Bestuur LTO Noord- Onderzoek regulering gewasbeschermingsmiddelen
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad Hellendoorn Betreft: Onderzoek regulering gewasbeschermingsmiddelen
Geachte Raad, Naar verluidt behandelt u een motie rond onderzoek naar regulering van gewasbeschermingsmiddelen. We zijn blij dat de motie de noodzaak van goede afstemming met ons als sector benoemt. In het licht van actuele maatschappelijke discussie begrijpen we het ontstaan van dit soort initiatieven maar vinden we er ook wel iets van. Daarom delen we in deze brief enige standpunten, feiten en behandelen we misverstanden. We vragen u met klem deze brief in uw afweging op te nemen. We leven in een tijd waarin de westerse mens weer zo veel als mogelijk terug wil naar natuureigen processen. High tech chemische oplossingen zijn verdacht, zelfs als bewijs van schadelijkheid ontbreekt. De na-oorlogse ontwikkelingen in voedselproductie waren succesvol in het vermijden van misoogsten, het verhogen van de productie per hectare en daarmee het betaalbaar houden van voedsel. Dat is wel in samenhang gekomen met een afhankelijkheid van chemische ondersteuning. Als de maatschappij van ons wil dat we zonder, of vrijwel zonder chemie gaan werken zal dat uiteindelijk ook wel lukken. Maar daarvoor is tijd, regelruimte en verdienvermogen nodig. We zetten volop in het de ontwikkeling van minder giftige middelen (die dan soms wel wat vaker gespoten moeten worden), technische innovatie (precisiebespuiting en vermindering uitwaaiing) en de verdeling van meer weerbare rassen.
Al die ontwikkelingen zijn kostbaar en vergen de nodige tijd. Geef ons de ruimte en we fiksen het. Maar zorg ervoor dat de winkel door kan draaien tijdens de verbouwing. Zonder inkomsten is vernieuwing niet te betalen. Op Europees en Nationaal niveau vindt een zorgvuldige toetsing plaats op toelating van middelen. Net als bij humane pharmacie wordt een middel op geborgde wijze wetenschappelijk getoetst. Het CTGB (College voor de Toelating van gewasbeschermingsmiddelen) toetst de wetenschappelijke onderbouwing van veiligheid van nieuwe middelen. Bestaande middelen worden jaarlijks getoetst op nieuwe wetenschappelijke inzichten. Uit VOORZORG is daarbij de afgelopen decennia een flink aantal van de meest toxische stoffen uitgesloten. In plaats daarvan werken we nu met minder heftige stoffen die de plant weerbaarder maken en niet altijd meer curatief werken op plaagorganismen (vandaar de term gewasbeschermingsmiddelen omdat namen als bestrijdingsmiddelen en pesticiden de lading niet meer dekken). Overigens moeten die preventieve middelen op een groeiend gewas steeds opnieuw herhaald. Hierdoor zien we de veldspuit vaker in actie. Dat komt voort uit gebruik van veiliger middelen maar geeft een omgekeerde indruk (!) De Gezondheidsraad heeft twee maal uitgebreid onderzoek laten doen naar bewijs voor schadelijkheid van toegelaten middelen op de volksgezondheid.
Dat bewijs is niet gevonden. Sterker: de raad geeft aan dat dit bewijs op korte termijn ook niet verwacht wordt. Uit (veelal) buitenlandse studies lijkt statistisch verband te zijn maar nergens is causaal verband aangetoond. Statistisch verband kan veel oorzaken hebben. Desondanks heeft de Raad van State uit VOORZORG een spuitzone van 50 meter als ‘niet onredelijk’ geacht. Deze uitspraak wordt door activisten nu gehanteerd als ‘bewijs’ van schadelijkheid maar is dat bepaald niet.
Er ontstaan her en der informatiebubbels waar gealarmeerde burgers geconfronteerd worden met zelfbevestigende informatiestromen. Dit wakkert de angst en zorgen aan tot buiten redelijke proporties. Niet zelden wordt de schadelijkheid van een stof benoemd zonder daarbij te kijken naar de blootstellingsniveaus die bij toepassing redelijk te verwachten zijn. We vragen van u als raad een zorgvuldige belangenafweging en het onthouden van meebewegen op informatiebubbels. Naast eerder genoemde VOORZORGEN rond de middelen zelf zijn er ook in de wijze waarop middelen toegepast worden tal van VOORZORGEN ingebouwd. Spuitapparatuur, driftreductie, afstanden tot sloten, maar ook geborgde certificering van de medewerkers die de bespuiting uitvoeren, zorgen dat de blootstelling voor de omgeving tot een minimum worden beperkt. Als sector begrijpen we de maatschappelijke wens en werken hard aan minder afhankelijkheid van chemie. Dat doen we langs lijnen als innovatie (precisiebespuiting, gemechaniseerde onkruidbestrijding etc.) selectie en veredeling van meer weerbare rassen én verdere ontwikkeling van biologische bestrijding. Dat laatste is al zeer succesvol in de glastuinbouw maar vergt extra ontwikkeling in het open veld. Wat moet of kunt u als gemeente? De Omgevingswet schetst, duidelijker dan voorheen, de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving.
Tegen die achtergrond, én het secuur uitsluiten van aansprakelijkheden, begrijpen we de gedachte rond extra voorzorgsmaatregelen. Het probleem is evenwel dat er op Europees, Landelijk en sectorniveau al zoveel VOORZORGEN zijn ingebouwd dat een extra gemeentelijke kop op dat beleid tot onwerkbaarheid leidt. Dat leidt dan weer tot discussies rond het beperken van bestaand rechtmatig gebruik zonder dat er een wetenschappelijk onderbouwde grond voor is.
Samengevat: Anno nu is bedrijfszekere teelt op economische basis niet mogelijk zonder enige inzet van chemie. Biologisch telen kan maar is slechts uitvoerbaar voor een deel van de markt wat de hogere kostprijs kan vergoeden. Als sector zetten we vol en hard in op verder terugdringen van chemische ondersteuning. Daar hebben we wel tijd, werkbaarheid en verdienvermogen voor nodig. Tegelijkertijd zijn er op hoger niveau al heel veel voorzorgen ingebouwd rond toelating en gebruik van middelen. Een extra gemeentelijke kop tast voor ons de werkbaarheid nog verder aan.
Reden waarop we u ontraden om een extra onderzoek in te stellen. Voor vragen of opmerkingen gaan wij graag met u in gesprek. Met vriendelijke groet, Bestuur LTO Noord afdeling West-Twente Theo Huisjes voorzitter
Roelof van Minnen algemeen bestuur Wilco Kamphuis algemeen bestuurslid