CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

19112021 VBP Haarle 2017, herziening Kerkweg 20

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan herontwikkeling locatie Kerkweg-Rutgersstraat in Haarle32.435 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 bestemmingsplan NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01 vastgesteld

Datum:

19 november 2021

Projectnummer:

21AF032

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Haarle 2017, herziening Kerkweg 20

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 7 7

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 8

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

11 11 12 17

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Wateraspecten 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie 4.10 Verkeer / parkeren

22 22 23 25 26 27 28 30 33 37 39

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

41 41 41

Hoofdstuk 6

44

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

45 45 45

Bijlagen bij de toelichting

47

Bijlage 1

Watertoets

48

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

51

Bijlage 3

AERIUS-rapportage

105

Bijlage 4

Quickscan natuurwaarden

134

Bijlage 5

Nader onderzoek vleermuizen

166

Regels

175

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

176 176 179

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Verkeer - Verblijf Wonen - 2

180 180 181

Hoofdstuk 3

Algemene regels

185

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

2

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

185 186 187 188

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

189 189 190

Bijlagen bij de regels

191

Bijlage 1

Samen leven met water 2021-2025, gemeente Hellendoorn

192

Bijlage 2

Nota parkeernormen

204

Bijlage 3

Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015

252

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

3

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor het perceel aan de Kerkweg 20 te Haarle is een plan ontwikkeld. De bestaande opstallen worden op de locatie worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden vijf nieuwe woningen gerealiseerd, bestaande uit drie aaneengebouwde woningen en een twee-onder-een kapwoning. Op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn twee woningen toegestaan. Vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksregels is het voornemen op grond van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied bestaat uit het perceel Kerkweg 20 te Haarle. Het plangebied is gelegen in het hart van de kern Haarle en staat kadastraal bekend als gemeente Hellendoorn, sectie F, nummer 2845 en heeft een oppervlakte van 1.385 m2. In figuur 1.2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haarle weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing Het plangebied betreft het perceel Kerkweg 20 te Haarle. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het woonperceel Wolterinksweg 57, aan de oostzijde door het perceel Kerkweg 18, aan de zuidzijde door de Kerkweg en aan de westzijde door de Rutgersstraat. In figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

5

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Haarle 2017', vastgesteld op 31 oktober 2017 en voorzien van de bestemming 'Wonen – 2' en een bouwvlak. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Haarle 2017' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Wonen -2' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wonen en aan huis verbonden beroepen. Voor het bouwen van gebouwen en/of overkappingen geldt dat het aantal woningen ten hoogste het bestaande aantal woningen mag bedragen, waarbij de woningen vrijstaand of aaneen gebouwd dienen te worden. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de realisatie van vijf woningen mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

6

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Haarle 2017, herziening Kerkweg 20' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

7

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

Haarle ligt aan de westzijde van de Sallandse Heuvelrug, in het westelijke gedeelte van de gemeente Hellendoorn. Het dorp ligt op korte afstand van de N35 (Almeloseweg); de belangrijkste verbindingen met deze weg zijn de Stationsweg en de Molenweg. Het oorspronkelijke kerngebied van Haarle wordt gevormd door de bebouwing langs de Kerkweg en een daarop aansluitend deel van de Molenweg. Tevens zijn de Stationsweg en de Poggenbeltweg onderdeel van de oude structuur van Haarle. De bebouwing in Haarle is ruimtelijk gesitueerd en is zeer uiteenlopend van aard. Naast woonhuizen en een kerk, vallen een aantal grote bedrijven en horecafuncties op. Analoog aan de diversiteit van functies, zijn ook diverse bouwstijlen te ontdekken. Het gebied kan worden aangeduid als dorpsbebouwing met open gedeelten. Met name het waardevolle groengebied ten zuiden van de Kerkweg, waarvan de begraafplaats deel uitmaakt, verleent aan de dorpskern een grote ruimtelijkheid. In deze oudere straten is de bebouwing in een verspringende rooilijn geplaatst, op enige afstand van de weg. De nokrichting verschilt per gebouw, evenals de kapvorm. Het plangebied is gelegen aan de Kerkweg 20. In het plangebied is een twee-onder-een kapwoning (Kerkweg 20 en 20b) aanwezig met bijbehorende bijgebouwen. Het bestaande hoofdgebouw (twee-onder-een kap) heeft een oppervlakte van circa 230 m2.

Daarnaast zijn er verspreid in het plangebied enkele vrijstaande bijgebouwen aanwezig. De totale oppervlakte bedraagt circa 130 m2. In figuur 2.1 is een aanzicht van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1: Huidige situatie Kerkweg 20 (bron: Google Streetview)

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. Alle bestaande opstallen worden gesloopt en hiervoor in de plaats worden vijf nieuwe woningen gerealiseerd. Aan de zijde van de Kerkweg worden drie aaneengebouwde woningen gerealiseerd. Aan de zijde van de Rutgersstraat wordt een twee-onder-een kapwoning gerealiseerd. Als gevolg van het plan worden er langs de Kerkweg en de Rutgersstraat twee langsparkeerplaatsen gerealiseerd (tezamen vier langsparkeerplaatsen). Op het hoekperceel van de Rutgersstraat en de Kerkweg wordt op eigen terrein voorzien in de mogelijkheid voor het parkeren van twee personenauto's. Voor de twee-onder-een kapwoningen en de meest rechtse woning van de drie aangebouwde woningen wordt tevens voorzien in de mogelijkheid voor het parkeren van twee auto's. Daarmee voorziet het plan in 12 parkeermogelijkheden. In figuur 2.2 is een situatietekening van het plan weergegeven.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

8

Figuur 2.2: Toekomstige situatie (bron: Ton Kuipers - Ontwerp) De woningen worden gerealiseerd voor de doelgroep starters en senioren. De kavels aan de Kerkweg (driekapper) hebben een oppervlakte van respectievelijk circa 246 m2, 146 m2 en 406 m2. De kavels van de twee-onder-een kapwoningen aan de Rutgersstraat bedragen circa 257 m2 en 267 m2. De massa van de bebouwing sluit aan bij de bestaande twee-onder-een kapwoning (twee lagen met kap). In figuur 2.3 is een voorgevelaanzicht van de twee-onder-een kapwoning weergegeven. In figuur 2.4 is een voorgevelaanzicht van de drie-onder-een kapwoning weergegeven.

Figuur 2.3: Voorgevelaanzicht twee-onder-een kapwoning (bron: Ton Kuipers - Ontwerp)

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

9

Figuur 2.4: Voorgevelaanzicht drie-onder-een kapwoning (bron: Ton Kuipers - Ontwerp)

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

10

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van starterswoningen in de kern Haarle. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragraven 3.2.3 en 3.3.2 wordt de realisatie van de twee-onder-een kapwoning en de drie aaneengebouwde woningen getoetst aan het provinciale beleid en aan de woonvisie van de gemeente Hellendoorn. Daarin

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

11

wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet draagt het plan bij aan de realisatie van nieuwe woningen voor starters. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 5 nieuwe woningen mogelijk, waarbij ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan 3 extra woningen aan het planologisch regime worden toegevoegd. Op grond van de uitspraak van de Raad van State van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening, vanwege het bouwplan voor vijf woningen, niet van toepassing. Echter, in bovengenoemde uitspraak heeft de Raad van State bepaald dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

12

Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

13

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

14

voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. In voorliggend geval is sprake van een binnenstedelijke locatie in bestaand bebouwd gebied. Deze wordt middels herontwikkeling geschikt gemaakt voor de gewenste bouw van vijf woningen. Van extra ruimtebeslag op de groene omgeving is daarom geen sprake. Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouwontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4.

De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Doorwerking voor voorliggend plan: In de Woonvisie beschrijft de gemeente Hellendoorn het beleid op het gebied van wonen voor de periode 2020 tot 2025. De woonvisie sluit aan bij regionaal, provinciaal en landelijk woonbeleid. Er zijn enkele belangrijke uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de woonvisie van de gemeente Hellendoorn: de Regionale Woonvisie Twente, de Regionale Woonprogrammering Twente (RWP), de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Woningwet.

In de Woonvisie voor de gemeente Hellendoorn is ruimte gecreërt voor maatwerk en initiatieven vanuit de markt. Met het oog op de toekomstige woningbehoefte zet de gemeente in op een flexibele nieuwbouwprogrammering. Daarbij creëert de gemeente voldoende planruimte om ruimte te bieden aan initiatieven waar lokaal behoefte aan is. In hoofdstuk 3.3 wordt het plan getoetst aan het gemeentelijk beleid. Daarin wordt ook aangetoond dat het plan past binnen de gemeentelijke woonvisie. Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

15

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). De realisatie van vijf woningen voorziet in een lokale behoefte aan starters- en seniorenwoningen.

Aangezien het plangebied is gelegen binnen een bestaande woonwijk doet het plan geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de omgeving. Gebiedskenmerken Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van beleving) is met name van belang dat het plangebied een bestaand woonperceel is en gelegen is in het stedelijk gebied en reeds bebouwd en verhard is. De toetsing aan de 'Natuurlijke laag' en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap' is achterwege gelaten, aangezien deze gebiedskenmerken niet meer voorkomen in het plangebied. Dit geldt eveneens voor de ‘Laag van beleving’, deze laag is ter plaatse nooit van toepassing geweest. Stedelijke laag

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

16

Figuur 3.3: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden aan de Kerkweg drie aaneengebouwde woningen gerealiseerd en aan de Rutgersstraat een twee-onder-een kapwoning. In de omgeving van het plangebied zijn overwegend aaneengebouwde woningen (rijtjeswoning en tweekappers) aanwezig. Daarmee wordt aangesloten bij de bebouwing in de omgeving. Derhalve wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de stedelijke laag.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Hellendoorn Natuurlijk avontuurlijk

De gemeente Hellendoorn heeft een omgevingsvisie "Natuurlijk Avontuurlijk" (voorheen de ruimtelijke structuurvisie). De omgevingsvisie bevat een brede visie op de toekomst en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. In 2012 is integraal een inventarisatiedocument voorbereid: "Hoofdlijnen van beleid in Hellendoorn. In de eerste helft van 2013 zijn op interactieve wijze workshops gehouden met onder andere organisatie, ondernemers, instanties, dorpsbelangen en tot slot met de gemeenteraad. Hierin hebben de deelnemers de prioriteiten, belangen, gezamenlijke doelen en kansen proberen te destilleren. Vervolgens is de output vertaald naar de nieuwe omgevingsvisie. De visie is opgebouwd in 3 lagen, namelijk identiteit, context en kernvisie.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

17

De Identiteit, gericht op versterken en kwaliteit van een gebied: deze geeft niet aan welke ontwikkelingen waar mogelijk zijn maar meer binnen welke identiteit een bepaalde ontwikkeling moet worden uitgewerkt/vormgegeven. De Context kaart geeft de functionele opgave: dit vanuit het huidige programma; wonen, werken natuur en verkeer. De kernvisie: in de kernvisie zijn de prioriteiten vanuit de workshops gedestilleerd en wordt aangegeven op welke ontwikkeling/ dwarsverbanden en wisselwerking de focus ligt. De gemeenteraad heeft de omgevingsvisie op 20 februari 2014 vastgesteld. Sterke kernen De leefbaarheid van de dorpen (Nijverdal en Hellendoorn), de kernen (Daarle, Daarlerveen, Hulsen en Haarle) en de buurtschappen (Egede, Elen en Raahn, Marle en Hancate) is goed. De lichte daling van het aantal inwoners, ontgroening en vergrijzing zullen ook in de gemeente Hellendoorn hun impact hebben op wonen, zorg, werkgelegenheid en economie. Ondanks deze demografische veranderingen spant de gemeente Hellendoorn zich in om in alle dorpen, kleine kernen en buurtschappen een duurzaam samengestelde samenleving in stand te houden, met een voorzieningenniveau dat daarbij hoort. Passende woon-, leef- en zorgmogelijkheden voor alle leeftijdscategorieën vormen daarbij het uitgangspunt.

Dat betekent dat Hellendoorn kiest voor vraaggerichte nieuwbouw voor speciale doelgroepen met de nadruk op combinaties van wonen, welzijn en zorg. Het gaat erom mensen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen en zelfredzaam te blijven. Creatieve initiatieven van alle mogelijke marktpartijen en particulieren op dit gebied zullen we nadrukkelijk faciliteren. Daarbij wordt bij voorkeur gekozen voor inbreiding in plaats van uitbreiding. Woningbouw Woningbouw vindt plaats binnen de in ontwikkeling zijnde gebieden en op inbreidingslocaties (bijvoorbeeld door transformatie). In de in ontwikkeling zijnde gebieden loopt de realisatie vanwege de economische recessie en demografische ontwikkeling minder snel dan voorzien. In de komende jaren zal, afhankelijk van de (woning)marktontwikkeling/ demografische ontwikkelingen/behoefte, bepaald worden of deze gebieden (binnen de contouren van woongebied-in ontwikkeling) doorontwikkeld worden of dat er tot een afronding wordt overgegaan. Naast deze gebieden, zijn er enkele zoekgebieden aangewezen.

Deze zoekgebieden komen pas in beeld indien: er geen inbreidingslocaties in een betreffende kern beschikbaar zijn/in aanmerking komen en/of het inbreiding voor uitbreiding principe in de bredere context geen oplossing kan bieden danwel geen maatwerkoplossing kan leveren, Buiten deze zoekgebieden om zijn er geen andere nieuwe uitleggebieden. Toets Haarle is een esdorp aan de westzijde van de heuvelrug. Deze kern heeft zich na de Tweede Wereldoorlog verder ontwikkeld met niet-agrarische bebouwing. In het dorp komen enkele karakteristieke open ruimtes voor. Op grond van de Omgevingsvisie Hellendoorn geldt voor het plangebied de functionele opgave (context) 'woongebied - te beheren'. De bestaande woongebieden functioneren in algemene zin goed. Op gemeentelijk niveau zijn er geen opgaven deze woongebieden volledig te transformeren. Uiteraard zal er blijvend moeten worden geïnvesteerd in de kwaliteit van openbare ruimte, de nabijheid van voorzieningen en de sociale veiligheid. Het plangebied is gelegen aan de Kerkweg en de Rutgersstraat en bevindt zich aan de rand van een karakteristieke open ruimte. als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande bebouwing (twee-onder-een kapwoning) gesloopt en vervangen door drie aaneengebouwde woningen aan de Kerkweg en een twee-onder-een kapwoning aan de Rutgersstraat. Daarmee wordt voldaan aan het principe van inbreiding.

De bebouwing sluit aan bij de omgeving die gedomineerd wordt door veelal aaneengebouwde woningen. De nieuwe woningen zijn gericht op starters en senioren op de woningmarkt en voorziet daarmee in een specifiek voordoende behoefte. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsvisie van de gemeente Hellendoorn.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

18

3.3.2

Woonvisie

In de Woonvisie beschrijft de gemeente Hellendoorn het beleid op het gebied van wonen voor de periode 2020 tot 2025. De woonvisie vormt de basis voor de ontwikkeling van woningbouwprojecten en voor samenwerkingsafspraken op het gebied van wonen, zoals de prestatieafspraken met o.a. Woningstichting Reggewoon. De woonvisie gaat over de kwaliteit van wonen in onze gemeente. De gemeente Hellendoorn kent een hoge kwaliteit van de leefomgeving. Dit maakt het aantrekkelijk om in de gemeente Hellendoorn te wonen. Om die kwaliteit te behouden en te versterken staan er grote uitdagingen op stapel. De omslag naar een duurzame woningvoorraad, de transitie in de zorg en demografische veranderingen in onze bevolking zijn lange termijn opgaven. Het zijn ontwikkelingen die de komende decennia een grote inspanning vragen. Hieronder worden de belangrijke uitgangspunten die centraal staan in de woonvisie beschreven: De ontwikkeling van de huishoudens: als gemeente groeit Hellendoorn op korte en middellange termijn door, maar er is sprake van een veranderende samenstelling van de bevolking: Hellendoorn vergrijst en ontgroent. De bestaande woningvoorraad wordt als vertrekpunt genomen: we realiseren ons dat verreweg het grootste deel van de bestaande woningen er over 10, 20 en 30 jaar nog steeds staat.

Samen met alle woningeigenaren en -gebruikers staan we voor een goede en duurzame kwaliteit van deze bestaande voorraad. Nieuwbouw wordt ingezet als aanvulling op de bestaande woningvoorraad: de gemeente Hellendoorn vindt het belangrijk om de gemeente vitaal te houden en biedt daarom ruim baan aan initiatieven die mede voorzien in een behoefte op de middel - lange termijn. Er wordt gezocht naar nieuwbouw die aansluit bij de kwalitatieve behoefte van alle inwoners en naar initiatieven die een aanvulling zijn op de bestaande woningen. Hellendoorn vindt het belangrijk dat met de programmering wordt voorkomen dat Hellendoorn in de toekomst een overschot aan woningen krijgt, zowel kwantitatief (aantallen) als kwalitatief (woningtypen). Het levensloopbestendig maken en verduurzamen van de bestaande woningen speelt een belangrijke rol. Voorop staat dat de bestaande woningvoorraad in de gemeente het uitgangspunt van de woonvisie is: het grootste deel van de woningvoorraad die over tien jaar gebruikt zal worden, staat namelijk nu al in de gemeente. Ten aanzien van de doelgroepen, betaalbaarheid en de beschikbaarheid streeft Hellendoorn naar het behoud van de aantrekkelijkheid, juist onder de veranderende (kwalitatieve) woningbehoefte in de komende jaren. De gemeente wil daarbij aandacht geven aan alle huishoudens in de gemeente.

Twee doelgroepen verdienen daarbij speciale aandacht: (jonge) startende huishoudens en ouderen. Er wordt namelijk opgemerkt dat voldoende aanbod van goedkope woningen (betaalbaar) voor starters een knelpunt is op korte termijn. Daarnaast wordt opgemerkt dat op middellange termijn de beschikbaarheid van levensloopbestendige woningen voor ouderen onvoldoende zal zijn. Deze doelgroepen worden bediend door de ontwikkeling van nieuwe betaalbare woningen voor jong en oud en door meer doorstroommogelijkheden aan te bieden, om zo de goedkopere woningen 'vrij te spelen'. De gemeente Hellendoorn vindt het belangrijk dat starters op korte termijn in een woning terecht kunnen, maar ook om in de gaten te houden dat er op middellange termijn veel ruimte vrijkomt in de bestaande voorraad voor hen. Door toevoegen van meer ruime gezinswoningen ontstaan op middellange termijn overschotten van dit woningtype. Dit heeft ook effect op de lange termijn, zeker omdat de kwantitatieve ruimte voor het toevoegen van woningbouw beperkt is. Bouwen van meer gezinswoningen gaat (zonder sloop van minder courante woningen) ten koste van de ruimte die er is voor toevoeging van seniorenwoningen, die op termijn steeds vaker nodig zijn om te voorzien in de behoefte van een toenemend aandeel oudere huishoudens.

Volgens de huidige afspraken mag de gemeente Hellendoorn 340 tot 420 woningen bouwen, in de periode 2017-2027. Na deze periode vlakt de huishoudensgroei langzaam af, onder andere door de aankomende vergrijzing. Dit speelt niet alleen in Hellendoorn, maar in de hele regio. Dit zorgt ervoor dat oog voor de kwalitatieve invulling van nieuwbouw belangrijker wordt. Woningen die nu gebouwd worden, staan er over 40 of 50 jaar nog. Ze moeten daarom kunnen voorzien in de behoefte voor deze langere termijn.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

19

De gemeente Hellendoorn heeft de woonvisie op de verschillende kernen verder uitgewerkt. Voor de Kern Haarle geldt dat betaalbaarheid een randvoorwaarde is om starters te behouden. De kern Haarle heeft circa 820 huishoudens. Vanuit de kern kwamen een aantal starters naar de inloopavond, om aan te geven dat de behoefte van starters vooral te maken heeft met betaalbaarheid: In Haarle staat de betaalbaarheid voor starters onder druk. Zelfs voor starters die € 250.000 tot € 300.000 budget hebben is er eigenlijk geen geschikt aanbod. Daar komt bij dat de verbouwingskosten niet (helemaal) meegefinancierd kunnen worden. Veel jongeren zijn daarom naar nieuwbouw in Raalte-Noord vertrokken (woning voor € 240.000). Er zijn in Haarle ook weinig mogelijkheden voor inbreiding. Oplossingen kunnen daarom ook gezocht worden in de bestaande voorraad: bijvoorbeeld oudere huishoudens een goede huurwoning aanbieden, zodat hun grotere gezinswoning of boerderij opgesplitst kan worden, zodat hier meerdere jonge of kleine huishoudens in kunnen wonen. Een andere mogelijkheid is flexibeler bouwen, bijvoorbeeld met compartimenten die toegevoegd of verwijderd kunnen worden. Starters geven aan dat zij niet veel eisen hebben, maar dat zij niet te lang thuis willen blijven wonen. Vanuit Haarle is wel interesse in CPO-projecten, mits het betaalbaar is voor starters, of mogelijk voor ouderen.

Ze verwachten wel dat ze hierover met de gemeente om tafel kunnen en dat ze ondersteund worden in de uitwerking van dergelijke projecten. Woonwensen Haarle, uitkomsten enquête januari-februari 2020 In de periode januari-februari 2020 is door Plaatselijk Belang Haarle een woonwensenenquête uitgevoerd. Plaatselijk Belang Haarle heeft in 2020 zowel online als offline een enquête verspreid onder alle inwoners. De enquête werd door 680 inwoners ingevuld, waarbij wordt opgemerkt dat met name jongeren tot 30 jaar en ouder wordende inwoners vanaf 50 jaar de enquête hebben ingevuld. De resultaten van de enquête zijn door KAW verwerkt in de rapportage Woonwense Haarle (d.d. 27 mei 2020). Op basis van de enquête wordt door KAW in de rapportage aangegeven dat er weldegelijk behoefte is aan nieuwbouw in Haarle. In aantallen is er behoefte aan een groei van ongeveer 30 woningen in de komende 5 jaar. Het is gebleken dat bepaalde woningtypen gewenst zijn, maar nu niet (voldoende) aanwezig zijn. Dit zijn levensloopbestendige woningen zowel de koop als, in mindere mate, in de huursector. Daarnaast is er behoefte aan woningen voor jongeren. Voor de starters zijn daarbij klassieke startersproducten voor de hand liggend: rijwoningen. Ook heef teen deel van de jongeren de wens en het budget voor een grotere woning, zoals een twee-onder-een kapwoning.

Een mix van deze producten kan hen helpen om een plek in Haarle te vinden. Derhalve wordt door KAW aangeraden om nieuwbouw te focussen op het aanbieden van een echt startersproduct: rijwoningen in de koopsector. Daarbij kunnen in kleinere aantallen levensloopbestendige woningen worden aangeboden voor ouderen in koop en huur. Aan de grotere producten zoals tweekappers, vrijstaande woningen of kavels kan beperkt ruimte worden gegevens, mits er door doorstroming niet voldoende woningen van dit type vrijkomen. Toets Het woningbouwplan richt zich met name op starters op de woningmarkt. Aangezien de betaalbaarheid voor starters in Haarle onder druk staat zijn veel jongeren naar nieuwbouw in Raalte-Noord vertrokken. Derhalve is in de woonvisie opgenomen dat er manieren gevonden moeten worden om de bestaande woningen beter bereikbaar te maken voor starters. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan is beperkt toevoegen van enkele starterswoningen mogelijk, maar er moet wel gevarieerd worden ten opzichte van de grote gezinswoningen (in prijsklasse en grootte). Als gevolg van het plan wordt een twee-onder-een kapwoning gesloopt en worden drie aaneengebouwde woningen en twee twee-onder-een kapwoningen gerealiseerd. Vanwege de beperkte kavelgrootte zijn de woningen zeer geschikt om betaalbaar te maken en te houden voor starters.

Daarnaast voldoen de woningen aan het advies van KAW om betaalbare starterswoningen (rijenwoningen) te realiseren. Vanwege het ontbreken van betaalbare starterswoningen voorziet het plan in een actuele behoefte. Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan worden er drie woningcontingenten ingezet/toegevoegd om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Aangezien de gemeente Hellendoorn op grond van de woningbouwafspraken in de periode 2017-2027 nog ruimte heeft voor de realisatie van 420 nieuwe woningen, kan geconcludeerd worden dat dit plan in overeenstemming is met de woonvisie. Het plan voorziet

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

20

in een concrete behoefte aan starterswoningen.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

21

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.

Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). De Afdeling heeft in deze uitspraak bepaald dat het feit dat het gebruik van het perceel door de realisering van het project (vestiging evenementenhal op een bedrijventerrein) verandert, niet betekent dat de wijziging van het gebruik aangemerkt dient te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Daarbij is van belang dat de functiewijziging niet gepaard gaat met een uitbreiding van bebouwing op het perceel, dat de dat het niet aannemelijk is dat de wijziging van het gebruik een dusdanig andere verkeersaantrekkende werking heeft dat daarmee milieugevolgen gepaard gaan die ertoe moeten leiden dat de ontwikkeling aangemerkt dient te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij heeft de Afdeling tevens in aanmerking genomen dat het project is gelegen aan de rand van een bedrijventerrein in een gebied met een gemengd karakter en waar op grond van het bestemmingsplan al bedrijvigheid was toegestaan. Als gevolg van dit bestemmingsplan wordt een bestaande twee-onder-een kapwoning met

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

22

bijgebouwen gesloopt en vervangen door drie aaneengebouwde woningen en een twee-onder-een kapwoning. Op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn reeds twee woningen mogelijk. Daarmee voorziet het plan in een toevoeging van drie extra woningen aan het plangebied. Het bestaande hoofdgebouw (twee-onder-een kap) heeft een oppervlakte van circa 230 m2. Daarnaast zijn er verspreid in het plangebied enkele vrijstaande bijgebouwen aanwezig met een gezamenlijke oppervlakte van 130 m2. De totale bebouwde oppervlakte van het perceel bedraagt derhalve 360 m2. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling bedraagt de bebouwde oppervlakte 480 m2. Daarmee voorziet het bouwplan in een toename van de bebouwde oppervlakte van 120 m2. Zoals uit voorgaande jurisprudentie is gebleken zijn met name de aspecten bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling bepalend of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Nu is gebleken dat de bebouwde oppervlakte toeneemt met 120 m2 betekent dit niet dat er sprake per definitie sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. De bestaande twee-onder-een kapwoning heeft een oppervlakte van 230 m2. De drie aaneengebouwde woningen hebben een oppervlakte van circa 280 m2 en neemt derhalve gering toe.

Ter plaatse van de Rutgersstraat wordt op de locatie van de bijgebouwen een twee-onder-een kapwoningen gerealiseerd met een oppervlakte van circa 200 m2. Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hoewel het plan betrekking heeft de op de toevoeging van een twee-onder-een kapwoning op tuingrond achter de bestaande woningen, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Tot slot neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling gering toe (zie paragraaf 4.10). In de paragrafen 4.2 tot en met 4.10 blijkt tevens dat de overige milieuaspecten geen nadelige milieueffecten heeft.

Op basis hiervan geldt dat het plan geen nieuw stedelijk ontwikkelingsproject betreft en derhalve niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is.

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is.

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

23

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Haarle. In de directe omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen aanwezig en enkele gemengde functies (dienstverlening). Het plangebied is derhalve gelegen in het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Naast het plangebied bevindt zich aan de Kerkweg 18b een Gemengde bestemming. Binnen deze bestemming zijn dienstverlening met hoofdzakelijk een baliefunctie, kantoren en horeca tot en met categorie 1 toegestaan. Hoewel deze functies zijn toegestaan wordt het pand aan de Kerkweg 18b gebruikt als woning. Dit betreft geen milieubelastend object.

Echter, aangezien de functies dienstverlening met baliefunctie, kantoren en horeca wel zijn toegestaan dient beoordeelt te worden of dit negatieve effecten heeft voor het woon- en leefklimaat. Ten aanzien van de toegestane functies binnen de bestemming Gemengd wordt opgemerkt dat deze functies goed verenigbaar zijn met een woonfunctie. De toegestane functies behoren op grond van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering tot milieucategorie 1 waarvoor een richtafstand geldt van 10 meter, gemeten vanaf de grens van de milieubelastende bestemming tot aan de dichtsbijzijnde gevel van de woning. In de huidige situatie is er reeds sprake van een woning binnen de richtafstand van 10 meter. Hoewel één van de nieuwe woningen binnen de richtafstand van 10 meter gerealiseerd wordt leidt dit niet tot een aantasting van het woon- en leefklimaat aangezien de toelaatbare functies veelal voorkomen in woongebieden en/of centrumgebieden en inpandig plaatsvinden. De bedrijfsactiviteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Daarnaast bevindt zich aan de Kerkweg 18 hotel/restaurant 'De Haarlerberg' (horeca tot en met categorie 1) waarvoor milieucategorie 1 van toepassing is. Voor deze milieucategorie geldt een richtafstand van 10 meter. De afstand van de nieuwe woningen tot aan de grens

bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Kerkweg 20 NL.IMRO.0163.BPHAARLEHZKERKWG20-VG01

24

van de bestemming Horeca van hotel/restaurant 'De Haarlerberg' bedraagt ten minste 46 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan.

4.3

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Om te onderzoeken of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor de geplande nieuwbouw van de woningen is door Kruse Milieu een verkennend (asbest)onderzoek uitgevoerd (projectcode 21008616, d.d. 30 maart 2021). De bodem is onderzocht op een terrein ter grootte van circa 1370 m2 aan de Kerkweg 20 te Haarle.

De onderzoekslocatie is deels bebouwd met te slopen rijtjeshuizen met bijgebouwen. Een deel van het terrein is verhard met klinkers en tegels. Het verkennend (asbest)bodemonderzoek is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 8 inspectiegaten gegraven, waarvan één is doorgezet tot 3.2 meter diepte, welke is afgewerkt met een peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig grof zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (sporen baksteen, glas en puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is in peilbuis 1 aangetroffen op 1.70 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond (BG) is zeer licht verontreinigd met lood; de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium. Resultaten asbestanalyses Op basis van de resultaten van de asbestanalyses kan het volgende worden geconcludeerd: het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 bevat geen asbest; het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 bevat geen asbest.

Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG) en het grondwater (PB) zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 in Bijlage 2. In de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 02 is geen asbest aangetoond. Conclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14990234/1