CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

afschrift akte van statutenwijziging Quo Vadis Stichting voor Basisonderwijs

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente HellendoornBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging statuten Stichting Varietas5.995 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

DOSSIER

:

E/28852.02

DATUM

:

01-04-2020

AKTE

:

STATUTENWIJZIGING QUO VADIS STICHTING VOOR BASISONDERWIJS nieuwe naam: STICHTING VARIETAS

Op een april tweeduizend twintig verscheen voor mij, mr. Elisabeth Antonia Maria Oonk, toegevoegd notaris (in deze akte verder te noemen notaris), bevoegd om akten te passeren in het protocol van mr. Arthur Jozef Savio Maria de Kok, notaris te Borne: mevrouw Harmke Johanna Hof, geboren te Borne op vijfentwintig juni negentienhonderd zesenzestig, kantooradres: Bekenhorst 15, 7622 CJ Borne, handelend als schriftelijk gemachtigde van het bestuur van de stichting: QUO VADIS STICHTING VOOR BASISONDERWIJS, statutair gevestigd te Deventer, adres: Bosanemoon 30, 7422 NW Deventer, handelsregisternummer: 41244139, RSIN nummer: 002830012, hierna te noemen: ‘de Stichting’. De verschenen persoon heeft mij, notaris, het volgende verklaard: INLEIDING 1. De Stichting is opgericht op een en dertig december negentienhonderd twee en vijftig. 2. De statuten van de Stichting zijn voor het laatst (geheel) gewijzigd bij notariële akte op een en dertig maart tweeduizend vijftien verleden voor mr. P.R. Moerland, notaris in de gemeente Aalten. 3. Het bestuur van de Stichting heeft op drie maart tweeduizend twintig besloten de statuten te wijzigen als gevolg van de overdracht van de stichting Roos, gevestigd te Rijssen-Holten, aan de Stichting zodat de Stichting een samenwerkingsstichting wordt als bedoeld in artikel 17 van de Wet op het primair onderwijs.

De verschenen persoon is door het bestuur gemachtigd om deze statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. 4. De gemeenten Rijssen-Holten, Hellendoorn, Wierden en Twenterand dienen op grond van artikel 17 van de Wet op primair onderwijs in te stemmen met de statutenwijziging. Vanwege de crisissituatie in de samenleving die is ontstaan door het coronavirus (COVID-19) zijn de raadsvergaderingen van deze gemeenten, waarin de instemming met de statutenwijziging op de agenda stond, afgelopen maand niet doorgegaan. De gemeenteraden hebben echter, zoals blijkt uit de aan deze akte vastgemaakte brieven van deze gemeenten, aangegeven in te stemmen met de statutenwijziging dan wel geen problemen te verwachten bij de formele besluitvorming tot instemming met de statutenwijziging in de eerstvolgende te houden raadsvergadering. Het bestuur heeft verder voor het besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring verkregen:

2

-

van de Raad van Toezicht van de Stichting (vereist volgens artikel 17 lid 1 van de statuten van de Stichting); het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt, en van de Nederlandse Katholieke Schoolraad (vereist volgens artikel 19 van de statuten van de Stichting); het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. STATUTENWIJZIGING Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met onmiddellijke ingang als volgt: STATUTEN NAAM EN VESTIGING Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: Stichting Varietas. 2. Zij is gevestigd in de gemeente Deventer. 3. Zij is opgericht voor onbepaalde tijd maar ten minste voor vijf jaren. DOEL Artikel 2 De stichting heeft ten doel, zonder winstoogmerk, het geven en faciliteren van openbaar en bijzonder primair onderwijs, zo mogelijk in afzonderlijke scholen voor openbaar of bijzonder onderwijs. GRONDSLAG EN OPENBAAR KARAKTER Artikel 3 1. De scholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing en met eerbiediging van ieders godsdienst. Voor de scholen met een bijzondere richting geldt aanvullend dat ouders de grondslag dienen te onderschrijven. 2. Het onderwijs aan de openbare scholen van de stichting wordt gegeven overeenkomstig de beginselen van het openbaar onderwijs met inachtneming van artikel 46 van de Wet op het primair onderwijs. 3.

Het onderwijs aan de katholieke scholen wordt gegeven op katholieke grondslag. De stichting wil daarbij ten aanzien van het katholiek onderwijs handelen volgens de regelingen betreffende het katholiek onderwijs, die op grond van het gezamenlijk overleg in de Nederlandse Katholieke Schoolraad zijn vastgesteld alsmede volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs (dit reglement hierna te noemen: ARKO). 4. Het onderwijs aan de protestants-christelijke scholen wordt gegeven in de bedding van de protestants-christelijke traditie. De Bijbel als Woord van God voor de wereld is daarbij de bron die inspireert en richting geeft. Jezus Christus neemt daar een bijzondere plaats in. 5. Het onderwijs aan de interconfessionele scholen wordt gegeven op interconfessionele grondslag. Het onderwijs gaat daarbij uit van de christelijke beginselen met als richtsnoer het Evangelie van Jezus Christus zoals het tot ons komt vanuit de Bijbel en door de kerken wordt uitgedragen. 6. Het onderwijs aan de algemeen-bijzondere scholen wordt gegeven op neutrale gronden waarbij aandacht wordt gegeven aan de godsdienstige, levensbeschouwelijke en

3

maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de verscheidenheid van die waarden. 7. Binnen een samenwerkingsschool zal zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs worden aangeboden. De richting van het aangeboden bijzonder onderwijs wordt bepaald door de richting van de overgedragen bijzondere school. 8. Het College van Bestuur borgt op stichtingsniveau de invulling van de grondslag of het openbare karakter van de afzonderlijke scholen. De grondslag of het openbare karakter van de school wordt op schoolniveau in de schoolplannen vormgegeven. IDENTITEIT Artikel 4 1. Er is op stichtingsniveau een Bestuurlijke Commissie Identiteit. 2. Deze commissie adviseert gevraagd en ongevraagd het College van Bestuur en de Raad van Toezicht. 3. De omvang en de werkwijze van deze commissie worden vastgelegd in een reglement dat wordt vastgesteld door het College van Bestuur na overleg met de (beoogde) commissie en na goedkeuring van de Raad van Toezicht. Artikel 5 1. Aan een samenwerkingsschool, zoals bedoeld in artikel 3, lid 7, is een identiteitscommissie verbonden. 2. Voor een identiteitscommissie als bedoeld in lid 1 geldt het volgende: a.

De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het College van Bestuur en de directeur van de samenwerkingsschool over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de bijzondere grondslag van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. b. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De identiteitscommissie bestaat uit maximaal vier leden. De leden worden (her)benoemd en ontslagen door het College van Bestuur. Benoeming vindt plaats op voordracht van de directeur, na verkregen advies van de medezeggenschapsraad van de school. c. Een lid van de identiteitscommissie wordt benoemd voor de duur van vier jaren. Aftredende leden kunnen ten hoogste éénmaal worden herbenoemd. d. De identiteitscommissie overlegt twee keer per schooljaar met de directeur van de samenwerkingsschool. e. In geval van een geschil tussen het College van Bestuur en de identiteitscommissie zal in eerste aanleg een oplossing worden gezocht door middel van mediation of bemiddeling. Indien dit niet tot een oplossing leidt, zal het geschil worden beslecht via arbitrage of bindend advies. f. Elke identiteitscommissie kan een eigen intern reglement vaststellen.

MIDDELEN Artikel 6 De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door in elk geval:

4

a.

het oprichten, overnemen en beheren van scholen voor openbaar, katholiek, protestants-christelijk, interconfessioneel, algemeen-bijzonder en ander bijzonder primair onderwijs; b. het aandacht besteden aan de kwaliteit in brede zin van het op de scholen te geven onderwijs; c. in de schoolplannen en schoolgidsen van elke school aan te geven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de school. Hierbij zal recht worden gedaan aan de geldende afspraken met betrekking tot de betreffende identiteit. Voor wat betreft de katholieke scholen is dat overeenkomstig hetgeen daarover in het ARKO is bepaald. d. het samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven en/of activiteiten op het gebied van onderwijs uitvoeren; e. het samenwerken met ketenpartners die zich richten op de zorg voor het kind; f. het benutten van alle wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn. INRICHTING VAN DE STICHTING Artikel 7 1. De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit. 2. De stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent als organen een College van Bestuur en een Raad van Toezicht. COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 8: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. Het College van Bestuur bestaat uit maximaal twee (natuurlijke) personen.

De Raad van Toezicht stelt het aantal personen vast. 2. De Raad van Toezicht stelt voor de benoemingsprocedure een regeling vast. 3. De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen, met inachtneming van de bepalingen uit de Wet medezeggenschap op scholen, voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd voor een door de Raad van Toezicht te bepalen termijn. 4. De Raad van Toezicht heeft de verplichting een sollicitatiecommissie in te stellen met inachtneming van de bepalingen uit de Wet medezeggenschap op scholen. 5. De voorzitter van het College van Bestuur wordt door de Raad van Toezicht in functie benoemd en is eindverantwoordelijk voor de bestuurlijke taken. 6. De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag/het openbaar karakter en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming. De Raad van Toezicht hanteert het uitgangspunt dat het bestuur een afspiegeling vormt van de in de stichting deelnemende richtingen. 7. Een lid van het College van Bestuur kan niet tevens lid zijn van de Raad van Toezicht. 8. Een lid van het College van Bestuur kan te allen tijde door de Raad van Toezicht worden geschorst en ontslagen. 9.

Ter zake van schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag, besluit de Raad van Toezicht met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Het betrokken lid van het College van Bestuur wordt in de

5

gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 10. Bij het ontstaan van een vacature in het College van Bestuur, zal de Raad van Toezicht daarin zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig College van Bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 11. Bij ontstentenis of belet van een lid van het College van Bestuur, neemt het overblijvende lid het gehele College van Bestuur waar. 12. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur of van het enig (overgebleven) lid, regelt de Raad van Toezicht de onafhankelijke waarneming van de taken van het College van Bestuur. Artikel 9: Taak en bevoegdheid 1. Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen. 2. Aan het College van Bestuur komen alle bevoegdheden ten aanzien van de stichting en de scholen toe, met uitzondering van de bevoegdheden die op grond van wetgeving en/of deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend. 3.

Het College van Bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks met in achtneming van lid 4 aanhef en sub m van dit artikel. 4. Het College van Bestuur heeft voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het vaststellen van het strategisch meerjarenbeleid/-plan en de beleidskaders voor de stichting en scholen; b. het vaststellen van de begroting en het jaarverslag conform de geldende weten regelgeving; c. het wijzigen van de statuten; d. de ontbinding van de stichting; e. een fusie of splitsing van de stichting; f. het managementstatuut, de klachtenregeling, het treasury-statuut, de klokkenluidersregeling; g. het aangaan van (financiële) verplichtingen en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en buiten een door de Raad van Toezicht vastgesteld en aan het College van Bestuur schriftelijk medegedeeld bedrag vallen; h.

onderwerpen waarover een (potentieel) tegenstrijdig belang dan wel een verstrengeling van belangen bestaat ten aanzien van één of meer leden van het College van Bestuur; i. het vaststellen van het bestuursreglement; j. het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere onderwijs gerelateerde instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; k. de beëindiging van de dienstbetrekking van meer dan vijf procent (5%) van de werknemers tegelijkertijd of binnen een tijdsbestek van een half jaar;

6

l. m.

een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt; n. de wijziging van de grondslag/openbaar karakter, opheffing, stichting, overname, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van een of meer van de scholen; o. alle andere bij wet- of regelgeving voorgeschreven besluiten die de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven. 5. Het College van Bestuur neemt besluiten. Bij een tweehoofdig College van Bestuur worden besluiten genomen op basis van consensus. Bij het ontbreken hiervan heeft de voorzitter de beslissende stem. 6. Het College van Bestuur laat zich bij het vervullen van taken en het uitvoeren van bevoegdheden gevraagd of ongevraagd adviseren door: a. de Raad van Toezicht; b. de schoolleiding; c. de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad; d. in dienst van de stichting zijnde of door het College van Bestuur te benoemen deskundigen en/of commissies van advies en bijstand. 7. Het College van Bestuur stelt na goedkeuring van de Raad van Toezicht een bestuursreglement vast dat met inachtneming van het in deze statuten bepaalde in elk geval omvat: a.

een nadere omschrijving van de taken en bevoegdheden en de werkwijze van het College van Bestuur; b. een regeling omtrent de te houden vergaderingen en de wijze van besluitvorming bij een eenhoofdig College van Bestuur en bij een tweehoofdig College van Bestuur; c. een nadere omschrijving van de rapportages aan de Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 14 van deze statuten. 8. Voor zover het College van Bestuur bestaat uit twee personen, zijn de vergaderingen van het College van Bestuur openbaar voor zover het College van Bestuur niet gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. 9. Indien het College van Bestuur uit één persoon bestaat, worden alle belangrijke besluiten, waaronder in ieder geval begrepen zijn de besluiten van het College van Bestuur die de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven, schriftelijk vastgelegd en toegezonden aan de Raad van Toezicht, voorafgaand aan hun vergadering. Artikel 10. Defungeren Een bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn onder curatelestelling of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c. door zijn aftreden op eigen verzoek; d. door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht; e. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;

7

f. g. h.

door het einde van zijn dienstverband met de stichting; door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt. RAAD VAN TOEZICHT Artikel 11: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. De stichting kent een Raad van Toezicht die bestaat uit ten minste vijf en maximaal zeven personen. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt door de Raad van Toezicht vastgesteld met algemene stemmen, in een vergadering waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Een lid kan bij een dergelijk besluit een ander lid schriftelijk machtigen. Een lid kan bij een dergelijk besluit maximaal één ander lid vertegenwoordigen. 2. De leden van de Raad van Toezicht worden door de Raad van Toezicht benoemd op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. 3. In geval de Raad van Toezicht uit vijf of zes personen bestaat, wordt één lid benoemd na goedkeuring door de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt. In geval de Raad van Toezicht uit zeven personen bestaat, hebben de gemeenteraden, bedoeld in de vorige volzin, een goedkeuringsrecht voor twee leden. 4.

De Raad van Toezicht vormt een afspiegeling van de in de statuten genoemde grondslagen. 5. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één lid van de Raad van Toezicht. 6. De leden die benoemd worden op grond van lid 3 en lid 5 nemen zitting zonder last of ruggespraak. 7. Het reglement van de Raad van Toezicht regelt de benoemingsprocedure. 8. De leden van de Raad van Toezicht dienen de grondslag/het openbaar karakter en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting, zoals omschreven in de artikelen 2 en 3 van deze statuten. 9. Tot lid van de Raad van Toezicht zijn niet benoembaar: a. een lid van het College van Bestuur van de stichting; b. de persoon die in dienstbetrekking is bij de stichting; c. leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en leden van de medezeggenschapsraden van de scholen; d. personen die (on)middellijk betrokken zijn bij de levering van goederen of diensten aan de stichting, tenzij de overige leden van de Raad van Toezicht hier unaniem hun toestemming aan geven; e. leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders en gemeenteraadsleden van de gemeenten waarin de stichting een school/scholen heeft gevestigd; f.

familieleden in de eerste en tweede graad van de leden van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur; g. ouders/verzorgers van leerlingen van de scholen van de stichting. 10. Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar en treden periodiek af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van

8

aftreden. Aftredende leden kunnen terstond eenmaal worden herbenoemd, waarbij de maximale zittingsduur niet langer dan acht jaren kan zijn. 11. Ingeval van een of meer vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overblijvende leden een wettig samengestelde Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures. 12. De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met twee/derde meerderheid van de stemmen besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan, evenwel niet dan nadat aan het betreffende lid de gelegenheid is geboden om zich in de vergadering te verantwoorden en te doen verdedigen. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De schorsing wordt uitgesproken in een vergadering waarin in ieder geval de overige leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Het betreffende lid heeft in deze vergadering geen stemrecht en verliest het stemrecht als de schorsing geëffectueerd is. 13. De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Artikel 12: Taak en bevoegdheden 1. De Raad van Toezicht functioneert onafhankelijk van het College van Bestuur. 2.

Onverminderd het bepaalde in deze statuten, de van toepassing verklaarde code voor goed bestuur en de Wet op het primair onderwijs houdt de Raad van Toezicht deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het College van Bestuur, in het bijzonder op: a. de verwezenlijking van de in deze statuten genoemde grondslagen, het openbare karakter en de doelstelling van de stichting; b. het naleven van wet- en regelgeving; c. het naleven van de voor de stichting vastgestelde code voor goed bestuur; d. de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen; e. het functioneren van het College van Bestuur; f. het belang van het onderwijs; g. de algemene gang van zaken binnen de stichting; h. alle andere aangelegenheden voor zover bij wet- of regelgeving is voorgeschreven. 3. De Raad van Toezicht fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur. In die hoedanigheid komen de Raad van Toezicht alle arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen toe waaronder de vaststelling van een sectorconforme en wettelijk bepaalde beloning. 4. De Raad van Toezicht kan leden van het College van Bestuur in elk geval schorsen of ontslaan, indien: a. er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk bestuur; b.

er ernstige aanwijzingen zijn dat een lid van het College van Bestuur niet geschikt is voor zijn taak; c. er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen of nalaten in strijd met de wet of deze statuten; d. niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 14;

9

e.

er sprake is van maatschappelijk onbetamelijk gedrag van dien aard dat bij het aanblijven van de betrokken persoon het imago van de stichting ernstig wordt geschaad. 5. De Raad van Toezicht benoemt een registeraccountant die de jaarstukken controleert en hiervan aan de Raad van Toezicht verslag doet. 6. De Raad van Toezicht stelt met inachtneming van het bepaalde in deze statuten een reglement voor de Raad van Toezicht vast. 7. De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad terzijde. 8. De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 9. De Raad van Toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden in het jaarverslag. 10. De Raad van Toezicht kan besluiten om commissies in te stellen. Artikel 13: Vergaderingen en besluiten 1. De Raad van Toezicht vergadert ten minste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als een lid van de Raad van Toezicht of een lid van het College van Bestuur het nodig acht. 2. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn besloten, tenzij de raad besluit, op verzoek van een belanghebbende of eigenstandig, tot openbaarheid van de vergadering of een deel van de vergadering.

Een dergelijk gemotiveerd verzoek van een belanghebbende wordt minimaal één week voorafgaand aan de vergadering ingediend bij de voorzitter van de Raad van Toezicht. 3. Behoudens in die gevallen, waar de statuten uitdrukkelijk anders bepalen, neemt de Raad van Toezicht zijn besluiten met een meerderheid van stemmen in een vergadering, waar meer dan de helft van zijn leden vertegenwoordigd is. 4. Een lid van de Raad van Toezicht kan ten hoogste één ander lid vertegenwoordigen. 5. De vergadering bepaalt zelf de wijze van stemming. 6. Indien de stemmen staken is het oordeel van de voorzitter doorslaggevend. 7. Het reglement bedoeld in artikel 12, lid 6 bevat nadere aanwijzingen over de wijze van vergaderen, stemming en besluitvorming. Artikel 14: Informatieverschaffing aan de Raad van Toezicht 1. Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over het door het College gevoerde bestuur, de uitvoering van zijn taken en de resultaten van de organisatie in zijn algemeenheid en de in lid 2 genoemde aangelegenheden in het bijzonder. 2. Het College van Bestuur verschaft daartoe de Raad van Toezicht (gevraagd en ongevraagd) tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a.

de begroting en het jaarverslag als bedoeld in artikel 17 leden 3 en 4 alsmede de jaarlijkse accountantsverklaring; b. tussentijdse rapportages op hoofdlijnen van beleid, zulks minimaal twee keer per kalenderjaar; c. ontwikkelingen van strategisch niveau en belang voor de organisatie; d. juridische procedures waar de stichting bij betrokken is. 3. Het College van Bestuur verstrekt voorts alle overige door de Raad van Toezicht opgevraagde informatie. Artikel 15: Defungeren

10

Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn onder curatelestelling of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c. door zijn aftreden op eigen verzoek; d. door het aangaan van een dienstverband met de stichting; e. door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; f. door ontslag hem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht; g. wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt; h. door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden. VERTEGENWOORDIGING Artikel 16 1. De leden van het College van Bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte. 2. Indien de stichting een tegenstrijdig belang heeft met het College van Bestuur, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht, wordt de stichting vertegenwoordigd door de Raad van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht om één of meer personen, al dan niet uit zijn midden, aan te wijzen om de stichting te vertegenwoordigen. 3. Het College van Bestuur kan volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

FINANCIEEL BELEID EN GELDMIDDELEN Artikel 17 1. De geldmiddelen der stichting bestaan uit: a. het stichtingskapitaal; b. subsidies uit de openbare kassen; c. school- of cursusgelden; d. rechtmatig verkregen bijdragen en schenkingen; e. erfstellingen, die alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard, en legaten; f. ouderbijdragen; g. andere op wettige wijze verkregen baten. 2. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 3. De begroting, tijdig tot stand gekomen op basis van de geldende planning en controlcyclus en na overleg met de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt, is maatstaf voor het doen van uitgaven. Het College van Bestuur heeft in geval van belangrijke overschrijdingen een meldingsplicht aan de Raad van Toezicht. 4. Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt het College van Bestuur het jaarverslag vast. De financiële jaarstukken over het afgelopen jaar moeten zijn opgemaakt aan de hand van de voor dat jaar goedgekeurde begroting. De vaststelling kan slechts plaatsvinden na overleg met de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt en indien bij de jaarstukken een rapport van een

11

registeraccountant is gevoegd. De registeraccountant is benoemd conform artikel 12 lid 5. 5. Het College van Bestuur stuurt de vastgestelde begroting en het vastgestelde jaarverslag ter kennisneming aan de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt. 6. De Raad van Toezicht zal in een apart besluit de leden van het College van Bestuur decharge verlenen voor het door hen gevoerde beleid, nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Toezicht. 7. Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te bewaren conform wettelijke voorschriften. VERANTWOORDING Artikel 18 1. Het College van Bestuur draagt zorg voor een periodieke verantwoording aan de belanghebbenden bij de betrokken scholen. 2. Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 3. Het College van Bestuur informeert de gemeenten als bedoeld in het vorige lid gevraagd en ongevraagd, tijdig en volledig, over ontwikkelingen die van belangrijke invloed kunnen zijn op de continuïteit van de openbare scholen van de stichting. COÖRDINATIECOMMISSIE GEMEENTELIJK TOEZICHT Artikel 19 1.

Er is een coördinatiecommissie gemeentelijk toezicht, die bestaat uit de portefeuillehouders onderwijs van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt. 2. De coördinatiecommissie gemeentelijk toezicht heeft tot taak ten behoeve van de in het vorige lid bedoelde gemeenten het toezicht te coördineren en adviezen voor te bereiden. Dit betreft in ieder geval de volgende zaken: a. Het externe toezicht op het bestuur van de openbare scholen binnen de stichting en het zo nodig ingrijpen bij ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in artikel 17 lid 9 Wet op het primair onderwijs. b. Het overleg over de begroting en het jaarverslag van de stichting. c. Het goedkeuren van de benoeming van een of twee leden van de Raad van Toezicht. d. Statutenwijziging. e. Ontbinding, fusie en splitsing van de stichting. 3. De coördinatiecommissie gemeentelijk toezicht bepaalt haar eigen werkwijze. STATUTENWIJZIGING Artikel 20 1. Het College van Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen na voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht. 2. Goedkeuring kan slechts worden verleend in een vergadering waarin alle leden aanwezig dan wel vertegenwoordigd zijn én met een meerderheid van ten minste twee derde van de stemmen. Een lid van de Raad van Toezicht kan een ander lid van de

12

Raad van toezicht schriftelijk machtigen. Een lid van de Raad van Toezicht kan hooguit één ander lid van de Raad van Toezicht vertegenwoordigen. Een schriftelijke machtiging wordt aan het begin van de vergadering voorgelegd aan de voorzitter. 3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Is de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is, niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen, met een meerderheid van ten minste twee derde van de stemmen. 5. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt en met inachtneming van het bepaalde in artikel 25. Goedkeuring door de gemeenteraden kan slechts worden onthouden indien een overheersende invloed van de overheid in de statuten niet langer is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 6.

Het College van Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het besluit. De statutenwijziging komt tot stand door middel van een daartoe op te maken notariële akte. Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het Handelsregister en worden ter kennisneming gezonden aan de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt. ONTBINDING VAN DE STICHTING, FUSIE EN SPLITSING Artikel 21 1. Het College van Bestuur is bevoegd te besluiten tot fusie en splitsing van de stichting. Op een dergelijk besluit zijn de bepalingen van artikel 20, lid 2 tot en met 4 en 6 zoveel mogelijk van toepassing. 2. Uitsluitend een besluit tot fusie waarbij de stichting verdwijnt, is onderworpen aan de goedkeuring van de raden van de gemeenten waar de stichting openbaar onderwijs verzorgt. Een besluit tot fusie waarbij de stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt, is niet onderworpen aan zodanige goedkeuring. 3. Een besluit tot splitsing van de stichting ten gevolge waarvan de instandhouding van een door de stichting in stand gehouden school waar openbaar onderwijs wordt gegeven overgaat naar een andere rechtspersoon dan de stichting, is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad op wiens grondgebied de betreffende school gehuisvest is. Artikel 22 1.

Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op een besluit tot ontbinding zijn zoveel mogelijk de bepalingen van artikel 20 van toepassing. 2. Een na ontbinding overblijvend batig saldo wordt bestemd voor een doel, zoveel mogelijk overeenkomende met dat van de stichting, aan te wijzen door de Raad van Toezicht. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. Artikel 23

13

1.

De vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting en de afwikkeling van haar zaken geschiedt door het College van Bestuur. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de regels, taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’. 3. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. 4. De stichting houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het Handelsregister. SLOTBEPALINGEN Artikel 24 1. Indien binnen de stichting verschil van mening bestaat over de uitleg van enige bepaling van deze statuten beslist het College van Bestuur, na goedkeuring van de Raad van Toezicht. 2. In de gevallen waarin noch door de statuten noch door het bestuursreglement wordt voorzien, beslist het College van Bestuur, na goedkeuring van de Raad van Toezicht. 3.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht behoren, de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur. Artikel 25 Besluiten van het College van Bestuur tot wijziging van dit artikel en van de bepalingen dezer statuten die betrekking hebben op de naam (artikel 1), de doelstelling (artikel 2), de middelen ter bereiking van de doelstellingen voor zover het de identiteit van de rechtspersoon raakt (artikel 4), de samenstelling van het bestuur, voor zover dit artikel 8 lid 6 en artikel 11 lid 4 en lid 8 betreft, alsmede de besluiten tot oprichting, overdracht en wijziging van de grondslag van de katholieke scholen, tot ontbinding en tot fusie, alsmede (af)splitsing van de stichting treden niet in werking dan nadat daarop de goedkeuring van het bestuur van de Nederlandse Katholieke Schoolraad of diens gedelegeerde is verkregen. WIJZIGINGEN IN HET BESTUUR EN RAAD VAN TOEZICHT Met ingang van het tijdstip onmiddellijk na het verlijden van de akte van bestuursoverdracht door Stichting ROOS, gevestigd te Rijssen-Holten, aan de Stichting, welke akte onmiddellijk na deze akte zal worden verleden voor mij, notaris, zijn het College van Bestuur en de Raad van Toezicht als volgt samengesteld: 1. Leden van het College van Bestuur zijn: de heer L.A.M.J.

van Stiphout, de verschenen persoon, als voorzitter; de heer Albertus Berthold van Leeuwen, geboren te Wassenaar op twee augustus negentienhonderd eenenzeventig, als lid. 2. Leden van de Raad van Toezicht zijn: de heer Hendrik Cornelis van der Sar, geboren te 's-Gravenzande op twaalf november negentienhonderd zeven en veertig, in de functie van voorzitter; de heer Leonardus Gijsbertus Maria van Minderhout, geboren te Tilburg op zestien april negentienhonderd acht en veertig, in de functie van vice-voorzitter; mevrouw Evelyne Johanna Maria Engels, geboren te Nijmegen op vijf november

*

14

negentienhonderd vier en zeventig; de heer Roeland Gerrit Becking, geboren te Amsterdam op elf februari negentienhonderd drie en vijftig; de heer Ingo Jacco Hieronymus Verhaak, geboren te Hameln (Bondsrepubliek Duitsland) op twaalf juni negentienhonderd drie en zeventig; mevrouw Irma Elisabeth ter Beek-Fuchs, geboren te Djakarta (Indonesië) op twintig juli negentienhonderd zes en vijftig; mevrouw Edith Yolande van Rijssen, geboren te Maastricht op negen en twintig april negentienhonderd vier en vijftig. De besluiten tot deze wijzigingen blijken uit de aan deze akte vastgemaakte notulen. BIJLAGEN Aan deze akte zijn de volgende stukken vastgemaakt: notulen vergadering bestuur; notulen vergadering Raad van Toezicht; brieven van de gemeenten Rijssen-Holten, Hellendoorn, Wierden en Twenterand inzake de instemming van de gemeenteraden met de onderhavige statutenwijziging; schrijven van Nederlandse Katholieke Schoolraad inhoudende goedkeuring van de statutenwijziging. SLOT Deze akte is verleden te Borne op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. De inhoud van de akte is vooraf door mij, notaris, aan de verschenen persoon zakelijk meegedeeld en toegelicht.

Nadat de verschenen persoon heeft verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en daarmee in te stemmen, heb ik, notaris, de akte beperkt voorgelezen, waarna deze onmiddellijk door de verschenen persoon en mij, notaris, is ondertekend. (Volgt handtekening) UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14993111/1