Bijlage 1 Kaderbrief 2025-2028
Tekst van het document
Kaderbrief 2025-2028
Juli 2024
Inhoudsopgave 1. Strategische koers ........................................................................................................................3 1.1 Grootste wijzigingen collegeprogramma ...............................................................................4 1.1.1 Een leefbaar platteland .....................................................................................................5 1.1.2 Toekomstbestendigheid als sleutel .................................................................................5 1.1.3 Kwaliteitsvol en betaalbaar wonen ..................................................................................5 1.1.4 Inclusie; iedereen hoort erbij ............................................................................................5 1.1.5 Gezondheid en veilig samenleven ....................................................................................6 1.1.6 Economie en bereikbaarheid ............................................................................................6 1.2 Uitdagingen .............................................................................................................................6 2.
Financieel perspectief ...................................................................................................................8 2.1 Financiële uitgangspunten ......................................................................................................8 2.3 Meerjarenperspectief 2025-2028 (eerste doorkijk) .................................................................9 2.3.1 Bestaand beleid .................................................................................................................9 2.3.2 Financiële ontwikkelingen ................................................................................................9 2.3.3 Dekkingsmogelijkheden.................................................................................................. 11 3. Wat betekent dit voor de gemeente Hellendoorn? ................................................................... 12 3.1 Onzekerheden in meerjarendoorkijk .................................................................................... 12 3.2 Structureel sluitende jaarschijf 2025 .................................................................................... 12 3.3 Procesvoorstel bij begroting 2025 ........................................................................................ 12
2
1. Strategische koers Met elkaar zijn wij dagelijks bezig om het voor onze inwoners het zo goed mogelijk te doen en de gemeente Hellendoorn elke dag een beetje mooier te maken. Als gemeente staan wij de komende jaren voor grote uitdagingen. Dit vraagt een koers: wat willen wij als gemeente Hellendoorn bereiken en waar willen wij naartoe? Aan de hand van deze kaderbrief leggen wij de toekomstige ontwikkelingen aan u voor en welke koers (volgens ons) daarbij passend is om te varen. Wij horen graag of u zich kan vinden in deze koers en of dit aansluit bij hetgeen wat u voor onze inwoners voor ogen heeft. Dit is het eerste jaar dat wij een kaderbrief aan u voorleggen. Deze kaderbrief beschrijft de koers van de gemeente voor de middellange termijn. Het is een natuurlijk moment om de balans op te maken waar we staan in de uitvoering van het collegeprogramma. Hierdoor kunnen we inspelen op actualiteiten die nu spelen. We geven in deze kaderbrief onze prioriteiten aan voor de begroting 2025. Daarnaast worden technische uitgangspunten vastgesteld. Er is aan de voorkant nadrukkelijk tijd genomen om met elkaar door te nemen welke ontwikkelingen er op ons afkomen en welke gevolgen dit heeft voor de beleidsuitvoering van gemeente Hellendoorn. Het vaststellen van de financiële uitgangspunten door u als raad geeft handvatten voor het opbouwen van een gedragen begroting.
Dit is dan ook het eerste onderdeel van de planning en control cyclus voor 2025. Na het vaststellen van de financiële uitgangspunten uit deze kaderbrief, volgt op 5 november 2024 de Begrotingsraad, waarin u de begroting voor 2025 vaststelt. In deze begroting vindt u de uitwerking van de doelen uit het collegeprogramma en de voorgestelde prioriteiten. Hoofdlijnenakkoord Op 16 mei 2024 is het hoofdlijnenakkoord tussen de fracties van PVV, VVD, NSC en BBB gepubliceerd. Hierin staat op hoofdlijnen beschreven welke koers het nieuwe kabinet de komende vier jaar gaat varen. Dit heeft onder andere betrekking op wonen, bestaanszekerheid en goed bestuur. Het hoofdlijnenakkoord raakt ook de gemeenten en heeft gevolgen voor onze taken en middelen. Niet alle punten zijn even duidelijk of concreet uitgewerkt. Een aantal onderwerpen (niet uitputtend) die van invloed zijn op de gemeente Hellendoorn: 1. Het voornemen tot intrekken van de Spreidingswet; 2. Uitvoering geven aan de Hervormingsagenda Jeugd; 3. Elke Regio Telt gaat door. Bestaande regiodeals worden uitgebouwd tot strategische investeringsagenda’s; 4. De overheveling van een aantal specifieke uitkeringen (SPUK’s) naar het gemeentefonds inclusief een korting van 10%; 5. De stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd; 6. De miljardenkorting op gemeenten vanaf 2026 houdt stand. 7.
De taakstelling op de jeugdzorg van € 511 miljoen waar het Rijk voor garant stond is komen te vervallen. De concrete uitwerkingen van deze hoofdlijnen is tijdens het opstellen van deze kaderbrief nog niet bekend. We weten in ieder geval dat deze hoofdlijnen impact gaan hebben op de gemeente Hellendoorn. De VNG geeft in haar analyse aan: “Helder is dat er vanaf 2026 te weinig geld is
om de bestaande taken goed uit te voeren. Om taken en middelen in balans te krijgen moet er geld bij of moeten er taken af.” Dit nemen wij dan ook mee in de ontwikkelingen richting 2025. Financiële ontwikkelingen Er wordt al enkele jaren gesproken van het zogenaamde ravijnjaar. Het Rijk laat de trap-op-trapaf-systematiek los en zal vanaf 2026 uitgaan van een indexatie op BBP (bruto binnenlands product). Daarnaast spelen er andere financieel technische ingrepen waardoor gemeenten € 3 miljard minder gemeentefonds zouden ontvangen. Vorig jaar hebben we als gemeente het advies van VNG gevolgd en de meerjarige tekorten laten zien in de meerjarenraming.
3
Uitgangspunt was dat het Rijk ons als gemeenten voldoende compensatie moet geven via het gemeentefonds, zodat we alle bestaande en nieuwe gemeentelijke taken kunnen uitvoeren. Op het moment van opstellen van deze kaderbrief is de meicirculaire net gepubliceerd en nog onvoldoende doorgerekend. Hierdoor weten we nog niet precies welke doorvertaling de meicirculaire heeft voor de gemeente Hellendoorn. We zien in de uitwerking van de voorjaarsnota dat het Rijk een aantal stappen maakt, zoals het afschaffen van de verdere oploop van de opschalingskorting, een voordeel van ongeveer € 1,25 miljoen voor de gemeente Hellendoorn en een reële compensatie van de stijgende kosten Wmo. Tegenover deze extra middelen staat een eenmalige korting in 2025 en wordt een aantal technische correcties in het accres gedaan, waardoor de daling lager lijkt te zijn, maar we ontvangen als gemeenten geen extra geld. De enorme korting van het Rijk op het gemeentefonds (€ 2,3 miljard) blijft bestaan in 2026. Het hoofdlijnenakkoord levert geen aanleiding te veronderstellen dat er extra middelen aan het gemeentefonds worden toegevoegd. Het akkoord blijft uitgaan van het perspectief uit de voorjaarsnota. Wel worden SPUK’s (specifieke uitkeringen) overgeheveld met een algemene korting van 10%. Hoe dit uitpakt, is nog nader te bezien.
Ook is de vraag hoe de verschillende vakdepartementen hiermee omgaan, aangezien zij graag met het budget onderliggende doelstellingen willen verwezenlijken.
Advies VNG 2024 Ook nu heeft de VNG een advies uitgebracht. Vanwege de onzekerheid over de ontwikkelingen op de korte termijn, is dit een advies in 2 delen. Het tweede deel komt na de meicirculaire. De VNG geeft kort gezegd aan: ‘Prepare for the worst, hope for the best’. Dit kunnen wij als gemeente onderschrijven, als wij kijken naar de ontwikkelingen die op ons afkomen en hoe ons meerjarig perspectief zich ontwikkelt. De ambities die we hebben als gemeente drukken fors op het meerjarenbeeld. Het advies van de VNG in het kort (letterlijke vertaling): Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden indien de korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang. Presenteer de gevolgen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk. Betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen, die aangeven vooral te focussen op taken in medebewind. We realiseren ons dat dit voor elke gemeente en eigen afweging vraagt, die tot andere keuzes kan leiden. Beschrijf in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt. In hoofdstuk 3 gaan wij verder in op dit advies en komen met een voorstel hoe om te gaan met de meerjarenraming 2026-2028 bij de begroting 2025.
Want hoewel de VNG nog altijd koerst op een evenwichtige compensatie voor taken van gemeenten vanuit het Rijk, willen we als college de stappen zetten, zodat we samen met u als raad kunnen handelen conform wat we gesteld hebben in de begroting 2024: Regeren is koers bepalen en keuzes maken.
1.1 Grootste wijzigingen collegeprogramma Aan de hand van de geformuleerde kernopgaven uit het collegeprogramma, geven wij de belangrijkste wijzigingen weer voor de resterende periode van het college. In de bijlage vindt u het bijgestelde collegeprogramma. Deze bijlage is gelijk aan de bijlage die is opgenomen in de bestuursrapportage. Daarnaast zien we in de ontwikkelingen en actualiteiten zaken die om nadere uitwerking en actie vragen. Hierbij vraagt de dagelijkse praktijk ook om voortdurende inspanning. Deze blijven wij de komende jaren ook voortzetten, evenals de nog te behalen acties uit het collegeprogramma. Hierbij nemen wij de rol aan die bij ons past. In sommige gevallen hebben wij een meedenkende rol en bij andere thema’s een regierol. Dit maakt ook dat wij als gemeente niet overal invloed op hebben; wij zijn ook afhankelijk van onze partners. 4
1.1.1 Een leefbaar platteland Vanuit de gemeente Hellendoorn streven wij naar een leefbaar en vitaal platteland, met aansprekende landschappelijke en fysieke kenmerken van het gebied. Hiervoor gaan wij de aankomende twee jaar sturen op integrale samenhang als het aankomt op het behouden en versterken van leefbare kernen en het buitengebied. Wij gaan aan de slag met het versterken van de sociale structuren, waarbij de focus ligt op het versterken van de zelfredzaamheid van wijken, dorpen en buurtschappen. Wij richten ons hierbij op de natuur, landschap, agrarische sector en ondernemerschap in de breedste zin. Rondom het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) blijven wij ook in 2025 meedenken over het landelijk gebied. Hierin blijven wij afhankelijk van de provincie. Dit betekent niet dat wij als gemeente geen stappen kunnen zetten. In 2025 werken wij intern integraal aan dit vraagstuk. 1.1.2 Toekomstbestendigheid als sleutel Een toekomstbestendige leefomgeving in de gemeente Hellendoorn, zodat de komende generaties hier goed kunnen wonen en leven. Dit is wat wij willen in de gemeente Hellendoorn. Dit gaat niet vanzelf. Wij moeten onze inwoners actief inspireren tot gedragsverandering als het aankomt op duurzaamheid. Hierbij moeten wij als gemeente het juiste voorbeeld geven.
Dit doen wij bijvoorbeeld door het verduurzamen van ons maatschappelijk en gemeentelijke vastgoed. In 2025 wordt een accommodatievisie vastgesteld, waarin deze verduurzaming een plek krijgt. Daarnaast herijken wij het programma Duurzaamheid, waarbij de doelen rondom klimaat adaptatie, circulariteit, hitte, biodiversiteit, water, en luchtkwaliteit worden meegenomen. Deze kernopgave gaat dwars door onze organisatie heen. Dit vraagt een integrale blik en houding. Daarnaast zorgt dit ook voor overlap met andere kernopgaven. Voor de komende jaren blijft het dus belangrijk om deze samenwerking met elkaar te blijven zoeken en te vinden. 1.1.3 Kwaliteitsvol en betaalbaar wonen In het collegeprogramma hebben wij als doel gesteld om 1.000 woningen te bouwen in tien jaar. Wij willen dat iedereen kan wonen op een manier die aansluit bij de behoefte en financiële mogelijkheden. Deze koers zetten wij in 2025 voort. Hierbij brengen wij een prioritering aan als het aankomt op het soort woningen dat in onze gemeente moet komen. Daarnaast combineren wij het strategisch woonbeleid met de woonzorgvisie. Verder is het nog onduidelijk wat de verantwoordelijkheden worden voor de gemeenten als het aankomt op het huisvesten van statushouders. In het hoofdlijnenakkoord staat beschreven dat er een verbod komt op het verlenen van voorrang aan statushouders bij sociale huurwoningen.
Daarnaast is het voornemen de Spreidingswet in te trekken. Ondanks deze koerswijziging vanuit het kabinet, hebben wij het voornemen om de vestiging van een AZC in samenspraak met het COA door te zetten. Wij blijven deze ontwikkelingen volgen. In de tussentijd nemen wij de verantwoordelijkheid die dat van ons vraagt op het gebied van de huisvesting van statushouders. 1.1.4 Inclusie; iedereen hoort erbij In de gemeente Hellendoorn vinden wij het creëren van kansengelijkheid en sociale acceptatie belangrijk. Iedereen hoort erbij en doet mee. Hiervoor hadden wij als actie opgenomen om een sociale kaart op te stellen. Dit is een middel om ervoor te zorgen dat inwoners en professionals inzicht hebben in de organisaties en het aanbod van diensten, producten en activiteiten in het sociaal en maatschappelijk domein. Wij hebben met elkaar afgesproken dat het belangrijk is om te onderzoeken hoe vindbaar wij zijn als gemeente en wie wij daarbij nodig hebben.
5
Vervolgens kunnen wij kijken of een sociale kaart het middel is wat aansluit bij deze behoefte. Dit is dan ook een gewijzigde actie ten opzichte van het huidige collegeprogramma. Daarbij blijven wij ons de komende jaren inzetten op de verbinding tussen jong en oud, sport- en cultuur als middel en het bestrijden van eenzaamheid. 1.1.5 Gezondheid en veilig samenleven Wij vinden het belangrijk dat iedereen in de gemeente Hellendoorn gezond en veilig kan samenleven. Hierbij ligt de nadruk op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van onze inwoners. De komende jaren blijven wij inzetten op preventie, door bijvoorbeeld de uitvoering van het sport- en preventieakkoord. Daarnaast willen wij sport- en cultuur de komende jaren toegankelijker maken. Voor de inwoners die dat nodig hebben, is er passende ondersteuning en zorg. Hierbij is de visie van het sociaal en maatschappelijk domein uitgangspunt. Ook veiligheid is een thema dat de aankomende jaren aandacht van ons vraagt. Hier voegen wij naast aandacht voor ondermijning expliciet het tegengaan van zorgfraude aan toe. 1.1.6 Economie en bereikbaarheid Wij willen graag een bereikbare gemeente zijn, met een vitale economie. Deze bereikbaarheid is onder andere belangrijk om als gemeente aantrekkelijk te zijn voor toeristen evenals voor (toekomstige) ondernemers.
De komende jaren gaan wij onder andere bezig met de herinrichting van het bedrijventerrein ’t Lochter. Daarnaast blijven wij ook een aantal zaken gewoon uitvoeren. Denk aan de lobby voor Zwolle-Münster en der Nedersaksenlijn. Net zoals de lobby rondom het behoud van het station in Daarlerveen.
1.2 Uitdagingen De landelijke, provinciale en lokale ontwikkelingen brengen de komende jaren de nodige uitdagingen met zich mee. Hieronder leggen wij een aantal van deze uitdagingen aan u voor. Wij willen u vragen deze uitdaging mee te nemen in de afwegingen die de komende jaren gaan volgen. Onderstaande uitdagingen zijn uitdagingen die ons gaan raken. Dit is een niet uitputtende lijst.
Netcongestie Netcongestie betekent letterlijk: file op het elektriciteitsnet. Dit is van toepassing als de volledige capaciteit van het net bereikt is. Het gevolg hiervan is dat het niet meer mogelijk is om de groeiende vraag naar stroom te blijven leveren. Door de snelle opkomst van hernieuwbare energie en elektrificatie van de industrie, is ons net in een rap tempo volgelopen. Denk hierbij aan de aanleg van wind- en zonneparken en warmtepompen. Dit heeft de aankomende jaren gevolgen. Voor ons als gemeente, maar ook voor onze inwoners. Zo kan er vertraging worden opgelopen bij ruimtelijke plannen en de verduurzamingsopgave.
Uitvoering van diverse visies De afgelopen periode is er een aantal visies vastgesteld. Denk hierbij aan het Integraal Huisvestingsplan (IHP), het investeringsprogramma wegen, speelplaatsenvisie, de visie op het sociaal- en maatschappelijk domein en de vrijetijdseconomie visie. De uitvoering van deze visies gaat gepaard met mensen en middelen. Bij de visies zijn de benodigde budgetten nog niet opgenomen, terwijl de uitvoering vraagt om (soms fors) budget. Dit willen we waar nodig meenemen in de voorstellen nieuw beleid, maar zijn daarbij wel terughoudend. Bijvoorbeeld de uitwerking van de speelplaatsenvisie vraagt een veel hoger budget dan vooraf verwacht. Gezien het perspectief stellen we voor hier de ambitie deels bij te stellen. Voor de komende jaren is het nodig om de benodigde budgettaire ruimte dat voortvloeit uit toekomstige visies al mee te nemen bij de vaststelling van die visies. Hoewel dat niet altijd voldoende inzichtelijk is, omdat uitwerking op onderdelen eerst nodig is.
6
Als bij de uitwerking duidelijk wordt dat de voorgestelde visie niet haalbaar is, dan kan het voorkomen dat uw raad wordt gevraagd een heroverweging te maken in de ambitie.
Ambitie versus haalbaarheid Wij willen als gemeente Hellendoorn het beste voor onze inwoners. Dit ziet u terug in de verschillende visies die worden vastgesteld, en die in de komende periode worden opgesteld. Om de verschillende ambities waar te maken, zijn verschillende zaken nodig. Denk hierbij aan middelen, maar ook aan de inzet van personeel. De huidige arbeidsmarkt is krap en het is lastig om goede mensen te vinden. Dit maakt het uitdagend om de komende jaren uitvoering te geven aan de ambities zoals wij die gesteld hebben. Bij de begroting en bij de beleidsrapportages komen we hier expliciet bij u terug als we tegen problemen aanlopen in de uitvoerbaarheid.
Hervormingsagenda jeugd Het nieuwe kabinet zet de hervormingsagenda jeugd door, dit betekent dat we onze inzet hierop voort zetten. Binnen de gemeente Hellendoorn zijn hiervoor al verschillende maatregelen in gang gezet, gedeeltelijk al naar aanleiding van de bezuinigingen in 2019. Een deel van de lagere kosten waarin de hervormingsagenda vanaf 2021 voorziet, hebben we waarschijnlijk al eerder ingeboekt. Een grote stap in de maatregelen van de hervormingsagenda valt in en na 2026. In de begroting hebben we nog een structurele taakstelling (€ 450.000,--) opgenomen op de jeugdbudgetten, die ingevuld moet worden vanuit de hervormingsagenda. Binnen de hervormingsagenda heeft het Rijk ook een aantal zaken uit te voeren, denk aan het beperken van de reikwijdte van de jeugdwet. Belangrijk is om te blijven volgen of en hoe passende sturingsmaatregelen vanuit het Rijk, zoals afgesproken in de hervormingsagenda, uitwerking heeft op de financiële kaders van de jeugdbudgetten.
Kunstgras U heeft als raad twee moties ingediend over de aanleg van kunstgrasvelden in de gemeente Hellendoorn. Uitvoering geven aan deze moties gaat gepaard met kosten (richtbedrag voor één kunstgrasveld is circa € 200.000,-- per jaar aan kapitaallasten). De dekking van deze kosten is er momenteel niet. Dit betekent dat het geld hiervoor ergens anders weggehaald moet worden. Dit is een keuze die u als raad moet maken.
Ambitie op Investeringen De afgelopen jaren hebben we veel investeringen door moeten doorschuiven. De ambitie die we hebben, blijkt niet altijd haalbaar. Oorzaken zijn divers, waaronder personele krapte maar ook invloeden van buiten (stikstof, netcongestie) en beperkende factoren van externe partijen hebben ertoe geleid dat niet alle investeringen gedaan konden worden. De hoogte van investeringen legt wel beslag op budgettaire ruimte in het meerjarig perspectief. Bij de begroting 2025 komen we met een voorstel hoe hiermee om te gaan.
7
2. Financieel perspectief 2.1 Financiële uitgangspunten We stellen voor om voor de Programmabegroting 2025-2028 de volgende uitgangspunten te hanteren: Raadsbesluiten t/m april 2024 met structurele effecten, waaronder de najaarsrapportage 2023. De bestuursrapportage 2024. De effecten uit de meicirculaire gemeentefonds 2024. Prijsstijgingen. Voor de gemeentelijke materiële uitgaven is 2,2% meegenomen. Loonontwikkelingen. De basis is de huidige Cao Gemeenten die is ingegaan op 1 januari 2024. Deze loopt tot 01-04-2025. Er is rekening gehouden met 2,5% voor loonstijging, 2% voor stijging pensioenpremie en 1,5% voor stijging sociale lasten. Verhoging tarieven, leges, heffingen en belastingtarieven 2,9%. De OZB stijgt met het inflatietarief van 2,9%. Voor de berekening van kapitaallasten over nieuwe investeringen/ vervangingsinvesteringen hanteren we een gemiddelde rente-omslag van 1,5%. Voor onvoorziene uitgaven is € 75.000,-- opgenomen.
2.2 Grip op de begroting De ambtelijke organisatie heeft in het afgelopen half jaar een intensief traject doorlopen, waarbij de doelstelling was om meer grip te krijgen op en inzicht te krijgen in onze begroting. De inzet was gericht op twee trajecten. Samen met adviesbureau Berenschot is gekeken hoe we als ambtelijke organisatie meer grip kunnen krijgen op de begroting. Hierbij is onder andere gekeken naar de doelen in de begroting om inzicht te creëren. Ook is inzichtelijk gemaakt welke keuzemogelijkheden er zijn in de begroting. Dit laatste geeft zicht op mogelijk beïnvloedbare ruimte in de begroting. Hiermee bedoelen we dat er mogelijk budgettaire ruimte vrijgespeeld kan worden als er (fundamentele) keuzes gemaakt worden. Daarnaast is door de ambtelijke organisatie de verschillende budgetten tegen het licht gehouden. Hierbij zijn de budgetten in de begroting opnieuw opgebouwd, vanuit het principe zero based begroting. Gekeken is wat er nodig is om de taken die er nu liggen uit te voeren om gestelde doelen te behalen. De uitkomsten van beide trajecten worden momenteel geanalyseerd en worden na de zomer aan u voorgelegd. Het eerste deeltraject onderzoek “Grip op de begroting” door Berenschot was niet gestart om bezuinigingen voor te bereiden, maar het inzicht kan wel handvatten geven voor denkrichtingen in bezuinigingsstrategieën.
Het effect van het opnieuw opbouwen van de begroting, wordt verwerkt in de begroting. We verwachten hier nog wel budgettair effect dat we op dit moment lastig kunnen inschatten. Dit landt in de uitwerking van de begroting.
8
2.3 Meerjarenperspectief 2025-2028 (eerste doorkijk) 2.3.1 Bestaand beleid Startpunt is het saldo van de begroting 2024 en de besluitvorming door de raad. Dit levert onderstaand structureel begrotingssaldo dat uitgangspunt is voor de verdere opbouw van de begroting. Bedragen x € 1.000 2027 2028
Meerjarenperspectief 2025-2028
2025
2026
Bestaand beleid a. Saldo begroting 2024 b. Amendementen begroting 2024 c. Najaarsrapportage 2023 - structurele doorwerking d. Nota Reserves en voorzieningen 2024 e. Versnellen verledden openbare verlichting f. Verlagen reclamebelastingen door bijdrage pandeigenaren g. Uitbreiding formatie 0,82 fte Griffie
1.518 - 66 765 56 -14 -34 -68
- 3.906 - 66 634 57 -5 -34 -68
- 5.402 - 66 1.919 58 2 -34 -68
- 6.164 - 66 3.128 59 9 -34 -68
Subtotaal
2.157
-3.388
-3.591
-3.136
Bij de begroting 2024 werd een positief saldo gepresenteerd voor de jaren 2024 en 2025 met een negatieve meerjarige doorkijk vanaf 2026, veroorzaakt door een forse terugval van de inkomsten uit het gemeentefonds (a, b). Daarna zijn er door de raad een aantal besluiten genomen waarvan de structurele effecten in bovenstaand overzicht zijn verwerkt (c - g). De meerjarige voordelen bij de najaarsrapportage 2023 ontstaan door de financiële uitkomsten van de septembercirculaire gemeentefonds 2023. 2.3.2 Financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000 Financiële ontwikkelingen Effecten Voorjaarsnota 2024 Eenmalige uitname gemeentefonds dekken uit VAR Indexaties en loonontwikkeling Renteontwikkelingen Voorstellen begroting: Autonome ontwikkelingen/Vervangingsinvesteringen Voorstellen begroting: Nieuw beleid Grip op de begroting
-600 1.250 -1.800 700 -2.000 p.m. p.m.
2.200
2.100
2.100
-1.800 600 -1.700 p.m. p.m.
-1.800 p.m. -1.700 p.m. p.m.
-1.800 p.m. -1.800 p.m. p.m.
Subtotaal
-2.450
-700
-1.400
-1.500
-293
-4.088
-4.991
-4.636
Meerjarenperspectief 2025-2028
Voorjaarsnota Bij de Voorjaarsnota wordt de oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen structureel geschrapt na jarenlange discussie. In 2015 is deze opschalingskorting ingevoerd, de prikkel voor gemeenten om te fuseren naar 100.000+ gemeenten.
9
Voor deze afschaffing betalen de gemeenten wel een prijs: eenmalig wordt in 2025 het gemeentefonds € 675 miljoen lager vastgesteld. Deze fikse tegenvaller moeten de gemeenten zelf opvangen. In combinatie met de afschaffing van de opschalingskorting wordt de nieuwe financieringssystematiek al in 2024 ingevoerd in plaats van 2027. De terugval van middelen is nu dus eerder en wordt niet volledig gecompenseerd ondanks eerdere aankondigingen. De oude systematiek was trap-op-trap-af, waarbij het gemeentefonds meegroeit met de uitgaven van het Rijk. Dit wijzigt in de BBP systematiek, waarbij de ontwikkeling van het bruto binnenlands product de basis vormt voor het gemeentefonds. De voordelen van een accres dat meegroeit met het BBP is dat deze objectief, stabiel en voorspelbaar is, en volgens het Rijk betekent het meer autonomie voor de gemeenten. Hoewel de nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten door vergrijzing en infrastructuur (uitbreiding, vernieuwing, renovatie, onderhoud en beheer) op te vangen. Ondanks hoop op beter nieuws wordt de terugval van de inkomsten gemeentefonds na 2026 bij lange na niet opgelost. En het tekort loopt op door jaarlijkse indexering. We worden deels tegemoet gekomen, maar anderzijds worden er ook kortingen doorgevoerd.
De doorberekening van bovenstaande ontwikkelingen uit de voorjaarsnota zijn meegenomen in het perspectief. Om de uitname uit het gemeentefonds 2025 op te vangen, stellen we voor een gelijke onttrekking uit de Vrij aanwendbare reserve te doen, ad € 1.250.000,--.
Indexaties en loonontwikkeling Onder 2.1 zijn de financiële uitgangspunten benoemd die we willen hanteren bij het opstellen van onze begroting, met daarbij ook de percentages voor loon- en prijsontwikkelingen. Het verwachte financiële effect hebben we hierboven benoemd in het meerjarenperspectief.
Renteontwikkelingen Al enige tijd is de renteopbrengst hoog door toegenomen rente op schatkistbankieren en een lagere rente op de investeringen. Ook voor 2025 en 2026 houden we rekening met een hoge renteopbrengst. Daarna zal deze naar verwachting afnemen vanwege geplande investeringen waardoor de omvang van onze schatkistsaldo daalt, en uit voorzichtigheid gaan we er vanuit dat ook lagere rentepercentages over het schatkistsaldo worden vergoed.
Vervangingsinvesteringen en autonome ontwikkelingen Elk jaar worden de voorstellen voor vervangingsinvesteringen met betrekking tot de laatste jaarschijf opgenomen. Vervangingsinvesteringen in de jaren ervoor zijn reeds opgenomen in onze begroting. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die niet direct door het gemeentelijk beleid te beïnvloeden zijn, maar die wel invloed hebben op de gemeentelijke financiën. Het totale financiële effect van de voorstellen vervangingsinvesteringen en autonome ontwikkelingen hebben we opgenomen in het meerjarenperspectief. Op een aantal substantiële ontwikkelingen gaan we hieronder in:
Stijging gemeentelijke bijdrage gemeenschappelijke regelingen (€ 520.000,-- nadeel) Het gaat hierbij om Recreatieschap Twente, Samen Twente, Omgevingsdienst Twente en de Veiligheidsregio Twente. Naast een aantal specifieke ontwikkelingen wordt de verhoging met name veroorzaakt door de loon- en prijsontwikkelingen. Vanwege de financiële problemen bij gemeenten vanaf 2026 is er vanuit de gemeenten naar alle gemeenschappelijke regelingen een kaderbrief zienswijzen verzonden met de oproep om, als verlengd lokaal bestuur, hier ook hun verantwoordelijkheid in te nemen door alvast te bedenken hoe zij hier in kunnen bijdragen. Inkoop jeugdhulp (€ 790.000,-- nadeel) Vanaf 2025 wordt jeugdhulp voor crisis, advies en expertise, wonen en verblijf en ambulant opnieuw ingekocht. De contracten met aanbieders lopen eind 2024 af, en we hebben invulling te geven aan onze wettelijke taak om jeugdhulp aan te bieden.
10
We voorzien dat we extra kosten moeten maken, doordat er hogere tarieven en andere producten worden ingekocht. Groei aantallen en verzilvering jeugdhulp (€ 430.000,-- nadeel) In de jaarrekening 2023 zagen we dat het verzilveringspercentage bij de Jeugdhulp behoorlijk omhoog schoot. Daarnaast hebben we de aantallen over 2023 en de eerste maanden van 2024 geëxtrapoleerd en zo goed mogelijk ingeschat voor de begroting 2025. Als we per post kijken vallen vooral ondersteuningsbehoefte 3 en 4 individueel op. Het prijspeil dat we hanteren is gelijk, het gaat dan alleen om groei in de aantallen. Wmo - Begeleiding en dagbesteding (BD) en Huishoudelijke ondersteuning (HO) (€ 350.000,-- voordeel) Er zijn nieuwe prognoses per module opgesteld van de te verwachten cliëntenaantallen, indicatiewaarden en verzilveringspercentages. Daarnaast valt een deel van de stelpost reële tarieven BD vanuit 2023 vrij omdat het e9ect van de reële tarieven te hoog was ingeschat. Ook de stelpost groeivraag zorg (vergrijzing) valt vrij voor het jaar 2025 omdat de vergrijzing is meegenomen in de nieuwe prognose van de aantallen.
Resterende autonome ontwikkelingen en vervangingsinvesteringen betreffen onder andere: vrouwenopvang, inhuur wijkaanpak, verzwaring elektriciteitsnetwerk en meerkosten licentiekosten.
Voorstellen Nieuw beleid Bij deze begroting zijn we terughoudend met de voorstellen voor nieuw beleid. Vooralsnog nemen we deze als p.m. post in de kaderbrief mee. Zie voor verdere toelichting onder hoofdstuk 3.
Grip op de begroting Ook deze nemen we vooralsnog als p.m. post mee. Zie voor verdere toelichting onder hoofdstuk 2.2.
2.3.3 Dekkingsmogelijkheden Bedragen x € 1.000 Dekkingsmogelijkheden Jaarlijkse storting in Financieringsreserve intrekken Jaarlijkse storting in VAR intrekken Ruimte onder BCF Totaal dekkingsmogelijkheden
600 50 300 950
600 50
600 50
600 50
650
650
650
Jaarlijkse storting in reserves Ter versterking van de financieringspositie is er een jaarlijkse storting van € 600.000,-- in de financieringsreserve en € 50.000,-- in de Vrij aanwendbare reserve. In de recent vastgestelde Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024 is er een besluit genomen over de kaders met betrekking tot het investeringsplafond en de financieringsposi8e. Gezien dit beeld zijn de jaarlijkse stor8ngen niet meer nodig, het structurele bedrag van € 650.000,-kan eventueel vrijvallen en zou ingezet kunnen worden als dekking voor de tekorten vanaf 2026. Ruimte onder BCF Het BTW-compensa8efonds (BCF) hee> sinds 2015 een plafond. Dit plafond groeit jaarlijks mee met de uitkomst van de normeringssystema8ek. Als minder geclaimd wordt uit het fonds dan het plafond, dan wordt de ruimte onder het plafond gestort in het gemeentefonds.
11
De afgelopen jaren hebben we voordelen gehad vanuit het BTW compensa8efonds omdat de uitgaven onder het BCF plafond zijn gebleven. We mogen deze middelen structureel opnemen in de verwachte inkomsten gemeentefonds. Hier zijn we al8jd voorzich8g mee omgegaan, want als gemeenten (landelijk) meer gaan investeren, kan deze ruimte er niet meer zijn. Voor de begro8ng 2025 stellen we voor om voor het eerste jaar de verwachte inkomst vanuit het BCF op te nemen.
3. Wat betekent dit voor de gemeente Hellendoorn? Het financieel perspectief voor 2025-2028 kent een negatief structureel beeld. De voornoemde ontwikkelingen en uitdagingen beïnvloeden de ruimte die er financieel is voor de gemeente Hellendoorn om uitvoering te geven aan haar ambities. De inkomsten dalen fors vanaf 2026, maar tegelijkertijd hebben we verschillende prioriteiten en wensen om te investeren in een mooie gemeente voor onze inwoners. Dit maakt het noodzakelijk om na te denken hoe we onze ambities uitvoerbaar houden binnen de beschikbare middelen die we hebben als gemeente.
3.1 Onzekerheden in meerjarendoorkijk We zien verschillende onzekerheden, zowel in de uitdagingen die op ons als gemeente af komen, als ook in het financieel perspectief. Ontwikkelingen gaan snel, zoals bij netcongestie, maar ook de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord kan behoorlijk effect hebben op taken en omstandigheden waarbinnen wij als gemeente ons werk moeten doen. Financieel gezien hebben we ook te maken met onzekerheden. De mutaties die de fondsbeheerder doorvoert op het gemeentefonds, maken dat effecten van een voorjaarsnota lastig in te schatten zijn. Daarnaast heeft de VNG onverkort de opdracht om met het nieuwe kabinet het hoofdlijnenakkoord uit te werken tot een voor gemeenten uitvoerbaar regeerprogramma. Ook de technische verwerking van verschillende elementen in de begroting (zero based, nieuwe notitie overhead, hoog schatkistsaldo en uitstel in investeringen), maakt het lastig een goed beeld te schetsen van de meerjarige tekorten. Hoe groot daarmee de opgave meerjarig is, is daarmee onderwerp van discussie. Maar we verwachten wel dat bezuinigen noodzakelijk zullen zijn vanaf 2026.
3.2 Structureel sluitende jaarschijf 2025 Als college zetten we ons in om een begroting aan te bieden waarbij het jaar 2025 structureel sluitend is. Hiermee past de begroting binnen het toezichtkader van de provincie en blijven we in het repressief toezicht. In de begroting 2025 zijn we terughoudend met de te honoreren voorstellen nieuw beleid. Wetende dat deze voorstellen ook budgettaire ruimte vraagt. We maken bij de begroting inzichtelijk welke nieuw beleidsvoorstellen er waren en welke afweging er is gemaakt: honoreren, afwijzen of mogelijk oud voor nieuw.
3.3 Procesvoorstel bij begroting 2025 Het meerjarenbeeld schetst een perspectief waar we andere acties op uit moeten zetten. Een tekort van € 4,6 miljoen structureel waarbij nog niet alle wensen rondom de verschillende visies zijn opgenomen, zoals investeringen in onderwijs, wegen en speelplaatsen. Maar ook is inzet nodig op bijvoorbeeld preventie jeugd en vergrijzing, opvang asielzoekers, verduurzaming en vraagt de woningmarkt om een regierol van ons als gemeente. Tegelijkertijd vragen de verschillende uitdagingen zoals netcongestie en digitalisering om inzet van onze gemeente. Daarbij hoort realiteitsbesef en de bereidheid om keuzes te maken voor opgaven met een langere looptijd. Dit vraagt keuzes van u als raad en als college willen wij onze verantwoordelijkheid nemen om passende scenario’s en maatregelen voor te bereiden. 12
Er is een aantal scenario’s denkbaar hoe te komen tot een sluitende meerjarenraming. Een mogelijkheid is om voor de volgende begroting al bezuinigingen op te stellen en deze in te boeken in de meerjarenraming 2026-2028. Dit vraagt een strak proces en veel inzet van zowel ambtelijke organisatie en u als raad. Aangezien de begrotingsjaar 2025 sluitend is, stellen we dit scenario niet voor gezien de korte doorlooptijd. We willen dit proces zorgvuldig voorbereiden en u als raad hierin voldoende meenemen. De tekorten zijn fors, maar het is nog niet noodzakelijk om bezuinigingen in te boeken in de meerjarenbegroting 2025. Dit geeft ons tijd om een traject, om te komen tot een sluitende meerjarenraming, gedegen voor te bereiden en met u als raad en de samenleving. We stellen u daarom voor dat er bij de begroting denkrichtingen worden aangegeven waar mogelijke bezuinigingen te vinden zijn. Hierbij nemen we het VNG advies mee en wegen ook de uitkomsten van het onderzoek Berenschot mee. Bij de begroting 2025 komen we dan naar u als raad met een procesvoorstel hoe een traject van bezuinigingen wordt ingericht in de opmaat naar de begroting 2026. Hierbij houden we rekening met het feit dat het jaar 2026 een verkiezingsjaar is.
13