BBA notitie BM20230033n02 Gem Hellendoorn bikli De Veenbrug F2
Tekst van het document
Notitie 2
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat Gemeente Hellendoorn Datum:
28 februari 2023
Projectnummer:
BM20230033
Status:
Tweede lezing:
definitief ir. Janneke de Kort ir. Froukje van Dijken fd
Contactinformatie:
fd-bba@binnenmilieu.nl, 088-222 9494
Opdrachtgever:
Gemeente Hellendoorn
Adviseurs:
Het gebouw van CBS De Veenbrug (Gerhard Nijlandstraat 4, Daarlerveen) dateert uit de jaren ’60 en is aan vernieuwing toe. Zowel de gemeente als de school vragen zich af of de nieuwbouw naar voren moet worden gehaald vanwege binnenmilieuproblematiek (o.a. muf, bedompt, vochtig, klachten over hoofdpijn). bba binnenmilieu is daarom gevraagd om het binnenklimaat in de school te beoordelen, zodanig dat de gemeente Hellendoorn onderbouwde beleidskeuzes kan maken over de vernieuwing van het pand. In een eerdere fase van het onderzoek zijn monitoringsgegevens van de CO2concentratie en temperatuur beoordeeld (zie ‘bba notitie BM20230033n01’, d.d. 30 januari 2023). Deze notitie beschrijft Fase 2 van het onderzoek, waarbij een inspectie ter plaatse heeft plaatsgevonden voor het achterhalen van de binnenmilieuproblematiek.
Vraag In deze notitie wordt antwoord gegeven op de volgende vraag: • Is het nodig om, gezien de binnenmilieuproblematiek, de nieuwbouw van CBS De Veenbrug naar voren te schuiven?
Antwoord Op basis van het binnenklimaat aangetroffen tijdens de inspectie adviseren wij dat het gewenst is de nieuwbouw van CBS De Veenbrug naar voren te schuiven. Er zijn bovengemiddeld veel klachten over het binnenklimaat. Deze klachten worden met name veroorzaakt door een door lekkage aangetaste dakplaat waarop schimmelgroei is aangetroffen. Hierdoor hangt er in de hele school een onaangename geur. Doordat de plek is aangetroffen in een constructief element van het dak, komt hiermee de constructieve integriteit van het dak in gevaar. Het volledig verwijderen van de plek in de school zorgt voor een grote renovatie aan het dak. Daarom lijkt het vervroegen van de nieuwbouw van CBS De Veenbrug beter op zijn plaats. In deze notitie worden ter overbrugging naar de nieuwe school tijdelijke maatregelen gegeven om de gezondheidsklachten op korte termijn te beperken.
1
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
Toelichting In de onderstaande paragrafen wordt het onderzoek nader toegelicht. Hierbij worden achtereenvolgend de volgende subvragen beantwoord die uiteindelijk leiden tot een antwoord op de onderzoeksvraag: 1. Welke binnenmilieuklachten ondervinden de medewerkers van CBS De Veenbrug in het schoolgebouw? Hoe verhouden deze zich met een ‘gemiddelde Nederlandse school’? 2. Welke binnenmilieu-risicofactoren zijn aangetroffen tijdens de inspectie ter plaatse? 3. Welke maatregelen zijn nodig om het binnenklimaat in de school te verbeteren? 4. Komen uit dit onderzoek adviezen naar voren voor de nieuwbouw van de school?
Vraag 1: Welke binnenmilieuklachten ondervinden de medewerkers van CBS De Veenbrug in het schoolgebouw? Hoe verhouden deze zich met een ’gemiddelde Nederlandse school’? Met behulp van een korte vragenlijst (ABCD-tool) zijn de klachten systematisch in kaart gebracht. Aan de hand van gesloten vragen (ja/nee-vragen) is de medewerkers gericht gevraagd of zij vaak last hebben van bepaalde klachten en/ of symptomen in hun klaslokaal. Het percentage dat een bepaalde vraag met ‘’ja’’ beantwoordde wordt het klachtenpercentage genoemd. Bij het beantwoorden van de vragenlijst was er ruimte voor open vragen, waarbij werknemers een toelichting konden geven op de antwoorden die zij gaven. Het klachtenpercentage is vervolgens vergeleken met het klachtenpercentage van een ‘gemiddeld Nederlands schoolgebouw’ en zijn aan de verschillende onderdelen scores toegekend om inzicht te verkrijgen in de prestatie van het binnenmilieu in CBS De Veenbrug. De online vragenlijst is afgenomen in periode van 6 tot 11 februari onder alle medewerkers van CBS De Veenbrug. In totaal hebben 11 van de ca. 13 medewerkers de vragenlijst ingevuld. Hiermee is het responspercentage 85%, wat een goed beeld geeft van de ervaringen met het binnenklimaat in het gebouw.
1.1 Gebouwgerelateerde gezondheidsklachten De gezondheidsklachten van medewerkers gerelateerd aan de werkplek zijn in kaart gebracht middels de Building Symptom Index (BSI5). De BSI5 wordt bepaald aan de hand van vijf vragen over droge ogen, verstopte neus, droge keel, hoofdpijn en vermoeidheid. Het is bekend dat deze vijf symptomen in samenhang een goed beeld geven over gebouwgerelateerde gezondheidsklachten in het algemeen (Burge, 1993). De BSI5 is het gemiddelde aantal van deze vijf gebouwgerelateerde gezondheidsklachten per persoon in het gebouw en wordt dus uitgedrukt in een waarde tussen 0 en 5. De betekenis van de uitkomsten hiervan zijn weergegeven in tabel 1.
2
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
tabel 1: Betekenis van de waarden van de Building Symptom Index (BSI 5) Waarde BSI5
Betekenis
< 1,0
goed
1,0 - 1,5
redelijk
1,5 - 2,0
matig
> 2,0
onvoldoende*
* > 2,5 dienen per direct maatregelen te worden genomen om de situatie te verbeteren (Burge, 1993)
De Building Symptom Index (BSI5) voor CBS De Veenbrug is 3,4. Dit betekent dat het gebouw een onvoldoende scoort als het gaat om gebouwgerelateerde gezondheidsklachten. Daarom zijn er (vanuit ARBO-perspectief) per direct maatregelen nodig om de situatie te verbeteren. 1.2 Gebouwgerelateerde comfortklachten De gebouwgerelateerde comfortklachten zijn in kaart gebracht, waarbij verschillende binnenmilieuparameters zijn geanalyseerd. In figuur 1 zijn de klachtenpercentages ten aanzien van het binnenmilieu uitgezet en vergeleken met de klachtenpercentages van een ’gemiddeld Nederlands schoolgebouw’. Hierbij is te zien dat de binnenmilieuklachten in CBS De Veenbrug aanzienlijk hoger liggen dan het percentage klachten dat als acceptabel wordt geacht in een gemiddelde Nederlandse school. De binnenluchtkwaliteit is hierbij de belangrijkste parameter. 90% van de medewerkers geeft aan de binnenlucht als ’droog’ te ervaren. Alle medewerkers ervaren de binnenlucht als ‘bedompt, onfris en muf’. Daarnaast geven alle medewerkers aan dat de temperatuur in de zomer als ‘te warm’ wordt ervaren. Ook geeft een aanzienlijk deel aan dat de installaties te veel lawaai maken en er een gevoel van tocht heerst. Opvallend is dat bij de toelichting die medewerkers mochten geven bij de vragenlijst, voornamelijk werd aangegeven dat de geur in het gebouw als onaangenaam wordt ervaren.
Deze geur blijft volgens de respondenten ‘hangen’ in de kleding.
3
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
verblindend licht
'droge lucht' 100%
bedompt / onfris / muf
80% te weinig kunstlicht
60%
te warm in de zomer
40% 20% te weinig daglicht
0%
galm/ onaangename akoestiek
te koud in de winter
tocht
geluid uit lokalen / gang
lawaai van buiten lawaai van installaties Redelijk goede NL basisschool
De Veenbrug
figuur 1: Overzicht van de binnenmilieuklachten per thema. Het ingekleurde gebied geeft het klachtenpatroon van medewerkers van een ’gemiddeld Nederlands schoolgebouw’ weer. Het gebied dat enkel omlijnd is met blauw geeft het klachtenpatroon van CBS De Veenbrug weer.
Vraag 2: Welke binnenmilieu-risicofactoren zijn aangetroffen tijdens de inspectie ter plaatse? Naar aanleiding van de uitkomsten van Fase 1, waarbij we de CO2-concentraties in de klaslokalen hebben beoordeeld, is aan bba binnenmilieu gevraagd een onderzoek ter plaatse uit te voeren om de binnenmilieuklachten in kaart te brengen. Deze inspectie heeft plaatsgevonden op 13 februari 2023. Door bba binnenmilieu is, onder begeleiding van de facility manager van het schoolbestuur, een observerend onderzoek uitgevoerd naar verschillende plekken in het gebouw, waarbij onder andere de kelder, de kruipruimtes, de klaslokalen en de ruimtes boven de plafonds zijn bekeken. Hierbij is ook gebruik gemaakt van rookproeven voor het bepalen van de luchtstroming in het gebouw en zijn er op een aantal plekken schimmeltesten uitgevoerd. Daarnaast zijn de ventilatievoorzieningen (zowel natuurlijk als mechanisch) beoordeeld. Onderdelen die een risicofactor vormen voor de gezondheid van de gebruikers zijn in volgende twee paragrafen uitgewerkt.
4
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
2.1 Door schimmel aangetaste dakplaten Bij binnenkomst in het schoolgebouw is direct een ‘’muffe en bedompte’’ geur waargenomen, met een piek van geur in het centrum van het gebouw. Bij het openen van de plafondplaten op deze locatie (zie figuur 2) is ter hoogte van de aansluiting tussen de speelzaal en de hal een oude lekkage gevonden (zie figuur 3). De geur is terug te leiden naar deze plek. Van deze plek zijn drie monsters genomen en onderzocht via een Mycometertest, waarmee is aangetoond dat het om schimmel gaat. In bijlage 1 is de monsteranalyse opgenomen. Ondanks dat de plek is opgedroogd, kan het nog wel leiden tot gezondheidsklachten, waaronder geurirritatie en luchtwegklachten. Deze klachten komen overeen met het klachtenpatroon uit figuur 1 met als indicatoren de ’muffe, bedompte en droge’ lucht.
Figuur 2. Locatie van de schimmelplek ter hoogte van de aansluiting tussen de gymzaal en de hal bij de keuken.
figuur 3. Schimmelplek ter hoogte van aansluiting speelzaal met centrale hal schoolgebouw. Doordat de afzuiging in de hal is geplaatst, wordt een onderdruk gecreëerd. De plafondplaten zijn niet luchtdicht afgesloten, waardoor de geur van onder de plafondplaten vandaan kan komen en zich in de hal kan verspreiden.
5
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
De geur wordt vervolgens geabsorbeerd door de poreuze materialen die in de school zijn toegepast, zoals de gipsvezelplafondplaten en het schoon metselwerk. De geur zal daardoor langdurig blijven vrijkomen. Naast gezondheidsgerelateerde klachten, komt met deze schimmelplek ook de constructieve integriteit in gevaar, doordat de plaat onderdeel is van de constructieve dakconstructie. 2.2 Verminderde functionaliteit ventilatiesystemen in klaslokalen Tijdens de inspectie is bij een steekproefsgewijze controle geconstateerd dat het Climarad ventilatiesysteem niet in alle klaslokalen naar behoren werkt. In ieder lokaal zijn vier van deze ventilatie-units toegepast. Tijdens het onderzoek ter plaatse bleek dat in het lokaal van groep 5/6 geen van de ventilatie-units functioneel was. Bij groep 1/2 en de peutergroep werkten enkel twee van de vier units.
Vraag 3: Welke maatregelen zijn nodig om het binnenklimaat in de school te verbeteren? Om het binnenklimaat te verbeteren zijn een aantal maatregelen nodig. In de adviezen is er rekening mee gehouden dat er binnen afzienbare termijn nieuwbouw plaatsvindt. Daarnaast gaan we ervan uit dat er maatregelen nodig zijn om de tijd tot de nieuwbouw te overbruggen. De onderstaande adviezen zijn hierop gebaseerd. 3.1 Aanpak door schimmel aangetaste dakplaten Idealiter wordt de complete beplating die is aangetast door schimmel in het dak vervangen. Doordat de beplating onderdeel is van de dakconstructie, is dit een grote ingreep. Daarom concluderen we dat het wenselijk is om de nieuwbouw van CBS De Veenbrug te versnellen, zodat hier geen dubbele kosten voor worden gemaakt. Alternatief voor korte termijn (om de periode tot aan de nieuwbouw te overbruggen) wordt geadviseerd om de aangetaste platen te behandelen en daarna luchtdicht in te pakken door aan de binnenzijde van het plafond een dampdichte folie aan te brengen en af te tapen met alutape (of soortgelijk). Hoe dit concreet gedetailleerd kan worden is te zien in figuur 4 op de volgende bladzijde. Belangrijk bij deze tijdelijke maatregel is dat de dakconstructie volledig droog is. Op basis van de visuele inspectie hebben we geen reden om aan te nemen dat er nog vocht in het plaatmateriaal zit.
Laat ter controle wel eerst een vochtmeting uitvoeren naar het materiaal. Daarnaast wordt geadviseerd om halfjaarlijks de schimmelplek te controleren op omvang en vochtigheid om te voorkomen dat de klachten alsnog toe gaan nemen. Daarnaast wordt geadviseerd om tijdens de overbruggingsperiode alle poreuze gipsplafondplaten in de hal te vervangen door gladde plafondplaten met een luchtdichte afwerking ter plaatse van de bron. Ook wordt geadviseerd het om het schoon metselwerk ter plaatse van de bar te schilderen, waardoor de geur wordt ’opgesloten’ in de wand (zie figuur 5). Het overige metselwerk is al geverfd.
6
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
figuur 4: Doorsnede detail voor het afplakken van de schimmel om geuroverdracht naar de hal te voorkomen1.
figuur 5: Een voorbeeld van schoon metselwerk dat overschilderd kan worden, waarbij de geur in de constructie kan worden ‘gevangen’. 3.2 Aanpak ventilatiesystemen in klaslokalen Zorg ervoor dat de Climarad ventilatiesystemen weer functioneren naar behoren, om voldoende luchttoevoer in de lokalen te borgen. Het op volle toeren laten draaien van de Climarad ventilatiesystemen zal een verhoogd geluid geven per klaslokaal. Echter wordt hiermee de luchtverversing verhoogd en dus de luchtkwaliteit verbeterd, waardoor dit een goede tijdelijke overbruggingsmethode is tot aan de nieuwbouw.
1 Dit detail is gemaakt op indicatieve basis. Het detail dient verder uitgewerkt te worden voor een uitvoerende partij wanneer het
gerealiseerd wordt.
7
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
Vraag 4: Komen uit dit onderzoek adviezen naar voren voor de nieuwbouw van de school? Bij deze inspectie zijn op de huidige locatie van de school geen factoren naar voren gekomen die bij de nieuwbouw speciale aandacht vereisen. De houtvezelfabriek, gelegen in de nabije omgeving van de school, kan wel van invloed zijn op de lokale luchtkwaliteit. In dit onderzoek is de invloed van de fabriek op de binnenmilieukwaliteit van de school en in hoeverre hier in de toekomst rekening mee gehouden moet worden, niet verder onderzocht. Om de binnenmilieukwaliteit van de nieuwbouw te borgen wordt geadviseerd om gebruik te maken van het Programma van Eisen Frisse Scholen en daarop ook in de ontwerp- en realisatiefase te toetsen. bba binnenmilieu kan hierbij desgewenst adviseren.
8
Binnenklimaat CBS De Veenbrug: Risicofactoren binnenklimaat
Bijlage 1 – Analyserapport Mycometer Onderstaande rapportage geeft de resultaten van de Mycometertest. Een Mycometer-surface Value boven 450 geeft aan dat sprake is van schimmelgroei. Dit is het geval in twee van de geanalyseerde monsters.
9