vragen en antwoorden GBH Groenbeleidsplan
Tekst van het document
Beantwoording vragen GBH Groenbeleidsplan 1. Wij werken sinds begin dit jaar volgens de nieuwste ‘Gedragscode soortenbescherming gemeenten’ van Stadswerk. Omdat deze gedragscode door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is goedgekeurd is het niet nodig dat de gemeente deze vervolgens ook goedkeurt. Tenminste als de gemeente de gedragscode letterlijk overneemt. In het geval van Heiloo is dat het geval. Wanneer de gemeente beslist om lokale beleidsregels eraan toe te voegen om er een eigen karakter aan te geven is het naar onze mening wel zinnig om de gedragscode door college of raad te laten vaststellen. 2. In het 4e kwartaal 2024 wordt een plan van aanpak aan de raad aangeboden, waarin het proces en planning wordt beschreven hoe de realisatie van de groene ring plaats kan vinden. Noorder en Zuiderneg; wat is er nodig om deze op NNN-kwaliteit te brengen in termen van maatregelen en wat zijn hiervan de kosten? Antwoord: In de bijlage van het groenbeleidsplan is een optimaal scenario opgenomen voor de Noorder- en Zuiderneg. Hier zijn alle maatregelen genoemd om te komen tot een dusdanige kwaliteit dat deze ondergebracht kunnen worden tot het Natuurnetwerk Nederland. De kosten worden geraamd op één miljoen euro. 1. GBH ontvangt graag een kopie van de beheerplannen ecozones Boekelermeer, Zuiderloo en de beide Neggen; Antwoord: De beheerplannen zijn als bijlage toegevoegd.
Voor de Neggen is er een actuele biodiversiteitsscan waarbij een optimaal beheer wordt geschetst. Deze is als bijlage bij het groenbeleidsplan gevoegd. Een apart beheerplan voor de Neggen is er niet. Deze is opgenomen in het regulieren beheer van het groen in Heiloo. Aanscherpen uitgangspunten van het maaibeleid in het Groenbeleidsplan: • maaitijden; maaien na de bloei- en broedtijd en deze zijn afhankelijk van weer en locatie! Antwoord: In de gemeente Heiloo wordt afhankelijk van de functie gemaaid. Op de website van de gemeente staat dit uitgelegd. Locaties waar kansen liggen voor natuur worden beheerd volgens kleur keur keurmerk van de Vlinderstichting. Bij deze werkzaamheden worden de werkzaamheden vooraf gemonitord door een ecoloog, die daarop de beste maaitijden aangeeft voor die locaties om zo min mogelijk verstoring te geven voor de aanwezige flora en fauna. De bevindingen van de ecoloog worden jaarlijks gerapporteerd en voorgelegd in een monitoring rapportage aan de bestuurder en wordt verwerkt in landelijke databases voor flora en fauna. In het herijkte beheerplan komen we terug met een kaart waarop voorgesteld wordt meer natuurlijk te maaien (mits dit past binnen het huidig budget) •
maaiwijze: niet klepelen en geen maai/zuigcombinaties; Antwoord: Wanneer gekozen wordt geen gebruik te maken van de maaizuigcombinatie, kan er gekozen worden voor de Eco chopper. De eco chopper werkt d.m.v. een cirkelmaaier aan een arm, waarna het alsnog wordt opgezogen. Het effect voor de flora en fauna is aanzienlijk beter dan de reguliere maaizuigcombinatie met klepels, deze machine is goed bevonden door de Vlinderstichting wat een groot pluspunt is voor de flora en fauna. Het inzetten van de eco
Beantwoording vragen GBH Groenbeleidsplan chopper is een kostenverhogende werkwijze. Wij onderzoeken nu of wij enkele stukken kunnen gaan maaien binnen het huidig budget met deze machine in de gemeente Heiloo. Met de eco chopper zijn niet alle locaties binnen de gemeente uit te voeren, denk daarbij aan de greppelstucturen in de gemeente, voor die locaties zijn er nog geen goede alternatieven. •
geen schapenbegrazing op schrale grond; schapen eten ook beschermde soorten en verrijken de grond met hun mest zodat soorten die schrale grond nodig hebben verdwijnen. Antwoord: Schapen worden vooral ingezet op locaties binnen de gemeente die moeilijk bereikbaar zijn voor reguliere maaimachines, denk daarbij bijvoorbeeld aan de geluidswal die parallel ligt aan de A 9. De herder inspecteert voor het begrazen het perceel op bij flora en fauna en schermt dat des gewenst af als dat nodig is zodat daar niet begraast kan worden.
•
Aanscherpen uitgangspunten van het aanplant beleid in het Groenbeleidsplan : aanplant beperken tot inheemse, liefst lokale, soorten en biologisch geteelde soorten, Antwoord: Dit is opgenomen in het groenbeleidsplan en dit is ons streven. Plantgoed wordt ingekocht bij kwekers met SKAL-keurmerk.
•
vergroten areaal bermen met struiken en ruigte; is veel beter voor fauna dan graswoestijnen Antwoord: Wij zijn van mening dat juist bermen met bijvoorbeeld rolklavers beter zijn voor de biodiversiteit (insecten) dan struiken in bermen. Struiken zien wij liever in parken.
•
Bredere en actieve aanpak invasieve exoten; daar is een lijst van en welke komen voor in Heiloo en wat is de aanpak per soort? Antwoord: Bereklauw: Bloemen uitnemen en plant + wortel uitsteken + elektrocuteren. Japanse Duizendknoop: Elektrocuteren. Ambrosia: Bloemen uitnemen en plant + wortel uitsteken.
•
Betere bescherming van kwetsbare gebieden door (tijdelijke) afsluiting en creëren rust/stiltegebieden; waar komen deze? Antwoord: De Noorder en Zuider neggen hebben zowel een natuur als een recreatiefunctie, en hierbij is een rust/stiltegebied niet passend.
2. Kennis a. In Groenbeleidsplan opnemen beleid om eigen medewerkers in het groen op vereiste kennisnivo te brengen en houden (beleid en uitvoering) b. In Groenbeleidsplan opnemen criteria voor inhuur (kennis, materieel,etc)
Beantwoording vragen GBH Groenbeleidsplan c. In Groenbeleidsplan opnemen beleid tav. het informeren en betrekken van inwoners alsmede scholen Antwoord: Medewerkers krijgen een cursus Kleurkeur van de Vlinderstichting en hebben afhankelijk van de functie in het groen een cursus Wet Natuurbescherming nivo 1, 2 of 3 gevolgd. Daarnaast volgen wij het vastgestelde participatiebeleid. 3. Houtwallen; welke van de in de beleidsnotitie van Anita van Breugel van 28 maart 2017 aangegeven historische groenstructuren zijn verdwenen en welke zijn er nog? Graag aanscherping in het Groenbeleidsplan van het beleid (preventief, toezicht, handhaving, sanctie) om de nog bestaande groenstructuren te behouden. Antwoord: De genoemde groenkaart ziet toe op de houtwallen en groenstructuren in het plangebied Zandzoom. Binnen het plangebied Zuiderloo zijn houtwallen opgenomen in de stedenbouwkundige opzet en beschermd middels het bestemmingsplan (nu Omgevingsplan). Of alle houtwallen in Zandzoom, in afwachting op de toekomstige ontwikkelingen, op dit moment nog bestaan, is niet met zekerheid te zeggen. Omdat ontwikkeling hier nog niet plaats heeft gevonden is dit wel waarschijnlijk. Belangrijk hier is ook de vertaling naar het bestemmingsplan Zandzoom, waarin als functie is opgenomen: ‘groen 8.1. c: het behoud en herstel van houtwallen’.
Omdat in het groenbeleidsplan staat dat wij meer grip willen houden op onder meer de houtwallen willen wij een geactualiseerde kaart maken van de bestaande houtwallen zodat wij deze beter kunnen beschermen, bijvoorbeeld door deze op te nemen als cultureel erfgoed, zoals groene(aangelegde) monumenten of beschermde cultuurlandschappen’ (Memorie van Toelichting bij Aanvullingsbesluit Natuur Omgevingswet, blz. 288). 4. Omgevingswet voorheen Wnb; hoe borgt de gemeente dat de eigen organisatie zich aan de wet houdt? Antwoord: Heiloo volgt de gedragscode Bestendig beheer van Stadswerk. Hierin staan gedragsregels die beschrijven hoe schade aan beschermde planten en dieren zo veel mogelijk voorkomen kan worden tijdens het uitvoeren van activiteiten. Hiermee voldoen wij aan de Wet natuurbescherming (Wnb). 5. Wat doet de gemeente exact en concreet voor de rode lijst soorten in Heiloo? Antwoord: Er wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd welke soorten dieren en planten karakteristiek zijn voor Heiloo. Rode lijst soorten uit Noord-Holland zijn leidend bij dit onderzoek. In factsheets wordt per karakteristieke soort per wijk de ontwikkelmogelijkheden aangegeven. Dit zijn maatregelen die de soort helpen. In de bijlage ‘eerste versie template negen nessen factsheet’ een voorbeeld. 6.
GBH ontvangt graag een financiële doorrekening van het beleidsplan eventueel in meerdere scenario's (met én zonder gebruik van het ONS Groenfonds) zodat een goede afweging kan worden gemaakt of de eis van budgetneutraliteit reëel is. Antwoord: Uitgangspunt van het groenbeleid is dat dit budgetneutraal gebeurt. Los hiervan staan twee zaken, namelijk herstel achterstallig onderhoud van de Neggen en vervolmaken Groene Ring. Hiervoor willen wij een eenmalig een aanvraag doen op de O.N.S. gelden. Door
Beantwoording vragen GBH Groenbeleidsplan het optimale scenario toe te passen zoals genoemd in de bijlage van het groenbeleidsplan is het achterstallig onderhoud weggewerkt. De kosten worden hierbij geschat op één miljoen euro. Binnen het huidig budget maakt het college, wanneer dit beleid wordt vastgesteld, keuzes. In het herijkte groenbeheerplan zal hier meer duidelijkheid over gegeven kunnen worden. 1.