424

-1.079.802

Bedrijfsvoering Troned/ TSC

297.087

FLO Hengelo

546.458

245.818

300.640

Innovatie

133.500

133.500

0

Veiligheidsstrategie

85.720

ZVHT

551.052

100.000

451.052

IVZ

11.481

11.481

0

Totaal bestemmingsreserves

1.625.298

0

490.799

1.134.499

Totaal reserves

463.213

235.707

644.223

54.697

Stand 31-12-2023

Toevoeging 2024

Onttrekking 2024

Stand 31-12-2024

50.000

204.497

235.707

235.707

-799.165

297.087

85.720

Verloopoverzicht voorzieningen Reserves (x € 1.000,-) Verlof

254.497

Verlofspaarregeling

28.368

5.000

Totaal voorzieningen

282.865

5.000

33.368 50.000

237.865

39

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen In onderstaand overzicht zijn de arbeidskosten gerelateerde verplichtingen opgenomen, die jaarlijks een vergelijkbaar volume hebben. Hierbij is de nieuw voorgestelde CAO als uitgangspunt genomen met daarin de verhoging van het IKB-percentage. Bedrag x € 1.000,-

Jaarlijks

Individueel Keuzebudget (IKB)

3.550

Totaal arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

3.550

40

Bijlagen Bijlage 1 Toelichting gemeentelijke bijdrage

Het algemeen bestuur heeft ingestemd met de Kadernotitie begroting 2024. Hierin zijn de volgende technische uitgangspunten opgenomen. Indexering Categorie

Index

Loonmutaties

Toelichting Voor de loonmutaties wordt uitgegaan van het principeakkoord voor het personeel van Veiligheidsregio’s. Deze heeft een looptijd van 16 maand gerekend v.a. 1 januari 2023 en is als volgt in de begroting verwerkt. - Reëel effect ophoging IKB: 1,19% - Loonsverhoging: 8,4% (als gemiddelde van 5,5% relatief en € 100 euro nominaal) - Stijging tarieven vrijwilligers en overige looncomponenten: 9,3% - Indexering mei-december ‘24: 8/12 x 2%= 1,33% (in lijn met indexering van andere verbonden partijen) - Invoering stelpost reiskosten woon/werk verkeer (11 ct per km), ingeschat op basis van informatie fiscale uitruil in 2022.

Prijsmutaties

12,7%

Voor de prijsmutaties wordt uitgegaan van de IMOC (netto materiële overheidsconsumptie) met correcties van de indices over de jaren t-3, t-2 en t-1. Deze index is in de MEV 2023 niet berekend voor het jaar 2024 en daarom wordt voor 2024 het cijfer uit de septembercirculaire 2022 gehanteerd. Deze bedraagt 2,4%. Vorig jaar werd uitgegaan van een index voor 2023 van 1,6%, derhalve een bijstelling met 4,3%. Het CPB heeft de inflatiecijfers voor 2021 en 2022 ook weer bijgesteld met resp. 0,1% en 5,9%. In totaal bedraagt de nacalculatie 10,3%. Om die reden worden de prijsindex-gerelateerde budgetten voor het begrotingsjaar 2024 verhoogd met (2,4% + 10,3%)= 12,7%.

Vervangingsinvesteringen

12,7%

Hierbij geldt eveneens het herrekende IMOC-cijfer.

41

Vergelijking gemeentelijke bijdrage met vorig jaar Verhoging gemeentelijke bijdrage Verhoging bijdrage Bijdrage begroting 2023

€ 49.649.812

Bijdrage begroting 2024

€ 54.403.202

Per saldo een stijging van de bijdrage 2024 t.o.v. de begroting 2023

€ 4.753.390

Uitgangspunten begroting 2024 - Looncompensatie*

€ 3.101.987

- Prijscompensatie

€ 625.155

- Grondslag voor de loonsom vacatures (max -2) - Correctie kapitaallasten (vervangingsinvesteringen)

€ 1.026.248

Totaal van de effecten van de uitgangspunten van begroting 2024

€ 4.753.390

Totaal verhoging gemeentelijke bijdrage

€ 4.753.390

*De salarissen worden geraamd volgens het principe: werkelijk niveau 31-12 (t-2) + loonindex (t-1) + loonindex (t). Voor het vergelijk tussen begroting 2023 en begroting 2024, zie onder. Voor de vergoedingen en FLO is 9,3% gehanteerd, conform de CAO.

Jaar

Begroting 2023

Begroting 2024

Verschil

2021

Werkelijk

-

2022

4,2%

5,0% (werkelijke stijging)*

+0,8%

2023

2,3%

8,4%*

+6,1%

2024

-

1,3%*

+1,3%

Totaal

+8,2%

* In het percentage voor 2022 is de ophoging van het IKB verwerkt. De 8,4% heeft betrekking op periode januari 2023 t/m april 2024 en 1,3% op periode mei 2024 t/m december 2024.

42

Bijlage 2 Gemeentelijke bijdrage 2024

Mutaties GF Gemeente

Bijdrage 2023

Verhoging

subcluster

Verhoging FLO met

uitgangspunten 2024

Crisisbeheersing en

index

Bijdrage 2024

Brandweer Almelo

5.829.038

532.524

-141.287

24.388

6.244.662

Borne

1.505.498

141.838

164.083

2.604

1.814.024

Dinkelland

2.166.051

208.432

-153.160

Enschede

14.383.188

1.277.716

162.579

Haaksbergen

1.721.007

165.607

-39.944

1.846.670

Hellendoorn

2.422.844

233.142

-60.920

2.595.067

Hengelo

6.736.715

613.848

179.150

Hof van Twente

2.750.470

264.669

-62.936

2.952.203

Losser

1.655.329

159.287

5.322

1.819.938

Oldenzaal

2.306.500

221.947

85.502

2.613.949

Rijssen / Holten

2.567.678

247.079

-22.136

2.792.622

Tubbergen

1.719.963

165.506

-170.477

1.714.992

Twenterand

2.251.811

216.684

15.940

2.484.435

Wierden

1.633.721

157.208

38.285

1.829.214

Totaal

49.649.813

4.605.488

0

2.221.323 91.352

29.558

147.902

15.914.832

7.559.271

54.403.202

Noot: de maatstaven uit het relevante cluster van het Gemeentefonds vormen de basis voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage. Het gaat hierbij om het cluster “Openbare Orde en Veiligheid, subcluster Crisisbeheersing en Brandweer”. De verdeelmaatstaven in het Gemeentefonds zijn in 2023 herijkt. Cebeon is het bureau dat in opdracht van het Rijk zorgdraagt voor het periodieke onderhoud van het Gemeentefonds.

43

Bijlage 3 Lijst met afkortingen Berap

Bestuursrapportage

BIO

Baseline Informatieveiligheid Overheid

BRZO

Besluit risico's zware ongevallen

BVO

Bruto vloeroppervlak

CPB

Centraal Planbureau

DB

Dagelijks bestuur

FLO

Functioneel leeftijdsontslag

GHOR

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio

IKB

Individueel Keuzebudget

IMOC

Netto materiële overheidsconsumptie

IOC

Informatie- en Operationeel Centrum

IVZ

Integrale Veiligheidszorg

JenV

Justitie en Veiligheid

KMT

Kenniscentrum Mensenhandel Twente

MEV

Macro Economische Verkenning

RTR

Regionale Toezichtsruimte

TSC

Twente Safety Campus

VNONL

Veiligheidsnetwerk Oost-Nederland

VPB

Vennootschapsbelasting

VRT

Veiligheidsregio Twente

Woo

Wet open overheid

ZRP

Zorgrisicoprofiel

ZVHT

Zorg en Veiligheidshuis Twente 44

VE I LI G H E I D S \ì \ì (..ì {ì N

"T.i,Hf; ',58?.il: TW E N T E

aìdr !:-

Ni.lverherdstraat 30

7511 llú Enschede

POSTBUS 383, 75OO AJ ENSCHEDE

NIEUW POSTADRES Postbus 383 75OO AJ ENSCHEDE Aan de gemeenteraden van de aan Veiligheidsregio Twente deelnemende gemeenten

! rj'rt.ri. 0BB 256 7800 i

info@vrtwente. nl

uw KENMERK:

-

BEHANDELDDooR:

J. aan de stegge

g0

DAruM: 3 april 2023 E-r,1AtL: j.aandestegge@vrtwente.nl reLeroo¡t:

oNS KENMERK: 230001

oNDERWERP: Brief aan gemeenteraad over wensen en bedenkingen Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's

Geachte voorzitter van de gemeenteraad,

Op 16 december jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voozitters van de veiligheidsregio's, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer het principebesluit genomen tot het oprichten van een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's, die dekking biedt voor in ieder geval de niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen. Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Twente is bevoegd tot het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon. Dit besluit wordt echter niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hieronder lichten wij de redenen voor de beoogde oprichting van de stichting toe

Huidige situatie De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio's (RCDV) is enige tijd aan de slag met het thema 'Goedwerkgeverschap na dienstongevallen'. Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste añrveging gemaakt rondom aanspraken bijongevallen.

Als gevolg van een aantal interne en externe ontwikkelingen is een toenemend bewustzijn bij veiligheidsregio's ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is de afgelopen jaren gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio's op dit vlak. ln de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een 'verharding' van de verzekeringsmarkt, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voonrvaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan. Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren 'slechts' een van de mogelijke opties is om financiële risico's als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. ln feite is daarmee de stap gezet van 'verzekeringsdenken naar risicodenken'. Ook is de stap van 'verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken': niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker.

Brandweer

Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio's veelal kwetsbaar is ingevuld door'eenpitters' met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en

Gcnreontr.n

Politie

vrtwente nl

PAGINA 2/3

verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd. Om invulling te geven aan deze uitdagingen is de RCDV het Project Risicomanagement & Verzekeringen gestart om via landelijke samenwerking, antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Kort gezegO is het de bedoeling om: landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen; één ongevallenverzekering (voor vezekerbare aanspraken) collectief in te kopen; een waarborgfonds op te richten als oplossing voor (in ieder geval) de niet-vezekerbare aanspraken; een (landelijk) expertisebureau op te richten dat kan adviseren en bemiddelen; strategische samenwerkingsverbanden aan te gaan.

. . ' . .

Op 1 juli 2022heeft het Veiligheidsberaad besloten tot oprichting van het expertisebureau risicobeheerl. Op

12 oktober is het expertisebureau feitelijk opgericht. De voorliggende brief gaat over de stap op te komen tot een waarborgfonds. De aangewezen rechtsvorm voor het waarborgfonds is een stichting, Deze stichting is vrijgesteld van de vergunningsplicht van De Nederlandse Bank (DNB).

Toekomstige situatÍe De veiligheidsregio's hebben straks een waarborgfonds waarmee zij gezamenlijk de Landelijke Aanspraken

na Dienstongevallen financieren voor zover deze niet vezekerd zijn. Daarnaast hebben ze een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer waarmee zij collectief een ongevallenvezekering kunnen inkopen en per 1 januari 2024 deze schades kunnen af,ryikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico's door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio's. Naar ven¡vachting levert de samenwerking behalve een efficiency- en kwaliteitsslag op termijn ook een besparing op doordat de verhouding schade-premie ongevallenvezekering ongeveer 1:2 is. Daarnaast wordt met het expertisebureau behalve een kwaliteitsslag ook een besparing venvacht door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades. Deelname aan het waarborgfonds is vrijwillig. Wel is deelname aan het expertisebureau een vereiste gelet op de onderlinge samenhang. Reeds bij deelname van een beperkt aantal veiligheidsregio's is het overigens al opportuun om het waarborgfonds op te richten, omdat de niet-vezekerbare aanspraken die gelden op grond van Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen anders door de individuele veiligheidsregio gedragen worden.

Werking Beoogd wordt dat de deelnemers jaarlijks een bijdrage storten in het waarborgfonds. lndien er op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen een uitkering dient te worden gedaan aan een medewerker die een dienstongeval is overkomen én deze aanspraak niet gedekt wordt door de ongevallenverzekering, dan volgt een betaling uit het waarborgfonds aan de veiligheidsregio, De veiligheidsregio gebruikt deze vergoeding vervolgens om de aanspraak van de betreffende medewerker mee te betalen.

Vergunning Het waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van risico's, in ieder geval de (nietverzekerde) aanspraken na een dienstongeval. Dit heet'verzekeren' en is daarmee een activiteit die een vergunning van De Nederlandse Bank (DNB) vereist. Er kan echter een beroep worden gedaan op een vrijstelling van deze vergunningsplicht onder de volgende vooruvaarden: Er is geen winstoogmerk. De jaarlijkse inleg bedraagt maximaal 5 miljoen euro per jaar. De maximale technische reserve bedraagt maximaal 25 miljoen euro. Er is een Raad van Toezicht (RvT) van tenminste drie personen benoemd door of werkzaam bij de overheid met de volgende expertises: risicomanagement, actuariaat en vezekeringen,

1. 2. 3. 4.

1

Veilioheidsreqio's kriiqen Exoertisebureau Risicobeheer - Veilioheidsberaad

TWENTE

PAGINA 3/3

Rechtsvorm Het is niet mogelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechtspersoon, zoals het expertisebureau. Hier liggen de volgende ovenivegingen aan ten grondslag:

1. Het is de veruvachting van juridisch experts dat de AFM en de DNB niet akkoord gaan met het 2'

onderbrengen van deze activiteiten bij een rechtspersoon met andersoortige activiteiten; de AFM is de vergunningverlenende instantie voor het expertisebureau; Het samenvoegen van de activiteiten van het waarborgfonds met de werkzaamheden van een veiligheidsregio of het expertisebureau leidt tot aansprakelijkheidsrisico's voor deze organisaties.

Met het oog op de eis dat geen sprake mag zijn van een winstoogmerk is gekozen voor een stichting als rechtsvorm.

Kostenneutraliteit De insteek van goedenruerkgeverschap is om primair een kwaliteitsslag te maken. Dit neemt niet weg dat het uitgangspunt bij de ontwikkeling van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen is om de fìnanciering kostenneutraal te laten plaatsvinden. De insteek is kostenneutraliteit bezien vanuit landelijk perspectief, omdat het vertrekpunt van elke veiligheidsregio ten aanzien van de financiering en verzekering van schades na dienstongevallen verschillend is. Het is overigens de venruachting dat de samenwerking in zowel het expertisebureau als het waarborgfonds behalve een kwaliteitsslag op termijn ook tot (aanzienlijk) financieel voordeel voor de deelnemers leidt. Dit voordeel wordt in eerste aanleg gebruikt om het waarborgfonds mee te vullen. De veruuachting is aldus dat de veiligheidsregio's hun deelname aan het waarborgfonds kunnen financieren uit hun huidige begroting.

Verdeelsleutel Voor het waarborgfonds is een verdeelsleutel overeengekomen op basis van inwoneraantal. Deze verdeelsleutel wordt na de eerste periode van S jaar geëvalueerd.

Vervolg De formele oprichting van het waarborgfonds volgt zo spoedig na de definitieve besluitvorming in het

Veiligheidsberaad. Beoogd wordt om het waarborgfonds per 1 januari 2024 operationeel te hebben met het oog op de invoering van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen en de ingangsdatum van de gezamenlijke ongevallenverzekering.

Ve¡zoek Gelet op het bovenstaande vragen wij u hierbij om eventuele wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting en deelname aan de stichting waarborgfonds veiligheidsregio's kenbaar te maken. Deze procedure loopt gelijk op met de zienswijzeprocedure voor de begroting 2024 van Veiligheidsregio Twente. Graag ontvangen wij uiterlijk 26 juni 2023 uw reactie op dit voornemen, gelijktijdig met uw zienswijze op de begroting 2024.

Met vriendelijke groet, het dagelijks bestuur secreta s,

Twente

H

TWE NTE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14997923/1