vennewatersweg 18_bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Bijlage 2: Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Bijlage 3: Boorprofielen Legenda (conform NEN 5104 / ASB) grind
klei Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand Zand, kleiïg
Zand, zwak siltig
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel
slib
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand
water
Vennewatersweg 18, Heiloo Projectnr. 434585ARO
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
5-9-2019
Datum:
5-9-2019
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
X-coördinaat:
107079,62
X-coördinaat:
107063,89
Y-coördinaat:
512046,80
Y-coördinaat:
512008,34
0
0
(40)
-40
braak
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, brokken klei, donkergrijs, Edelmanboor, geleidelijk, opgebrachte grond
-50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor
(40)
-40
-50
(30) -70
(90)
(30)
-100
-100 (10) -110
-100
-130 (10) -140
-150
Zand, zeer fijn, matig vast, matig siltig, matig humeus, spikkels schelpen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, oude duinen; monster 1, geleidelijk Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
-200
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, zwak roesthoudend, donker grijsbeige, Edelmanboor, geleidelijk, opgebrachte grond Zand, matig grof, zwak siltig, zwak schelphoudend, licht grijsbeige, Edelmanboor, opgebrachte grond Zand, zeer fijn, matig vast, uiterst siltig, matig humeus, spikkels schelpen, donkerbruin, Edelmanboor, oude duin, geleidelijk
-150 (130)
Zand, matig grof, slap, zwak siltig, sterk schelphoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
-200
(160)
-240
-250
-300
-300
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
5-9-2019
Datum:
5-9-2019
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
X-coördinaat:
107040,12
X-coördinaat:
107057,09
Y-coördinaat:
511962,56
Y-coördinaat:
511927,88
0
0
(40)
-40
braak
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, zwak roesthoudend, brokken klei, donker grijsbeige, Edelmanboor, doorgebroken kleilaag, resten klei, geleidelijk, Rommelig
-50
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor
-100
0
(40)
-40
-50
(30) -70
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk schelphoudend, brokken klei, donkergrijs, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond Klei, matig siltig, neutraal grijsblauw, Edelmanboor, knipklei; brokken Ks3
-100 (110)
(210)
-150
-150
-180
-200
Zand, matig grof, zwak kleiïg, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
-200
(120)
-250
-250 (20) -270
-250 Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
-300
Schaal: 1: 40
-300
getekend volgens NEN 5104
Vennewatersweg 18, Heiloo Projectnr. 434585ARO
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
5-9-2019
Datum:
5-9-2019
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
X-coördinaat:
107077,67
X-coördinaat:
107101,44
Y-coördinaat:
511970,92
Y-coördinaat:
512012,44
0
0
(40)
-40 (20)
-50
-60
(50)
-100
-110
braak
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond Klei, sterk zandig, zwak humeus, brokken klei, brokken zand, matig schelphoudend, neutraal grijsblauw, Edelmanboor, brokken humeuze klei, Rommelig Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
-150
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor
(40)
-40 (10) -50
-50
(35) -85
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, matig roesthoudend, brokken klei, donkergrijs, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond Klei, matig siltig, matig humeus, neutraal grijsblauw, Edelmanboor, vlekkerig humeus; mogelijk verstoord, scherp, Rommelig
-100
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
-150
(140)
(190)
-200
-200
-250
-250
-250 -275
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
5-9-2019
Datum:
5-9-2019
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
X-coördinaat:
107026,40
X-coördinaat:
107044,28
Y-coördinaat:
511999,13
Y-coördinaat:
512039,33
0
0
(40)
-40
-50
(40)
braak
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak schelphoudend, licht bruinbeige, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor, opgebrachte grond
(30) -30
-50
-80
(50)
braak Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak schelphoudend, licht bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, opgebrachte grond Zand, matig grof, zwak siltig, uiterst schelphoudend, neutraal grijsbeige, Edelmanboor, geleidelijk, opgebrachte grond
-80 (1) -81
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, zwak roesthoudend, brokken klei, donker grijsbeige, Edelmanboor, doorgebroken kleilaag, resten klei, geleidelijk, Rommelig
-100
0
-150
Klei, matig siltig, donker grijsbeige, Edelmanboor, restant van kleilaag, gevlekt donkergrijs, Rommelig
-100
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte -150 (159)
(170)
-200
-200
-240
-250
-250 (20) -270
Schaal: 1: 40
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
getekend volgens NEN 5104
Vennewatersweg 18, Heiloo Projectnr. 434585ARO
Boring:
09
Boring:
10
Datum:
5-9-2019
Datum:
5-9-2019
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
X-coördinaat:
106992,01
X-coördinaat:
107012,98
Y-coördinaat:
511992,40
Y-coördinaat:
512032,09
0
0
(40)
-40
-50 (50)
weiland
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, licht bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor
(40)
-40
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor, opgebrachte grond
-50
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, zwak roesthoudend, brokken klei, donker grijsbeige, Edelmanboor, doorgebroken kleilaag, resten klei, geleidelijk, Rommelig
-100
(50)
-90
-100
weiland Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, licht bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor, opgebrachte grond
-90
-150
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, zwak roesthoudend, brokken klei, donker grijsbeige, Edelmanboor, doorgebroken kleilaag, resten klei, Rommelig
-150
(180)
(180)
-200
-200
-250
-250 -270 (10) -280
-270
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
Boring:
11
Boring:
12
Datum:
5-9-2019
Datum:
5-9-2019
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
X-coördinaat:
107030,38
X-coördinaat:
106990,86
Y-coördinaat:
512076,18
Y-coördinaat:
512070,88
0
0
(40)
-40
-50 (55)
weiland
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, licht bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor
(40)
-40
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond
-50
Zand, matig grof, slap, zwak siltig, uiterst humeus, brokken klei, sterk schelphoudend, neutraalzwart, Edelmanboor, Rommelig
-100
(55)
-95
-100 (55)
-150
weiland Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak schelphoudend, licht bruinbeige, Edelmanboor, scherp, A-horizont, bouwvoor Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond
-95
(45)
(-140 5) -145
-150
-150 Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, geleidelijk, Strandvlakte
-200
0
(75)
-200
Zand, matig grof, slap, zwak siltig, uiterst humeus, brokken klei, sterk schelphoudend, neutraalzwart, Edelmanboor, Rommelig Klei, matig siltig, neutraal grijsblauw, Edelmanboor, restant verspitte kleilaag, scherp, Rommelig Zand, matig grof, zwak siltig, sterk schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, Strandvlakte
(120) -220
-250 -270
Schaal: 1: 40
getekend volgens NEN 5104
Kaartbijlage
106000
106500
107000
107500
108000
2969083100
2976632100 2874718100 2976624100
512500
512500
2870287100 3054950100
2477356100 3979534100
2227332100
2968638100
2116840100
3051386100 2968702100
2288164100
3051767100
3056684100
3051920100
2026688100
3051791100
2968808100 3063277100
4928724100
2969294100
4643555100 4916728100 4019888100 4643588100
4926261100 2030364100
10765 2398657100
511500
4664
4573433100 2415196100
2968695100
2968670100
3051653100 3051759100 3051783100 4876844100 3051750100 2824716100 3051742100 3051734100 3052058100 3004121100
2968710100 3051848100
2968719100 3051831100 2968905100 3051880100 3051872100
3239209100
3237849100
3238148100
2080699100
Legenda 4818183100
3054967100
3051661100 3051815100 3051856100 3063211100 3051864100 3051807100
3051823100
2968687100
onderzoeksmeldingen_vlak
2869964100
vondstmeldingen_punt 10765 106000
3052114100
3051961100
3051945100
106500
2969253100
3051904100
2969512100
2969448100 2969415100 3052074100 2969245100 2969350100 3063269100 2969212100
107000
0
120 00
30-3-2021
2225720100 4875597100 4875604100
3051978100 3052082100
NR
2076657100 2215296100
2821257100
DATUM
Definitief
240 WIJZIGING
OPDRACHTGEVER
Zuiderloo, Heiloo
3189613100 2821298100
Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen, Onderzoeken en Waarnemingen
107500
! °
3103071100
480 m RF
GET. SCHAAL
R. Fens
1:6.000
PROJECTLEIDER
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
30-3-2021
KAARTTITEL
469061-ARCHIS
3052106100
A. Brokke
PROJECTOMSCHRIJVING
3051986100
360
GIS SPECIALIST
Gemeente Heiloo
KAARTNUMMER
2472836100
2453703100 3189565100
2821273100 4043182100 2821305100 4002739100 2821281100
2969545100
Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
4682679100
2969504100 2969480100 2969529100
Terrein van archeologische waarde
3063090100
4883883100
4682679100 3051994100 3052000100
3051953100 3052066100
plangebied vlak
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
3052090100
4608263100
512000
4704548100
2968727100
Definitief
1 van 1 00
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors R:\00465000\00469061\469061 Archeologie\ArcGIS 2019\MXD\469061-ARO.mxd
108000
511500
512000
3051775100
106900
X 107087,4 107066,2 107045 107058,3 107079,8 107101,4 107028,4 107049,6 106994,2 107015,9 107037,5 106991,8 106990,9
107200
Y 512056,3 512011 511965,7 511928,6 511973,7 512018,8 512000,2 512045,5 511995,6 512040,6 512085,7 512082,9 512070,9
512100
Boorpunt 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 12
107100
512100
I
107000
. !
11
. ! . !
10
. !
08
. !
. !
. !
02
06
07
512000
512000
. ! 09
01
. !
. !
03
. !
05
04
511900
0
aanvullend boorpunt
NR
DATUM
80 m
Definitief
GET. GIS SPECIALIST
1:1.200
PROJECTLEIDER
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
30-3-2021
Boorpuntenkaart Archeologie (IVO-O, verkennend)
SCHAAL
R. Fens
A. Brokke
Zuiderloo, Heiloo
KAARTTITEL
! ° RF
WIJZIGING
PROJECTOMSCHRIJVING
boringen met nummer
. !
30-3-2021
60
Gemeente Heiloo
plangebied vlak boorpunt
00
40
OPDRACHTGEVER
Legenda
. !
20
Definitief
1 van 1 00
www.anteagroup.nl
KAARTNUMMER
469061-ARO 106900
107000
107100
Esri Nederland, Community Map Contributors
107200
C:\Users\D13652\OneDrive - Antea Group\Desktop\0469061\ArcGIS 2019\MXD\469061-ARO.mxd
511900
. !
12
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. (0513) 63 43 13 E. alex.brokke@anteagroup.com ISSN: 1570-6273 Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl
ontwerp bestemmingsplan Vennewatersweg 18 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
blad 48 van 476
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Vennewatersweg 18 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
Bijlage 2
blad 49 van 476
Bodemonderzoek
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING ............................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .............................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3
3.
BASISINFORMATIE ........................................................................................................ 4 HISTORISCH ONDERZOEK ........................................................................................... 4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................... 6
OPZET BODEMONDERZOEK ............................................................................................... 7 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ............................................................. 7 BEMONSTERINGSSTRATEGIE .................................................................................... 7 CHEMISCHE ANALYSES ............................................................................................... 7 TOETSINGSKADER ....................................................................................................... 8
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ................................................................................. 10 4.1 4.2 4.3
5.
RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 10 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 12 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 13
ASBESTONDERZOEK ......................................................................................................... 14 5.1 5.2 5.3 5.4
6.
ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 14 RESULTATEN VELDONDERZOEK ASBEST............................................................... 14 ANALYSERESULTATEN ASBEST IN PLAATMATERIAAL .......................................... 16 ANALYSERESULTATEN ASBEST IN GROND ............................................................ 16
AANVULLEND BODEMONDERZOEK PFOS EN PFOA .................................................... 17 6.1 6.2 6.3
7.
RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 17 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 19 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 20
HERBEMONSTERING ORGANOTIN VERBINDINGEN ...................................................... 21 7.1 7.2
RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 21 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 22
8.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................. 23
9.
SLOTOPMERKINGEN .......................................................................................................... 24
10.
REFERENTIES ................................................................................................................. 25
BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5 6 7 8
Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek Foto´s huidige situatie Monsternameplan en –formulier asbest tabel asbestberekening in bodem
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
SAMENVATTING Naar aanleiding van de mogelijke overdracht en later de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Vennewatersweg 18 te Heiloo, gemeente Heiloo. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is, dat er hooguit licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de grond aanwezig zijn. Ter plaatse van de schuur is een verkennend asbestonderzoek NEN 5707 uitgevoerd volgens een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (schuur). Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001, 2002 en 2018. Er zijn in de grond en in het grondwater verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA gemeten. Deze stoffen zijn in het verleden mogelijk aanwezig geweest in bestrijdingsmiddelen op de locatie. Volgens de beleidsregel van de provincie Noord-Holland zijn geen sanerende maatregelen noodzakelijk. Voor het overige zijn in de grond en in het grondwater geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien.
Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is er verkennend asbestonderzoek volgens de NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van de verdachte deellocatie, de schuur. Op de locatie is meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg ds in de grond aanwezig. Het gehalte wordt voor een groot deel veroorzaakt door het aanwezige plaatmateriaal. Op basis van de huidige gegevens moet er een nader asbestonderzoek NEN 5707 moeten worden uitgevoerd (met sleuven). Omdat er momenteel nog een schuur staat en naast de schuur een betonpad loopt, kan er geen goed nader asbestonderzoek worden uitgevoerd. Voor het overige deel van de locatie wordt uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 door Landview BV niet noodzakelijk geacht, aangezien er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van asbest in de grond. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Bij graafwerkzaamheden, op het overgrote deel van de locatie, is volgens de CROW400 geen veiligheidsklasse van toepassing. Wanneer de grond ter plaatse van de schuur daadwerkelijk sterk is verontreinigd met asbest zal aldaar de veiligheidsklasse zwart-niet vluchtig gelden. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente / RUD NHN. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel.
-2-
Landview BV Bodemonderzoek
1.
Rapportnummer 2018411
INLEIDING
In opdracht van De BUCH is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie Vennewatersweg 18 te Heiloo, gemeente Heiloo. Het onderzoek is verricht door Landview BV uit Hoorn, in de periode oktober-november 2018, conform de offerte van 27 juni 2018 en de gedurende het project gemaakte afspraken. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en betreft daarmee dus een momentopname. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is, dat er hooguit licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de grond aanwezig zijn. Ter plaatse van de schuur is een verkennend asbestonderzoek NEN 5707 uitgevoerd volgens een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (schuur). Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001, 2002 en 2018. Aanleiding voor het onderzoek is de mogelijke overdracht van het terrein en later het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd.
Doel van het onderzoek is aan te tonen dat de verwachte verhoogde gehalten verontreinigende stoffen in de grond op de locatie niet tot meer gebruiksbeperkingen leiden dan beperkingen in het hergebruik. Van hergebruik is sprake wanneer grond, die bij eventueel graafwerk is vrijgekomen, buiten de locatie wordt toegepast. Daarnaast wordt nagegaan of er inderdaad geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen, behalve mogelijk arseen en of barium van nature, aanwezig zijn in het grondwater. Doel van het verkennend asbestonderzoek is na te gaan of de verdenking van asbest terecht is. Middels inspectie en meting wordt nagegaan of de verwachting dat niet meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg d.s. in en op de grond aanwezig is, terecht is. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Landview BV is een onafhankelijk en erkend onderzoeksbureau. Er bestaat tussen de opdrachtgever cq. eigenaar van de locatie en Landview BV geen andere relatie dan die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
Het procescertificaat van Landview BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Dit rapport heeft de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het vooronderzoek NEN 5725. De opzet van het bodemonderzoek en het toetsingskader worden in hoofdstuk 3 weergegeven. De resultaten van het veldonderzoek en analyses staan in de hoofdstukken 4 tot en met 8. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken, samen met aanbevelingen voor eventuele vervolgstappen.
-3-
Landview BV Bodemonderzoek
2.
Rapportnummer 2018411
VOORONDERZOEK
Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is in oktober 2018 een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725. Doel van het vooronderzoek is na te gaan of er op, of binnen een straal van 25 meter van, de onderzoekslocatie sprake is van de aanwezigheid van puntbronnen of overige potentieel bedreigende activiteiten. Op basis van de verzamelde gegevens wordt de onderzoeksstrategie opgesteld (zie hoofdstuk 3).
2.1
BASISINFORMATIE
De aanleiding tot het onderzoek is de mogelijke overdracht van het terrein en later het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De regionale situatie rond de onderzoekslocatie staat weergegeven in bijlage 1. De locatie bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Heiloo. In bijlage 2 is een situatietekening van het terrein gegeven. Tabel 1: overzicht basisgegevens Kadastraal bekend : gemeente Heiloo, sectie H, nummers 51 en 52 Oppervlakte : circa 35.790 m² Gebruik verleden : agrarisch Gebruik heden : agrarisch Gebruik toekomst : mogelijk woningbouw
2.2
HISTORISCH ONDERZOEK
De gegevens van het historisch onderzoek zijn verzameld door Landview BV. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen uit gesprekken met de opdrachtgever (gemeente Heiloo), eigenaren en of gebruikers van de locatie. Daarnaast is informatie verkregen van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN). De informatie is bij voorkeur digitaal verkregen. Wanneer daartoe de noodzaak bestond, is aanvullende informatie verzameld door middel van archiefbezoek bij de gemeente of andere archieven. Voor verzamelen van de informatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen. Tabel 2: overzicht geraadpleegde bronnen Aard Bron Bodeminformatie BIS Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Toepassingen asbest Dempingen, activiteiten Voormalige activiteiten Bijzondere waarden
website RUD NHN bodemkwaliteitskaart website RUD NHN, www.bodemloket.nl locatie-inspectie, eerdere onderzoeken historische kaarten, opdrachtgever, locatie-inspectie lokale / regionale archieven, historische kaarten https://maps.noordholland.nl/extern/gisviewers/bodemvisie/ Archeologie http://archeologieinnederland.nl Verhardingen, bebouwingsgraad opdrachtgever / gebruiker, locatie-inspectie Eerdere onderzoeken opdrachtgever, eigen archief, RUD NHN
relevantie groot gering X X X X X X X X X X
Bodemgebruik en situatie op het terrein: De te onderzoeken locatie betreft een terrein met een oppervlakte van circa 35.790 m2, waarop een woonhuis (boerderij), een schuur en een kas aanwezig zijn. Volgens de BAG viewer van het kadaster is het woonhuis gerealiseerd in 2000. De kas is uit 1991 en de schuur uit 1975.
-4-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
De locatie bestaat uit de kadastrale eenheden H51 en H52. De schuur op de locatie is voorzien van een dak met asbesthoudende golfplaten en heeft een dakgoot. Ter plaatse van de schuur is een deel verhard met beton. In de kas zijn geen asbesthoudende materialen gebruikt. Het overige deel van de locatie is in gebruik als landbouwgrond. Volgens de bodemkwaliteitskaarten bevindt de locatie zich in zone B6 (buitengebied). Uit de kaarten blijkt dat op de locatie grond van kwaliteit “landbouw/natuur” verwacht kan worden. Bedrijvigheid / Potentiële bronnen van verontreiniging: Uit de Bodemrapportage van de RUD NHN blijkt, dat in 1998 een klein deel van de locatie is onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bouwvergunning. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan som PAK geconstateerd en in het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan chroom aangetroffen. De conclusie is dat de locatie geschikt is voor het bouwplan (zie bijlage 5). De locatie grenst aan het plan “Zandzoom”. Op de locatie “Zandzoom” zijn in het verleden diverse onderzoeken uitgevoerd, onder andere door Landview BV. De bodem op deze locatie is destijds aanvullend onderzocht op OCB’s en de door het bevoegd gezag, 13 geselecteerde bestrijdingsmiddelen. Het betreft de 7 organotin verbindingen, MCPA, atrazine, carbaryl, carbofuran, azinfosmethyl en maneb.
Over het algemeen zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Het betreft licht verhoogde gehalten aan zware metalen, som PAK en OCB’s. Lokaal zijn bij specifieke aandachtspunten (als ondergrondse tanks) bodemverontreinigingen geconstateerd. Bodemloket (www.bodemloket.nl) heeft geen aanvullende gegevens over de locatie of de directe omgeving beschikbaar. Het Archief van de regio Alkmaar heeft eveneens geen aanvullende informatie over de locatie. Vergelijking tussen luchtfoto’s en topografische atlassen uit verschillende perioden heeft opgeleverd, dat het verkavelingspatroon tot nu niet gewijzigd is; de verkavelingstructuur is altijd haaks op de wegenstructuur geweest. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er brandstoftanks, met bodemvreemd materiaal gedempte sloten of aangevoerde verstevigingmaterialen op de locatie aanwezig zijn. Asbestverwachting: Op de locatie staat een schuur. De schuur op de locatie is voorzien van een dak met asbesthoudende golfplaten en heeft een dakgoot. Dit deel van de locatie wordt als asbestverdacht beschouwd. In de kas zijn geen asbesthoudende materialen gebruikt. Het overige deel van de locatie is in gebruik als landbouwgrond. Dit deel van de locatie wordt op voorhand als niet-asbestverdacht beschouwd.
Gezien de aard van de locatie is de kans op het aantreffen van asbestresten in de bodem als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten, gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbestafval of asbestcalamiteiten wegens bijv. brand in de bodem gering. Het is niet de verwachting dat er meer dan 50 mg/kg ds asbest in de grond aanwezig is.
-5-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
Bijzondere waarden: Uit de Bodemvisie kaart van de Provincie Noord-Holland blijkt, dat de locatie zich niet bevindt in een grondwaterbeschermingsgebied. De locatie is niet binnen een aardkundig waardevol gebied gelegen of staat bekend als aardkundig monument. De bodem ter plaatse van de locatie is (onder voorwaarden) geschikt voor Warmte-koude opslag; diep dan wel ondiep. De locatie is niet gelegen in een gebied van archeologische waarde.
2.3
ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Op grond van kaartmateriaal en gegevens van de Rijksgeologische Dienst (RGD), het voormalige Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), de voormalige Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), het DLO Staring Centrum, de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Landview BV kan de volgende bodemopbouw worden verwacht. De locatie is gelegen in een gebied met een maaiveldhoogte van circa 0,4 m +NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1 m -maaiveld (mv). Dit betreft het ondiepe grondwater dat onder invloed van neerslag staat. De grondwaterstroming is naar het aanwezige oppervlaktewater toe gericht. Gezien de ligging en het neerslagoverschot is er sprake van lokale inzijging (neerwaartse stroming van het grondwater). De Pleistocene ondergrond, afgezet tijdens de laatste ijstijd, bevindt zich op een diepte tussen de 15 en 25 m -NAP. Deze goed doorlatende zandlagen worden beschouwd als het 1e watervoerende pakket. Gedurende verschillende overstromingsfasen zijn in het Holoceen, vanaf circa 10.000 jaar geleden, door de zee op de Pleistocene ondergrond mariene sedimenten afgezet en is plaatselijk veenvorming opgetreden. Deze Holocene afzettingen vormen de slecht tot matig doorlatende deklaag. De locatie is gesitueerd in een voormalige binnendelta vlakte, welke bedekt kan zijn met klei of duinzand.
Door menselijke beïnvloeding zijn natuurlijke bodemprofielen gewijzigd.
-6-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
3.
OPZET BODEMONDERZOEK
3.1
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE
Op grond van het vooronderzoek is voor de opzet van het bodemonderzoek uitgegaan van een nietverdachte locatie, waar hooguit licht verhoogde gehalten van zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) of bestrijdingsmiddelen aangetroffen kunnen worden in de mogelijk puin houdende (boven)grond. In het grondwater worden, behalve arseen en of barium van nature, geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen verwacht.
3.2
BEMONSTERINGSSTRATEGIE
Op basis van de tot nu toe verzamelde gegevens kunnen wij er redelijkerwijs vanuit gaan, dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van ernstige bodemverontreiniging. Uitgaande van een niet-verdachte locatie met een oppervlakte van 35.790 m² worden, conform de NEN 5740 en de BRL SIKB 2000 richtlijnen de onderstaande werkzaamheden verricht. Tabel 3: werkzaamheden: Aantal grondboringen tot circa 0,5 m –mv Aantal grondboringen tot de grondwaterstand Aantal peilbuizen plaatsen (NEN) en monstername
25 9 5
Aantal analyses bovengrond Aantal analyses ondergrond Aantal analyses grondwater
6 5 5
De grond wordt in principe bemonsterd in trajecten van 0,5 m. Van deze algemene richtlijn kan worden afgeweken als tijdens het veldwerk duidelijk afwijkende lagen, zintuiglijke verontreinigingen of verschillende grondsoorten worden geconstateerd. De grondwaterstand bevindt zich op dusdanige diepte, dat de kwaliteit van het grondwater in het onderzoek dient te worden betrokken. Hiertoe worden 5 boringen verricht, welke met een peilbuis worden afgewerkt. De filterstelling van deze peilbuizen is circa 0,5 m tot 1,5 m -grondwaterstand. Na een wachttijd van één week voor het herstel van het bodemchemisch evenwicht zullen 5 grondwatermonsters uit deze peilbuizen worden genomen. Een zintuiglijke inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen maakt deel uit van het onderzoek. De opzet voor het asbestonderzoek ter plaatse van de schuur staat weergegeven in hoofdstuk 5.
3.3
CHEMISCHE ANALYSES
De grondmengmonsters en de grondwatermonsters worden geanalyseerd op de stoffen van de standaardpakketten. Deze stoffen, die zijn geselecteerd door de overheid, vormen de belangrijkste parameters (graadmeters) voor mogelijke verontreinigingen. De analyses worden, conform de AS3000 richtlijnen, uitgevoerd door Eurofins Omegam uit Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Grond De grondmonsters worden gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De boven- en ondergrond worden onderzocht op de gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). Wegens het (vroegere) gebruik van bestrijdingsmiddelen zullen de monsters aanvullend onderzocht worden op de gehalten van OCB’s.
-7-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
De gehalten worden weergegeven in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Hiertoe wordt van de grond(meng)monsters het droge stofgehalte vastgesteld. Tevens worden representatieve monsters geanalyseerd op de gehalten aan organische stof en lutum (klei) ter vaststelling van de toetsingswaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich rond 1 m –mv. De vluchtige aromatische koolwaterstoffen en de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen worden daarom bij voorkeur in het grondwater onderzocht. De aanwezigheid van deze vluchtige stoffen kan namelijk eerder worden aangetoond in het grondwater dan in de grond. Het grondwater wordt onderzocht op de concentraties aan arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische stoffen (inclusief naftaleen), (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen en minerale olie. Wegens het (vroegere) gebruik van bestrijdingsmiddelen zullen de monsters aanvullend onderzocht worden op de concentraties aan OCB’s. Door het bevoegd gezag zijn 13 bestrijdingsmiddelen geselecteerd. Het betreft de 7 organotin verbindingen, MCPA, atrazine, carbaryl, carbofuran, azinfosmethyl en maneb, deze worden in het grondwater onderzocht. Deze stoffen zullen worden genoemd de 13 ‘nieuwe’ bestrijdingsmiddelen. De concentraties worden weergegeven in microgrammen per liter (µg/l).
De pH (zuurgraad), Ec (soortelijke geleiding) en troebelheid worden in het veld bepaald.
3.4
TOETSINGSKADER
Het toetsingskader voor verontreinigende stoffen in grond wordt gevormd door de achtergrond- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de toetsing van de grondwaterkwaliteit wordt het toetsingskader gevormd door de streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten worden geïnterpreteerd aan de hand van deze toetsingskaders (zie bijlagen 4.2 en 4.3). De norm voor barium is (tijdelijk) ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium. De toetsingswaarden voor de verschillende stoffen in de grond zijn afhankelijk van de hierin aanwezige hoeveelheid klei (lutum) en organische stof, omdat de verontreinigingen zich aan deze bodemdelen hechten. De achtergrondwaarde (AW2000) van een bepaalde stof komt overeen met de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van deze achtergrondwaarde of de streefwaarde in het grondwater kunnen we spreken van een lichte verhoging.
Indien het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (tussenwaarde) wordt overschreden, kunnen we spreken van een matige verhoging. De interventiewaarde is de waarde waarboven sprake is van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde spreken we van een sterke verontreiniging. Als grondmengmonsters zijn onderzocht, kunnen de gehalten in afzonderlijke monsters hoger zijn. In een aanvullend of nader onderzoek kunnen vervolgens de enkelvoudige monsters worden geanalyseerd. Alleen met aanvullende analyseresultaten kan doorgaans voldoende inzicht worden verkregen in de omvang van de verontreinigingen.
-8-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
De ernst van een verontreiniging is, conform de Wet Bodembescherming (Wbb), gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te kunnen spreken, dient voor ten minste één stof de interventiewaarde te worden overschreden in minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater. Als een voldoende beeld van de verontreinigingen is verkregen, kan een inschatting worden gemaakt van de eventuele risico's voor de volksgezondheid en de mogelijke gebruiksbeperkingen van de locatie. Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 (en voor asbest na juli 1993) zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd. Indien visueel geen asbesthoudend materiaal is waargenomen en analytisch geen aantoonbaar gehalte aan asbest wordt gevonden, kan worden geconcludeerd dat op de locatie geen asbest is aangetoond. Indien tijdens een verkennend asbestonderzoek een gehalte aan asbest kleiner dan de helft van de interventiewaarde wordt gevonden, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader asbestonderzoek de interventiewaarde niet zal worden overschreden. Bij een gehalte aan asbest groter dan de helft van de interventiewaarde zal een nader asbestonderzoek, gericht op het vaststellen van de omvang van de verontreiniging, uitgevoerd dienen te worden.
In een nader asbestonderzoek wordt aanwezig asbest getoetst aan de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. Dit gehalte geldt voor de gewogen concentratie aan asbest. De gewogen concentratie aan asbest is gelijk aan de gemeten concentratie aan serpentijnasbest + 10 maal de gemeten concentratie aan amfiboolasbest. Voor asbest bestaat geen omvangscriterium, indien asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen is op de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
-9-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
4.
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
RESULTATEN VELDONDERZOEK
Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 31 oktober 2018 en 1 november 2018 door de heren H. Manshanden en F. Borst. Tijdens het veldwerk zijn geen extra aandachtspunten voor mogelijke bodemverontreiniging naar voren gekomen. Achter de kas staat een klein schuurtje van hout, hierin staan spullen opgeslagen. Een deel van de locatie is verhard met beton (plein aan voorzijde van de locatie en pad langs de schuur). Voor het overige bestaat de locatie uit grasland. Gelijkmatig verdeeld over het terrein zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 10 grondboringen tot minimaal de grondwaterstand en 25 boringen tot 0,5 m -mv verricht. Daarnaast zijn 5 peilbuisboringen verricht, waarin een filter is geplaatst. Het algemene, kenmerkende bodemprofiel op de locatie tot een diepte van circa 2,5 m -mv bestaat overwegend uit matig fijn zand. Lokaal is in de ondergrond een kleilaag aanwezig. Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de opgeboorde grond aangetroffen. Aangezien de boringen met een Edelmanboor (diameter 12 cm) zijn verricht, is deze informatie slechts indicatief. Als bekend bestaat het dak van de schuur uit asbesthoudende golfplaten.
De resultaten van het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de schuur, staan weergegeven in hoofdstuk 5. Uit de in het veld genomen enkelvoudige monsters van de bovengrond zijn door het laboratorium, volgens de opdracht van Landview BV, zes mengmonsters samengesteld. Uit de monsters van de ondergrond zijn vijf mengmonsters samengesteld. Bij de monstername is soms afgeweken van de trajecten van 0,5 m gezien de geconstateerde verschillen in bodemmateriaal en visuele bijmengingen. In de onderstaande tabel is de monsterselectie van de grond weergegeven. Tabel 4: Monsterselectie grond AnalyseTraject Deelmonsters monster (m -mv) bg1 0,00 - 0,50 05 (0,00 - 0,40) 10 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) bg2 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,45) 09 (0,00 - 0,15) 11 (0,00 - 0,45) 19 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,30) 25 (0,00 - 0,25) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) bg3 0,00 - 0,50 02 (0,00 - 0,40) 06 (0,00 - 0,50) bg4 0,00 - 0,50 07 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,40) 14 (0,00 - 0,40) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50)
Analysepakket AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
- 10 -
Landview BV Bodemonderzoek
Analysemonster
Traject (m -mv)
bg5
0,00 - 0,50
bg6
0,00 - 0,50
og1
0,45 - 1,60
og2
0,40 - 1,10
og3
0,40 - 1,90
og4
0,40 - 1,60
og5
0,45 - 1,10
Rapportnummer 2018411
Deelmonsters 23 (0,00 - 0,40) 35 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,45) 13 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,45) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,40) 31 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,40) 39 (0,00 - 0,50) 01 (0,60 - 1,10) 01 (1,10 - 1,30) 03 (0,90 - 1,20) 03 (1,20 - 1,60) 07 (0,90 - 1,40) 10 (0,50 - 0,70) 11 (0,45 - 0,65) 05 (0,40 - 0,90) 05 (0,90 - 1,10) 08 (0,40 - 0,90) 09 (0,50 - 1,00) 10 (0,70 - 1,10) 11 (0,65 - 1,00) 24 (0,60 - 1,10) 02 (0,40 - 0,90) 02 (0,90 - 1,40) 02 (1,40 - 1,90) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,40) 04 (0,45 - 0,70) 04 (0,70 - 1,10) 04 (1,10 - 1,60) 07 (0,40 - 0,90) 14 (0,40 - 0,70) 14 (0,70 - 1,00) 03 (0,50 - 0,90) 12 (0,45 - 0,80) 12 (0,80 - 1,10) 13 (0,50 - 0,70) 13 (0,70 - 1,00)
Analysepakket
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB
Ter bemonstering van het grondwater zijn de grondboringen 1 tot en met 5 afgewerkt met een peilbuis. De filters zijn conform NEN geplaatst, gebaseerd op de tijdens het veldonderzoek ingeschatte grondwaterstand van tussen de 0,7 en 1,0 m -mv. De verbinding tussen filter en stijgbuis is geklemd. Het filter is voorzien van een filterkous. Tot een halve meter boven het filter is het boorgat opgevuld met filtergrind; hierboven is een halve meter opgevuld met Bentoniet (zwelklei). De peilbuis is niet ingemeten ten opzichte van NAP, omdat bij verkennend bodemonderzoek op niet-verdachte locaties hieraan geen prioriteit wordt gegeven. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, na het plaatsen van de peilbuis en voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven.
- 11 -
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
Bij het schoonpompen is een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De bemonstering is op 9 november 2018 door de heer F. Borst uitgevoerd. De filterstelling van de bemonsterde peilbuizen, de grondwaterstand (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 5. Tabel 5: gegevens grondwater Peilbuis Filterdiepte (m -mv) 1 2 4 4 5
1,30 - 2,30 1,20 - 2,20 1,50 - 2,50 1,30 - 2,30 1,20 - 2,20
Grondwaterstand (m -mv) 0,74 0,87 0,98 0,85 0,93
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
7,0 7,2 7,1 7,0 7,0
1260 770 930 1250 880
42,4 41,43 50 26,76 82
De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. Naar onze mening is, ondanks de verhoogde troebelheidswaarde, toch een representatief monster verkregen voor analyse. Bij de interpretatie wordt rekening gehouden met de gemeten hogere troebelheid. De boorpunten (1 t/m 40) zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2.1. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de boringen, de peilbuis, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven. Zintuiglijk waarneembare afwijkingen ten aanzien van de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen en de kleur van het bodemmateriaal zijn qua aard en mate beschreven.
4.2
ANALYSERESULTATEN GROND
Ter vaststelling van de toetsingswaarden voor de grond zijn voor dit onderzoek het organische stofgehalte en de lutumfractie van representatieve grondsoorten door het laboratorium bepaald. De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor de grond volgens de BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) van Rijkswaterstaat Leefomgeving staat weergegeven in bijlage 4.2. Tabel 6: overschrijdingstabel grond AnalyseTraject > AW (+index) monster (m -mv) bg1 0,00 - 0,50 bg2 0,00 - 0,50 bg3 0,00 - 0,50 bg4 0,00 - 0,50 bg5 0,00 - 0,50 bg6 0,00 - 0,50 og1 0,45 - 1,60 og2 0,40 - 1,10 og3 0,40 - 1,90 og4 0,40 - 1,60 og5 0,45 - 1,10 > AW >I Index
> I (+index) -
BBK monsterconclusie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
In de onderzochte mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters (standaardpakket en OCB’s) geconstateerd.
- 12 -
Landview BV Bodemonderzoek
4.3
Rapportnummer 2018411
ANALYSERESULTATEN GRONDWATER
De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. Tabel 7: overschrijdingstabel grondwater Peilbuis Filterdiepte > S (+index) (m -mv) 1 1,30 - 2,30 2 1,20 - 2,20 4 1,50 - 2,50 4 1,30 - 2,30 5 1,20 - 2,20 >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)
> I (+index) -
In de grondwatermonsters uit de peilbuizen zijn van geanalyseerde parameters (standaardpakket, OCB’s en 13 nieuwe bestrijdingsmiddelen) geen verhoogde concentraties gemeten.
- 13 -
Landview BV Bodemonderzoek
5.
Rapportnummer 2018411
ASBESTONDERZOEK
Bij een verkennend asbestonderzoek wordt met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagegaan of de verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem terecht is. Tevens kan een indicatieve uitspraak gedaan worden over het asbestgehalte in de bodem. Een verkennend asbestonderzoek bestaat uit een visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde of opgegraven grond uit de actuele contactzone of de ondergrond. Een uitspraak over mogelijke verontreiniging van de bodem kan worden gedaan op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond.
5.1
ONDERZOEKSOPZET
De voormalige schuur (oppervlakte circa 200 m 2) betreft een verdachte locatie. We gaan er, in eerste instantie, van uit dat er desondanks geen of nauwelijks asbest aanwezig is, waardoor gewerkt kan worden met een basispakket veiligheidsmaatregelen. Het maaiveld wordt uitgebreid visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, moet de locatie mogelijk worden verdeeld in meer en minder verdachte deellocaties met mogelijk verschillende onderzoekshypotheses. De visuele inspectie en de monstername zullen, door KIWA gecertificeerde medewerkers, volgens de NEN 5707, het procescertificaat BRL SIKB 2000 en VKB protocol 2018 worden uitgevoerd. Indien de grond > 50 volume% bodemvreemd materiaal bevat, worden de veldwerkzaamheden conform de NEN 5897 uitgevoerd. Gezien de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek, kunnen de werkzaamheden echter conform de NEN 5707 worden uitgevoerd. Doel van het verkennend asbestonderzoek is na te gaan of de verdenking van asbest terecht is. Middels inspectie en meting wordt nagegaan of de verwachting terecht is, dat niet meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg ds in en op de grond aanwezig is. Ter plaatse van de voormalige schuur worden handmatig 4 gaten gegraven (min. 0,3 x 0,3 m) tot in de onverdachte ondergrond (circa 0,5 m –mv).
De uitkomende grond wordt visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De uitkomende grond wordt gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 20 mm. Van de gezeefde grond wordt 1 mengmonster samengesteld, welke door het laboratorium wordt onderzocht op de aanwezigheid van asbest.
5.2
RESULTATEN VELDONDERZOEK ASBEST
De visuele inspectie en monstername is op 31 oktober 2018 uitgevoerd door de heer H. Manshanden. Tijdens de visuele inspectie was het zicht groter dan 50 meter en was van het maaiveld meer dan 25% bedekt door vegetatie en verharding. De verdachte bodemlaag op de locatie bestaat uit zand met een enkel baksteen fragment. De veldwerkzaamheden zijn volgens de planning uitgevoerd. De veldvochtigheid was tijdens de veldwerkzaamheden hoog genoeg (>10%), waardoor het risico op het vrijkomen van vezels uit de bodem zeer gering was. De inspectie-efficiëntie wordt ingeschat op 70% (zie bijlage 5). Tijdens de visuele inspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht plaatmateriaal (stukken groter dan 20 mm) waargenomen. Op basis van de visuele inspectie hoeft de onderzoeksopzet niet te worden gewijzigd. - 14 -
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2018411
Ter plaatse van voormalige schuur zijn in eerste instantie 4 proefgaten (gat1 t/m gat4) gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot circa 0,5 m –mv. De verdachte laag heeft een dikte van circa 0,5 m (bovengrond). In de verdachte laag zijn zwakke bijmengingen met baksteen waargenomen. De grond uit de proefgaten is uitgelegd, geharkt en gezeefd. Ter plaatse van proefgat 4 is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Het betreft 2 delen plaatmateriaal met een gewicht van in totaal 160 gram. Van het plaatmateriaal is een verzamelmonster samengesteld en aangeboden aan het laboratorium om na te gaan of het daadwerkelijk asbesthoudend materiaal betreft (plaat). Na overleg met de projectleider zijn aanvullend nog 3 proefgaten (gat5 t/m gat7) gegraven. Buiten het aangetroffen plaatmateriaal in gat4, is in de grond uit de overige gaten en in de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Vanwege het aangetroffen materiaal is de monsterselectie gewijzigd. Van de grond uit proefgat 4 is een mengmonster samengesteld. Van de grond uit de overige proefgaten is eveneens een mengmonster samengesteld. In de onderstaande tabel staan de samengestelde monsters weergegeven. Tabel 8: samengestelde mengmonsters AnalyseAnalyse- gat monster monster Mmas1 mmas1 4 Mmas2