CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

231108 Rapportage windenergie Hellendoorn

Debatronde 12 december 2023, gemeente HellendoornBij agendapunt: Raadsvoorstel: Windbeleid7.229 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Windenergie in Hellendoorn Rapportage

Titel van het Voorstel:

Windenergie in Hellendoorn

Adviesbureau:

Arcadis l Over Morgen

Adres:

Kleine Koppel 26, 3812 PH Amersfoort

2

Inhoudsopgave

3

1. Samenvatting Voor u ligt de rapportage windenergie Hellendoorn. Deze rapportage is opgesteld op basis van de huidige weten regelgeving, beleidskeuzes op lokaal, provinciaal en landelijk niveau, en de input uit het participatietraject met inwoners, energiewerkgroepen en andere belanghebbenden. Het doel van deze rapportage is om inzicht te geven in de uitkomsten van het participatietraject, de uitsluitingsgebieden en de criteria waarop deze gebaseerd zijn, en de beleidscontext in de provincie Overijssel omtrent windenergie en windbeleid. Uit deze rapportage is een advies gekomen op verschillende onderdelen van het gemeentelijk windbeleid (zie voor een overzicht tabel 1). Thema Zoekgebieden

Opstelling

Lokaal eigendom

Kaders vanuit Rijk of provincie Overijssel 4 clustergebieden aangewezen door provincie Overijssel.

Speelruimte Hellendoorn Beperkt door regelgeving en clustereis provincie Overijssel.

Provincie Overijssel geeft aan: Clustering van minstens 4 windturbines buiten de aangewezen clusters; Optimalisatie van molens binnen de aangewezen clusters. Ambitie van Nationaal Klimaatakkoord is 50% lokaal eigendom.

Beperkt door cluster- en optimalisatie eis provincie Overijssel.

Procesparticipatie

Geen landelijke of provinciale kaders.

Milieu en gezondheid

Concept-normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving.

Tabel 1: Kaders, speelruimte en advies

4

Lokaal eigendom door gemeente niet afdwingbaar. Gemeentelijke sturing op lokaal eigendom enkel mogelijk vanuit ontwikkelende rol. Spelregels vastleggen in participatieverordening.

Strengere gemeentelijke normen stellen is mogelijk.

Advies Arcadis l Over Morgen Geen zoekgebieden aanwijzen. De (beperkte) mogelijkheden voor het plaatsen van windturbines volgen uit landelijk en provinciaal beleid en regelgeving. Provinciale argumentatie voor clusteropstelling van minstens 4 windturbines van toepassing verklaren op hele gemeente.

Ondersteuning van energiecoöperaties in deelname aan windprojecten.

Opstellen lokaal participatiebeleid waarin spelregels tussen gemeente en initiatiefnemers opgenomen worden en eisen aan procesparticipatie worden gesteld. Concept-normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving hanteren.

1. Inleiding De provincie Overijssel heeft bij haar gemeenten aangegeven dat zij meer wind dienen te realiseren in hun duurzame energiemix. Het provinciebestuur vindt dat er nog niet voldoende plekken zijn aangewezen voor wind. De provincie wil dat in 2030 zestig procent van de hernieuwbare opwek uit wind komt en veertig procent uit zon. De gemeente staat voor de keus om hierbij zelf de regie te nemen en zoekgebieden aan te wijzen, of dat de provincie dit voor de gemeenten doet. In RES verband is met gemeenten afgesproken dat zij voor 1 juli 2023 zoekgebieden voor windenergie vastleggen. 16 mei 2023 is er door de gemeente Hellendoorn een verzoek tot uitstel van het vastleggen van zoekgebieden voor windenergie bij de provincie ingediend. Hierbij pleit het college van Hellendoorn voor het niet in behandeling nemen van windinitiatieven voor 31 december 2023. Zo kan de gemeente aan de slag met het opstellen van gemeentelijk windbeleid en zoekgebieden. Op 16 mei 2023 honoreerde de provincie dit verzoek en stelde de gemeente daarmee in staat om tot eind van 2023 beleid en zoekgebieden voor wind vast te stellen. Provinciale Staten van Overijssel hebben 21 juni 2023 de motie Grip op Wind aangenomen, waarin ze het college van Gedeputeerde Staten oproepen tot twee uitgangspunten: • •

Clustering van minstens 4 windmolens; Opstellen van aangescherpt windbeleid

Bij brief van 18 juli hebben Gedeputeerde Staten de motie ‘Grip op Wind’ is uitgevoerd. Vier uitgangspunten zijn daarin genoemd: • Regie op de uitvoering van het windbeleid binnen vier grootschalige clusters; • Clustering van minstens 4 molens buiten de aangewezen clusters; • Optimalisatie van molens binnen de aangewezen clusters; • Uitwerking van kaders voor lokaal eigendom en financiële participatie Figuur A geeft inzicht in de bovengenoemde ontwikkelingen in chronologische volgorde. In september 2023 heeft de gemeente Hellendoorn op basis van bovenstaande ontwikkelingen haar besluit tot het opstellen van windbeleid heroverwogen. De uitkomst daarvan is dat ze vasthoudt aan het opstellen van windbeleid. Deze rapportage geeft inzicht in de uitsluitingsgebieden voor windenergie in de gemeente Hellendoorn. Door te inventariseren waar windmolens niet geplaatst kunnen worden (uitsluitingsgebieden), blijven zoekgebieden over. Daarnaast worden in deze rapportage de uitkomsten van het participatieproces omtrent windbeleid gedeeld en worden de beleidskaders omtrent windbeleid geschetst. We sluiten af met een advies.

5

6

2. Participatieproces 2.1 Flitspeiling Juli 2023 tot en met augustus 2023 is er een peiling onder inwoners van Hellendoorn gehouden. Verschillende vragen werden gesteld over de uitsluitingsgebieden voor windturbines en aan welke voorwaarden plekken waar wel windturbines komen aan moeten voldoen. Ook werd er gevraagd naar hoe de omgeving kan meedelen in de opbrengsten van windturbines. Ruim 990 mensen hebben een reactie gegeven op de flitspeiling. In totaal hebben ruim 850 mensen de flitspeiling helemaal ingevuld. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste resultaten uit de flitspeiling toegelicht.

2.2 Betrouwbaarheid van de resultaten De resultaten zijn gecheckt en gecorrigeerd op leeftijd, geslacht en woonkern. Op de resultaten is daarnaast een betrouwbaarheidsmarge van 95% van toepassing. In de regiokrant werd kritiek geuit op de flitspeiling. Zo zou de peiling makkelijk te manipuleren zijn, omdat de flitspeiling meerdere keren zou kunnen worden ingevuld. Daarnaast vraagt de peiling alleen naar een woonplaats, niet naar een adres. Het zou daarom mogelijk zijn om te doen alsof je in Hellendoorn woont en de flitspeiling in te vullen. De flitspeiling is uitgevoerd en statistisch geanalyseerd door het bureau Pro Public. Er is bewust gekozen om niet naar persoonsgegevens te vragen in de flitspeiling, om zo min mogelijk drempels te creëren voor mensen om de volledige flitspeiling in te vullen. De vragen in de flitspeiling zijn zo toegankelijk mogelijk opgesteld, zodat geen voorkennis over windenergie of beleid nodig is om de flitspeiling in te vullen. Pro Public heeft geen aanwijzingen dat de flitspeiling is gemanipuleerd.

2.3 Resultaten flitspeiling

•

45% van de respondenten vindt het opwekken van windenergie in de gemeente Hellendoorn (heel) onbelangrijk, 38% vindt dit juist (heel) belangrijk en 17% staat er neutraal in

35 30 25 20 15 10 5 0 %

7

Heel onbelanrijk

Onbelangrijk

Neutraal

Belangrijk

Heel belangrijk

33

12

17

19

19

•

Op de vraag hoe de windturbines geplaats willen zien worden zijn de meest gegeven antwoorden “Ik wil geen windturbines” (41%) en “In groepjes bij elkaar” (26%). De antwoorden van de categorie ‘anders, namelijk’ zijn als volgt: 21% niet, 13% industrie, 9% overlast, 56% divers

•

45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

Verspreid door het landschap

In een rechte lijn naast elkaar

Geen voorkeur

In een groepje bij elkaar

Ik wil geen windturbines

Anders, namelijk

6

9

10

26

41

7

%

•

•

De meeste genoemde manieren dat inwoners in het dorp of de buurt van windturbines meeprofiteren zijn verdienen aan opgewekte energie (35%) en een financiële vergoeding (27%). Het dorpen- en wijkenfonds wordt het minst genoemd (20%) De antwoorden van ‘Anders namelijk’ zijn als volgt, 71% geen windmolens, 15% financieel, 10% divers, 9% overlast beperken

45 40

35 30 25 20 15 10 5 0

%

8

Dorp/wijkfonds

Lokaal zeggenschap

Vergoeding

Verdienen aan opgewekte energie

Anders, namelijk

20

26

27

35

41

•

Uit antwoorden op 4 stellingen blijkt dat windturbines bij voorkeur zo dicht mogelijk bij industrie moeten komen. In of bij de bossen blijkt de minst gewaarde locatie.

(heel) mee oneens

(heel) mee eens

Stelling: windturbines moeten zo veel mogelijk in bossen

Stelling: windturbines moeten zo ver mogelijk buiten de bebouwde kom Stelling: windturbines moeten zo veel mogelijk in weilanden Stelling: windturbines moeten zo dicht mogelijk bij industrie 0

20

40

60

80

100

2.4 Uitkomsten energiewerkgroepen De energiewerkgroepen in de gemeente Hellendoorn hebben een maandelijkse bijeenkomst, op 12 juni en 10 juli 2023 stond het thema windenergie op de agenda. Hierbij is door Over Morgen input gevraagd voor het gemeentelijk windbeleid. Er is gevraagd naar welke onderwerpen de energiewerkgroepen terug willen zien in het gemeentelijke windbeleid. Onderstaande geeft een overzicht.

Onderwerp Hinderingsnormen

Zoekgebieden

Toelichting o o o o o o o o

Draagvlak, participatie en lokaal eigendom

9

o o o o o o

Geluidsnormen (wellicht in combinatie met de windrichting) Afstand tot woningen Aantal windmolens bij elkaar Minimale en maximale hoogte Maximaal MW/vermogen Rekening houden met slagschaduw Bij zoekgebieden op gemeentegrenzen is afstemming met andere gemeenten nodig. Uitzonderingen van de zoekgebieden (bijvoorbeeld molenaarswoningen) Voorkeur voor formatie binnen een zoekgebied Financiering – eisen stellen aan het vermogen van de eigenaren Burenregeling Definitie lokaal eigendom (percentages en mogelijkheden) Grondposities en lokaal eigendom Voorbeelden lusten en lasten

Technische aspecten Landschappelijke inpassing Houding en rolneming van de gemeente Doelstelling voor 2030 en 2050 Ontwikkelaars Overig

o o o o o o

Netintegratie en mogelijkheid netcapaciteit Veiligheidsvoorschriften en risico’s Technische eisen van windmolens voor vogels Visuele impact Voor- en nadelen van de gemaakte keuzes Faciliterend, stimulerend, samenwerkend, eigenaar

o

Het beleid moet een doorkijk geven op de doelstellingen voor 2030 en 2050. Het beleid moet daarom lang houdbaar zijn. Toekomstbeeld: zijn we er met de keuzes die we nu maken? Of zitten we hier over 10 jaar opnieuw? Voorbeelden van mogelijkheden deelname van commerciële partijen Eisen aan het type ontwikkelaar Recycling: wat als de levensduur voorbij is? Gezondheidsrisico’s Invloed van omwonenden op het stilzetten van de windmolens (+voorbeelden) Omgevingswet 2024

o o o o o o o

Tabel 2: uitkomsten energiewerkgroepen

Daarnaast zijn er verschillende stellingen voorgelegd aan de energiewerkgroepen over participatie en lokaal eigenaarschap. De conclusie was dat de energiewerkgroepen het lokaal eigenaarschap willen maximeren, om zoveel mogelijk zeggenschap te hebben over de windmolens.

2.5 Gesprek met Tegenwind De stichting Tegenwind is op 1 augustus jl. geïnterviewd over haar standpunt ten aanzien van windenergie. Tegenwind is voor de energietransitie, maar tegen windenergie. Ze stelt dat windturbines schadelijk zijn voor de volksgezondheid, een negatief effect hebben op landschap, natuur en leefomgeving, en ontwrichtend werken op de lokale gemeenschap. Volgens Tegenwind zijn er betere alternatieven voor duurzame energieopwek dan windturbines, zoals kernenergie. Tegenwind is tegen elke vorm van overheidsfacilitering van windenergie. Mocht gemeentelijk windbeleid onvermijdelijk zijn, dan vraagt Tegenwind extra aandacht voor de afstand van de turbines tot woonhuizen en maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en zorgcentra.

10

3.

Uitsluitingsgebieden

Door Arcadis is een technische studie opgesteld om de ruimtelijke belemmeringen en kansen voor windenergie inzichtelijk te maken voor de gemeente Hellendoorn. De uitkomsten van deze technische studie zijn te zien in de bijlage. In 2017 is door QING een eerdere analyse1 uitgevoerd. Deze eerdere analyse is in deze technische studie geactualiseerd en aangevuld op basis van de meest recente specificaties van de beoogde windturbines en de nieuwe normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving. Met deze technische studie wordt duidelijk wat de ruimtelijke belemmeringen zijn voor de realisatie van windturbines en wat de mogelijkheden zijn voor windturbines binnen de gemeente Hellendoorn. Richtafstanden De ruimtelijke analyses in deze technische studie zijn uitgevoerd op basis van richtafstanden. Dat leidt tot een indicatie van het plaatsingspotentieel van windturbines binnen de gemeente. De technische studie biedt geen zekerheid of plaatsing mogelijk is en in welke omvang. Daarvoor zal nader onderzoek moeten worden verricht op basis van specifieke maatvoering, op basis waarvan de reikwijdte van effecten op basis van een doorrekening kunnen worden bepaald.

Nieuwe normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving Kort voor de totstandkoming van deze notitie heeft het Ministerie van I&W de nieuwe windturbinebepalingen ontwerp gepubliceerd en vrijgegeven voor het indienen van zienswijzen. De verwachting is dat deze bepalingen medio 2024 worden vastgesteld. Kijkend naar de ontwerpnormen zien wij dat deze redelijk in lijn zijn met een aantal uitgangspunten die in deze ruimtelijke analyse zijn gehanteerd. Zo is in het scenario zachte belemmeringen reeds rekening gehouden met een afstand van 2x de tiphoogte en een richtafstand voor geluid gebaseerd op 45 dB lden.

1

Zoekgebieden windturbines gemeente Hellendoorn, QING (12-05-2017).

11

4.

Beleidskaders

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de belangrijkste onderwerpen voor het windbeleid. Deze zijn achtereenvolgens: • Zoekgebieden en opstelling • Lokaal eigendom en financiële participatie • Procesparticipatie • Geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstand tot bebouwing Hierin worden de landelijke en provinciale kaders met betrekking tot deze onderwerpen omschreven en de gemeentelijke speelruimte geschetst. 4.1 Provinciaal en gemeentelijk beleid – rollen en verantwoordelijkheden Provincies geven in hun Provinciale Omgevingsvisie aan waar windenergie kan worden gerealiseerd. Hierin staan de ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn. In de Omgevingsverordening staan de regels voor de provincie in welke gebieden zij wel of niet windparken mogen ontwikkelen. Daarnaast stelt de provincie regels op waaraan de inrichting van een windpark moet voldoen. De provincies zijn verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van windparken van 5 tot 100 MW. Vaak draagt de provincie deze bevoegdheid over aan de gemeente waar het windproject ontwikkeld wordt. Verleent een gemeente geen medewerking aan projecteninitiatieven? Dan kan de provincie de Provinciale Coördinatie Regeling (PCR) inzetten of een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) maken. De gemeente is een belangrijke schakel bij de ontwikkeling van duurzame energie.

Ruimtelijk beleid, lokale betrokkenheid en duurzame energieprojecten: op gemeentelijke niveau komt het allemaal samen. Het tijdig betrekken van de omgeving is hierbij van groot belang. Om aan de doelstelling van 35 TWh hernieuwbaar op land in 2030 (Klimaatakkoord) te voldoen vraagt het kabinet van alle gemeenten gevraagd een actieve rol en bijdrage te leveren aan de regionale energiestrategie (RES). Vaak worden dan randvoorwaarden opgesteld waar wind- en zonprojecten aan moeten voldoen. De gemeente wijst samen met inwoners en stakeholders eerst ruime zoekgebieden aan. Vervolgens vindt een afweging van belangen plaats om binnen deze zoekgebieden te komen tot geschikte projectlocaties. De gemeente voert hier veelal de regie. 4.2. Context provincie Overijssel Begin mei 2023 is er door de gemeente Hellendoorn een verzoek tot uitstel van het vastleggen van zoekgebieden voor windenergie bij de provincie ingediend. Hierbij pleit het college van Hellendoorn tot het niet in behandeling nemen van windinitiatieven voor 31 december 2023. Zo kan de gemeente aan de slag met het opstellen van gemeentelijk windbeleid en zoekgebieden. Op 16 mei 2023 kwam de provincie met bevestiging van dit verzoek en stelt de gemeente daarmee in staat om tot eind van 2023 beleid en zoekgebieden voor wind vast te stellen. 21 juni 2023 is de motie ‘Grip op Wind’ ingediend.

Provinciale Staten heeft deze motie aangenomen waarin ze het college van Gedeputeerde Staten oproepen tot twee belangrijke uitgangspunten: • Clustering van minstens 4 windmolens; • Opstellen van aangescherpt windbeleid Op 18 juli is er een brief aan de Provinciale Staten gestuurd waarin de motie ‘Grip op Wind’ is uitgevoerd. Vier belangrijke uitgangspunten zijn daarin genoemd: • • 12

Regie op de uitvoering van het windbeleid binnen vier grootschalige clusters; Clustering van minstens 4 molens buiten de aangewezen clusters;

• •

Optimalisatie van molens binnen de aangewezen clusters; Uitwerking van kaders voor lokaal eigendom en financiële participatie

4.3 zoekgebieden en opstelling – kaders en speelruimte Eisen zoekgebieden en opstelling vanuit Rijk en provincie Overijssel In het voorgenomen provinciaal programma energiestrategie (PPE) van de provincie Overijssel worden vier clustergebieden voor windturbines gepresenteerd. Deze clusters zijn tot stand gekomen op basis van de zoekgebieden van gemeenten, projecten die daarin tot ontwikkeling komen en de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering van windenergie uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Dit zijn de gebieden waar de provincie Overijssel de regie neemt. Aangezien de gemeentelijke zoekgebieden de basis vormen waarop de clustergebieden in het nieuwe PPE van de provincie tot stand zijn gekomen, is afgesproken dat gemeenten voor 1 juli 2023 zoekgebieden aanwijzen om de opwek van duurzame opwek door zon en wind op land een plek te geven. Verzoeken van initiatiefnemers voor medewerking aan windprojecten werden tot voor 1 juli 2023 niet in behandeling genomen. Daarmee gaf de provincie gemeenten de gelegenheid om zoekgebieden aan te wijzen, zodat daar rekening mee gehouden kon worden bij de behandeling van verzoeken van windinitiatieven. Voor de gemeente Hellendoorn is afgesproken dat de gemeente tot 31 december 2023 de tijd heeft om zoekgebieden aan te wijzen voor windenergie.

Figuur

13

– Clustergebieden voor windturbines provincie Overijssel

Om versnippering in het landschap als gevolg van windturbines te voorkomen, heeft de provincie aangegeven geen solitaire turbines in het landschap kwijt te willen. Daarentegen stelt de provincie een clustereis van minimaal 4 turbines voor, buiten de clustergebieden in figuur F. Binnen de aangewezen clusters in figuur F geldt de eis dat optimalisatie van windturbines binnen voorgestelde locaties en initiatieven van toepassing is. Speelruimte gemeente Hellendoorn Binnen de clustergebieden zal de provincie Overijssel de regie nemen op nieuwe en lopende windinitiatieven. Aangezien de geschikte locaties voor windinitiatieven uit hoofdstuk 2 binnen de clustergebieden van de provincie liggen, is het aannemelijk dat ook voor deze gebieden de provincie regie zal nemen. Daarnaast blijkt uit de technische analyse dat op de gemeentegrens met Wierden ruimte is voor windturbines. Bij gemeentegrensoverschrijdende projecten is het aannemelijk dat de provincie de regie zal nemen op nieuwe windinitiatieven. 4.4 lokaal eigendom – kaders en speelruimte Eisen lokaal eigendom vanuit Rijk en Provincie Overijssel In het Klimaatakkoord is afgesproken dat bij opwekking van duurzame energie op land (zonneparken en windmolens) burgers voor minstens de helft moeten kunnen profiteren van het project. Dit betekent dat er bij windparken of zonneparken sprake moet zijn van minimaal 50% lokaal eigendom.

Deze eis van 50% lokaal eigendom vanuit het Klimaatakkoord neemt de provincie Overijssel over in haar provinciaal programma energiestrategie (PPE). Het volgende wordt in het voornemen voor het nieuwe provinciale windbeleid genoemd: “Ernaar te streven dat minimaal 50% lokaal eigendom bij nieuwe en lopende initiatieven voor windturbines is gegarandeerd.” Daarentegen wordt in het voorgenomen windbeleid van de provincie onderkend dat lokaal eigendom niet ruimtelijk afdwingbaar is en vraagt om nader beleid en inzet. In de praktijk is nog veel onduidelijk over wat lokaal eigendom betekent. Daarom is het van belang scherper te definiëren wat er wordt verstaan onder lokaal eigendom en een aanpak te ontwikkelen hoe lokaal eigendom gegarandeerd wordt. Feit is dat de mate van lokaal eigendom niet meegewogen mag worden in de ruimtelijke procedure. Speelruimte gemeente Hellendoorn Lokaal eigendom is niet afdwingbaar via ruimtelijk beleid. De provincie streeft ernaar dat minimaal 50% lokaal eigendom bij nieuwe en lopende initiatieven voor windturbines is gegarandeerd. Dit percentage is conform het klimaatakkoord en breed geaccepteerd bij initiatiefnemers en ontwikkelaars. Een hoger percentage is mogelijk als alle betrokken partijen hiermee instemmen, maar de overheid kan het niet opleggen.

Indien de gemeente Hellendoorn ervoor kiest om een hoger streefpercentage voor lokaal eigendom dan 50% in haar beleid op te nemen, heeft de gemeente geen garantie dat dit ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Een initiatiefnemer die niet aan dit hogere percentage kan of wil voldoen, heeft de mogelijkheid om zijn project bij de provincie in te dienen. Die is formeel bevoegd gezag en moet dit in behandeling nemen. Indien de gemeente een hogere mate van lokaal eigendom wil dan 50% én sturing wil hebben op de realisatie daarvan, zal de gemeente een ontwikkelende rol moeten nemen. Bijvoorbeeld door zelf windprojecten te ontwikkelen vanuit een gemeentelijk energiebedrijf, door als co-financier van windprojecten op te treden of door grondposities in te nemen. Een tussenvorm is de maatschappelijke tender. Hierbij schrijft de gemeente een prijsvraag uit voor de planologische toestemming om windmolens te mogen plaatsen. De gemeente kan initiatiefnemers uitdagen om aan maatschappelijke wensen te voldoen, zoals een hoog percentage lokaal eigendom. Het instrument 14

maatschappelijke windtender is voor Hellendoorn echter niet bruikbaar. Voor een succesvolle tender is concurrentie nodig van meerdere gegadigden die tegen elkaar op bieden. Die kans is het grootst bij een open speelveld, van meerdere zoekgebieden met weinig gevestigde belangen. In Hellendoorn geldt de tegenovergestelde situatie: een beperkt aantal zoekgebieden en twee reeds ingediende projectinitiatieven. De RES-Twente heeft de opties voor sturing op lokaal eigendom recent geïnventariseerd. De conclusie is dat van de verkende opties participatiecoalitie, de juridische ‘route Bregman’, maatschappelijke tender en grondeigendom alleen de laatste de mogelijkheid geeft tot borging van lokaal eigendom (zie bijlage 2 voor een toelichting op de verschillende juridische routes om lokaal eigendom juridisch te verankeren). 4.5 procesparticipatie – kaders en speelruimte Eisen procesparticipatie vanuit Rijk en Provincie Overijssel Participatie gaat over het betrekken van omwonenden, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij overheidsbesluiten. Het is wenselijk en nodig dat de lokale overheid omwonenden betrekt bij het nemen van besluiten over duurzame energieprojecten, zoals windmolenparken. Dit zorgt voor draagvlak. De gemeente heeft een stimulerende en regisserende rol bij het zorgen voor draagvlak en zorgvuldige procesparticipatie voor duurzame energie-initiatieven.

In het voorgenomen PPE van de provincie Overijssel wordt procesparticipatie niet gespecificeerd. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over participatie bij projecten voor hernieuwbare energie. Ook in het kader van de RES worden daarover afspraken gemaakt. Om die afspraken in de regio te concretiseren is het wenselijk dat de gemeente participatiebeleid opstelt. Participatiebeleid gaat niet alleen over energieprojecten, maar kan gaan over de vele manieren waarop een overheid haar bevoegdheden inzet om het participatiedoel te bereiken. Veel overheden hebben participatiebeleid voor hernieuwbare energie, maar ook bijvoorbeeld over de fysieke leefomgeving en het sociaal domein. Lokaal participatiebeleid kan worden vastgelegd in een participatieverordening. Naast het opstellen van participatiebeleid, bevat het Klimaatakkoord bevat afspraken om te waarborgen dat de omgeving in een vroeg stadium bij besluitvorming wordt betrokken: 1. Het bevoegd gezag controleert of de initiatiefnemer in gesprek gaat met de omgeving. 2. Afspraken met de omgeving worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. 3. De initiatiefnemer maakt een projectplan dat beschrijft hoe participatie binnen het project is ingericht. Speelruimte gemeente Hellendoorn Het betrekken van de omgeving in het proces van ontwikkeling van windenergie ligt bij de initiatiefnemers van de locatie.

De gemeente kan eisen stellen aan de vorm en inhoud van het participatieproces. Om procesparticipatie bij energieprojecten te stimuleren – en de afspraken uit het Klimaatakkoord (die veelal ook zijn neergelegd in de RES) te borgen – is het van belang dat het bevoegd gezag participatiebeleid vaststelt. Door beleid te ontwikkelen ontstaat duidelijkheid voor initiatiefnemers en omwonenden. Met vastgelegd participatiebeleid kan het bevoegd gezag initiatiefnemers ook aanspreken op hun inspanningen voor participatie. De gemeente mag van een initiatiefnemer verlangen dat deze omwonenden informeert over het energieproject en inspanningen verricht om draagvlak te creëren en te vergroten. Belangrijk is dat het niet gaat om een resultaatsverplichting. In participatiebeleid kan de eis van ‘breed maatschappelijk draagvlak’, ‘voldoende draagvlak’ of ‘een eerlijk en transparant participatieproces’ worden opgenomen. Wel worden dergelijke eisen gedefinieerd als een inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer gericht op het informeren van omwonenden en het creëren of vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de gewenste ontwikkeling2.

2 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/11/Opleggerfactsheet-RES-procesparticipatie-en-financiele-participatie.pdf

15

4.6 Geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstand tot bebouwing – kaders en speelruimte Op 12 oktober jl. is het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving gepubliceerd3. De regels in het ontwerpbesluit gaan over geluidhinder, slagschaduwhinder, externe veiligheid en hinder door obstakelverlichting en lichtschittering en omvatten ook een norm voor de afstand tussen een windturbine en woningen. Met de nieuwe normen herintroduceert het Rijk uniforme milieunormen voor windturbines, tot stand gekomen inclusief milieubeoordeling. In tabel 3 zijn de nieuwe normen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en de afstandsnorm samengevat. Geluid De standaardwaarde is 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Daarvan kan worden afgeweken tot een grenswaarde van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Tabel

Slagschaduw Maximaal 6 uur per jaar en een op zichzelf staand maximum van 20 minuten per dag.

Externe veiligheid Beperkt kwetsbare objecten: PR4 = R = 1 x 10-6. (afwijking tot PR = 1 x 10-5 mogelijk)

Afstandsnorm Minimaal 2x tiphoogte

Kwetsbare en zeer kwetsbare objecten: PR = R = 1 x 10-6 – Normen Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving

Naast dat de nieuwe afstandsnormen gelden voor de afstand tot woningen, schrijft het Ontwerpbesluit normen voor met betrekking tot de afstand tot bedrijven. Het voorstel in het Ontwerpbesluit is om het onderscheid tussen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten op te heffen. Dit is niet makkelijk te vertalen in een afstandsnorm voor bedrijven. Dat hangt af van onder andere het soort bedrijf en de al aanwezige risico’s. Maar duidelijk is dat de voorgestelde norm voor bedrijven strenger is en gevolgen zal hebben voor de zoekgebieden. Hoe deze gevolgen er in de praktijk uit gaan zien is nog niet meegenomen in onze technische analyse. Speelruimte gemeente Hellendoorn Het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving voorkomt lokale normen en discussie. De nieuwe normen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstandsnormen zijn straks algemeen geldig. Ook windinitiatieven in de gemeente Hellendoorn zullen moeten voldoen aan de nieuwe normen. Als gemeente kun je ervoor kiezen om strengere normen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstand tot bebouwing te hanteren. De gemeente zal afwijkingen van de landelijke norm moeten onderbouwen op basis van specifieke lokale omstandigheden.

Indien strengere gemeentelijke normen leiden tot uitsluiting van gebieden die volgens de landelijke normen wel geschikt zijn voor de plaatsing van windmolens, kan een initiatiefnemer zich wenden tot de provincie als bevoegd gezag. De provincie Overijssel heeft aangegeven de nieuwe normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving over te nemen.

3

https://www.platformparticipatie.nl/windturbinesleefomgeving/ontwerpbesluit-windturbines-leefomgeving/documenten-ontwerpbesluit-

windturbinesleefomgeving/default.aspx#folder=2566926 De PR, of plaatsgebonden risicocontour, is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit. In Nederland heeft de overheid bepaald dat in principe nergens in Nederland iemand een groter plaatsgebonden risico mag lopen dan 1 op de 1 miljoen per jaar (10−6/jaar). Voor bestaande situaties geldt een tijdelijke norm van 1 op de 100.000 per jaar (10−5).

16

5.

Input voor beleid

5.1 Zoekgebieden en opstelling We constateren uit de analyse van hoofdstuk vier dat de witte vlekken waar meerdere molens mogelijk zijn binnen het provinciale clustergebied liggen. Zoals in het voorgenomen PPE van de provincie wordt aangegeven, neemt de provincie Overijssel binnen de provinciale clustergebieden de regie. Daarnaast wordt in het PPE gesteld dat om versnippering van het landschap tegen te gaan een clustereis van minimaal vier windturbines geldt buiten de clustergebieden. Daarmee werkt de provincie niet langer mee aan verspreid liggende, losse windturbines in overige landschappen. Binnen de clustergebieden is geen clustereis van turbines opgenomen, daarbij geldt een optimalisatie-eis voor ruimtelijke benutting. De provincie schrijft voor dat windmolens om landschappelijke redenen alleen gegroepeerd mogen worden geplaatst, niet solitair. Behalve in de vier zogenaamde clustergebieden, waar solitaire plaatsing wel mogelijk is. Dit is inconsistent, ook in de clustergebieden is landschappelijke versnippering onwenselijk.

Wij adviseren de gemeente Hellendoorn om de provinciale argumentatie voor clusteropstellingen van toepassing te verklaren op de hele gemeente, inclusief het deel van het provinciale clustergebied A35/ATT Almelo, Twenterand, Tubbergen, Enschede, Haaksbergen, Borne, Hengelo, Hof van Twente, Wierden, Hellendoorn dat in Hellendoorn ligt, en dit als zodanig op te nemen in haar omgevingsverordening. Uit de analyse van uitsluitingsgebieden blijkt dat de witte vlekken waar meerdere molens mogelijk zijn in aanmerking komen voor een groepsopstelling van windmolens. Beide liggen in provinciaal clustergebied A35/ATT Almelo, Twenterand, Tubbergen, Enschede, Haaksbergen, Borne, Hengelo, Hof van Twente, Wierden. Beide zijn onderdeel van een groter, gemeentegrensoverschrijdend potentieel windgebied. En voor beide gebieden zijn initiatiefvoorstellen ingediend bij de gemeente en de provincie. Wij adviseren de gemeente om geen zoekgebieden aan te wijzen, omdat er op grond van de uitsluitingscriteria niets te zoeken valt. De witte vlekken waar meerdere molens mogelijk zijn die in aanmerking komen voor de opstelling van meerdere windmolens zijn al gevonden door initiatiefnemers. Deze gebieden liggen in provinciaal clustergebied en vallen daarmee onder provinciale regie.

Tenslotte zijn NNN-gebieden meegenomen als ‘zachte beperking’ in onze technische analyse, omdat plaatsing juridisch niet uitgesloten is. Uit de flitspeiling, gesprekken met de lokale energiewerkgroepen en Tegenwind kwam stevige weerstand naar voren tegenwindturbines in NNN-gebied. De provincie Overijssel hanteert voor windenergie in NNN-gebieden een nee, tenzij-beleid. Er moet aangetoond worden dat: •

Er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang;

•

Er geen reële alternatieven zijn;

•

Voor zover de negatieve effecten ten gevolge van de beoogde activiteit niet kunnen worden voorkomen, deze zo beperkt mogelijk worden gehouden;

•

Overblijvende optredende schade of negatieve effecten op een toereikende maar tenminste op een gelijkwaardige wijze worden gecompenseerd.

In Hellendoorn zijn daarmee windturbines binnen NNN-gebied feitelijk uitgesloten. Desondanks adviseren we de gemeente om expliciet op te nemen in haar beleid dat ze niet meewerkt aan windturbines in en direct naast NNN-gebied. 5.2 Lokaal eigendom en financiële participatie Uit het participatietraject blijkt dat het streven naar een zo hoog mogelijk percentage lokaal eigendom, liefst 100%, breed gedragen wordt in de gemeente Hellendoorn. Lokaal eigendom is echter niet afdwingbaar met het ruimtelijke instrumentarium van de overheid. Lokaal eigendom lijkt in Hellendoorn een doel op zich. De 17

achterliggende redenen zijn de wens van zoveel mogelijk lokaal zeggenschap over de windmolens en een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van de lusten en de lasten ervan. Echter, lokaal eigendom garandeert geen van beide. Daarnaast zijn er andere manieren om deze wensen te verwezenlijken, bijvoorbeeld een meerderheidsaandeel in het windpark van een lokale energiecoöperatie, een omwonendenregeling of de inrichting van een omgevingsfonds. We adviseren de gemeente samen met de provincie de ondersteuning van energiecoöperaties verder vorm te geven. Inventariseer daarin de behoefte van bestaande energiecoöperaties, welke rol coöperaties voor zichzelf zien weggelegd bij het vormgeven van lokaal eigendom en op welke wijze de gemeente de energiecoöperaties kan ondersteunen. We raden af om in het gemeentelijk beleid een streefpercentage lokaal eigendom op te nemen dat afwijkt van provinciaal en landelijk beleid. Aangezien de gemeente formeel niet het bevoegde gezag is voor grotere windinitiatieven, heeft dit geen zeggingskracht. 5.3 Procesparticipatie De gemeente heeft een stimulerende en regisserende rol bij het zorgen voor draagvlak en zorgvuldige procesparticipatie voor duurzame energie-initiatieven. Om ervoor te zorgen dat procesparticipatie geconcretiseerd en verankerd wordt, is lokaal participatiebeleid gewenst. Lokaal participatiebeleid kan landen in een participatieverordening.

In de Raadsinformatiebijeenkomst van 3 oktober is door de wethouder voorgesteld om het onderdeel participatie mee te nemen in de participatieverordening. Aangezien participatiebeleid niet alleen gaat over energieprojecten, maar over verschillende manieren waarop de overheid haar bevoegdheden inzet om het participatiedoel te bereiden, adviseren we de gemeente daarom om een expliciete paragraaf over participatie binnen energieprojecten op te nemen. Hierin kunnen spelregels tussen gemeenten en initiatiefnemers opgenomen worden en vereisten aan het participatieplan van initiatiefnemers worden gesteld. Een vertaling van hoe deze spelregels kunnen worden opgenomen in lokaal participatiebeleid zijn weergegeven in bijlage 1. 5.4 Geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstand tot bebouwing Zoals eerder benoemd worden de nieuwe normen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstandsnormen straks algemeen geldig. Ook windinitiatieven in de gemeente Hellendoorn zullen moeten voldoen aan de nieuwe normen. In het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving is de veiligheidsnorm voor het plaatsen van windturbines bij bedrijven aangescherpt. Dit zal gevolgen hebben voor de uitsluitingsgebieden in Hellendoorn. We adviseren de gemeente om de nieuwe landelijke normen over te nemen.

5.5 Vertaling advies naar beleidsuitgangspunten Het bovenstaande advies kan als volgt vertaald naar beleidsuitgangspunten:

18

•

Wij adviseren de gemeente Hellendoorn om de provinciale argumentatie voor clusteropstellingen van toepassing te verklaren op de hele gemeente, inclusief het deel van het provinciale clustergebied A35/ATT Almelo, Twenterand, Tubbergen, Enschede, Haaksbergen, Borne, Hengelo, Hof van Twente, Wierden, Hellendoorn dat in Hellendoorn ligt, en dit als zodanig op te nemen in haar omgevingsverordening. Voorgesteld beleidsuitgangspunt: de gemeente Hellendoorn werkt alleen mee aan initiatieven van 4 of meer windturbines.

•

Wij adviseren de gemeente om geen zoekgebieden aan te wijzen, omdat er op grond van de uitsluitingscriteria niets te zoeken valt. Voorgesteld beleidsuitgangspunt: geen

•

De provincie hanteert een nee, tenzij beleid tegenover windturbines binnen NNN-gebied. Op grond van het provinciale nee, tenzij beleid zijn in Hellendoorn windturbines binnen NNN-gebied feitelijk uitgesloten. Alhoewel de praktijk uitwijst dat windturbines binnen NNN-gebied in Hellendoorn niet

mogelijk zijn, adviseren we de gemeente om expliciet op te nemen in haar beleid om geen windturbines binnen NNN-gebied te plaatsen. Voorgesteld beleidsuitgangspunt: De gemeente Hellendoorn werkt niet mee aan initiatieven voor windturbines in NNN-gebied, noch in de directe contour eromheen.

19

•

We raden af om in het gemeentelijk beleid een streefpercentage lokaal eigendom op te nemen dat afwijkt van provinciaal en landelijk beleid. Aangezien de gemeente formeel niet het bevoegde gezag is voor grotere windinitiatieven, heeft dit geen zeggingskracht. Daarnaast is lokaal eigendom niet afdwingbaar met het gemeentelijke ruimtelijke instrumentarium. De gemeente kan hier alleen op sturen als (mede)-ontwikkelaar van windparken. Voorgesteld beleidsuitgangspunt: de gemeente Hellendoorn streeft een zo hoog mogelijk aandeel lokaal eigendom na in de windparken op haar grondgebied, met als ondergrens de landelijk vastgestelde ambitie van 50%.

•

We adviseren de gemeente om lokaal participatiebeleid op te stellen en hierin een expliciete paragraaf over participatie binnen energieprojecten in op te nemen. Hierin kunnen spelregels tussen gemeenten en initiatiefnemers opgenomen worden en vereisten aan het participatieplan van initiatiefnemers worden gesteld. Voorgesteld beleidsuitgangspunt: de gemeente Hellendoorn stelt een participatiebeleid duurzame energie op, als onderdeel van de voorgenomen omgevingsverordening.

•

We raden af om af te wijken van de concept-normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving. De provincie Overijssel zal deze normen overnemen in haar provinciale beleid. We adviseren de gemeente daarom om de nieuwe normen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstandsnormen over te nemen. Voorgesteld beleidsuitgangspunt: ten aanzien van geluid, slagschaduw, lichthinder, externe veiligheid en afstandsnormen hanteert de gemeente Hellendoorn de concept-normen uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving.

Bijlage 1: Voorbeeld invulling procesparticipatie Thema’s die in lokaal participatiebeleid terug kunnen komen zijn als volgt5: •

Omschrijving rolverdeling gemeente, initiatiefnemers en omgeving;

•

Spelregels gemeente en initiatiefnemers duurzame energieprojecten (uitwerking hieronder);

•

Vereisten participatieplan initiatiefnemer (bijvoorbeeld gebaseerd op de Gedragscode NWEA ‘Wind’ en een gemeentelijke oplegger en invulling daarvan).

Voorbeeld van spelregels duurzame energieprojecten 1. Start participatieproces bekendmaken via diverse media en kaders benoemen. 2. Bewoners e.a. vroegtijdig betrekken, ook als de opgave nog niet helemaal duidelijk is: wat wordt het traject, wat zijn hun wensen, wat is het participatiedoel? 3. De gemeente geeft aan dat een initiatiefnemer een participatieplan op moet stellen, voor kleine projecten kan dit door het college worden aangepast (maatwerk). 4. Duidelijkheid over het onderwerp van het participatieproces, de schaal waarop dit aan de orde is, procedure en doorlooptijd, over samenwerken en over contact houden. 5. Duidelijke fasering en rolverdeling: wie is in welke fase verantwoordelijk voor de uitvoering van de participatie: rol- en taakverdeling tussen initiatiefnemer, gemeentelijke organisatie, college, raad en participanten. 6. Wie worden betrokken en op welke manier (treden ‘participatieladder’): informeren, raadplegen, adviseren, co-creëren of meebeslissen. 7. Oog voor representativiteit van de groep die deelneemt. Extra inzet om lastig te bereiken groepen in de samenleving toch te betrekken, bijvoorbeeld door inzet van online media, door ‘wijkgericht werken’ of via (sport)verenigingen. 8. Tussentijds wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van het traject. 9. Afwijking van de uitkomsten van participatie wordt gemotiveerd.

Participanten krijgen ook inzicht wat er gedaan is met hun voorstellen. 10. Een begroting en dekking van de kosten van het participatieproces. 11. Voor iedereen is duidelijk wanneer een traject is afgerond. 12. Evaluatie: Na afloop van ieder project participatie evalueren, om te leren en participatie steeds te verbeteren.

5 Voorbeeld van de uitwerking van procesparticipatie is gebaseerd op het Participatiekader Duurzame Energie van de gemeente Buren:

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR661633/

20

Bijlage 2: Routes juridische verankering lokaal eigendom Aan: Breed Bestuurlijk Overleg RES Twente 12 oktober 2023 CC: Van: Programmamanager RES Twente, Siegbert van der Velde Onderwerp: Juridische verankering lokaal eigendom

Aanleiding en context In het Klimaatakkoord is een algemeen streven opgenomen naar 50% lokaal eigendom van hernieuwbare energieprojecten in 2030. Dit onderdeel van het Klimaatakkoord is niet als streven, maar als uitgangspunt overgenomen in de RES Twente. In de omschrijving van de RES Twente betekent lokaal eigendom dat een collectief van bewoners en/of bedrijven uit de lokale gemeenschap geheel of gedeeltelijk eigenaar zijn van een hernieuwbaar energieproject. In afwijking van de landelijk gehanteerde definitie kan de gemeente of provincie ook (mede)eigenaar zijn, mits de opbrengsten van het energieproject terugvloeien naar de samenleving. Net als in de overige RES-regio’s dringt de vraag zich op hoe de RES-partners lokaal eigendom bij hernieuwbare energieprojecten van marktpartijen ook daadwerkelijk kunnen afdwingen. Daarover is advies gevraagd en verkregen van prof. dr. ir. A.G. Bregman. Deze notitie is bedoeld om het advies van Bregman in het perspectief te plaatsen van verschillende routes om lokaal eigendom juridisch te verankeren. Het doel van de notitie is enerzijds informerend, anderzijds opiniërend ten aanzien van het vraagstuk hoe het realiseren van lokaal eigendom handen kan worden opgenomen in de RES 2.0.

Vetrekpunt Na het sluiten van het Klimaatakkoord is een team van de Rijksuniversiteit Groningen en Lex Nova advies gevraagd over de afdwingbaarheid van het streven naar 50% lokaal eigendom. De conclusie van dat advies is dat er op basis van de Wet Ruimtelijke Ordening en (destijds ontwerp) Omgevingswet geen mogelijkheden bestaan om financiële participatie of lokaal eigendom af te dwingen. Het is overheden vanuit hun rol als bevoegd gezag niet toegestaan om niet-ruimtelijke eisen te stellen aan de te verlenen vergunningen. Het vertrekpunt is dus dat strikt genomen lokaal eigendom niet juridisch afdwingbaar is. Routes lokaal eigendom Ongeacht de juridische afdwingbaarheid zijn door verschillende partijen routes verkend om toch invulling te geven aan het streven naar 50% lokaal eigendom: 1. De route participatiecoalitie De participatiecoalitie die rondom het Klimaatakkoord is gevormd om invulling te geven aan de afspraken met betrekking tot (financiële) participatie heeft een advies uitgebracht die een praktische -maar niet waterdichte- route 21

schetst om lokaal eigendom te realiseren. Het advies komt er kortweg op neer dat een gemeente of provincie een beleidsregel lokaal eigendom vaststelt in het ruimtelijk beleid voor duurzame energieprojecten. Op grond van die beleidsregel kan een gemeente of provincie planologische medewerking weigeren als initiatiefnemers van een hernieuwbaar energieproject zich niet conformeren aan de beleidsregel lokaal eigendom. Hoewel strikt genomen initiatiefnemers niet gehouden kunnen worden aan een dergelijke beleidsregel en langs juridische weg planologische medewerking kunnen afdwingen, zullen de meeste initiatiefnemers bereid zijn afspraken te maken over lokaal eigendom om de medewerking van het bevoegd gezag zeker te stellen. De tijdsdruk van subsidieaanvragen speelt hierbij vaak een rol. De afspraken tussen bevoegd gezag en initiatiefnemer worden vervolgens vaak vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten, zodat deze ook in rechte afdwingbaar zijn. Deze route is niet zonder juridische risico’s. Ook achteraf kan de initiatiefnemer de privaatrechtelijke overeenkomst naast zich neerleggen en betogen dat het ondertekenen daarvan afgedwongen werd door onrechtmatig handelen van de gemeente of provincie.

Een dergelijke situatie is in de provincie Drenthe enkele keren voorgekomen, waarbij de gemeente een onvoldoende sterke juridische positie had om naleving van de privaatrechtelijke overeenkomsten te vorderen. 2. De route Bregman Het advies van professor Bregman komt er in grote lijnen op neer dat lokaal eigendom (mogelijk) op grond van de WRO en Omgevingswet wel afdwingbaar is als de parallel wordt getrokken met particulier opdrachtgeverschap bij woningbouwprojecten. Bij woningbouwprojecten mag een gemeente, ook als zij geen beschikking heeft over de kavels, in een bestemmingsplan ontwikkelruimte aanwijzen waar inwoners zelf hun woning kunnen ontwerpen en bouwen, onafhankelijk van de projectontwikkelaar die de beschikking heeft over de kavels. Naar het oordeel van Bregman is het waarschijnlijk dat de parallel getrokken kan worden met lokaal eigendom bij hernieuwbare energieprojecten, mits de gemeente in een bestemmingsplan afdoende motiveert dat het lokaal eigendom een publiek belang dient. Het advies van Bregman is gebaseerd op de uit 2016 stammende Beleidsregel Maatschappelijk Draagvlak Zonneakkers van de gemeente Emmen. Op grond van deze beleidsregel zijn ontwikkelaars van zonneparken verplicht om 20% van de projectruimte aan te bieden aan de omgeving, zodat een coöperatie van omwonenden op de aangeboden kavel hun eigen zonnepark kunnen ontwikkelen.

Deze route is ook getoetst in het advies dat de Rijksuniversiteit Groningen en Lex Nova in het kader van het Klimaatakkoord hebben uitgebracht over de juridische afdwingbaarheid van lokaal eigendom. De verwachting van de betrokken juristen daarbij was dat de parallel met particulier opdrachtgeverschap waarschijnlijk bij de rechter geen stand zal houden, terwijl Bregman betoogt dat die parallel waarschijnlijk wel stand zal houden. Zonder jurisprudentie op dit punt is geen zekerheid te geven over de juridische houdbaarheid van de ‘route Bregman’. Een ander nadeel van deze route is dat er veel gevraagd wordt van de lokale energiecoöperaties. Zij krijgen alleen de beschikking over ontwikkelruimte, maar moeten daarop wel zelfstandig hun eigen zonnepark of windpark ontwikkelen. Omdat het om ‘particulier opdrachtgeverschap’ gaat moet dat ontwikkelen gebeuren zonder directe bemoeienis van de gemeente of provincie. Er is een effectieve en professionele ondersteuningsstructuur voor lokale energie initiatieven nodig, waarin de benodigde expertise en ervaring voor projectontwikkeling wordt aangeboden. 3. Maatschappelijke tender De VNG heeft juridisch laten toetsen of verankering van lokaal eigendom via een zogenaamde maatschappelijke tender mogelijk is.

In een maatschappelijke tender worden marktpartijen/ ontwikkelaars actief uitgenodigd door een gemeente of provincie om plannen voor een wind- of zonnepark in te dienen. Op basis van duidelijk vastgelegde selectiecriteria (waaronder het percentage lokaal eigendom) worden vervolgens de beste plannen geselecteerd om in aanmerking te komen voor de vereiste vergunningen. Eén van de vereisten van een maatschappelijke tender is dat de gemeente of provincie regie neemt en dus aan de voorkant helder vaststelt in welk gebied, op welk moment een wind- of zonnepark moet worden gerealiseerd. Er kleven ook nadelen aan een maatschappelijke tender. In de eerste plaats is de gemeente of provincie gehouden te selecteren op basis van biedingen van marktpartijen. Als geen van de ontwikkelaars een plan indient met 50% lokaal eigendom, of ontwikkelaars een eigen vorm kiezen (bijvoorbeeld het aanbieden van aandelen of een eigen coöperatie) kan dat niet als uitsluitingsgrond gelden. Een ander nadeel is dat niet zeker is of de winnaar van de tender over grondposities beschikt in het aangewezen zoekgebied. Het is dan niet zeker of de winnaar van de tender ook daadwerklijk kan ontwikkelen en er ontstaat een risico op tweespalt rondom grondcontracten in het aangewezen zoekgebied. 22

4. Route grondeigendom Zonder gebruik te maken van juridische bevoegdheden, kan grondeigendom worden ingezet om lokaal eigendom te realiseren. De grondeigenaar mag immers zelf bepalen onder welke condities een ontwikkelaar gebruik mag maken van de grond. Een aantal gemeenten en provincies hebben met het oog op lokaal eigendom ontwikkellocaties aangewezen in gebieden waar zijzelf grondeigenaar zijn. Andere gemeenten en provincies voeren actief grondbeleid om de beschikking te krijgen over grondposities voor winden zonneparken. Op grond van het Didam arrest mag een gemeente, provincie of rijksoverheid de ontwikkelruimte niet één op één gunnen aan een LEI, met uitsluiting van marktpartijen. De gemeente, provincie of rijksoverheid komt dan voor de keuze te staan de ontwikkelruimte aan te bieden in een (maatschappelijke) tender -en in de tender lokaal eigendom als voorwaarde mee te nemen-, of zelf te ontwikkelen. Een voorbeeld van een maatschappelijke tender is de Drentse Zonneroute A37, waarbij een tender wordt uitgeschreven voor het ontwikkelen van een zonnepark op rijksgrond en de biedingen zich moeten conformeren aan het Beleidskader Participatie Drentse Zonneroute A37 van de drie betrokken gemeenten. Het Rijk vestigt pas een opstalrecht voor de winnaar van de tender als het aanbod voor lokaal eigendom vastligt in een overeenkomst met de betrokken LEI’s.

Conclusies • Er zijn en blijven juridische risico’s bij het verankeren van lokaal eigendom in (ruimtelijk) beleid van gemeenten of provincies. • De beste route om lokaal eigendom te borgen is die waar de gemeente, de provincie of het rijk de beschikking heeft over de grondposities in gebieden die ruimtelijk beschikbaar zijn voor wind- of zonneparken. • Die route vraagt actief grondbeleid, een effectieve en professionele ondersteuningsstructuur voor LEI’s die als co-ontwikkelaar optreden én/of de bereidheid van gemeenten en provincie om zelf de rol van ontwikkelaar en exploitant op zich te nemen. • Daaruit volgt de vraag op welk schaalniveau dit het beste georganiseerd kan worden. Is het gewenst om in RESverband één van de mogelijke routes voor verankering van lokaal eigendom na te streven en als afgeleide daarvan afspraken te maken over het regionaal organiseren van actief grondbeleid, een ondersteuningsstructuur voor LEI’s en/ of een gezamenlijk ontwikkelbedrijf?

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15061268/1