Inspreektekst Bestemmingsplan Runxputteweg 24 26
Tekst van het document
Hierbij zend ik u de tekst van het woord dat de heer B. Smit vanavond wilt gaan voeren op de commissie vergadering. Met vriendelijke groeten Siem Smit Onderwerp: spreektijd gemeenteraad 8 april 2024 Geachte leden van deze bijeenkomst, Allereerst wil ik mijn betoog starten met een dank voor de gelegenheid om vanavond te mogen spreken in het kader van ons initiatief en vanwege de zienswijze van xxxxx de bewoner van nummer 26. Op 14 februari, twee weken na het sluiten van de zienswijze, heeft mevrouw Van den Berg namens mevrouw xxx een zienswijze ingediend met als onderwerp "onvoldoende participatie". Dit is onjuist; sterker nog, er zijn bewezen meerdere contactmomenten geweest tussen mevrouw xxxx en mij. Om u een beeld te geven van hoe lang mevrouw xxx al op de hoogte was van mogelijke bouwplannen, moeten we 5 jaar teruggaan in de tijd. In 2019 kochten mijn ouders de Runxputteweg 24 en hebben zij in de onderhandeling een stukje grond, de kavel waar wij vanavond over spreken, erbij gekocht. De heer xxxx, toenmalig eigenaar van de Runxputteweg 26, heeft destijds aangegeven dat in deze zone lintbebouwing werd toegestaan, wat het voor mijn ouders aantrekkelijk maakte vanwege de gedachte dat een van hun kinderen in de toekomst mogelijk naast hen kon wonen.
Mevrouw xxx, destijds een vriend van de familie, heeft bemiddeld in de verkoop van de Runxputteweg 24 tussen mijn ouders en haar vader xxxx. Vastgesteld kan worden dat mevrouw xxx toen al op de hoogte was van de intentie waarmee de kavel werd aangekocht. Dit werd voor mij bevestigd op 26 maart jl., toen ik met mevrouw sprak en zij aangaf niet verantwoordelijk te zijn voor uitspraken die haar vader in het verleden deed. Mevrouw geeft aan haar bedrijf prioriteit te geven, wat op zich natuurlijk heel begrijpelijk is. Wat voor mij echter onbegrijpelijk blijft, is dat mevrouw xx enerzijds aangeeft haar bedrijf boven alles te prioriteren, maar wel pas op 14 februari, 2 weken na de sluiting van de zienswijze, aan de noodrem trekt. Mevrouw xxx benadeelt met haar nalatige handelswijze niet alleen zichzelf, maar mij natuurlijk nog erger. Mevrouw is formeel gezien sinds juli 2023 op de hoogte, toen ik voor de buurtparticipatie bij haar langs ging, maar eigenlijk weet zij al jaren van de plannen. Ze heeft daarbij alle voorbereidende werkzaamheden kunnen aanschouwen, zoals de afsplitsing met het Kadaster; we hebben toen nog met elkaar gesproken bij de kavel, en alle andere onderzoeken in het kader van de bestemmingswijziging. Inmiddels zijn deze kosten voor ons opgelopen tot een slordige 35 duizend euro.
Kosten die nooit gemaakt zouden zijn wanneer vooraf duidelijk was geweest dat mevrouw xxx niet akkoord zou zijn gegaan met de plannen. Mevrouw xxx is tot aan de zienswijze van 14 februari altijd uitgesproken positief geweest over het initiatief. Zo heeft ze mij laten weten dat ze het leuk vindt dat ons gezin er straks komt wonen en dat het haar ook een gevoel van veiligheid geeft dat de leegte wordt ingevuld.
Mevrouw xxx geeft aan dat ik haar had moeten attenderen op de publicatie van de bestemmingswijziging in de Uitkijkpost. Ik heb er nooit bij stilgestaan mevrouw xxxx hierover te informeren, aangezien zij positief tegenover het initiatief stond. "Doe je ding, mijn zege heb je," waren letterlijk haar woorden afgelopen juli. Daarbij voel ik mij niet verantwoordelijk voor het wel of niet lezen van de Uitkijkpost door mevrouw xxx. Enkele andere omwonenden, waarmee ik ook regelmatig contact onderhoud, hebben mij gefeliciteerd met de publicatie. Zij lezen de Uitkijkpost blijkbaar wél. Daarbij is een termijn van 6 weken naar mijn mening meer dan redelijk en biedt het meer dan voldoende tijd om actie te ondernemen. Toen ik in de derde week van februari door de gemeente werd verrast met de zienswijze van mevrouw xxx, ben ik direct tot actie overgegaan en heb ik contact gezocht met mevrouw zelf. Mevrouw xxx wilde inhoudelijk niet met mij in gesprek gaan, waarom was voor mij volledig onduidelijk. Zij gaf aan een ruimtelijk adviseur in de arm te hebben genomen en wenste dat ik het daarmee zou afstemmen. Het eerste telefoongesprek met mevrouw Van den Berg verliep bijzonder, aangezien de eerste drie zinnen bestonden uit "Ja, we zijn te laat, maar dat deert niet, desnoods vechten wij dit achteraf aan." Een houding die voor mij wederom niet te plaatsen viel.
Ik heb in dit gesprek aangegeven dat ik voornemens ben om mogelijke zorgen middels een gesprek met elkaar te delen en bereid ben naar oplossingen te zoeken. Mevrouw Van den Berg zou contact opnemen met haar cliënt en we zouden om tafel gaan. Waarom dit niet is gelukt, begrijp ik nog steeds niet. Momenteel ben ik nog altijd bereid om in gesprek te gaan met mevrouw xxx om te kijken waar wij binnen de wettelijke kaders tot een gezamenlijke oplossing kunnen komen, maar hiervoor zijn twee bereidwillige partijen nodig. Ik heb mevrouw xxx op 26 maart jl. aangegeven door te gaan met de plannen, omdat de kosten die ik reeds heb moeten maken, maar ook nog zal moeten maken wanneer dit project geannuleerd moet worden voor mij niet te overzien zullen zijn. Kosten die geheel onnodig zijn gemaakt wanneer mevrouw xxx tijdig in actie was gekomen. Hetzelfde signaal heb ik overigens ook aan mevrouw Van den Berg afgegeven toen wij elkaar de laatste keer telefonisch spraken. Daarom wil ik u allen vragen deze zienswijze als ongegrond te verklaren, zodat wij ons initiatief kunnen voortzetten. Wij als gezin kijken er enorm naar uit om aan de Runxputteweg te mogen wonen in Heiloo, waar ons gehele gezin is geboren en getogen. Dank u wel.