Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting_Bijlage 17 Archeologisch programma van eisen
Tekst van het document
AB Heiloo, Vennewatersweg / 20230717 /NM/JH2.0 / Datum: 14-11-2024
25
9. Deponering Eisen betreffende depot Het vondstmateriaal en de opgravingsdocumentatie worden binnen twee jaar na afronding van het veldwerk, conform protocol depotbeheer (KNA 4.1, protocol 4010) en eventuele aanvullende eisen (zie bijlage 11), aan het hieronder genoemde depot aangeleverd. Voor de overdracht van de vondsten wordt tijdig een afspraak gemaakt met de depotbeheerder. Adres Provinciaal Depot voor Archeologie Noord-Holland Westerplein 6 1901 NA Castricum Contactpersoon Dhr. M. Veen Tel: 023-4144514 E-mail: veenmc@noord-holland.nl / archeologischdepot@noord-holland.nl Te leveren product Het rapport wordt uitgegeven door de opdrachtnemer. Evaluatierapport: Het evaluatierapport wordt na het einde van het veldwerk aangeleverd aan de opdrachtgever, ter goedkeuring voorgelegd aan het depot, en getoetst door de bevoegde overheid. Op basis van dit evaluatierapport (conform Protocol 4004 – Opgraven, OS12 Evaluatierapport) worden keuzes gemaakt t.a.v. de rapportage en de uit te werken sporen, vondsten en monsters. Een aanvullende kostenraming kan onderdeel uitmaken van het evaluatierapport. Na goedkeuring van het evaluatierapport wordt aangevangen met het opstellen van het conceptrapport. Concept- en definitief rapport: De conceptrapportage wordt, na goedkeuring van het evaluatierapport, ter beoordeling voorgelegd aan de bevoegde overheid.
De bevoegde overheid toetst het rapport, waarna een hernieuwde versie wordt vervaardigd. Deze versie wordt door de bevoegde overheid gecontroleerd op verwerking van het commentaar uit de beoordeling. Wanneer het commentaar naar behoren is verwerkt wordt het rapport definitief gemaakt. Indien commentaar niet verwerkt is zonder onderbouwing, wordt het rapport opnieuw aangepast. Het rapport wordt uiterlijk binnen de wettelijke termijnen opgeleverd. Eindproduct: • Bij een Archeologische Begeleiding is het eindproduct een evaluatierapport (cf. KNA 4.1 Protocol 4004 – Opgraven, specificatie OS12) en een rapport (cf. KNA 4.1 Protocol 4004 – Opgraven, OS15 – Standaardrapport Opgraven). • Digitale rapporten worden geleverd aan de RCE (via Archis), het depot (zie paragraaf 9.1), het edepot (DANS-EASY), en (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid. • De digitale documentatie wordt binnen 2 jaar na afronding van het veldwerk overgedragen aan Archis en het e-depot (DANS-EASY). • Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie. Deze wordt tijdig verkregen van het desbetreffende depot (voor het contactadres, zie paragraaf 9.1).
AB Heiloo, Vennewatersweg / 20230717 /NM/JH2.0 / Datum: 14-11-2024
26
10. Randvoorwaarden en aanvullende eisen Personele randvoorwaarden Het onderzoek vindt plaats onder leiding van een Senior KNA Archeoloog met ervaring in de archeoregio en de betreffende archeologische periodes. Het veldteam bestaat uit minimaal een KNA Archeoloog MA met ervaring in de archeoregio. Het veldteam wordt, indien aangetroffen archeologische resten daar aanleiding toe geven, gecompleteerd door ten minste een veldmedewerker of veldtechnicus. Overlegmomenten • •
•
•
• •
Vóór aanvang van het veldwerk vindt een startoverleg plaats tussen de bevoegde overheid, de opdrachtgever (gemeente Heiloo), de archeologisch uitvoerder en de civiel-technisch aannemer. Archeologische begeleiding zal niet voor het gehele plangebied nodig zijn. Waar dit wel of niet nodig is, is op het moment van opstellen van het Programma van Eisen nog niet geheel duidelijk. In overleg met de bevoegde overheid wordt in het Plan van Aanpak een definitieve keuze gemaakt waar begeleiding wel/niet zal plaatsvinden. Een deel van de faunatunnels/duikers zal ’s nachts aangelegd worden. Voorafgaand aan deze werkzaamheden worden de ontgravingen aan weerszijden hiervan al zoveel mogelijk begeleid. Afhankelijk van de resultaten wordt in overleg met de bevoegde overheid bepaald of de nachtelijke werkzaamheden onder archeologische begeleiding plaats moeten vinden en onder welke voorwaarden. De werkwijze en gerelateerde afspraken hiervan zullen ook in het Plan van Aanpak vastgelegd dienen te worden. De archeologisch aannemer neemt - in geval er sprake is van significante afwijkingen van de bevindingen in het veld ten opzichte van de uitgangspunten in dit PvE - contact op met (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid en het archeologisch depot (alleen indien die wijzigingen ook invloed hebben op de aard/hoeveelheid etc. van het vondstmateriaal).
De bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten) nemen een gemotiveerd besluit over de te nemen vervolgstappen over de te nemen maatregelen. De opdrachtgever houdt de uitvoerder schriftelijk op de hoogte van de beslissing van de bevoegde overheid. Communicatie naar buiten over de archeologische resten vindt alleen plaats na overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie
De kwaliteitsbewaking is in handen van Senior KNA Archeoloog die door de archeologisch aannemer aan het project wordt toegewezen. Deze houdt toezicht op de werkzaamheden zodat deze voldoen aan het PvE. Ook signaleert de Senior KNA archeoloog overlegmomenten en is deze verantwoordelijk voor de evaluatie van het onderzoek. Indien de archeologische situatie in het onderzoeksgebied significant afwijkt van de verwachting in onderhavig PvE wordt dit schriftelijk gemeld aan de bevoegde overheid. Voor de beslismomenten m.b.t. meer- en/of minderwerk kan de archeologisch aannemer verwijzen naar de offerte van desbetreffend project. Voor overleg en evaluatie zie hoofdstukken 8 en 11. Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Het onderzoek dient verricht te worden door een uitvoerder die in het bezit is van een geldig certificaat ‘BRL SIKB 4000 Archeologie protocol 4003 IVO, proefsleuven’.
AB Heiloo, Vennewatersweg / 20230717 /NM/JH2.0 / Datum: 14-11-2024
27
Dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Onverlet wat er in het PvE staat gaat wettelijke regelgeving met betrekking tot bijvoorbeeld arbeid, veiligheid, gezondheid en milieu boven de bepalingen in dit PvE. Deze zaken moeten ruim voorafgaand aan het onderzoek, onderling tussen de archeologische uitvoerder en de opdrachtgever worden geregeld (bijv. in een Plan van Aanpak). De deelname van amateurarcheologen en vrijwilligers is afhankelijk van toestemming van de grondeigenaar, de civieltechnische en/of bouwkundige en/of milieukundig aannemer en de archeologisch uitvoerder. Het kan dat vanuit veiligheidsoverwegingen de deelname niet mogelijk is of dat van daaruit extra eisen kunnen worden gesteld met betrekking tot deelname.
AB Heiloo, Vennewatersweg / 20230717 /NM/JH2.0 / Datum: 14-11-2024
28
11. Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE Wijzigingen tijdens het veldwerk Mocht er sprake zijn van belangrijke wijzigingen ten opzichte van dit PvE, of omstandigheden zijn waardoor er een andere strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk is, dan dient de archeologisch aannemer dit terstond te melden bij de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De bevoegde overheid zal dan een besluit nemen over de te volgen vervolgstappen. De archeologisch aannemer is verantwoordelijk om de opdrachtgever schriftelijk op de hoogte te stellen van de genomen beslissing van de bevoegde overheid. Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • (Kwalitatieve) Afwijkingen van de archeologische verwachting (of het complextype); • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode; • Wijzigingen fysieke en/of technische omstandigheden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, complextype, aantallen vlakken et cetera). • Significante (kwantitatieve) afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). • Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden. Mogelijke overige wijzigingen: • N.v.t.
Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Zie hoofdstuk 8.1 en hoofdstuk 11.4 van dit PvE. Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit PvE zullen worden genomen door de bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten). Dit zal gebeuren op aanbeveling van de projectleider en na kennisname van het standpunt van de opdrachtgever.
AB Heiloo, Vennewatersweg / 20230717 /NM/JH2.0 / Datum: 14-11-2024
29
Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • • • • • • •
Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.bagviewer.kadaster.nl www.nationaalarchief.nl www.ruimtelijkeplannen.nl
Literatuur • • • • • • • •
SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Carmiggelt, A./P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1, Zoetermeer (College voor de Archeologische Kwaliteit). Hakvoort, S., 2022. Toets Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Vennewatersweg te Heiloo, Gemeente Heiloo. Kooistra, L.I./O., Brinkkemper, 2016: KNA Leidraad Archeobotanie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Lauwerier, R.C.G.M., 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Verboom-Jansen, M., 2021. Heiloo, Vennewatersweg. Gemeente Heiloo (NH). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO), Nieuwegein (Transect-rapport 3579). Wit, J.P.M. de, 2023. Heiloo, Vennewatersweg. Gemeente Heiloo (NH). Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Nieuwegein (Transect-rapport 4141).
AB Heiloo, Vennewatersweg / 20230717 /NM/JH2.0 / Datum: 14-11-2024
30
Bijlage 1.
Luchtfoto
31
32
Bijlage 2.
Toekomstige situatie
33
34
35
Bijlage 3.
Verstoringskaart vooronderzoek
36
37
38
Bijlage 4.
Puttenplan
39
40
41
42
Bijlage 5.
Lijst met te verwachten aantallen1
Onderzoek
Verwachting
IVO-P AB Heiloo, Vennewatersweg
Neolithicum – Nieuwe Tijd
Omvang
Verwachte aantal m²
Plangebied: ca. 47410 m2 Vondstcategorie
minimaal circa 2300 m2
Aardewerk
-
Bouwmateriaal
-
Metaal (ferro)
-
Metaal (non-ferro)
-
Slakmateriaal
-
Vuursteen
-
Overig natuursteen
-
Glas
-
Menselijk botmateriaal onverbrand
-
Menselijk botmateriaal verbrand
-
Dierlijk botmateriaal onverbrand
-
Dierlijk botmateriaal verbrand
-
Visresten (handverzameld)
-
Schelpen
-
Hout
-
Houtskool(monsters)
-
Textiel
-
Leer
-
Submoderne materialen
-
Verwachte aantallen (N)
Monstername
1
Algemeen biologisch monster (ABM)
-
Algemeen zeefmonster (AZM)
-
Pollen, diatomeeën en andere microfossielen
-
Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek
-
Monsters voor micromorfologisch onderzoek
-
Monsters voor luminescentiedatering (OSL)
-
Monsters voor koolstofdatering (C14)
-
DNA
-
Dendrochronologisch monster
-
Aantallen zijn gebaseerd de PS07 Referentietabellen en het vooronderzoek.
43
Bijlage 6.
Te raadplegen specialisten/specialismen PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”2
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”
PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” Nee
Ja
Bouwmateriaal
Nee Nee
Nee
Ja
Metaal (ferro)
Nee
Nee
Ja
Metaal (non-ferro)
Nee
Nee
Ja
Slakmateriaal
Nee
Nee
Ja
Vuursteen
Nee
Nee
Ja
Overig natuursteen
Nee
Nee
Ja
Glas
Nee
Nee
Ja
Menselijk botmateriaal onverbrand
Nee
Ja
Ja
Menselijk botmateriaal verbrand
Nee
Ja
Ja
Dierlijk botmateriaal onverbrand
Nee
Nee
Ja
Dierlijk botmateriaal verbrand
Nee
Nee
Ja
Visresten
Nee
Nee
Ja
Schelpen
Nee
Nee
Ja
Hout
Nee
Nee
Ja
Houtskool(monsters)
Nee
Nee
Ja
Textiel
Nee
Nee (en bloc lichten)
Ja
Leer
Nee
Nee
Ja
Submoderne materialen Monstername
Nee
Nee
Ja
Algemeen biologisch monster (ABM)
Nee
Nee
Ja
Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C)
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
DNA
Nee
Nee
Ja
Dendrochronologisch monster
Nee
Nee
Ja
Vondstcategorie
Aardewerk
2
Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten onnodig zijn. Dit is het geval wanneer er geen of weinig vondsten van een bepaalde categorie worden aangetroffen. Wanneer er twijfel bestaat over de inzet van specialisten, wordt (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid gecontacteerd.
44
Bijlage 7.
Deponeren, richtlijnen
45