Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting_Bijlage 15 Ecologische beoordeling stikstofdepositie
Tekst van het document
RAPPORT Ecologische effectbeoordeling Stikstofdepositie (voortoets) Reconstructie Vennewaterweg
Klant:
Gemeente Heiloo
Referentie:
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
Status:
Definitief/1
Datum:
23 oktober 2023
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Contactweg 47 1014 AN Amsterdam Netherlands Mobility & Infrastructure +31 88 348 95 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Ecologische effectbeoordeling Stikstofdepositie (voortoets)
Reconstructie Vennewaterweg
Sub titel: Referentie: BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg Uw kenmerk Status: Definitief/1 Datum: 23 oktober 2023 Projectnaam: Vennewatersweg Projectnummer: BI7407 Auteur(s): LW Opgesteld door: LW Gecontroleerd door: Datum: Goedgekeurd door: SG Datum: 23-10-2023
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Doel
1
1.3
Leeswijzer
1
2
Toetsingskader Wet natuurbescherming Natura 2000
2
2.1
Algemeen
2
3
Beschrijving voorgenomen activiteit
5
3.1
Rekenresultaten aanlegfase
5
3.2
Gebruiksfase
6
4
Beoordeling resultaten aanlegfase
6
4.1
Achtergrond bij relevantie geringe stikstofdepositie
6
4.2
Ecologische beoordeling
8
4.3
Cumulatie
8
5
Conclusie beoordeling stikstofdepositie
9
Bijlagen Bijlage 1: Resultaten stikstofdepositieberekening
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De gemeente Heiloo is van plan om de Vennewatersweg te reconstrueren. De weg is van belang om Heiloo bereikbaar, verkeersveilig en leefbaar te houden. De Vennewatersweg is de belangrijkste oostwest verbinding van Heiloo. Met name door autonome groei van verkeersstromen elders in Heiloo is het van belang dat de Vennewatersweg geschikt wordt gemaakt voor een vlotte en veilige afwikkeling van omvangrijke verkeersstromen. Hiervoor is een reconstructie van de weg nodig. Voor deze ruimtelijke ingreep worden bomen gekapt, worden watergangen verplaatst en worden enkele bermpercelenaangepast of verwijderd. Hiervoor zijn tevens de volgende ecologische onderzoeken uittgevoerd: - Ecologische quickscan (RHDHV, 2019) - Nader soorten onderzoek (Witteveen+Bos, 2020) - Ecologische Quickscan Hoogeweg 40a (Endemica, 2021) - Activiteitenplan tbv Wnb Ontheffing (Endemica, 2021) - Stikstofdepositie onderzoek (Langelaar, 2023) Om inzichtelijk te maken wat de reconstructie van de Vennewatersweg betekent in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel Gebiedsbescherming, wordt in deze rapportage een ecologische effectbeoordeling (voortoets) uitgevoerd. De voortoets gaat in op de effecten van stikstofdepositie samenhangend met de reconstructie van de Vennewatersweg op Natura 2000-gebieden.
1.2
Doel
Met de in deze rapportage vastgelegde ecologische effectbeoordeling (voortoets) wordt inzichtelijk of significant negatieve effecten van stikstofdepositie op voorhand kunnen worden uitgesloten en of een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk is.
1.3
Leeswijzer
In het eerstvolgende hoofdstuk is het wettelijk toetsingskader weergegeven. De voorgenomen activiteit, de gehanteerde uitgangspunten voor de stikstofberekeningen en de rekenresultaten zijn in hoofdstuk 3 toegelicht. De beoordeling van de resultaten is in hoofdstuk 4 beschreven. Hierbij wordt de redeneerlijn mobiele werktuigen gehanteerd. In hoofdstuk 5 volgt de conclusie.
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
1
Projectgerelateerd
2
Toetsingskader Wet natuurbescherming Natura 2000
2.1
Algemeen
Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wnb, die op 1 januari 2017 in werking is getreden (laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2020) en voor wat betreft het aspect Natura 2000 de Natuurbeschermingswet 1998 vervangt. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten, die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Bij de habitattypen zijn typische planten en/of diersoorten bepaald die kenmerkend zijn voor het habitattype. Deze typische soorten kunnen kwalificerend zijn als habitat- of vogelrichtlijnsoort. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden.
De instandhoudingsdoelstellingen beschrijven voor de (in ontwerp) aangewezen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en vogelrichtlijnsoorten in het gebied of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is, of dat het behoud ervan op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. In de profieldocumenten van de habitattypen zijn de typische soorten opgenomen. Projecten 1 of plannen die significante gevolgen kunnen hebben op Natura 2000 en bijbehorende instandhoudingsdoelen zijn conform artikel 2.7 van de Wnb in beginsel niet toegestaan. Een voortoets in de oriëntatiefase kan uitsluitsel geven of het plan geen (significant) negatieve gevolgen heeft (en derhalve geen vergunning is benodigd op grond van artikel 2.7 Wnb) of dat er een passende beoordeling vereist is als er kans bestaat op significant negatieve gevolgen en er dus een vergunning op grond van artikel 2.7 Wnb is vereist.
1 Per 1 januari 2020 is de spoedwet aanpak stikstofdepositie in werking getreden waarbij de term ‘andere handelingen’ in art. 2.7 t/m 2.9 van de Wet natuurbescherming wordt gebruikt. Let op: ‘andere handelingen’ worden nu mogelijk als project beschouwd.
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
2
Projectgerelateerd
Figuur 2-1: Schematische weergave toetsing van project aan Natura-2000 doelen
In de passende beoordeling wordt het plan- of projecteffect beoordeeld, in cumulatie met overige vergunde projecten en/of plannen die gevolgen hebben voor dezelfde instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied waar het plan of project effect op heeft. Bij de ecologische effectbeoordeling spelen factoren als kwaliteit, abiotische randvoorwaarden en overige kenmerken van functies en structuren een rol. Hierbij speelt de veerkracht van het gebied een rol (bufferend vermogen, regeneratie), waarbij het effect kan worden opgevangen in de natuurlijke fluctuaties. Deze effectbeoordeling vergt maatwerk. Wanneer uit de voortoets of uit de passende beoordeling blijkt dat er geen kans is op significant negatieve gevolgen is geen Wnb-vergunning nodig. Dit is vanwege het feit dat maatregelen geregeld zijn in de Natura 2000 beheerplannen conform art. 6, lid 2 van de habitatrichtlijn en/of er andere mogelijkheden zijn voor het opleggen van preventieve of herstelmaatregelen. 2 Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, dient eerst gekeken te worden of er mitigerende maatregelen mogelijk zijn op deze effecten op te heffen of te verzachten.
Zijn mitigerende maatregelen niet mogelijk dan volgt de ADC-toets, waarbij eerst gekeken moet worden of er geen alternatieven zijn, of er dwingende redenen van groot belang van toepassing is en/of compensatie mogelijk is om de significant negatieve effecten op te lossen. Significantie bij beoordeling van gevolgen voor Natura 2000-gebieden Er is sprake van significante gevolgen als de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied worden aangetast in het licht van de bijbehorende instandhoudingsdoelen. Wanneer de instandhoudingsdoelstellingen door een project (mogelijk) niet gehaald worden, is mogelijk sprake van significant negatieve gevolgen. Aantasting van instandhoudingsdoelen kan door direct verlies aan areaal of aan populatieomvang alsook via afname in kwaliteit. Een afname in oppervlak die kleiner is dan het minimum areaal voor een habitat (meestal 100 m2) wordt niet als significant beschouwd. Maar een afname als gevolg van het project waardoor het oppervlak, omvang leefgebied en/of populatieomvang vervolgens onder het instandhoudingsdoel komt, wordt wel als significant negatief beschouwd. Bij afname in kwaliteit 2 Overige mogelijkheden in art. 2.4 Wnb (aanschrijvingsbevoegdheid), art. 2.5 Wnb (toegang gebieden beperken of verbieden) of art. 2.6 Wnb (door bevoegd gezag op te leggen preventieve of herstelmaatregelen).
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
3
Projectgerelateerd
staat de vraag centraal of (als gevolg van het project) er sprake is van afname in oppervlakte van het habitattype door verslechtering en/of de specifieke structuur en functies afnemen die voor de instandhouding van het habitat op lange termijn noodzakelijk zijn en/of het voorkomen van de typische soorten een dalende trend vertoont in vergelijking met de begintoestand. Deze evaluatie geschiedt in het licht van de bijdrage van het gebied tot de coherentie van het netwerk (o.a. Leidraad bepaling significantie 3, Holohan arrest, 7 november 2018 e.a.).
3
Leidraad bepaling significantie Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet, Steunpunt Natura 2000, 7 juli 2009 & interpretatiedocument van de Europese Commissie, 2000. Beheer van “Natura 2000”-gebieden. De bepalingen van artikel 6 van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) & Factsheet nr 25 Significantie bij beoordeling van gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Commissie m.e.r., 2010.
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
4
Projectgerelateerd
3
Beschrijving voorgenomen activiteit
De gemeente Heiloo is voornemens de Vennewatersweg te reconstrueren. De reconstructie houdt het toevoegen van diverse voorrangspleinen en het verbreden van de weg in. Voor deze ruimtelijke ingreep worden bomen gekapt, worden watergangen verplaatst en worden enkele bermpercelen aangepast of verwijderd. In Figuur 3-1 is in rood de Vennewatersweg aangegeven. Hier is ook te zien dat de werkzaamheden op grote afstand van Natura 2000-gebieden worden uitgevoerd. Het enige mogelijke relevante effecten voor Natura 2000-gebieden is derhalve stikstofdepositie. De werkzaamheden zullen circa een jaar duren.
Figuur 3-1: Locatie werkzaamheden Vennewatersweg en omliggende Natura-2000 gebieden
3.1
Rekenresultaten aanlegfase
Met AERIUS Calculator versie oktober 2023 is op 6 oktober berekend hoeveel stikstof tijdens de aanlegfase zal worden uitgestoten en hoeveel depositie als gevolg van deze voorgenomen activiteit extra in omliggende Natura 2000-gebieden terecht zal komen. In bijlage 1 zijn de gebruikte gegevens voor de AERIUS-berekening op genomen en worden de resultaten van de berekeningen gepresenteerd. In bijlage 1 is ook de lijst van machines opgenomen waarvan redelijkerwijs wordt aangenomen dat deze gebruikt gaan worden. Deze beoordeling is gebaseerd op inzet van stage IV materieel en de in bijlage 1 beschreven vrachtwagenmix (50/50 verdeling Euro V en Euro VI). In tabel 3-1 zijn de berekende maximale depositiebijdrages per Natura 2000-gebied weergegeven.
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
5
Projectgerelateerd
Tabel 3-1: Overzicht stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden
Natura 2000 Gebied
Toename stikstofdepositie
Noordhollands Duinreservaat
0,02 mol/ha/jr
Schoorlse Duinen
0,01 mol/ha/jr
Er is in het Natura-2000 gebied Noordhollands Duinreservaat een maximale stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jr berekend. Ook in het Natura-2000 gebied Schoorlse Duinen wordt een depositietoename van 0,01 mol/ha/jr berekend.
3.2
Gebruiksfase
De reconstructie van de Vennewatersweg zal niet leiden tot een verschil in hoeveelheid en samenstelling van het verkeer. Er zullen daarom geen negatieve effecten tijdens de permanente gebruiksfase optreden. Als gevolg van het schoner worden van de voertuigen die gebruik maken van de Vennewatersweg is voor de gebruiksfase een stikstofafname van maximaal 0,02 mol/ha/jr berekend.
4
Beoordeling resultaten aanlegfase
Ten gevolge van de aanlegfase bedraagt de stikstofdepositie maximaal 0,02 mol N/ha/j voor de duur van 1 jaar op het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat en maximaal 0,01 mol N/ha/j voor de duur van 1 jaar op het Natura 2000-gebied de Schoorlse duinen. Dit betreft stikstofgevoelige Natura 2000gebieden, waar op veel locaties sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW). Daarom worden in dit hoofdstuk de berekende depositie toenames ecologisch beoordeeld. In onderstaande paragrafen wordt eerst ingegaan op de relevantie van de geringe tijdelijke bijdrage waarna de effecten ecologische worden beoordeeld.
4.1
Achtergrond bij relevantie geringe stikstofdepositie
Bij een ecologische effectbeoordeling staat de kritische depositiewaarde (KDW) centraal, naast de instandhoudingsdoelstellingen, alsook de kwaliteit en sturende factoren van de habitattypen en/of soorten. De KDW is gedefinieerd als de maximaal toelaatbare hoeveelheid atmosferische depositie waarbij, volgens de huidige wetenschappelijke kennis, negatieve effecten op de structuur en de functies van ecosystemen niet voor komen. Wanneer de atmosferische depositie (achtergronddepositie) hoger is dan de kritische depositiewaarde van het habitattype of het leefgebied van Habitat- of Vogelrichtlijnsoorten bestaat een risico op een (significant) negatief effect, waardoor geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen mogelijk niet duurzaam kunnen worden gerealiseerd. Hoe hoger en hoe langduriger die overschrijding, hoe groter het risico op ongewenste effecten (van Dobben et al. 2012). Dat betekent dus niet automatisch dat ook daadwerkelijk sprake is van negatieve effecten. Dat is afhankelijk van het betreffende habitattype in het betreffende Natura 2000-gebied. Ecologische relevantie van stikstof Stikstofdepositie uit de lucht heeft een vermestende en verzurende werking in de bodem. Omdat soorten verschillend reageren op de invloed van stikstof, ontstaan veranderingen in de concurrentieverhouding 23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
6
Projectgerelateerd
tussen soorten. Dit leidt tot verdringing van minder concurrentiekrachtige, vaak aan voedselarme situaties aangepaste soorten door stikstof minnende (nitrofiele), vaak snelgroeiende soorten. Dit omdat een groot deel van de soorten in half-natuurlijke en natuurlijke ecosystemen juist is aangepast aan een lage stikstofbeschikbaarheid in de bodem. De samenstelling van vegetaties (en daarmee ook (de kwaliteit) van habitattypen) kan daardoor veranderen. Over het algemeen leidt een toename van de voedselbeschikbaarheid daarmee tot verlies van langzaam groeiende, vaak voor de habitattypen kenmerkende soorten. De kwaliteit van de habitattypen neemt daardoor af. Iets dat niet goed samengaat met instandhoudingsdoelstellingen, die minimaal uitgaan van behoud maar vaker van uitbreiding en herstel. Afhankelijk van het bodemtype, het habitattype en de sleutelfactoren (onder meer grond- en oppervlaktewaterhuishouding, toegepast (natuur)beheer, natuurlijke dynamiek) kan stikstofdepositie in meer of mindere mate een effect hebben. Ter hoogte van rivier-, beek- en open watersystemen is de bodem veelal gebufferd en vindt door overstroming met oppervlaktewater buffering plaats. Deze standplaatsen zijn niet gevoelig voor verzuring en zijn van nature voedselrijker. De habitattypen hebben een hogere kritische depositiewaarde in vergelijking met bijvoorbeeld heiden en vennen op zandgronden.
Ter hoogte van habitattypen van voedselarme of “schrale” standplaatsen, zoals op stuifzandheide en droge heidevegetaties op zandgronden heeft stikstofdepositie sneller een vermestende en verzurende werking. Dit leidt over het algemeen tot een versnelde successie van het habitattype doordat de natuurlijke groeilimitatie door stikstof van sneller groeiende soorten is opgeheven. Ook krijgen andere soorten die anders geen kans hebben op voedselarme gronden een concurrentievoordeel. Beide mechanismen kunnen leiden tot het verdwijnen van de kritische en kenmerkende soorten. Voor stikstofdepositie geldt dat het accumuleert in het systeem en dat ook kleine hoeveelheden die lange tijd deponeren leiden tot een accumulatie met alle gevolgen van dien. Een ecologische verandering is pas waarneembaar als een aanzienlijke hoeveelheid gedurende meerdere jaren (langdurig) accumuleert in het systeem. De vraag is dus, wat een relevante bijdrage is. Wanneer geen sprake is van een relevante bijdrage die leidt tot kwaliteitsverlies, is geen verdergaande en uitgebreide ecologische beoordeling nodig. Om een beeld te krijgen van een relevante bijdrage en de invloed van stikstofdepositie op de concurrentiepositie van plantensoorten is hieronder een illustratieve berekening opgenomen voor een depositietoename van één tiende tot één honderdste mol N ha-1.
De omvang van een tijdelijke bijdrage van enkele honderdsten tot enkele molen is te beperkt om ecologische doorwerking te hebben. Gekeken naar het tijdsaspect kunnen ook kleine hoeveelheden bij een langdurige bijdrage door accumulatie in het systeem gevolgen hebben. Een ecologische verandering is pas waarneembaar als een aanzienlijke hoeveelheid gedurende meerdere jaren (langdurig) accumuleert in het systeem. Indien sprake zou zijn van een blijvende relevante bijdrage duurt het optreden van ecologische effecten in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk verlies van areaal ten minste tientallen jaren. Zonder hierbij 23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
7
Projectgerelateerd
rekening te houden met het huidige reguliere beheer om de habitattypen in stand te houden. Iets dat in veel gevallen essentieel is (de sturende factor), gegeven dat het half-natuurlijke vegetaties betreft (dat wil zeggen vegetaties die alléén duurzaam in ruimte en tijd voorkomen als gevolg van menselijk landgebruik, óf regelmatig terugkerende natuurlijke dynamiek). Een zeer beperkte bijdrage van <0,10 mol N/ha/j zal daarom geen ecologische doorwerking hebben. De boodschap uit deze paragraaf is dat stikstof zéker relevant is als het gaat om het duurzaam behalen van geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen, met prioriteit in een overbelaste situatie, maar dat niet aan iedere bijdrage die berekend kan worden, ook daadwerkelijk ecologische relevantie toegekend kan worden.
4.2
Ecologische beoordeling
Voor de reconstructie van de Vennewatersweg worden mobiele werktuigen en ander materieel ingezet die tijdelijke stikstofemissies veroorzaken. Het betreft maximaal 0,02 mol/ha/jr in het Noordhollands Duinreservaat en 0,01 mol/ha/jr in de Schoorlse Duinen. Dit materieel wordt verspreid over Nederland telkens opnieuw ingezet voor verschillende projecten. Het zijn bestaande bronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie. Dit materieel veroorzaakt een, in verhouding tot de totale achtergronddepositie, minieme deken welke qua ruimtelijke verdeling vrijwel constant is. De emissie veroorzaakt doro dit materieel is bovendien gedurende de jaren steeds lager geworden als gevolg van het steeds schoner worden van motoren. De inzet van dit materieel gedurende het jaar betreft in feite het telkens verschuiven van bestaande bronnen naar nieuwe locaties. Het inzetten van dit materieel op een nieuwe locatie in Nederland kan op zichzelf tot een minieme lokale tijdelijke depositieverhoging leiden.
Een dergelijke beperkte toename zoals in onderhavig plan maximaal 0,02 mol N/ha/j voor het Noordhollands Duinreservaat en maximaal 0,01 mol N/ha/j voor de Schoorlse Duinen - kan echter nooit van invloed zijn op de omvang en ruimtelijke verdeling van de depositiedeken als gevolg van de jaarlijkse inzet van al het zich in Nederland al bevindende materieel. Het kan daarmee geen significant negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige habitattypen in de betreffende Natura 2000gebieden. Gelet hierop zijn significante gevolgen vanwege stikstofdepositie tijdens de reconstructie van de Vennewatersweg op voorhand uitgesloten.
4.3
Cumulatie
Ingevolge artikel 2.7, tweede lid van de Wnb is verboden zonder vergunning een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dit betekent dat ingeval een project op zichzelf niet leidt tot significante gevolgen, ook beoordeeld moet worden of het project in combinatie met andere plannen of projecten alsnog kan leiden tot significante gevolgen. Dit laatste wordt in de praktijk ook wel de cumulatietoets genoemd. Het gaat om projecten die vergund zijn, maar nog niet zijn uitgevoerd. Projecten en plannen die vergund én gerealiseerd zijn, maken in beginsel wel onderdeel uit van de achtergronddepositie. In de vorenstaande beoordeling is voor de betreffende Natura 2000-gebieden geoordeeld dat de aanlegfase van de Vennewatersweg op zichzelf met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen, ondanks een (geringe) bijdrage aan stikstofdepositie. Significant negatieve gevolgen voor de natuurlijke kenmerken 23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
8
Projectgerelateerd
van de Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Deze conclusie is niet anders wanneer de projectbijdrage wordt beoordeeld in cumulatie met andere plannen of projecten die recentelijk zijn vergund maar nog niet zijn uitgevoerd. Wanneer deze projecten worden uitgevoerd, met een tijdelijke bijdrage tijdens de werkzaamheden, leidt dat tot een tijdelijke bijdrage aan de achtergrondconcentratie en dus tot een grotere overschrijding van de KDW. De mate van overschrijding van de KDW als gevolg van de achtergronddepositie (met een jaarlijkse natuurlijke fluctuatie van 5-10%) is echter niet bepalend in de conclusie dat significante gevolgen uitgesloten zijn; ook bij een grotere overschrijding van de KDW kunnen significante gevolgen om dezelfde locatie specifieke ecologische gronden worden uitgesloten. Op dit moment is vanwege het wegvallen van het PAS en gehanteerde strenge beleidsuitgangspunten het aannemelijk dat er recent geen vergunningen verleend zijn, zeker niet aan projecten met een relevante stikstofdepositiebijdrage. Het voornemen leidt in cumulatie met andere projecten/plannen niet tot andere conclusies. De reconstructie van de Vennewatersweg heeft ook in cumulatie met andere plannen en/of projecten geen significant negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden en bijbehorende instandhoudingsdoelen.
5
Conclusie beoordeling stikstofdepositie
Dit rapport geeft inzicht in de ecologische effecten van stikstofdepositie samenhangend met de reconstructie van de Vennewatersweg. In de gebruiksfase blijft de verkeersintensiteit gelijk waardoor geen verandering in stikstofdepositie optreedt in de nieuwe gebruiksfase van de Vennewatersweg. Uit deze voortoets kan voor de aanlegfase het volgende worden geconcludeerd: • •
• •
Het project reconstructie Vennewatersweg in Heiloo leidt in de aanlegfase tot een tijdelijke depositie ter hoogte van Natura 2000-gebieden Noordhollands Duinreservaat en Schoorlse Duinen. Er is uitsluitend sprake van een tijdelijke depositietoename van maximaal 0,02 mol N/ha/j voor de duur van 1 jaar in een deel van het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat en maximaal 0,01 mol N/ha/j voor de duur van 1 jaar op een deel van het Natura 2000-gebied Schoorlse Duinen. Het betreft enkel stikstofdepositie afkomstig van mobiele werktuigen die verspreid over Nederland telkens opnieuw ingezet worden voor verschillende projecten. De tijdelijke en kleine projectbijdrage heeft op zichzelf en in cumulatie geen negatieve gevolgen voor Natura 2000 gebieden Noordhollands Duinreservaat en Schoorlse Duinen en bijbehorende instandhoudingsdoelen. Significant negatieve effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten.
Conclusie Wnb-vergunning : Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat: • Er een tijdelijke toename van stikstofdepositie is berekend van maximaal 0,02 mol/ha/jr op omliggende Natura 2000-gebieden voor de gebruiksfase; • Er geen sprake is van (significant) negatieve gevolgen op omliggende Natura2000-gebieden in de aanlegfase. • In overleg met het bevoegd gezag dient besloten te worden of de aanvraag van een vergunning in het kader van de Wnb noodzakelijk wordt geacht.
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
9
Projectgerelateerd
Bijlage 1: Resultaten stikstofdepositieberekening
23 oktober 2023
BI7407-RHD-RDI-Beoordeling Stikstofdepositie Vennewatersweg
10