CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Oud - Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg22.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Mogelijke effecten Ontheffing voor vernietiging van broedgevallen wordt in principe niet verleend, waardoor het voorkomen van (langdurige) verstoring of vernietiging van broedgevallen noodzakelijk is. Het verstoren en vernietigen van broedgevallen van vogels zonder jaarrond beschermde nesten is te voorkomen door:

Reconstructie Vennewatersweg

54

Buiten het broedseizoen te werken, of; Te zorgen dat buiten de verstoringsafstand van de broedgevallen gewerkt wordt, en/of; Voorafgaand aan het broedseizoen de broedbiotoop voor vogels ongeschikt te maken (bijvoorbeeld struiken en bomen rooien) en (gedurende het broedseizoen) te houden, en/of; De werkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen te laten beginnen en in een, voor zover mogelijk, constante intensiteit te laten doorgaan gedurende het broedseizoen. Het grote voordeel van deze methode is, dat de verstoringsafstand “automatisch” bepaald wordt: vogels zullen uit eigen beweging een nestplaats kiezen buiten hun specifieke verstoringsafstand. Nadeel is dat de constante intensiteit (zowel in tijd als in ruimte) lastig te realiseren is. Te kappen bomen en struiken buiten het broedseizoen te rooien. Veel methoden om tijdens het broedseizoen door te kunnen werken zijn niet “waterdicht”; het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Wnb ten aanzien van broedvogels te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om bovengenoemde maatregelen te treffen en het terrein kort voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog te laten inspecteren op aanwezigheid van broedende vogels.

Amfibieën Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van beschermde amfibieën. Het betreft de boomkikker en rugstreeppad. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Rugstreeppad De rugstreeppad heeft leefgebied in de directe omgeving van het plangebied. De poelen op het perceel Westerweg 405, aan de Oosterzijweg en net ten noorden van de Krommelaan vormen actueel voortplantingswater, zie de ligging daarvan in onderstaande figuur. Daarnaast wordt de omgeving van de poel aan de Westerweg 405 gebruikt als landhabitat. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen gedaan van rugstreeppad. De resultaten zijn ruimtelijk weergegeven in figuur 5-13.

5-13: Een ruimtelijke weergave van de resultaten van het onderzoek naar leefgebied van de rugstreeppad. Bron: Nader ecologisch onderzoek RHDHV, 2020. Effecten analyse

Reconstructie Vennewatersweg

55

Voortplantingswater De poel ten noorden van de Krommelaan ligt op meer dan 130 meter van het plangebied. Deze poel is onderdeel van ontheffing Flora en Fauna die de gemeente Heiloo in 2015 heeft verkregen voor de werkzaamheden rondom de wijk Zuiderloo (Klaassen. M. 2015). De poel is op het moment afgeschermd met amfibieschermen die de dieren op het moment binnen de omheining houden. Doordat de dieren het terrein niet kunnen verlaten en zich buiten het plangebied bevinden, zijn negatieve effecten op deze populatie, als gevolg van de geplande werkzaamheden, uitgesloten. De poel aan de Oosterzijweg ligt op meer dan 250 meter afstand van het plangebied. De poel op het perceel van de Westerweg 405 ligt op 10 meter afstand van het plangebied. Doordat deze poelen op enige afstand van het plangebied liggen, worden ze niet direct aangetast door de herinrichting van de Vennewatersweg. Wel kunnen de werkzaamheden er (tijdelijk) toe leiden dat de poelen tijdelijk minder goed bereikbaar zijn. Doordat de werkzaamheden ten noorden van de beide poelen plaatsvinden, is migratie van en naar overwinteringslocaties ten noorden van de poel (tijdelijk) niet mogelijk. De bekende overwinteringslocatie (het spoortalud) bevindt zich echter grotendeels ten oosten van het perceel aan de Westerweg 405. Hierdoor blijft de poel ook tijdens de werkzaamheden deels bereikbaar.

Voor de poel aan de Oosterzijweg geldt dat het spoortalud ook grotendeels ten westen van het plangebied ligt, waardoor de pel tevens grotendeels bereikbaar blijft. De geplande werkzaamheden leiden daardoor niet tot een overtreding van verbodsbepalingen. Het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Landhabitat Omdat er rugstreeppadden (zeer) nabij het plangebied zijn vastgesteld, moet ervan uit gegaan worden dat alle potentieel geschikte verblijfplaatsen in de directe omgeving van deze locaties ook daadwerkelijk als zodanig gebruikt worden. Voor het perceel aan de Westerweg 405 geldt dat de aanwezige houtwal kan fungeren als overwinteringslocatie. Er kan niet worden uitgesloten dat de dieren zich gedurende de winterrust in de houtwal verborgen houden in zelf gegraven holen, holen van knaagdieren, onder aanwezige stenen of takken. Schuilplaatsen voor overwintering liggen vaak binnen 20 meter van het voortplantingswater (Stowa, 2020). De houtwal staat op de nominatie om gekapt te worden. Het kappen van de houtwal leidt daarmee tot het permanent vernietigen van een vaste rust- of verblijfplaats van de rugstreeppad. Dit is een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wnb. Indien er met de kapwerkzaamheden geen rekening wordt gehouden met de rugstreeppad, kunnen deze werkzaamheden ook leiden tot het doden en verstoren van individuen van de rugstreeppad.

Hiermee is sprake van overtreding van art. 3.5, lid 1 en 2 van de Wnb. Het doden of verstoren van rugstreeppadden in de houtwal kan voorkomen worden door: Te werken buiten de kwetsbare winterperiode van de soort. Dit kan door te werken in de maanden april tot medio oktober. Of; Door voorzicht te kappen op een diervriendelijke manier. Dat kan door: 1. het terrein niet met machines te betreden en; 2. handmatig te werk te gaan (één a twee personen met een kettingzaag). Rugstreeppadden kunnen daarnaast snel nieuwe gebieden koloniseren als hier geschikte condities ontstaan, bijvoorbeeld tijdens de geplande graafwerkzaamheden of bij de realisatie van zanddepots. Daarnaast is het ondiepe water in door bouwmachines gevormde rijsporen een graag gebruikte voortplantingsplaats. Vestiging van de rugstreeppad binnen het plangebied, tijdens de werkzaamheden, kan leiden tot verstoring of doding van de soort. Dit is een overtreding van artikel 3.5, lid 1 en 2 van de Wnb. Tevens kan vestiging leiden tot vernietiging van vaste rust- of verblijfplaatsen van de rugstreeppad. Dit is een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wnb. Kolonisatie leidt daarom tot het (tijdelijk) moeten stilleggen van de werkzaamheden. Het voorkomen van kolonisatie van de rugstreeppad kan door het nemen van de volgende voorzorgsmaatregelen: De werkzaamheden uit te voeren gedurende de winterrustperiode van de soort.

Vanaf oktober/november tot en met maart verblijft de rugstreeppad in een winterrust. Of; Door het gebied waar de werkzaamheden plaats gaan vinden ontoegankelijk te maken voor de soort, bijvoorbeeld door rondom dit terrein amfibiewerende schermen te plaatsen van stevig plastic dat 50 cm boven de grond uitsteekt en minimaal 10 cm in de grond is ingegraven.

Reconstructie Vennewatersweg

56

Aanvullende maatregelen Er kunnen aanvullende maatregelen genomen worden om het plangebied veiliger te maken voor de soort.Om de mogelijkheid om via het plangebied te bewegen tussen zomer en winterbiotoop te verbeteren, is het aan te bevelen om tijdens de van de reconstructie een aantal paddentunnels onder de weg door aan te leggen. Dit geldt tevens voor de aan te leggen rotondes (o.a. Kennemerstraatweg / Vennewatersweg / Ypersteinerlaan). Op die manier blijft de omgeving van het plangebied bruikbaar als corridor en kunnen rugstreeppadden de Vennewatersweg op een veilige manier kruisen zonder risico op verkeersslachtoffers. Conclusie soortenbescherming Binnen het plangebied bevindt zich winterbiotoop voor de rugstreeppad in de vorm van de houtwal op het perceel Westerweg 405. In de nabije omgeving van het plangebied bevindt zich actueel voortplantingswater van de soort. Vaste rust- en verblijfplaatsen van zowel kleine marterachtigen als vleermuizen zijn uitgesloten. Tevens zijn essentiële vliegroutes en foerageergebied voor vleermuizen uitgesloten. Voor het vernietigen van potentieel winterbiotoop van de rugstreeppad, door het kappen van de houtwal zijn geen voorzorgsmaatregelen te treffen. Dit is een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wnb. Hiervoor is daarom een ontheffing aangevraagd.

Daarnaast worden er maatregelen getroffen om verstoring en doding van de rugstreeppadden tijdens het kappen van de winterbiotoop grotendeels te voorkomen. Dit is omschreven in een ecologisch activiteitenplan, zie Bijlage 14. Met dit activiteitenplan is de Wnb ontheffing aangevraagd. De Wnb ontheffing is verleend op 9 januari 2024 en toegevoegd in Bijlage 15. Verder zal tijdens de werkzaamheden rekening worden gehouden met broedvogels door middel van het naleven van de genoemde mitigerende maatregelen. De voorkeur gaat uit naar het werken buiten het broedseizoen. Met het inachtnemen van de mitigerende maatregelen en het naleven van de voorschriften uit de Wnb ontheffing is het plan in (soorten-) ecologisch opzicht uitvoerbaar.

5.8.2

Gebiedsbescherming

Wettelijk kader Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura-2000 gebieden inzichtelijk gemaakt te worden. Er dient dan beoordeeld te worden of er vergunningplicht onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) is. De Rijksoverheid heeft een beslisboom opgesteld (zie figuur 5-14) om te bepalen of een plan vergunningplichtig is. Als de stikstofdepositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jr is er geen vergunningplicht onder de Wnb.

Reconstructie Vennewatersweg

57

5-14: Beslisboom vergunningverlening stikstofdepositie Beschouwing Ligging van plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Figuur 5-15 laat in rood de ligging van het plangebied zien ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (geel). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Noord-Hollands Duinreservaat, dit ligt op circa 1,9 km afstand van het plangebied. Dit gebied is aangewezen als Habitatrichtlijngebied (HRL) en Vogelrichtlijngebied (VRL). Andere nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn Schoorlse Duinen (HRL) op 10 km afstand, Eilandspolder (HRL + VRL) op 10 km afstand, Noordzeekustzone (HRL + VRL) op 11 km afstand en Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder (HRL + VRL) op 12 km afstand.

Reconstructie Vennewatersweg

58

Figuur 5-15: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtsbijzijnde gebied ligt op 2 km afstand van het plangebied. Negatieve effecten door verstoring (geluid, licht, optische effecten) kunnen vanwege de grote afstand tot de Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Mogelijk leiden de werkzaamheden zowel in de uitvoeringsfase als in de gebruiksfase tot een stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen. Om dit uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd, zie hieronder. Stikstofdepositie onderzoek (AERIUS-berekening) Uitgangspunten Er is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 12. Het onderzoek bestaat uit twee delen: 1. Berekening voor het realisatiejaar tijdens de reconstructiewerkzaamheden 2. Berekening voor de gebruiksfase na de realisatie met berekening van de verkeerseffecten Het uitgangspunt voor de berekening is een door de uitvoerende partijen aangeleverde omschrijving van de inzet van het bouwmaterieel en bouwverkeer tijdens de realisatiefase van de reconstructie van de Vennewatersweg. Verder zijn ook de verkeerseffecten (netwerkeffecten) tijdens en na de realisatie van de reconstructie van de Vennewatersweg meegenomen in de berekeningen.

Als gevolg van netwerkeffecten kunnen er nog ver buiten het plangebied nog gevolgen zijn voor de routering van het verkeer. Tijdens de werkzaamheden is de Vennewatersweg aan 12 weken afgesloten. Het verkeer dat normaal via de Vennewatersweg rijdt, zal dan om moeten rijden. De netwerkeffecten door het ‘omrijden‘ zijn onderzocht met behulp van het regionaal verkeersmodel van Goudappel. De netwerkeffecten vanwege de gereconstrueerde Vennewatersweg (na openstelling) zijn eveneens in kaart gebracht met behulp van het regionaal verkeersmodel van Goudappel (zie 5.2 Verkeer). Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage inzichtelijk wordt gemaakt voor het jaar waarvoor de depositie het hoogst is. Door de technologische ontwikkelingen en milieuregelgeving nemen de emissies van onder andere het wegverkeer met de jaren af. De verkeersveranderingen ten opzichte van de referentiesituatie zijn zowel in het realisatiejaar (bestaande uit 12 weken (84 dagen) met 'omrijdverkeer' en 281 dagen (365-84) verkeer met een gereconstrueerde Vennewatersweg) als na het realisatiejaar (het eerstvolgende jaar na het realisatiejaar) berekend.

Reconstructie Vennewatersweg

59

Resultaten realisatiejaar Voor de aanlegfase is berekend hoeveel stikstof tijdens die fase zal worden uitgestoten en hoeveel depositie als gevolg van deze voorgenomen activiteit extra in omliggende Natura 2000-gebieden terecht zal komen. Deze berekening is gebaseerd op een inzet van Stage IV materieel. In de tabel hieronder zijn de rekenresultaten samengevat. Tabel 5-12: Resultaten stikstofdepositieberekeningen Natura 2000-gebied Stikstofdepositie grootste toename (mol/ha/jr ) Noordhollands Duinreservaat 0,27 Schoorlse Duinen 0,04 Zwanenwater & Pettemerduinen 0,02 Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder 0,02 Eilandspolder 0,02 Kennemerland-Zuid 0,01 Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske 0,01 Polder Westzaan 0,01 Er is voor de aanlegfase een stikstofdepositiewaarde hoger dan 0,00 mol/ha/jr berekend. Er is daarom een ecologische beoordeling (voortoets) uitgevoerd om te bepalen of significante gevolgen op beschermde habitattypen in betreffende Natura 2000-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Wanneer significante gevolgen op voorhand kunnen worden uitgesloten, dan is een ecologische beoordeling (voortoets) voldoende en is geen natuurvergunning nodig. Hieronder wordt nader ingegaan op de resultaten van de ecologische beoordeling (voortoets).

Resultaten gebruiksfase Bij de berekening van de gebruiksfase (van verkeerseffecten) is geen toename van stikstofdepositie berekend (0,00 mol/ha/jr). Ecologische beoordeling stikstofdepositie(voortoets) Omdat er een depositie van hoger dan 0,00 mol/hr/jr is berekend voor de realisatiefase is er een ecologische beoordeling (voortoets) uitgevoerd om te bepalen of significante gevolgen op beschermde habitattypen in Natura 2000-gebieden (zoals aangegeven in tabel 5-12) op voorhand kunnen worden uitgesloten. Deze ecologische beoordeling is in Bijlage 13 van deze toelichting toegevoegd. De activiteiten in de realisatiefase leiden tot een totale emissie van 2.090,8 kg NOx/j en 85,6 kg NH3/j. De emissie leidt tot een maximale projectbijdrage van 0,27 mol N/ha/jr. Op 25 habitattypen, 1 leefgebied en 7 zoekgebieden verspreid over 8 Natura 2000-gebieden, wordt in een gedeelde van de hexagonen de Kritische depositiewaarde (KDW) overschreden. De berekende tijdelijke extra stikstofdepositie van maximaal 0,27 mol per hectare per jaar als gevolg van het project om de volgende redenen geen negatieve effecten hebben op de volgende Natura 2000-gebieden: Noordhollands Duinreservaat, Schoorlse Duinen, Kennemerland-Zuid, Zwanenwater & Pettemerduinen, Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder, Polder Westzaan, Eilandspolder en Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske.

De extra stikstofdepositie als gevolg van het project is vele duizenden malen kleiner dan de nauwkeurigheid waarmee de achtergronddeposities en kritische deposities zijn vastgesteld. Hierom kan dit niet als een significante bijdrage gezien worden. De zeer geringe hoeveelheid extra stikstof kan geen meetbare veranderingen in de groeisnelheid van individuele planten teweegbrengen. Hierdoor zullen er geen veranderingen optreden in de concurrentiepositie tussen planten en zal de samenstelling van de vegetatie ongewijzigd blijven. De natuurlijke fluctuatie van habitattypen en leefgebieden kan in sommige gevallen tientallen procenten per jaar bedragen. Tegen die achtergrond is het onwaarschijnlijk dat een tijdelijke afname in de orde van enkele procenten of minder zal leiden tot significante verslechtering. Het langjarig gemiddelde wordt vaak over een periode van 5 tot 10 jaar beoordeeld. Een tijdelijke bijdrage van één jaar kan hiermee geen significant effect hebben op het herstelvermogen van een habitattype over meerdere jaren.

Reconstructie Vennewatersweg

60

De verschillende beheersmaatregelen in de habitattypen zorgen voor een jaarlijkse minimale afname van 2 – 4,5 kg N per hectare. De tijdelijke, extra belasting wordt ruimschoots gecompenseerd door structurele, effectgerichte maatregelen. Hiermee kan de bijdrage niet leiden tot een structurele verslechtering van het langjarig gemiddelde, en is een significant gevolg dus niet aan de orde. De tijdelijke extra stikstofdepositie van maximaal 0,27 mol per hectare per jaar zal nergens leiden tot een continue overschrijding van de KDW. De projectbijdrage zijn van tijdelijke aard, waardoor boven het feit dat de depositie verwaarloosbaar is, deze na één jaar niet meer zullen optreden. In de tweede fase van het project (de gebruikfase) leidt het project niet tot de uitstoot van NOx of NH3. De tijdelijke extra stikstofdepositie van maximaal 0,27 mol per hectare per jaar is verwaarloosbaar ten opzichte van de huidig aanwezige achtergrondwaarde. Alhoewel de projectbijdrage tot depositie leidt, is dit in geen van de habitattypes een bijdrage die relevant is ten opzicht van de huidige achtergrondwaarde.

Resultaten Er kan geconcludeerd worden dat stikstofdepositie door de tijdelijke werkzaamheden geen belemmering vormt voor de voortgang van de bestemmingsplanprocedure, en dat er op basis van de Spoedwet aanpak stikstof geen beperkingen gelden vanwege het ontbreken van nadelige effecten op de instandhouding van de Natura 2000-gebieden. Er kan geconcludeerd worden er geen significante negatieve effecten optreden door de tijdelijke stikstofdepositie van dit project. Conclusie gebiedsbescherming Significant negatieve effecten op beschermde gebieden zijn op voorhand uitgesloten. Een Wnb-vergunning in het kader van gebiedsbescherming is daarom niet nodig. In het kader van gebiedsbescherming is het voorliggend plan daarom uitvoerbaar.

5.9

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader Erfgoedwet De Erfgoedwet vormt het wettelijk kader voor de vervulling van de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. De Erfgoedwet vereist dat bij ruimtelijke besluitvorming rekening wordt gehouden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De juridische bescherming daarvan wordt gewaarborgd in bestemmingsplannen. Daarin is een vergunningplicht opgenomen voor bepaalde bodemverstorende activiteiten in gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Meestal moet een aanvrager van een vergunning eerst een archeologisch onderzoek laten uitvoeren. Beschouwing Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Holland. Deze kaart geeft inzicht in de archeologische-, historisch-, stedenbouwkundige- en de historisch-geografische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn van belang voor de identiteit, de herkenbaarheid en het karakter van een gebied of een dorp. De Cultuurhistorische waarden moeten in een vroeg stadium van planontwikkeling worden geïnventariseerd bij het ontwerp worden gebruikt en bij de vaststelling worden meegewogen. Er moet onderbouwd worden aangegeven op welke wijze het culturele erfgoed zoveel mogelijk behouden blijft, wordt hersteld of als inspiratiebron gebruikt wordt voor nieuwe ontwikkelingen.

Een uitsnede van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Holland rondom het plangebied is in figuur 5-16 te zien. Conform de Cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Noord-Holland ligt het plangebied in het 'ensemblegebied- Noord Kennemerland' en is ook te zien dat de Vennewatersweg onderdeel uitmaakt van het 'Strandwallen- en vlaktenlandschap'. Deze cultuurhistorische waarden worden hieronder nader beschreven.

Reconstructie Vennewatersweg

61

Figuur 5-16: Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Holland. Plangebied is bij benadering paars weergegeven. Ensemblegebied Noord-Kennemerland Het ensemble Noord-Kennemerland ligt aan de Noordzeekust tussen de Hondsbossche Zeewering en het Noordzeekanaal. De landschappelijke opbouw is vergelijkbaar met het ensemble Zuid-Kennemerland. Het ensemble bestaat uit een brede zone van jong duinlandschap, met daarachter een brede zone van strandwallen en –vlaktenlandschap en een klein deel droogmakerijenlandschap. De noord-zuid gerichte lineaire opbouw van het landschap, met hoger gelegen, zandige strandwallen, afgewisseld door lage, natte venige strandvlakten is nog in het landschap herkenbaar. Veel vaarten en wegen liggen hier dwars op, in oostwest richting. De Vennewatersweg is hier een goed voorbeeld van. De Provincie heeft de ambities om ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; 2. Bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en 3. Helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De Vennewatersweg ligt binnen het ensemblegebied in het 'Strandwallen en-Vlaktenlandschap'. Daar wordt hieronder verder op ingegaan.

Strandwallen- en vlaktenlandschap De Provincie NoordHolland streeft naar het behouden en versterken van de specifieke ruimtelijke karakteristieken en de karakteristieke elementen van de Middenwal met daarop Limmen – Heiloo – Alkmaar. De Middenwal is een strandwal met een reeks grote kernen. Aan weerszijden ligt het open landschap van de strandvlakte. Er is een parallelle noord-zuid gerichte wegenstructuur. Hierbij horen de volgende beleidsdoelen: Het contrast behouden tussen de open strandvlakten en het meer besloten karakter van de strandwal Het verloop behouden van het bosrijke/lommerrijke karakter van de ruimten tussen de kernen

Reconstructie Vennewatersweg

62

Alkmaar en Heiloo naar een meer open karakter aan de zuidzijde van de Strandwal (Limmen) Bij de reconstructie van de Vennewatersweg wordt er aangeraden om rekening te houden met de cultuurhistorische ambities van de Provincie Noord-Holland. Archeologie In het vigerende bestemmingsplan Zuiderloo heeft het gehele plangebied de dubbelbestemming Archeologie vanwege de ligging in het Strandwallen- en vlaktenlandschap. Zie tevens paragraaf 1.3. Deze dubbelbestemming is in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Dit houdt in dat voor bouwwerken en werkzaamheden met een oppervlak van meer dan 50 m² en dieper dan 50 cm een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. In het kader van de reconstructie van de Vennewatersweg is een verkennend booronderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 16. In het plangebied is een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van intacte archeologische resten dan wel sporen bevestigd voor Oud Duin en stuifzand afzettingen onder de aanwezig verstoringen tot circa 50 - 70 cm -Mv. Tijdens de reconstructie van de Vennewatersweg zullen bij meerdere bouwwerkzaamheden deze afzettingen afgegraven worden. Bij het verwijderen en aanleggen van kabels en leidingen, duikers, en rioolbuizen zullen bodemverstoringen tot maximaal 4,0 m - Mv plaatsvinden, waardoor de intacte bodem onder de al aanwezige verstoringen aangetast wordt.

Geadviseerd wordt om een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een Archeologische Begeleiding voor deze graafwerkzaamheden. Deze kan ten tijden van het uitvoeren van de graafwerkzaamheden uitgevoerd worden. Voor het gravend onderzoek is een Programma van Eisen opgesteld, zie Bijlage 17. Het vervolgonderzoek is nog niet gedaan in het kader van voorliggend bestemmingsplan vanwege de aanwezigheid van asfalt binnen de planlocatie. Het archeologisch onderzoek zal uitgevoerd worden zodra het oude asfalt is verwijderd. Conclusie Met betrekking tot cultuurhistorie wordt er aangeraden om rekening te houden met de cultuurhistorische ambities van de Provincie Noord-Holland. Met de reconstructie van de Vennewatersweg wordt de strandwallen structuur van het gebied behouden. Er wijzigt in die zin eigenlijk niets. Voor wat betreft archeologie wordt de bestaande dubbelbestemming met een archeologisch beschermingsregime voor het uitvoeren van werkzaamheden overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Het archeologisch onderzoek dat nodig is om de werkzaamheden te mogen uitvoeren wordt na het verwijderen van het oude asfalt uitgevoerd. Met deze twee conclusies is het plan daarom in het kader van archeologie en cultuurhistorie uitvoerbaar.

Reconstructie Vennewatersweg

63

Reconstructie Vennewatersweg

64

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische planopzet

Algemeen

Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit, waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies zijn toegestaan en hoe deze gronden mogen worden bebouwd. Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: Een digitale en analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten ; De juridisch bindende regels van het bestemmingsplan ; Een bijbehorende toelichting. Het bestemmingsplan kan worden geraadpleegd door middel van computersoftware; in ieder geval via de internetpagina Omgevingsloket. Met de software kunnen verschillende kaarten van het bestemmingsplan opgeroepen worden door het aan- of uitvinken van planobjecten. Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen. Om de vergelijkbaarheid te bevorderen bestaat er een landelijke standaard voor de verbeelding van bestemmingsplannen (SVBP2012).

De toepassing van de SVBP2012 is verplicht. Hiermee wordt geborgd dat alle bestemmingsplannen overeenkomen voor wat betreft kleurgebruik, naamgeving, gebruik van arceringen en dergelijke. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de koppeling tussen de regels en de verbeelding. In de volgende paragraaf staat uitgelegd welke systematiek voor dit bestemmingsplan gehanteerd is en hoe de eigenschappen van het plangebied zich hebben vertaald in de toegekende bestemmingen. De paragraaf daarna geeft een korte toelichting per artikel van de planregels.

6.2

Toelichting op de regels

Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken. Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Artikel 3 Verkeer Het grootste deel van het plangebied heeft de bestemming Verkeer gekregen. Hierin zijn de wegen, fiets- en fietspaden, bermen, water en sloten, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming verkeer is een functieaanduiding: tunnel opgenomen. Daarin is het toegestaan om tunnels voor ondertunneling ten behoeve van verkeer te realiseren en te houden. Tevens is binnen

Reconstructie Vennewatersweg

65

deze bestemming de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer-geluidsarm asfalt' opgenomen. Voor het aanleggen van nieuwe wegen in deze bestemming is ter plaatse van deze functieaanduiding de voorwaardelijke verplichting van het toepassen van stil asfalt opgenomen. Artikel 4 Verkeer - Railverkeer Ter hoogte van het spoor zijn de gronden bestemd voor Verkeer - Railverkeer. Hier is met de functieaanduiding: tunnel ook een ondertunneling ten behoeve van verkeer toegestaan. Artikel 5 Water Op verzoek van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is er een enkelbestemming voor water opgenomen. Op de voor water bestemde locaties zijn water, bermen en bermstroken, dammen, duikers, bruggen en overige waterstaatkundige werken toegestaan. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd en de maximum bouwhoogte voor bruggen is 2 meter. Artikel 7 Waarde - Archeologie Het gehele plangebied is bestemd met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie ten behoeve van het behoud van archeologische waarden in of op de grond. De dubbelbestemming houdt in dat bij werkzaamheden groter van 50 m² en dieper dan 0,5 meter er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Artikel 8 Anti - dubbeltelregel Opname van deze regel volgt uit artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels opgenomen waarin staat omschreven welke type gebruiksvormen van gronden of gebouwen in strijd zijn met het bestemmingsplan. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Met het oog op verdere flexibiliteit kan het bevoegd gezag op een aantal punten van de bouwregels afwijken, wanneer technische, juridische of stedenbouwkundige redenen hiertoe aanleiding geven Artikel 12 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden uit de bestemmingen en het artikel ‘Algemene afwijkingsregels’, een aantal wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft de oprichting van wat grotere nutsvoorzieningen, een enigszins andere situering en/of begrenzing van in het plan opgenomen grenzen en de mogelijkheid voor het (gedeeltelijk) laten vervallen van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk ‘Overgangs- en slotregels’ is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de in dit bestemmingsplan opgenomen planregels. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotbepaling is de officiële naam van de planregels bepaald. Onder deze naam kunnen de planregels van het bestemmingsplan aangehaald worden.

Reconstructie Vennewatersweg

66

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De uitvoering van de werkzaamheden van zowel de reconstructie van de Vennewatersweg en het opstellen en begeleiden van voorliggend bestemmingsplan worden gedragen door de gemeente Heiloo. Daarmee wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. Ook een exploitatieplan is niet nodig.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en maatschappelijk overleg Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaan een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Omwonenden zijn reeds actief benaderd en geïnformeerd door de gemeente en zijn in de gelegenheid gesteld om input te leveren op het ontwerp van de reconstructie van de Vennewatersweg. Zij zijn ook in het kader van het bestemmingsplan nader geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan. Overleg met andere overheden Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft het plan goedgekeurd en heeft een watervergunning afgegeven met kenmerk HHNK/20231109.

Provincie Noord-Holland (17 juli 2024), Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (10 juli 2024), ProRail (14 juni 2024) zijn geïnformeerd over het bestemmingsplan en hebben op aangegeven data een advies over het plan afgegeven. Ook zij hebben ingestemd met het voorliggende bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg. De OD NHN heeft een positief advies afgegeven (Bijlage 19) ten aanzien van het uitgevoerde stikstofdepositie onderzoek (Bijlage 12) en de ecologische beoordeling van stikstofdepositie (Bijlage 13). Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg heeft vanaf 23 november 2023 gedurende 6 weken voor eenieder terinzage gelegen voor zienswijzen. Tijdens deze periode zijn er 5 zienswijzen ingediend bij de gemeenteraad. Deze zienswijzen zijn samengevat en van een antwoord voorzien. Dit is vastgelegd in een Nota beantwoording zienswijzen (Bijlage 18). Het ontwerpbestemmingsplan is op een aantal punten gewijzigd: Het plan ziet uitsluitend op de reconstructie van de Vennewatersweg met het oog op verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid. Paragraaf 3.1.3 Strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (SPV 2030) is toegevoegd Paragraaf 3.3.1 Contouren uitvoeringsprogramma SPV 2030 regio Alkmaar is toegevoegd Bij paragraaf 5.3 Geluid en in Bijlage 6 is het geluidsonderzoek geactualiseerd.

De conclusie is nu dat er voor de woningen aan de Hoogeweg 40 en 40a hogere waarden moeten worden vastgesteld. Voor andere woningen in de omgeving van het plangebied worden de grenswaarden niet overschreden. Het akoestisch onderzoek van M+P (2023) dat als bijlage 7 bij het ontwerp bestemmingsplan ter inzage was gelegd, was gebaseerd op een geluidsonderzoek van Royal HaskoningDHV van 3 april 2020. Omdat de brongegevens verouderd bleken is dit onderzoek inmiddels achterhaald en wordt

Reconstructie Vennewatersweg

67

het niet meer als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Aan Bijlage 5, Actualisatie Bodemonderzoek (2023), is een memo toegevoegd waarin de aanwezige en te verwachten bodemkwaliteit zijn beschouwd tot en met 2025. De uitkomsten zijn niet gewijzigd. Bij paragraaf 5.8.1 Soortenbescherming is de tekst geactualiseerd in het kader van de verleende Wnb-ontheffing. Ook is de Wnb-ontheffing toegevoegd in Bijlage 15. Bij paragraaf 5.8.2 Gebiedsbescherming is het stikstofdepositie onderzoek (inclusief AERIUS-berekeningen) en de ecologische beoordeling van stikstofdepositie verwerkt. Beide rapporten zijn geactualiseerd, en zijn te vinden in Bijlage 12 en Bijlage 13. Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uitgesloten. In Bijlage 19 is het advies van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord op de ecologische beoordeling (voortoets) toegevoegd. In het kader van archeologie (paragraaf 5.9 Archeologie en cultuurhistorie) is een archeologisch verkennend onderzoek uitgevoerd en een archeologisch programma van eisen opgesteld. Deze rapporten zijn te vinden in respectievelijk Bijlage 16 en Bijlage 17. Deze wijzigingen zijn niet zondermeer voortgekomen uit zienswijzen maar uit vooroverlegreacties, amtshalve wijzigingen en benodigde actualisaties.

Reconstructie Vennewatersweg

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=21db9a6e-1c90-4eca-a3e2-a0d2c0770aa2