Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting_Bijlage 10 Nader ecologisch onderzoek W+B
Tekst van het document
Soortenonderzoek Heiloo Onderzoek naar vleermuizen, kleine marterachtigen en huismussen
Klaver van der Hooft Posch Advocaten 6 oktober 2020
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Soortenonderzoek Heiloo Klaver van der Hooft Posch Advocaten
Onderzoek naar vleermuizen, kleine marterachtigen en huismussen Concept 01 6 oktober 2020 118319/20-014.968
118319 ir. W.B. Roosen drs. M. Klinge
mw. M.R. de Groot MSc, J. Schuitemaker BSc ir. W.B. Roosen ir. W.B. Roosen
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Catharijnesingel 33 Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
2
ONDERZOEKSGEBIED
6
3
METHODE
11
3.1
Vleermuizen
11
3.2
Huismus
13
3.3
Kleine marterachtigen
13
4
RESULTATEN
16
4.1
Vleermuizen
16
4.1.1 4.1.2
16 17
Verblijfplaatsen Vliegroutes en foerageergebieden
4.2
Huismus
18
4.3
Kleine marterachtigen
19
4.4
Overige soorten
20
5
SAMENVATTING
22
Laatste pagina
23
Bijlage(n) -
Aantal pagina's
1 INLEIDING De eigenaren van het huis op Westerweg 405 te Heiloo, familie Van der Tuijn, heeft een zeer natuurvriendelijke tuin aangelegd. Ze zijn nieuwsgierig naar de aanwezige natuurwaarden op hun perceel. Op basis van een eerste verkennend veldbezoek is vastgesteld dat dit perceel dienst kan doen als belangrijk onderdeel van het leefgebied voor enkele beschermde soorten, met name huismus, kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) en verschillende vleermuissoorten. Daardoor is besloten een nader soortenonderzoek uit te voeren naar het belang van de tuin voor huismussen, marters en vleermuizen. In dit rapport worden de methoden en resultaten van de nader soortenonderzoeken uiteengezet, zodat de bewoners van Westerweg 405 te Heiloo weten welke beschermde soorten aanwezig zijn in en rondom hun tuin.
5 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
2 ONDERZOEKSGEBIED Het onderzoeksgebied ligt aan de zuidzijde van Heiloo, bij de kruising tussen de Vennewatersweg en de Westerweg. Ten oosten van het onderzoeksgebied is een spoorlijn aanwezig (afbeeldingen 2.1 en 2.2).
Afbeelding 2.1 Locatie onderzoeksgebied (rood) (bron: google earth)
De tuin is volledig omringd door bomen met ondergroei (afbeeldingen 2.2 en 2.5). en ten westen naast het huis is een schuur en moestuin met kas aanwezig (afbeelding 2.2).
6 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 2.2 Locatie onderzoeksgebied
7 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 2.3 moestuin (geel omlijnd), schuur (rood omlijnd) en huis (blauw omlijnd) aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied
In de bomen ten noorden en oosten van de tuin hangen twee vleermuiskasten, evenals een uilenkast aan de noordwestzijde van de tuin (afbeelding 2.4) voor bosuil. De beide vleermuiskasten hangen ter hoogte van de kroon van de boom, de ingang van de kasten is daardoor enigszins geblokkeerd door takken. De in- en uitvliegroute is daardoor niet optimaal voor vleermuizen.
8 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 2.4 Vleermuis- en uilenkasten, en poel (blauwe cirkel) in het onderzoeksgebied
De tuin staat vol met verschillende eenjarige en meerjarige inheemse kruiden zoals teunisbloem, vertakte leeuwentand, ridderzuring, kaasjeskruid en verschillende soorten grassen (afbeelding 2.5). In het noorden van de tuin ligt een ondiepe poel die goed als voortplantingspoel voor amfibieën zou kunnen functioneren.
9 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 2.5 Overzicht van de natuurvriendelijke tuin
10 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
3 METHODE 3.1
Vleermuizen
Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 20171. De specifieke inventarisaties zijn afgestemd op de te verwachten soorten en functies in het onderzoeksgebied (tabel 3.1). Het gaat daarbij om de aanwezigheid van zomer- kraam- en/of paarverblijfplaatsen alsook vliegroutes/foerageergebied van de in de omgeving voorkomende soorten (zie ook Tabel 3.1). Winterverblijfplaatsen voor vleermuizen worden niet verwacht in het plangebied. De aanwezige schuur en bomen zijn hiertoe immers niet geschikt. In de winterperiode gaan de dieren op zoek naar plekken met gunstige klimaatcondities, vorstvrij en zonder (sterke) temperatuurschommelingen.
Tabel 3.1 Overzicht onderzochte focussoorten en functies van het vleermuisonderzoek 2020 Soort/Functie
zomer- en/of kraamverblijfplaats
paarverblijfplaats (bomen, schuren)
vliegroute/foerageergebied
gewone dwergvleermuis
x
x
x
ruige dwergvleermuis
x
x
x
gewone grootoorvleermuis
x
x
x
laatvlieger
x
x
x
Het inventariseren van vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijven, paarverblijven en vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen: - zomer- en kraamverblijven: in de periode 15 mei 2020-15 juli 2020 is het onderzoeksgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijven van vleermuizen. Deze inventarisatie bestond uit drie ronden, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa drie uur voor zonsopkomst werd uitgevoerd. Twee ronden vonden ’s avonds plaats vanaf zonsondergang; - paarverblijven en zwermplaatsen: in de periode 15 augustus 2020-15 september 2020 zijn twee inventarisaties uitgevoerd, teneinde paarverblijven en zwermplaatsen vast te stellen dan wel uit te sluiten; - vliegroutes en foerageergebied: het inventariseren van vliegroutes en foerageergebied is simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd.
1
Het Vleermuisprotocol 2017 heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Wet natuurbescherming. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie.
11 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Overzicht veldbezoeken Tabel 3.2 geeft een overzicht van de momenten waarop onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd en de bijbehorende weersomstandigheden. De veldbezoeken zijn uitgevoerd door ecologen van Witteveen+Bos: mevrouw M.R. de Groot MSc en de heer J. Schuitemaker BSc.
12 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Tabel 3.2 Overzicht veldbezoeken voor vleermuizen (en bijhorende weersomstandigheden) Nr
Datum
Tijd
1
19-05-2020
21.34-00.04
2
20-05-2020
3
Zon op/ soort onder
Temp. (°C)
Wind
Bewolking
Neerslag
21.34 laatvlieger
14
2 NW
bewolkt
geen
2.39-5.39
5.39 vleermuizen
13
2 NNW
half bewolkt
geen
30-06-2020
22.07-00.37
22.07 vleermuizen
15
3 ZW
bewolkt
geen
4
21-08-2020
21.51-23.51
21.51 vleermuizen
21
4 WZW
helder
geen
5
11-09-2020
20.33-23.03
20.03 vleermuizen
14
2 ZZW
helder
geen
De inventarisatie is uitgevoerd met behulp van een batdetector Petersson D240X. Voor opnames van ultrasone geluiden is gebruik gemaakt van Elekon Batlogger M of de Echo Touch Meter Pro 2 met de applicatie Echo Meter op een smartphone.
3.2
Huismus
Het onderzoek naar de huismus is uitgevoerd op basis van het kennisdocument van de huismus1. In het Kennisdocument wordt voorgeschreven dat de aanwezigheid van een nest van deze soort kan worden aangetoond wanneer in het onderzoeksgebied een nest-indicatieve waarneming of een waarneming in potentieel broedbiotoop wordt gedaan. In de geschikte periode (april-half mei) zijn twee veldbezoeken uitgevoerd met een minimale tussenperiode van tien dagen tussen twee opeenvolgende veldbezoeken. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder geschikte weersomstandigheden (geen regen, <4 Bft). Tijdens de veldbezoeken wordt een inventarisatie uitgevoerd van nest-indicatieve waarnemingen als nesten, het bezoek van een huismus aan een nestplaats, transport van voedsel, bedelende jongen, zingende mannetjes, balts, paring of ander gedrag waar uit geconcludeerd kan worden dat een nest aanwezig is. Overzicht veldbezoeken Tabel 3.3 geeft een overzicht van de momenten waarop onderzoek naar huismus is uitgevoerd en de bijbehorende weersomstandigheden.
Tabel 3.3 Overzicht veldbezoeken voor huismus (en bijhorende weersomstandigheden) Nr
Datum
Tijd
Zon op/ onder
Temp. (°C)
Wind
Bewolking
Neerslag
1
01-05-2020
6.00-7.30
5.47
8
2 NO
helder
geen
2
13-05-2020
5.45-7.00
5.39
13
1 ZZW
helder
geen
3.3
Kleine marterachtigen
Het onderzoek in de tuin van de familie Van der Tuijn was tevens gericht op de kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) en is uitgevoerd met behulp van cameravallen bestaande uit wildcamera’s (met bewegingssensoren) gemonteerd in mostela’s en struikrovers (afbeelding 3.1). De mostela’s zijn door middel van een tunnel te bereiken. Door de camera’s te monteren in deze behuizing, hoeven de dieren hun dekking niet te verlaten. In de behuizing wordt vervolgens geurstof en lokvoer aangebracht om de trefkans te 1
BIJ12, 2017, Kennisdocument Huismus, versie 1.0. BIJ12 juli 2017.
13 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
vergroten. De struikrovers zijn cameravallen geplaatst in een buis, die op plekken worden geplaatst waar de trefkans van marters het grootst is, meestal langs lijnvormige groenelementen. Hiermee wordt een natuurlijke holte nagebootst, die samen met een lokmiddel aantrekkelijk is voor kleine marterachtigen.
Afbeelding 3.1 Voorbeelden van mostela’s (links) en struikrovers (rechts)
De mostela’s en struikrovers zijn op verschillende locaties in het onderzoeksgebied geplaatst (afbeelding 3.2). Van 1 mei 2020 tot 21 augustus 2020 hebben vier struikrovers en twee mostela’s op de onderstaande locatie gestaan (afbeelding 3.1). Gedurende de gehele periode hebben de cameravallen opnames gemaakt. Tijdens de eerste ronde (tot 15 juni 2020) zijn er video’s gemaakt en gedurende de rest van de onderzoeksperiode foto’s (het maken van video’s kost veel batterijspanning, terwijl de meerwaarde van de video’s beperkt is). De camera’s zijn tijdens drie bezoeken in deze periode (in combinatie met bezoeken in het kader van huismus/vleermuizen) uitgelezen.
14 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 3.2 Onderzoeksgebied en locaties van mostela’s en struikrovers
15 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
4 RESULTATEN 4.1
Vleermuizen
Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat het onderzoeksgebied onderdeel is van het leefgebied van verschillende vleermuissoorten, waaronder gewone dwergvleermuis en in mindere mate ook laatvlieger en rosse vleermuis.
4.1.1
Verblijfplaatsen
Kraamperiode Tijdens de bezoeken in de kraamperiode zijn in het plangebied geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. Ook is geen gedrag waargenomen dat een indicatie is voor de aanwezigheid van een verblijfplaats (zwermen). Er zijn dus geen kraam- of zomerverblijven in het onderzoeksgebied vastgesteld. Paarperiode Buiten het onderzoeksgebied is wel een mogelijk paarverblijf aanwezig, namelijk in Westerweg 360. Tijdens het laatste bezoek (11 september 2020) is tussen dit adres en de voorkant van het huis op Westerweg 405 één baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen (afbeelding 4.1). Deze vleermuis vloog een aantal rondjes over de Westerweg tussen de twee huizen, waarna deze richting het huis op Westerweg 360 vloog. Doordat dit terrein afgesloten was, is niet gecontroleerd of het paarverblijf echt op deze locatie aanwezig was. Deze vleermuis foerageerde en baltste echter niet nabij het huis op Westerweg 405 (onderzoeksgebied), waardoor in ieder geval uitgesloten kan worden dat het huis en de tuin een essentieel onderdeel is van het leefgebied van de gewone dwergvleermuis.
16 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 4.1 Waargenomen baltsende gewone dwergvleermuis in en rondom het onderzoeksgebied, met locatie mogelijke paarverblijf in Westerweg 360 (blauw vierkant)
4.1.2
Vliegroutes en foerageergebieden
Tijdens de kraamperiode en de paarperiode zijn geen duidelijke vliegroutes vastgesteld. De houtwal aan de noordzijde van het onderzoeksgebied langs de Vennewatersweg is niet van belang voor vleermuizen als mogelijke vliegroutes. Gewone dwergvleermuis Tijdens de onderzoeken in de kraam- en paarperiode zijn per onderzoek drie tot vier foeragerende gewone dwergvleermuizen (minimaal twee) waargenomen bij de bomen aan de noordzijde van het huis en in het midden van de tuin (afbeelding 4.2). De vleermuizen foerageerden hier niet direct na zonsondergang, maar voornamelijk van circa een half uur tot een uur na zonsondergang. De foeragerende dieren verbleven hier gemiddeld een uur, waarna ze uit het onderzoeksgebied verdwenen en richting het oosten vlogen. Tijdens de kraam- en paarperiode zijn sporadisch gewone dwergvleermuizen waargenomen die enkele minuten in het onderzoeksgebied foerageerden, voornamelijk boven de moestuin en in het zuiden van het open gedeelte van de tuin, waarna ze het onderzoeksgebied verlieten. Overige soorten Tijdens het eerste bezoek in de kraamperiode zijn enkele overvliegende rosse vleermuizen (oost-west-richting) aangetroffen. De overvliegende dieren leken geen binding te hebben met het plangebied. Zodoende vormt het plangebied gedurende de kraamperiode geen essentieel onderdeel van het leefgebied van rosse vleermuis.
In de paarperiode is de rosse vleermuis niet waargenomen. Tijdens het laatste bezoek in de paarperiode (11 september 2020) is viermaal kort een overvliegende en foeragerende laatvlieger waargenomen. Een korte waarneming duidt vaak op het hoog overvliegen van een individu. Afgezien van dit bezoek is deze soort niet waargenomen in en nabij het plangebied. Dit betekent dat deze soort geen binding heeft met het onderzoeksgebied, en het onderzoeksgebied dus geen essentieel onderdeel is van het leefgebied van laatvlieger.
17 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 4.2 Waargenomen overvliegende en foeragerende vleermuizen in en rondom het onderzoeksgebied met
4.2
Huismus
In mei 2020 zijn twee veldonderzoeken uitgevoerd naar de aanwezigheid van nesten van huismus. Hierbij is gezocht naar nest-indicatieve waarnemingen als een nest, een bezoek van een huismus aan een nestplaats of zingende mannetjes. Het eerste bezoek 1 mei 2020 Het eerste bezoek vond plaats van 06.00 tot 07.30 uur. Tijdens het bezoek zijn geen zicht- en geluidswaarnemingen gedaan van huismussen ter hoogte van het onderzoeksgebied. Op circa 200 m afstand van het onderzoeksgebied, op het dak van Westerweg 411, zijn om 07.30 uur vijf roepende huismussen waargenomen, wat aangeeft dat er één of meerdere nesten in de buurt van dit adres aanwezig zijn. Het tweede bezoek 13 mei 2020 Het tweede bezoek vond plaats van 5.45 tot 7.00 uur. Tijdens dit bezoek zijn ter hoogte van Westerweg 409 twee paartjes van huismus waargenomen. Deze koppels vlogen van de dakrand naar de tuin van Westerweg 407, waar gefoerageerd werd. Huismussen foerageren over het algemeen dicht bij hun nest, waardoor aangenomen kan worden dat het nest van de foeragerende huismussen in of nabij Westerweg 407 is. Ter hoogte van het onderzoeksgebied werden gedurende beide veldbezoeken geen zicht- en geluidswaarnemingen gedaan van huismus.
18 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 4.3 Waarnemingen van huismus in en rond het onderzoeksgebied
4.3
Kleine marterachtigen
Tijdens de onderzoeksperiode zijn door de mostela’s en struikrovers geen beelden van kleine marters vastgelegd. Ook werden tijdens de verscheidene veldbezoeken geen waarnemingen gedaan van kleine marterachtigen of sporen (prooien, uitwerpselen) hiervan. Wel zijn waarnemingen gedaan van huisspitsmuis, bosmuis, bruine rat en egel (afbeelding 4.4).
Afbeelding 4.4 Verschillende soorten grondgebonden zoogdieren vastgelegd door de cameravallen. Bosmuis (boven), huisspitsmuis (links midden), bruine rat (rechts midden) en egel (onder).
19 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
4.4
Overige soorten
In het noorden van de tuin ligt een kleine poel (afbeelding 4.5). Tijdens het huismus- en vleermuisonderzoek is hier en rugstreeppad waargenomen (afbeelding 4.5). Tevens zijn door de eigenaren van het perceel jonge exemplaren van de soort aangetroffen in de poel. In de poel vindt zodoende mogelijk voorplanting plaats door rugstreeppad. Deze voortplantingsplaats is essentieel voor het in stand houden van de populatie van rugstreeppad in de omgeving.
20 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Afbeelding 4.5 Rugstreeppad gevonden in poel
21 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
5 SAMENVATTING Vleermuizen In het onderzoeksgebied zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van kraam-, zomer- of paarverblijven. Er hangen een aantal vleermuiskasten in de houtwal rondom de tuin, maar er zijn bij de kasten geen vrije aan- en uitvliegroutes door de aanwezigheid van takken, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat deze kasten gebruikt zullen worden door vleermuizen. Buiten het onderzoeksgebied is wel mogelijk een paarverblijf aanwezig, namelijk in Westerweg 360. Tijdens het laatste bezoek is tussen dit adres en de voorkant van het huis op Westerweg 405 één baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit individu bleef voornamelijk in de buurt van de tuin van Westerweg 360. De binding met het plangebied was hierdoor beperkt tot afwezig. Het huis en de tuin van Westerweg 405 zijn zodoende geen essentieel onderdeel van het leefgebied van deze gewone dwergvleermuis. De moestuin in het zuiden van het onderzoeksgebied, evenals het open veld naast de bomen ten noorden van het huis zijn een onderdeel van het foerageergebied van enkele gewone dwergvleermuizen (minimaal twee).
Door het lage aantal foeragerende vleermuizen en het grote aantal alternatieve foerageergebieden in de omgeving, zoals de tuin van de zorgboerderij aan de overkant van de Westerweg, is dit foerageergebied niet essentieel voor het in stand houden van de populatie vleermuizen in de omgeving. Tijdens de veldbezoeken zijn enkele waarnemingen gedaan van een laatvlieger en een rosse vleermuis die hoog over het onderzoeksgebied vlogen en/of kort foerageerden boven het onderzoeksgebied. Dit waren echter steeds lage aantallen (één of twee individuen per veldbezoek) die van korte duur waren. Hierdoor wordt geconcludeerd dat de vleermuizen niet gebonden zijn aan specifieke landschappelijke kenmerken van het plangebied. Er is zodoende geen (essentiële) vliegroute van vleermuizen in of nabij het plangebied aanwezig. Ten aanzien van vleermuizen is vastgesteld dat het plangebied geen essentieel onderdeel uit maakt van het leefgebied (verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute) van de in de omgeving aanwezige vleermuizen. Huismus Tijdens het onderzoek zijn in het plangebied geen huismussen waargenomen. Er zijn tevens geen andere waarnemingen (aanwezigheid van nesten, bedelende jongen, uitwerpselen) gedaan die duiden op de aanwezigheid van broedende huismussen in het plangebied.
Tevens is niet vastgesteld dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van huismussen die in de omgeving nestelen. Zodoende is vastgesteld dat het plangebied geen waarde heeft voor huismussen. Kleine marterachtigen Tijdens de onderzoeksperiode zijn geen waarnemingen gedaan van kleine marterachtigen of sporen hiervan. Het voorkomen van deze soorten in het plangebied is daarmee niet geheel uit te sluiten, maar wel kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen essentieel onderdeel is van het leefgebied van bunzing, wezel en hermelijn. Dat sporadisch een toevallige passant kort in het plangebied verblijft kan niet worden uitgesloten.
22 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
Overige soorten In de poel aan de noordzijde van de tuin is een volwassen exemplaar van rugstreeppad aangetroffen tijdens het huismus- en vleermuisonderzoek. Tevens zijn door de eigenaren van het perceel jonge exemplaren van de soort aangetroffen in de poel. In de poel vindt zodoende mogelijk voorplanting plaats door rugstreeppad.
23 | 23
Witteveen+Bos | 118319/20-014.968 | Concept 01
www.witteveenbos.com