CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 2025-012128 Verordening toeristenbelasting Hellendoorn 2026

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Belastingverordeningen 20261.341 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESLUIT Datum: 16 december 2025 Zaaknummer: 2025-012128

De raad van de gemeente Hellendoorn; gelet op 224 van de Gemeentewet; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

Besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Hellendoorn 2026 Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vaste standplaats: terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van hetzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar; b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; c. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht of worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; d.

woning: huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen; e. bed & breakfast: een kleinschalige verblijfsaccommodatie in een woonhuis of andere opstal waarbij het bieden van nachtverblijf wordt gecombineerd met het aanbieden van een ontbijt. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 1

Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; b. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt, als bedoeld in artikel 1, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; c. van groepen kinderen tot en met 12 jaar en hun begeleiders, niet zijnde een gezin. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 9, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt de aldaar genoemde termijn voor het doen van aangifte gesteld op 21 dagen na het einde van het belastingtijdvak. 2.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Overgangsrecht De ‘Verordening toeristenbelasting 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nr. 2024-020313, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026. De verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening toeristenbelasting Hellendoorn 2026’.

De raad voornoemd,

de griffier

de voorzitter

A.T. van der Wulp

J. Eijbersen 2

Bijlage 1 Tarieventabel Behorende bij de Verordening toeristenbelasting Hellendoorn 2026. 1.

De belasting bedraagt voor nachtverblijf in: categorie A:

nachtverblijf niet vallende in categorie B, C of D, per persoon per nacht

€

0,87

categorie B:

nachtverblijf in een woning of bed & breakfast, per persoon per nacht

€

1,34

categorie C:

nachtverblijf in een hotel, per persoon per nacht

€

2,07

categorie D:

nachtverblijf in een kampeermiddel met een vaste standplaats, per standplaats per jaar

€

130,50

Het tarief van categorie D komt overeen met het tarief genoemd bij categorie A en vermenigvuldigd met 150 Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025, nr. 2025-012128. De griffier,

3

Toelichting op de Verordening toeristenbelasting Hellendoorn 2026 ALGEMENE TOELICHTING Wat regelt deze verordening? De toeristenbelasting is een belasting voor overnachten tegen een vergoeding door mensen die niet in Hellendoorn staan ingeschreven. Het maakt niet uit of iemand voor vakantie, werk of een ander doel komt: wie tegen betaling overnacht, telt mee. Voor wie is de belasting? De aanbieder van overnachting is de belastingplichtige. Dat is bijvoorbeeld de hotelhouder, eigenaar van een B&B, campingexploitant of verhuurder van een vakantiewoning. De aanbieder mag de belasting doorberekenen aan de gast. Als er geen aanbieder kan worden aangewezen, is degene die overnacht zelf belastingplichtig. Waar gaat het om? In de verordening staan definities:  Vaste standplaats: plek op een camping voor hetzelfde kampeermiddel in een seizoen of jaar.  Kampeerterrein en kampeermiddel: terrein en onderkomen voor recreatief nachtverblijf (tent, caravan, camper, chalet/stacaravan enzovoort).  Woning en bed & breakfast: (deel van) een huis of ander onderkomen voor verblijf met ontbijt. Vrijstellingen (wanneer géén toeristenbelasting?) Geen belasting bij verblijf:  in een zorginstelling;  van asielzoekers die door het COA worden opgevangen;  van groepen kinderen tot en met 12 jaar met begeleiders die niet samen een gezin zijn.

Hoe wordt de belasting berekend? De maatstaf is het aantal overnachtingen in een jaar. De tarieven staan in de tarieventabel en verschillen per soort verblijf. Aangifte, aanslag en betalen  Belastingtijdvak: kalenderjaar.  Heffing: bij aanslag na aangifte.  Aangifte doen: binnen 21 dagen na het einde van het belastingjaar.  Betaling: in één termijn, uiterlijk de laatste dag van de eerste maand na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet. Kwijtschelding Kwijtschelding is niet mogelijk. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 – Belastbaar feit Hier staat de basis: er is belasting bij overnachten tegen een vergoeding door niet-ingezetenen. De reden van verblijf (toerisme, werk, familiebezoek) maakt niet uit. Artikel 2 – Definities De belangrijkste begrippen (onder andere vaste standplaats, kampeerterrein, kampeermiddel, woning, B&B) worden vastgelegd. Dit voorkomt misverstanden bij campings, vakantieparken en particuliere verhuur. Artikel 3 – Belastingplicht Hoofdregel: de aanbieder van verblijf is belastingplichtig en mag de belasting verhalen op de gast. Is er geen aanbieder aan te wijzen (bijvoorbeeld bij informele verhuur), dan is de verblijver zelf belastingplichtig.

4

Artikel 4 – Vrijstellingen De verordening noemt drie uitzonderingen: zorginstellingen, asielopvang (COA) en groepen kinderen t/m 12 jaar met begeleiders (geen gezin). Artikel 5 – Maatstaf en tarief Artikel 5 verwijst naar de tarieventabel. Er zijn categorieën naar soort verblijf, met een vast bedrag per overnachting (of per standplaats per jaar bij vaste standplaatsen. Artikel 6 – Belastingtijdvak Het kalenderjaar is het tijdvak waarover aangifte en aanslag plaatsvinden. Artikel 7 – Wijze van heffing De heffing gebeurt bij wege van aanslag. U ontvangt dus een aanslagbiljet na uw aangifte. Artikel 8 – Termijnen van betaling  Aangifte: binnen 21 dagen na het einde van het jaar.  Betalen: één termijn, uiterste datum: laatste dag van de eerste maand na de maand van dagtekening. Artikel 9 – Kwijtschelding Voor toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Dat past bij het karakter van de heffing (het betreft aanbieders die de belasting doorberekenen). Artikelen 10 t/m 12 – Overgang, inwerkingtreding en citeertitel Artikel 10 regelt dat de oude verordening per 1 januari 2026 vervalt, maar nog geldt voor oude gevallen. Artikel 11 gaat over de bekendmaking en ingangsdatum. Artikel 12 geeft de naam van de verordening.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16237090/2