CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

210413 AB-Jaarstukken 2020

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente HellendoornBij agendapunt: Jaarstukken 2020 en begrotingen 2022 gemeenschappelijke regelingen20.399 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarstukken 2020

STADSBANK OOST NEDERLAND – JAARSTUKKEN 2020

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................... 2 Voorwoord ............................................................................................................ 4 1. Jaarverslag ........................................................................................................ 5 1.1. Verslag over 2020............................................................................................... 5 1.2. Bedrijfsvoering ................................................................................................ 10 1.2.1. Autonome ontwikkelingen ............................................................................... 10 1.2.2. Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid ........................................... 10

1.3. Programmaverantwoording ........................................................................... 12 1.3.1. Programma: Algemeen Bestuur ....................................................................... 12 1.3.2. Programma: Financieel-maatschappelijk dienstverlening en voorzieningen15

1.4. Verplichte paragrafen ..................................................................................... 25 1.4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................... 25 1.4.2. Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................... 31 1.4.3. Financiering ...................................................................................................... 31 1.4.4. Verbonden partijen ........................................................................................... 33 1.4.5. Bedrijfsvoering.................................................................................................. 33

2. Jaarrekening ................................................................................................... 36 2.1. Balans per 31 december ................................................................................. 36 2.2. Overzicht van baten en lasten ........................................................................ 37 2.3.1. Activa ................................................................................................................. 38 2.3.2. Passiva .............................................................................................................. 39

2.4. Toelichting op de balans ................................................................................. 41 2.4.2 Passiva ............................................................................................................... 45 2.4.3. Niet uit de balans blijkende verplichtingen .................................................... 48 2.4.4. Gebeurtenissen na balansdatum ..................................................................... 50

2.5. Toelichting op de baten en lasten .................................................................. 50

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

2.3. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling..................................... 37

2.5.1. Algemeen Bestuur ............................................................................................ 50 2.5.2. Financieel-maatschapelijke dienstverlening en voorzieningen ..................... 53 2.5.3. Incidentele baten en lasten .............................................................................. 54 2

2.5.4. Toelichting resultaat voor en na bestemming ................................................ 54

2.6. Sisa ................................................................................................................... 54

3. Overige gegevens ............................................................................................ 55 3.1. Controleverklaring .......................................................................................... 55 3.2. Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening en resultaatbestemming ...... 56

4. Bijlagen ............................................................................................................ 57 Categoriale indeling rekening ............................................................................... 57 Programmarekening .............................................................................................. 58 Mutaties Algemene Reserve ................................................................................... 58 Berekening van de afrekening met de deelnemende gemeenten ...................... 59 Afrekening Bestaanskosten 2020 .......................................................................... 60 Statistische gegevens ............................................................................................ 61

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

3

Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2020 van de Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland (SON). De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag 2020, de jaarrekening 2020 en een aantal bijlagen. Inhoudelijk bevatten deze jaarstukken uitvoeringsgegevens over de schulddienstverlening. Het gemeentelijke beleid met betrekking tot de schulddienstverlening is - in lijn met de WGS (Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening) een (individuele) verantwoordelijkheid/bevoegdheid van de 22 in de SON deelnemende gemeenten. Het corona-virus heeft een forse impact gehad op de schulddienstverlening uitgevoerd door de SON. Ondanks de vele beperkingen die de maatregelen in het kader van de bestrijding van het corona-virus met zich meebrachten, is de SON erin geslaagd het aanbod van dienstverlening over de volle breedte te blijven aanbieden. Ook wordt het jaar 2020 afgesloten met een positief financieel resultaat. In 2020 heeft de SON doorgewerkt aan de verkenning en verdere introductie van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de schuldhulpverlening. Daarbij gaat het om zaken als collectief schuldregelen, inzet van saneringskredieten, het schuldenknooppunt, de Buddyapp en de introductie van automatische incasso binnen het bancaire systeem van de SON. Ook is in 2020 met goed gevolg de audit van de branchevereniging NVVK doorstaan.

Tot slot is het jaar 2020 sterk gericht geweest op de ontwikkeling van een strategisch profiel voor het onderdeel beschermingsbewind. In het najaar van 2020 is dit profiel - met breed draagvlak - door de in de SON deelnemende gemeenten vastgesteld. In de 1e helft van 2021 wordt dit profiel nader uitgewerkt.

Dhr. A. Kampman Voorzitter Dagelijks Bestuur

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Enschede, 31 maart 2021

4

1. Jaarverslag 1.1. Verslag over 2020 De corona-crisis heeft in 2020 een forse impact gehad op de SON. Ondanks de vele beperkingen die de maatregelen in het kader van de bestrijding van het corona-virus met zich meebrachten, heeft de SON het aanbod op het terrein van de schuldhulpverlening volledig overeind gehouden. Dit door meer digitaal en op afstand te werken (o.a. via beeldbellen), de reguliere openingstijden onverkort te handhaven en het volledige productenaanbod te blijven aanbieden. De corona-context heeft in het jaar 2020 niet geleid tot een stijging van de vraag naar schuldhulpverlening. Verklarende factoren hiervoor zijn onder andere gelegen in de verschillende financiële steunpakketten voor bedrijven en het feit dat veel organisaties terughoudend zijn omgegaan met zaken als de incasso van vorderingen, woningontruimingen, gedwongen woningverkopen en beslagleggingen. Ook is algemeen bekend dat het een behoorlijke tijd duurt voordat mensen zich melden voor (professionele) hulp bij schulden. Het is lastig gebleken om in 2020 een goede prognose voor toestroom op te stellen. In de 1e golf van de corona-crisis in het jaar 2020 werd landelijk verwacht dat in het najaar de eerste stijging van de hulpvraag zichtbaar zou worden.

De SON was hierop ook voorbereid en had door middel van een corona-impact-analyse een maatregelenpakket beschikbaar om de eerste toestroom op te vangen. Dit heeft er ook toe geleid dat de beschikbare formatieve capaciteit iets boven de (begrote) norm is aangehouden.

De financiële gevolgen van de corona-crisis zijn uiteraard opgenomen in deze jaarstukken. Vervolgens is in dit kader ook relevant te constateren dat de continuïteit van de SON niet wordt bedreigd door deze crisis.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

De verwachte stijging van de hulpvraag is dit jaar uitgebleven. Voor de SON heeft het jaar 2020 zelfs betekend dat – o.a. conform de situatie bij de collega kredietbanken - er over het hele jaar bezien een lichte afname van de schulddienstverlening heeft plaatsgevonden. Dit is mede te verklaren doordat de SON, de gemeenten en de verschillende netwerkpartijen beperkt “fysiek” hebben gedraaid en dienstverlening dus niet altijd “faceto-face” heeft plaatsgevonden. Er is gewerkt conform de richtlijnen van het RIVM. Dit heeft dus onder meer geleid tot een dempend effect op het aantal aanvragen om hulp.

5

Nieuwe ontwikkelingen In 2020 hebben we ingezet op het volgen en vertalen van nieuwe ontwikkelingen in de schuldhulpverlening naar de dagelijkse uitvoeringspraktijk van de SON. Hierbij noemen we: 1. Saneringskredieten De SON heeft succesvol ingezet op meer inzet van saneringskredieten om schulden van mensen op te lossen. Dit in plaats van het reguliere schuldhulpverleningstraject. Voor mensen met schulden betekent dit vooral meer rust en minder zorgen en voor schuldeisers betekent dit dat ze sneller weten waar ze financieel aan toe zijn. De verwachting is dat de komende jaren steeds meer gebruik wordt gemaakt van de inzet van saneringskredieten, zeker ook in combinatie met een andere nieuwe ontwikkeling betreffende het zogenoemde “collectief schuldregelen”. 2. Collectief schuldregelen Samen met partners als het Schuldenlab NL en diverse SON-gemeenten is verkend hoe collectief schuldregelen het beste ook binnen het werkgebied van de SON kan worden geïntroduceerd. Collectief schuldregelen versnelt en vergemakkelijkt het tot stand brengen van minnelijke schuldregelingen. Schuldeisers geven daarbij vooraf akkoord op betaalvoorstellen en handelen dossiers collectief af. Dat zorgt voor snellere doorlooptijden en minder rompslomp bij schuldhulpverlenende organisaties en schuldeisers.

Zo zijn in 2020 vanuit de SON de eerste initiatieven gestart om afspraken te maken met regionale partners. In 2020 zijn al afspraken gemaakt met GBTwente (Gemeentelijk belastingkantoor). We verwachten in 2021 het collectief schuldregelen breed neer te kunnen zetten.

De SON heeft in 2020 een actieve bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het landelijk schuldenknooppunt. Dit is een centrale digitale voorziening voor gestandaardiseerd berichtenverkeer tussen schuldhulpverleners en schuldeisers. Daardoor zijn o.a. minder handmatige handelingen nodig, waardoor schuldregelen sneller, efficiënter plaatsvindt en er minder ruimte is voor fouten. De basis van het schuldenknooppunt staat. Landelijk is het zaak om dit in 2021 door te ontwikkelen en zoveel mogelijk schuldeisers en schuldhulpverleners aan te laten sluiten. De SON wil in 2021 - uiteraard binnen passende condities - meedoen en verder ontwikkelen in dit initiatief.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

3. Schuldenknooppunt

6

4. Diversen De SON heeft in 2020 meegedaan in verschillende gemeentelijke projecten en initiatieven. Zo heeft de SON o.a. een actieve rol in het Jongerenperspectieffonds van de gemeente Almelo en is met de gemeente Enschede gesproken over projecten als “inhouding & doorbetaling” en “nazorg”. Ook is een bijdrage geleverd aan de verdere doorontwikkeling van de zogenoemde “buddy-app”. Dit is een app die is ontwikkeld voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners bij hun geldzaken, zodat wordt voorkomen dat zij in de schulden komen. Buddy heeft via een banklicentie toegang tot de betaalrekeningen van een gebruiker. De app is hiermee goed geschikt voor een lichte variant van ondersteuning of in de nazorg. In het kader van SON-budgetbeheer zijn in 2020 alle voorbereidingen getroffen om voor alle klanten betaling d.m.v. automatische incasso mogelijk te maken. Daarvoor is het noodzakelijk een onderdeel van het huidige bancaire systeem Allegro in te wisselen voor een nieuw systeem Smart FMS. Met betrokkenheid van de Rabobank is in 2021 gestart met een pilot om te bezien onder welke condities dit breed en (op termijn) voor alle budgetbeheerklanten kan worden geïntroduceerd. Daarnaast heeft de SON in 2020 een nieuwe digitale applicatie “Idiligo” geïntroduceerd die het voor klanten van de SON mogelijk maakt om op afstand en digitaal stukken te ondertekenen.

Dit komt de snelheid van dienstverlening ten goede.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Beschermingsbewind In het jaar 2020 is voldaan aan alle eisen en wettelijke bepalingen m.b.t. beschermingsbewind. Gedurende het jaar 2020 heeft binnen het bestuur van de SON ook een discussie plaatsgevonden over de strategische positionering van de afdeling beschermingsbewind. Op basis van een scenario-discussie in het najaar van 2020 heeft het Algemeen Bestuur van de SON gekozen voor de optie van een zogenoemde “genormeerde omvang”. Dat betekent concreet dat voor de toekomst beschermingsbewind door de SON wordt uitgevoerd tegen de achtergrond van de huidige omvang, met extra accent op hulp voor mensen met schulden. Dit ook conform de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het kader van de WGS (Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening). Het Dagelijks Bestuur heeft eind 2020 ambtelijk opdracht gegeven deze optie verder te vertalen naar een concreet uitvoeringsplan c.q. bedrijfsplan. Daarbij wordt ook het bijbehorend wettelijk en financieel kader verder uitgewerkt.

7

Toelichting financieel resultaat Van Najaarsnota naar Jaarrekening 2020 De Jaarrekening 2020 komt € 223.300 hoger uit dan de Najaarsnota 2020. Voorgesteld wordt om dit jaarresultaat toe te voegen aan de Algemene Reserve, die daardoor uitkomt op €!1.183.300. Dit correspondeert met een weerstandsratio van 1.35 (niveau voldoende). Het grootste aandeel in het jaarresultaat komt voor rekening van de aanvullende btwaftrek ad €!208.200 over de periode 2015-2020. De ontwikkeling van de aanvullende btwaftrek en het weerstandsvermogen en risicobeheersing worden hieronder nader toegelicht. Zonder de aanvullende btw-aftrek zou het jaarresultaat €!15.100 hoger zijn dan in de Najaarsnota 2020. In de periode na de laatste begrotingsbijstelling is de dienstverlening verder afgenomen. De deelnemende gemeenten ontvangen circa €!75.000 terug door verminderde standaard dienstverlening. De personeelskosten konden nagenoeg in dezelfde mate worden afgeschaald, waardoor het resultaat van de kosten en baten van de dienstverlening nagenoeg conform de begroting is uitgekomen. Daarnaast hebben de deelnemende gemeenten een voordeel van €!191.000 op de realisatie van de bestaanskosten door nog niet ingevulde vacatureruimte, minder dotaties aan de voorzieningen en een voordeel op huisvestings- en bureaukosten.

Inmiddels is in 2020 de definitieve aangifte voor de aanvullende btw-aftrek voor de periode 2015 - 2018 gedaan met een additionele aftrek van €!31.200. Daarnaast is ook de berekening afgerond voor de aanvullende btw-aftrek voor de jaren 2019 en 2020, uitkomend op een bedrag van €!177.000. Ook hiervan is inmiddels aangifte gedaan bij de Belastingdienst. Beide bedragen van in totaal €!208.200 zijn als incidenteel onder overige baten meegenomen in het jaarresultaat 2020.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Aanvullende btw-aftrek periode 2014 - 2020 De door een gespecialiseerd fiscaal adviesbureau uitgevoerde btw-scan bij de Stadsbank heeft uitgewezen, dat het - door de gestegen dienstverlening van beschermingsbewind in deze periode - lonend is om btw-aftrek toe te passen op de zogenaamde ‘gemengde’ inkoopkosten voor beschermingsbewind vanaf 2014. De aangifte voor de aanvullende btwaftrek voor het jaar 2014 ad €!109.600 is meegenomen in het jaarresultaat 2019 en is door de Belastingdienst gehonoreerd en ontvangen. Voor de jaren 2015 t/m 2018 zijn volgens dezelfde systematiek berekeningen gemaakt, uitkomend op een bedrag van €!483.200, dat ook is meegenomen in het jaarresultaat 2019. Het positieve jaarresultaat 2019 is toegevoegd aan de Algemene Reserve, in afwachting van de definitieve beschikkingen van de Belastingdienst.

Vanaf 2019 wordt - op basis van de uitgevoerde btw-scan - bij de Belastingdienst formeel bezwaar aangetekend tegen de btw-heffing op beschermingsbewind om de rechten van de 8

Stadsbank in dit kader zeker te stellen. Dit gebeurt ook onder begeleiding van het eerdergenoemde gespecialiseerde fiscaal adviesbureau. Uit voorzichtigheidsoverwegingen wordt het huidige regime voortgezet, waarbij btw-heffing op beschermingsbewind wordt gecontinueerd. De uitkomsten van het bezwaar en de financiële consequenties hiervan zijn nog onzeker. De Stadsbank zal evenwel geen risico lopen op een mogelijke naheffing, mocht de Belastingdienst uiteindelijk besluiten tot een vrijstelling. Het bedrag van de vrijstelling is immers hoger dan de aanvullende btw-aftrek. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Zoals hierboven is aangegeven wordt de additionele btw-aftrek van €!208.200 als overige baten in het jaarresultaat 2020 meegenomen. Door de aanvullende btw-aftrek bij de Stadsbank te laten blijft de Algemene Reserve van voldoende niveau (weerstandsratio komt op 1.35). Op dit niveau kunnen extra incidentele kosten voor een kwaliteitsimpuls bij beschermingsbewind en de kosten als gevolg van de corona-crisis door het weerstandsvermogen worden opgevangen. Hieronder wordt dit nader toegelicht. In het kader van een kwaliteitsimpuls bij beschermingsbewind heeft het Algemeen Bestuur op 18 november 2020 besloten om € 95.000 uit de Algemene Reserve beschikbaar te houden. Met deze onttrekking uit de Algemene Reserve komt de weerstandsratio uit op 1.24.

De corona-crisis heeft in 2020 geleid tot een terugval in de dienstverlening en minder inkomsten van de deelnemende gemeenten. Waarschijnlijk zal zich dit ook in (een groot deel van 2021) voordoen. Het is echter nog onzeker wanneer de dienstverlening weer gaat aantrekken. Het risico van corona blijft daarbij bij de Stadsbank liggen, omdat niet onmiddellijk gereageerd kan worden met een evenredige verlaging van de kosten.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

In 2021 wordt met de deelnemende gemeenten overlegd of het wenselijk is eventuele extra corona-kosten van de SON te compenseren. Dat wijkt dan wel af van de gemaakte afspraken in het huidige bekostigingsmodel (vanaf 2016). De financiële situatie van de SON vanuit deze jaarrekening maakt dat een compensatie van de SON voor de financiële gevolgen van de corona-crisis niet noodzakelijk is. Dat kan wel optreden in een mogelijke toekomstige situatie, waarin de financiële positie van de SON verslechtert en bijvoorbeeld de weerstandsratio onder de ondergrens van 1.0 uitkomt. Dan is het te overwegen om een teruggave van de gemeentelijke bijdragen - als gevolg van de terugloop in de dienstverlening door corona - achterwege te laten.

9

1.2. Bedrijfsvoering 1.2.1. Autonome ontwikkelingen Het aantal indicatiestellingen is met 18,3% gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar. Ook het aantal geopende budgetbeheerrekeningen is afgenomen ten opzichte van 2019, met 38,2%. Met de komst van de pandemie zien we een afname van aanvragen. Dit is een landelijke tendens. Verwijzingen uit het netwerk zijn aanzienlijk lager, ook de wijkcoach en maatschappelijk werker komen minder achter de voordeur van de burger in schuldennood. Het aantal bemiddelingen schuldregeling is in vergelijking met 2019 gedaald met 5,5%. Deze dalende lijn in aanvragen schuldregelen is minder sterk dan die van de indicatiestellingen. Dit is te verklaren door verwijzingen van externe partijen. Een redelijk aandeel ligt bij externe bewindvoerders, die vanuit een bestaande caseload schuldaanvragen indienen. Het aantal cliënten beschermingsbewind is in 2020 afgenomen met 7,5% (actief per 31-122020: 1.127; actief per 31-12-2019: 1.219). In nagenoeg het hele jaar 2020 zijn vanwege de klantenstop geen nieuwe mensen in beschermingsbewind aangenomen. Het aantal verstrekte kredieten is in 2020 met 14,2% afgenomen. 1.2.2. Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid Jaarlijks wordt over de realisatie van de rechtmatigheid aan het Dagelijks en Algemeen Bestuur gerapporteerd in het Verslag Financiële Rechtmatigheid en Risicomanagement.

Om de doelmatigheid en de rechtmatigheid te borgen zijn door de organisatie de volgende maatregelen getroffen:

2. Inzicht in de doelmatigheid - Koppeling van het dienstenaanbod aan formatie en exploitatie. Door middel van een dashboard op medewerkersniveau inzicht geven in de ontwikkelingen van de sturingsindicatoren van de primaire processen. Tweemaandelijks op managementniveau rapporteren over de formatieve en financiële situatie en ontwikkeling van de Stadsbank. 3. Doelmatige verkrijging van middelen - De overtollige middelen worden overeenkomstig het Treasurystatuut in een deposito gehouden bij ABN-AMRO met een rente typische looptijd van 3 maanden.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

1. Doelmatig aanwenden financiële middelen - Afsluiten van kortlopende inkoopcontracten en verdergaande digitalisering en automatisering van processen. Bij het afsluiten van flexibele arbeidscontracten rekening houden met de autonome ontwikkelingen van de dienstenafname.

4. Inzicht in de rechtmatigheid - De interne controle is uitgewerkt, conform het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Controleprotocol van de bank. Op basis hiervan verricht 10

de accountant een interim-controle in het najaar en rapporteert hierover in de Managementletter aan het management en het Dagelijks Bestuur. Daarnaast maakt de accountant een Verslag van Bevindingen, naar aanleiding van de controle van de jaarrekening. Rechtmatigheid- en kwaliteitscontrole Gedurende het jaar worden steekproefsgewijs controles verricht door het team Interne Controle van de afdeling Bedrijfsvoering & Advies. Alle bedrijfsprocessen worden zo efficiënt mogelijk en volgens de voorschriften uitgevoerd. De medewerkers van de bank maken hierbij gebruik van diverse instructies en handleidingen. De kwaliteitscontrole vindt op verschillende inputgegevens en sturingsindicatoren plaats. Afwijkingen van de norm worden geregistreerd en hierover wordt gerapporteerd naar de betrokkenen. Naar aanleiding hiervan kunnen herstelacties plaatsvinden. Indien van toepassing worden de (werk)processen hierop aangepast. Er zijn in 2020 in totaal 962 rechtmatigheidscontroles uitgevoerd, 11 meer dan in 2019. Er zijn 22 fouten minder geconstateerd. Het foutenpercentage is gezakt van 9,0% naar 6,7%. Er zijn geen onrechtmatigheden aangetroffen die niet te herstellen zijn door de organisatie. In 64 gevallen zijn onrechtmatigheden geconstateerd, die inmiddels zijn hersteld.

De meeste fouten die werden geconstateerd betroffen documenten die niet goed waren opgeslagen of het ontbreken van een handtekening op het document. Dit had voornamelijk een relatie met het op afstand werken als gevolg van de Corona-crisis vanaf maart 2020.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

11

1.3. Programmaverantwoording 1.3.1. Programma: Algemeen Bestuur Resultaten Het programma Algemeen Bestuur omvat de bestuursproducten: bestuursorganen en bestuursondersteuning. Ook behoren tot het programma Algemeen Bestuur de niet product-/ dienstverlening-specifieke activiteiten en voorzieningen gericht op een effectief en efficiënt beheer van de bedrijfsvoering. Bestuursorganen Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur geven sturing aan- en reageren op de bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze sturing is steeds gericht op een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering bij de bank. Bestuursondersteuning Het management legt door middel van de Voorjaarsnota 2020 en de Najaarsnota 2020 periodiek verantwoording af aan het bestuur over het gevoerde beleid en de verzorgde dienstverlening.

Gerealiseerde activiteiten Communicatie 1. Bestuur Het Algemeen Bestuur heeft in 2020 drie keer vergaderd. Het Dagelijks Bestuur heeft in 2020 acht keer vergaderd.

Het Platform heeft in 2020 6 keer vergaderd. Het Platform wordt terzijde gestaan door de directie en wordt ambtelijk ondersteund. 3. Informatievoorziening De in de SON deelnemende gemeenten worden via hun vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur tussentijds geïnformeerd door middel van de Voorjaarsnota 2020 en de Najaarsnota 2020, inclusief de wijziging van de begroting.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

2. Platform

Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de directeur, die wordt bijgestaan door een Managementteam. De focus ligt op het ‘werken in het zicht van de 12

deelnemende gemeenten’ en de deelname aan de lokale netwerkstructuren binnen een gemeente, die bijdragen aan de nieuwe antwoorden die gemeenten formuleren voor de opgaven in het sociale domein en de schuldhulpverlening. De werkprocessen zijn gericht op klantvriendelijkheid, snelle doorlooptijden, één aanspreekpunt voor de klant en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op basis van maatwerk, zoveel mogelijk op locatie dichtbij de klant. Personeelsbeleid Activiteiten 2020 Naast reguliere P&O-werkzaamheden is er in 2020 gewerkt aan onderdelen uit het P&Obeleid, dat gericht is op vakmanschap, vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit is vertaald naar vijf speerpunten: duurzame inzetbaarheid, verzuimreductie, vakmanschap, medewerker aan zet en P&O als strategisch partner. In 2020 lag de focus met name op de volgende onderdelen: - Implementatie nieuwe personeels- en salarisverwerker. - Werving & selectie van nieuwe collega’s. - Aanbesteding Arbodienst - Voortdurend aandacht voor verzuimreductie - Begeleiding en ondersteuning bij diverse personele aangelegenheden van de afdeling beschermingsbewind.

Leeftijdsopbouw In 2020 is de leeftijdscategorie 30-35 het grootst. Er is hierbij gekeken naar medewerkers met een tijdelijk- en vast dienstverband. Tevens is gekeken naar payroll/uitzend en detachering. De gemiddelde leeftijd van alle medewerkers bij de Stadsbank is 40.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Formatie Op 31 december 2020 bedraagt de formatie in totaal 160 medewerkers (145,4 fte) met een flexibele schil van ruim 14%. Dit percentage ligt boven de minimale norm van 10%. Het aantal fte’s vertaalt zich in 146 medewerkers met een dienstverband (47 mannen en 99 vrouwen) en 14 medewerkers met een flexibel contract (6 mannen en 8 vrouwen). Van de flexibele krachten zijn er 8 medewerkers op uitzend/payrollbasis en 6 medewerkers met een detacheringsovereenkomst.

13

Ziekteverzuim medewerkers met een vaste aanstelling Het gemiddelde verzuimcijfer van 2020 is 6,33%. Dit is hoger dan het gemiddelde ziekteverzuim in 2019, 4,8%. Er is bij een aantal medewerkers sprake van een langdurige verzuimsituatie die niet arbeid gerelateerd is. Dit heeft in grote mate bijgedragen aan de stijging van het ziekteverzuim in 2020. In 2020 was de gemiddelde meldingsfrequentie per medewerker 0,69% ten opzichte van 1,15% in 2019. Dit betekent dat het aantal ziekmeldingen gedaald is. Ook bij andere organisaties is de meldingsfrequentie gedaald. Dit kan een gevolg zijn van het thuiswerken als gevolg van de genomen corona maatregelen.

Programma 1 (bedragen in €)

Lasten Baten

2020 Begroting na Realisatie wijziging 3.836.300 4.028.000 3.836.300 4.028.000

Saldo

-

Algemeen Bestuur

2019 Realisatie 3.509.600 3.726.900 -

217.300

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Kosten

14

1.3.2. Programma: Financieel-maatschappelijk dienstverlening en voorzieningen Het programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen heeft betrekking op alle dienstverlening van de Stadsbank, ter ondersteuning van het beleid van de aangesloten gemeenten. De dienstverlening en voorzieningen van de bank kunnen als volgt worden onderscheiden: Informatie & Advies STABILISATIE (inkomsten en uitgaven) Budgetcoaching bij schulden oplossen Start (Stabilisatie)

Beheer (-Basis, -Totaal) Inkomsten en uitgaven

Uitgaven en inkomsten INTAKE

Beeindiging Afwikkelen beheerafspraken

Budgetcoaching bij budgetbeheer Nazorg

Integrale indicatie-stelling Regulier

Beschermingsbewind

Integrale indicatie stelling Crisis

Uitstroom Begeleiding naar reguliere bank

SCHULDEN OPLOSSEN Bemiddelingstraject Schulden oplossen

Krediet-aanvraag

PLAN VAN AANPAK

Betalingsregelingen

Herfinanciering

Schuldbemiddeling

Saneringskrediet

Faillissementswet Voorlopige voorziening

Dwangakkoord

Moratorium

Verklarng 285

Budgetcoaching bij schulden oplossen

Begeleide verwijzing

Het dienstenaanbod van de bank wordt vanuit de hoofdvestiging in Enschede, op werkpleinen en op diverse gemeentelijke locaties verzorgd.

Resultaten en gerealiseerde activiteiten Preventie De inzet is om instanties en middelbare scholieren beter inzicht te geven in financiën. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen, die erop gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden. De bank heeft voorlichting gegeven op scholen en vrijwilligersorganisaties over de risico’s en de gevolgen van verschulding.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Kredietbeoordeling

15

Indicatiestelling Voorafgaand aan de feitelijke dienstverlening door de bank wordt een op de klant afgestemd adviesrapport vastgesteld. In deze rapportage wordt opgenomen welke instrumenten het beste kunnen worden ingezet voor de beantwoording van de door de klant gestelde hulpvraag. Het aantal aanvragen reguliere indicatiestellingen is gedaald van 2.120 in 2019 naar 1.732 in 2020. Het aantal aanvragen crisisinterventie is gedaald van 66 in 2019 naar 41 in 2020. Onder andere door de toepassing van de telefonische scan kan doelmatig worden geïndiceerd en/of doorverwezen. De gemeenten Rijssen-Holten, Aalten, Oude IJsselstreek en Hengelo verrichten de intake zelf. Kredietverlening De kredietverlening is ten opzichte van commerciële banken aan de onderkant van de markt gepositioneerd. Als gemeentelijke kredietbank streven we niet naar een zo groot mogelijke kredietportefeuille, maar richten ons uit maatschappelijk oogpunt op een specifieke doelgroep. Uitgangspunt voor de tarieven is om deze onder de tarieven van de commerciële banken te positioneren. Het aantal verstrekte leningen is in 2020 ten opzichte van 2019 met 14,2% gedaald. De totaal verstrekte netto kredietsom kwam uit op € 1,8 miljoen. In 2019 was dit € 2,2 miljoen. Het saldo achterstand op leningen is in 2020 met € 68.425 gedaald ten opzichte van 2019 en bedroeg € 202.702.

Het percentage van de achterstand ten opzichte van het uitstaande saldo op leningen is afgenomen van 6,4% naar 5,3% per december 2020. Het totaalbedrag dat als oninbaar afgeschreven moest worden is licht gedaald van €!63.374 in 2019 naar € 62.837 in 2020.

Door de inzet van budgetbeheer zijn de betaling van de primaire lasten en overige financiële verplichtingen van de klant gewaarborgd. In het geval van betalingsachterstanden kan in overleg met de klant een betalingsregeling worden getroffen. Daartoe wordt een budgetplan opgesteld, waarin balans wordt aangebracht tussen de inkomsten en uitgaven, waardoor weer financieel evenwicht ontstaat.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Stabilisatie en herstel financiële huishouding De meeste financiële problemen van klanten zijn het gevolg van een structurele onbalans tussen inkomsten en uitgaven. Als rekeningen niet meer betaald kunnen worden, stapelen de problemen zich snel op, van aanmaning tot deurwaarder. Met alle negatieve gevolgen van dien, zoals dreigende huisuitzetting, afsluiting van energie. Deze financiële onbalans vraagt om overzicht en inzicht.

16

De klant wordt ondersteund bij de uitvoering van het budgetplan. Zo nodig wordt de klant gewezen op flankerende voorzieningen. Door middel van het bieden van maatwerk wordt gezocht naar een duurzame oplossing voor de klant. Fysieke klantgesprekken zijn ingeruild voor digitale gesprekken, een andere manier van informatie-uitwisseling en daardoor een extra drempel voor de klant. Contracten en documenten die voorheen fysiek aan tafel met de klant werden getekend worden nu digitaal afgehandeld en waar nodig per post verzonden. Het digitaal werken is in een sneltreinvaart ingevoerd en medewerkers zijn opgeleid om onze klanten optimaal te bedienen. Desondanks is de ervaring dat het werken op afstand in veel gevallen een grotere druk neerlegt bij de klant en een grotere mate van zelfredzaamheid vraagt, waar sommige klanten niet over beschikken. Bovenstaande heeft invloed op het aantal budgetbeheerrekeningen. Er zijn in 2020 715 budgetbeheerrekeningen geopend. Het aantal beëindigde budgetbeheerrekeningen bedroeg 1.146 en is ten opzichte van 2019 met 1,8% gedaald. Het aantal actieve BBR rekeningen per ultimo 2020 was 4.599. Eind 2019 waren er 5.111 actieve BBR rekeningen. Er is sprake van een daling van 512. Het verschil tussen opstart en beëindiging van BBR rekeningen in 2020 bedraagt 431 en verklaart grotendeels het verschil.

Klanten die aantoonbaar (deskundigenrapport) niet in staat zijn hun financiële huishouding zelfstandig en verantwoord te voeren kunnen in aanmerking komen voor beschermingsbewind, indien mogelijke voorliggende voorzieningen (bijvoorbeeld Budgetzorg) niet passend zijn. In voorkomende gevallen dient de Stadsbank hiertoe namens de klant een verzoek in bij de rechtbank.

Minnelijk schuldregelen Door de bank wordt bemiddeld tussen de schuldenaar en diens schuldeisers om tot een regeling van de schulden te komen. Daarbij onderzoekt de bank of door middel van betalingsregelingen over een periode van maximaal vijf jaar of een herfinanciering van de schulden de volledige schuldsituatie kan worden opgelost. Indien dit niet mogelijk is, wordt gekeken of een saneringskrediet verantwoord is, dan wel dat een schuldbemiddeling tot een oplossing kan leiden.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

In 2020 was sprake van een daling van 92 klanten in de aantallen beschermingsbewind (actief per ultimo 2020: 1.127; actief per ultimo 2019: 1.219).

In 2020 waren er 891 getekende schuldregelingsovereenkomsten. Dit is een daling van 5,5% ten opzichte van 2019.

17

In de periode 2019 - 2020 heeft een pilot gelopen om een aantal schuldregelingen door middel van een saneringskrediet af te wikkelen in verband met de vele voordelen. Bij een saneringskrediet is de schuldenaar in één keer van al zijn schuldeisers af en heeft hij nog maar één schuldeiser, de Stadsbank. Dat neemt direct heel veel stress weg. De klant heeft duidelijkheid qua bedrag en looptijd. Aan de andere kant is ook voor de schuldeiser sanering aangenaam, omdat hij direct de boeken kan sluiten. De pilot is succesvol verlopen. Naar aanleiding hiervan is besloten om saneringskredieten als instrument voor schuldregelen - daar waar het kan - veel vaker in te zetten. Er is in 2020 sprake van 386 gerealiseerde bemiddelingen, 58 herfinancieringen en 249 verstrekte saneringskredieten. Een saneringskrediet en een schuldbemiddeling hebben een looptijd van drie jaar. Bij onwillige schuldeisers kan de cliënt een beroep doen op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Stadsbank Oost Nederland ondersteunt de klant hierbij en geeft in voorkomende situaties een verklaring af aan de rechtbank voor toelating tot de WSNP. In 2020 zijn er 226 Verklaringen art. 285 Fw voor toelating tot de WSNP opgesteld. In 2019 was dit aantal 291.

De intensivering van het gebruik van saneringskredieten behoort tot de vele nieuwe ontwikkelingen die te onderkennen zijn op het gebied van de schuldhulpverlening. Verder is ingezet op collectief schuldregelen, het schuldenknooppunt, nieuwe digitale ontwikkelingen als Buddy-app en automatische incasso. De SON heeft de audit van de NVVK met goed gevolg doorlopen. De Stadsbank onderzoekt op elke wijze deze ontwikkelingen binnen het dienstverleningsmodel van de Stadsbank verder vorm en inhoud kunnen krijgen.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Nazorg Voor alle klanten die een traject Stabilisatie en/of Schulden Oplossen succesvol hebben afgerond, biedt de Stadsbank nazorg aan. Het doel van nazorg is om de recidive te voorkomen. Binnen een jaar na de beëindiging van de aangeboden dienstverlening tracht de bank inzicht te krijgen in de financiële situatie van de klant na het succesvol uitstromen naar het zelfstandig beheren van de financiën. Indien er sprake is van disbalans in de inkomsten en uitgaven, wijst de bank de klant op de mogelijkheden om de financiële situatie in evenwicht te brengen. In 2020 is aan 301 klanten nazorg geboden.

18

Additionele dienstverlening Dienstverlening op locatie In 2020 hebben de medewerkers van de Stadsbank voor wat betreft belangrijke “klantcontacten” op locatie gewerkt in de deelnemende gemeenten. De hoofdlocatie is Enschede, van waaruit de Stadsbank wordt aangestuurd en waar de backoffice activiteiten plaatsvinden. Hier worden ook afspraken gemaakt met klanten en maatschappelijke partners. Additionele dienstverlening (maatwerk) Naast de standaard dienstverlening verzorgt Stadsbank Oost Nederland voor een aantal gemeenten dienstverlening op locatie op maat, met name in de vorm van een inloopspreekuur en preventieve activiteiten. Voor 2020 zijn diverse maatwerkafspraken gemaakt met gemeenten voor de uitvoering van additionele dienstverlening. In de gemeenten Aalten, Dinkelland, Lochem, Montferland, Oldenzaal, Oude IJsselstreek, Tubbergen en Winterswijk zijn er afspraken omtrent (financiële) inloopspreekuren. In de gemeente Twenterand wordt op locatie schulddienstverlening op maat aangeboden. Voor de gemeenten Enschede, Oldenzaal en Tubbergen zijn activiteiten verricht met betrekking tot preventie en voorlichting op scholen en vrijwilligersorganisaties.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

19

Resultaat Product Indicatiestelling Reguliere indicatiestelling Crisis-interventie Huisbezoek Multidisciplinair overleg Kredietverlening Kredietbeoordeling Verstrekte Sociale leningen Verstrekte Herfinancieringen Verstrekte Saneringskredieten

Soort dienst

2020 Begroot Realisatie

2019 Realisatie

1.733 44 2 11

1.732 41 2 7

2.120 66 1 32

Stand. Stand. Stand. Stand.

1.633 479 58 237

1.583 458 58 249

1.840 629 63 200

Stabilisatie en Herstel Financiële Huishouding Opstart budgetbeheer Beëindiging budgetbeheer Actieve BBR per 31/12*

Stand. Stand. Stand.

845 1.149 4.899

715 1.146 4.599

1.158 1.167 5.111

waarvan BudgetZorg

Add.

192

180

153

waarvan zelfbetalers

Stand.

1.074

1.100

1.099

Meerderjarigenbewind lopend* Meerderjarigenbewind nieuw Minnelijk schuldregelen Bemiddeling schuldregeling Beh. Standaard bet. Regeling* Gerealiseerde schuldbemiddeling* Beh. Standaard schuldbemiddeling* Voorlopige voorziening art. 284 Verklaring & Verzoekschrift art. 285 Dwangakkoord art. 287 a Moratorium art. 287 b Nazorg

Stand. Stand.

1.193 58

1.127 33

1.219 164

Stand. Stand. Stand. Stand. Stand. Stand. Stand.

881 12 1.107 247 20 -

891 14 386 1.107 226 27 -

943 11 442 1.086 291 21 6

Nazorg * 'Begroot' - gemiddeld over 2020 'Realisatie' - actueel per 31-12

Stand.

274

301

234

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Stand. Stand. Add. Add.

20

Prestatie indicatoren Samen met de deelnemende gemeenten is een aantal relevante prestatie-indicatoren ontwikkeld. De prestatie-indicatoren worden vanaf 2017 gemeten. In de tabel hieronder is het resultaat hiervan opgenomen. In de Bijlagen onder Statistieken zijn de prestatieindicatoren per gemeente weergegeven. De prestatie-indicatoren zijn nu over een periode van 4 jaar gemonitord. Het komende jaar vindt een evaluatie plaats met betrekking tot de relevantie van de indicatoren en mogelijke wijzigingen hierin. Bij PI-1 moet rekening worden gehouden met situaties waarin de SON wel de voorwaarden schept voor het houden van een gesprek binnen 4 weken, maar dat de termijn toch wordt overschreden door afzegging of niet verschijnen van de klant. Dit verklaart dat het percentage onder de 100% ligt. 2017

2018

2019

2020

PI-1: Percentage klanten dat binnen 4 weken (3 dagen bij een crisissituatie) op het eerste gesprek is geweest.

89%

82%

73%

88%

PI-2: Percentage succesvol afgehandelde crisisinterventies.

83%

88%

89%

86%

PI-3: Percentage minnelijke trajecten waarbij akkoord is bereikt met de schuldeisers.

51%

61%

71%

75%

PI-4: Percentage klanten dat door middel van BBR binnen termijn van 3 jaar zelfstandig hun financiën kunnen beheren.

60%

56%

52%

50%

PI-5: Percentage succesvol afgeronde minnelijke schuldregelingen.

92%

94%

92%

95%

PI-6a: Recidieven: percentage klanten dat na een tussentijdse beëindiging van een minnelijke regeling binnen 1 jaar terug komt .

0,1%

0,1%

0,1%

0,0%

PI-6b: Recidieven: percentage klanten dat na succesvol afronden van een minnelijke regeling terug binnen 3 jaar komt.

0,1%

0,2%

0,4%

0,1%

PI-1: Percentage klanten dat binnen 4 weken (3 dagen bij een crisissituatie) op het eerste gesprek is geweest. Toelichting: Binnen 4 weken nadat een persoon zich heeft aangemeld voor schuldhulpverlening bij de Stadsbank, dient het eerste gesprek plaats te vinden waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Bij een crisissituatie, zoals geplande ontruiming en/of afsluiting van nutsvoorzieningen dient het eerste gesprek binnen 3 dagen plaats te vinden. Deze termijnen zijn wettelijk vastgelegd in Artikel 4, lid 1, 2 van de Wgs.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Prestatie indicatoren

Deze indicator kan gebruikt worden door de gemeenten die de Stadsbank hebben gemandateerd om Wgs-beschikking af te geven. De andere gemeenten kunnen deze

21

indicator enkel gebruiken als indicatie over de wachttijden bij de Stadsbank vanaf moment dat de klant een verzoek bij de Stadsbank indient, maar niet als een prestatie zoals dat in artikel 4, lid 1, 2 van de Wgs wordt bedoeld. Wgs, Artikel 4 1: Indien een persoon zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening vindt binnen vier weken het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. 2: Indien er sprake is van een bedreigende situatie vindt binnen drie werkdagen het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Onder bedreigende situatie wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. PI-2: Percentage succesvol afgehandelde crisisinterventies Toelichting: Deze indicator geeft het aandeel van de crisissituatie aan dat met succes is afgehandeld. Dat wil zeggen dat de dreigende ontruiming en/of afsluiting van de nutsvoorzieningen is afgewend. De mate van succes is medebepalend door de medewerking van de verhuurders en leveranciers en/of (hoe snel) de gemeente de bijzondere bijstand verstrekt. PI-3: Percentage minnelijke trajecten waarbij akkoord is bereikt met de schuldeisers.

Het minnelijke traject kan resulteren in een schuldregeling met de volgende betalingsmodaliteiten: schuldbemiddeling (SB, aflossen van een bepaald percentage van de totale schuld tegen finale kwijting), saneringskrediet (SK, afkoop van schulden tegen finale kwijting), herfinanciering (HF, een lening waarmee de totale schuld 100% in een keer wordt afgelost) en betalingsregeling (de totale schuld wordt in maandelijkse termijnen afgelost). PI-4: Percentage klanten dat door middel van BBR binnen termijn van maximaal 3 jaar zelfstandig hun financiën kunnen beheren.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Toelichting: Als de klant problematische schulden heeft en aan de eerste prioriteit om balans in inkomen en uitgaven te krijgen is voldaan, kan een minnelijk traject opgestart worden waarbij getracht wordt om met alle schuldeisers een akkoord te bereiken voor het aflossen van de schulden. Gemiddeld zijn er ongeveer 14 schuldeisers per dossier met een gemiddelde schuld van z’n € 43.000. Deze indicator geeft het aandeel van de trajecten aan waarbij alle schuldeisers akkoord zijn gegaan met het betalingsvoorstel.

Toelichting: De eerste prioriteit voor de klanten van SON is om balans in inkomen en uitgaven te krijgen zodat in ieder geval de lopende verplichtingen nagekomen kunnen worden. Dat wordt door middel van een budgetbeheerrekening gedaan. De klant wordt in 22

beginsel begeleid door een budgetconsulent die samen met hem/haar acht om zowel de uitgaven in beeld te brengen en die waar mogelijk te minimaliseren, als het inkomen te maximaliseren. De BBR wordt in principe voor een periode van ongeveer drie jaar ingezet waarna de klant getracht wordt om de financiën zelf te kunnen beheren. Een deel van de klanten zal altijd nog langer dan drie jaar de ondersteuning door middel van budgetbeheer nodig hebben omdat zij onvoldoende vaardigheden hebben (ontwikkeld) voor het zelfstandig beheren van hun financiën. Klanten die een budgetbeheerrekening openen met een schuldvraag zullen in de aanloop/stabilisatiefase starten met een budgetbeheerrekening om inzicht, overzicht en stabiliteit te creëren in budget én schulden. Dan volgt de start van een schuldentraject van minimaal 3 jaar, klanten die zich vanuit zo’n schuldencasus melden zullen tevens langer dan 3 jaar in budgetbeheer verblijven. Deze indicator geeft aan hoeveel klanten daadwerkelijk binnen drie jaar met succes zijn uitgestroomd. Op dit moment wordt de uitstroom met beperkte begeleiding bereikt. De indicator betreft de BBR waarvoor de ondersteuning nog door de gemeente wordt bekostigd. PI-5: Percentage succesvol afgeronde minnelijke schuldregelingen.

Toelichting: Een minnelijke schuldregeling is succesvol afgerond op het moment dat de schuldeisers finale kwijting geven voor hun vordering. PI-6a: Recidieven: percentage klanten dat na een tussentijdse beëindiging van een minnelijke regeling binnen 1 jaar terugkomt

PI-6b: Recidieven: percentage klanten dat na succesvol afronden van een minnelijke regeling binnen 3 jaar terugkomt Toelichting: Percentage recidieven betreft het aandeel indicatiestellingen binnen een jaar waarbij de klant drie jaar eerder een minnelijk traject succesvol heeft doorlopen, zoals dat in PI-5 is bedoeld.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Toelichting: Percentage recidieven betreft het aandeel indicatiestellingen (= aanmeldingen schuldhulpverlening waarbij de hulpvraag is vastgesteld) binnen een jaar waarbij een minnelijk traject in het jaar daarvoor tussentijds is beëindigd door het toedoen van de klant.

23

Kosten Programma 2 (bedragen in €) Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen Lasten Baten Saldo

2020 Begroting na Realisatie Wijziging 7.172.700 7.269.400 6.659.900 6.533.300 -512.800 -736.100

2019 Realisatie 6.886.100 7.284.300 398.200

Klachten en verzoeken tot heroverweging Het aantal klachten over de dienstverlening van de bank bedraagt 47 in 2020 en het aantal heroverwegingen is 5. In 2020 is er sprake van een daling van het aantal klachten en heroverwegingen ten opzichte van 2019. Het aantal gegronde klachten is gelijk gebleven. Over de afgelopen jaren is het beeld als volgt: Klachten en heroverwegingen (aantallen) Klachten waarvan gegrond en gedeeltelijk gegrond Heroverwegingen Totaal

2016 35 8 42 77

2017 45 11 17 62

2018 41 11 13 54

2019 58 19 14 72

2020 47 19 5 52

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

24

1.4. Verplichte paragrafen 1.4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is bepaald dat organisaties hun weerstandsvermogen, het vermogen om risico’s financieel op te vangen, in kaart moeten brengen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: • •

De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; Alle risico’s die de bank loopt en waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het gaat hier over niet-kwantificeerbare risico’s. Voor wel-kwantificeerbare risico’s is de bank verplicht om voorzieningen te vormen.

De Stadsbank is een gemeenschappelijke regeling (GR), waarin de gemeenten eindverantwoordelijk zijn voor een eventueel nadelig saldo van de bank. Weerstandscapaciteit

Een positief saldo op de meerjarenbegroting behoort tot de structurele weerstandscapaciteit. Bij de Stadsbank is structurele weerstandscapaciteit niet aan de orde, omdat gestreefd wordt naar een meerjarige sluitende begroting. Mogelijke onderdelen van de incidentele weerstandscapaciteit zijn: - De Algemene Reserve - Bestemmingsreserves - De post Onvoorzien - Stille reserves

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Onder de weerstandscapaciteit wordt verstaan de aanwezige capaciteit aan middelen om financiële risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten, op te kunnen vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Ze geeft aan in hoeverre onverwachte, substantiële, niet begrote kosten gedekt kunnen worden. Onderscheid kan worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Met het eerste wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat deze invloed hebben op de voortzetting van taken op het bestaande niveau. Met het tweede worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken.

25

Stadsbank Oost Nederland gebruikt de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Mochten zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan dekt de Stadsbank die incidenteel af middels de incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens zal hiervoor bij de eerstvolgende begroting dekking gezocht worden. Het eigen vermogen van de Stadsbank bestaat uit de Algemene Reserve en - indien ingesteld - bestemmingsreserves. De Algemene Reserve vervult voor de Stadsbank de functie van beschikbare weerstandscapaciteit (bufferfunctie). Het Algemeen Bestuur heeft in 2019 besloten om bestemmingsreserves op te heffen en de Algemene Reserve als enige reserve te handhaven. Door deze opschoning wint de Algemene Reserve aan belangrijkheid voor de Stadsbank. De Algemene Reserve vervult naast de functie van buffer ook de financierings- en bestedingsfunctie voor incidentele uitgaven. Vanuit deze context is het essentieel dat de Stadsbank ook in de toekomst een Algemene Reserve heeft en houdt, die voldoende omvang heeft om de verschillende functies op adequate wijze te kunnen invullen. De Algemene Reserve is daarmee een belangrijk financieel instrument om een gezonde financiële positie van de Stadsbank te kunnen waarborgen.

De omvang van de Algemene Reserve bij de Stadsbank moet dan uiteraard ook minimaal toereikend zijn om risico’s af te dekken. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de weerstandsratio de kwalificatie ‘voldoende’ (tussen 1,0 - 1,4) moet hebben.

Ten aanzien van stille reserves zou moeten worden bezien in hoeverre er sprake is van een overwaarde op de activa (actuele waarde > boekwaarde). Vervolgens moet worden nagegaan in hoeverre deze op korte termijn aangewend kunnen worden om tegenvallers op te vangen. De bereidheid tot het (extra) verhogen van de tarieven voor de dienstverlening van de bank zal uiteindelijk een politieke keuze zijn. Deze onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn niet exact te becijferen. Bij de bepaling is het gebruikelijk om voorzichtigheid in acht te nemen.

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Weerstandscapaciteit per 31 december 2020 (bedragen in €) Reserves Bedrag Algemene reserve 960.000 Bestemmingsreserve Totaal 960.000

26

Beleid Het Algemeen Bestuur heeft op 18 november 2020 de Beleidsnota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2020 - 2023 vastgesteld. Hierin zijn de kaders en het beleid ten aanzien van weerstandsvermogen en risicobeheersing van de Stadsbank geactualiseerd voor de periode 2020 - 2023. Daarbij is rekening gehouden met de op 20 november 2019 vastgestelde Nota Reserves en Voorzieningen 2019. Er wordt periodiek een integrale risicoanalyse gemaakt, aan de hand waarvan wordt bepaald of het weerstandsvermogen voldoende wordt geacht om deze risico’s te kunnen afdekken. Daarbij wordt de methodiek van ‘NARIS’ toegepast, die beproefd en gangbaar is binnen het vakgebied risicomanagement. Het doel van de integrale risicoanalyse is om de risico’s die bij de Stadsbank kunnen optreden expliciet te maken, regelmatig te actualiseren, proactief en bewust met risico’s om te gaan en de bijbehorende beheersmaatregelen af te wegen. Dit vormt de basis voor de jaarlijkse verantwoording naar het Algemeen Bestuur in het ‘verslag financiële rechtmatigheid en risicomanagement’ en in de risicoparagraaf in de begroting en het jaarverslag. Integrale risicoanalyse

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Bij de integrale risicoanalyse wordt een risico-inventarisatie gemaakt, waarbij expliciet aandacht is gegeven aan de mogelijke oorzaken van de risico’s. Deze oorzaken zijn onder meer te vinden op het politieke/bestuurlijke, organisatorische, juridische, technische, financiële, ruimtelijke of maatschappelijke vlak. Per risico is bepaald welke beheersmaatregelen van toepassing zijn. Daarbij is aangegeven in welke gevallen een claim op het weerstandsvermogen wordt gedaan om de risico’s af te kunnen dekken. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dat is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet. Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller bij de Stadsbank direct door de deelnemende gemeenten moet worden opgevangen. Het weerstandsvermogen is voldoende als financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden binnen de weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio wordt afgezet tegen een norm om een conclusie te kunnen trekken over het niveau van het weerstandsvermogen van de Stadsbank. Het beschikbaar weerstandsvermogen komt eind 2020 uit op €!960.000 bij een weerstandsratio van 1.10. Het beschikbare weerstandsvermogen wordt hiermee gekwalificeerd als voldoende (tussen 1,0 en 1,4).

Hierbij is nog geen rekening gehouden met het voorstel om het rekeningresultaat 2020 ad €!223.300 toe te voegen aan de

27

Algemene Reserve. Na verwerking van het jaarresultaat komt de ratio uit op 1.35. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur besloten om een bedrag van € 95.000 uit de Algemene Reserve beschikbaar te houden voor de kwaliteitsimpuls bij beschermingsbewind in 2021. Met deze onttrekking uit de Algemene Reserve komt de weerstandsratio uit op 1.24. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de weerstandsratio minimaal de kwalificatie ‘voldoende’ moet hebben. Daarbij is een tijdelijke beweging van twee jaar onder de ondergrens tussen 0,8 en 1,0 acceptabel, mits er daarna weer zicht is op herstel naar de kwalificatie ‘voldoende’. Aan de andere kant is een kwalificatie ‘ruim voldoende’ (tussen 1,4 en 2,0) voor een periode van twee jaar acceptabel, mits de ratio daarna weer terugvalt naar ‘voldoende’. Dit kan bijvoorbeeld door investeringen te doen of geprognosticeerde verliezen en/of een negatief resultaat op te vangen. Frauderisico-analyse Door het intensiveren en automatiseren van de interne controles in de processen is de kans op frauderisico’s aanmerkelijk verminderd. Verder wordt het ‘4-ogen principe’ toegepast in het betalingsproces en de ‘two-factor authenticatie’ bij het inloggen in het netwerk. Voor schade door fraude is een fraudeverzekering afgesloten.

Er wordt continue aandacht besteed aan het vergroten van de bewustwording rondom fraudepreventie bij de medewerkers binnen de organisatie, waarbij gedrag en cultuur nadrukkelijk aan de orde komen. In de bedrijfs- en gedragscode, waaraan elke medewerker bij de Stadsbank zich moet conformeren, is een passage opgenomen over integriteit en het omgaan met vertrouwelijke informatie.

Informatiebeveiliging en privacy Voor de beheersing van de informatiebeveiliging en privacy wordt structurele capaciteit ingezet voor de functies Chief Information Security Officer (CISO), de Security Officer (SO) en de Functionaris Gegevensbescherming (FG).

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

Verder wordt het personeel van de Stadsbank door middel van een doorlopende bewustwordingscampagne en praktijksimulaties gewezen op de noodzaak van het beschermen van persoons- en bedrijfsgegevens in het kader van de informatiebeveiliging en privacy. Het gaat hierbij met name om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid.

De Stadsbank voldoet aan de wijzigingen in de relevante landelijke en Europese wet- en regelgeving op deze terreinen. Hierbij wordt aangesloten bij de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Er wordt een digitale tool ingezet om de informatiebeveiliging en privacy permanent te kunnen beheersen, monitoren, evalueren

28

en aan te passen/actualiseren. De CISO legt in de ‘verklaring van toepasselijkheid BIO’ jaarlijks verantwoording af aan het Dagelijks Bestuur over de implementatie van maatregelen die passend zijn voor de Stadsbank, als ook om restrisico’s goed te keuren en formele goedkeuring te verkrijgen voor de implementatie van de passende maatregelen. Daarnaast past de Stadsbank de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toe. Met partners die persoonsgegevens verwerken zijn verwerkingsovereenkomsten gesloten, waarvan een verwerkingsregister wordt bijgehouden. Ook wordt een procedure gehanteerd voor het melden van incidenten en datalekken en worden de nodige vervolgacties genomen. Indien van toepassing worden datalekken gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens. De medewerkers van de Stadsbank worden continue bewust gemaakt van de risico’s die kunnen optreden bij het onzorgvuldig omgaan met persoons- en bedrijfsgegevens en de gevolgen die dit met zich meebrengt. Dit gebeurt onder meer door voorlichtingssessies en praktijksimulaties (mystery guest, phishing mails). Met de leveranciers van de ICT-omgeving zijn afspraken gemaakt over het beschermen van data en (persoons)gegevens tegen cybercriminaliteit en datalekken. Daarbij worden ook de dragers van persoons- en bedrijfsgegevens beschermd tegen datalekken (denk aan mobiele telefoons en laptops).

Voor schade door cybercriminaliteit is een cyberrisicoverzekering afgesloten. Aandachtspunten risico’s •

•

Stadsbank Oost Nederland – Jaarstukken 2020

•

Er zouden financiële risico’s kunnen optreden, indien de Stadsbank voor een deel van haar activiteiten vennootschapsbelasting moet afdragen op de hiermee behaalde ‘winst’. De Stadsbank is in de huidige situatie voor haar activiteiten per 1 januari 2016 vrijgesteld van vennootschapsbelasting. De Belastingdienst heeft dit ook schriftelijk bevestigd. Vanaf 2019 wordt bij de Belastingdienst formeel bezwaar aangetekend tegen de btw-heffing op beschermingsbewind om de rechten van de Stadsbank in dit kader zeker te stellen. Dit gebeurt onder begeleiding van een gespecialiseerd fiscaal adviesbureau, op basis van de uitgevoerde btw-scan bij de Stadsbank. Uit voorzichtigheidsoverwegingen wordt het huidige regime voortgezet, waarbij btwheffing op beschermingsbewind wordt gecontinueerd. De uitkomsten van het bezwaar en de financiële consequenties hiervan zijn nog onzeker en zijn niet in deze jaarrekening meegenomen. De bank is eigen risicodrager van verplichtingen voor voormalig personeel. Per ultimo 2020 zijn deze verplichtingen niet meer aan orde en zijn de middelen uit de betreffende voorziening vrijgevallen. Mogelijk kan er in de komende periode nog sprake zijn van (juridische) vergoedingen in verband met de beëindiging van een

29

•

•

•

•

dienstverband in 2020. Omdat de uitkomst van dit traject onzeker is, is hiervoor geen voorziening opgenomen. Voor het gebruikte softwarepakket Allegro is een excrow-overeenkomst afgesloten bij NCC Group, waar de broncodes zijn ondergebracht. Een mogelijk faillissement van de leverancier houdt in dat naar vervanging wordt gezocht. Indien de Stadsbank aansprakelijk wordt gesteld voor schadegevallen voortvloeiende uit de beroepsbeoefening, kan het zijn dat deze niet vallen onder de huidige beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Voor deze schadevergoedingen en eventuele proceskosten is dan geen dekking. Indien de Stadsbank aansprakelijk wordt gesteld voor schadegevallen kan het zijn dat deze niet vallen onder de algemene WA-verzekering van de bank. Voor deze schadevergoedingen is dan geen dekking aanwezig. Dit geldt ook voor eventuele proceskosten. De kosten van een WIA-uitkering kunnen verhaald worden op de veroorzaker van de arbeidsongeschiktheid. De bank heeft hiervoor geen speciale verzekering afgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14988678/1