CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0399.BPTerCoulsterlaan1-0301_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 8 Aanvullend natuurond (1)

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Ter Coulsterlaan2.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUURONDERZOEK TER COULSTERLAAN TE HEILOO Gierzwaluw, huismus en vleermuizen Definitief rapport

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 14-1-2022

VERANTWOORDING

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: E-mail:

Uitvoering: Adres:

Kennemer Wonen Dhr. J. Engels Postbus 5010 1802 TA Alkmaar jengels@kennemerwonen.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Projectleider:

ing. S. van Lieshout

Auteur: Kwaliteitscontrole:

ing. S.T.J. Kuip ing. S. van Lieshout

Projectcode: Status: Datum:

KWVW2101 Definitief 14-1-2022

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland. 2

INHOUDSOPGAVE

1 1.1 1.2

Inleiding .................................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ................................................................................................................................ 4 Wettelijk kader ...................................................................................................................................... 4

2 Onderzoeksmethodiek ........................................................................................................................... 6 2.1 Gierzwaluw............................................................................................................................................ 6 2.2 Huismus ................................................................................................................................................ 6 2.3 Vleermuizen .......................................................................................................................................... 6 2.3.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ..................................................................................................... 6 2.3.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen........................................................................................... 6 2.3.3 Winterverblijfplaatsen ....................................................................................................................... 6 2.3.4 Vliegroutes en foerageergebieden................................................................................................... 7 2.4 Overzicht inventarisaties ......................................................................................................................

7 3 Resultaten ................................................................................................................................................ 8 3.1 Gierzwaluw............................................................................................................................................ 8 3.2 Huismus ................................................................................................................................................ 8 3.3 Vleermuizen .......................................................................................................................................... 8 3.3.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ..................................................................................................... 8 3.3.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen........................................................................................... 8 3.3.3 Winterverblijfplaatsen ....................................................................................................................... 8 3.3.4 Vliegroutes en foerageergebieden................................................................................................... 8 3.4 Overige soorten ....................................................................................................................................

9 3.5 Beschermde functies projectgebied .................................................................................................... 9 4 Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................... 10 4.1 Conclusie ............................................................................................................................................ 10 4.2 Aanbevelingen t.o.v. de Wet Natuurbescherming ............................................................................ 10 Bijlage 1: Kaart resultaten vleermuizen ......................................................................................................... 11 Bijlage 2: Foto verblijfplaats............................................................................................................................ 12

3

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing in het projectgebied aan de Ter Coulsterlaan te Heiloo te slopen. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. In 2020 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan ecologie. Uit de quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor de gierzwaluw, huismus en vleermuizen. In opdracht van Kennemer Wonen is derhalve een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door de gierzwaluw, huismus en vleermuizen. Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek.

1.2

WETTELIJK KADER Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Ook kan er mogelijk middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten.

Nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus zijn jaarrond beschermd. Alle vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd. De verbodsbepalingen voor Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.1 (vogels) en 3.5 (overige soortgroepen) van de Wet natuurbescherming.

4

Europees beschermde soorten – Vogels (Artikel 3.1 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen (Artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

5

2

ONDERZOEKSMETHODIEK

2.1

GIERZWALUW Het onderzoek naar de gierzwaluw is uitgevoerd conform het Kennisdocument Gierzwaluw 1. Er zijn drie rondes in de periode 1 juni tot en met 15 juli 2021 uitgevoerd, waarvan één tussen 20 juni en 7 juli 2021 in verband met de aanwezigheid van jongen. Hierbij is het projectgebied doorkruist en zijn waarnemingen op kaart ingetekend. Tijdens de overige inventarisaties is tevens aandacht aan de gierzwaluw besteed. In paragraaf 2.4 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.2

HUISMUS De aanwezigheid van broedlocaties van de huismus is onderzocht middels een inventarisatie die is gebaseerd op het Kennisdocument Huismus 2. In de periode 1 april tot en met 15 mei 2021 zijn twee bezoeken aan de onderzoekslocatie gebracht om broedlocaties van de huismus in het projectgebied vast te stellen dan wel uit te sluiten. De bezoeken zijn vanaf minimaal één uur na zonsopkomst en één uur voor zonsondergang uitgevoerd met een minimale periode van 10 dagen tussen de bezoeken. Tijdens de overige inventarisaties is tevens aandacht aan de huismus besteed. In paragraaf 2.4 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.3

VLEERMUIZEN Onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Per mogelijke functie is er onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 2021 3. In verband met de omvang en het overzicht in het projectgebied worden de inventarisaties uitgevoerd in een team van twee onderzoekers. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt uitsluitend met de Pettersson D240X. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software. In paragraaf 2.4 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.

2.3.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 15 mei - 15 juli 2021 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit drie rondes, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa twee uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. De overige twee rondes hebben 's avonds plaatsgevonden vanaf zonsondergang. Tussen de inventarisatierondes is een tussenperiode van minimaal 20 dagen gehanteerd.

2.3.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In de periode 15 augustus – 1 oktober 2021 zijn twee inventarisaties van twee uur uitgevoerd, teneinde paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Hiervan is één ronde gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar de aanwezigheid van zwermende dieren in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen.

2.3.3

WINTERVERBLIJFPLAATSE N

In de periode 1 augustus – 10 september 2021 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zwermende dieren in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee ronden van twee uur vanaf middernacht. Hiervan is één ronde gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar 1

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0. BIJ12 juli 2017 BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017 3 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020). Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020. 2

6

paarverblijven van vleermuizen. Tussen de twee inventarisaties is een minimum tussenperiode van tien dagen gehanteerd.

2.3.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

De inventarisaties naar vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd. Hierbij zijn de aanwezige vliegroutes en/of foerageergebieden op kaart ingetekend.

2.4

OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. B. Albers, A.J. Bik MSc., ing. F.M. Emmen en ing. S.T.J. Kuip. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Tijd Hoofdgroep Activiteit

Weersomstandigheden

14-04-2021

N.V.T.

Vogels

Huismus

Zwaar bewolkt, windkracht 2, 7 °C

06-05-2021

N.V.T.

Vogels

Huismus

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 3, 10 °C

01-06-2021

19:52 – 22:22 Vogels

Gierzwaluw

Onbewolkt, windkracht 3, 19 °C

01-06-2021

21:52 – 23:52 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijven

Onbewolkt, windkracht 3, 14 °C

02-06-2021

03:23 – 05:23 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijven

Licht bewolkt, windkracht 3, 11 °C

24-06-2021

20:07 – 22:37 Vogels

Gierzwaluw

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 2, 18 °C

09-07-2021

20:01 – 22:31 Vogels

Gierzwaluw

Half bewolkt, windkracht 2, 17 °C

09-07-2021

22:01 – 00:01 Vleermuizen Zomer- en kraamverblijven

Half bewolkt, windkracht 2, 14 °C

09-08-2021

00:00 – 02:00 Vleermuizen Winterverblijven (zwermgedrag)

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 4, 14 °C

20-08-2021

00:00 – 02:00 Vleermuizen Paarverblijven en zwermplaatsen

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 3, 15 °C

10-09-2021

05:07 – 07:07 Vleermuizen Paarverblijven en zwermplaatsen

Geheel bewolkt, windkracht 3, 19 °C

7

3

RESULTATEN

3.1

GIERZWALUW In de bebouwing in het projectgebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw aangetroffen. Enkele individuen van de gierzwaluw zijn passerend waargenomen over de bebouwing in het projectgebied. Bij de bebouwing in de directe omgeving aan de Holleweg en de Bergeonstraat zijn meerdere gierende en foeragerende individuen van de gierzwaluw waargenomen. 3.2

HUISMUS

In de bebouwing in het projectgebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van de huismus aangetroffen. De nestkasten aan de zuidzijde van de bebouwing worden eveneens niet door de huismus gebruikt als nestlocatie. Eén van de nestkasten is gebruikt door een pimpelmees. De huismus is niet waargenomen in de directe omgeving van het projectgebied.

3.3

VLEERMUIZEN Binnen het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis waargenomen. In de directe omgeving van het projectgebied is de rosse vleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 1 zijn de resultaten van het onderzoek op kaart weergegeven. 3.3.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

In het projectgebied zijn er geen zomer- en kraamverblijfplaatsen aangetroffen. Het projectgebied wordt vrij intensief gebruikt door de gewone dwergvleermuis als foerageergebied. Aan de westzijde van het projectgebied zijn er maximaal zes foeragerende gewone dwergvleermuizen gelijktijdig waargenomen. Aan de zuidzijde zijn er tot vier foeragerende gewone dwergvleermuizen gelijktijdig waargenomen. Eén individu van de laatvlieger is tijdens deze onderzoeksperiode foeragerend waargenomen binnen het projectgebied.

3.3.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In het projectgebied is een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. De paarverblijfplaats bevindt zich aan de zuidzijde van het gebouw in het projectgebied onder het boeiboord boven het kozijn, tussen de huisnummers 1 en 2. In de ter Coulsterkerk, ten zuiden van het projectgebied, is tevens een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Deze bevindt zich aan de noordzijde van de kerk in één van de open stootvoegen onder de metalen dakrand. Ten noordoosten buiten het projectgebied, is een baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Gedurende een lange periode is dit individu baltsend waargenomen in de omgeving van het projectgebied. Tijdens twee andere inventarisaties is dit individu ook baltsend waargenomen. Het individu vertoonde geen duidelijke binding met de bebouwing in het projectgebied en is ook baltsend waargenomen in de omgeving van de ter Coulsterkerk ten zuiden van het projectgebied en de woonwijk ten noordoosten van het projectgebied. Het projectgebied is gedurende deze periode gebruikt door meerdere individuen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger als foerageergebied. De rosse vleermuis is eenmaal foeragerend waargenomen ten zuiden van het projectgebied.

3.3.3

WINTERVERBLIJFPLAATSE N

Bij de bebouwing in het projectgebied is geen zwermgedrag waargenomen dat kan duiden op de aanwezigheid van een (massa)winterverblijfplaats.

3.3.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

In het projectgebied is geen vaste vliegroute van vleermuizen vastgesteld. Het projectgebied en de directe omgeving worden gebruikt door de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger als foerageergebied. Tijdens één inventarisatie zijn er tot tien individuen van de gewone dwergvleermuis gelijktijdig foeragerend waargenomen. Wegens voldoende alternatief foerageergebied in de directe omgeving, is er in het projectgebied geen sprake van essentieel foerageergebied van vleermuizen. Er is eenmalig een foeragerend individu van de rosse vleermuis waargenomen boven de groenstructuren ten zuiden van het projectgebied. 8

3.4

OVERIGE SOORTEN Buiten het projectgebied, aan de noordzijde, is een nestlocatie van de zwarte kraai waargenomen. 3.5

BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat elementen welke worden benut door beschermde soorten. In tabel 2 is weergegeven welke beschermde functies zijn aangetroffen in het projectgebied. Tabel 2: Beschermde functies Wet natuurbescherming

Nederlandse naam

Artikel 3,5, HR IV Artikel 3,5, HR IV Artikel 3.5, HR IV

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis

Wetenschappelijke naam Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Pipistrellus nathusii

Functie Foerageergebied (niet essentieel) Foerageergebied (niet essentieel) Paarverblijf plaats

9

4

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

4.1

CONCLUSIE

Binnen het projectgebied zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus aangetroffen. Er is een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld binnen het projectgebied. Binnen het projectgebied zijn geen essentiële vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen aangetroffen. De groenstructuren blijven grotendeels behouden.

4.2

AANBEVELINGEN T .O.V. DE WET NATUURBESCHERMING Er bevindt zich een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis in het projectgebied. Tijdens het amoveren van de bebouwing in het projectgebied gaat deze paarverblijfplaats verloren. Hiermee worden de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden. Het is noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen om overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 te voorkomen. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden verbonden zijn, zoals het treffen van mitigerende maatregelen. Het is in het algemeen wenselijk om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren (globaal maart - augustus), om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Deze periode is niet leidend, ook buiten deze periode zijn broedgevallen beschermd. Indien broedgevallen ten tijde van de werkzaamheden aanwezig zijn in de groenstructuren in het projectgebied mogen deze niet worden verstoord of vernietigd. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats zullen vinden, dient er door een ter zake kundig ecoloog een broedvogelcheck te worden uitgevoerd om de werkzaamheden passend te begeleiden.

10

Bijlage 1:

Kaart resultaten vleermuizen

11

Bijlage 2:

Foto verblijfplaats

Paarverblijfplaats ruige dwergvleermuis onder boeiboord.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=47ba3f58-8ee5-408c-9ecb-41e194d9deac