Nieuw - Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg Toelichting Status: definitief Datum: 31-10-2025 Projectnaam: Reparatieplan Vennewatersweg Projectnummer: BI7407 Opdrachtgever: Gemeente Heiloo Referentie: Auteur(s): Haskoning Collegiale toets: Haskoning Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Haskoning Datum/paraaf vrijgave:
Reconstructie Vennewatersweg
Reconstructie Vennewatersweg
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 7 8
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
9
2.1 2.2
9 10
Beschrijving plangebied Historie
Hoofdstuk 3 Beleidskader
13
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3
13 13 14 14 15 15 16 17 17 18 18 18 21
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie (Novi) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (SPV 2030) Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Omgevingsverordening NH2022 Regionaal beleid Contouren uitvoeringsprogramma SPV 2030 regio Alkmaar Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Heiloo 2030 Structuurvisie Heiloo 2030 Verkeersbeleid Heiloo 2018-2030
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving
25
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten
27
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9
27 30 34 41 43 44 45 50 50 57 61
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Soortenbescherming Gebiedsbescherming Archeologie en cultuurhistorie
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet
65
6.1 6.2
65 65
Algemeen Toelichting op de regels
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
67
7.1 7.2
67 67
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen
Reconstructie Vennewatersweg
2
Bijlage 1
Definitief Ontwerp Vennewaterseweg
Bijlage 2
Verkeersparagraaf Goudappel
Bijlage 3
Raadsbesluit afronding verkeersbeleid
Bijlage 4
Bodemonderzoek
Bijlage 5
Actualisatie Bodemonderzoek
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek Vennewatersweg
Bijlage 7
Ecologische Quickscan 2019
Bijlage 8
Nader ecologisch onderzoek RHDHV
Bijlage 9
Nader ecologisch onderzoek W+B
Bijlage 10
Quickscan schuur Hoogeweg 40a
Bijlage 11
Aanvullend natuuronderzoek schuur Hoogeweg 40a
Bijlage 12
Stikstofdepositie onderzoek
Bijlage 13
Ecologische beoordeling stikstofdepositie
Bijlage 14
Ecologisch Activiteitenplan
Bijlage 15
Wnb ontheffing
Bijlage 16
Archeologisch verkennend booronderzoek
Bijlage 17
Archeologisch programma van eisen
Bijlage 18
Nota beantwoording zienswijzen
Reconstructie Vennewatersweg
3
Reconstructie Vennewatersweg
4
Toelichting
Reconstructie Vennewatersweg
5
Reconstructie Vennewatersweg
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De Vennewatersweg voldoet momenteel niet aan de richtlijnen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) voor veilig wegontwerp. Daarom is met oog op verkeersveiligheid de gemeente Heiloo van plan om de Vennewatersweg te reconstrueren. Autoverkeer kan na de reconstructie voorsorteren. Langzaam verkeer kan straks gefaseerd oversteken. De doorstroming en verkeersveiligheid verbeteren hierdoor enorm. Deze reconstructie past niet geheel in de vigerende bestemmingsplannen. In het ontwerp van de reconstructie zijn enkele wegdelen buiten de bestemming Verkeer geprojecteerd, hetgeen op grond van de vigerende plannen niet is toegestaan. Om de reconstructie planologisch-juridisch mogelijk te maken is dit nieuwe bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
De Vennewatersweg is gelegen in het zuiden van Heiloo. Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het weggedeelte tussen de kruisingen met de Lijnbaan en de Kennemerstraatweg. In figuur 1-1 is dat gedeelte van de Vennewatersweg c.q. het plangebied weergegeven met een rode omlijning.
Figuur 1-1: Ligging Vennewatersweg.
1.3
Vigerende plannen
Het plangebied zoals deze bij benadering bij figuur 1-1 is weergegeven, maakt deel uit van het vigerende bestemmingsplan Zandzoom (vastgesteld 11 juli 2005) en het bestemmingsplan Zuiderloo (deels onherroepelijk in werking, vastgesteld 7 december 2015). De reconstructie van de Vennewatersweg wordt op grond van de vigerende bestemmingsplannen niet toegestaan omdat het voornemen niet geheel past binnen bepaalde delen van de geldende bestemming. In het vigerend planologisch kader heeft het plangebied de bestemming 'Verkeer', 'Wonen', en de dubbelbestemming: 'Waarde - Archeologie'.
Reconstructie Vennewatersweg
7
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie en gemeente Heiloo uiteen gezet. In hoofdstuk 4 wordt het plan nader beschreven. Hoofdstuk 5 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de plankaart en planregels worden besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan, inclusief de resultaten van de inspraak en overleg, en een overzicht van de doorgevoerde wijzigingen in voorliggend bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerpbesluit.
Reconstructie Vennewatersweg
8
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Beschrijving plangebied
De Vennewatersweg ligt in het zuiden van Heiloo. De weg vormt een verbinding tussen de Kennemerstraatweg (N203) en Het Malevoort in Heiloo west en loopt door tot Egmond-Binnen. De Vennewatersweg is een gebiedsontsluitingsweg (50 km/h) en biedt toegang tot verschillende erven. De Vennewatersweg kruist de volgende lokale erftoegangswegen (van west naar oost): Lijnbaan Westerweg Groeneweg Hoogeweg Kennemerstraatweg De kruispunten met de Vennewatersweg zijn voorzien van een voorrangsregeling. Het kruispunt met de Lijnbaan is een drietaks voorrangskruispunt, waarbij het verkeer vanaf de Lijnbaan moet stoppen en voorrang moet verlenen. Het kruispunt met de Westerweg is een viertaks voorrangskruispunt, waarbij voorrang moet worden verleend door verkeer afkomstig vanaf de Westerweg. Via een middensteunpunt kunnen fietsers in twee etappes oversteken. Het kruispunt met de Groeneweg is met de komst van de spoortunnel een ongelijkvloerse fietsoversteek geworden. Het kruispunt met de Hoogeweg is een viertaks voorrangskruispunt, waarbij het verkeer vanaf de Hoogeweg moet stoppen en voorrang moet verlenen. Via een middensteunpunt kunnen fietsers in twee etappes oversteken. De kruispunten Westerweg en Hoogeweg zijn omwille van de verkeersveiligheid, tijdelijk voorzien van 30 km/uur-drempels om de rijsnelheid van het gemotoriseerde verkeer te beperken.
Met zigzagstrepen op de Vennewatersweg wordt geattendeerd op het naderen van een gevaarlijk punt. De Veldbies is als tijdelijke bouwweg door middel van een inritconstructie met betonplaten op de Vennewatersweg aangesloten. Te zijner tijd wordt de bouwweg vervangen door de aansluiting van de Liguster. Voor het bouwverkeer van Zuiderloo is een tijdelijke bouwweg gerealiseerd in het verlengde van de Haagbeuk, waarvan de toegang vanaf de Vennewatersweg als uitrit met betonplaten is vormgegeven. Te zijner tijd wordt dit een volwaardige aansluiting van de Haagbeuk. Het kruispunt met de Kennemerstraatweg is een enkelstrooksrotonde met fietsoversteken op alle vier takken en een zebrapad op de tak Ypesteinerlaan. Op de tak Kennemerstraatweg-Noord is de fietsoversteek vormgegeven als tweerichtingen-oversteek. Binnen Heiloo is de Vennewatersweg één van de vijf mogelijkheden om het spoor te kruisen. Het gebruik varieert tussen de 3.900 en 7.200 motorvoertuigen per etmaal. De rotonde Kennemerstraatweg is in de zomer van 2024 vernieuwd na het verlenen en onherroepelijk worden van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning met zaaknummer Z23 156243 (datum besluit 25 april 2024, bekendgemaakt op 8 mei 2024). De Vennewatersweg is aan de noordzijde voorzien van een vrijliggend fietspad, waar fietsers in twee richtingen gebruik van kunnen maken.
De spoortunnel is voorzien van een fietspad en een trottoir. Voetgangers zijn voor en na de spoortunnel Vennewatersweg gedwongen gebruik te maken van het fietspad. Fietser kunnen op vijf locaties de Vennewatersweg oversteken, namelijk: Lijnbaan, voorrangskruispunt zonder middensteunpunt; Westerweg, voorrangskruispunt met middensteunpunt; Groeneweg, ongelijkvloerse kruising over de spoortunnel; Hogeweg, voorrangskruispunt met middensteunpunt; Kennemerstraatweg, enkelstrooksrotonde met fietsers in de voorrang. De middensteunpunten bieden fietsers en voetgangers de mogelijkheid om in twee fasen de Vennewatersweg over te steken. Bij de voorrangskruispunten zijn de middensteunpunten krap
Reconstructie Vennewatersweg
9
gedimensioneerd (2,0 meter terwijl 2,5 meter is voorgeschreven in de richtlijnen voor veilig wegontwerp van het CROW) en geven de middensteunpunten beperkte fysieke afscherming. De vormgeving van de middensteunpunten voldoet niet aan de richtlijnen (CROW) die vandaag de dag worden gesteld. Fietser kunnen via de fietsoversteek Groeneweg ongehinderd en veilig de Vennewatersweg passeren. De route via de Groeneweg is daarmee een goed alternatief geworden voor de route via de Hoogeweg. Bij de Lijnbaan en Westerweg zijn er geen veilige alternatieven die voldoen aan de richtlijnen van het CROW. In figuren 2-1 t/m 2-4 zijn impressiefoto's van de Vennewatersweg te zien.
Figuur 2-1: Kruising Vennewatersweg-Hoogeweg.
Figuur 2-2: Vennewatersweg vanaf kruising Hoogeweg naar het oosten.
Figuur 2-3: Vennewatersweg richting spoorwegovergang (momenteel gesloten wegens aanleg spoortunnel).
Figuur 2-4: Vennewatersweg vanaf de rotonde Kennemerstraatweg.
2.2
Historie
2.2 Historie Heiloo ligt op een langgerekte zandrug, die circa 2000 jaar voor het begin van de jaartelling parallel aan de kustlijn is gevormd. De zandrug werd opgeworpen door de zee, waardoor er ook wel wordt gesproken van een strandwal. Deze historische strandwal wordt in het westen begrensd door de Westerweg en in het oosten door de Oosterzijweg. Op het hoogste punt van deze strandwal ligt de Hoogeweg, welke dus ook de Vennewatersweg kruist. Deze wegstructuur wordt ook wel beschouwd als een van de cultuurhistorische linten van Heiloo. In figuur 2-5 is de oude wegenstructuur uit omstreeks 1850 te zien. De spoorlijn was nog niet aangelegd en de Vennewatersweg liep destijds nog tussen het centrum van Egmond-Binnen tot aan de huidige Westerweg in Heiloo.
Reconstructie Vennewatersweg
10
Figuur 2-5: Historische lintstructuur van Heiloo. De Vennewatersweg is bij benadering rood weergegeven. In de jaren '90 van de 20e eeuw is de Vennewatersweg over het spoor doorgetrokken naar de Kennemerstraatweg. De wegstructuur is sindsdien niet gewijzigd.
Reconstructie Vennewatersweg
11
Reconstructie Vennewatersweg
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (Novi)
De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de vaststelling van de NOVI is haar voorganger (de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil op nationale belangen sturing en richting geven. Dit komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en moet in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Om dit te bereiken moeten er maatregelen in de leefomgeving getroffen worden zoals het behouden en aanleggen van voldoende groen en wateropslag in de steden. Ook moet Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening hebben. Dit kan onder andere gerealiseerd worden door de aanleg van zonnepanelen en windmolens.
Windmolens op zee hebben de voorkeur, maar ook op het land zijn ze nodig. Door de windmolens waar mogelijk zo veel mogelijk te clusteren wordt versnippering over het landschap voorkomen en kan de ruimte zo efficiënt mogelijk worden benut. Participatie en invloed van bewoners is daarbij erg belangrijk. Zonnepanelen moeten eerst op daken en gevels worden geplaatst voordat er over wordt gegaan op het plaatsen van zonnepanelen in het landschap. Ook zet het Rijk zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Om deze positie te bereiken en te handhaven zijn goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken vereist. Ook zijn nauwe samenwerkingsverbanden met internationale partners belangrijk, ook op defensieterrein. Het Rijk zet in op het creëren van een innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Het uitgangspunt is wel dat de economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
Dit moet worden bereikt door duurzame energiebronnen te gebruiken en productieprocessen te veranderen zodat men niet langer afhankelijk is van fossiele bronnen. 3.Sterke en gezonde regio's In steden en stedelijke regio's zijn veel nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. De voorkeur is om deze locaties binnenstedelijk te realiseren, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk moet de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeterd worden. Dit houdt in: schone lucht, voldoende groen, water en publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen, ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. De leefomgevingskwaliteit- en veiligheid moet toenemen. Dit betekent dat voorafgaand aan nieuwe ontwikkelingen helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit- en veiligheid stelt en welke maatregelen er nodig zijn wanneer er voor nieuwe ontwikkelingslocaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid geborgen. Niet alleen groei heeft aandacht in de NOVI. Er wordt ook aandacht besteed
Reconstructie Vennewatersweg
13
aan het versterken van de vitaliteit en leefbaarheid in krimpregio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe deze aanpassingen zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. In alle gevallen wordt er ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
In de Structuurvisie Infrastructuur (SVIR) en Ruimte heeft de Rijksoverheid de nationale belangen omschreven waarvoor het Rijk zelf verantwoordelijkheid draagt. Een goede doorwerking van deze nationale belangen wordt juridisch geborgd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De nationale belangen betreffen onder meer onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). De Vennewatersweg is geen onderdeel van de hoofdinfrastructuur. Andere nationale belangen die in de Barro worden geborgd spelen niet in voorliggend bestemmingsplan.
3.1.3 Strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (SPV 2030) Het strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (SPV 2030) beschrijft de visie op verkeersveiligheid. Overheden en maatschappelijke partijen zetten gezamelijk in op een meer risicogestuurd veiligheidsbeleid: ongevallen voorkomen door de belangrijkste risico's in het verkeerssysteem proactief aan te pakken. Het SPV 2030 beschrijft negen beleidsthema’s met de belangrijkste risico’s voor verkeerveiligheid. Daarnaast wordt per thema een toekomstbeeld geschetst en ter inspiratie oplossingsrichtingen. Drie thema’s kijken naar risico’s vanuit het verkeerssysteem en het voertuig: 1. Veilige infrastructuur 2. Heterogeniteit in het verkeer 3. Technologische ontwikkelingen
Reconstructie Vennewatersweg
14
Twee thema’s betreffen specifieke risicogroepen (jongeren, ouderen) en modaliteiten(tweewielers, voetgangers): 4. Kwetsbare verkeersdeelnemers 5. Onervaren verkeersdeelnemers De laatste vier betreffen risico’s vanuit de individuele verkeersdeelnemer en zijn gedrag. 6. Rijden onder invloed 7. Snelheid in het verkeer 8. Afleiding in het verkeer 9. Verkeersovertreders De reconstructie van de Vennewatersweg geeft invulling aan het thema 'veilige infrastructuur'. In het SPV 2030 staat het volgende toekomstbeeld voor veilige infrastructuur: In 2030 is er een significante verbetering bereikt in de veilige inrichting van infrastructuur in heel Nederland. Daarmee wordt de kans dat een ongeval plaatsvindt beperkt, evenals de ernst van een eventueel ongeval.Om hier invulling aan te geven wordt gestreefd naar de volgende concrete resultaten voor 2030: 1. Voor alle infrastructuur zijn de risicofactoren in kaart gebracht aan de hand van wetenschappelijk onderbouwde en door wegbeheerders geaccepteerde methoden. 2. Wegbeheerders hebben op basis van het inzicht in risicofactoren prioriteiten gesteld voor verbetering van de infrastructuur en een realistisch streefdoel gesteld. 3. Wegbeheerders hebben de prioriteiten vertaald naar concrete maatregelen bij grootschalige renovaties, beheer en onderhoud. 4.
Aan nieuwe infrastructuur ligt altijd een risicoanalyse (‘audit’) voor verkeersveiligheid ten grondslag. Een belangrijke oplossingsrichting is het toetsen van de infrastructuur aan de normen voor veilig wegontwerp van het CROW. Met name de inrichting van de kruisingen en de fietsoversteekplaasen van de Vennewatersweg voldoen niet aan deze normen. Met de reconstructie van de Vennewatersweg wordt er invulling gegeven aan het SPV 2030.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. In de Omgevingsvisie geeft de provincie aan welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. De visie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Het leidende principe van de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving die goed is voor mens, plant én dier. Onder de hoofdambitie, balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. Hierbij komen de volgende thema's aan bod: Leefomgeving: Klimaatverandering: een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidsbelasting en ontwikkeling in de ondergrond. Biodiversiteit en natuur: biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere doelen zoals een gezonde leefomgeving kan worden bereikt. Gebruik van leefomgeving: Economische transitie: een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energie transitie en experimenten.
Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties moeten beter met elkaar in overeenstemming zijn. Woningbouw moet vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte
Reconstructie Vennewatersweg
15
gebieden worden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is het uitgangspunt. Mobiliteit: Inwoners en bedrijven van de provincie Noord-Holland verplaatsen producten of personen effectief, veilig en efficiënt waarbij negatieve gevolgen van mobiliteit op het klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. De provincie zet zich in voor het verwerken van mobiliteitsopties die hieraan bijdragen zoals goede OV-verbindingen, uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten en technologische innovatie. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van unieke kwaliteiten van diverse landschappen en cultuurhistorie. Energie transitie: De ambitie voor de energie transitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. De provincie biedt de ruimte aan noodzakelijke energie transitie en de daarvoor benodigde infrastructuur. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de ambities voor verstedelijking en landschap. 5 bewegingen met ontwikkelprincipes Naast de ambities worden in de Omgevingsvisie vijf samenhangende bewegingen geschetst. De bewegingen laten zien hoe de provincie omgaat met opgaven die op de samenleving afkomen en die zij willen faciliteren. Hiertoe zijn een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden meegegeven.
Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland: Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling: Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s: gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie: benut de economische kansen van de energie transitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Met de reconstructie van de Vennewatersweg wordt er bijgedragen aan de ambities van de provincie, met name binnen de beweging 'sterke kernen, sterke regio's. Heiloo valt namelijk in de regio Alkmaar, welke in de Omgevingsvisie is aangemerkt als centrumgemeente en ontwikkelregio. Door de reconstructie van de Vennewatersweg wordt er bijgedragen aan de ontwikkeling en vitaliteit van Heiloo. In hoofdstuk 4 en 5 wordt dit principe nader onderbouwd. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2022 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de Omgevingsverordening NH2022 van de provincie Noord-Holland. De geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening NH2022 is vanaf 1 januari 2024 in werking getreden.
Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Doel en uitdaging De provincie wil een eenvoudiger, duidelijker en meer integraal systeem van regels. Met meer ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte. Om dat te bereiken stelt de provincie samen met haar partners de Omgevingsverordening op. Voor de provincie betekent dit een andere, nieuwe manier van werken. Ook de regels worden op een nieuwe manier opgesteld. De nieuwe regels richten zich op het ‘hoe’: hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving? De fysieke leefomgeving staat voor alles wat mensen zien, voelen en ruiken zoals gebouwen, wegen, parken, bossen, rivieren en een schone lucht. Voorheen richtten de regels zich vooral op het ‘wat’: wat mag niet en welke uitzonderingen gelden? Het gaat dus meer om het doel en minder om het middel. In de Omgevingsverordening NH2022 worden daarvoor de eerste stappen gezet. In de Provinciale omgevingsverordening zijn diverse beschermingsregimes opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn het Bijzonder Provinciaal Landschap, Natuurnetwerk Nederland en Cultureel erfgoed.
Reconstructie Vennewatersweg
16
Voorliggend bestemmingsplan ligt buiten relevante beschermingsgebieden. Daarom is het plan niet in strijd met de Omgevingsverordening NH2022.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Contouren uitvoeringsprogramma SPV 2030 regio Alkmaar
Gemeenten, de provincie Noord-Holland, de politie, het OM, het Rijk, de Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, ANWB, Fietsersbond en Veilig Verkeer Nederland werken samen om de verkeersveiligheid in de Regio Alkmaar samen een stevige, meerjarige impuls te geven. De landelijke plannen hiervoor zijn vastgelegd in Strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (SPV 2030). De gezamelijke ambitie is om het aantal verkeersslachtoffers naar nul te brengen in 2050. Naast de risicogestuurde aanpak is het inzetten van een breed spectrum aan maatregelen een ander belangrijk kenmerk van het SPV2030. Infrastructurele maatregelen blijven daarbij van essentieel belang. Daarbij blijven de ontwerpprincipes achter Duurzaam Veilig voor de regio leidend. Veel wegen en fietspaden in de regio zijn nog onvoldoende veilig ingericht. Er zijn twaalf verkeersveiligheidsrisico's bepaald die het meest urgent zijn in de regio: 1. Snelheidsoverschrijdingen 2. Ongeloofwaardige 30-wegen 3. Afleiding in het verkeer 4. 50-wegen 5. Snor-brom- en motorfietsers 6. Scholieren 7. Drukte en diversiteit op fietspaden 8. Rijden onder invloed 9. Onveilige kruisingen 10. Oudere verkeersdeelnemers 11. Bermen langs 60- en 80-wegen 12. Frontale aanrijdingen op 80- en 100-wegen In het contourendocument zijn er voor elk risico en per regio maatregelen bepaald die het meest haalbaar en effectief worden geacht.
Voor elke regiorisico is een lijst met prioritaire maatregelen samengesteld. Voor de Vennewatersweg zijn risico's 1,4,6 en 9 relevant. Hieronder wordt toegelicht welke maatregelen er bij de reconstructie van de Vennewatersweg worden toegepast en waardoor er dus invulling wordt gegeven aan het beleid. Risico 1: Snelheidsoverschrijdingen Voor het verminderen van snelheidsoverschrijdingen zijn de volgende maatregelen relevant voor de reconstructie van de Vennewatersweg: Meer snelheidsremmers aanleggen. Snelheidsremmers zijn een effectieve maatregel voor het voorkomen van ongevallen tussen auto en voetganger/fietser met ernstig letsel tot gevolg. De wegen inrichten conform de landelijke ontwerpstandaarden (CROW), zodat de weginrichting communiceert hoe snel er gereden mag worden. Risico 4: 50-wegen Risico-indicator ‘voldoende veilige’ 50-wegen Een 50-weg is voldoende veilig als: 1. Er rijrichtingscheiding met markering aanwezig is; 2. Er veilige oversteekvoorzieningen zijn voor langzaam verkeer 3. Er niet wordt geparkeerd op of langs de rijbaan; 4. Fietsers op een naastgelegen fietspad of parallelweg fietsen. Bij de Vennewatersweg ontbreken er veilige oversteekvoorzienignen voor langzaam verkeer.
Reconstructie Vennewatersweg
17
Voor het realiseren van veilige 50-wegen zijn de volgende maatregelen relevant voor de Vennewatersweg: As- en kantmarkeringen toepassen op fietspaden langs 50-wegen Meer snelheidsremmers aanleggen, met name nabij langzaam verkeeroversteken en bushaltes. Uitrit-en poortconstructies creëren aan het begin en einde van 30-zones, zodat de voorrangregeling duidelijk is ten opzichte van een gebiedsontsluitingsweg en het voor weggebruikers duidelijk is wanneer de 30-zone begint. Aanleggen van veilige oversteekplaatsen voor langzaam verkeer (in dit geval door middel van aanleg voorrangspleinen en middensteunpunten, zie Hoofdstuk 4 Planbeschrijving) Risico 6: Scholieren Voor een veilige verkeersdeelname voor scholieren zijn de volgende maatregelen relevant voor de Vennewatersweg: Op schoolroutes zonder vrijliggende fietspaden het aanleggen van gescheiden fietsinfrastructuur prioriteit geven. Gemotoriseerd verkeer reduceren op schoolroutes en in schoolomgevingen om conflicten tussen fietsende scholieren en het wegverkeer zoveel mogelijk te voorkomen. De (intensief gebruikte) schoolroutes beter in kaart brengen zodat er voor deze routes een gerichtere (regionale) aanpak ontwikkeld kan worden. Risico 9: Onveilige kruisingen Om kruisingen veiliger te maken zijn de volgende maatregelen relevant voor de Vennewatersweg: Meer snelheidsremmers bij fietsoversteken aanleggen.
Snelheidsremmers zijn een effectieve maatregel voor het voorkomen van ongevallen tussen auto's en fietsers. Zorgen dat alle ongeregelde fietsoversteken over 50-wegen tenminste één rustpunt hebben, verkeerslichten hebben of dat de snelheid van gemotoriseerd verkeer wordt beperkt. Fietsoversteken zichtbaar en herkenbaar maken voor zowel de fietser als de automobilist, zodat de fietser weet dat hij een gevaarlijk punt oversteekt en de automobilist weet dat er fietsers kunnen oversteken. Met de reconstructie van de Vennewatersweg worden er maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Daarmee wordt er bijgedragen aan de Contouren van het uitvoeringsprogramma SPV 2030 voor regio Alkmaar.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Toekomstvisie Heiloo 2030
De toekomstvisie 2030 is in 2013 samen gemaakt door inwoners, maatschappelijke instellingen, ondernemers en de gemeente Heiloo en schept een beeld van de kwaliteiten, wensen en doelen van het dorp. De toekomstvisie is de basis voor de structuurvisie en de strategische visie van de gemeente Heiloo. Een onderdeel van de Toekomstvisie 2030 is een sterkte-zwakteanalyse. In deze analyse worden de (bestaande) verkeersafwikkeling en de oost-west verkeerscirculatie als zwak benoemd, terwijl mogelijkheden tot verbeteren van de mobiliteit als kans zijn aangemerkt. Daarbij wordt een toenemende mobiliteit als impactrijke trend genoemd. Het verbeteren van de verkeersveiligheid op de Vennewatersweg draagt bij aan het oplossen van de zwakke punten en speelt in op verbetering van de mobiliteit, zowel autonoom als anticiperend op de genoemde trend. 3.4.2
Structuurvisie Heiloo 2030
Reconstructie Vennewatersweg
18
Op 3 november 2014 is de Structuurvisie 2030 vastgesteld door de gemeenteraad van Heiloo. De structuurvisie beschrijft hoe de gemeente denkt dat Heiloo er in 2030 op ruimtelijk gebied uit ziet. De structuurvisie is een uitwerking en verdieping van de ruimtelijke aspecten uit de Toekomstvisie 2030. Het zijn de ruimtelijke ontwikkelingen die op dit moment zijn te voorzien en die relevant zijn voor de toekomstige ruimtelijk-fysieke inrichting van Heiloo. Al deze aspecten vormen het vertrekpunt voor de structuurvisie en zijn de basis van de feitelijke opdracht voor Heiloo tot 2030. Deze opdracht is vertaald naar de volgende missie: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
het dorpse karakter van Heiloo versterken; de diversiteit aan het woningaanbod vergroten; een goede balans tussen bebouwing, groen, water en infrastructuur; het bevorderen van duurzaamheid, waaronder energiezuinig en milieubewust leven; optimaliseren van maatschappelijke voorzieningen, recreatiemogelijkheden en accomodatiegebruik; verbeteren werkgelegenheid door optimaliseren van bedrijvigheid, zakelijke dienstverlening, detailhandel, horeca en toerisme.
Aan de hand van de thema's wonen, werken, verplaatsen en verblijven, vermaken en verblijven, leren en zorgen en recreëren en bewaren wordt de missie verder uitgewerkt. Het bovenstaande leidt samengevat tot de structuurvisie kaart in figuur 3-1.
Reconstructie Vennewatersweg
19
Figuur 3-1: structuurvisie kaart Heiloo 2030. Verbetering van de verkeersveiligheid valt binnen het thema Verplaatsen en verblijven in de structuurvisie. Binnen dit thema is voor dit bestemmingsplan het volgende van belang: Analyse en beleid (paragraaf 4.3) Voor een forensendorp als Heiloo zijn goede verbindingen met de werklocaties van essentieel belang. Veel inwoners van Heiloo werken in de Metropool Regio Amsterdam. De goede verbindingen over de weg en over het spoor zijn voor velen een belangrijke reden om in Heiloo te blijven wonen of om zich hier te vestigen. Voor de toekomst van Heiloo is het van levensbelang die goede verbindingen in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. De dorpse sfeer van Heiloo geeft ook een gevoel van veiligheid. Door de goede verlichting en heldere inrichting is het gevoel van sociale veiligheid groot. De inrichting van de infrastructuur draagt bij aan de verkeersveiligheid. Visie op de toekomst (paragraaf 6.3)
Reconstructie Vennewatersweg
20
De spoortunnel in de Vennewatersweg geeft in combinatie met de aansluiting A9 verlichting op de oost-west verbindingen Kerkelaan en Zeeweg. Het agrarisch verkeer, en dan met name dat van bloembollenbedrijven tussen de Egmonden en het agrarisch gebied ten oosten van de A9, wordt zoveel mogelijk via de Vennewatersweg gedirigeerd. Met het realiseren van de afslag A9 moeten knelpunten die zouden kunnen ontstaan voor het agrarisch verkeer worden opgelost zodat bereikbaarheid kan worden gegarandeerd. In figuur 3-1 is de Vennewatersweg op de visiekaart met een rode lijn weergegeven en vormt de weg een belangrijk onderdeel van de verkeersstructuur van Heiloo. Dit komt met name door de realisatie van de spoortunnel waardoor er een ononderbroken verbinding ontstaat tussen Heiloo-west en Heiloo-oost. Deze (betere) verbinding moet echter ook uit het oogpunt van verkeersveiligheid zoveel mogelijk worden verbeterd. Hiervoor is een ontwerp vastgesteld dat in dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd.
3.4.3
Verkeersbeleid Heiloo 2018-2030
Op 5 maart 2018 is het Verkeersbeleid Heiloo 2018-2030 vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. In het verkeersplan is aangegeven hoe men om wil gaan met verkeer en vervoer bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het hoofddoel is om Heiloo bereikbaar, leefbaar, verkeersveilig en duurzaam te houden. Het verkeersbeleid houdt rekening met de ontwikkelingen zoals de groeiende mobiliteit, de nieuwe woonwijken Zuiderloo/Zandzoom, Melco en Varne Buiten en de infrastructurele werken als de spoorwegonderdoorgang en de aansluiting op de A9. De aansluiting A9 zorgt voor een oplossing van een groot aantal problemen die zijn ontstaan door ruimtelijke ontwikkelingen en de toename van de mobiliteit. De gemeente Heiloo heeft samen met bewoners en ondernemers de volgende principes uitgewerkt tot subdoelen: 1. Heiloo fietsdorp: a. Op belangrijke fietsroutes is de auto te gast; b. 30 km wegen worden ook als zodanig naar functie ingericht; c. beperkingen of afsluitingen voor motorverkeer gelden niet voor fietsverkeer tenzij noodzakelijk; d. bij erftoegangswegen worden gelijkwaardige kruisingen toegepast. 2. Verkeersremmende maatregelen boven handhaving: a. Wegen inrichten naar beoogde functie zodat op een natuurlijke wijze het gewenste gedrag wordt afgedwongen. In specifieke gevallen ondersteunen met handhaving. 3. Bereikbaarheid voor verschillende doelgroepen: a.
Voor vracht-, landbouw- en busverkeer zijn specifieke routes aangewezen waarbij conflicten tussen zwaar verkeer en fietsers zo veel mogelijk worden vermeden; b. bedrijven in woonkern met kleine voertuigen bevoorraden; c. het doorgaand verkeer (zonder herkomst of bestemming in Heiloo) weren op erftoegangswegen (bijv. door inrichting). 4. Leefbaarheid waarborgen: a. Tijdig signaleren van benadering grenswaarden luchtkwaliteit en geluidsbelasting door monitoren van verkeersstromen; b. Conformatie aan wettelijke grenzen van luchtkwaliteit en geluidsbelasting. De voorkeurswaarden mogen niet worden overschreden. 5. Duurzaam veilig: a. De principes van Duurzaam Veilig worden binnen het verkeersbeleid waar mogelijk als uitgangspunt gehanteerd. In specifieke gevallen moet maatwerk worden geboden en kunnen deze principes niet strikt worden aangehouden. In dergelijke gevallen wordt gekeken op welke wijze de verkeersveiligheid van alle verkeersdeelnemers zo goed mogelijk kan worden gewaarborgd. De Vennewatersweg is een onderdeel van de hoofdautostructuur in Heiloo. Volgens de categorisering is deze weg een Gebiedsontsluitingsweg A (GOW A), zie de figuur hieronder.
Reconstructie Vennewatersweg
21
Figuur 3-2: Wegencategorisering Heiloo (bron: Verkeersbeleid 2018-2030, bewerking Goudappel). In een categorisering van het wegennet wordt het wegennet ingedeeld in de verkeersruimte (de gebiedsontsluitingswegen, GOW) en het verblijfsgebied (de erftoegangswegen, ETW). De gebiedsontsluitingswegen zorgen voor het ontsluiten en verbinden van de wijken. Op deze wegen heeft de doorstroming van het gemotoriseerde verkeer met een redelijke snelheid prioriteit. Op kruispunten wordt zo nodig gezorgd voor een lage snelheid en is uitwisseling mogelijk. Op gebiedsontsluitingswegen van het hoogste type (GOW A), zoals de Vennewatersweg, wordt het aantal kruispunten en conflictpunten zo veel mogelijk beperkt. De reconstructie, waarbij de kruispunten zo veel mogelijk als verkeerpleinen worden ingericht, is nodig om het aantal conflictpunten te verminderen en zodoende de verkeersveiligheid te verbeteren. In het verkeersbeleid staat dat het (toekomstig) autoverkeer evenwichtiger moet worden verdeeld over de wegen in Heiloo. Hiervoor zijn uitgangspunten en kaders opgenomen. Het doorgaand verkeer rijdt daarbij zoveel mogelijk op de 50 km/uur-wegen in Heiloo: de gebiedsontsluitingswegen. De woonstraten moeten zoveel mogelijk ontlast worden en een inrichting krijgen die daarbij hoort. Verder is één van de wensen om de verkeersdruk op de Kerkelaan en de Stationsweg te verminderen.
In 2022 is de route Kerkelaan - Belieslaan al heringericht en heeft een inrichting gekregen die past bij een erftoegangsweg met maximumsnelheid van 30 km/u. De verwachting is dat in 2024 ook de route Stationsweg - Zeeweg op vergelijkbare wijze kan worden heringericht. Over de acceptabele hoeveelheid verkeer (toetswaarde)
Reconstructie Vennewatersweg
22
die op de verschillende wegen in Heiloo per dag kan worden afgewikkeld, heeft de gemeenteraad op 28 november 2022 een aanvullend besluit genomen, zie Bijlage 3. In dit raadsbesluit zijn nieuwe toetswaarden vastgesteld. Bij overschrijding van deze toetswaarden is nader onderzoek noodzakelijk. Bij nader onderzoek wordt een toets op capaciteit en op verkeersveiligheid uitgevoerd. Als uit dit nader onderzoek blijkt dat de vormgeving en verkeersintensiteit op elkaar zijn afgestemd, is er sprake van een acceptabel verkeersbeeld. Er wordt in paragraaf 5.2 Verkeer verder ingegaan op het aspect verkeer en de toetsing daarvan.
Reconstructie Vennewatersweg
23
Reconstructie Vennewatersweg
24
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
De Vennewatersweg is de belangrijkste oost-west verbinding van Heiloo. Binnen het plangebied is een beperkte toename van verkeer waarneembaar op het traject tussen Haagbeuk en Kennemerstraatweg. Deze toename is het saldo van de verkeersgroei als gevolg van de realisatie van de ruimtelijke ontwikkelingen van Zuiderloo en de afname van verkeer als gevolg van de 30 km/uur-maatregelen op de Westerweg. Ook op een aantal zijwegen van de Vennewatersweg wordt het als gevolg van autonome ontwikkelingen drukker dan in de huidige situatie het geval is. Door de toename van afslagbewegingen neemt de kans op kop-staart botsingen of andere conflicten toe. Alleen de hoeveelheid verkeer op de Westerweg neemt af, dit als gevolg van de herinrichting van deze zijweg. Figuur 4-1 toont een afbeelding waarop de maatregelen zijn aangegeven die de Vennewatersweg veiliger maken. In het ontwerp worden er enkele kruisingen gereconstrueerd en er worden aansluitingen verlegd of aangelegd. Alle maatregelen komen zowel ten goede aan het gemotoriseerd verkeer als aan het fietsverkeer. Het definitieve ontwerp is in Bijlage 1 van deze toelichting opgenomen. Met vaststelling van het bestemmingsplan zal de gemeenteraad van Heiloo tevens besluiten dat de Vennewatersweg conform dit ontwerp zal worden gereconstrueerd.
Figuur 4-1: Schetsontwerp Reconstructie Vennewatersweg. 1. Lijnbaan De weg wordt hier verbreed zodat er ruimte is voor een opstelstrook voor het afslaan richting de Lijnbaan. Afslaand verkeer verlaat daardoor eerder de hoofdrijbaan, zodat de kans op kop-staart aanrijdingen wordt verkleind. 2. Westerweg Het kruispunt wordt omgevormd tot een voorrangsplein waarbij fietsers aan de westzijde van het voorrangsplein veiliger kunnen oversteken. 3. Hoogeweg De bestaande aansluiting van de Hoogeweg op de Vennewatersweg (ter hoogte van de woning
Reconstructie Vennewatersweg
25
Hoogeweg 33) komt te vervallen. In plaats daarvan wordt circa 50 m ten oosten daarvan een nieuwe aansluiting gemaakt. Voor het verkeer van en naar respectievelijk de Hoogeweg en de Krommelaan worden twee nieuwe aansluitende weggedeelten aangelegd. Het gedeelte van de Hoogeweg ten zuiden van de Vennewatersweg zal toegankelijk worden via een parallelweg tussen de ontsluiting van de Haagbeuk en de Groeneweg. Fietsers kunnen bij de Hoogeweg straks niet langer oversteken maar moeten dit doen bij de Groeneweg via de (veilige) ongelijkvloerse fietsoversteek bij de spoortunnel of bij de (veilige) aansluiting bij de Haagbeuk (zie hierna). 4. Haagbeuk Op deze locatie wordt een voorrangsplein aangelegd. Fietsers zullen aan de westzijde van dit voorrangsplein veilig kunnen oversteken. Zie verder hetgeen onder punt 3 over de parallelweg is vermeld. 5. Kennemerstraatweg De bestaande rotonde ter hoogte van de Kennemerstraatweg is al uitgevoerd tot een partiële turborotonde (of ei-rotonde). Dit betekent dat de rotonde gedeeltelijk twee rijstroken krijgt. Op de beoogde rotonde kan het verkeer vanaf de zuidkant van de Kennemerstraatweg de binnenbocht van de rotonde nemen om rechtdoor te gaan, dan wel linksaf de Vennewatersweg op. Dit ontwerp verbetert zowel de doorstroming als de verkeersveiligheid voor het gemotoriseerde verkeer.
Fietsers kunnen veilig afslaan aan de west- en oostzijde van de Vennewatersweg en aan de noordkant van de Kennemerstraatweg. Het is wel zo dat fietsers straks aan de zuidkant van de rotonde niet meer kunnen oversteken. Fietsers zouden hier drie rijstroken moeten oversteken, hetgeen niet veilig is. De feitelijke verkeersafwikkeling voor fietsers wordt hierdoor echter nauwelijks beperkt, omdat zij via de andere zijden van de rotonde alle richtingen uit kunnen.
Reconstructie Vennewatersweg
26
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Hierbij geldt de omvang van een project als richtwaarde, en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is vrijwel altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Beschouwing De aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg is opgenomen in categorie C1.3 van het Besluit m.e.r.
De reconstructie van de Vennewatersweg is te omschrijven als een verlegging en verbreding van een bestaande weg van twee rijstroken. Indien de omvang van deze wijziging langer is dan een tracé van 10 kilometer, dan geldt er een directe m.e.r. plicht. De reconstructie van de Vennewatersweg is slechts 1,3 kilometer lang. Dit is ook onder de drempelwaarde van dezelfde activiteit in categorie D. 1.2 van 5 kilometer. Dit betekent dat het verplicht is een vormvrije m.e.r.- beoordeling uit te voeren. Activiteiten C.1.3 De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg
Reconstructie Vennewatersweg
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 10 kilometer of meer.
Besluit Het plan, bedoeld in de artikelen 5 en 8 j° 9, tweede lid, van de Planwet verkeer en vervoer, de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
27
D.1.2.
De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit Het plan, bedoeld in de een weg bestaande uit vier of betrekking heeft op een weg met artikelen 5 en 8 j° 9, meer rijstroken, of verlegging of een tracélengte van 5 kilometer of tweede lid, van de verbreding van bestaande wegen meer. Planwet verkeer en van twee rijstroken of minder tot vervoer, de wegen met vier of meer rijstroken structuurvisie, bedoeld in niet zijnde een, autosnelweg of de artikelen 2.1 en 2.2 autoweg en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet Tabel 5-1: Overzicht relevante categorieën uit het Besluit M.e.r. Op grond van artikel 2, lid 5 besluit m.e.r. dient de initiatiefnemer in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling een aanmeldnotitie op te stellen en in te dienen bij het bevoegd gezag. Hierin wordt ingegaan op de vraag of de activiteit mogelijk tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan leiden. De inhoudelijke vereisten voor deze beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: 1. 2. 3. 4.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Samenhang met andere activiteiten (cumulatie); Kenmerken van het potentiële effect.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling en aanmeldnotitie wordt middels voorliggende paragraaf als onderdeel van het bestemmingsplan behandeld. Kenmerken van het project Het plan omvat de reconstructie van de bestaande Vennewatersweg te Heiloo met een tracélengte van circa 1,3 kilometer. Het project blijft daarmee ver onder genoemde drempelwaarden. De reconstructie van de Vennewatersweg leidt ten opzichte van de autonome situatie tot een toename van maximaal 10,3% aan motorvoertuigbewegingen. De grootste toenames zijn echter afkomstig van nieuwbouwwoningen in Zuiderloo en Zandzoom. De Liguster en Haagbeuk zijn namelijk de ontsluitingswegen voor deze nieuwbouwwoningen. Deze toename is daarom niet per definitie afkomstig van de reconstructie van de Vennewatersweg. Voorliggend bestemmingsplan maakt de fysieke aanpassing van de Vennewatersweg mogelijk zodat de verkeersintensiteiten veilig afgewikkeld kunnen worden. De reconstructie heeft gevolgen voor de aspecten 'verkeer', 'luchtkwaliteit', 'stikstofdepositie', 'geluid', 'water' ,'ecologie' en 'archeologie en cultuurhistorie'. Deze aspecten zijn onderzocht en worden in het vervolg van dit hoofdstuk nader onderbouwd. De effecten ten aanzien van deze aspecten worden aanvaardbaar geacht.
Plaats waar de activiteit plaatsvindt (ligging ten opzichte van gevoelige gebieden) Rondom het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden, waarvan de volgende binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied: Noordhollands Duinreservaat (ca 2 km) Eilandspolder (ca 6 km) Noordzeekustzone (ca 7,5 km) Zie de onderstaande figuur voor de ligging van de Natura 2000-gebieden.
Reconstructie Vennewatersweg
28
Figuur 5-1: Ligging Natura-2000 gebieden ten opzichte van het plangebied, bij benadering weergegeven met rood. Om de toename- en afname van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken is een nadere analyse uitgevoerd. Uit de uitgevoerde nadere analyse, zie paragraaf 5.8.2, blijkt dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie) De Vennewatersweg maakt deel uit van de totale verkeersstructuur van Heiloo. Er is enige samenhang tussen andere verkeerskundige maatregelen op aansluitende wegen, zoals ter plaatse van de Kennemerstraatweg. Maar ook de spooronderdoorgang is feitelijk te beschouwen als een (reeds gerealiseerde) activiteit waarmee de reconstructie van de Vennewatersweg samenhangt. Daar waar door deze spooronderdoorgang de verkeersveiligheid op de Vennewatersweg al in belangrijke mate is toegenomen, vormt dit plan het ruimtelijk kader voor een verdere verbetering van de veiligheid op deze weg. Kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen De mogelijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van de voorgenomen reconstructie hebben betrekking op de volgende aspecten: Geluid (zie paragraaf 5.3) Lucht (zie paragraaf 5.4) Water (zie paragraaf 5.7 Ecologie (zie paragraaf 5.8) met daarbij: 1. beschermde soorten (zie paragraaf 5.8.1) 2.
beschermde gebieden en stikstofdepositie (zie paragraaf 5.8.2) Ter onderbouwing van de milieukundige haalbaarheid van het bestemmingsplan is naar al deze aspecten onderzoek verricht, zie daarvoor de hiervoor vermelde paragrafen. Op grond van deze onderzoeken is
Reconstructie Vennewatersweg
29
aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling milieukundig uitvoerbaar is en dat effecten op het milieu aanvaardbaar zijn. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet nodig. Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is het niet nodig een m.e.r.-procedure te doorlopen en/of een milieueffectrapport (MER) op te stellen voor dit bestemmingsplan.
5.2
Verkeer
Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Beschouwing De Vennewatersweg is een belangrijke oost-west verbinding in Heiloo. Binnen de wegencategorisering van Heiloo is de weg aangemerkt als gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 50 km/uur. De huidige inrichting van de weg voldoet niet aan de landelijke geldende principes voor het inrichten van wegen. Niet alle kruispunten zijn voorzien van een middensteunpunt om in twee fasen de Vennewatersweg over te steken. Bij voorrangskruispunten die deze voorziening wel hebben, zijn de middensteunpunten te krap gedimensioneerd en geven de middeneilanden beperkte fysieke afscherming. Met tijdelijke maatregelen zoals 30 km/uur drempels en zigzagstrepen wordt de rijsnelheid van het gemotoriseerd verkeer momenteel ingeperkt en bouwwegen voorzien van uitritconstructies met betonplaten verzorgen de tijdelijke ontsluiting van nieuwe woongebieden.
Een aanpassing van de Vennewatersweg is vanuit verkeersveiligheidsoogpunt dan ook onvermijdelijk. De maatregelen die worden doorgevoerd aan de Vennewatersweg zijn beschreven in Hoofdstuk 4. Goudappel heeft ter onderbouwing van dit plan een verkeersstudie uitgevoerd naar de reconstructie van de Vennewatersweg. De verkeersstudie is opgenomen in Bijlage 2. De verkeersstudie is mede gebaseerd op een besluit van de gemeenteraad van Heiloo van 28 november 2022. Met dat besluit, opgenomen in Bijlage 3, zijn actuele toetswaarden voor motorvoertuigen per etmaal vastgesteld, zodat deze aan dit plan ten grondslag gelegd kunnen worden. Daarnaast voorziet het besluit in een afronding van het Verkeersbeleid 2018-2030. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen uit de verkeersstudie van Goudappel. Autoverkeer Het gebruik varieert in de huidige situatie tussen de 3.900 en 7.200 motorvoertuigen per etmaal (mvt), wat relatief laag is voor een gebiedsontsluitingsweg. Van de zijwegen is de Kennemerstraatweg (ook een gebiedsontsluitingsweg type A) het drukst, met een dagelijks gebruik aan de noordzijde van meer dan 10.000 mvt en aan de zuidzijde bijna 16.000 mvt. Door de herinrichting veranderen de verkeersstromen nauwelijks (zie tabel 5.2). Alleen de afsluiting van de Hoogeweg zorgt voor een verplaatsing van verkeer naar de Westerweg, Liguster en Kennemerstraatweg.
De overschrijdingen van de toetswaarden die in de autonome situatie elders in Heiloo optreden, veranderen door het plan Vennewatersweg niet (noordelijk deel Kennemerstraatweg en Kerkelaan) of nauwelijks (Stationsweg). Tabel 5-2: Overzicht verkeersaantallen (per etmaal) in respectievelijk de huidige situatie, autonome
Reconstructie Vennewatersweg
30
situatie 2030 en situatie met uitvoering plan Vennewatersweg.
Overschrijdingen en knelpunten voor autoverkeer In de plansituatie is er sprake van overschrijdingen van de toetswaarde op de volgende trajecten: Kerkelaan, tussen Jan Boltenhof en Kennemerstraatweg
Reconstructie Vennewatersweg
31
Stationsweg, tussen Breedelaan en Kennemerstraatweg Kennemerstraatweg, tussen gemeentegrens Alkmaar en de Nicolaas Beetsweg Kerkelaan De overschrijdingen van de toetswaarden die in de autonome situatie op de Kerkelaan optreden, veranderen door het plan Vennewatersweg niet. Op de Kerkelaan zijn over een lengte van 750 meter de verkeersaantallen te hoog voor de functie van erftoegangsweg en de vormgeving die daarbij behoort. Menging van langzaam en gemotoriseerd verkeer binnen hetzelfde wegprofiel is niet veilig mogelijk, wat wel het uitgangspunt is geweest bij de in 2022 uitgevoerde herinrichting van de Kerkelaan. Bij de herinrichting is voorgesorteerd op de komst van de aansluiting A9, waardoor de Vennewatersweg gaat fungeren als belangrijke aan- en afvoerroute van A9 gerelateerd verkeer. Doordat de aansluiting ontbreekt in de autonome situatie en de plansituatie, wordt de Kerkelaan tijdelijk zwaarder belast door verkeer van en naar het westelijk deel van Heiloo. Overschrijdingen van de toetswaarden zijn verkeerskundig niet acceptabel, maar worden niet veroorzaakt of verslechterd door het plan Vennewatersweg. Stationsweg De overschrijdingen van de toetswaarden die in de autonome situatie op de Stationsweg optreden, veranderen door het plan Vennewatersweg nauwelijks. De toename op de Stationsweg bedraagt 100 mvt/etmaal.
Dit aantal is kleiner dan de onzekerheidsmarge van het verkeersmodel, waarbij het effect op de verkeersveiligheid verkeerskundig niet aantoonbaar is. Op de Stationsweg zijn de verkeersaantallen op één deeltraject (Breedelaan-Kennemerstraatweg) te hoog voor de functie van erftoegangsweg en de vormgeving die daarbij behoort. De verkeersaantallen in de autonome situatie en plansituatie zijn hoger dan de verkeersaantallen die in de huidige situatie over dit deeltraject rijden. Menging van langzaam en gemotoriseerd verkeer binnen hetzelfde wegprofiel is op dit deeltraject niet veilig mogelijk. De herinrichting van de Stationsweg staat in de planning. Bij de herinrichting wordt voorgesorteerd op de komst van de aansluiting A9. Doordat de aansluiting ontbreekt in de autonome situatie en de plansituatie, wordt de Stationsweg op één deeltraject tijdelijk zwaarder belast door verkeer van en naar het westelijk deel van Heiloo. Overschrijdingen van de toetswaarden zijn verkeerskundig niet acceptabel, maar worden niet veroorzaakt of verslechterd door het plan Vennewatersweg. Kennemerstraatweg De overschrijdingen van de toetswaarden die in de autonome situatie op de Kennemerstraatweg optreden, veranderen door het plan Vennewatersweg niet.
Op het noordelijke deel van de Kennemerstraatweg tussen de gemeentegrens Alkmaar en de Nicolaas Beetsweg is sprake van een slechte verkeersafwikkeling op twee van de drie kruispunten van dit traject. Bij het verkeerslicht met de Ring Alkmaar onstaan uitzonderlijk hoge cyclustijden. Waar een cyclustijd van meer dan 120 seconden normaliter als slecht wordt beoordeeld, zijn de cyclustijden in de avondspits 196 seconden in zowel de autonome situatie als de plansituatie. Boven een cyclustijd van 200 seconden is de lengte van de wachtrij niet meer te berekenen. Dit is het geval in de ochtendspitsperiode van de autonome situatie en de plansituatie. Het gemotoriseerd verkeer op de Kennemerstraatweg heeft over een lengte van 40 meter de beschikking over één voorsorteervak per rijrichting (linksaf | rechtdoor | rechtsaf). Daaraan voorafgaand zijn over een lengte van 30 meter twee rijstroken beschikbaar (linksaf | combinatie rechtdoor/rechtsaf). De wachtrijen per rijrichting in de autonome situatie en de plan situatie zijn langer dan respectievelijk 40 en 70 meter. In de praktijk is daardoor minder opstelruimte beschikbaar en neemt de totale wachtrijlengte snel toe. De wachtrijen bij elkaar opgeteld komen met 375 meter ver voorbij het eerstvolgende kruispunt (Van Foreestlaan op 170 meter), maar kunnen in de praktijk exponentieel aangroeien.
Het kruispunt van de Kennemerstraatweg met de Van Foreestlaan kan met de vigerende vormgeving het verkeersaanbod vanaf de zijweg niet verwerken. Ieder voertuig komende vanaf de zijweg, staat in de avondspitsperiode langer te wachten dan de duur van de spitsperiode. Op het kruispunt met de Nicolaas Beetsweg is in de avondspits sprake van een matige verkeersafwikkeling. Dit betekent dat in de nabije toekomst zonder aansluiting A9 op het noordelijk deel van de Kennemerstraatweg uit het oogpunt van verkeersafwikkeling geen acceptabele verkeerssituatie is te
Reconstructie Vennewatersweg
32
realiseren. Overschrijdingen van de toetswaarden zijn verkeerskundig niet acceptabel, maar worden niet veroorzaakt of verslechterd door het plan Vennewatersweg. Verkeersveiligheid Een impressie van de locaties van de ongevallen in en rondom het plangebied in de periode 2016 t/m 2019 (periode voor Covid-19), is weergegeven in onderstaande figuur.