RK onderzoek Subsidiebeleid Conclusies en aanbevelingen 2026
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek Subsidiebeleid BUCH-gemeenten in relatie tot accommodatiebeleid
Inhoud 1
2
3
Inleiding _________________________________________ 1 1.1
Aanleiding ________________________________ 1
1.2
Uitvoering van het onderzoek _________________ 1
1.3
Doelstelling/ centrale vraag ___________________ 1
Algemene conclusie _______________________________ 3 2.1
Directe subsidies ___________________________ 3
2.2
Beleidskeuzes _____________________________ 3
2.3
Aanbevelingen _____________________________ 4
Samenvatting _____________________________________ 5 3.1
Onderzoeksvraag A _________________________ 5
3.2
Onderzoeksvraag B _________________________ 5
3.3
Onderzoeksvraag C _________________________ 6
3.4
Onderzoeksvraag D _________________________ 7
3.5
Onderzoeksvraag E _________________________ 8
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Voor het bepalen van de onderzoeken voert de rekenkamer gesprekken met de auditcommissies van de vier BUCH-gemeenten. In deze gesprekken werd de vraag opgeroepen of het subsidiebeleid en de relatie met het accommodatiebeleid van de gemeenten voor maatschappelijke organisaties consequent en transparant is. Welke ‘aanspraak op financiële middelen’ onder subsidie wordt verstaan is vastgelegd in de algemene wetbestuursrecht. In de praktijk gebruiken verschillende gemeenten (waaronder de BUCH-gemeenten) ook de term ‘indirecte subsidie’. Het gaat dan om het leveren van goederen en diensten van de gemeente aan organisaties en individuen die niet vallen onder het formele subsidiebegrip. Hierbij kan gedacht worden aan het verhuren van accommodaties tegen niet kostendekkende tarieven of aan diensten in natura, zoals het beheren van een terrein door gemeentelijke medewerkers. Met indirecte subsidies kan in de praktijk dus een breed scala aan ondersteuning bedoeld worden. Uit eerder gedaan rekenkameronderzoek blijkt dat voor sport- en cultuurorganisaties het gebruik van gemeentelijke accommodaties de voornaamste vorm van indirecte ondersteuning vormt. Om die reden vormt dat de focus van dit rekenkameronderzoek. Het gaat hierbij om accommodaties die in bezit of beheer zijn van de gemeenten zelf, en onderdeel zijn van het gemeentelijk vastgoedbeleid.
Als niet inzichtelijk is wat organisaties ontvangen aan zowel directe als indirecte subsidies is het mogelijk dat sommige verenigingen en stichtingen onbedoeld meer of onder andere voorwaarden ondersteuning krijgen van de gemeenten dan andere verenigingen of stichtingen. Dit staat op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel. Een gemeenteraad stelt zowel het (subsidie)beleid vast als het beleid rondom de inzet van (gemeentelijk) vastgoed en accommodaties. 1.2
Uitvoering van het onderzoek
In opdracht van de rekenkamer is het onderzoek uitgevoerd door Ipsos I&O. Het onderzoek vond plaats van maart tot oktober 2025. Hierbij is
teruggekeken naar de periode 2022 – 2024. Voor het onderzoek zijn de documenten opgevraagd die betrekking hadden op deze periode of op dat moment nog het geldend beleid vormden. Gedurende de onderzoeksperiode waren de BUCH-gemeenten bezig het vastgoed- en accommodatiebeleid te herijken en gelijktijdig bezig met een transitie op subsidiegebied met de komst van de Sociale Basis. Het onderzoek bestond uit bureaustudie (deskresearch), verdiepende interviews met ambtelijke medewerkers, dossierstudies (vier (subsidie)dossiers per gemeente) en tot slot bestuurlijke interviews met de portefeuillehouders. Eveneens heeft er een groepsgesprek plaatsgevonden met een afvaardiging van de vier gemeenteraadsleden in het gemeentehuis van Castricum. De dossierstudies zijn indicatief. Dat betekent dat op grond van de beperkte hoeveelheid dossiers geen uitspraken gedaan kunnen worden over alle subsidieverleningen maar het wel illustreert hoe het beleid in de praktijk doorwerkt. 1.3
Doelstelling/ centrale vraag
Het doel van het onderzoek is om de gemeenteraden van de BUCHgemeenten te ondersteunen in hun kaderstellende en controlerende rol. Dit door inzicht te bieden in de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de transparantie van het (indirecte) subsidiebeleid op het gebied van sport en cultuur binnen de BUCH-gemeenten. De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek luidde: Hoe doelmatig, rechtmatig, effectief en transparant is het subsidiebeleid op het gebied van sport- en cultuur en de uitvoering van de gemeente in relatie tot zowel directe als indirecte subsidies, zoals verstrekte accommodaties? De centrale onderzoeksvraag is verder uitgewerkt in vijf deelvragen met 20 subvragen. Per BUCH-gemeente zijn de vragen beantwoord. Voor het onderzoek is een normenkader opgesteld in samenspraak tussen het onderzoeksbureau en de rekenkamer. De bevindingen uit de gemeenten zijn getoetst aan dit normenkader. Op grond van deze toets is de rekenkamer tot een algemene conclusie en enkele deelconclusies gekomen.
1
Eerst zijn de conclusies te vinden gevolgd door een samenvatting van de antwoorden op de vijf deelvragen (onderzoeksvraag A t/m E). Voor het totaal overzicht van de bevindingen verwijzen wij naar het rapport: Zicht op (indirecte) subsidies.
2
2
Algemene conclusie
In alle vier de BUCH-gemeenten wordt gebruikgemaakt van zowel directe als indirecte subsidies, maar bij de indirecte subsidies ontbreekt de transparantie. Er is geen centraal overzicht beschikbaar welke organisatie welke vorm van ondersteuning krijgt. Dit speelt (ook) op het gebied van (gemeentelijke) accommodaties. Het is niet inzichtelijk welke organisatie voor welk bedrag van wie huurt. Eerdere documenten, zoals de kernenkaart van Bergen, die wel enig inzicht boden, zijn verouderd en niet meer up-todate. Als het gaat om directe subsidies is dit overzicht er wel: de gemeenteraden ontvangen elk jaar een lijst met welke organisatie wat krijgt. Het gebrek aan inzicht in de indirecte subsidies belemmert de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraden. De raden tonen wel actieve belangstelling voor de wisselwerking tussen directe en indirecte subsidies. De gemeenteraad van Uitgeest gaf bijvoorbeeld de opdracht om bij het herzien van het subsidiebeleid ook de visie op accommodaties mee te nemen. Ondanks deze actieve belangstelling vormde het de afgelopen periode geen prioriteit om de wisselwerking tussen gemeentelijke accommodaties en verleende subsidies goed in kaart te brengen. Het gebrek aan inzicht leidt tot mogelijke ongelijkheden in ondersteuning voor sport- en cultuurorganisaties binnen de BUCH-gemeenten.
Doordat het voor de gemeenteraad niet inzichtelijk is welke vormen van ondersteuning er (al) geboden worden, kan de gemeenteraad niet tot een integrale afweging komen bij het toekennen van de benodigde budgetten. Het uitgangspunt van de verschillende colleges is om gemeentelijke accommodaties tegen de kostprijs te verhuren. De gemeenteraad moet een apart besluit nemen om een pand beneden de kostprijs te verhuren. Die besluiten zijn alleen in Heiloo genomen, omdat het inzicht in wie voor wat huurt ontbreekt. Dit betekent dat in de praktijk sommige organisaties ongemerkt tegen een lagere huur kunnen huren terwijl andere organisaties meer moeten betalen. Dit draagt niet bij aan ‘een gelijk speelveld’ voor sport- en cultuurorganisaties. 2.1 Directe subsidies De rekenkamer concludeert dat de uitvoering van het directe subsidiebeleid
in orde is. Dit onder andere dankzij de recente actualisaties van de algemene subsidieverordeningen en het goed ingerichte subsidieloket. Of het subsidiebeleid ook effectief is, is in de praktijk niet herleidbaar: het leeuwendeel van de verleende subsidies (bij sport- en cultuur) bestaat uit kleine subsidies. De effectiviteit hiervan wordt niet gemonitord of geëvalueerd. Er valt dus niet na te gaan of deze subsidies ook bijdragen aan de genoemde doelen. De BUCH-gemeenten vragen op grond van de ASV van de (vrijwilligers)organisaties relatief veel informatie op voor het doen van een aanvraag. Dat betekent concreet dat een toneelvereniging die minder dan honderd euro subsidie ontvangt naast de aanvraag ook een begroting en activiteitenplan moet inleveren. De gedachte is dat de gemeenten daardoor een goed beeld hebben van de organisaties met wie zij een relatie aangaan, tegelijkertijd is het de vraag of de bedragen nog wel in verhouding staan tot de extra administratieve lasten. De keuze om ook voor kleine bedragen meerdere documenten op te vragen is politiek: deze is vastgelegd in door de raden vastgestelde algemene subsidieverordeningen. Of het subsidiebeleid doelmatig is, is eveneens maar beperkt herleidbaar. Alleen de gemeente Castricum heeft een doelmatigheidsanalyse uit laten voeren.
Daaruit bleek dat bij sportsubsidies de vraag speelt of het subsidiëren van jeugdleden doelmatig is. De gemeente Castricum oordeelde van niet en trok om die reden hun sportstimuleringsregeling in. De gemeenteraden hebben in het subsidiebeleid geen evaluatiebepalingen opgenomen om de regelingen periodiek te evalueren op doelmatig- en doeltreffendheid. De Algemene wet bestuursrecht voorziet wel in een dergelijke evaluatieplicht. 2.2 Beleidskeuzes Los van de uitvoering dragen ook beleidskeuzes (uit het verleden) bij aan een onevenwichtige situatie: •
In alle BUCH-gemeenten zijn zowel de huur- als subsidierelaties ‘historisch zo gegroeid’. Het is beleid geweest deze relaties zo in stand te houden in plaats van periodiek te herzien. Dit betekent dat er organisaties zijn die een (bepaalde) vorm van ondersteuning ontvangen omdat zij dat vroeger ook al deden.
3
•
•
2.3
In de verschillende cultuur- en sportregelingen worden gebruikt gemaakt van brede doelen. Uit de voor dit onderzoek bestudeerde dossiers blijkt dat de relatie tussen de activiteit, de hoogte van de subsidie en het te dienen in de praktijk moeilijk te maken kan zijn. In Heiloo en Bergen is het een beleidskeuze om de bestaande culturele infrastructuur te behouden. Dit maakt het voor nieuwe toetreders lastig(er) om er tussen te komen. Aanbevelingen
De Rekenkamer constateert dat zowel de colleges van B&W als de BUCHwerkorganisatie bekend zijn met bovenstaande knelpunten en gedurende het rekenkameronderzoek er inspanningen zijn verricht om de situatie te verbeteren. Zo wordt er gewerkt aan strategisch vastgoedbeleid, is er een inventarisatie gemaakt van het eigen vastgoed en wordt er vanaf 2026 subsidies verleend volgens een nieuwe systematiek gebaseerd op het integrale kader sociaal domein. Wat de Rekenkamer betreft vormen deze ontwikkeling een belangrijk aanknopingspunt voor de gemeenteraden om de controlerend en kaderstellende rol te vervullen. De grootschalige herziening van het beleid vormt een aanleiding om de samenhang tussen indirecte en directe subsidies (opnieuw) onder de aandacht te brengen en te controleren of dit in het beleid wordt vastgelegd.
(A) Maak per BUCH-gemeente inzichtelijk welke maatschappelijke organisatie (bijvoorbeeld sport- en cultuurorganisaties) voor welk bedrag van wie huurt. De inspanningen op dit gebied die in het verleden in de gemeente Bergen zijn ondernomen kunnen als voorbeeld dienen (de kernenkaart). (B) Herzie de beleidskeuzes die gemaakt zijn die zittende subsidierelaties bevoordelen ten opzichte van nieuwe toetreders. Hoewel het behoud van het bestaande niveau van voorzieningen een legitiem uitgangspunt is, moet dat niet ten koste gaan van nieuwe partijen. (C) Besteed in de beleidskaders die horen bij de toekomstige subsidieregelingen nadrukkelijk aandacht aan de relatie tussen de vastgelegde doelen, de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen en de hoogte van het te ontvangen bedrag. Het moet herleidbaar zijn hoe deze tot elkaar verhouden en de doelen moeten zo zijn geformuleerd dat te achterhalen valt in hoeverre de activiteiten concreet bijdragen aan de betreffende doelen.
Daarom doet de rekenkamer de volgende drie aanbevelingen:
4
3
Samenvatting
voor de keuze om de subsidieregeling in te voeren. De gemeente Uitgeest beschikt niet over overkoepelend cultuurbeleid.
3.1
Onderzoeksvraag A
Net als cultuurbeleid zijn gemeenten niet verplicht om te beschikken over sportbeleid. Binnen de gemeente Castricum is een apart sport & bewegen beleid in voorbereiding. In de gemeente Bergen was dit nog in de maak gedurende de onderzoeksperiode. In Heiloo en Uitgeest is geen apart sportbeleid aangetroffen. Alle vier de gemeenten zijn wel partij binnen het sportakkoord, waarin de activiteiten beschreven staan die de gemeente neemt op het gebied van sport & bewegen binnen de gemeente. Bij afwezigheid van een apart sportbeleid vormt dit het beleidskader voor sport & bewegen en de doelen die de gemeente wenst na te streven binnen dit domein.
Hoe is het subsidiebeleid rondom sport- en cultuur in de BUCH-gemeenten georganiseerd? In 2021 is het subsidiebeleid van de vier BUCH-gemeentelijk gelijktijdig herzien en herijkt. Alle vier de BUCH-gemeenten beschikken over een geactualiseerde of opnieuw opgestelde Algemene Subsidieverordening. Dit is een procedureverordening. Hierin staan de algemene kaders waaraan subsidieverstrekking moet voldoen. Bij het herzien van het subsidiebeleid vond er gedeeltelijke harmonisatie plaats. Concreet betekent dit dat alle vier de ASV’s gebaseerd zijn op de model-verordening van de VNG en voldoen aan de huidige landelijke richtlijnen. De ASV’s kunnen onderling afwijken op onderdelen. Voor de uitvoering heeft dit geen consequenties. Naast de ASV hebben de colleges van B&W van de BUCH-gemeenten ‘nadere regels’ vastgesteld om de subsidies op het gebied van sport- en cultuur te verstrekken. Alle vier de gemeenten beschikken over een cultuurregeling. Binnen de onderzoeksperiode beschikten alle drie van de vier gemeenten ook over een sport(stimulerings)regeling. Alleen de gemeente Heiloo niet. De gemeente Castricum heeft de sportstimuleringsregeling inmiddels ingetrokken. Naast subsidies op grond van deze regelingen kunnen gemeentebesturen ook begrotingssubsidies verstrekken door de begunstigde op te nemen in de gemeentelijke begroting.
Afhankelijk van de activiteiten wordt gekeken naar een passende grondslag. De vier BUCH-gemeenten gaan hier op dit moment terughoudend mee om De doelen die de gemeenten wensen te bereiken met de nadere regels staan genoemd in de regelingen zelf en vinden in enkele gemeenten hun grondslag in een overkoepelend beleidskader. De gemeente Bergen en Castricum beschikken over actuele cultuurnota’s. De cultuurnota van de gemeente Heiloo (uit 2016) is niet actueel maar vormde wel de grondslag
Uitvoering De uitvoering van het subsidiebeleid is binnen de BUCH-werkorganisatie gestandaardiseerd. De vier gemeenten werken met uniforme formulieren (voor de aanvragen). Alle aanvragen komen binnen hij het subsidieloket en worden via vastgelegde procedures behandeld. Hierbij wordt gewerkt met een vier-ogen principe en is de interne controle gewaarborgd. 3.2
Onderzoeksvraag B
Hoe is het accommodatiebeleid rondom sport- en cultuur in de BUCHgemeenten georganiseerd? Het accommodatiebeleid kent binnen de BUCH-gemeenten in de praktijk een relatie met het vastgoedbeleid. Het beleid kenmerkt zich door versplintering en door achterstanden. In de vier BUCH-gemeenten is er sinds de periode 2012 – 2015 het vastgoedbeleid niet meer geactualiseerd. Dan gaat het over de panden die de gemeenten zelf in bezit hebben en aangewend kunnen worden voor huisvesting van maatschappelijke organisaties. In de gemeente Uitgeest het accommodatiebeleid (in zoverre dat ook gemeentelijk vastgoed betreft) in 2019 voor het laatst in kaart gebracht en vastgesteld. De meest genoemde redenen voor het ontbreken van actueel beleid zijn gebrek aan capaciteit en geen urgentie. De versplintering wordt veroorzaakt doordat het gebruik van vastgoed en de
5
inzet van accommodaties niet centraal is belegd, maar nog hoort bij de verschillende beleidsdomeinen. De versplintering heeft enkele praktische gevolgen. Het accommodatiebeleid op het gebied van sport- en cultuur is gedeeltelijk ondergebracht in de sectorale beleidsnota’s indien een BUCH-gemeente daarover beschikt. Er mist daarnaast een centraal overzicht welke organisatie van wie huurt en tegen welk bedrag. Dergelijke overzichten bestonden in het verleden wel. De gemeente Bergen heeft in 2016 een kernenkaart opgesteld met daarin dit overzicht. De gemeente Uitgeest heeft in 2018 – 2019 dit eveneens in kaart laten brengen. De afwezigheid van centrale sturing betekent ook dat de voorwaarden die de BUCH-gemeenten stellen aan het gebruik van accommodaties versnipperd en ongelijk is. De aanpak kan als ‘ad-hoc’ worden omschreven. Per accommodatie wordt besloten wat een passend tarief of huur is. Per voorziening kunnen er ook aparte afspraken zijn met de huurders over het gebruik. Diverse tarieven en overeenkomsten zijn historisch zo gegroeid of kennen een connectie met de dorpskern waarin de voorziening staat. De gemeente Castricum heeft onderzoek laten uitvoeren naar de tarieven die zij hanteren voor hun sportvoorzieningen en weet daardoor dat de tarieven hoger liggen dan het Nederlands gemiddelde.
Alle vier de gemeenten hanteren het uitgangspunt dat maatschappelijk vastgoed tegen de kostprijs verhuurd wordt aan maatschappelijke organisaties. In de praktijk gebeurt dit niet en door het gebrek aan eerder genoemd inzicht is bij de colleges ook niet precies bekend welke panden beneden de kostprijs verhuurd worden. Gedurende het rekenkameronderzoek was de BUCH-werkorganisatie bezig deze inventarisatie te maken. Om gemeentelijk vastgoed te mogen verhuren beneden de kostprijs moet de gemeenteraad een besluit nemen om algemeen belang op het pand te vestigen. Alleen de gemeenteraad van Heiloo heeft dergelijke algemeen belang besluiten genomen. 3.3
Onderzoeksvraag C
Hoe vindt monitoring, evaluatie, controle en verantwoording plaats van de sport- en cultuursubsidies?
De verantwoording van de sport- en cultuursubsidies is binnen de BUCHwerkorganisatie geharmoniseerd. Dat betekent dat de procedure voor alle vier de BUCH-gemeenten gelijk is. De BUCH-gemeenten hanteren wel verschillende verantwoordingsdrempels. Deze ligt bij de gemeente Bergen hoger dan bij de andere drie (vanaf 10.000 euro in plaats van 5000). Gemeenteraden mogen zelf besluiten op welk bedrag zij deze vaststellen, het landelijk uitgangspunt is wel om te werken op vertrouwen om de administratieve lasten voor de (vrijwilligers)organisaties niet te hoog op laten lopen. In alle vier de BUCH gemeenten is de overgrote meerderheid (>90%) van de verleende subsidies op het gebied van sport- en cultuur een zogeheten ‘kleine subsidie’ (minder dan 5000 euro en soms niet meer dan 70 euro). Deze subsidies worden vanwege de geringe omvang direct vastgesteld en niet verantwoord. Tegelijkertijd gaat in alle vier de gemeenten de meerderheid van het beschikbare budget naar de enkele grote subsidies. Zoals de subsidie aan een museum of dans- en muziekschool. Deze subsidies kennen uitgebreide verantwoordingsverplichtingen en in enkele gevallen ook een aparte accountmanager die de subsidierelatie onderhoudt en monitort. De ASV en de nadere regels van alle vier de BUCH-gemeenten kennen geen evaluatiebepaling.
Het is op grond van de Awb wel verplicht dat langlopende subsidie(regelingen) periodiek (minimaal eens in de vijf jaar) worden geëvalueerd. Voor dit onderzoek zijn er geen evaluaties aangetroffen van de verleende sport- en cultuursubsidies. Er is aangegeven dat de BUCH-organisatie de subsidies evalueren aan de hand van de verleende verantwoordingen. Dat betekent automatisch dat de kleine subsidies niet geëvalueerd worden. Voor het onderzoek zijn vijftien subsidiedossiers bekeken van subsidies verleend op grond van een van de betreffende subsidieregelingen (sport- en cultuur). Op basis van deze dossiers blijkt dat de samenhang tussen gevraagde prestaties, het gevraagde en verleende bedrag en de in de regeling genoemde doelen vaak niet inzichtelijk te maken is. Doelen zijn door de gemeenten breed geformuleerd, de gesubsidieerde kosten en activiteiten wijken veelal af van die door de organisatie genoemd worden in de aanvraag en de hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op aparte verdeelsleutels (en subsidieplafonds) zonder directe relatie met de genoemde doelen. In een enkel geval is er een subsidie voor een sportactiviteit verleend op grond van 6
de welzijnsregeling waardoor zowel de doelmatigheid als de rechtmatigheid in het geding is. De vraag is dan of die subsidie verleend had mogen worden op grond van die regeling. De gemeente Castricum heeft op verzoek van de gemeenteraad een doelmatigheidsanalyse uitgevoerd naar de sport- en cultuursubsidies. Op grond van deze analyse concludeerde het college van B&W dat de sportstimuleringsregeling niet doelmatig was vanwege de komst van andere regionale fondsen. Deze regeling is inmiddels ingetrokken. Twee andere BUCH-gemeenten hanteren nog steeds dezelfde sportstimuleringsregeling. Monitoring van de sport- en cultuursubsidies ontbreekt. Dit aspect is niet opgenomen in de betreffende beleidsstukken en nadere regels. Gezien de aard en omvang van de subsidies ligt het niet voor de hand om alle verleningen afzonderlijk te monitoren maar wel de outcome in zijn geheel. Dit gebeurt niet. 3.4
een vereniging die in de gemeente Uitgeest beneden de kostprijs huurt en maar beperkt in aanmerking komt voor subsidies. De kosten die zij maken voor huur van de ruimte mogen zij op grond van de regeling gesubsidieerd krijgen, maar uit de verlening blijkt dat het in de praktijk niet gebeurt. Nieuwe toetreders Gelijke behandeling speelt ook een rol bij nieuwe partijen die in aanmerking willen komen voor (indirecte) subsidies en moeten concurreren met zittende partijen. Deze laatste partijen kunnen zich in de praktijk doorgaans beroepen op historisch gegroeide afspraken en oude contracten. Nieuwe toetreders kunnen in alle BUCH-gemeenten in aanmerking komen voor zowel subsidies als andere vormen van ondersteuning. Wel hebben nieuwe toetreders last van enkele drempels: •
Onderzoeksvraag D
Hoe waarborgen de gemeenten een gelijke behandeling van partijen die in aanmerking komen voor subsidies, zowel direct als indirect? De gelijke behandeling van partijen die in aanmerking komen voor directe subsidies is gewaarborgd binnen de bestaande subsidiekaders. In het bijzonder de proces afspraken vastgelegd in de ASV en in de bijzondere regelingen.
•
Een ‘gelijke behandeling’ is beleidsmatig niet gewaarborgd in de gevallen directe en indirecte subsidies elkaar kunnen kruisen. In alle vier de BUCHgemeenten kunnen culturele en sportorganisaties in aanmerking komen voor directe subsidies als ‘indirecte’ subsidies in de vorm van andere gemeentelijk ondersteuning. Hier zijn beleidsmatig geen afspraken over gemaakt. De gemeenteraad van Uitgeest gaf in het verleden wel nadrukkelijk de opdracht aan het college om bij het herzien van het subsidiebeleid rekening te houden met indirecte subsidies. In de subsidieregelingen kan er wel aandacht voor bestaan. In de gemeente Bergen is de hoogte van de subsidie die sportverenigingen kunnen krijgen deels afhankelijk van de accommodatie die zij gebruiken.
•
Uit de bestudeerde dossiers blijkt dat in de praktijk de aanwezigheid van indirecte ondersteuning wel een rol kan spelen bij het verkrijgen van directe subsidies als het college een besluit moet nemen. Een voorbeeld daarvan is
In de cultuurregelingen van meerdere BUCH-gemeenten is opgenomen dat behoud van bestaande culturele infrastructuur het uitgangspunt is. Budget voor nieuwe toetreders is daardoor niet of beperkt aanwezig. Bestaande relaties hebben een voordeel. De hoogte van de verleende subsidie kent in enkele gevallen (blijkt uit de dossiers) ook een historische grondslag. De hoogte is gebaseerd op eerdere verleningen. Accommodaties worden in de BUCH-gemeenten doorgaans ter beschikking gesteld aan huurders op grond van oude en historisch gegroeide afspraken. Het uitgangspunt is dat nieuwe toetreders alleen kostprijsdekkend van de gemeenten kunnen huren. BUCH-gemeenten bestaan uit verschillende kernen. Het beleid is er in bijvoorbeeld Bergen op ingericht dat elke kern toegang heeft tot bepaalde voorzieningen. Een nieuw initiatief moet dus rekening houden met de voorzieningen die al reeds in kernen bestaan. In de praktijk kijken de BUCH-gemeenten wel pragmatisch naar de verdeling van de voorzieningen en de ruimte die het biedt voor bijvoorbeeld een nieuwe sportclub of -baan.
De ‘gelijke behandeling’ tussen partijen die in aanmerking willen komen voor financiële ondersteuning of een accommodatie is gedeeltelijk gewaarborgd. Het subsidiebeleid maakt transparant welke activiteiten in aanmerking komen voor (financiële) ondersteuning. Eerder genoemde beleidskeuzes die zittende partijen bevoordelen zijn hierbij een aandachtspunt. Het gegeven dat de relatie tussen doelen, activiteiten en de hoogte van de subsidiebedrag in de praktijk niet altijd makkelijk te maken is ook. 7
De vereiste transparantie ontbreekt als het gaat om het gebruik van accommodaties. Organisaties kunnen in de praktijk meer of minder betalen dan een concurrerende organisaties zonder dat het mogelijk is hier inzage in te krijgen. De gemeenteraden hebben dit overzicht ook niet. Dat betekent dat de gemeenteraad ook geen waarborgen kan stellen om een gelijke behandeling te waarborgen. Het gebrek aan overzicht betekent ook dat het niet bekend is in hoeverre het probleem precies speelt.
3.5
het einde van het kalenderjaar, rondom de vaststelling van de begroting. De kaderstellende taak van de raad zou meer naar voren komen als dit debat plaatsvindt eerder in het jaar rondom de voorjaarsnota. Met de komst van het integraal kader (Sociale Basis) zal binnen de BUCH-gemeenten de grondslag waarop de subsidies verdeeld worden de komende jaren aangepast worden. De raad is bij deze transitie betrokken.
Onderzoeksvraag E
Hoe geven de gemeenteraden invulling aan hun kaderstellende en controlerende rollen? De gemeenteraden van de BUCH-gemeenten worden jaarlijks geïnformeerd door het college over de verstrekte subsidies. Dit gebeurt aan de hand van subsidieoverzichten met daarbij per verlening een toelichting. De gemeenteraden krijgen beperkt inzage in de doeltreffendheid van deze subsidies. Dit wordt door de BUCH-gemeenten niet gemonitord. In de BUCHgemeenten vindt de evaluatie plaats aan de hand van de ingediende verantwoordingen wat betekent dat de effectiviteit van de kleinere subsidies (het leeuwendeel van de verleningen) niet geëvalueerd wordt. Op aanvraag van de gemeenteraad heeft het college in Castricum wel een doelmatigheidsanalyse uitgevoerd met als conclusie dat de subsidies die verleend werden op één sportregeling niet doelmatig zijn. De gemeenteraden hebben bij het herziening van het subsidiebeleid geen evaluatiebepalingen vastgesteld die colleges verplichten de subsidies periodiek te evalueren. De gemeenteraden van de vier BUCH gemeenten hebben met elkaar gemeen dat er belangstelling bestaat voor het subsidiebeleid en de verleende subsidies. Fracties stellen actief vragen over subsidieverleningen, de wijze hoe het effect gemonitord wordt en wat de betekenis is van mogelijke taakstellingen.
Vanwege de afwezigheid van systematisch monitoring en periodieke evaluaties beschikt de raad niet over de bestuurlijke informatie om indien nodig bij te sturen. Wel zijn raadsleden doorgaans goed bekend met de organisaties die subsidies ontvangen en krijgen zij bijvoorbeeld via het eigen netwerk informatie mee over wat er speelt. De belangstelling van de raad (en het debat over de verleende subsidies) vindt doorgaans plaats aan 8