Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting_Bijlage 18 Nota beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Reactie gemeente Bij de geluidberekeningen is in het geactualiseerde akoestisch onderzoek ervan uitgegaan dat beide schuren op het perceel van Hoogeweg 40a worden gesloopt (zie paragraaf 3.10 van de rapportage, bijlage 6 bij het voorliggende bestemmingsplan). Deze schuren zijn dan ook niet meegenomen bij het bepalen van de geluidbelasting in de toekomstige situatie. De schuren aan de Hoogeweg 40a zijn in mei/juni 2024 daadwerkelijk gesloopt en vormen geen geluidwerende barrière meer voor betreffende woning Hoogeweg 40. Dit aspect is meegenomen bij de beoordeling en vaststelling van het hogere grenswaarde besluit. Anders dan indiener stelt, is bij de vaststelling van de hogere grenswaarde geluid – en in het akoestisch onderzoek – niet uitgegaan van de situatie dat ter plaatse van de schuren een nieuwe woning wordt opgericht over de volledige breedte van de gesloopte schuren. Verder geldt dat de woning aan de Hoogeweg 40a er staat en daarvoor (ook) een hogere waarde wordt vastgesteld. De woning aan de Hoogeweg 40a – althans de bestemming en het bouwvlak – maken geen onderdeel uit van de reconstructie van de Vennewatersweg c.q. het voorliggende plan. In het ontwerpbestemmingsplan Zandzoom is de bestaande woning gelegen aan de Hoogeweg 40a ook niet wegbestemd.
Bij herhaaldelijke navraag aan de eigenaren van de woning gelegen aan de Hoogeweg 40a blijkt ook niet van een concreet voornemen om de woning zonder nieuwbouw te doen slopen. Dit maakt dat wij op basis van de planologische mogelijkheden en de feitelijke situatie een hogere waarde besluit hebben genomen. Voor de beantwoording van de zienswijze die is ingediend tegen het ontwerpbesluit tot vaststelling van de hogere grenswaarde voor Hoogeweg 40 en Hoogeweg 40a verwijzen wij naar paragraaf 2.6a van deze nota. Onderdeel 2.6.3, Kap houtopstanden Indiener geeft aan dat de huidige bomensingel langs de Vennewatersweg en de bomen aanwezig in de voortuin van perceel Hoogeweg 40a momenteel een dichte geluidsbarrière vormen. Volgens indiener zal de kap van deze houtopstanden resulteren in een hogere geluidsbelasting op zijn perceel en in zijn woning. Reactie gemeente De geluidberekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012). Daarbij is rekening gehouden met bodem- en luchtdemping door ‘akoestisch zachte’ gebieden, zoals bosschages en gras. Eventuele geluidafscherming door begroeiing hoeft in geluidberekeningen niet te worden meegenomen. Dat is technisch 24
gezien ook niet mogelijk, door het onvoorspelbare karakter ervan (bomen en struiken kunnen worden gesnoeid en gekapt). In het akoestisch onderzoek is dus niet gerekend met een geluidsbarrière van de bomen. Onderdeel 2.6.4, Aanleg rotonde Indiener stelt dat de nieuw te realiseren rotonde op 35m van zijn woning zal worden aangelegd. Als gevolg van het afremmen en optrekken van het verkeer op de rotonde zal volgens indiener de geluidbelasting aantoonbaar verder toenemen. Reactie gemeente De geluidberekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012). Het effect van de verplaatsing van de weg is bij deze berekeningen meegenomen. Volgens het RMG2012 moet een ‘obstakeltoeslag’ worden toegepast als een kruising of rotonde de snelheid van het verkeer minimaal halveert. De kruising ter hoogte van de woning van indiener is geen reguliere rotonde waarvoor al het verkeer zal afremmen en daarna weer optrekt. Het merendeel van het verkeer is noord-zuid (en vice versa) georiënteerd en kan daardoor gelijktijdig ongehinderd worden afgewikkeld. Onderdeel 2.6.5, Verbreding Vennewatersweg Indiener stelt dat door de verbreding van de weg de rijbaan richting de woning van de indiener verschuift, waardoor de geluidsbelasting nog meer toe zal nemen. Reactie gemeente De verschuiving van de weg heeft inderdaad effect op het geluid bij de woningen.
Bij de geluidberekeningen is rekening gehouden met de toekomstige wegligging, zoals geborgd in het raadsvoorstel en -besluit. Dit is aangegeven in paragraaf 3.1 van het akoestisch onderzoek en in bijlage A2 zijn kaarten opgenomen waarop dit zichtbaar is. Er is in de berekening dus uitgegaan van de juiste wegligging. Onderdeel 2.6.6, Aanleg ventweg Indiener stelt dat de te realiseren ventweg zal zorgen voor een tweede verkeersstroom dichter bij zijn woning, waardoor er sprake is van extra (cumulatieve) geluidsbelasting. Indiener geeft aan dat in de noordgevel (parallel aan de Vennewatersweg) van zijn pand zich drie openslaande ramen bevinden die behoren bij drie slaapvertrekken en dat zijn woonhuis in 1970 is gebouwd en nauwelijks is geïsoleerd. Indiener concludeert dat door de verhoogde verkeersintensiteit in combinatie met de genoemde ingrepen de geluidsbelasting op zijn huis en het perceel drastisch zal toenemen, hetgeen de nodige nadelige consequenties zal hebben voor zijn woon- en leefklimaat. Reactie gemeente Voor de nieuwe ventweg (nieuwe Haagbeuk) ten zuiden van de Vennewatersweg zal een maximumsnelheid van 30 km/uur gaan gelden. De hoeveelheid verkeer die van deze weg gebruik zal gaan maken bedraagt circa 400 motorvoertuigen per etmaal, zie verkeersparagraaf met kenmerk 010378.20230503.R1.05 in bijlage 2 van de toelichting van het bestemmingsplan).
De Wet geluidhinder is niet van toepassing op 30 km/u-wegen. Onderdeel 2.6.7, Akoestisch onderzoek Volgens indiener wijkt het nieuwe akoestisch onderzoek op meerdere punten af van de vorige akoestische onderzoeken en is in de ogen van de indiener onvolledig en gebaseerd op foutieve gegevens. Indiener merkt op dat het onduidelijk blijft wat de geluidseffecten zijn van de reconstructie en overige planontwikkelingen op zijn woning.
25
Reactie gemeente In de zienswijze wordt niet duidelijk gemaakt op welke punten het nieuwe akoestisch onderzoek afwijkt en welke foutieve gegevens er zijn gebruikt. Wij merken dan ook in algemene zin op dat wij zorgvuldig onderzoek hebben laten doen naar het aspect geluid als gevolg van de reconstructie van de Vennewatersweg. Het geactualiseerde akoestisch onderzoek van Haskoning is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Voor de goede orde merken wij op dat het rapport van M+P, dat als bijlage 6 bij het ontwerpbestemmingsplan was gevoegd, was gebaseerd op een oud akoestisch onderzoek van Haskoning en daarmee inmiddels is achterhaald, omdat daarbij is gekeken naar een andere omvang van het plan in relatie tot andere plannen (veel groter dan het plan dat nu voorligt). In huidige situatie wordt binnenniveau wel gehaald. Bij de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan is dit achterhaalde rapport van M+P dan ook niet meer meegenomen. Wij verwijzen verder naar hetgeen hierboven als reactie is gegeven op onder onderdeel 2.6.1. Onderdeel 2.6.8, Waterhuishouding Indiener vreest dat de wijzigingen in het watersysteem nadelige gevolgen zullen hebben voor de afwatering rond zijn woning. Reactie gemeente Alle direct aan zijn perceel grenzende gronden maken geen onderdeel uit van het bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg.
Op ongeveer 25 meter ten noorden van zijn perceel (dus ten noorden van Hoogeweg 40a) liggen gronden die horen bij de beoogde reconstructie. Onderdeel van de reconstructie is hier een greppel aan te leggen die bestand is om hevige regenval op te vangen en wateroverlast op het perceel van indiener te voorkomen. De beoogde reconstructie zal daardoor eerder een positief dan een negatief effect hebben op de waterhuishouding van de gronden van Hoogeweg 40. Onderdeel 2.6.9, Luchtkwaliteit Indiener stelt dat de toename van de verkeersintensiteit rond zijn woning negatieve effecten heeft op de luchtkwaliteit. Onduidelijk is wat de gevolgen zijn van de toename van de verkeersintensiteit op de luchtkwaliteit. Volgens indiener is dit onvoldoende onderzocht. Reactie gemeente Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is getoetst aan de luchtkwaliteitseisen van de Wet Milieubeheer. De maximale concentraties van Stikstofdioxide (No2)) en fijnstof (PM10 en PM2,5) worden niet overschreden. De luchtkwaliteit blijft binnen de normen en verslechtert niet. Dit wordt onderbouwd in paragraaf 5.4 van de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan. Onderdeel 2.6.10, Milieu/natuur Indiener merkt op dat naast de functie van natuurlijke geluidsbarrière van de te kappen houtopstanden ook een belangrijke ecologische functie hebben.
Ze bieden woon- en verblijfplaats voor veel (broed)vogels, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, reptielen en beschermde amfibieën en overige fauna en flora en hebben een belangrijke corridorfunctie (Oost-West). Volgens indiener is het onduidelijk waarom de houtopstanden gekapt moeten worden. Reactie gemeente De houtopstanden moeten worden gekapt om ruimte te maken voor de reconstructie van de Vennewatersweg en de parallelweg. Alle houtopstanden en bosschages zijn uitgebreid onderzocht, zie bijlagen 7 t/m 11 en bijlagen 14 t/m 15 en paragraaf 5.8 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan. 26
Vaste verblijfplaatsen of verlies van (essentieel) leefgebied van zwaar beschermde, (grondgebonden zoog) dieren zijn uitgesloten, derhalve is er dus geen sprake van een negatief effect op deze soortgroep. Echter de reconstructie van de Vennewatersweg, en het drukker worden ervan, zorgt wel voor een vergroot risico voor de marters op dodelijke verkeersongelukken. Het plangebied maakt namelijk wel onderdeel uit van het functionele leefgebied van marterachtigen. Daarom wordt de Vennewatersweg op enkele plekken voorzien van faunapassages. Dit om te voorkomen dat verblijfplaatsen en foerageergebieden niet meer bereikbaar zijn voor de marterachtigen en om te voorkomen dat ze door intensiever verkeer worden gedood. Ook zal er een houtwal en een takkenril worden aangelegd waarlangs de dieren veilig kunnen foerageren. Er is ter bescherming van alle fauna een ecologisch werkprotocol en een ecologisch activiteitenplan (bijlage 14 van de toelichting in het bestemmingsplan) opgesteld. Hierin staat bijvoorbeeld dat bomen buiten het broedseizoen moeten worden gekapt en dat deze eerst moeten worden gecontroleerd op nesten.
Op 9 januari 2024 heeft de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord een ontheffing Wet natuurbescherming afgegeven voor de reconstructie, zaaknummer OMG-008532/DMS423776 en in de verleende ontheffing (bijlage 15 van de toelichting in het bestemmingsplan) is genoemd activiteitenplan opgenomen. De fauna staat de uitvoerbaarheid van het plan dan ook niet in de weg. Ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan was die ontheffing nog niet verleend. De toelichting zal op dat punt dan ook worden aangepast. Onderdeel 2.6.11, Hinder bouwfase Indiener merkt op dat hij als bewoner tijdens de reconstructie te maken krijgt met bouw- en geluidsoverlast. Volgens indiener vinden veel van de werkzaamheden dicht bij zijn woning plaats en zullen zij hinder ondervinden van de langdurige afsluiting van de Vennewatersweg. Reactie gemeente Het gaat hier om een uitvoeringsaspect en heeft geen betrekking op het bestemmingsplan. De reconstructie geeft kortstondig overlast. Uiteraard streven wij ernaar om de overlast zo kort mogelijk te houden. De uitvoering van de werkzaamheden, zullen voor een groot deel niet nabij het perceel van de indiener plaats vinden. Onderdeel 2.6.12, Participatie Indiener concludeert dat hij als direct belanghebbende bewoner opnieuw niet is betrokken bij de totstandkoming van voorliggend plan. In de ontwerpfase wordt reeds een dichtgetimmerd plan gepresenteerd.
Indiener stelt dat er geen informatiebijeenkomst is georganiseerd en dat hij niet verder actief is betrokken bij de totstandkoming van het plan. Indiener vindt dit opmerkelijk nu bij de gemeente bekend moet zijn dat hij al eerder procedures bij de Raad van State inzake bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg (202103305/1) gewonnen heeft. Reactie gemeente De wettelijke procedure voor vaststelling van het bestemmingsplan is gevolgd. Wij wijzen erop dat volgens vaste jurisprudentie het bieden van inspraak voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen onderdeel uitmaakt van de in de Wro en Bro geregelde bestemmingsplanprocedure (zie bijvoorbeeld ABRvS 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2473, r.o. 2.2.). Er heeft geen nieuwe inspraakavond plaatsgevonden omdat het Definitief Ontwerp van de reconstructie en het bestemmingsplan niet verschillen van de vorige procedure en de bezwaren van omwonenden al bekend waren. Direct omwonenden zijn individueel geinformeerd over de op handen zijnde procedure vóór terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
27
2.6a Samenvatting en beantwoording zienswijze ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid Hoogeweg 40 De ingediende zienswijze tegen het ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid voor de woning Hoogeweg 40 verzoekt het ontwerpbesluit hogere grenswaarde niet in deze vorm vast te stellen, maar beter onderzoek te (laten) verrichten en te zorgen voor een betere onderbouwing van het besluit. Reactie gemeente Indiener verwijst naar de zienswijze die hij heeft ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende (oude) ontwerpbesluit hogere grenswaarde. Wij verwijzen naar paragraaf 2.6 van deze nota waarin een reactie op die zienswijze is gegeven. Onderdeel 2.6a.1 Geen stil asfalt Indiener merkt op dat in het ontwerpbesluit staat dat geborgd is dat er geluidreducerend asfalt van het type SMA-NL8G+of akoestisch gelijkwaardig asfalt wordt toegepast maar dat ondanks deze bronmaatregel de geluidsbelasting boven de genoemde voorkeursgrenswaarde uitkomt. Indiener geeft verder aan dat er geen stil asfalt naast de woning van de indiener komt. ln vorige rapporten was er nog wel sprake van stil asfalt over het volledige traject, maar dit is uiteindelijk grotendeels geschrapt vanwege slijtage/kosten, aldus indiener. Volgens indiener mag er dan ook geen rekening worden gehouden met stil asfalt in de berekeningen.
Reactie gemeente In het geactualiseerde akoestisch rapport, bijlage 6 bij het bestemmingsplan, is er bij de berekening van de geluidsbelasting op (onder meer) de woning gelegen aan de Hoogeweg 40 rekening mee gehouden dat niet op alle wegdelen van de Vennewatersweg geluidreducerend asfalt kan worden toegepast. Toepassing van geluidreducerend asfalt van het type SMA-NL8G+ of akoestisch gelijkwaardig kan een reductie opleveren van circa 2 à 3 dB. Bij kruisingen en rotondes is de toepassing van geluidreducerend asfalt niet wenselijk omdat geluidreducerend asfalt niet goed bestand is tegen het wringend effect van optrekkend en afremmend verkeer. Het geluidreducerend asfalt wordt daarom alleen op de wegdelen ter plaatse van de rechte stukken van de Vennewatersweg toegepast. Door buiten het kruisingsvlak nog wel geluidreducerend asfalt toe te passen kan de geluidbelasting bij (onder meer) de Hoogeweg 40 met circa 1 dB worden gereduceerd. De toepassing van het geluidreducerend asfalt is wettelijk geborgd in artikel 3.3. van de planregels. Hiermee is rechtszeker dat wordt voldaan aan de hogere grenswaarde die voor de Hoogeweg 40 is vastgesteld. Onderdeel 2.6a.2 Onvoldoende coördinatie en afstemming Indiener stelt dat in het akoestisch rapport wordt uitgegaan van onrealistische verkeerscijfers.
Er wordt namelijk gesteld dat er geen toename van het verkeer wordt verwacht op de Vennewatersweg terwijl de reconstructie juist nodig is voor de verwachte toename. Indiener stelt daarbij dat door het gebrek aan coördinatie en afstemming met de overige eveneens in procedure zijnde projecten (Zandzoom, aansluiting A9) de gevolgen voor geluid, natuur en milieu onduidelijk zijn. In het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van ”mogelijke ontwikkelingen”, maar dat is volgens indiener onjuist omdat deze ontwikkelingen gewoon in procedure zijn. Tot slot geeft indiener aan dat het van belang is te verwijzen naar het advies van de CommissieMER over het project Zandzoom, dat erg kritisch is (pagina 3): Effecten van opeenstapeling van geluid door spoorweg-,vliegverkeer en bedrijven zijn onvoldoende in beeld. Het MER gaat in op geluid en trillingen afkomstig van wegen en spoorwegen. De opeenstapeling van de verschillende soorten geluidbelasting wordt niet in
28
beeld gebracht. Dit is de belasting die mensen werkelijk ervaren en die de gezondheid kan schaden. Uit dit advies van de CommissieMER stelt indiener dat afgeleid moet worden dat het ontwerpbesluit hogere grenswaarde niet op een correcte verzameling van feiten en belangen rust. Reactie gemeente Wij wijzen erop dat de reconstructie van de Vennewatersweg nodig is omdat deze weg op dit moment niet voldoet aan de richtlijnen van het Centrum van Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek voor veilig wegontwerp. De reconstructie wordt gedaan met het oog op de verkeersveiligheid en de doorstroming van verkeer. Bij het akoestisch onderzoek (bijlage 6 van de toelichting van het bestemmingsplan) is rekening gehouden met de autonome ontwikkelingen. Door de reconstructie van de Vennewatersweg veranderen de verkeersstromen nauwelijks. Alleen de afsluiting van de Hoogeweg zorgt voor een verplaatsing van verkeer naar de Westerweg, Liguster en Kennemerstraatweg. Dit leidt op deze wegen niet tot problemen. De nieuwe verkeersaantallen passen bij de functie en vormgeving van deze wegen. Voor wat betreft de samenhang met andere projecten, Zandzoom en de aansluiting A9, geldt dat in paragraaf 5 van het akoestisch onderzoek de bevindingen zijn neergelegd voor de doorkijk die is verricht. Daarbij is rekening gehouden met een worst case scenario.
De plannen voor Zandzoom en de Aansluiting A9 zijn in ontwikkeling maar dienen nog te worden vastgesteld en zijn daarmee nog onzeker. Die ontwikkelingen vormen geen onderdeel van voorliggend plan. De reconstructie van de Vennewatersweg is, zoals hiervoor genoemd, noodzakelijk met het oog op de verkeersveiligheid en doorstroming van verkeer en staat op zichzelf. Daarom is voor de vaststelling van voorliggend plan in het kader van de Wet geluidhinder beoordeeld wat de toename van geluid is als gevolg van de reconstructie van de Vennewatersweg. Ten aanzien van uw verwijzing naar het advies van de CommisieMER van 17 juni 2024 over de gebiedsontwikkeling Zandzoom merken wij het volgende op. U verwijst naar een overweging die de CommissieMER in genoemd advies heeft gegeven over de berekening van de totale geluidseffecten als gevolg van de beoogde gebiedsontwikkeling Zandzoom, zie pagina 13 van het advies. Indien u de visie van de CommissieMER onderstreept dan wel bezwaren heeft tegen de geluidsberekening die wij in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan Zandzoom hebben gemaakt, kunt u uw bezwaren naar voren brengen in die procedure. De vaststelling van de reconstructie van de Vennewatersweg staat los van genoemde ontwikkeling, zoals hierboven is toegelicht.
Voor de volledigheid wijzen wij er nog op dat in het door u aangehaalde citaat de CommissieMER het heeft over de wenselijkheid om het geluid van bedrijven en vliegtuigen mee te nemen in de berekening van de cumulatie van diverse geluidsbronnen om de geluidsbelasting zo volledig mogelijk inzichtelijk te maken. Op geen enkele wijze refereert de CommissieMER daarbij aan de reconstructie van de Vennewatersweg. Onderdeel 2.6a.3 Onjuiste vermelding Indiener merkt op dat in het ontwerpbesluit een storende fout zit, namelijk dat de schuren tussen de Vennewatersweg en de woning gelegen aan de Hoogeweg 40a inmiddels zijn gesloopt en waarmee de akoestische afschermende werking van die schuren voor de woning gelegen aan de Hoogeweg 40a is vervallen. Het gaat hierbij echter niet om Hoogeweg 40a, maar om de Hoogeweg 40, de woning van de indiener.
29
Reactie gemeente Wij hebben naar aanleiding van uw zienswijze gezien dat er in het ontwerpbesluit abusievelijk Hoogeweg 40a is opgenomen waar Hoogeweg 40 is bedoeld. Wij hebben dit hersteld in het besluit. Onderdeel 2.6a.4 Onvoldoende onderbouwing andere maatregelen Indiener merkt op dat in het ontwerpbesluit in twee zinnen beschreven staat dat maatregelen ter beperking van de overdracht overwegende bezwaren kennen. Indiener stelt dat op geen enkele manier is onderbouwd en inzichtelijk gemaakt waarom deze maatregelen niet mogelijk zijn. In het ontwerpbesluit wordt enkel geciteerd uit bladzijde 14 van het akoestisch onderzoek. Indiener vraagt zich af sinds wanneer een akoestisch bureau bepaalt wat in de gemeente Heiloo stedenbouwkundig wel of niet aanvaardbaar is en hoe het akoestisch bureau kan bepalen of schermen financieel haalbaar zijn. Reactie gemeente De akoestisch adviseur Haskoning heeft de opdracht gekregen om te onderzoeken of sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder en zo ja, welke maatregelen aan de bron (stil asfalt) of in de overdracht (het plaatsen van geluidschermen) genomen kunnen worden om de geluidsbelasting te reduceren.
Indien bepaalde maatregelen niet mogelijk zijn of op bezwaren stuiten dan dient dit vermeld te worden in het rapport en aangegeven te worden voor welke geluidgevoelige objecten een hogere waarde geluid moet worden vastgesteld. Wij verwijzen ook naar de inleiding die is opgenomen in het akoestisch onderzoek (bijlage 6 van de toelichting van het bestemmingsplan) en waar de opdracht is omschreven. Uiteraard is het vervolgens aan ons om te beoordelen of die bezwaren gegrond zijn. Wij menen dat in dit geval de bezwaren tegen het plaatsen van geluidschermen gegrond zijn. De kosten voor het plaatsen van geluidschermen zijn hoog. Daarbij komt dat er hoge schermen geplaatst dienen te worden om voor een voldoende geluidsreductie, ook op verdiepingsniveau, te zorgen. Dat vinden wij vanuit het oogpunt van veiligheid en vanuit stedenbouwkundig oogpunt op deze locatie niet gewenst. De hoge schermen bij de Vennewatersweg kunnen leiden tot een beperking van zicht en doen daarmee afbreuk aan het doel van deze reconstructie, te weten het verbeteren van de verkeersveiligheid. De schermen zouden vlakbij de weg moeten worden geplaatst gelet op de ligging van de woning aan de Hoogeweg 40a, terwijl dat vanuit verkeersveiligheid niet is gewenst. Het plaatsen van geluidsschermen tast ook het landschappelijk karakter aan. Wij verwijzen in dit verband ook naar paragraaf 5.3.
van de toelichting behorende bij het bestemmingsplan. Waar nu een doorgaande groene structuur staat (en blijft bestaan) zou dit worden onderbroken door hoge schermen. Ook zouden deze schermen komen te staan op de grens van gemeentegrond en particuliere grond van een derde partij. Daarnaast vinden wij het niet wenselijk dat hier een scherm komt te staan op de locatie van een doorgaande ecologische route, zie hiervoor ook de door de Omgevingsdienst afgegeven Natuurvergunning (bijlage 15 van de toelichting van het bestemmingsplan). Onderdeel 2.6a.5 Onvoldoende betrokken bij planvorming Indiener is van mening dat hij niet actief op de hoogte wordt gehouden door de gemeente Heiloo over ontwikkelingen rondom zijn woning. Reactie gemeente Wij betreuren het dat indiener meent dat hij onvoldoende op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen rondom zijn woning. Indiener is, zoals blijkt uit zijn reactie, goed op de hoogte van de procedure. De wettelijke procedure is gevolgd. Er is daarnaast meerdere keren geprobeerd om met indiener in gesprek te komen. Helaas hebben die pogingen tot nies geleid. 30
Onderdeel 2.6a.6 Conclusie en verzoek Indiener stelt dat hij zich kan voorstellen dat er een hogere grenswaarde geluid voor de woning moet worden vastgesteld. Indiener meent dat het ontwerpbesluit onvoldoende rekening houdt met overdrachtsmaatregelen, coördinatie met andere projecten en het advies van de CommissieMER. Bovendien staan er fouten in het ontwerp. Indiener verzoekt het ontwerpbesluit hogere grenswaarden niet in deze vorm vast te stellen maar beter onderzoek te laten verrichten en te zorgen voor een betere onderbouwing. Reactie gemeente Wij verwijzen naar hetgeen wij hierboven reeds als reactie hebben gegeven. Ten aanzien van het verzoek om beter onderzoek te laten verrichten merken wij op dat wij een geactualiseerd akoestisch onderzoek hebben laten verrichten voor de vaststelling van het bestemmingsplan en dit als bijlage 6 bij het bestemmingsplan is gevoegd. Wij zien geen reden om meer onderzoek te laten verrichten en menen voldoende te hebben onderbouwd waarom er een hogere grenswaarde geluid moet worden genomen. De indiener geeft overigens zelf ook al aan dat er door de ontwikkelingen een noodzaak bestaat tot het vaststellen van een hogere grenswaarde geluid.
31
3. Ambtshalve wijzigingen Het ontwerpbestemmingsplan is op een aantal punten gewijzigd: Het plan ziet uitsluitend op de reconstructie van de Vennewatersweg met het oog op verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid. Paragraaf 3.1.3 Strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (SPV 2030) is toegevoegd. Paragraaf 3.3.1 Contouren uitvoeringsprogramma SPV 2030 regio Alkmaar is toegevoegd Bij paragraaf 5.3 Geluid en in Bijlage 6 is het geluidsonderzoek geactualiseerd. De conclusie is nu dat er voor de woningen aan de Hoogeweg 40 en 40a hogere waarden moeten worden vastgesteld. Voor andere woningen in de omgeving van het plangebied worden de grenswaarden niet overschreden. Het akoestisch onderzoek van M+P (2023) dat als bijlage 7 bij het ontwerp bestemmingsplan ter inzage was gelegd, was gebaseerd op een geluidsonderzoek van Royal HaskoningDHV van 3 april 2020. Omdat de brongegevens verouderd bleken is dit onderzoek inmiddels achterhaald en wordt het niet meer als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Aan Bijlage 5, Actualisatie Bodemonderzoek (2023), is een memo toegevoegd waarin de aanwezige en te verwachten bodemkwaliteit zijn beschouwd tot en met 2025. De uitkomsten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek (Bijlage 4) zijn niet gewijzigd. Bij paragraaf 5.8.1 Soortenbescherming is de tekst geactualiseerd in het kader van de verleende Wnb-ontheffing.
Ook is de Wnb-ontheffing toegevoegd in Bijlage 15. Bij paragraaf 5.8.2 Gebiedsbescherming is het stikstofdepositie onderzoek (inclusief AERIUS-berekeningen) en de ecologische beoordeling van stikstofdepositie verwerkt. Beide rapporten zijn geactualiseerd, en zijn te vinden in Bijlage 12 en Bijlage 13. Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uitgesloten. In Bijlage 19 is het advies van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord op de ecologische beoordeling (voortoets) toegevoegd. In het kader van archeologie (paragraaf 5.9 Archeologie en cultuurhistorie) is een archeologisch verkennend onderzoek uitgevoerd en een archeologisch programma van eisen opgesteld. Deze rapporten zijn te vinden in respectievelijk Bijlage 16 en Bijlage 17. Deze wijzigingen zijn niet zondermeer voortgekomen uit zienswijzen maar uit vooroverlegreacties, ambtshalve wijzigingen en benodigde actualisaties.
32
4. Eindconclusie Het ontwerpbestemmingsplan met het (oude) ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid heeft vanaf 23 november 2023 t/m 3 januari 2024 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn vijf zienswijzen ingediend waarvan twee zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid. Vervolgens heeft er vanaf 20 juni 2024 t/m 31 juli 2024 het nieuwe ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid ter inzage gelegen. Hiertegen is een zienswijze ingediend. De ingediende zienswijzen hebben direct dan wel indirect en tezamen met gewenste ambtshalve wijzigingen geleid tot aanpassingen in het plan.
33