Bijlage 1 Gemeenterekening 2023 incl controleverklaring
Tekst van het document
91 V 64 V 747 V - 600 N 78 V 120 V
Totaal voordelen
500 V
Nadelen Totaal nadelen
-
Overige afwijkingen
70 V
Totaal afwijkingen
570 V
Er is een voordeel van € 91.000,-- op het informatie en
naar de verschillende producten onder de andere pro-
archiefbeheer, voornamelijk doordat de werkzaamheden
gramma’s.
intern zijn uitgevoerd, in plaats van extern uitbesteed. De knelpuntenpot is in de najaarsrapportage aangevuld Het voordeel huisvesting van € 64.000,-- ontstaat door
in verband met veel ziekteverzuim. Er is een restant
lagere doorberekende rentelasten.
overgebleven van € 78.000,--, omdat de teams de vervanging op een andere manier hebben ingevuld of
Er is een voordeel van € 747.000,-- ten opzichte van de
anders gefinancierd dan eerder werd verwacht.
begrote loonkosten. Dit voordeel is terug te zien in de verschillende programma’s binnen deze jaarrekening
Voor een uitgebreide analyse van de verschillen in het
(voordeel loonsom). Dit komt doordat we minder uitga-
programma verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 Toelichting
ven aan loonkosten, dan dat we eerder verwachtten.
op het overzicht van baten en lasten.
Er zijn verschillende oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Er is een krappe arbeidsmarkt, waardoor we vacatures lastig kunnen invullen. Hierdoor blijven diverse loonsombudgetten onbenut, aangezien dit op diverse plekken gebeurt, tellen deze afzonderlijke onderdelen op tot een relatief groot bedrag. Enkele functie die zijn opgenomen in het collegeprogramma zijn niet of later of ingevuld (€ 110.000,--). Daarnaast is € 115.000,-- aan ontvangen sociale premies niet ingezet ter vervanging. De oorspronkelijke dekking van de middelen uit de Vitaliteitsregeling via de VAR is niet ingezet. Dit geeft een nadeel van € 68.000,-- in de reservemutaties in programma 6. Het voordeel drukt voor een gedeelte (circa € 150.000,--) op het programma Overhead. Het restant is doorbelast 75
Paragraaf 1: Lokale heffingen
76
In deze paragraaf geven we een uiteenzetting van het beleid voor 2024 met betrekking tot de gemeentelijke belastingen en tot welke belastingdruk dit voor burgers leidt.
Uitgangspunten en doelstellingen Het is gebruikelijk om de tarieven jaarlijks te verhogen met een inflatiecorrectie. In de begroting 2023 was die 4,5%, maar we hadden toen al besloten dat voor de OZB niet-woningen de inflatiecorrectie werd geschrapt en ook het laatste deel van de ombuigingen uit 2019 van 2,5% werd teruggedraaid. Voor niet-woningen dus een verlaging van 2,5%. Alle andere tarieven werden wel verhoogd. Bij de tariefswijzigingen die we in januari 2023 aan de raad hebben voorgelegd, bleek dat er ook ruimte was om de tariefsverhoging voor de afvalstoffenheffing te beperken tot 2,5% in plaats van 4,5%. Ook dat is doorgevoerd in de uiteindelijke tarieven voor 2023.
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting. Wij gebruiken de opbrengsten om onze kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval te dekken. De verhoging van de afvalstoffenheffing werd beperkt tot 2,5%, terwijl de inflatie in eerste instantie op 4,5% werd gecalculeerd. Ten opzichte van de begroting 2023 zorgden de lagere tarieven voor een lagere opbrengst. Die werd zoals gebruikelijk gedekt uit de voorziening Egalisatie afvalstoffenheffing.
Afvalstoffenheffing Basisheffing 140 liter restcontainer 240 liter restcontainer opslag hoogbouwcomplex *1) opslag recreatiecomplex *2)
2022
2023
€ 175,20 € 67,68 € 130,32 € 74,88 € 123,60
€ 179,64 € 69,36 € 133,56 € 76,80 € 126,72
Lastenstijging (€) € 4,44 € 1,68 € 3,24 € 1,92 € 3,12
Lastenstijging (%) 2,5% 2,5% 2,5% 2,6% 2,5%
In de laatste kolom van bovenstaande tabel ziet u dat niet alle tarieven evenveel zijn gestegen. Dat komt door afronding, want alle tarieven moeten deelbaar zijn door 12.
Begrafenisrechten De opbrengst van de begrafenisrechten gebruiken wij om de kosten van de begraafplaatsen te dekken. De begrafenisrechten zijn met de inflatiecorrectie van 4,5% verhoogd.
Begrafenisrechten Aankoop eigen graf Begraven volwassene
2022
2023
€ 2.409,00 € 773,00
€ 2.517,00 € 808,00
Lastenstijging (€) € 108,00 € 35,00
Lastenstijging (%) 4,5% 4,5%
Leges Particulieren en bedrijven moeten leges betalen voor individuele dienstverlening van de gemeente. De meeste leges zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,5%. Daarnaast zitten er in de Legesverordening ook nog wettelijke tarieven en maximumtarieven.
Marktprecariobelasting Voor het gebruik van een standplaats op de warenmarkt in Nijverdal moeten de marktkooplieden marktprecariobelasting betalen. De tarieven zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,5%.
77
OZB De opbrengst van de OZB is een algemeen dekkingsmiddel. De tarieven van de OZB worden uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) moeten wij elk jaar alle onroerende zaken taxeren. Besloten is voor 2023 een inflatieverhoging door te voeren van 4,5% voor de categorie ‘woningen’. Voor de niet-woningen hebben we de opbrengst verlaagd met 2,5%. Dit betreft het terugdraaien van een ombuiging uit 2019. De tarieven zijn verder aangepast op de waardeontwikkeling. Voor woningen was dit 12,0% en voor niet-woningen 0,8%. Voor woningen betekende dit een verlaging van de tarieven met 6,7% ten opzichte van 2022. Voor de niet-woningen werden de tarieven verlaagd met 3,3% ten opzichte van 2022. 2022
2023
Eigendom Woning Niet-woning
Tariefstijging
Lastenstijging (%)
0,1163% 0,3056%
0,1085% 0,2956%
-0,0078% -0,0100%
4,5% -2,5%
Gebruik Niet-woning
0,2492%
0,2411%
-0,0081%
-2,5%
Onroerende zaak belasting
Reclamebelasting Om de winkeliers in het centrum tegemoet te komen, is er, zoals in de afgelopen 3 jaar, geen reclamebelasting geïnd. Ondanks dat 2023 weer een ‘normaal’ jaar was na de coronapandemie, hadden de winkeliers het nog steeds zwaar. Naast het terugbetalen van coronasteun werden ze geconfronteerd met stijgende kosten o.a. energielasten, personeelstekorten, en andere uitdagingen. Vaak zijn de opgebouwde reserves aanzienlijk geslonken. Normaal gesproken wordt uit de opbrengst van de reclamebelasting een subsidie van € 55.000,-- verstrekt aan Stichting Promotie Nijverdal, die activiteiten ontplooit ter versterking en verbetering van het ondernemersklimaat in het centrum van Nijverdal. Dit bedrag is wel uitbetaald in 2023.
Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. De tarieven werden verhoog met de inflatiecorrectie van 4,5%. Riool- en waterzorgheffing Vastrecht 0-500 m3 Vastrecht 501-1000 m3 Vastrecht 1001-1500 m3 Opslag voor elke hele of gehele schijf van 500 m3 boven 1500 m3
€ 244,44 € 338,16 € 1.097,52
Lastenstijging (€) € 10,56 € 14,52 € 47,28
Lastenstijging (%) 4,5% 4,5% 4,5%
€ 426,72
€ 18,36
4,5%
2022
2023
€ 233,88 € 323,64 € 1.050,24 € 408,36
Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting wordt door de gemeente gedeeltelijk gebruikt als dekking voor kosten op recreatief gebied. Een ander gedeelte wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De tarieven voor 2023 zijn verhoogd conform de tariefafspraak voor de periode 2019-2023, na een consultatieronde onder de recreatieondernemers die we hebben gehouden in Q1 en Q2 van 2017. Deze tarieven zijn door de raad bekrachtigd in april 2018. In 2023 hebben we nieuwe afspraken opgesteld, die gaan in per 2024. De toeristenbelasting wordt opgebracht door de toerist. De recreatieondernemer is slechts een doorgeefluik. De toeristenbelasting is een belasting die we op aangifte innen. De recreatieondernemer doet zelf aangifte van het aantal overnachtingen. De genoemde tarieven zijn per persoon per nacht.
78
Toeristenbelasting A. nachtverblijf niet vallend onder B, C of D B. woning C. hotel / bed&breakfasst D. vaste standplaats
2022
2023
€ 0,78 € 1,21 € 1,87 € 117,00
€ 0,80 € 1,24 € 1,91 € 120,00
Lastenstijging (€) € 0,02 € 0,03 € 0,04 € 3,00
Lastenstijging (%) 2,6% 2,5% 2,1% 2,6%
Vermakelijkhedenretributie De tarieven van de vermakelijkhedenretributie zijn bijgesteld omdat er met de enige belastingplichtige, Avonturenpark Hellendoorn, een nieuw convenant is gesloten met een looptijd van 2023 tot en met 2027. Het vorige convenant liep van 2018 tot en met 2022. De vergoeding die het Avonturenpark betaalt, wordt ieder jaar geïndexeerd met 2,7% per jaar. Dit percentage wordt ook gebruikt bij de jaarlijkse indexatie van het tarief van de toeristenbelasting in onze gemeente, zoals afgesproken met de recreatieondernemers. Met het convenant draagt het Avonturenpark bij aan de kosten die de gemeente maakt ten behoeve van het park. In plaats van een heffing voor elke bezoeker wordt in het convenant de retributie ‘afgekocht’ voor een vast bedrag per jaar. Hierdoor zijn er voor beide partijen minder administratieve lasten.
Wet waardering onroerende zaken Elk jaar worden alle onroerende zaken binnen de gemeente Hellendoorn opnieuw gewaardeerd. De nieuwe WOZ-waarden werden eind februari 2023 aan de belanghebbenden bekend gemaakt en hebben als waardepeildatum 1 januari 2022.
Aanslagheffing gecombineerde aanslag 2023 In totaal zijn er voor belastingjaar 2023 18.700 aanslagen gemeentelijke belastingen verzonden. Hiervan werden er 17.288 in februari 2023 opgelegd (92,45%). Naar aanleiding van verhuizingen, bezwaarschriften en controles werden er in de loop van 2023 dus 1.412 aanslagen opgelegd. Zoals gebruikelijk zijn op het aanslagbiljet de aanslagen afvalstoffenheffing, OZB en riool- en waterzorgheffing gecombineerd. Meestal staat op het aanslagbiljet ook een WOZ-beschikking.
Betaling Omdat 65,93% van de belastingplichtigen een machtiging hebben afgegeven tot automatische incasso, hadden zij tien termijnen om het verschuldigde bedrag te voldoen.
Kwijtschelding 2023 Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kan worden verleend als de belastingschuldige niet in staat is om de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, behalve bij buitengewoon bezwaar. Van buitengewoon bezwaar is sprake als de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare termijn kunnen worden verwacht. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en de rioolen waterzorgheffing. Bij de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken maakte de gemeente Hellendoorn maximaal gebruik van de haar geboden mogelijkheden, door 100% van de bijstandsnorm aan te merken als kosten van bestaan. Voor AOW-gerechtigden werd een inkomstennorm gehanteerd gelijk aan de toepasselijke netto AOW-bedragen. Verder hielden wij bij de beoordeling van de betalingscapaciteit rekening met de netto kosten van kinderopvang. Om de administratieve lasten voor zowel de burger als de gemeente en ook de uitvoeringskosten zo laag mogelijk te houden, maakten wij gebruik van geautomatiseerde kwijtschelding. Het Inlichtingenbureau kreeg van ons een gegevensbestand van belastingplichtigen aan wie in 2022 volledig kwijtschelding is verleend.
Het Inlichtingenbureau toetste op basis van gegevensvergelijkingen of de belastingplichtigen voldeden aan de normstelling en in aanmerking kwamen voor automatische kwijtschelding. Daarvan kregen de mensen van ons bericht. Ook als men niet voor automatische kwijtschelding in aanmerking kwam, kreeg men bericht. Op het moment dat de betreffende belastingplichtige de belastingaanslag 2023 ontving, kon hij of zij alsnog kwijtschelding aanvragen. Die aanvragen werden uitgebreid getoetst. 79
Over belastingjaar 2023 hebben we in totaal € 236.128,-- kwijtgescholden (2022: € 200.006,--). De stijging wordt deels veroorzaakt door de stijging van de belastingtarieven. Daarnaast zijn er meer toekenningen van kwijtscheldingsverzoeken 2023 geweest.
Oninbaar Als op het gebied van de invordering alle vervolgacties zijn ondernomen en er geen verhaalsmogelijkheden meer zijn, worden de desbetreffende posten uit het debiteurenbestand gehaald en oninbaar verklaard. Dit instrument is in de wet vastgelegd en geldt als sluitstuk als invordering niet meer mogelijk blijkt. Door het oninbaar verklaren, worden de invorderingsmaatregelen definitief afgerond. De schuld gaat administratief teniet, maar blijft formeel bestaan. Er hoeft echter geen tijd en energie meer te worden gestoken in het invorderen van de bedragen die toch niet binnenkomen. Na de oninbaarverklaring wordt de schuld extra-comptabel vastgelegd. De posten worden op een aparte lijst, buiten de financiële administratie om, bijgehouden en vervallen na vijf jaar door verjaring. Op deze manier blijft de invordering zichtbaar voor het geval (gedeeltelijke) invordering plotseling alsnog mogelijk is. De post oninbaarheid hangt veelal samen met faillissementen, vertrekken naar het buitenland waarbij onbekend is waar mensen naar toe zijn gegaan, en dergelijke. Veelal incidentele oorzaken dus. Het gaat hierbij in principe om alle soorten gemeentelijke belastingen, maar de gecombineerde aanslagen en leges vormen de hoofdmoot. In 2023 hebben we een bedrag van € 22.100,-- aan openstaande gemeentelijke belastingen oninbaar verklaard (2022: € 61.938,--).
In 2023 hebben we daarnaast nog leges voor de aanleg van een zonnepark (€ 225.355,--: project is niet opgestart) en leges voor bouwen van een varkensstal (€ 23.872,-- door faillissement) oninbaar verklaard. In de jaarrekening hebben we op de balans een voorziening Dubieuze debiteuren voor vorderingen ouder dan een jaar. Hoe ouder de vordering is, des te hoger het voorziene bedrag. De voorziening bedraagt per 31-12-2023 € 232.359,--.
Hoe ziet de belastingdruk er uit? De ontwikkeling van de woonlasten krijgt ieder jaar veel aandacht in politiek en media. Dit komt vooral omdat door lokale afwegingen de stijgingen per gemeente kunnen verschillen. Maar het is belangrijk te beseffen dat van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland in 2023 aan belastingen en sociale premies betalen, volgens het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) maar 3,2% naar de gemeenten gaat. Het overgrote deel (95,4%) gaat naar de Rijksoverheid, de Provincie legt voor 0,5% heffingen op en de waterschappen tot slot voor 0,9%. De gemeentelijke lasten zijn dus relatief minder hoog dan wel eens wordt gedacht.
Provinciaal beeld belastingdruk Sinds 2020 kennen we een benchmark gemeentelijke woonlasten. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) stelt de benchmark samen en neemt deze op in de Atlas van de lokale heffingen. De benchmark laat voor 2023 zien dat Hellendoorn in Overijssel zich onderaan de middenmoot bevindt voor wat betreft de woonlasten voor de eigenaar/gebruiker en huurder meerpersoonshuishoudens. Dat geldt in minderde mate voor de woonlasten van de éénpersoonshuishoudens. Hieronder hebben we de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden uitgesplitst naar eigenaar/bewoner en huurder.
80
Huurwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Kampen 2 Rijssen-Holten 3 Dalfsen 4 Tubbergen 5 Zwolle 6 Borne 7 Dinkelland 8 Raalte 9 Ommen 10 Deventer 11 Steenwijkerland 12 Staphorst 13 Twenterand 14 Zwartewaterland 15 Olst-Wijhe 16 Oldenzaal 17 Hardenberg 18 Hengelo 19 Hellendoorn 20 Wierden 21 Hof van Twente 22 Enschede 23 Almelo 24 Losser 25 Haaksbergen Overijssel Landelijk
€ 338 € 338 € 362 € 365 € 368 € 380 € 401 € 406 € 419 € 423 € 425 € 431 € 440 € 440 € 458 € 459 € 487 € 489 € 493 € 495 € 526 € 536 € 558 € 567 € 573 € 447 € 449
Koopwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 657 2 Steenwijkerland € 713 3 Kampen € 720 4 Zwartewaterland € 745 5 Ommen € 768 6 Zwolle € 778 7 Tubbergen € 779 8 Dalfsen € 790 9 Raalte € 803 10 Hardenberg € 805 11 Staphorst € 844 12 Oldenzaal € 856 13 Dinkelland € 862 14 Deventer € 869 15 Hengelo € 889 16 Wierden € 890 17 Borne € 936 18 Hellendoorn € 937 19 Enschede € 938 20 Twenterand € 940 21 Hof van Twente € 963 22 Almelo € 967 23 Olst-Wijhe € 1.015 24 Losser € 1.028 25 Haaksbergen € 1.039 Overijssel € 861 Landelijk € 877
Huurwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten 2 Rijssen-Holten 3 Dalfsen 4 Tubbergen 5 Zwolle 6 Borne 7 Dinkelland 8 Ommen 9 Raalte 10 Staphorst 11 Steenwijkerland 12 Deventer 13 Olst-Wijhe 14 Twenterand 15 Hellendoorn 16 Oldenzaal 17 Zwartewaterland 18 Wierden 19 Hengelo 20 Hardenberg 21 Enschede 22 Hof van Twente 23 Haaksbergen 24 Losser 25 Almelo Overijssel Landelijk
€ 365 € 389 € 390 € 393 € 406 € 410 € 429 € 450 € 451 € 457 € 458 € 468 € 480 € 481 € 493 € 495 € 513 € 521 € 528 € 530 € 565 € 566 € 573 € 598 € 602 € 480 € 532
Koopwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 708 2 Steenwijkerland € 746 3 Kampen € 748 4 Ommen € 799 5 Tubbergen € 807 6 Zwolle € 815 7 Dalfsen € 818 8 Zwartewaterland € 818 9 Raalte € 848 10 Hardenberg € 848 11 Staphorst € 870 12 Dinkelland € 890 13 Oldenzaal € 892 14 Deventer € 913 15 Wierden € 915 16 Hengelo € 928 17 Hellendoorn € 937 18 Enschede € 966 19 Borne € 967 20 Twenterand € 981 21 Hof van Twente € 1.003 22 Almelo € 1.011 23 Olst-Wijhe € 1.037 24 Haaksbergen € 1.039 25 Losser € 1.059 Overijssel € 895 Landelijk € 960
Doordat Hellendoorn geen specifieke tarieven heeft voor éénpersoonshuishoudens zijn die huishoudens, gelet op de Overijsselse en landelijke gemiddeldes, relatief duur uit.
Ontwikkeling belastingdruk woningen Door de tariefmaatregelen steeg de belastingdruk (het totaal aan OZB, afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing) voor een gemiddeld gezin met 3,9%. De belastingdruk voor een gemiddelde woninghuurder steeg met 3,5%. In het onderstaande overzicht ziet u een vergelijking van de tarieven en aanslagen van de gecombineerde aanslag van 2022 en 2023 en de daarmee samenhangende belastingdruk voor een gemiddeld huishouden in een gemiddelde woning (in eigendom). bedragen x € 1.000 2022
2023
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
Eigenaar en gebruiker OZB eigenaar *1) Afvalstoffenheffing *2) Riool- en waterzorgheffing *3) Woonlasten eigenaar en gebruiker
€ 371,55 € 242,88 € 233,88 € 848,31
€ 388,24 € 249,00 € 244,44 € 881,68
€ 16,69 € 6,12 € 10,56 € 33,37
4,5% 2,5% 4,5% 3,9%
Gebruiker Afvalstoffenheffing *2) Riool- en waterzorgheffing *3) Woonlasten gebruiker
€ 242,88 € 233,88 € 476,76
€ 249,00 € 244,44 € 493,44
€ 6,12 € 10,56 € 16,68
2,5% 4,5% 3,5%
Woonlasten
*1) Voor het eigendom van een gemiddelde woning met een woningwaarde van € 319.477,-- in 2022 en € 357.814,-- in 2023. *2) Standaardcombinatie: basisheffing met een 140 liter GFT-container *3) Uitgaande van 0-500 m3 waterverbruik
Ontwikkeling belastingdruk bedrijven Bij de bepaling van de belastingdruk voor bedrijven spelen 2 belastingsoorten een rol: OZB en riool- en waterzorgheffing. De afvalstoffenheffing is namelijk alleen maar voor huishoudens. Hieronder ziet u de ontwikkeling in de belastingdruk voor een fictief bedrijf dat in 2010 een WOZ-waarde had van € 1 miljoen. Sindsdien hebben we deze waarde verhoogd of verlaagd met de jaarlijkse gemiddelde marktontwikkeling voor niet-woningen. 81
Daarnaast gaan we uit van een jaarlijks waterverbruik van 1000 m3. Op basis van dit overzicht daalde de belastingdruk voor dit fictieve bedrijf in 2023 met 2,1%. Belastingdruk bedrijven Woz- waarde (fictief bedrijf met een WOZ-waarde van € 1.000.000,-- in 2010) Belastingsoort OZB-eigendom OZB-gebruik Riool- en waterzorgheffing bij 1.000 m3 Belastingdruk
2022
2023
€ 912.277,00
€ 919.575,00
€ 2.787,92 € 2.273,39 € 323,64 €5.384,95
€ 2.718,26 € 2.217,10 € 338,16 €5.273,52
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
-€ 69,65 -€ 56,30 € 14,52 (€111,43)
-2,5% -2,5% 4,5% -2,1%
Overzicht opbrengsten bedragen x € 1.000 Primitieve Begroting
Actuele Begroting
Rekening 2023
Verschil
Rekening 2022
Belastingen Onroerende-zaakbelasting gebruikers Onroerende-zaakbelasting eigenaren Toeristenbelasting Reclamebelasting Hondenbelasting Marktprecariobelasting Totaal Belastingen
1.344 7.797 569 91 24 9.826
1.213 7.797 632 92 24 9.758
1.376 7.995 632 -8 -0 25 10.020
163 V 197 V 0V - 100 N -0N 2V 263 V
1.259 7.729 533 -9 -1 25 9.537
Heffingen Riool- en waterzorgheffing Afvalstoffenheffing Totaal Heffingen
4.372 4.109 8.481
4.327 3.977 8.303
4.402 3.970 8.372
75 V -6N 69 V
4.163 3.850 8.014
Rechten Secretarieleges burgerzaken Begrafenisrechten Overige leges en rechten Totaal Rechten
320 448 929 1.697
379 448 991 1.819
402 433 1.313 2.148
22 V - 15 N 322 V 329 V
433 479 1.343 2.254
Totaal lokale heffingen
20.004
19.880
20.541
660 V
19.805
Lokale heffingen
Kostenonderbouwing De paragraaf Lokale heffingen moet inzicht te bieden in de mate van kostendekkendheid van verschillende heffingen, waaronder leges, afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en begrafenisrechten. De nieuwe regels die zijn opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording stellen vereisten aan hoe tarieven van deze heffingen worden berekend. Het is noodzakelijk om aan te tonen hoe is gewaarborgd dat de geraamde baten de geschatte lasten niet overschrijden voor heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn. Daarnaast moet informatie worden verstrekt over de beleidsuitgangspunten en hoe deze zijn toegepast bij de tariefstelling.
Leges De legesverordening bestaat uit drie delen (zogeheten titels) die vervolgens weer zijn ingedeeld in hoofdstukken. Bij de legesverordening is het in het nieuwe BBV vereist dat de kostendekkend per hoofdstuk in beeld wordt gebracht. In onderstaande tabellen is de kostendekkendheid opgenomen van betreffende heffingen conform het nieuwe BBV. Het bepalen van de mate van kostendekkendheid is een continu proces. Als algemeen beleidsuitgangspunt streven we naar 100,0% kostendekkendheid. Hieronder wordt de kostendekkendheid per titel nader toegelicht. Bij de leges is kruissubsidiëring toegestaan; dit betekent dat de legesverordening als geheel 82
kostendekkend moet zijn, maar dat er op onderdelen wel meer dan kostendekkende tarieven mogen worden gerekend, mits dit gecompenseerd wordt doordat andere tarieven juist niet geheel kostendekkend zijn. Titel 1 – Algemene dienstverlening We streven naar 100,0% kostendekkendheid, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het rijk. Zie hieronder de mate van kostendekkendheid voor de leges burgerzaken.
bedragen x € 1.000 Lasten Over-head taakveld
Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Titel 1 Titel 1 - Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 Reisdocumenten Hoofdstuk 3 Rijbewijzen Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken Hoofdstuk 12 Leegstandwet Hoofdstuk 16 Kansspelen Hoofdstuk 17 Kinderopvang Hoofdstuk 18 Nutsvoorzieningen Hoofdstuk 19 Verkeer en vervoer Hoofdstuk 21 Overige vergunningen, ontheffingen en inschrijvingen Kostendekkendheid Titel 1 - Algemene dienstverlening
Totaal Opbrengst lasten en
Kostendekking
45,3 166,2 114,9 9,9
35,0 58,8 56,4 5,8
80,3 225,0 171,3 15,6
54,8 177,8 133,1 7,8
68,2% 79,0% 77,7% 49,8%
17,6 0,3 0,2 29,5 31,3 23,8 3,3
1,9 0,3 0,2 1,7 12,3 12,8 2,9
19,5 0,5 0,4 31,2 43,6 36,6 6,1
6,4 0,6 0,3 20,3 46,4 15,9 5,5
32,8% 112,7% 62,6% 65,1% 106,4% 43,5% 90,0%
442,2
188,1
630,3
468,9
74,4%
Titel 2 – Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Het grootste gedeelte van de kosten en opbrengsten binnen titel 2 hebben betrekking op de kosten en opbrengsten van de Omgevingsvergunning.
bedragen x € 1.000 Lasten Over-head taakveld
Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Titel 2 Titel 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning Hoofdstuk 5 Teruggaaf Hoofdstuk 8 Bestemmingsplannen Hoofdstuk 10 Diversen Kostendekkendheid Titel 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
Totaal Opbrengst lasten en
Kostendekking
13,0
11,2
24,2
7,9
32,7%
673,1 15,5 701,5
403,5 5,1 419,8
1.076,5 20,6 1.121,3
1.151,5 - 3,7 14,3 25,2 1.195,3
107,0% 69,6% 106,6%
Titel 3 – Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn Titel 3 vormt een klein gedeelte van onze legesinkomsten. Het gaat hier voornamelijk over drank- en horecavergunningen en de APV. De kosten zijn hier vele malen hoger dan de leges die we ontvangen.
bedragen x € 1.000 Lasten Over-head taakveld
Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Titel 3 Titel 3 - Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten Hoofdstuk 5 Standplaatsen Hoofdstuk 8 Toezicht op openbare inrichtingen Kostendekkendheid Titel 3 - Europese dienstenrichtlijn
8,3 14,7 39,8 0,9 63,8
83
3,2 12,7 34,5 0,8 51,2
Totaal Opbrengst lasten en 11,5 27,5 74,4 1,7 115,1
6,0 11,7 8,5 0,5 26,6
Kostendekking 52,1% 42,5% 11,4% 26,0% 23,1%
Afvalstoffenheffing In zijn algemeenheid is de afvalstoffenheffing volledig bedoeld om de kosten van afvalinzameling te dekken. We gebruiken de voorziening Egalisatie afvalstoffenheffing om schokken in de tarieven op te vangen. De voorziening is de afgelopen jaren opgebouwd uit de ontvangen heffingen. In 2023 hebben we € 171.501,-- toegevoegd aan deze voorziening. bedragen x € 1.000 Primitieve Begroting
Rekening 2023
3.647 234 - 863 3.018
3.293 215 - 799 2.709
626 543 1.169
626 465 1.091
Totale kosten taakveld
4.187
3.800
Totale opbrengsten heffing
4.116
3.971
Dekkingspercentage afvalstoffenheffing
98,3%
104,5%
Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld Straatreiniging - 1/3 deel naar Afval Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld
*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten Riool-en waterzorgheffing
De riool- en waterzorgheffing willen we ook niet meer dan kostendekkend laten zijn. Het overschot of tekort dient om toekomstige schommelingen van de heffing te beperken. In 2023 hebben we € 442.883,-- toe kunnen voegen aan de voorziening Egalisatie rioolheffing. bedragen x € 1.000 Primitieve Begroting
Rekening 2023
3.202 234 - 34 3.401
2.879 215 - 60 3.035
551 400 952
551 374 925
Totale kosten taakveld
4.353
3.960
Totale opbrengsten heffing
4.379
4.403
100,6%
111,2%
Berekening kostendekkendheid riool- en waterzorgheffing Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld straatreiniging - 1/3 deel naar Rioleringen Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld
Dekkingspercentage riool- en waterzorgheffing
*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten
84
Begrafenisrechten De opbrengsten uit de begrafenisrechten zijn lager dan in 2022 en de kostendekking ligt daardoor nu op 71,7% (2022 95,7%). bedragen x € 1.000 Primitieve Begroting
Rekening 2023
412 412
452 452
128 15 143
131 24 154
Totale kosten taakveld
556
606
Totale opbrengsten heffing
448
435
80,7%
71,7%
Berekening kostendekkendheid begrafenisrechten Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld
Dekkingspercentage begrafenisrechten
*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten
Samenvatting kostendekkendheid bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid heffingen Riool- en waterzorgheffing Afvalstoffenheffing Begrafenisrechten Leges titel 1 Leges titel 2 Leges titel 3
Lasten taakveld
Overhead
3.094 3.508 452 442 702 64 8.261
551 626 131 188 420 51 1.967
BCF /BTW
Totaal lasten
Leges
374 465 24
4.019 4.599 606 630 1.121 115 11.091
4.403 3.971 435 469 1.195 27 10.500
863
Andere inkomsten
Dekkings %
60 799 -
111% 105% 72% 74% 107% 23% 103%
858
Let op, bovenstaand overzicht is exclusief de stortingen in de voorziening Egalisatie afvalstoffenheffing en de voorziening Egalisatie rioolheffing.
85
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
86
INLEIDING Risicomanagement is het proces waarbij de organisatie continu en systematisch doorlopen wordt op risico’s. Het doel is de gevolgen ervan te voorkomen of te bestrijden en de positieve effecten ervan te benutten of te versterken. Met andere woorden: risicomanagement is gericht op het voorkomen, vermijden of verkleinen van risico’s. De twee meest gebruikte toepassingen van risicomanagement zijn het sturen op risico’s en het beheersen van risico’s. In deze paragraaf brengen wij de risico’s in beeld die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering (organisatiebreed) en verantwoorden wij de maatregelen die wij nemen om de risico’s beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's zijn we in staat om op verantwoorde manier besluiten te nemen, waardoor de huidige risico’s en de risico’s gerelateerd aan toekomstige uitgaven en investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van onze organisatie, het zogenaamde weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1.
Het inventariseren van risico’s (risicoprofiel)
2. Het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit 3. Het vaststellen van de beschikbare weerstandscapaciteit 4. Het vergelijken van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Ook gaan we in deze paragraaf in op de financiële kengetallen. Deze geven een aanvullend inzicht in de weer- en wendbaarheid van de gemeente en maken duidelijk hoeveel financiële ruimte er is om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken.
1. RISICOPROFIEL Aan de hand van de risico-inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld. Periodiek worden de risico’s van de organisatie doorlopen en waar nodig opnieuw beoordeeld. Momenteel zijn in totaal 99 risico's in het systeem ingebracht. In het onderstaand overzicht presenteren we de tien belangrijkste risico's. Risico’s met de hoogste impact op de benodigde weerstandscapaciteit. De impact van de overige risico’s nemen we mee in het totaal van de benodigde weerstandscapaciteit.
87
bedragen x € 1.000 Nr.
Risico gebeurtenis
Risico gevolg
Maatregelen
R67
Cyberaanval met uitval van ICT tot gevolg
Financieel - ICT ligt plat waardoor informatie niet ontsloten is. Systemen werken mogelijk niet waardoor betalingen stil kunnen komen te liggen.
Actief - Firewalls, virusscanners, beheer servers, pentesten en offline back-up.
Netto financieel maximum 3.500
Netto Kans
Invloed (%)
50%
16,9%
Impact Continuïteit - Er kan niet gewerkt worden en we kunnen amper tot geen dienstverlening bieden. Imago - Het vertrouwen in de overheid wordt aangetast. Eventuele identiteitsfraude bij inwoners.
R259 Tariefstijging inkoop Jeugd en Wmo Financieel - Hogere tarieven voor de jeugdzorg en 2025 Wmo producten waardoor we hogere kosten hebben voor het leveren van zorg. R54
Daling uitkering gemeentefonds
In voorbereiding - Beheersmaatregelen toepassen om te sturen op het verwijzen van de cliënten naar de aanbieders.
1.000
90%
8,7%
Financieel - De uitkering van het gemeentefonds kan Actief - Het opnemen van een voorzichtigheid in de gedurende het begrotingsjaar wijzigen. Bij een daling raming van het gemeentefonds. heeft dit effect op de lopende begroting en zijn direct ombuigingen nodig. Daarnaast heeft een Suggestie - Op de voet volgen van de ontwikkelingen, zodat je maximale reactietijd hebt om zelf de gevolgen daling impact op de volgende jaren. Ook dan zijn te kunnen sturen. bezuinigingen nodig, maar daarvoor hebben we langer de tijd. Suggestie - Lobby in samenwerking met andere Noodzakelijke bezuinigingen bij het rijk kunnen gemeenten en VNG. leiden tot ombuigingen die ook gemeenten zullen raken.
1.000
70%
6,8%
500
90%
6,5%
1.000
50%
5,6%
500
70%
4,7%
500
70%
3,4%
600
50%
3,2%
Impact Continuïteit - Voorzieningenniveau wordt verlaagd. R255 Aansluiting op elektriciteitsnetwerk Financieel - Verlieslatende grondexploitaties, minder In voorbereiding - Overleg met Enexis en Tennet. niet mogelijk opbrengsten door niet kunnen uitgeven van kavels, In voorbereiding - Het creëren van decentrale mislopen van subsidies voor verduurzaming. Een energiehubs, dit is echter een oplossing voor een achterliggend risico is het effect op de economie en beperkt aantal situaties. daardoor lagere inkomsten voor de gemeente. Impact Continuïteit - Vertraging in uitvoering van ruimtelijke plannen (waaronder woningen, bedrijventerreinen en verduurzamingsopgave). Imago - Vertraging in projecten waar inwoners last van kunnen krijgen. R250 Hoge loon- en prijsstijgingen worden niet voldoende gecompenseerd via het gemeentefonds
Financieel - De vergoeding van inkomsten uit het gemeentefonds voor loon- en prijsstijgingen zijn ontoereikend om de werkelijke stijgingen op te vangen, waardoor tekorten in de begroting ontstaan.
Impact Continuïteit - Niet alle (beleids)taken kunnen meer op het vastgestelde niveau worden uitgevoerd. R132 Groter beroep op open einde Financieel - Het beroep dat de burger kan doen op In voorbereiding - Er kunnen kwantitatieve regelingen open einde regelingen zoals Wmo-verstrekkingen, maatregelen genomen worden waardoor de jeugdhulp, leerlingenvervoer en bijzondere bijstand doelgroep van de betreffende regelingen kleiner is niet gelimiteerd. Dit kan resulteren in tegenvallers. wordt. Daarnaast is het eventueel mogelijk kwalitatieve maatregelen te nemen door de maximale bedragen waar beroep op gedaan kan worden bij te stellen. R101 Faillissement (grote) zorgaanbieder, Financieel - Vervangende aanbieder kost altijd extra Actief - Tarievenonderzoek voor de inkoop van Wmo of aanbieder stoot onderdeel af geld. Afwikkeling van faillissementen betekenen en Jeugd. mogelijk extra kosten curator, openstaande indicaties, afloop lopende contracten etc. In voorbereiding - In contract kunnen zaken worden Aanbieders kunnen niet kostendekkend leveren en geregeld hoe omgegaan wordt in het geval komen daardoor in de problemen. Dit leidt tot faillissement zich voordoet. verzoeken om de tarieven te verhogen. En dat leidt tot hogere kosten. Aanbieders houden zich niet aan de contractafspraken en vragen het hoogste tarief.
De gemeente kan dan niet altijd weigeren om de zorg in te kopen Impact Continuïteit - Geen zorg. Veel extra werk organisatie door overstap cliënten naar nieuwe aanbieder, wat snel geregeld moet worden. Imago - Klachten van burgers bij gemeenten. In de media ontstaat het beeld dat de gemeente te weinig betaalt voor contracten.
R65
Wachtgeldverplichtingen wethouders
Financieel - Bij het eindigen van het dienstverband van wethouders ontstaat een recht op wachtgeld.
Actief - Vormen van een reserve Wachtgelden huidige wethouders.
88
R162 Toename van jeugdzorg in aantal Financieel - Door toename van het gebruik van Actief - Bij de inkoop 2025 wordt er mede gekeken cliënten en onvoorspelbaarheid van jeugdhulp ontstaan tekorten op het budget. Een hoe er meer grip op de uitgaven van de externe de uitgaven via externe verwijzers groot gedeelte van de instroom komt buiten de verwijzers kan komen.Tevens hebben we sociaal gemeentelijke organisatie vandaan. 60% van de makelaars en POH’ers in dienst om meer grip op de instroom wordt bepaald door huisartsen, andere uitgaven te krijgen. medische specialisten of trajecten die opgelegd worden vanuit Jeugdbescherming/Jeugdreclassering.
500
50%
3,2%
1.000
30%
2,9%
Impact Continuïteit - Doordat niet te sturen is op volume en doordat met name trajecten gericht op 24-uursverblijf kostbaar zijn kan de (financiële) impact groot zijn. Als gevolg van corona zien we toenemende problematiek bij jeugd, ook in lopende casuïstiek, en daarmee toenemende kosten.
R61
Datalek - Gegevens van inwoners komen op straat
Financieel - De kans bestaat dat er een boete wordt opgelegd (tot maximaal € 820.000,--). Daarnaast kan gemeente door burgers aansprakelijk worden gesteld voor gevolgschade.
Actief - Extra checks in systemen inbouwen. Mensen controles laten uitvoeren. Een ICT-systeem dat voldoet aan alle informatiebeveiligingsmaatregelen (BIO).
Impact Continuïteit - Gevolgen voor positie bestuurders. Die leggen prioriteit bij de oplossing, waardoor regulier werk minder prioriteit heeft. Imago - Imagoschade waarbij het beeld ontstaat van een onzorgvuldige overheid, welke laks omgaat met privacy gevoelige informatie.
De invloed van een bepaald risico komt tot uitdrukking in het invloedspercentage in de laatste kolom. Dit is een resultante van de risicosimulatie, die de kans en het risicobedrag combineert tot een inschatting waarop het risico zich voor kan doen. ■
Het maximale bedrag dat met deze tien grote risico’s gemoeid is, is € 10.100.000,--.
■
De overige risico’s vertegenwoordigen een maximaal bedrag van € 10.132.500,--.
■
In totaal hebben alle risico’s samen een (financiële) impact van € 20.232.500,--.
Toelichting risico’s Hieronder worden de risico’s in de top 10 toegelicht.
SOCIAAL DOMEIN Gesignaleerde risico’s Wmo Heel Nederland kampt momenteel met krapte op de arbeidsmarkt en personeelstekort. Ook de huishoudelijke ondersteuning binnen onze gemeente ondervindt hier hinder van. Omdat aanbieders moeite hebben met het vinden van personeel, wordt het steeds lastiger om de benodigde huishoudelijke ondersteuning aan inwoners te bieden. Het risico bestaat dat de schaarste verdeeld moet worden en inwoners dus minder uren hulp dan nodig kunnen krijgen. Tevens bestaat de kans dat de wachtlijsten voor huishoudelijke ondersteuning zullen oplopen. In 2023 zien we een vrij stabiel klantenbestand, mogelijk is er een positief effect van preventieve maatregelen bijvoorbeeld vanuit de GALA-middelen die in 2023 is gestart. We hebben ook in 2023 gemerkt dat gewijzigde wetgeving invloed heeft op de kosten van de Wmo. Waar we eerst indiceerden op modules is in 2023 besloten dat dit moet gebeuren op basis van het aantal minuten dat nodig is om een schoon huis te garanderen. De gemeentelijke verordeningen en vervolgens de indicatiestelling moeten we dan ook aanpassen op deze (en andere) jurisprudentie. Ook bij begeleiding en dagbesteding zien we een beperkte stijging in het aantal cliënten. Bij begeleiding zien we het gevolg van wachtlijsten in de GGZ terug.
Er wordt vaker verzocht om individuele begeleiding ter stabilisatie, in afwachting van behandeling vanuit de zorgverzekeringswet. De hulpvragen die binnenkomen zijn complexer geworden. Dit ervaren we als gemeente maar ook in het voorliggend veld wordt dit gesignaleerd. Bij dagbesteding is het de verwachting dat dit de komende jaren ook zal blijven stijgen door de vergrijzing. 89
Structureel moeten reële tarieven worden betaald en in 2023 is daar door KPMG onderzoek naar gedaan. Dit heeft geleid tot een nabetaling. Ook zien we dat oudere inwoners langer in de eigen woning blijven wonen. Dit sluit overigens aan bij het overheidsbeleid. De vroegere verzorgingshuizen bestaan niet meer en opname in een verpleeghuis is slechts aan de orde als er een ernstige langdurige zorgvraag is. De doorstroom van oudere inwoners vanuit een relatief grote woning naar een kleinere en beter passende woning stagneert door de krapte op de woningmarkt. Hierdoor kan het beroep op de gemeente toenemen voor wat betreft woningaanpassingen en andere hulpmiddelen. Het streven is om ouderen zo lang mogelijk mobiel te laten zijn en dat had in 2023 al zijn weerslag op de aanvraag van vervoershulpmiddelen. Voor vervoer geldt ook nog dat de tarieven van vervoerders zijn gestegen door de stijging van loonkosten en brandstof.
Gesignaleerde risico’s Participatie Ons uitkeringenbestand wordt beïnvloed door het aantal statushouders dat gebruikt moet maken van bijstand. We zien wel dat de werkloosheidscijfers relatief laag zijn. Op dit moment is er echter sprake van een krapte op de arbeidsmarkt, waarbij het risico natuurlijk bestaat dat dit omslaat naar hogere werkloosheid. En dan kan het beroep op de Participatiewet toenemen. Ook door hogere taakstellingen op het vlak van huisvesting van statushouders kan het uitkeringenbestand toenemen en in het verlengde daarvan het beroep op bijzondere bijstand en minimabeleid. In 2023 zagen we dat er financieel gezien meer gebruik werd gemaakt van bijzondere bijstand en aanverwante regelingen. Dat kwam onder andere door de energietoeslag.
Gesignaleerde risico’s Jeugd De budgetten binnen het Sociaal Domein zijn open einde regelingen en we kunnen noodzakelijke zorg niet weigeren. Hierdoor is overschrijding op budgetten een reëel risico. Door regelmatige prognoses, proberen we meer grip te krijgen op de uitgaven, waardoor tegenvallers eerder gesignaleerd worden en hierop bijgestuurd kan worden. In 2023 hebben we met name aan het eind van het jaar gezien dat het verzilveringspercentage, dat is het percentage dat aangeeft hoeveel er gebruik wordt gemaakt van de indicatie, plotseling opliep. Dat betekent dat we in komende prognoses dat bijstellen. Net zoals bij de Wmo speelt krapte op de arbeidsmarkt ook een rol bij de jeugdzorgaanbieders. Doordat er niet genoeg personeel beschikbaar is, bestaat de kans dat zorg niet geleverd kan worden of dat er duurder personeel ingehuurd moet worden. Ook kunnen hierdoor de wachtlijsten oplopen waardoor er bijvoorbeeld overbruggingszorg nodig is. Een ander risico is de financiële positie van zorgaanbieders. Sommige Twentse jeugdhulpaanbieders bevinden zich financieel in zwaar weer door de stijgende personeels- en materiële kosten. In 2023 heeft dit bijvoorbeeld geleid tot maatwerkafspraken die volgen uit de procedure die we moeten volgen vanuit het draaiboek continuïteit Jeugdhulp van de Zorgautoriteit.
Vaak wordt dit vanuit de Regionale Samenwerking gezamenlijk met andere gemeenten verder opgepakt. Structureel moeten reële tarieven worden betaald en in 2023 is daar door KPMG onderzoek naar gedaan. Dit heeft geleid tot een nabetaling.
ICT Cyberaanval Onze bedrijfsvoering is in hoge mate afhankelijk van onze informatievoorziening. Onze informatie en onze gegevens vertegenwoordigen veel waarde, immers zonder informatie en gegevens valt de bedrijfsvoering stil. (Cyber)criminelen weten dat ook en proberen om die reden onze gegevens en onze informatie te stelen of onbruikbaar te maken om vervolgens geld te vragen voor het weer beschikbaar stellen van deze informatie. Deze bedreiging is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Om de risico’s te beperken is doorlopend aandacht nodig voor informatieveiligheid. Jaarlijks wordt een informatieveiligheidsplan opgesteld met organisatorische en technische maatregelen om de risico’s op cyberaanvallen en de eventuele gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Het gaat hierbij o.a. bewustwordingscampagnes, een offline back-up voorziening, monitoringsoftware m.b.t. verdachte situaties, maar ook continu het bijhouden van actualiteiten omtrent informatieveiligheid.
90
Datalek Alle gegevens van onze inwoners staan in onze systemen. Door middel van een menselijk fout (datalek) kunnen gegevens van inwoners op straat komen te liggen, maar ook door een cyberaanval kunnen gegevens van onze inwoners in verkeerde handen vallen. Identiteitsfraude is dan een groot risico en zeer ongewenst. Daarnaast kun je als organisatie te maken krijgen met imagoschade. Om de risico’s te beperken is er doorlopend aandacht nodig voor de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Jaarlijks worden er steekproeven uitgevoerd op onze processen met betrekking tot de AVG, nieuwe medewerkers worden bij indiensttreding opgeleid en ook vinden er diverse bewustwordingscampagnes plaats.
Gemeentefonds De gemeentefondsuitkering was in 2023 ruim € 69,9 miljoen en daarmee de belangrijkste bron van inkomsten. De inkomsten waren daarmee € 2,8 miljoen hoger dan in 2022. Van deze inkomsten vormde de algemene uitkering met € 66,2 miljoen het grootste bestanddeel. De uitkering deelfonds Sociaal Domein bedroeg nog € 3,7 miljoen: alleen nog de bijdragen voor participatie. Door de integratie van de middelen voor Jeugd en Wmo in de algemene uitkering neemt het risico voor de gemeentefondsuitkering toe. Het rijk verwacht dat de accressen op de algemene uitkering alle uitgavenstijgingen ruimschoots compenseren. We krijgen extra middelen voor Jeugd, maar er staat ons nog opgave vanuit de in 2023 vastgestelde hervormingsagenda Jeugd te wachten. De raad voor het openbaar bestuur (ROB) heeft in haar onderzoek geconcludeerd dat de gemeenten -ondanks de extra beschikbaar gestelde middelen- niet voldoende krijgen voor het uitvoeren van de taken voor Jeugd en Wmo. De VNG pleitte samen met ons dan ook bij de herijking van het gemeentefonds niet alleen voor een herverdeling van de bestaande middelen, maar ook voor een structureel toereikende bijdrage voor deze kosten. De kortingen die voor komende jaren zijn opgelegd zijn hebben een langer ingroeipad, maar blijven gehandhaafd voor de lange termijn.
Voor de jaren tot en met 2025 is wel een stijgende bijdrage aan de gemeenten te zien, onder andere het gevolg van tijdelijke beleidsintensivering (bijv. klimaat, wonen) en het tijdelijk terugdraaien van de opschalingskorting. Vanaf 2026 zien we deze opschalingskorting weer in volle omvang terugkomen. De volume-accres uit het gemeentefonds is voor de jaren 2022-2025 vastgeklikt: we worden verder alleen gecompenseerd voor inflatie en extra taken, maar gaan gedurende deze periode niet meer “trap-op-trap-af” mee met de uitgaven van het rijk. Inflatie voor de rijksoverheid kan echter afwijken van die van de gemeente Hellendoorn. Dit is een risico. Vanaf 2026 worden de accressen gekoppeld aan het BBP (bruto binnenlands product). Hoewel de nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten en infrastructuur van gemeenten op te vangen. Die kosten stijgen namelijk harder dan het gemiddelde BBP. VNG pleit voor een aangepaste systematiek die moet voorkomen dat er een jaarlijks groeiend tekort ontstaat en die op instemming kan rekenen van alle overheden, niet alleen het Rijk. Overschotten en overschrijdingen van het BTW-compensatiefonds (BCF) worden verrekend met de gemeentefondsuitkering.
De afgelopen jaren beleven de uitgaven achter door de coronacrisis en de Oekraïne-crisis, waardoor er overschotten op het BCF zijn ontstaan. Nu de economie weer goed op gang komt, is er echter het risico dat er geen ruimte meer onder het BCF-plafond zal zijn: overschrijding van het plafond wordt gekort op het gemeentefonds. In 2022 is de herijking van het gemeentefonds vastgesteld. Echter slechts voor 3 jaar: de periode van 2023 t/m 2025. Het voordeel dat ons was doorberekend wordt niet volledig uitgekeerd, omdat er met een ingroei-model wordt gewerkt van een bijstelling van € 15,-- euro per inwoner per jaar naar boven (voor o.a. ons) of beneden. Er vindt nog meer onderzoek plaats, waardoor de bijdragen weer ter discussie staan. De onderzoeken zullen niet voor 2026 zijn afgerond, waarmee het voordeel dat we – hopelijk- nog tegoed hebben een jaar extra op zich laat wachten. Vooralsnog blijft ons voordeel hangen op € 37,50 per inwoner per jaar (2,5 jaar x € 15,--).
Risico dat inflatie niet voldoende gecompenseerd wordt via het gemeentefonds De gevolgen van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne werkt volop door in de hele samenleving. De energieprijzen hebben de excessieve hoogte achter zich liggen, maar liggen aanzienlijk hoger dan voorheen. De gestegen kosten van energie werkt door in de prijzen van consumptiemiddelen, goederen en diensten en investeringen. De gestegen kosten 91
van levensonderhoud voor de consument is of wordt vervolgens gecompenseerd door hogere lonen en uitkeringen. Dit zien we terug in de loonkosten van onze ambtenaren en uitgaven aan derden. Stijgende lonen zullen echter op hun beurt weer leiden tot stijgende prijzen van producten. Al met al leidde dit tot een flinke inflatie in 2023 met een structureel effect op de jaren erna. In principe zouden de hogere kosten voor de gemeente gecompenseerd moeten worden door hogere inkomsten/baten. Het is echter de vraag of de inkomende geldstromen – gemeentefondsuitkering/specifieke uitkeringen en belastingen/ heffingen - toereikend zijn om onze bedrijfsvoering op het huidige niveau te continueren. De compensatie via het loon- en prijsdeel van het accres van het gemeentefonds met ingang van 2026 zal gerelateerd zijn aan de ontwikkelingen zoals het Centraal Planbureau (CPB) dit verwacht voor het gehele land: het bruto binnenlands product (bbp) zal hiervoor worden gehanteerd. Hierin zit géén volumegroei als gevolg van bijv. stijgend inwoneraantal (zoals in het oude accres). Ook kan de landelijk gemiddelde loonstijging kan lager liggen dan de cao-ontwikkelingen voor gemeenteambtenaren, huishoudelijke hulp, jeugdzorg en welzijnsinstellingen.
Netcongestie Netcongestie is als filevorming op de snelweg, maar dan voor elektriciteit. In de afgelopen jaren is er een snelle toename van de vraag naar transportcapaciteit, zowel door de productie als het verbruik van elektriciteit. Dit leidt tot een tekort aan transportcapaciteit in sommige gebieden. Voor de gemeente Hellendoorn kan dit betekenen dat er vertraging gaat optreden in de uitvoering van ruimtelijke plannen voor nieuwbouw woningen, bedrijventerreinen en de verduurzamingsopgave. Het financiële risico bestaat uit negatieve effecten op de grondexploitaties, minder opbrengsten voor het niet kunnen uitgeven van kavels en het mislopen van subsidies voor verduurzaming. Een achterliggend risico is het effect op de economie en daaruit volgend lagere inkomsten voor de gemeente. De mogelijkheden om het risico tegen te gaan zijn beperkt. Een maatregel is het creëren van decentrale energiehubs, deze oplossing is echter maar voor een beperkt aantal situaties mogelijk.
Wachtgeldverplichtingen wethouders Bij het eindigen van het dienstverband van wethouders ontstaat een recht op wachtgeld. Wij storten jaarlijks een bedrag in de reserve Wachtgelden huidige wethouders, hiermee bouwen wij een reserve op om bij recht op wachtgeld de voorziening Wachtgelden oud-wethouders direct vol te storten. Als het dienstverband van alle wethouders tegelijk eindigt binnen of na de raadsperiode, lopen wij het risico dat we niet genoeg reserve hebben opgebouwd om in een keer het recht op wachtgeld van alle wethouders in de voorziening te kunnen storten. Op dat moment moet de voorziening wachtgeld in één keer worden volgestort ten laste van de exploitatie.
2. BENODIGDE WEERSTANDSCAPACITEIT Risicokaart In onderstaande risicokaart zijn de risico’s uitgezet naar financiële impact maal de kans dat het risico zich voordoet. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt om aandacht. Een risico met de risicoscore in het rode gebied vereist directe aandacht. Momenteel vallen vier financiële risico’s in het rode risicogebied. ■
Tariefstijging inkoop Jeugd en WMO 2025 (R259).
■
Daling uitkering gemeentefonds (R54).
■
Faillissement (grote) zorgaanbieder, of aanbieder stoot onderdeel af (R101).
■
Aansluiting op elektriciteitsnetwerk niet mogelijk (R255).
92
Financieel
Netto
x > € 500.000
1
2
4
2
1
€ 250.000 < x < € 500.000
3
7
3
1
1
€ 100.000 < x < € 250.000
3
1
13
5
€ 25.000 < x < € 100.000
3
9
12
5
3
x < € 25.000
5
2
6
1
2
10%
30%
50%
70%
90%
Geen financiële gevolgen Kans
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 20,2 miljoen) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande grafiek en de bijbehorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 7,2 miljoen (de benodigde weerstandscapaciteit). bedragen x € 1.000 Benodigde weerstandscapaciteit Zekerheidspercentage: 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95%
Rekening 2023 3.516 4.121 4.946 6.098 6.417 7.199 7.751
3. BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Hellendoorn bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. bedragen x € 1.000 Beschikbare weerstandscapaciteit Vrij aanwendbare reserve Financieringsreserve Bufferreserve grondexploitatie Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
Rekening 2023 24.475 8.822 3.868 37.164
93
4. RELATIE BENODIGDE EN BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT De benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Deze ratio geeft een indicatie of de gemeente voldoende in staat is om de aanwezige risico’s op te kunnen vangen. De ratio ziet er als volgt uit: Beschikbare Ratio weerstandsvermogen =
weerstandscapaciteit
=
€ 37.164.000,--
= 5,16
Benodigde € 7.199.000,-- weerstandscapaciteit De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm
Ratio
Betekenis
Waarderingscijfer A B C D E F
groter dan 2.0 1.4 - 2.0 1.0 - 1.4 0.8 - 1.0 0.6 - 0.8 kleiner dan 0.6
uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het ratio van de gemeente Hellendoorn valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie, de weerstandsratio van 5,16 en het beeld van onze meerjarenbegroting is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet.
5. KENGETALLEN In deze paragraaf presenteren we enkele kengetallen om de weerstandscapaciteit te kunnen beoordelen. Daarnaast bevordert dit de financiële vergelijkbaarheid tussen gemeenten. In onderstaand overzicht worden de totalen van de kengetallen weergegeven inclusief de signaleringswaarden. Rekening 2022 59,7% 56,0% 22,7% -0,7% 2,5% 91,5%
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit
Actuele Begroting 55,5% 51,9% 25,7% 1,7% 0,8% 88,6%
Rekening 2023 47,5% 44,2% 27,0% -0,4% 3,4% 91,7%
Toelichting signaleringswaarden In overleg tussen de provincies en het ministerie van Binnenlandse zaken zijn afspraken gemaakt over signaleringswaarden voor de financiële kengetallen. Voor elk kengetal worden er drie categorieën onderscheiden: gezond (A), neutraal (B) en risicovol (C)
94
Signaleringswaarden kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
< 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95%
90 - 130% 90 - 130% 20 - 50% 20 - 35% 0% 95 - 105%
> 130% > 130% < 20% > 35% < 0% > 105%
1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Sovabliliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
Hieronder worden de kengetallen afzonderlijk toegelicht.
5.1 Netto schuldquote
Rekening 2022 114.444 4.341 8.980 85 4.432 44.619 1.104 10.208 120.135 59,7% 56,0%
1. Netto schuldquote A. Vaste schulden B. Netto vlottende schuld C. Overlopende passiva D1. Financiële activa (uitzettingen > 1 jaar) D2. Financiële activa (verstrekte leningen) E. Uitzettingen < 1 jaar F. Liquide middelen G. Overlopende activa H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
+ + + /
1a. Netto schuldquote
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
160%
160%
140%
140%
120%
120%
100%
100%
80%
80%
60% 40%
60%
60%
56%
20% 0%
48%
40%
Minst risicovol
Actuele Begroting Neutraal
56%
52%
Rekening 2022
Actuele Begroting
Minst risicovol
Neutraal
44%
20% 0%
Rekening 2022
bedragen x € 1.000 Actuele Rekening Begroting 2023 108.891 108.891 4.560 5.251 9.199 12.361 159 74 4.500 4.108 42.112 58.804 1.104 1.024 10.102 7.540 124.597 124.263 55,5% 47,5% 51,9% 44,2%
Rekening 2023 Meest risicovol
Rekening 2023 Meest risicovol
Toelichting De leningenportefeuille die in 2020 is omgezet naar een nieuwe lening met een looptijd van 25 jaar en een rentepercentage van 1,94% bepaalt de komende jaren de basis van de netto-schuldquote. Er staat eind 2023 ruim € 55 miljoen uit bij de schatkist. Het overschot aan 'banksaldi’ heeft grotendeel zijn oorzaak in de vertragingen in reguliere werkzaamheden en investeringen in de afgelopen jaren. Daarbij komen de positieve tussentijdse- en rekeningresultaten. De doelstelling om in de periode 2030-2032 uit te komen op een netto leningenportefeuille van 90% van het begrotingstotaal is nu al ruimschoots behaald. We blijven de netto schuldquote monitoren: er komen nog vele nieuwe taken en investeringen op ons af de komende decennia, waardoor de netto schuldquote weer zal stijgen.
5.2 Solvabiliteitsratio
2. Solvabiliteitsratio A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit
+ /
95
Rekening 2022 40.420 178.415 22,7%
bedragen x € 1.000 Actuele Rekening Begroting 2023 46.053 50.941 179.114 188.828 25,7% 27,0%
2. Solvabiliteitsratio 60% 50% 40% 30% 20%
23%
26%
27%
Actuele Begroting
Rekening 2023
10% 0%
Rekening 2022 Meest risicovol
Neutraal
Minst risicovol
Toelichting We zien het eigen vermogen stijgen. Ook in 2023 is een fors bedrag in de reserves gestort. Per saldo is het eigen vermogen met ruim € 10 miljoen gestegen. Dit heeft een direct effect op de solvabiliteitsratio. Deze stijgen van 23% naar 27%.
5.3 Grondexploitatie
3. Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Grondexploitatie
+ /
Rekening 2022 - 823 120.135 -0,7%
bedragen x € 1.000 Actuele Rekening Begroting 2023 2.168 - 491 124.597 124.263 1,7% -0,4%
3. Kengetal grondexploitatie 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% -5%
1,7% -0,7%
-0,4%
Rekening 2022
Actuele Begroting
Minst risicovol
Neutraal
Rekening 2023 Meest risicovol
Toelichting Bovenstaande tabel laat zien dat de impact die de grondexploitatie heeft op onze reguliere bedrijfsvoering nog steeds erg laag is. Inmiddels zijn voor de lopende grondexploitaties zoveel opbrengsten uit verkopen ontvangen dat dit bijna gelijk is aan de investeringen die gedaan zijn. Sommige grexen zijn verliesgevend: hiervoor wordt het verlies in mindering gebracht op de waarde. Per saldo is er nu een negatief saldo op het geïnvesteerde vermogen in de grondexploitaties. In de gemeenterekening van 2015 was het percentage nog 33%. Momenteel zijn er nieuwe grondexploitaties gestart, waardoor eerst geïnvesteerd moet worden voordat er opbrengsten binnen komen. Het netto geïnvesteerd vermogen in de grondexploitaties zal daarom de komende jaren weer toenemen.
96
5.4 Structurele exploitatieruimte
4. Structurele exploitatieruimte A. Totale structurele lasten B. Totale structurele baten C. Totale structurele toevoegingen aan de reserves D. Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Structurele exploitatieruimte
+ + + + /
Rekening 2022 - 101.585 105.015 - 582 113 120.135 2,5%
bedragen x € 1.000 Actuele Rekening Begroting 2023 - 100.885 - 104.975 101.859 112.896 - 12.820 9.136 124.597 124.263 0,8% 3,4%
4. Structurele exploitatieruimte 4% 3% 2%
3,4% 2,5%
1%
0,8%
0% -1% -2% -3% -4%
Rekening 2022
Actuele Begroting
Meest risicovol
Neutraal
Rekening 2023 Minst risicovol
Toelichting Door de extra middelen uit het gemeentefonds is de structurele exploitatieruimte flink gestegen. De inkomsten uit het gemeentefonds worden volledig gezien als structureel middel, ook al komt er vanaf 2026 veel minder binnen.
5.5 Gemeentelijke belastingcapaciteit
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor
+ + + /
97
Rekening 2022 372 234 243
Actuele Begroting 376 234 243
Rekening 2023 388 244 249
848 927 91,5%
852 962 88,6%
882 962 91,7%
5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden 140% 120% 100% 91%
89%
92%
Rekening 2022
Actuele Begroting
Rekening 2023
Minst risicovol
Neutraal
80% 60% 40% 20% 0%
Meest risicovol
Toelichting De belastingdruk ligt lager dan het landelijk gemiddelde, zoals blijkt uit de cijfers van COELO. In paragraaf 1 Lokale heffingen is ook een vergelijking op provinciaal niveau opgenomen met een toelichting.