CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Westerweg 399_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 28 februari 2022, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Westerweg 39910.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie Door middel van ecologisch onderzoek is beoordeeld dat er geen sprake is van verstoring van van beschermde plant- of diersoorten. Om tot deze conclusie te komen is eerst vervolgonderzoek uitgevoerd naar kleine marterachtigen omdat deze in eerste instantie niet konden worden uitgesloten. Na inventariserend onderzoek is gebleken dat ook marterachtigen kunnen worden uitgesloten. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling.

24

bestemmingsplan Westerweg 399

3.4

Cultuurhistorie en archeologie

3.4.1

Cultuurhistorie

Hoewel de Westerweg als oude lint van cultuurhistorische waarde is, heeft het plangebied op zichzelf geen cultuurhistorische waarde. De bebouwing van het perceel met een woning doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van het oude lint. Er zijn geen doorzichten die vanaf het lint worden weggenomen.

3.4.2

Archeologie

Op 1 september 2007 is de wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij als uitgangspunt geldt: ‘de verstoorder betaalt’. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke) omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Gemeenten moeten rekening houden met archeologie bij nieuwe bestemmingsplannen. In het vigerende bestemmingsplan is het voorliggende plangebied grotendeels aangewezen met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 en voor een klein gedeelte aan de noordzijde met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3. Deze dubbelbestemmingen vereisen archeologisch bureauonderzoek wanneer er grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder maaiveld en over een grotere oppervlakte dan respectievelijk 75 m2 en 100 m2. Op dit moment is nog niet bekend hoe groot de nieuwe woning zal worden en hoe diep de nieuwe woning zal worden gefundeerd. Om te beoordelen of er archeologische waarden op de planlocatie te verwachten zijn, is archeologisch onderzoek uitgevoerd.

De rapportage hiervan is bijgevoegd als Bijlage 7.

Onderzoek Op basis van het bureauonderzoek blijkt het plangebied op de flank van een strandwal te liggen. Langs het plangebied liep een getijde-geul. De strandwal dateert uit het Neolithicum. Daarnaast ligt het plangebied langs een historische route (de Westerweg) van Alkmaar naar Limmen. Er geldt hierom een middelhoge tot hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de periode Neolithicum - Nieuwe tijd. Voor de periode Neolithicum - Vroege Middeleeuwen zal het vooral gaan om resten van activiteiten die buiten de nederzetting plaatsvonden, zoals sporen van landgebruik, grafvelden en zelfs deposities. Concreet gaat het om greppelsystemen, akkercomplexen of waterputten. De bijbehorende nederzettingen lijken, op basis van omliggende onderzoeken, hoger op de strandwal te hebben gelegen. Sporen uit het Neolithicum - Bronstijd liggen op het zand van de strandwal. Jongere archeologische resten liggen op overstoven duinniveaus uit respectievelijk de IJzertijd-Romeinse tijd, Vroege Middeleeuwen en Late Middeleeuwen. Archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen Nieuwe tijd worden direct onder het maaiveld verwacht. Er geldt een middelhoge verwachting op sporen van bewoning als nederzettingsstructuren, maar ook bebouwing uit de Late Middeleeuwen - vroeg Nieuwe tijd (voor 1665). Het plangebied is zeker vanaf 1665 onbebouwd geweest.

Daarom worden uit de Nieuwe tijd voornamelijk sporen van landgebruik verwacht. De verwachting is dat vanaf eind 19e eeuw tot circa 1950 als bollenveld in gebruik is geweest. Hieraan gerelateerde activiteiten kunnen de ondergrond tot een meter onder maaiveld hebben verstoord. Of de bovenstaande beschreven archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn zal moeten worden bepaald door meer verkregen inzicht in de bodemopbouw in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt in het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting op archeologische resten uit het Neolithicum - Nieuwe tijd. De exacte diepteligging van de

25

bestemmingsplan Westerweg 399

archeologische niveaus kan worden bepaald doormiddel van een inventariserend veldonderzoek. Hierbij wordt inzicht verkregen in de bodemopbouw binnen het plangebied. Wij adviseren daarom een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, om de vastgestelde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen (inventariserend veldonderzoek, verkennende fase). Het uitgevoerde onderzoek geeft inzicht in de verwachtingswaarde voor het perceel. De te realiseren woning wordt gefundeerd op staal. Bovendien wordt het bestaande maaiveld opgehoogd met minimaal 0,60 meter. Dit heeft tot gevolg dat het bestaande maaiveld niet dieper dan 0,50 meter wordt geroerd. De dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan zijn overgenomen in voorliggend postzegelbestemmingsplan om bij een uiteindelijke bouwaanvraag de archeologische waarden te borgen. De definitieve toets volgt daarmee bij de omgevingsvergunning voor het bouwen. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het aspect archeologie voldoende is geborgd in voorliggend bestemmingsplan.

3.5

Kabels en leidingen

In een ruimtelijk plan moeten planologisch relevante leidingen worden opgenomen. Deze kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen of afvalwaterleidingen. Als dergelijke leidingen in het plangebied voorkomen worden deze als zodanig bestemd. Dit inclusief de afstand die vrijgehouden moet worden van bebouwing om de leiding te beschermen. In en rond het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig waarmee in dit plan rekening moet worden gehouden.

3.6

Verkeer

De voorliggende ontwikkeling heeft nieuwe bebouwing tot gevolg waar ook een toename aan verkeersbewegingen door ontstaat. De toename van het verkeer ten behoeve van een vrijstaande koopwoning bedraagt maximaal 17,2 verkeersbewegingen per etmaal. Op basis van het akoestisch onderzoek voor het plan Westerweg 340 uit 2018 is ingeschat wat de etmaalintensiteit bedraagt op de Westerweg. De etmaalintensiteit bedraagt 3.570 in 2030. Hieruit kan worden afgeleid dat de bestaande intensiteit meer dan 3.000 per etmaal bedraagt. De toename van de hoeveelheid verkeer ten opzichte van de bestaande hoeveelheid is zeer relatief. Er hoeven daarom geen problemen te worden verwacht op het gebied van verkeersstromen.

26

bestemmingsplan Westerweg 399

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Planmethodiek

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/GBKN ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd conform de door het SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en ten slotte de overgangs- en slotregels. Het nieuwe bestemmingsplan is gebaseerd op de systematiek van het vigerende bestemmingsplan 'Zuid West'.

Bij de opzet van het bestemmingsplan is uitgegaan van een redelijk gedetailleerde planopzet. Het plangebied bestaat uit een bouwvlak waarbinnen een gebouw van maximaal 9 meter meter hoog kan worden gerealiseerd met een goot van maximaal 3,5 meter hoog. Het plangebied krijgt de bestemming 'gemengd' waar woningen en dienstverlenende functies zijn toegestaan, conform de gemengde bestemming uit het bestemmingsplan Zuid West. Tevens zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' uit het bestemmingsplan Zuid West overgenomen.

4.2

Toelichting op de planregels

In het hoofdstuk 'Inleidende regels' is een aantal begrippen verklaard welke gebruikt wordt in de planregels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is in het artikel "Wijze van meten" bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan geïnterpreteerd dient te worden. In het hoofdstuk 'Bestemmingsregels' zijn de in het plan opgenomen bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn, waar dat wenselijk is, flexibiliteitbepalingen opgenomen. Het plangebied heeft de bestemming 'Gemengd' gekregen. Naast wonen is het toegestaan om dienstverlenende activiteiten uit te oefenen. Wat onder dienstverlening wordt verstaan is uitgelegd in de begrippen. Binnen de regels van de bestemming zijn diverse bouwregels opgenomen voor het bouwen van een hoofdgebouw. De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de gemengde bestemming, bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden.

27

bestemmingsplan Westerweg 399

4.3

Plansystematiek

Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.

28

bestemmingsplan Westerweg 399

Hoofdstuk 5 5.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

In het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan toegestuurd aan enkele overleginstanties toegestuurd. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft op het plan gereageerd. Het advies is in paragraaf 3.1 van dit bestemmingsplan verwerkt.

5.2

Inspraak en maatschappelijk overleg

Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Door de eigenaar is de buurt middels een brief op de hoogte gesteld van de voorgenomen ontwikkeling. In de brief is aangegeven dat wanneer er vragen zijn, de buurtbewoners welkom zijn voor ene gesprek of ze kunnen bellen.

5.3

Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan

Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de kennisgeving, als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb, ook in het Gemeenteblad te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Er zijn geen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ontvangen, zodat het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld.

29

bestemmingsplan Westerweg 399

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De kosten die de gemeente maakt voor de procedure van het voorliggende bestemmingsplan, worden verhaald op de grondeigenaar via de legesverordening. Om het planschaderisico bij de initiatiefnemer te leggen wordt een planschadeovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten.

Conclusie Gezien hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van deze toelichting wordt het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=13b7b9ee-e49f-46ba-88e8-46acd40205af