Rapport_Bijlage 5 Ecologisch onderzoek (QS).pdf
Tekst van het document
G&G-advies QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
J.R. Fokkens
2021
Opdrachtgever Visser & van Dam
G&G-advies QS2021-215
Datum Versie
28 oktober 2021 V1
Gecontroleerd door: T.S. van der Meer De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
3
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 6
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 6
1.4
Werkzaamheden...................................................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
Methode
8
2.1
Soorten .................................................................................................................... 8
2.2
Gebieden.................................................................................................................. 9
Beschermde soorten Wnb 3.1
10
Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10 3.1.1 Duinzicht .................................................................................................................. 10 3.1.2 Westerhoeve ........................................................................................................... 12
3.2
Beschermde soorten.............................................................................................. 14 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 14 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 14 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 14 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 15 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 18 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 19 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 21
3.3
4
5
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 22
Effectbeoordeling en maatregelen
23
4.1
Amfibieën............................................................................................................... 23
4.2
Vogels..................................................................................................................... 23
4.3
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 25
4.4
Vleermuizen ........................................................................................................... 25
4.5
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 27
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
29
5.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 29
5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 29
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
4
6
5.3
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) ..................................................................30
5.4
Houtopstanden ......................................................................................................30
5.5
Overige relevante wetgeving .................................................................................30
5.6
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................31
Conclusies
32
6.1
Beschermde soorten Wnb .....................................................................................32
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................33
6.3
Zorgplicht ...............................................................................................................34
6.4
Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................34
7
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
35
8
Bijlagen
36
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen twee bungalowparken aan de Kwekerij (“Duinzicht”) en de Slootenslaan (“Westerhoeve”) te Heiloo her in te richten. Heiloo ligt in de gelijknamige gemeente in de provincie Noord Holland. Het is mogelijk dat binnen de plangebieden soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van Visser & van Dam heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
De ligging van het plangebied. Duinzicht is rood omlijnd en Westerhoeve is groen omlijnd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
6
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt in het zuidwesten van Heiloo bij Bollendorp. Rondom het plangebied liggen woonwijken, bedrijventerrein en diverse andere bungalowparken. Ten oosten van het plangebied ligt het treinspoor van Castricum naar Alkmaar.
1.4
Werkzaamheden Alle bungalows en stacaravans bij Duinzicht worden verwijderd of gesloopt en er komt een kleine nieuwbouwwijk voor in de plaats. Daarnaast zullen struiken en bomen worden verwijderd. Bij Westerhoeve worden de stacaravans en bungalows ook verwijderd. Daarbij zullen de grotere gebouwen worden verwijderd om ruimte te maken voor nieuwbouw. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit renovatie/sloop of verwijderen van gebouwen met benodigd hakbreek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
7
Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.
Plan woningbouw voor het gedeelte Duinzicht en Westerhoeve.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
8
2
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2011-2021). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §4.2).
Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
9
Potentiebeoordeling Het plangebied is op 9 september 2021 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.
→https://www.nvwa.nl/
onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten
Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: Noord-Holland: https://geoapps.noordholland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=nbp Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
10
3
Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen
3.1.1
Duinzicht Bebouwing Op het terrein van bungalowpark Duinzicht staan meerdere stacaravans en bungalows. Deze gebouwen zijn opgebouwd met hout, kunststof en metaal. De daken zijn allemaal enkelwandig, plat en de muren hebben geen spouw. Er ontbreken kieren en gaten in de gebouwen. Er zijn diverse vogelhuisjes aan deze gebouwen opgehangen. Beplanting, Bomen en Bosschages Het terrein bestaat uit diverse tuinplanten, bosplantsoen en opgeslagen materialen zoals stronken en takken. Ook staan er grote coniferen en bomen die dicht begroeid zijn. Er is op één plek een groot nest waargenomen. Dit betreft een boom in het oostelijke gedeelte naast het parkeerterrein. In de bomen zijn geen opvallende gaten, spleten of holtes waargenomen. Tussen het struweel zijn voornamelijk kort gemaaide grasvelden en loopt er een pad door het gebied heen. In het oosten van het plangebied ligt een parkeerplek van bestrating. Overig Binnen het plangebied ontbreken gebouwen met dakpannen, spouwmuren of andere grote gebouwen. Ook ontbreekt er water in het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
11
Impressie van de aanwezige biotopen binnen het terrein van bungalowpark “Duinzicht”.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
12
3.1.2
Westerhoeve Bebouwing Er staan diverse gebouwen op het terrein van bungalowpark Westerhoeve. Het betreffen voornamelijk stacaravans en bungalows. In het oostelijke gedeelte staan enkele grotere gebouwen. Deze gebouwen zijn opgebouwd met stenen muren en hebben dakpannen op het dak. Ook zijn er dakramen aanwezig en hebben de muren een spouw. Langs de houten daklijsten en goten zijn diverse kieren aanwezig. Beplanting, Bomen en Bosschages De groene delen betreffen voornamelijk tuintjes rondom de stacaravans. Op het terrein staan diverse tuinplanten. De begroeiing bestaat voornamelijk uit bosplantsoen. In de bosplantsoenen rondom het plangebied groeien diverse bomen en struiken zoals Gewone es, Zomereik en braam. Ook staan er grote coniferen en andere bomen op het terrein die erg dicht begroeid en onoverzichtelijk zijn. Er is op één plek een groot nest waargenomen in een conifeer. In de bomen zijn geen opvallende gaten, spleten of holtes waargenomen. Her en der liggen opgeslagen materialen zoals stronken en takken. Overig Binnen het plangebied ontbreekt water.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
13
Impressie van de aanwezige biotopen bij bungalowpark “Westerhoeve”.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
14
3.2
Beschermde soorten
3.2.1
Planten Aangetroffen soorten In het verleden is Glad biggenkruid waargenomen in de omgeving van het plangebied op ongeveer 1 kilometer ten noorden op een parkeerplek. Dit betroffen 4 waarnemingen op deze plek (NDFF 20112021). De soort is niet in het plangebied zelf waargenomen. Potentie plangebied Glad biggenkruid is een soort van zonnige, warme, open plaatsen op droge, voedselarme, met name stikstofarme bodem. De soort is vooral te vinden op akkers, in zeeduinen en in open bermen. Aan de hand van de eisen van omgevingsfactoren voor de vastgestelde beschermde plant Glad biggenkruid in de omgeving van het plangebied, wordt niet verwacht dat de genoemde planten of andere beschermde flora in het plangebied voorkomen. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Tevens is de bodem teveel gestoord en gewoeld.
3.2.2
Vissen Omdat geen water in het plangebied aanwezig is, kunnen geen (beschermde) vissoorten voorkomen. Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 2011-2021). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig.
3.2.3
Amfibieën Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek werd een Gewone pad waargenomen. Deze soort is in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. De Rugstreeppad is bekend van de omgeving van het plangebied, de soort werd op 200 meter afstand van het plangebied vastgesteld (NDFF 2011-2021). De Rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
15
algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander en Bruine kikker. De dieren kunnen wegkruipen onder opgeslagen materialen, stronken en takken of in verlaten muizenholen en dergelijke. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2. -Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is geschikt voor de Rugstreeppad. De soort is ook in het verleden in de (directe) omgeving aangetroffen. In het plangebied is geen geschikt voortplantingswater voor de dieren aanwezig. In het plangebied is wel geschikt vorstvrij, droog en vergraafbaar zanderig landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut als landbiotoop door deze soort.
3.2.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Ekster (cat. 5), Gaai, Heggenmus, Grote bonte specht (cat. 5), Boomkruiper (cat. 5), Merel, Kauw, Houtduif, Boerenzwaluw (cat. 5), Roodborst, Halsbandparkiet, Koolmees (cat. 5) en Pimpelmees (cat. 5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Winterkoning of Heggenmus. Het is mogelijk dat in de bebouwing en de bomen categorie 5soorten broeden als Ekster, Spreeuw, Zwarte kraai, Kool- of Pimpelmees of Boomkruiper. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werd een overvliegende Sperwer (cat. 4) waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Gierzwaluw, Huismus, Ransuil, Sperwer en andere verschillende in bomen en bebouwing broedende roofvogels en uilen vastgesteld (NDFF 2011-2021).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
16
Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het is mogelijk dat in de bebouwing bij bungalowpark Westerhoeve Huismus broedt. Deze soort kan toegang verkrijgen tot geschikte holtes vanwege de waargenomen gaten en spleten. De potentiele nestplaatsen voor de Huismus bevinden zich met name onder de dakpannen van de bebouwing die in het oostelijke gedeelte staan. De waargenomen twee nesten in de bomen bij beide bungalowparken kunnen in gebruik zijn door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer of Ransuil of eventueel Boomvalk. De overige dichtbegroeide bomen direct rondom het gehele plangebied kunnen ook grote nesten bevatten voor de genoemde soorten. Deze bomen waren ten tijde van het veldbezoek te onoverzichtelijk en moeilijk toegankelijk (te dicht begroeid) om nesten in waar te nemen. Dit betreffen voornamelijk de grote bosschages direct rondom het gehele plangebied. De Gierzwaluw wordt in het open bebouwde gebied rond het plangebied niet verwacht. Er werden ook geen geschikte gaten met ‘vrije uitvalmogelijkheden’ gezien in de bebouwing. Gierzwaluwen kunnen niet op eigen kracht opstijgen omdat hun poten te zwak zijn om af te zetten. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Kerkuil, Buizerd of Havik.
Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.
Potentieel geschikte locaties voor vogels met jaarrond beschermde nesten. zwarte cirkel is Huismus, Blauwe cirkel zijn waargenomen grote nesten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
17
Een dichtbegroeide boom bij Duinzicht waar een nest zichtbaar was. Deze biedt geschikt broedgelegenheid voor bijvoorbeeld Sperwer of Ransuil.
Diverse dichte bosschages die geschikt broedgelegenheid bieden voor diverse soorten vogels.
De openingen onder de dakpannen (rode pijl) van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor Huismussen geschikte achterliggende ruimtes.
Een dichtbegroeide boom bij Westerhoeve waar enkele takken zichtbaar waren van een groot nest. Deze biedt geschikt broedgelegenheid voor bijvoorbeeld Sperwer of Ransuil.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
18
3.2.5
Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Er zijn diverse molshopen aangetroffen. Deze soort is niet beschermd onder de Wnb. Rond het plangebied zijn in het verleden Boommarter, Bunzing en Hermelijn waargenomen (NDFF 2011-2021). De Boommarter, Bunzing en Hermelijn zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). De Boommarter werd op 450 meter afstand ten zuiden van het plangebied vastgesteld, de Bunzing werd op 200 meter afstand ten zuidoosten van het plangebied vastgesteld en de Hermelijn werd op 200 meter afstand ten oosten van het plangebied vastgesteld. Van alle genoemde soorten zijn meerdere waarnemingen bekend. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel, Haas en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied zijn (oude) holen van de Mol aanwezig die in gebruik kunnen zijn door kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel).
Het gehele plangebied biedt veel schuilmogelijkheden in de vorm van dichte vegetatie, opgeslagen materialen, stronken, takken en overige dekking waar kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) gebruik van kunnen maken.
Opgeslagen materialen, dichte bosschages en bomen die geschikt schuilgelegenheid bieden voor kleine marterachtigen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
19
Het plangebied is niet geschikt voor verblijvende Boommarter vanwege het ontbreken van dichte en hoog bosgebied met holtes en omvangrijke dekking biedende bosvegetatie in de omgeving. Incidenteel voorkomen van de soort uit de omgeving is niet uitgesloten.
3.2.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn zes soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2011-2021). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis en Watervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Er zijn geen relevante waarnemingen (zoals bijvoorbeeld verblijven, kolonies, foerageergebieden of vliegroutes) bekend van vleermuizen in het plangebied zelf of in de directe omgeving ervan (NDFF 20112021). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken.
Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. De waargenomen spleten in de muren en daken bij bungalow Westerhoeve geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes. Te denken valt aan gebouw bewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Gezien de aard van de bebouwing is tijdelijk verblijf in de zomer en in de paarperiode het meest waarschijnlijk. Er worden gezien de beperkte buffering van de aanwezige holtes geen (massa)winterverblijven verwacht. Laat in het najaar aanwezige vleermuisverblijven zouden in warme periodes in de winter wél gebruikt kunnen worden door actieve vleermuizen die nog niet in (diepe) winterrust zijn.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
20
Locaties (zwarte cirkel) met potentieel geschikte openingen waar vleermuizen mogelijk kunnen verblijven.
De openingen in de spouwmuur (rode pijl), onder de dakpanranden en achter goten van de bebouwing bij bungalowpark Westerhoeve geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte achterliggende ruimtes.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
21
De spleten en gaten bevinden zich in de spouwmuur, achter boeidelen en/of beplating, onder dakpannen en achter dakgoten. De potentie bevindt zich alleen in het oostelijke gedeelte van bungalowpark Westerhoeve. Bij bungalowpark Duinzicht is geen potentie aanwezig voor vleermuizen binnen het plangebied. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Het plangebied kan als onderdeel van een langere landschapslijn onderdeel uitmaken van een vliegroute van vleermuizen. De bomenrij centraal gelegen tussen beide bungalowparken kan door vleermuizen gebruikt worden als vliegroute van en naar foerageergebied of verblijfplaatsen. Er zijn diverse beschutte landschapslijnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig die in dezelfde richting lopen en als (alternatieve) vliegroute kunnen worden gebruikt. De aanwezige landschapslijnen zullen daarom geen essentiële functie hebben voor vleermuizen.
3.2.7
Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2011-2021). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
22
3.3
Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij beide plangebieden en de potenties daarvoor binnen de plangebieden. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.
Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij de plangebieden (kolom 2) en verwachte voorkomen daarvan binnen het plangebied (kolom 3). *Vaste rust- en verblijfplaatsen.
Beschermde, niet vrijgestelde soorten Camping Duinzicht
Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna
Beschermde, niet vrijgestelde soorten Camping Westerhoeve
Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna
Van der Goes en Groot
Aangetroffen nabij het plangebied
Potentieel aanwezig binnen het plangebied
(literatuur en veldbezoek) nee nee ja
nee nee ja*
ja
ja
ja
ja*
ja
ja*
? ja ?
nee ja ja
nee
nee
Aangetroffen nabij het plangebied
Potentieel aanwezig binnen het plangebied
(literatuur en veldbezoek) nee nee ja
nee nee ja*
ja
ja
ja
ja*
ja
ja*
? ja ?
ja ja ja
nee
nee
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
4
23
Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
4.1
Amfibieën Vanwege het vergraven van terreindelen is het mogelijk dat vaste rust- of verblijfplaatsen van de Rugstreeppad worden beschadigd, of vernield. Ook kunnen aanwezige dieren worden gedood. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar het landbiotoop en de aanwezigheid van deze soort. Als de soort aanwezig is zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de gevoelige perioden en zal vervangend leefgebied worden gecreëerd voor de Rugstreeppad. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Teneinde de vestiging van overwinterende Rugstreeppadden in het plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de Rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’.
4.2
Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
24
periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! ‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Ekster, Spreeuw, Zwarte kraai, Kool- of Pimpelmees, Boomkruiper), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen. Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten Bij de sloop of de renovatie van de gebouwen zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van de Huismus beschadigd of vernield kunnen worden. De nesten van deze soort is jaarrond beschermd. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort.
Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. De aangetroffen nesten in de bomen kunnen in gebruik zijn bij uilen en roofvogels zoals Sperwer, Ransuil of mogelijk Boomvalk. Nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Als aan de aanwezige bomen wordt gewerkt of als deze worden gekapt is schade mogelijk en is het noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Als vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Kerkuil, Buizerd of Havik), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
4.3
25
Grondgebonden zoogdieren Bij het verwijderen van de vegetatie en/of het vergraven van de bodem kan schade optreden voor beschermde zoogdieren. Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan het werk vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren zoals kleine marterachtigen. Als beschermde, niet vrijgestelde, zoogdieren aanwezig zijn dient vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt.
4.4
Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij de sloop of de renovatie van geschikte gebouwen (oostkant Westerhoeve) zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is in dat geval noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Op termijn zal de beschutting en groenzone van het plangebied grotendeels herstellen en opnieuw kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
26
Vliegroutes Het plangebied kan gebruikt worden als klein en lokaal onderdeel van een vliegroute door vleermuizen. De aard van het plangebied zal echter niet dusdanig veranderen dat belangrijke gevolgen worden verwacht. Er zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden en er worden geen belangrijke gevolgen verwacht.
Aanwezige mogelijke vliegroute binnen plangebied (rode lijn). Diverse andere mogelijke vliegroutes buiten plangebied (groene lijn).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
4.5
27
Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om Rugstreeppad, Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Huismus, Sperwer, Ransuil, Boommarter, Bunzing, Wezel en Hermelijn. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 en Tabel 3 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld. Als er nesten in de directe omgeving van het plangebied zijn dient er ook onderzoek gedaan te worden naar Buizerd en Boomvalk.
Soort/Soortgroep Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied Duinzicht. *=Te combineren met andere bezoeken.
Optimale periode
Aantal bezoeken
landbiotoop: juni - september
5
november - half april
1
half maart - juni half maart - juni mei t/m augustus half maart - juni
2-4 2-4 2-4 2-4
(maart) mei-augustus (jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond)
1 1 1
Amfibieën Rugstreeppad Vogels Nestenonderzoek roofvogels en uilen Sperwer Ransuil Boomvalk Buizerd Grondgebonden zoogdieren Bunzing Hermelijn Wezel
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
28
Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied Westerhoeve. *=Te combineren met andere bezoeken.
Optimale periode
Aantal bezoeken
landbiotoop: juni - september
5
Nestenonderzoek roofvogels en uilen
november - half april
1
Huismus Sperwer Ransuil Boomvalk Buizerd
april – half mei half maart - juni half maart - juni mei t/m augustus half maart - juni
2 2-4 2-4 2-4 2-4
(maart) mei-augustus (jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond)
1 1 1 Aantal bezoeken
Soort/Soortgroep Amfibieën Rugstreeppad Vogels
Grondgebonden zoogdieren Bunzing Hermelijn Wezel Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger
Van der Goes en Groot
Gebiedsfunctie
Periode
Kraamkolonies en zomerverblijven (3 bezoeken)
Paarverblijven en zwermgedrag (2 bezoeken)
half mei - half juli half mei - half juli half mei - half juli
augustus-oktober augustus - oktober augustus - oktober
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
5
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
5
29
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.
5.1
Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 2,5 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Noord-Hollands Duinreservaat (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand, afscherming en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .gml-bestanden. Uit de analyse is gebleken dat de plannen geen effect hebben op Natura2000 gebieden. Ook is vanwege de stikstofwet en stikstofdepositie de aanlegfase niet vergunnigsplichtig.
5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
30
5.3
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming in Noord-Holland voor gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het gebied is niet begrensd als een Bijzonder Provinciaal Landschap en ligt ook niet in de directe omgeving hiervan (zie Figuur 2). Er is geen negatief effect mogelijk op het BPL, een nadere toetsing is niet nodig.
5.4
Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt. Er is voor de kap van de bomen waarschijnlijk wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk.
5.5
Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, beschermde BPL, natuurverbindingen en het NNN.
Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
5.6
31
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .gml-bestanden. Uit de analyse is gebleken dat de plannen geen effect hebben op Natura2000 gebieden. Ook is vanwege de stikstofwet en stikstofdepositie de aanlegfase niet vergunnigsplichtig.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
32
6
Conclusies 6.1
Beschermde soorten Wnb Beide plangebieden zijn in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. In beide plangebieden kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. In het plangebied Westerhoeve kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Huismus, Gierzwaluw, Sperwer, Ransuil en eventueel Boomvalk. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoorten noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. In het plangebied Duinzicht kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Sperwer, Ransuil en eventueel Boomvalk.
Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoorten noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. In beide onderzoeksgebieden kunnen beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als ‘andere soort’. Het betreft landbiotoop van Rugstreeppad, Bunzing, Hermelijn en Wezel. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
33
In het plangebied Westerhoeve kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of Kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van beide campings door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Buizerd en Havik), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het gehele plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is.
De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Het gehele plangebied kan gebruikt worden als (klein) onderdeel van een vliegroute door vleermuizen. De aard van het plangebied zal echter tijdens de aanleg maar ook later niet dusdanig veranderen dat belangrijke gevolgen worden verwacht en er zijn alternatieve routes beschikbaar.
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is buiten indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .gml-bestanden. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt. Er is voor de kap van de bomen waarschijnlijk wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
34
6.3
Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: Ontzie groen en groenvoorzieningen zoveel als mogelijk tijdens de werkzaamheden en bij het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen. Gebruik zo klein mogelijke werkbreedtes en gebruik eventuele bouwwegen zowel voor aanvoer als afvoer. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. Het verwijderen van groen kan zoveel mogelijk beperkt worden of na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houdt bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden, of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk worden gebruikt om insporing en potentiele verstoring te beperken. Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.
6.4
Aanbevelingen ter bevordering van natuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Hiervoor worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of open houden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen; Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen, Spreeuwen en Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen; Het plaatsen van zogenaamde ‘insectenhotels’ aan de muren van de bebouwing, in tuinen of in bestaande of aan te planten groenstructuren; Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen;
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
7
35
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K.
MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2020, 28 oktober 2020.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
36
8
Bijlagen
Bijlage 1
Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 4.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR
FL
FR
GL
GR
L
NB
NH
OV
UT
ZH
ZL
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + +3 + +4 + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
Van der Goes en Groot
+ +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2021-215
+ +
+
+ +
Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo