(Analoog) Ontwerpbestemmingsplan Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a Haarle - totaal
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle
September 2022
Ontwerp
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Bestemmingsplan Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle
Gemeente: Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
Hellendoorn Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle NL.IMRO.0163.BPBUOUDDVWGWTBWGHA-ON01 Bestemmingsplan Ontwerp September 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 8 LEESWIJZER .............................................................................................................................................. 11
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ....................................................................... 12 2.1
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ..................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 14 3.1 3.2 3.3
HET INITIATIEF........................................................................................................................................... 14 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING...................................................................................................................... 14 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 16
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 18 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 18 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 20 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 29
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 35 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 35 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 36 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 37 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 38 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 42 GEUR ...................................................................................................................................................... 45 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 46 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 48 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 49
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN ........................................................................ 52 6.1 6.2
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 52 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 55
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 57 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 57 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 57 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 59
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 61 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ........................................ 62 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 62 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 62 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 62
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 64 BIJLAGE 1: BIJLAGE 2:
RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 65 VERKENNEND BODEMONDERZOEK OUDE DEVENTERWEG 19 ...................................................................... 66
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11
HISTORISCH BODEMONDERZOEK WITTEBROEKSWEG 9-9A ......................................................................... 67 GROEPSRISICOBEREKENING BUISLEIDING ................................................................................................. 68 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 69 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 70 WATERTOETSRESULTAAT OUDE DEVENTERWEG 19 .................................................................................. 71 WATERTOETSRESULTAAT WITTEBROEKSWEG 9-9A ................................................................................... 72 REACTIE WATERSCHAP OP DIGITALE WATERTOETS ..................................................................................... 73 ADVIES OMGEVINGSDIENST TWENTE EXTERNE VEILIGHEID ..................................................................... 74 ADVIES VEILIGHEIDSREGIO TWENTE EXTERNE VEILIGHEID ........................................................................... 75
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een Rood-voor-Rood-ontwikkeling op de erven Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a in het buitengebied van Haarle. Op het voormalig agrarische erf Oude Deventerweg 19 staat een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw. Het voornemen bestaat dit gebouw met een oppervlakte van circa 527 m 2 te slopen en de sloopoppervlakte in te zetten in het kader van de Rood-voor-Rood-regeling, zoals deze is opgenomen in het beleid Nieuw Buitengebied. De te slopen vierkante meters zijn echter onvoldoende om aan de sloopnorm (1.000 m2) te kunnen voldoen. Om die reden wordt op het voormalig agrarisch erf aan de Wittebroeksweg 9-9a eveneens 708 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Ter compensatie van de sloop van deze voormalige bedrijfsbebouwing op beide locaties is het voornemen een woning te realiseren ten zuiden van de bestaande woning aan de Oude Deventerweg 19. De compensatiewoning wordt georiënteerd op de Vagevuursweg. Opgemerkt wordt dat op beide locaties alle asbestdaken worden gesaneerd, ook van de gebouwen die niet gesloopt worden. De bestaande bedrijfswoningen aan de Wittebroeksweg 9-9a worden omgezet naar reguliere woningen. Naar aanleiding van een planologisch principeverzoek heeft de gemeente Hellendoorn aangegeven positief tegenover de voorgenomen ontwikkeling te staan.
Om bovengenoemde ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het geldende bestemmingsplan vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied Oude Deventerweg 19 ligt circa 3,4 kilometer ten zuiden van de kern Haarle en 750 meter ten noorden van de kern Nieuw Heeten. Deelgebied Wittebroeksweg 9-9a ligt circa 1,5 kilometer ten westen van de kern Haarle. De ligging van beide deelgebieden zijn weergegeven in afbeelding 1.1.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haarle (Bron: PDOK.nl)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle”, bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0163.BPBUOUDDVWGWTBWGHA-ON01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan “Buitengebied 2009”. Dit bestemmingsplan is op 20 april 2011 door de gemeenteraad van Hellendoorn vastgesteld en op 15 juni 2011 onherroepelijk geworden. De regels van het bestemmingsplan zijn vervolgens partieel herzien (bestemmingsplan “Buitengebied 2009 herziening regels 2 – 2012”). Deze herziening is vastgesteld op 18 september 2012. De gewijzigde regels zijn – indien van toepassing – doorvertaald in voorliggend bestemmingsplan. Hierna wordt per deelgebied ingegaan op de planologische situatie: Oude Deventerweg 19 Het deelgebied Oude Deventerweg 19 heeft op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ de enkelbestemmingen ‘Wonen’, ‘Natuur’ en ‘Agrarisch’. Daarnaast is het deelgebied voorzien van de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduiding: • • •
Dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachtingswaarde Dubbelbestemming Leiding – Gas ‘Reconstructiewetzone – Verwevingsgebied’
In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Hierop is het plangebied indicatief weergegeven. Voor de exacte planbegrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. Aansluitend wordt kort ingegaan op de geldende bestemmingen.
Afbeelding 1.2: Uitsnede geldend bestemmingsplan Oude Deventerweg 19 (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen al dan niet in combinatie met een beroep aan huis en daarnaast voor: •
niet-agrarische nevenactiviteiten tot een gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 300 m² binnen bestaande voormalige bedrijfsgebouwen;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp •
tuinen en erven.
Binnen de woonbestemming is één woning toegestaan. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid. Omdat er geen bouwvlak aanwezig is, mag er niet gebouwd worden. De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • •
• • •
bosbouw; de instandhouding en ontwikkeling van bos ten behoeve van aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden; de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden met heide en met natte en droge natuur; instandhouding en ontwikkeling van aldaar voorkomende watergangen, sloten, meanders en andere waterpartijen; extensieve openluchtrecreatie.
Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting’ worden mogelijk aanwezige archeologische waarden in de grond beschermd en geldt daarom een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,3 meter onder peil. De dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ is op opgenomen vanwege de aanwezige aardgastransportleiding die langs de Vagevuursweg ligt. In paragraaf 5.4 wordt hier nader op ingegaan.
Wittebroeksweg 9-9a Het deelgebied Wittebroeksweg 9-9a is op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met bijbehorend bouwvlak. Daarnaast is het deelgebied voorzien van de volgende dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen: • • • •
Dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachtingswaarde; 2 bedrijfswoningen toegestaan; Intensieve veehouderij; Reconstructiewetzone – Verwervingsgebied;
In afbeelding 1.3 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Hierop is het plangebied indicatief weergegeven. Voor de exacte planbegrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. Aansluitend wordt kort ingegaan op de geldende bestemmingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Afbeelding 1.3: Uitsnede geldend bestemmingsplan Wittebroeksweg 9 (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid en vanwege de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ tevens een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf. Binnen het agrarisch bouwvlak mag één agrarisch bedrijf worden uitgeoefend en mogen gelet op de aanduiding ‘2 bedrijfswoningen toegestaan’ twee bedrijfswoningen aanwezig zijn. Daarnaast is deze locatie voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ worden mogelijk aanwezige archeologische waarden in de grond beschermd en geldt daarom een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,3 meter onder peil. 1.4.2
Strijdigheid
Op basis van het geldende bestemmingsplan is het niet mogelijk een extra woning aan de Oude Deventerweg naast nummer 19 te realiseren, aangezien de benodigde bouw- en gebruiksregels ter plaatse ontbreken. Daarnaast dient de locatie Wittebroeksweg 9 – 9a een woonbestemming te krijgen conform het feitelijke gebruik. De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk gemaakt worden door middel van een bestemmingsplanherziening, waarbij het slopen van de bebouwing en de landschappelijke inpassing juridischplanologisch wordt verankerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. In hoofdstuk 3 is de gewenste situatie omschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Huidige situatie plangebied
Hieronder wordt per deelgebied ingegaan op de huidige situatie 2.1.1
Oude Deventerweg 19
Het deelgebied Oude Deventerweg 19 ligt in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn ten zuiden van de kern Haarle. Het erf ligt vlakbij de gemeentegrens met de gemeente Raalte en op korte afstand van de kern Nieuw Heeten. Aan de west,- noord- en oostzijde wordt het erf begrensd door respectievelijk de Poggenbeltweg, Oude Deventerweg en Vagevuursweg. Ten zuiden grenst het erf aan bos. Het betreft een voormalig agrarisch erf dat reeds jaren voor wonen wordt gebruik en in het bestemmingsplan ook een woonbestemming heeft. Op het erf staan een woonhuis met bijbehorend bijgebouw, een zwembad en een oude varkensschuur. Verder staat op het erf een chalet waarvoor de gemeente Hellendoorn in 1990 een vrijstelling van artikel 21 van de toenmalige Kampeerwet heeft verleend. Op onderstaande luchtfoto is de huidige situatie weergegeven. Het plangebied is hier met een rode omlijning weergegeven. Opgemerkt wordt dat de planbegrenzing indicatief is weergegeven.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie Oude Deventerweg 19 (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 2.1.2
Wittebroeksweg 9-9a
Het plangebieddeel Wittebroeksweg 9-9a ligt eveneens in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn ten westen van de kern Haarle. Het betreft hier een voormalig agrarisch erf. Het erf wordt aan de oostzijde begrensd door de Wittebroeksweg en aan de noordzijde bevindt zich op enige afstand de Raamsweg. Aan de overige zijden bevinden zich agrarische cultuurgronden. Op het erf staan twee bedrijfswoningen en diverse verspreid staande voormalig agrarische bedrijfsgebouwen. Op onderstaande luchtfoto is de huidige situatie weergegeven. Het plangebied is hier met een rode omlijning weergegeven. Opgemerkt wordt dat de planbegrenzing indicatief is weergegeven.
Afbeelding 2.2: Luchtfoto huidige situatie Wittebroeksweg 9-9a (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
HOOFDSTUK 3 3.1
GEWENSTE SITUATIE
Het initiatief
Zoals in de inleiding reeds benoemd wil initiatiefnemer met toepassing van de Rood-voor-Rood-regeling een nieuwe woning realiseren aan de Vagevuursweg, ten zuiden van de bestaande woning aan de Oude Deventerweg 19. Om dit te kunnen bewerkstelligen wordt op het erf Oud Deventerweg 19 een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw met een oppervlakte van circa 527 m2 gesloopt. Daarnaast wordt aan de Wittebroeksweg 9-9a 708 m2 voormalig agrarische bebouwing gesloopt. De gezamenlijke sloopoppervlakte (1235 m2) ligt ruim boven de sloopnorm van het Beleid Nieuw Buitengebied (1000 m 2). De afbraak van deze landschapsontsierende bebouwing in combinatie met een goede landschappelijke inpassing geven initiatiefnemer het recht ter compensatie een woning te realiseren ten zuiden van de bestaande woning aan de Oude Deventerweg 19. Verder worden aan zowel de Oude Deventerweg 19 als de Wittebroeksweg 9-9a alle asbestdaken gesaneerd. Dit geldt ook voor de gebouwen die behouden blijven. Deze krijgen een nieuwe dakbedekking. Hiermee wordt een flinke bijdrage geleverd aan het asbestvrij maken van het buitengebied. De extra sloopmeters, bovenop de sloopnorm (235 m2) wil men graag inzetten voor extra bijbouwmogelijkheden voor de compensatiewoning aan de Vagevuursweg. Hierbij wordt conform het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ een sloop/terugbouw verhouding van 1 op 4 gehanteerd.
Dat betekent dat er 58,75 m2 extra bijgebouwen gebouwd kunnen worden. Deze meters worden opgeteld bij hetgeen vergunningsvrij zou zijn toegestaan op het nieuwe erf (150 m2). Redenatie hiervoor is dat dit gelijk is aan wanneer men het stapsgewijs zou doen: eerst conform vergunningsvrij bouwen 150 m 2 realiseren en in een later stadium via een sloopvoucher extra vierkante meters erbij kopen. De totale oppervlakte bijbehorende bouwwerken bedraagt hierdoor 208,75 m2. Zowel de erven aan de Oude Deventerweg 19 als Wittebroeksweg 9-9a krijgen een woonbestemming en worden zorgvuldig landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken die ter plaatse aanwezig zijn. Door de erfontwikkelaar is voor beide locaties een ruimtelijk kwaliteitsplan gemaakt. Hieronder wordt deze per locatie nader uiteengezet. Het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan is in bijlage 1 van deze toelichting opgenomen. Daarnaast is de uitvoering en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitsplan via een voorwaardelijke verplichting juridisch geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.
3.2
Landschappelijke inpassing
Oude Deventerweg 19 Op het erf aan de Oude Deventerweg 19 wordt een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw van circa 527 m 2 gesloopt. Deze schuur is met rode omlijning en nr. 7 op de erfinrichtingstekening in het ruimtelijk kwaliteitsplan aangeduid. In de nieuwe situatie ontstaan er twee erven. Het erf met de bestaande woning Oude Deventerweg 19 met bijbehorend aangebouwd bijgebouw, garage en chalet. Ten zuidoosten hiervan is de compensatiewoning beoogd met bijbehorend bijgebouw en hooiberg. De compensatiewoning krijgt een eigen ontsluiting op de Vagevuursweg. Het erf aan de Oude Deventerweg is onderdeel van het jonge ontginningslandschap. Daarom is er gekozen om de woningen en bijgebouwen aan elkaar uit te lijnen. Daarbij is de compensatiewoning gericht op de Vagevuursweg. De inpassing bestaat uit opgaand groen (houtsingel/erfbosje) en bomen. Het erf hoeft niet geheel afgeschermd te worden. Het eindbeeld is een reeks bebouwing tegen de bosrand. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Afbeelding 3.1: Erfinrichtingstekening Oude Deventerweg 19 (Bron: De Erfontwikkelaar)
Wittebroeksweg 9-9a Aan de Wittebroeksweg 9-9a stoppen de agrarische activiteiten en worden een vijftal voormalig agrarische opstallen met een gezamenlijke oppervlakte van circa 708 m2 gesloopt. Deze bebouwing is met rode omlijning en het nummer 4 aangeduid op de erfinrichtingstekening in het ruimtelijk kwaliteitsplan. De bestaande bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken en een wagenberging (nr. 3) van 147 m2 blijven behouden. Voor de zuidelijk gelegen woning geldt dat er drie schuren (deels) en de wagenberging geheel behouden blijven en worden gerenoveerd. Deze schuren worden ingezet voor de noodzakelijke privéopslag en de stalling van materieel voor het onderhoud van 10 ha gronden die in bezit blijven bij de bewoner. Deze is namelijk in bezit van een fors aantal machines en werktuigen. Het is zeer wenselijk dit materieel binnen te kunnen stallen voor het behoud van het materieel en de uitstraling van het nieuwe erf. Het erf aan de Wittebroeksweg ligt op de overgang van het essen- en hoevenlandschap naar het jonge ontginningslandschap. Hier zijn de erven wat ‘losser’ qua opbouw en bestaat de landschappelijke inpassing met name uit bomen. Bestaande groenstructuren worden hier hersteld door de aanplant van bomen en struiken. Daarnaast worden er op het erf bomen en struiken aangeplant die de te behouden schuren inpassen.
Het erf moet zich als eenheid in het landschap blijven presenteren. Voor behoud van met name de wagenberging wordt door de gemeente aangegeven dat een forse eis geldt inzake de landschappelijke inpassing. Dit vanwege ligging aan de zuidkant van het erf. Het gebouw wordt in afstemming met de gemeente extra landschappelijk ingepast met een bomensingel en erfbosje, zodat deze in de nieuwe situatie goed binnen het landschap past. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Afbeelding 3.2: Erfinrichtingstekening Wittebroeksweg 9-9a (Bron: De Erfontwikkelaar)
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Nota Parkeernormen (vastgesteld d.d. 21 september 2021). De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. De gemeente Hellendoorn hanteert een vaste norm per functie. Indien minimum en maximumnormen worden opgesteld, wordt in vrijwel alle situaties de minimumnorm als realisatienorm gehanteerd. Vorenstaande is overgenomen in de normering die is opgenomen in de Nota parkeernormen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 3.3.2
Uitwerking
3.2.2.1 Verkeersgeneratie De ontwikkeling voorziet aan de Oude Deventerweg in een extra woning met bijbehorende verkeersbewegingen. De wegen in de omgeving kunnen de geringe extra verkeersbewegingen eenvoudig aan. Het nieuwe erf zal via een nieuw in- uitrit op de Vagevuursweg worden ontsloten. Aan de Wittebroeksweg 9-9a wordt de agrarische bestemming omgezet in een woonbestemming voor de twee aanwezige bedrijfswoningen. De verkeersgeneratie behorende bij een agrarisch bedrijf komt hiermee te vervallen, waardoor er per saldo sprake is van een verbetering. 3.3.2.2 Parkeren Voor wat betreft parkeren geldt dat er voor een vrijstaande woning afgerond drie parkeerplaatsen benodigd zijn. Voor zowel de bestaande woningen als de compensatiewoning, geldt dat op eigen erf voldoende ruimte is om hierin te voorzien. In afbeelding 3.1 en 3.2 is dit goed te zien. 3.3.3
Conclusie
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio’s
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld. In 2018 zijn de visie en verordening partieel herzien. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.
Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
Lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1.
2.
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door het toepassen van de rood voor rood regeling neemt de hoeveelheid landschapontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt één compensatiewoning teruggebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Daarnaast vindt de ontwikkeling (het bouwen van een compensatiewoning) plaats op en aansluitend aan een bestaand erf. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5.
Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5)
Lid 1: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hellendoorn. Deze meerwaarde vertaalt zich in: • • •
de sloop van circa 1.235 m2 aan landschapsontsierende bebouwing op twee locaties in het buitengebied; de sanering van asbest en overtollige erfverharding; het versterken van de landschappelijke kwaliteit (zie ook hoofdstuk 3), door de deelgebieden conform de gebiedskenmerken landschappelijk in te passen.
Tevens wordt uitvoering gegeven aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel, past de ontwikkeling binnen het ontwikkelingsperspectief en is toepassing gegeven aan de vier-lagenbenadering. In de volgende paragrafen wordt hier verder op ingegaan. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. In paragraaf 4.2.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een compensatiewoning op basis van de rood voor rood regeling. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale markt. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Bij de overige afwegingen in de eerste fase ‘Of - generieke beleidskeuzes’ zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het hoofdzakelijk om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •
de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.
De deelgebieden kennen op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen, waarbij de deelgebieden met rode ster zijn aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Afbeelding 4.2: Ontwikkelingsperspectieven: ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap (Bron: Provincie Overijssel)
‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” In voorliggend geval wordt voormalige agrarische bebouwing op twee locaties in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn gesloopt en wordt het recht op een compensatiekavel in het kader van de rood voor rood regeling verkregen. De voormalige agrarische bedrijfswoningen aan de Wittebroeksweg worden gewijzigd naar een reguliere woonbestemming met bijpassende bouwmogelijkheden voor hobbymatig agrarisch medegebruik.
Functieverandering naar wonen is een van de voor de hand liggende opties bij het stoppen van agrarische activiteiten en kunnen als passend binnen het ontwikkelingsperspectief worden beschouwd. In BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp hoofdstuk 5 wordt aangetoond er geen sprake is van belemmeringen ten aanzien van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven (zie paragraaf 5.5 en 5.6). De gewenste ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” en “Laag van beleving” kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze lagen van toepassing zijn. 1.
De “Natuurlijke laag”
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De deelgebieden zijn op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Dekzandvlakte en ruggen” en “Beekdalen en natte laagtes. In afbeelding 4.3 is dat weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Afbeelding 4.3: De Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. ‘Beekdalen en natte laagtes’ Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan het de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn reeds in cultuur gebracht en ingericht als agrarisch erf met bedrijfsgebouwen en bijbehorende woningen. De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van dit plan, die uitgaan van sloop van ontsierende gebouwen en het realiseren van woonerven (waaronder een nieuw woonerf aan de Oude Deventerweg) met veel ruimte voor groen en landschap, doet geen verdere afbreuk aan de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag. Het nog aanwezige natuurlijke reliëf wordt met dit plan niet aangetast. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de natuurlijke ondergrond. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’.
2.
De “Laag van het agrarische cultuurlandschap”
In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De deelgebieden zijn aangeduid met de gebiedstypen “Jong heide en broekontginningslandschap” (oude Deventerweg) en “Oude hoevenlandschap”(het erf aan de Wittebroeksweg ligt op de overgang van het essenen hoevenlandschap naar het jonge ontginningslandschap). In afbeelding 4.4 is dit weergegeven
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp
Afbeelding 4.4: De Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
‘Jonge heide- en ontginningslandschap’ De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. ‘Oude Hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen.
Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarische cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van de erven met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. In hoofdstuk 3 en in het ruimtelijk kwaliteitsplan in bijlage 1 wordt hier uitgebreid om ingegaan. Daarmee is de ontwikkeling is overstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit plan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.3.1
Beleid Nieuw Buitengebied
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Hellendoorn heeft in juni 2020 de beleidsnotitie ‘Nieuw Buitengebied’ vastgesteld. Deze beleidsregel vervang de eerdere beleidsnotitie ‘Vrijkomende gebouwen in het buitengebied’. De beleidsregels bieden de basis voor projecten in het kader van rood voor rood en de kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO). De basis van het beleid is het stappenplan. Via dit stappenplan worden initiatiefnemers van nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied op weg geholpen en mogen ze zelf aan de slag gaan met het vormgeven van die ontwikkelingen. Het stappenplan geeft richting aan de gebiedsgerichte aanpak. Door alle stappen zorgvuldig te doorlopen, zal een goede start gemaakt worden met het opzetten van een integraal plan. Op deze manier probeert de gemeente de initiatiefnemer te verleiden om nieuwe verbindingen te leggen en extra kansen te grijpen die er liggen, ook met betrekking tot toekomstige opgaven. De stappen gaan achtereenvolgens in op verschillende karakteristieken en onderdelen van het landschap en de planontwikkeling. In de volgende subparagraaf wordt ingegaan op dit stappenplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 4.3.1.2 Stappenplan 1.
Gebiedskenmerken
Gebiedskenmerken voor de locatie zijn de ondergrond en het landschap. Op basis van de gebiedskenmerken wordt nagedacht over wat mogelijk is op deze plek. In welk gebied vinden ontwikkelingen plaats en wat zijn de kenmerken van deze plek? Veel van de bestaande waardevolle kenmerken van het gebied zijn te linken aan de ondergrond. Kunnen deze waardevolle kenmerken versterkt worden of teruggebracht worden? 2.
Identiteit
In 2014 is door de raad van Hellendoorn de omgevingsvisie 'Natuurlijk Avontuurlijk' vastgesteld. In deze visie is een hoofdstuk gewijd aan de identiteit van Hellendoorn. Deze input wordt gebruikt in het stappenplan om aansluiting te vinden in het gebied met een passende ontwikkeling. 3.
Gebiedsopgaven
In Nederland zijn een paar belangrijke gebiedsopgaven van toepassing in het landelijk gebied. Dat is ook de aanleiding om deze stap toe te voegen aan het geheel. Door gebiedsopgaven en andere ontwikkelingen te koppelen kan kwaliteit en noodzaak met elkaar verbonden worden. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan belangrijke maatschappelijke opgaven. Grote opgaven voor het buitengebied van Hellendoorn zijn er op het gebied van energie, natuur en landschap, klimaat en landbouw. 4.
Verbinden
Communicatie is een belangrijk middel om te zorgen dat ontwikkelingen verbonden worden. Verbonden worden met andere ontwikkelingen, maar ook met de omgeving, de buren of andere ondernemers. Een binding hebben met een ontwikkeling zorgt voor meer draagvlak en beleving. 5.
Wensen
Wanneer een plan gemaakt wordt, zijn er verschillende wensen en ideeën van betrokken partijen. Deze wensen moeten samen een plan gaan vormen. In deze stap is het de bedoeling om te laten zien dat de verschillende wensen samen een integraal en passend plan vormen voor de locatie. 6.