NL.IMRO.0399.BPTerCoulsterlaan1-0301_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 12 Aanvullend natuuron (1)
Tekst van het document
NATUURONDERZOEK TER COULSTERLAAN HEILOO Marterachtigen
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V Leimuiden, 23-11-2022
VERANTWOORDING
Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: E-mail:
Uitvoering: Adres:
Kennemer Wonen Dhr. J. Engels Schuine Hondsbosschelaan 45 1851NH Heiloo jengels@kennemerwonen.nl
Tel: E-mail:
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com
Projectleider:
J.I. Andringa MSc.
Auteur: Kwaliteitscontrole:
D.Y. Sallé MSc. ing. S. van Lieshout
Projectcode: Status: Datum:
KWMA2302 Concept 23-11-2022
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is aangesloten bij brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.
2
INHOUDSOPGAVE
1 1.1 1.2
Inleiding ...................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel.................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ......................................................................................................................... 4
2 2.1 2.2
Onderzoeksmethodiek................................................................................................................ 5 Marterachtigen ......................................................................................................................... 5 Overzicht inventarisaties........................................................................................................... 5
3 3.1 3.2
Resultaten................................................................................................................................... 6 Marterachtigen ......................................................................................................................... 6 Beschermde functies projectgebied .......................................................................................... 6
4 4.1 4.2
Conclusie en aanbevelingen ...................................................................................................... 7 Conclusie ................................................................................................................................. 7 Aanbevelingen t.a.v. de Wet natuurbescherming ....................................................................... 7
Bijlage 1: Kaart locatie wezelcamera’s .................................................................................................. 8 Bijlage 2: Camerabeelden onderzoek ................................................................................................... 9
3
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing in het projectgebied te amoveren en nieuwbouw op de locatie te realiseren. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. In 2020 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan Wet natuurbescherming 1. Uit deze quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk beschermde functies voor de bruine eikenpage, vogels, marterachtigen en vleermuizen bevat. In 2021 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. onderzoek gedaan naar beschermde functies voor vogels en vleermuizen. Hierbij is een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis aangetroffen. Voor het verstoren van exemplaren van de ruige dwergvleermuis en het vernielen van de verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis is op 16 mei 2022 een ontheffing verkregen met kenmerk OD.363283. Na verdere uitwerking van de plannen is gebleken dat er meer groenstructuren moeten worden verwijderd dan verwacht. Hierdoor is het noodzakelijk gebleken om eveneens onderzoek te doen naar verblijfplaatsen van marterachtigen. In opdracht van Kennemer Wonen is derhalve een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel.
Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek en aanbevelingen ten opzichte van de Wet natuurbescherming.
1.2
WETTELIJK KADER Wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Er wordt onderscheid gemaakt in soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Er kan mogelijk zonder een ontheffing middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt.
Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten en aan de voorwaarden in de gedragscode wordt voldaan. De boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel zijn op nationaal niveau beschermd. De verbodsbepalingen voor nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Nationaal beschermde soorten (Artikel 3.10 Wet natuurbescherming) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
1 Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2021). Quickscan Wet natuurbescherming Ter Coulsterlaan te Heiloo (Projectcode: KWNA2001). 16 december 2020.
4
2
ONDERZOEKSMETHODIEK
2.1
MARTERACHTIGEN Binnen het projectgebied is er onderzoek gedaan naar de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel. Het onderzoek naar de hermelijn en de wezel heeft primair plaatsgevonden met behulp van zogenaamde wezelcamera’s. Dit zijn standaard cameravallen welke in een behuizing worden geplaatst met twee openingen geschikt voor marterachtigen. In de behuizing wordt vervolgens geurstof en lokvoer aangebracht. Deze cameravallen zijn minstens acht weken actief geweest, waarbij ze periodiek worden uitgelezen en de batterijen ververst worden. De wezelcamera’s zijn geschikt voor het in beeld brengen van de hermelijn en de wezel en in mindere mate ook de bunzing. Voor het in beeld brengen van de lokale verspreiding van de boommarter, bunzing en de steenmarter zijn daarom aanvullend op strategische plaatsen cameravallen in het veld geplaatst. Voor de camera is een geurstof aangebracht worden om de trefkans op individuen van de bunzing te vergroten. De cameraval locaties zijn ter plaatse in het veld bepaald aan de hand van het voorkomen van geschikt habitat. De verschillende inventarisatiemethoden vullen elkaar aan om een nauwkeurig beeld van de verspreiding weer te geven. De locaties van de cameravallen zijn weergegeven in bijlage 1.
Het voorkomen van marterachtigen is naast de aanwezigheid van voldoende dekking ook afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende prooidieren. Om die reden is bij de plaatsing en bij de controles ook specifiek gelet op sporen, prooiresten en individuen van prooidiersoorten voor de marterachtigen. Het onderzoek naar marterachtigen wordt uitgevoerd conform de "Handreiking Wezel, hermelijn en bunzing" van de Provincie Noord Holland 2. In paragraaf 2.2 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden.
2.2
OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. S.T.J. Kuip. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Hoofdgroep Activiteit
Weersomstandigheden
24-08-2022
Marterachtigen
Camera’s plaatsen en sporenonderzoek
Half bewolkt, 2 Bft, 24 °C
22-09-2022
Marterachtigen
Controle camera’s en sporenonderzoek
Half bewolkt, 2 Bft, 16 °C
23-09-2022
Marterachtigen
Controle camera’s en sporenonderzoek
Zwaar bewolkt, 2 Bft, 15 °C
20-10-2022
Marterachtigen
Ophalen camera’s
Zwaar bewolkt, 3 Bft, 14 °C
2
Jonker (2016) Wezel, hermelijn en bunzing beschermd in Noord Holland. Provincie Noord-Holland. 5
3
RESULTATEN
3.1
MARTERACHTIGEN In het projectgebied zijn geen individuen van de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel op camerabeelden waargenomen. Daarbij zijn er bij het plaatsen, controleren en ophalen van de camera’s geen sporen of prooiresten van marterachtigen waargenomen. Op de camerabeelden zijn individuen van de gewone bosmuis, egel, huisspitsmuis en de huiskat waargenomen. In bijlage 2 zijn enkele camerabeelden van het onderzoek weergegeven. Op basis van de beelden kan worden geconcludeerd dat het projectgebied geen onderdeel uitmaakt van het functioneel leefgebied van de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel. Derhalve kunnen verblijfplaatsen van marterachtigen in het projectgebied uitgesloten worden.
3.2
BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Binnen het projectgebied zijn geen beschermde functies voor marterachtigen aanwezig.
6
4
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
4.1
CONCLUSIE Binnen het projectgebied zijn tijdens het onderzoek de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel niet vastgesteld. Op basis van het onderzoek kunnen worden vastgesteld dat er geen verblijfplaatsen van marterachtigen in het projectgebied aanwezig zijn. 4.2
AANBEVELINGEN T.A.V. DE WET NATUURBESCHERMING In het kader van de planning van het project is in overleg met de opdrachtgever en omgevingsdienst besloten een worst case scenario ontheffing aan te vragen voor het vernielen van verblijfplaatsen van marterachtigen. Deze ontheffing is op 13 oktober verkregen met kenmerk OD.382995. De werkzaamheden dienen conform de maatregelen uit de ontheffingen verkregen voor de ruige dwergvleermuis en marterachtigen worden uitgevoerd. Hiervoor wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld.
7
Bijlage 1:
Kaart locatie wezelcamera’s
8
Bijlage 2:
Camerabeelden onderzoek
Afbeelding 1: Gewone bosmuis
Afbeelding 2: Egel
Afbeelding 3: Huisspitsmuis
Afbeelding 4: Huiskat
9