Hoogeweg 72_bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Hoogeweg 72 bestemmingsplan 20 december 2021
bestemmingsplan Hoogeweg 72
Inhoudsopgave
bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Stedenbouwkundig ontwerp
4
Bijlage 2
Bodemonderzoek
22
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
349
Bijlage 4
Quick scan ecologie
393
Bijlage 5
Onderzoek stikstofdepositie
403
Bijlage 6
Verslag bewonersavond
474
Bijlage 7
Verslag inloopbijeenkomst
479
Bijlage 8
Nota van beantwoording zienswijzen
483
Bijlage 9
Onderzoek effecten noordelijke ontsluiting
491
2
bestemmingsplan Hoogeweg 72
bijlagen toelichting
3
bestemmingsplan Hoogeweg 72
Bijlage 1 Stedenbouwkundig ontwerp
4
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot september 2020
STEFVELDHUIZEN STEDENBOUWKUNDIG ONTWERPER EN ADVISEUR
BOPARAI ASSOCIATES architekten
Spadinalaan 176 NL-1031KB Amsterdam
bestaande situatie omgeving
2
1. bestaande woning Hoogeweg 72
2. bestaande woning Hoogeweg 70
3. Hoogeweg
4. Nieuwelaan
5. nieuwbouw Limmerlinten
6. nieuwbouw Limmerlinten
3
Ho oge we g
2
1 Ni e u we l a a n
4 knip, uitsluitend langzaam verkeer
5
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
6
september 2020
bestaande situatie terrein
3
4
5 1. bestaand verhardingsmateriaal terrein
2. bestaand verhardingsmateriaal terrein
3. haag op grens Kamer Zuid
4. haag hoek tegen Hoogeweg
5. haag langs Hoogeweg
6. trafo
3
Ho oge we g
6
2
1
Ni e u we l a a n
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
historie 1850
top 5 stedenbouw
4
1900
1
Bij de inrichting van het terrein wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de authentieke bestratingsmaterialen van het bedrijf uit overwegingen van circulariteit en historische context.
2
Bestaande hoge en lage hagen op de erfgrens worden zoveel mogelijk ingepast, en waar mogelijk aangevuld.
3
De bebouwing aan de Hoogeweg maakt deel uit van de oorspronkelijke bebouwing aan de oude linten en bestaat uit vrijstaande woningen, tweekappers en zorgvuldig vormgegeven koppen van korte blokjes woningen, en kent een wisselend kleurgebruik.
4
De bebouwing aan de Nieuwelaan is van eenzelfde kleine schaal maar oogt meer als een korte reeks kleinschalige bebouwing. Het kleurgebruik is samenhangend. De sfeer is besloten en groen.
5 1950
2000
De bebouwing in het hart van de locatie bestaat uit korte blokjes die in een zekere regelmaat zijn geplaatst als knipoog naar het bedrijfsmatige karakter van het gebied. Kleur- en materiaalgebruik onderscheiden zich nadrukkelijk van de randen aan de Hoogeweg en de Nieuwelaan. De bebouwing vormt een duidelijk herkenbaar hart van het nieuwe woonbuurtje.
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
Ruimtelijk Kwaliteitskader (RKK)
5
oud lint
nieuw lint
De huidige locatie van de firma GP Groot maakt
dwarslaan
geen deel uit van de ontwikkeling van het
veld
gebied Zandzoom. In de overeenkomst met de
erf
gemeente is vastgelegd dat het hier een
buiten
eigenstandige ontwikkeling betreft. Strikt
buurtschap
genomen zijn de documenten die door de raad
zichtruimte
zijn vastgesteld voor de ontwikkeling van
zichtlijn
Zandzoom dus niet van toepassing op de herontwikkeling van dit bedrijventerrein. Op
gebouworiëntatie
zichzelf kent de uitplaatsing en nieuwbouw
kamer contour
elders van het bedrijf GP Groot andere, en
locatie GP Groot
vooral meer lastiger componenten van opbrengst en kosten dan een gemiddeld deelplan binnen Zandzoom, en is die specifieke behandeling dan ook op z’n plaats. Desondanks is bij de herontwikkeling van de locatie GP Groot zorgvuldig gekeken naar de ruimtelijke uitgangspunten en ambities zoals geformuleerd in het RKK Zandzoom en de overige vastgestelde documenten van die ontwikkeling. Aan het eind van de rapportage is een vergelijk opgenomen met de belangrijkste ruimtelijke ambities uit RKK en IPOR. Op bijgevoegde tekening is de begrenzing aangegeven tussen de locatie GP Groot en Zandzoom, en meer specifiek de ligging van
Ho oge we g
Kamer Zuid van dat gebied.
Ni e u we l a a n
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
modellen 2019
6
In 2019 zijn voor de herontwikkeling van het terrein van GP Groot verschillende modellen geschetst. Alle modellen gaan uit van een breed scala aan woningtypen, geschikt voor verschillende doelgroepen. In de modellen hebben de huidige woningen Hoogeweg 70 en Hoogeweg 72 een plaats gekregen. Uitgangspunt is ook dat de bestaande hagen op de kavelgrenzen van de locatie zoveel mogelijk worden ingepast. De 3 modellen gaan alle uit van een zorgvuldig ingepaste nieuwbouw langs de Nieuwelaan en de Hoogeweg, afgestemd op de bebouwing ter plaatse. Het ‘hart’ van het plan vormt telkens een eigen wereldje. Model A gaat uit van een centrale entree, met een duidelijk omzoomde groene ruimte en in de flanken ‘weggestopte’ kleine parkeerkoffers. model A
model B
Het wonen in het ‘hart’ van het plan vindt plaats rond de centrale plek. Model B wordt vanuit de uiterste hoeken van de locatie ontsloten, heeft een weggetje ‘buitenom’ en een betrekkelijk autoluw binnen gebied met een kleine centrale ruimte. De woningblokken vormen een staccato ritme met tuinen op het westen, als knipoog naar de bedrijfsmatige opzet van het huidige terrein van GP Groot. Model C wordt gekenmerkt door een aanzet voor een lusje met daar haaks op doodlopende weggetjes waaraan in korte blokjes wordt gewoond. In alle modellen zijn aanzetten te vinden voor hergebruik van bestaand materiaal op de locatie, zoals de spanten van loodsen in Model B en de stelcon platen in Model C. In goed overleg met de gemeente is in 2019 besloten dat Model C de basis is voor de verdere uitwerking. Model C is dan ook als getekend contractstuk bij de ontwikkel overeenkomst gevoegd.
model C
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
verkaveling
woningtypen
70
voorlopige schets Kamer Zuid
7
inpassing bestaande woningen vrijstaand
1
tweekapper
4
rijenwoning 6,00
24
rijenwoning 5,40
5
rijenwoning 5,10
7
levensloop bestendige woningen
4
totaal aantal woningen
45
4 0
3 8 1 3 7 3 4 6
70
70 3 4
4 1
3 3
4 2
7 9 1 0 4 3
1 2
c e n t a l er u i mt e
1 3 2 9
4 4
1 5 1 6 1 8
4 5
2 8
72
72
2 5
1 9
2 1
2 2
2 4
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
profiel hoofdroute
profiel centrale ruimte
8
Het hergebruik van materiaal van het bestaande bedrijventerrein is een rode draad in de planvorming. Een flink deel van aanwezige stelcon platen, met afmetingen van 2 x 2 meter dan wel 1 x 2 meter, zal worden gebruikt voor de inrichting van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld in de route door het plan en de aangelegen parkeerstraatjes en parkeerkoffers. En wel in combinatie met reguliere klinker bestrating. Onder die bestrating liggen de nutsvoorzieningen. Rioolputten en afvoeren blijven daarmee goed
De centraal gelegen groene zone zal worden
bereikbaar. Inspiratie voor deze
gebruikt voor allerlei doeleinden. Hier wordt
combinatie is de herinrichting van een
gespeeld, kunnen mensen elkaar ontmoeten
deel van het NDSM terrein in
en gezamenlijke activiteiten ondernemen.
Amsterdam. Die ligt er inmiddels enkele
De groene middenzone wordt scherp
jaren in, en wordt veelvuldig gebruikt
afgebakend door gestapelde stelcon platen,
door (draaiend) zwaar verkeer voor
met hier en daar een opening. Zo’n rand
festival opbouw en aangrenzende
nodigt uit tot zitten en spelen, en kan
botenhellingen en werven. Ook na een
tegelijkertijd een aanzet zijn voor bijzondere
aantal jaren zien de overgangen tussen
flora en fauna. Ter plaatse van de noord-zuid
de platen en het straatwerk er nog
route zorgt de rand met platen voor een
steeds strak uit.
vernauwing van het profiel.
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
profiel parkeerkoffer
profiel greppel
9
Ook bij de vormgeving van de parkeerhoven zal de stelcon plaat worden gebruikt, bij voorkeur als onderdeel van de rijloper. De parkeervakken zelf krijgen een groene uitstraling door het gebruik van een nader te bepalen type grasbeton steen of vergelijkbaar materiaal. Diezelfde materialen zijn in een soortgelijke combinatie terug te vinden in de beide doodlopende parkeerstraatjes. Hier zal het beeld overigens ook worden bepaald door de in samenhang ontworpen bergingen en begroeide carports. Aan de oostzijde van het plan komt een greppel, van de buren gescheiden door een forse nieuwe haag, waarmee de omzoming van het plan door hagen is voltooid. In de onderhoudsstrook langs de greppel wordt een half verhard paadje aangelegd als ommetje rond het plan.
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
inpassing bestaande hagen
nieuwe hagen en bomen
haag 1,80 meter hoog / ca. 1,00 meter breed
haag 1,00 meter hoog / 0,50 meter breed
haag 3,00 meter hoog / ca. 1,00 meter breed
haag 1,80 meter hoog / 1,00 meter breed
10
haag 3,00 meter hoog / 1,00 meter breed inpassing nieuwe bomen nb de hagen langs zij- en achtertuinen bieden bij aanleg al voldoende privacy / groen beeld (voorbeeld: mobilane)
70
72
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
70
72
september 2020
parkeerbalans
vrijstaand tweekapper rijen 6,00 meter h.o.h. rijen 5,40 meter h.o.h. rijen 5,10 meter h.o.h. levensloop
1 x 2.10 4 x 2.10 24 x 2.10 5 x 2.10 7 x 1.85 4 x 2.10
totaal
2,10 8,40 50.40 10.50 12.95 8.40 92,75
openbaar
centrale ruimte
centrale ruimte
11
1.005 m²
93
46
opstelplekken eigen terrein 1 6 2 naast elkaar 24
x 1,00 x 1,80
totaal
6,00 43,20 95,20
saldo
95 +2
70
70
S
72
72
Bij de uitwerking van de woonomgeving zal aandacht worden besteed aan laadpalen. Een mogelijk overschot aan openbaar parkeren zal worden ‘omgezet’ naar extra bomen langs de noord-zuid route.
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
route GAD
hemelwaterafvoer
12
route GAD verzamelplek rolcontainers
70
72
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
70
72
september 2020
schetsen inrichting
13
materiaalgebruik
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
beeldkwaliteit - Hoogeweg
kenmerken
14
referenties
De woningen langs de Hoogeweg zijn van het type vrijstaand en tweekapper, en vormen met de bestaande woningen nummer 70 en 72 een samenhangend geheel met een eigentijdse dorpse sfeer. De woningen zijn betrekkelijk bescheiden van omvang, waarbij de goothoogte op gemiddeld 1,5 laag ligt, en afgedekt met een kap. De bollenschuur bij de entree van het plan is 2 lagen plat. Alle woningen richten zich op het lint, en zijn verschillend van expressie en materialisatie. Hoekwoningen hebben als het ware een dubbele voorkant, dat geldt ook voor de woningen langs de Nieuwelaan en in het hart van het plan. De architect zal middels silhouet studies de samenhang met de bestaande woningen in beeld brengen. Op de percelen komt hier en daar een boom in de voortuin. Iedere woning kent een eigen, groene erfafscheiding.
aanzet materiaalgebruik
september 2020
beeldkwaliteit - Nieuwelaan
kenmerken
15
referenties
De woningen langs de Nieuwelaan zijn ondergebracht in een 2tal driekappers. Beide blokjes vormen een samenhangend geheel, waarbij eventuele aan- en uitbouwen in dezelfde expressie en materialisatie ‘meedoen’. De goothoogte is net als aan de Hoogeweg gemiddeld maximaal 1,5 laag, en ook hier worden de woningen afgedekt met een kap. De (hoge) groene erfafscheiding aan de zijde van de Nieuwelaan wordt ingezet als extra bindmiddel, en is dus eenduidig voor alle woningen. De groene omzoming zorgt voor een besloten sfeer met goed op de zon gelegen verblijfsplekken in de voortuinen. Omdat die deel van de Nieuwelaan alleen voor langzaam verkeer gebruikt kan worden is het eerste blokje wat naar voren geschoven, om zo de intimiteit van dit wegvak te benadrukken. Ook voor de Nieuwelaan zal bij de uitwerking middels silhouet studies de relatie met de bestaande woningen en de (nieuwe) woningen aan de overzijde van de weg worden onderzocht.
aanzet materiaalgebruik wonen achter een haag
referentie kapvorm
september 2020
beeldkwaliteit - hart van het plan
kenmerken
16
referenties
Het hart van het plan wordt gevormd door een afgeronde en herkenbare eenheid met verschillende typen woningen, sommige 1,5 laag met kap, andere 2 lagen met kap. Het gebied heeft een eigen karakter, leunend op de bedrijfsmatige sfeer van het huidige gebruik, met loods achtige deuren, en een strakke ritmiek van indeling van de gevels. De expressie is stoer en eigentijds, de detaillering robuust en strak. De vormgeving van de kappen van de hoekwoningen vraagt om subtiliteit in de overgang naar het openbaar gebied. Het materiaalgebruik onderscheidt zich nadrukkelijk van de Nieuwelaan en de Hoogeweg, waarbij de goudkleurige accenten een knipoog zijn naar het 100 jarig bestaan van het bedrijf GP Groot. Daar waar bij de Nieuwelaan en de Hoogeweg de samenhang met de bestaande woningen wordt gezocht, voert in het hart van het plan de af-stemming met de inrichting van de openbare ruimte de boventoon. De bedrijfsmatige ‘look and feel’ komt dus in het hart van het plan maximaal tot uiting.
aanzet materiaalgebruik
september 2020
globaal vergelijk met RKK en IPOR
17
Het plan ligt zoals eerder opgemerkt buiten de belijning van de ontwikkeling Zandzoom, maar desondanks zijn de ruimtelijke criteria uit het RKK en de uitgangspunten uit het IPOR zoveel mogelijk meegenomen. Op een klein aantal punten zijn enige verschillen te zien die zich als volgt laten verklaren. Hoogeweg - afstand tot de erfgrens. Het huidige kadastrale perceel van de firma GP Groot loopt strak tegen de rijbaan van de Hoogeweg aan. Gemeend is een deel van het perceel toe te moeten voegen aan het profiel van de Hoogeweg, waardoor de voortuinen van de nieuwe woningen ondieper zijn geworden (en dus ook minder dan de 7 meter zoals genoemd in het RKK). De rooilijn van de nieuwe woningen blijft evenwel achter de bebouwing van de nummers 70 en 72. De kopse kant van de bollenschuur prikt hier iets doorheen, maar dit is opgevat als een bijzonder type waarvoor het RKK een uitzondering maakt. Nieuwelaan - afstand tot de erfgrens. In het RKK staat een maat voor de voortuinen genoemd van ‘circa 4 meter’. Omdat in ‘ons’ plan het parkeren vanaf de achterzijde plaatsvindt is maximaal ingezet op het intieme beeld zoals weergegeven op bladzijde 62 van het RKK en de daarbij behorende omschrijving van de karakteristieken. En heeft dus het eerste blokje een duwtje naar de laan gekregen, waardoor de dwars geplaatste woning duidelijk door de denkbeeldige ‘circa 4 meter’ lijn prikt.
Het 2e blokje van 3 woningen staat weer 70
keurig in de rooilijn van de vrijstaande woning Nieuwelaan nummer 3. Gemiddeld genomen, ook omdat de Nieuwelaan enigszins gerend verloopt, zitten de voortuinen op ‘circa 4 meter’. Profielen, onderhoudsstroken greppels, materialisatie. De maatvoeringen die zijn genoemd in het IPOR zijn overgenomen in het plan. In het IPOR is geen beschouwing opgenomen omtrent het toepassen van stelcon platen als verhardingsmateriaal dan wel bij de inrichting van de woonomgeving als bijvoorbeeld
72
zitelement. Dat vergt bij de verdere uitwerking dus nog het nodige overleg. Evenals de wens een deel van de overige verharding een groene uitstraling te geven.
Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot
september 2020
bestemmingsplan Hoogeweg 72
Bijlage 2 Bodemonderzoek
22
Actualiserend bodem- en verhardingsonderzoek ter plaatse van de Hoogeweg 72 te Heiloo
In opdracht van: Naam Postadres Postcode + plaats Contactpersoon
: : : :
GP Groot Vastgoed b.v. Postbus 76 1850 AB HEILOO De heer M. Wester
Projectnummer Datum Opgesteld door Gecontroleerd door
: : : :
19HB0562-A1 3 maart 2020 De heer S. Sietsma Ing. M.I. Hermelink
Aanleiding Protocol Veldwerk Analyses
: : : :
Herontwikkelingswerkzaamheden NEN 5740 en CROW 210 Conform certificaat BRL 2000 (EC-SIK-20315) Eurofins-Omegam
Bezoek- en postadres
:
Telefoonnummer E-mail Internet NEN-EN-ISO 9001-2015
: : : :
Comeniusstraat 7, 1817 MS Alkmaar IJburglaan 1495, 1087 KM Amsterdam 088-4720600 info@hbadvies.nl www.hbadvies.nl NCK.2018.272.ISO 9001.H162
HB Adviesbureau
Op alle offertes, werkzaamheden van en overeenkomsten met HB Adviesbureau zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam op 3 juli 2013 onder nummer 56/2013. De voorwaarden staan vermeld op onze website www.hbadvies.nl.
2001/2002
HB Adviesbureau verklaart hierbij dat ten aanzien van de uitgevoerde werkzaamheden zij op geen enkele wijze een relatie heeft met de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie, danwel dat sprake is van een gewaarborgde functiescheiding conform de geldende richtlijnen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hoewel HB Adviesbureau de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van dit onderzoek kan het geen volledige zekerheid bieden omtrent de aan- of afwezigheid van een verontreiniging voor het gehele onderzoeksgebied. Het onderzoek betreft een momentopname. HB Adviesbureau aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor gevolgen welke voortvloeien uit beslissingen welke genomen zijn op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavig bodemonderzoek. HB Adviesbureau werkt uitsluitend samen met laboratoria, welke door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd zijn. De laboratoria bieden u de mogelijkheid om de juistheid en authenticiteit van de analyseresultaten te controleren.
HB Adviesbureau
INHOUDSOPGAVE
PAGINA
1.
INLEIDING EN DOEL
1
2.
VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER
2
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
2 2 2 6 7
Inleiding Geraadpleegde informatiebronnen Verkregen informatie Onderzoekshypothese en -opzet Toetsingskader
3.
BESCHRIJVING VELDWERK
8
4.
RESULTATEN ASFALT
10
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
10 11 11 12
5.
6.
7.
8.
9.
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt
RESULTATEN FUNDATIE
13
5.1. 5.2. 5.3.
13 14 15
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
RESULTATEN GROND
16
6.1. 6.2. 6.3.
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
16 17 20
RESULTATEN GRONDWATER
26
7.1. 7.2. 7.3.
26 27 27
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
VEILIGHEID
29
8.1. 8.2.
29 30
Bodem en fundatie Asfalt
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
BIJLAGEN I : II : III : IV : V : VI :
19HB0562-A1
Overzichtstekening met topografische ligging en kadastrale informatie Profielbeschrijvingen Toetsingstabellen Analysecertificaten en foto’s asfaltkernen Toetsingskader Wet bodembescherming Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit
31
HB Adviesbureau
1.
INLEIDING EN DOEL
Door GP Groot Vastgoed b.v. is aan HB Adviesbureau opdracht verleend voor het uitvoeren van een actualiserend bodem- en verhardingsonderzoek ter plaatse van de Hoogeweg 72 te Heiloo. Een overzicht van de onderzoekslocatie met de topografische ligging is weergegeven in bijlage I. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderhavig onderzoek is de toekomstige herontwikkeling van de locatie. De onderzoekslocatie wordt in de nabije toekomst getransformeerd van een bedrijventerrein tot een woningbouwlocatie. Doel van het onderzoek is het vastleggen van: de milieuhygiënische situatie op de locatie; de indicatieve verwerkings- en afvoermogelijkheden van de vrijkomende materialen (grond, asfalt, fundatiemateriaal); de chemische kwaliteit van het grondwater, de grond, de asfaltverharding en eventueel aanwezige fundatiematerialen; de opbouw, dikte en samenstelling van de asfaltverharding en van de fundatie onder de asfaltverharding indien deze aanwezig is; de bodemopbouw tot 0,5 meter onder de fundatielaag; de in acht te nemen veiligheidsklasse conform de CROW 400 tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Met bovenstaande doelstellingen wordt nagegaan of er belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig onderzoek wordt eerst alle (historische) informatie verzameld.
Vervolgens wordt met in achtneming van de doelstellingen van het onderzoek bepaald welke onderzoeksprotocol(len) gevolgd dient te worden en op welke wijze (strategie) het onderzoek uitgevoerd wordt. Het gehele voortraject voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt behandeld in hoofdstuk 2.
19HB0562-A1
1 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
2.
VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER
2.1. Inleiding In de NEN 5740 staat aangegeven dat een vooronderzoek (historisch onderzoek) uitgevoerd dient te worden conform de NEN 5725. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een onderzoekshypothese opgesteld. In de NEN 5725 is weergegeven welke inspanning noodzakelijk is bij welk soort aanleiding voor het uit te voeren vooronderzoek. Voor de uitvoering van het voorliggend onderzoek blijkt dat dient te worden voldaan aan de onderzoeksaspecten vallend onder: A:
Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
G:
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.
De gegevens worden verkregen door onder andere het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, diverse overheidsinstanties, (digitaal) kaartmateriaal en het uitvoeren van een terreininspectie. Middels (historisch) kaartmateriaal wordt het vroegere gebruik van de locatie vastgesteld en wordt, onder andere, achterhaald of op de onderzoekslocatie voorheen bebouwing, sloten en/of dammen aanwezig zijn (geweest). 2.2. Geraadpleegde informatiebronnen Op de ter zake doende informatiebronnen is een screening uitgevoerd. Het locatiebezoek c.q. de terreininspectie heeft voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk plaatsgevonden. In tabel 2.1 is een overzicht weergegeven welke informatiebronnen zijn geraadpleegd en uit welke bron(nen) relevante gegevens zijn verkregen. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde informatiebronnen Informatiebronnen Opdrachtgever / eigenaar Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Bodemloket Bodemkwaliteitskaart Eerdere onderzoeksrapporten aanwezig (Historisch) kaartmateriaal Google Maps Locatiebezoek / terreininspectie Overige informatiebronnen
Geraadpleegd √ √ √ √ √ √ √ √ -
Informatie beschikbaar √ √ √ √ √ √ √ √ -
Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en/of volledig zijn. Voor het verkrijgen van informatie is HB Adviesbureau afhankelijk van deze bronnen, waardoor HB Adviesbureau niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Verwacht wordt dat met de uitgevoerde screening een representatief beeld van de onderzoekslocatie wordt verkregen zodat een betrouwbare onderzoekshypothese kan worden opgesteld. 2.3. Verkregen informatie Van een locatie zijn veelal algemene (bodem)gegevens beschikbaar. De betreffende informatie is veelal beschikbaar op de website van de Omgevingsdienst. Met deze verzamelde gegevens van de locatie wordt met de specifieke terreingegevens beoordeeld of het bodemonderzoek zal plaatsvinden conform de strategie voor een onverdachte of verdachte locatie. De mate van verdachtheid is afhankelijk van het (vroegere) gebruik van de locatie, de aard van de activiteiten die in het verleden op de locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden en de aanwezigheid van potentiële bronlocaties. 19HB0562-A1
2 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
In tabel 2.2 is een overzicht van de terreingegevens en is de eventuele aanwezigheid van potentiële verontreinigingsbronnen weergegeven. Tevens is aangegeven of tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden in de bodem aandachtspunten zijn aangetroffen welke aanleiding geven tot het aanpassen en/of aanvullen van de onderzoekshypothese of onderzoeksopzet. Derhalve is ook reeds aangegeven of tijdens de veldwerkzaamheden bodemlagen zijn aangetroffen waarin een bijmenging met puin aanwezig is (asbestverdacht). Tabel 2.2: Overzicht terreingegevens en verontreinigingsbronnen Terreingegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Kadastrale aanduiding Vroeger en huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik van de locatie Gebruik belendende percelen Oppervlaktewater nabij de onderzoekslocatie Verhardingen
Ca. 14.000 m² Sectie E nr. 18444 Bedrijventerrein Wonen Wonen, bedrijven en agrarisch Aan de noord- en oostzijde liggen op enige afstand sloten De locatie is nagenoeg geheel verhard met asfalt, stelconplaten en/of klinkers
Potentiële verontreinigingsbronnen Brandstoftank(s) Gedempte sloten Brand(plaats) Asbestverdacht materiaal Sloopwerkzaamheden Funderings-/ ophooglaag, puinbijmengingen Gebruik/ opslag chemische middelen/ olie Andere bronnen, bijzonderheden
Op de locatie zijn diverse onder- en bovengrondse huisbrandolie (HBO)- en diesel tanks aanwezig of aanwezig geweest Op de locatie zijn twee gedempte sloten en/of voormalige kavellijnen aanwezig Ter plaatse van het woonhuis en de straal- en spuitcabine Alle asbestverdachte materialen zijn in de loop der jaren van de locatie verwijderd Niet bekend Op de locatie is puinfundatie aanwezig onder verharding Op de locatie zijn plaatselijk smeermiddelen, chemicaliën, verf en olie opgeslagen of opgeslagen geweest (Voormalig) pompeiland, olielekbak, straal- en spuitcabines, brandstof afleverpunt, wasplaats met olieafscheider
Algemene informatie De onderzoekslocatie betreft een perceel (sectie E nr. 18444) gelegen aan de Hoogeweg 72 te Heiloo van ca. 14.000 m². De locatie is op dit moment in gebruik als een bedrijfsterrein voor een GWW aannemingsbedrijf. Tevens zijn twee bedrijfswoningen op de locatie aanwezig welke buiten het onderzoek vallen. De verharding van de onderzoekslocatie bestaat (deels) uit asfalt, stelconplaten en/of klinkers. De oppervlakte van het asfalt wordt ingeschat op ca. 4.300 m². Het aanwezige asfalt is voor 1995 aangebracht. Aan de Hoogeweg bevindt zich het hoofdgebouw. In het hoofdgebouw zijn kantoren, een onderhoudswerkplaats, magazijn, opslag en de garage van de bedrijfswoning gevestigd. Vrijwel direct aangrenzend is aan de zuidzijde een fietsenstalling aanwezig. Ten zuiden van het hoofdgebouw is een loods aanwezig waarin opslag van klein materieel plaatsvindt. Naast deze loods is een brandstofafleverpunt met vloeistofdichte bestrating en olieafscheider en ondergrondse brandstoftanks (10.000 Iiter en 20.000 Iiter) aanwezig. Tevens bevindt zich hier een kleine bovengrondse dubbelwandige tank voor mengsmering. Centraal op het terrein, ten zuidoosten van het hoofdgebouw is een wasplaats met een olieafscheider aanwezig. Aan de zuidoostzijde van het terrein bevindt zich een loods met daarin een constructiewerkplaats, een straal- en een spuitcabine.
Ter plaatse van de straal- en spuitcabine heeft op 29 juni 2016 een brand plaatsgevonden. Direct noordoostelijk van deze loods bevindt zich de opslag van grondstoffen, verven en chemicaliën. Ten noorden van de loods is een ondergrondse 6.000 liter huisbrandolie (hbo)-tank met appendages aanwezig. Het overige terrein is ingericht als buitenopslagterrein van grond-, weg- en waterbouwmaterialen en ter stalling van auto’s en materiaal en als toegangspaden/wegen. Informatie historisch onderzoek Uit bestudeerd historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) blijkt dat op de onderzoekslocatie een tweetal gedempte sloten/voormalige kavellijnen aanwezig. 19HB0562-A1
3 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
Voorgaand onderzoek Uit de controle van Bodemloket, het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en het eigen archief van HB Adviesbureau blijkt dat op de locatie in het verleden diverse (bodem)onderzoeken zijn uitgevoerd. [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19]
Oriënterend onderzoek Texaco-benzinestation, De Ruiter Milieutechnologie, kenmerk JV-BE/ML/A901556.4700, d.d. juni 1991; Oriënterend onderzoek Boha b.v., De Ruiter Milieutechnologie, kenmerk CL/PvdS/A910721.4743, d.d. juli 1991; Aanvullend verkennend bodemonderzoek, HB Adviesbureau, kenmerk 285-AVO, d.d. 11 oktober 1994; Nader bodemonderzoek benzinestation en brandstoffenoverlaadstation, HB Adviesbureau, kenmerk 285-NO, d.d. 13 oktober 1994; Saneringsplan benzinestation en brandstoffenoverlaadstation, HB Adviesbureau, kenmerk 285-SP, d.d. 25 januari 1995; Aanvraag lozingsvergunning benzinestation en brandstofoverlaadstation, HB Adviesbureau, d.d. 7 maart 1.995 (geen kenmerk); Evaluatierapport deel I - Grondsanering ter plaatse van het voormalige Texaco-benzinestation, HB Adviesbureau, HB Adviesbureau, kenmerk 285-ERG, d.d. 24 januari 1996; Evaluatierapport deel II - Grondsanering ter plaatse van het voormalige brandstoffenoverlaadstation, HB Adviesbureau, kenmerk 285-M512, d.d. 3 oktober 1996; Briefrapport: controle grondsanering ter plaatse van de voormalige tankplaats achter de shovelloods, HB Adviesbureau, kenmerk 285-M513, d.d. 27 juni 1996; Briefrapporten: analyseresultaten grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 285-M521, d.d. 6 december 1996 en kenmerk 285-M532, d.d. 3 januari 1997; Evaluatierapport grondwatersanering, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-M523, d.d.
18 maart 1998; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-M542, d.d. 12 juli 1999; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E2, d.d. 8 juni 2001; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E3, d.d. 10 oktober 2003; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E6, d.d. 3 november 2006; Divers verkennend bodem- en verhardingsonderzoek op het perceel aan de Hoogeweg 72 te Heiloo, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-A1, d.d. 30 september 2008; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E7, d.d. 26 januari 2010; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E9, d.d. 15 juli 2011; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 17HB0601, d.d. 9 februari 2018.
Voor een meer uitgebreide weergave van de historische activiteiten op de locatie wordt verwezen naar het historische onderzoek welke in 2008 is uitgevoerd [16]. De rapportage uit 2008 [16] is voor onderhavig actualiserend onderzoek als referentie gebruikt. Uit de rapportage is gebleken dat: het aanwezige asfalt geschikt is voor warm hergebruik; op het terrein asbest boven de bepalingsgrens is aangetoond. De aangetoonde concentraties zijn echter (ruimschoots) onder de 50 mg/kg d.s.; het aanwezige puin net zou voldoen aan de normen voor een bouwstof volgens de Regeling Bodemkwaliteit (RBK). De uitloging zal, in geval van hergebruik, nader bepaald dienen te worden; de puinhoudende bovengrond op de locatie over het algemeen licht tot matig verontreinigd is met diverse zware metalen, minerale olie en PAK. Ter plaatse van het parkeerterrein voor materieel en containeropslag aan de oostzijde, de opslag grond-, weg- en waterbouw aan de zuidzijde en onder en naast de constructiewerkplaat worden sterke verontreinigingen aangetoond met koper of PAK; de ondergrond op de locatie niet tot licht verontreinigd is met de geanalyseerde parameters; ter plaatse/nabij de gesaneerde ontgravingslocaties en verdachte olielocaties geen verontreiniging met minerale olie is aangetoond in de grond.
Ter plaatse van het brandstofafleverpunt is een lichte verontreiniging met olieproducten aangetoond; het grondwater plaatselijk licht verontreinigd is met enkele zware metalen; onder het parkeerterrein voor auto’s aan de noordzijde en ter plaatse van het opslagterrein grond-, weg- en waterbouw aan de zuidzijde van de locatie een verontreiniging met olieproducten is aangetoond. Hier zijn geen exacte bronlocaties van bekend; ter plaatse/nabij de gesaneerde ontgravingslocaties en verdachte olielocaties geen verontreinigingen met minerale olie zijn aangetoond in het grondwater; 19HB0562-A1
4 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
-
-
aan de oostzijde van de verfcontaineropslag een lichte verontreiniging met Per (tetrachlooretheen) in het grondwater is aangetoond. Er is geen verontreiniging met ketonen aangetoond; nabij de voormalige zoutopslag op het zuidelijke deel van het terrein een lichte verontreiniging met chloride is aangetoond in het grondwater. Er is geen verontreiniging met cyanide aangetoond.
Voor de resultaten van de overige onderzoeken wordt verwezen naar de betreffende rapportages. In bijlage I zijn de locaties met potentiele verontreinigingsbronnen, de ontgravingscountouren uit 1996 [7] en [8] en tevens de locaties met mogelijke restverontreinigingen opgenomen. Verdachtheid t.a.v. PFAS Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Waarschijnlijk komen deze stoffen al langere tijd in de bodem voor. PFAS wordt in het algemeen in zeer lage gehalten in de bodem aangetroffen. Op specifieke bronlocaties worden sterk verhoogde gehalten aangetoond (brandplaatsen waar met blusschuim is gewerkt, bedrijven met bepaalde processen, verwerkings-plaatsen van afval e.d.). Ter plaatse van de straal- en spuitcabine heeft op 29 juni 2016 een brand plaatsgevonden. Het is niet bekend of tijdens het blussen PFAS-houdend blusschuim is gebruikt, maar gezien de opslag van brandbare vloeistoffen is dit wel mogelijk. Derhalve wordt de grond aldaar als bronlocatie beschouwd voor de aanwezigheid op PFAS. Vanwege de aangetoonde sterke verontreinigingen in de bodem tijdens voorgaande onderzoek en de daarmee geplande saneringen zal bij de toekomstige ontwikkeling van de locatie sterk verontreinigde grond vrijkomen en worden afgevoerd. Derhalve worden de grondmonsters aanvullend onderzocht op PFAS.
Informatie locatie-inspectie Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is de aanwezige asfaltverharding visueel beoordeeld. Naar aanleiding van de visuele inspectie zijn geen afwijkingen waargenomen welke wijziging in de onderzoeksopzet rechtvaardigen. Verdachtheid t.a.v. asbest Van een onderzoekslocatie dient binnen het vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden vastgesteld of deze asbestverdacht is. Deze hypothese kan worden vastgesteld met behulp van de handreiking in de NEN 5725 (bijlage A). Hiervoor dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Is er een asbestverdachte (bodembelastende) activiteit op de locatie aanwezig? Is er asbestverdacht materiaal op de locatie aanwezig? Is er puin in de bodem aanwezig en is deze te relateren aan asbest? Op de onderzoekslocatie is door de veldwerkers, in bezit van een opleiding asbestherkenning, voorafgaand aan het onderzoek visueel aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal ter plaatse van de aanwezige objecten. Tevens is het maaiveld van de locatie op globale wijze geïnspecteerd. Het opgeboorde materiaal is tijdens de veldwerkzaamheden beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat puinbijmengingen in de bodem aanwezig zijn.
Het verkennend asbest in grond en puinonderzoek welke in 2008 [16] is uitgevoerd geeft aan dat er geen sprake is van asbest in de diverse fundatiematerialen of de grond in een concentratie die aanleiding geeft tot aanvullend onderzoek. Lokaal is er asbest aangetoond maar alle concentraties blijven (ruimschoots) onder de 50 mg/kg d.s. Aangezien asbesthoudende materialen niet meer gebruikt worden is er geen aanleiding tot aanvullend asbest in grond en/of puinonderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5987. Informatie bodem(kwaliteits)kaart Volgens de vigerende bodemkwaliteitskaart is de onderzoekslocatie gelegen in een gebied waarvan de bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen en de ondergrond voldoet een de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur.
19HB0562-A1
5 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
2.4. Onderzoekshypothese en -opzet Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Aan de hand van de gestelde hypothese wordt vervolgens gekozen voor een onderzoeksprotocol met de bijhorende onderzoeksopzet (strategie). Hierbij is gebruikt gemaakt van de vigerende normen. Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd: conform de Nederlandse Norm "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond" (NEN 5740); conform de onderzoeksinspanning zoals beschreven in de CROW 210 "Omgaan met vrijgekomen asfalt" . In tabel 2.3 zijn de hypothesen weergegeven alsmede de daaraan gekoppelde c.q. gevolgde onderzoeksstrategieën. Tabel 2.3 Onderzoekshypothesen en strategieën Hypothese
Verdacht
5.6 P2
Deellocatie Overig terrein Gedempte sloten Smeerkuil Compressors Mogelijke restverontreinigingen Voormalige onder- of bovengrondse tanks Voormalige oliebenzineafscheider Voormalige zoutopslag
Verwachte stoffen
Protocol
Strategie
Toelichting
5.6
Op basis van historische gegevens en het gebruik van de locatie
P2
Vanwege mogelijk gebruik PFAShoudend blusschuim -
Zware metalen, minerale olie en/of PAK
Minerale olie, vluchtige olie en aromaten
NEN 5740
Chloride
Straal- en spuitcabine
PFAS
Asfaltverharding
PAK
CROW 210
Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE); Asfaltverharding voor 1995.
Opgemerkt wordt dat: op de locaties waar in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden aanvullende boringen en peilbuizen worden geplaatst om een eventuele negatieve beïnvloeding van de bodemkwaliteit te kunnen vaststellen; ter plaatse van de slootdempingen formeel gezien geen specificatie van de verwachte stoffen (dempingsmateriaal) kan worden gegeven. In het algemeen worden er verhoogde concentraties aan zware metalen, PAK en/of minerale olie verwacht, waardoor volstaan kan worden met de huidige onderzoeksopzet; door de opdrachtgever is aangegeven dat inpandig boren deels mogelijk is; ter plaatse van de voormalige zoutopslag, op basis van het voorgaande onderzoek uit 2008 [16], Chloride in het grondwater wordt verwacht; waar mogelijk tevens gebruik wordt gemaakt van reeds bestaande peilbuizen. Verwacht wordt dat met bovenstaande onderzoeksopzet een voldoende representatief beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie wordt verkregen.
19HB0562-A1
6 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
2.5. Toetsingskader Indeling van de mate van verontreiniging vindt plaats op basis van de Wet bodembescherming, waarbij de analyseresultaten worden getoetst volgens het vigerend toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, welke opgenomen is in de Circulaire bodemsanering 2013. Voor een omschrijving van het toetsingskader van de Wet bodembescherming wordt verwezen naar bijlage V. Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van de diverse grond(lagen). De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van eventueel overtollige grond naar een grondbank/verwerker. Om de grond elders toe te passen dient een onderzoek te worden uitgevoerd conform de BRL 1000, protocol 1001 (partijkeuring AP04). Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. PFAS Ten aanzien van PFAS wordt geconformeerd aan het provinciaal beleid Beleidsregel PFAS, Provincie Noord-Holland, Besluit d.d. 20 november 2019, publicatie in provinciaal blad nummer 7634 en sinds 20 november 2019 van kracht).
Door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld (geactualiseerd versie d.d. 29 november 2019). Door deze ontwikkeling hebben de grondbanken en verwerkers in navolging op dit handelingskader echter nu als eis gesteld dat alle grond welke nu wordt aangeboden onderzocht dient te zijn op de in het tijdelijk handelingskader genoemde stoffengroep PFAS. Asfalt Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van het asfalt. De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van het vrijgekomen asfalt naar een erkend verwerker. Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. In bijlage III zijn de (omgerekende) analyseresultaten en de toetsing weergegeven. De originele analysecertificaten met alle resultaten zijn weergegeven in bijlage IV.
19HB0562-A1
7 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
3.
BESCHRIJVING VELDWERK
Het verrichten van boringen en het plaatsen van peilbuizen is onder verantwoording van de heren N. Helmhout, P. Nieweg en R. Laan conform protocol 2001 uitgevoerd in de periode tussen 12 december 2019 en 20 februari 2020. Opgemerkt wordt dat het doorboren van de asfaltverharding en fundatie niet valt onder een protocol. Op de locatie zijn ter plaatse van enkele verdachte locaties nog peilbuizen uit het voorgaande onderzoek uit 2008 aanwezig welke zijn gebruikt in onderhavig actualiserend onderzoek. Een overzicht van de deellocaties en diepten van alle boringen en de peilbuizen in meters minus maaiveld (m-mv) zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden Deellocatie Gedempte sloten Mogelijk restverontreiniging Voormalige onder- of bovengrondse tanks Voormalige oliebenzine afscheider Voormalige zoutopslag Straal- en spuitcabine Smeerkuil Compressors Overig terrein
Boringen 0,3 à 1,0 m-mv 1,1 à 2,5 m-mv 01 t/m 03 en 47
Peilbuis 2,6 à 3,0 m-mv -
Bestaande/herplaatste peilbuizen -
-
04 t/m 07, 17 en 19
08 t/m 10 en 18
07, 57, 60 en 63
-
11, 14 t/m 16 en 20 en 22
12
51
-
21
-
-
-
-
61
-
37, 37a, 55 en 55a -
13 24, 26 t/m 28, 28a t/m 28d, 30 t/m 33 en 49
-
53
23, 25 en 36
50 en 52
29, 34, 35, 38 t/m 46, 48 en 54 en 56
Opgemerkt wordt dat: de deellocatie “overig terrein” bestaat uit o.a. de constructiewerkplaats, wasplaats, garage, parkeerterrein en overige locaties met potentiele verontreinigingsbronnen (zie bijlage I voor meer toelichting); het opgeboorde materiaal per bodemlaag over een traject van maximaal 0,5 m bemonsterd is en zintuiglijk beoordeeld is op bodemkundige en verontreinigingskenmerken; enkele (potentieel) verdachte deellocaties gecombineerd zijn uitgevoerd met de boringen uit het algemene boorregime; peilbuizen 07, 50, 51, 53, 57 en 63 bestaande peilbuizen betreffen, peilbuis 52 is herplaatst; de bestaande peilbuizen zijn voorzien van nieuwe slangen en (voor monstername) ruim afgepompt; boringen 01 t/m 03, 05, 08 t/m 13, 20, 23 t/m 30, 32, 33, 35, 36, 38, 39, 46, 47, 49 en 50 in de gesloten verharding (asfalt/stelconplaten) geplaatst zijn met behulp van een diamantkernboor; de bemonstering van de (zintuiglijk) meest verdachte grondlaag ter plaatse van boringen 07, 12, 18 en 36 uitgevoerd is met een steekbus; boring 41 gestaakt is op een met normaal handboormateriaal niet doorboorbare laag; de boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor/zuigerboor; bij de bemonstering tevens rekening is gehouden met de eisen uit het kennisdocument PFAS (Bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater (protocol d.d.
juli 2019 versie 02) zoals opgesteld door het expertisecentrum PFAS). De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn weergegeven in bijlage I. Tevens zijn hierin de (voormalige) locaties met potentiele verontreinigingsbronnen opgenomen. De herplaatste peilbuis en de nieuwe peilbuizen zijn direct na plaatsing en voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt. De bestaande peilbuizen zijn eveneens voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt.
19HB0562-A1
8 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
De grondwaterbemonstering van de bestaande peilbuizen is volgens protocol 2002 uitgevoerd door de heer P. Nieweg op 12 en 16 december. De bemonstering van de herplaatste peilbuis en de nieuwe peilbuizen is volgens protocol 2002 uitgevoerd door de heren P. Nieweg en R. Laan op 20 december 2019 en 7 februari 2020 (minimaal één week na plaatsing). Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd.
19HB0562-A1
9 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
4.
RESULTATEN ASFALT
4.1. Veldwerk In tabel 4.1 is de dikte van de asfaltverharding alsmede de constructieopbouw weergegeven. Daarnaast zijn alle boorkernen voorafgaand aan de uitvoering van de analyses indicatief beoordeeld op de aanwezigheid van PAK. De resultaten van deze beoordeling zijn eveneens weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Overzicht dikte verharding en globale constructieopbouw Boring
Dikte verharding (in mm)
03
127
23
132
25
162
26
89
27
106
28 29 30
81 57 78
32
140
36
83
44
117
47
99
Constructieopbouw Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Steenslag Asfalt Beton 0 - 16 Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Dubbele oppervlaktebehandeling Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Dicht Asfalt Beton 0 - 8 Grind Asfalt Beton 0 - 32 Dicht Asfalt Beton 0 - 8 Grind Asfalt Beton 0 - 16
Indicatieve beoordeling PAK * -
Grind Asfalt Beton 0 - 16
-
Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Grind Asfalt Beton 0 - 32 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Dicht Asfalt Beton 0 - 8 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Grind Asfalt Beton 0 - 16
-
Toelichting: : indicatief geen PAK aanwezig * : indicatief PAK aanwezig
Uit de indicatieve PAK bepaling is gebleken dat in de plaatselijk aanwezige dubbele oppervlaktebehandeling PAK aanwezig is. In de overige asfaltlagen is indicatief geen PAK aangetoond. De gedetailleerde beschrijving van de opbouw van de asfaltverharding en de foto's van de asfaltkernen zijn weergegeven in bijlage IV.
19HB0562-A1
10 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
4.2. Uitvoering analyses Op basis van de gemiddelde dikte van de asfaltverharding en de oppervlakte van het onderzoeksgebied wordt ingeschat dat bij werkzaamheden circa 1.143 ton asfalt vrijkomt. Conform de CROW 210 zijn derhalve drie analyses op PAK noodzakelijk. Vanwege de diversiteit in de opbouw van het asfalt zijn twee extra PAK analyses uitgevoerd. Aan de hand van de indicatieve beoordeling op PAK zoals genoemd in tabel 4.2 is het analyseschema opgesteld. In tabel 4.2 is een overzicht van de uitgevoerde analyses en bijhorende motivatie weergegeven. Tabel 4.2: Uitgevoerde analyses asfalt Boorkernnummers (mengmonsters) 29 30 36 26 27 44 03 23 32 26 32 03
Geanalyseerde laag (mm) 0 - 57 0 - 78 0 - 60 0 - 33 0 - 45 0 - 18 0 - 49 0 - 30 0 - 51 33 - 89 51 - 103 49 - 127
Monster codering
Motivatie
MMASF01
MMASF02 Controle PAK-houdendheid asfalt MMASF03 MMASF04 MASF05
Opgemerkt wordt dat de asfaltkernen in afwijking op de Regeling bodemkwaliteit niet op overige parameters zijn geanalyseerd. De analyse op PAK wordt gehanteerd als tracer. Dit is in overeenstemming met het gebruik in de markt. 4.3. Analyseresultaten In tabel 4.3 zijn de resultaten weergegeven van de onderzochte boorkernen en is zichtbaar of deze voldoen aan de samenstellingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (75 mg/kg d.s.) en derhalve geschikt zijn voor (warm) hergebruik. Tabel 4.3: Toetsingsresultaten verhardingsonderzoek Boorkernnummers (mengmonsters) 29 30 36 26 27 44 03 23 32 26 32 03
Geanalyseerde laag (mm) 0 - 57 0 - 78 0 - 60 0 - 33 0 - 45 0 - 18 0 - 49 0 - 30 0 - 51 33 - 89 51 - 103 49 - 127
Monster codering
Geschikt voor (warm) hergebruik Ja/Nee
MMASF01
Ja
MMASF02
Ja
MMASF03
Ja
MMASF04
Ja
MASF05
Ja
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de onderzochte onverdachte asfaltlagen de concentratie aan PAK niet verhoogd is ten opzichte van de samenstellingswaarde bouwstof niet zijnde grond. Op basis van de beschikbare gegevens en een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is het vrijkomende asfalt, met uitzondering van de dubbele oppervlaktebehandeling, geschikt voor (warm) hergebruik.
19HB0562-A1
11 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
4.4. Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt Het asfalt dat ter plaatse van boring 25 zal vrijkomen bij de werkzaamheden dient voor wat betreft de dubbele asfaltbehandeling als teerhoudend te worden beschouwd. Deze asfalt laag dient separaat te worden gefreesd en afgevoerd naar een erkend verwerker. Ingeschat wordt dat het te frezen oppervlakte ca. 610 m² bedraagt. Bij de freeswerkzaamheden zal, met inachtneming van 20 mm veiligheidsmarge, ca. 45,75 m³ teerhoudend asfalt vrijkomen. Het overige vrijkomend asfalt kan als niet teerhoudend asfalt worden hergebruikt.
19HB0562-A1
12 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
5.
RESULTATEN FUNDATIE
5.1. Veldwerk Onder de verharding is gevarieerd funderingsmateriaal aangetroffen. In tabel 5.1 is de laagdikte van het funderingsmateriaal alsmede het type materiaal weergegeven. Tabel 5.1: Laagdikte en type fundatie Boring 01 03 05 08 09 11 14 23 25 26 27 29 30 31 32 33 35 36 37 37a 39 49 53 58
Laagdikte (m¹) 0,46 0,13 0,15 0,10 0,50 0,46 0,30 0,46 0,33 0,32 0,50 0,38 0,25 0,42 0,43 0,26 0,50 0,81 0,40 0,42 0,30 0,30 0,36 0,42 0,10 0,35
Materiaal Menggranulaat Asfaltgranulaat Menggranulaat Puingranulaat Menggranulaat Stenen Menggranulaat Asfaltgranulaat Menggranulaat Baksteen Menggranulaat Asfaltgranulaat Menggranulaat Menggranulaat Slakken Menggranulaat Natuursteen met baksteen Baksteen Menggranulaat
Tijdens de veldwerkzaamheden is door de veldwerkers op basis van de opleiding asbestherkenning, aandacht besteed aan het voorkomen van asbestverdacht materiaal. In het opgeboorde materiaal of op het maaiveld op de onderzochte delen van de locatie is visueel (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zoals eerder is vermeld in hoofdstuk 2, is op de locatie al een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd in 2008 [16] waarbij lokaal asbest is aangetroffen, echter ruim onder de 50 mg/kg d.s. Derhalve is geen aanleiding tot een asbest in puinonderzoek.
19HB0562-A1
13 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
5.2. Uitvoering analyses In tabel 5.2 is een overzicht van de uitgevoerde analyses op fundatie en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 5.2: Uitgevoerde analyses fundatie Fundatietype
Meng- en puingranulaat
Zintuiglijke waarneming
Slib <1%
(Meng) monster
MM21
Traject (m-mv) 01 (0,14 - 0,60) 05 (0,15 - 0,30) 08 (0,20 - 0,30) 09 (0,20 - 0,70) 11 (0,14 - 0,60) 14 (0,20 - 0,50) 26 (0,08 - 0,40) 29 (0,05 - 0,30) 32 (0,14 - 0,40) 37 (0,20 - 0,50) 23 (0,14 - 0,60) 35 (0,10 - 0,50)
Baksteen 10-20%
MM22
Baksteen 10-20% Kolengruis 1-5%
M24
27 (0,12 - 0,50)
(Natuur)steen, en baksteen
Baksteen 20-50%
MM25
25 (0,17 - 0,50) 30 (0,08 - 0,50) 49 (0,08 - 0,50)
Slakken
Asfalt <1% Baksteen 1-5%
M26
36 (0,08 - 0,50)
Menggranulaat
Analyse op
Motivatie
Standaard pakket Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden
Standaard pakket + vanadium en antimoon
M41 26 (0,40 - 0,90) Standaard M62 03 (0,12 - 0,25) pakket M63 32 (0,40 - 0,90) M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het fundatiemateriaal verkregen. Asfaltgranulaat
Puin 1-5% Baksteen 1-5% Metselpuin 20-50%
Opgemerkt wordt dat: per abuis een mengmonster (MM23) is samengesteld van fundatiemateriaal (asfaltgranulaat) en sterk asfalthoudend zand. Dit mengmonster is niet in het tabel opgenomen. De individuele deelmonsters zijn geanalyseerd als M62 (asfaltgranulaat) en M64 (sterk asfalthoudend zand); per abuis een mengmonster (MM30) is samengesteld van fundatiemateriaal (asfaltgranulaat) en uiterst metselpuinhoudend zand. Dit mengmonster is niet in het tabel opgenomen. De individuele deelmonsters zijn geanalyseerd als M63 (asfaltgranulaat) en M65 (uiterst metselpuinhoudend zand); de slakkenfundatie (M26) aanvullend is geanalyseerd op de voor slakken kritische parameters antimoon en vanadium; de puinhoudende monsters voor analyse door het laboratorium verkleind zijn middels cryogeen malen.
19HB0562-A1
14 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
5.3. Analyseresultaten Indicatieve beoordeling verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 5.3 zijn de resultaten van de toetsing beknopt weergeven en welke parameter(s) als maatgevend wordt beschouwd indien een overschrijding van de toetswaarden voor een N(iet) vormgegeven bouwstof aanwezig is. De samenstelling en het monstertraject van de onderzochte fundatie is weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.3: Toetsingsresultaten fundatie Fundatietype
Zintuiglijke waarneming
(Meng) monster
Meng- en puingranulaat
Slib <1% Baksteen 10-20% Baksteen 10-20% Kolengruis 1-5%
MM21 MM22
Baksteen 20-50%
MM25
X
PAK
M26
X
PAK en minerale olie
Menggranulaat (Natuur)steen, en baksteen Slakken
Asfalt <1% Baksteen 1-5% Puin 1-5% Baksteen 1-5% Metselpuin 20-50%
M24
Voldoet aan toetswaarden N-bouwstof Ja Nee X X X
Maatgevende parameter(s) PAK en minerale olie -
X X X M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
Asfaltgranulaat
M41 M62 M63
Op basis van een indicatieve toetsing van de organische parameters aan de samenstellingswaarden voor een niet vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat: het menggranulaat (met kolengruis en/of baksteen) en het asfaltgranulaat (met puin, metselpuin of baksteen) mogelijk in aanmerking zou komen voor hergebruik (N(iet vormgegeven)-bouwstof of IBC(Isoleren, Beheersen, Controleren)-bouwstof). Voor een vollediger beeld dient echter uitloogonderzoek plaats te vinden naar emissiewaarden van de zware metalen en de anionen. Een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is echter het uiteindelijke bewijsmiddel voor de daadwerkelijke toepassing van het materiaal. het meng- en puingranulaat (met sporen slib), de slakkenfundatie en de fundatie bestaande uit (natuur)steen en baksteen niet in aanmerking komen voor hergebruik; door het overschrijden van de samenstellingseisen is het meng- en puingranulaat (met sporen slib), de slakkenfundatie en de fundatie bestaande uit (natuur)steen en baksteen tevens niet geschikt voor hergebruik als IBC (Isoleren, Beheersen, Controleren)-bouwstof. Een uitloogonderzoek naar de emissiewaarden van de zware metalen en anionen is derhalve van geen toegevoegde waarde.
Conform de eisen in het Besluit bodemkwaliteit is hergebruik binnen hetzelfde werk toegestaan zonder onderzoek, mits het fundatiemateriaal op dezelfde locatie en functie wordt toegepast. De nu vastgestelde kwaliteit van het materiaal kan worden gebruikt voor het vaststellen van eventueel benodigde arbeidshygiënische maatregelen tijdens het werk. Deze maatregelen dienen te worden vastgesteld door een veiligheidskundige. Bij toepassing buiten het werk dient een formele partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit plaats te vinden. Op basis van onderhavig onderzoek kan het vrijkomende materiaal wel aangeboden worden aan een verwerker.
19HB0562-A1
15 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
6.
RESULTATEN GROND
6.1. Veldwerk De bodemopbouw, tot de maximale boordiepte van 3,0 m-mv, bestaat uit zand met plaatselijk veen in de ondergrond. De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 6.1 vermelde waarnemingen gedaan. Tabel 6.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring
Traject Waargenomen bijzonderheden (m -mv) 03 0,25 - 0,50 matig puinhoudend 04 0,30 - 0,50 zwak puinhoudend 0,08 - 0,80 sporen puin 07 1,80 - 2,00 zwakke olie-water reactie 0,16 - 1,60 sporen baksteen 12 1,60 - 1,80 zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie 13 0,15 - 0,60 brokken beton, zwak puinhoudend 15 0,20 - 0,60 sterk betonhoudend, zwak puinhoudend 0,08 - 0,80 brokken beton, zwak baksteenhoudend 16 1,10 - 1,40 sporen baksteen 17 0,30 - 1,30 matig baksteenhoudend 18 0,30 - 1,00 matig baksteenhoudend 1,60 - 1,80 sterke oliegeur 19 0,30 - 1,00 sterk baksteenhoudend 20 1,20 - 1,50 sporen baksteen, sporen kolengruis 24 0,14 - 0,80 uiterst metselpuinhoudend 0,08 - 0,50 sterk asfalthoudend, matig baksteenhoudend 28 0,50 - 0,60 brokken slib 28a 0,08 - 0,50 zwak asfalthoudend, sporen baksteen, sporen slacken 28c 0,06 - 0,50 sporen asphalt, zwak baksteenhoudend 28d 0,15 - 0,50 sporen baksteen 31 0,50 - 0,70 zwak puinhoudend, matig slakhoudend, sporen kolengruis 33 0,90 - 1,30 brokken asfalt 34 0,00 - 0,50 matig menggranulaat houdend 0,08 - 0,50 matig slakhoudend, zwak baksteenhoudend, brokken asfalt 36 0,50 - 1,30 sterke oliegeur, zwakke olie-water reactie 1,30 - 2,50 geen oliegeur, geen olie-water reactie 40 0,20 - 0,30 matig puinhoudend 0,30 - 0,50 matig puinhoudend 41 0,50 - 0,51 gestaakt op massief 43 0,08 - 0,20 zwak puinhoudend 44 0,18 - 0,30 uiterst kolengruishoudend 46
0,14 - 0,50 sporen baksteen 0,09 - 0,50 zwak baksteenhoudend 47 0,50 - 0,60 zwak slibhoudend 50 0,08 - 0,60 sporen baksteen 52 0,00 - 0,50 sporen baksteen 54 0,20 - 0,40 sporen baksteen, matig kolengruishoudend 56 0,00 - 0,50 sporen baksteen 1,10 - 1,60 sporen baksteen 60 1,60 - 2,30 sterke olie-water reactie, sterke oliegeur Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
Opgemerkt wordt dat: door het aantreffen van zwak slibhoudend materiaal in boring 47 de aanwezigheid van een gedempte sloot is bevestigd; de aanwezigheid van bodemvreemde materialen kunnen duiden op verontreiniging met onder andere zware metalen en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); bijmenging met asfalt kan duiden op een verontreiniging met PAK.
19HB0562-A1
16 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
6.2. Uitvoering analyses In tabel 6.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en/of organische stof van alle grond(meng)monsters vastgesteld. Tabel 6.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving
Zintuiglijke waarneming Mogelijke restverontreiniging olieproducten Zwakke olie-water reactie Ondergrond zand Sterke oliegeur olie-water reactie, sterke oliegeur Voormalige onder- of bovengrondse tanks Zwakke olie-water reactie, zwakke oliegeur Ondergrond zand Beton 10-20% Puin 1-5% Baksteen 5-20%
(Meng) monster
Traject (m-mv)
M01 M02 M03
04 (1,00 - 1,50) 05 (1,30 - 1,80) 06 (1,58 - 2,00)
M04
07 (1,80 - 2,00)
M05 M06 M07 M14 M15 M16
08 (1,00 - 1,40) 09 (0,70 - 1,20) 10 (1,14 - 1,50) 17 (1,50 - 2,00) 18 (1,60 - 1,80) 19 (1,30 - 1,80)
M66
60 (1,60 - 1,80)
M71 M72
58 (1,00 - 1,30) 59 (1,10 - 1,60)
M08
11 (1,10 - 1,60)
M09
12 (1,60 - 1,80)
M11 M12 M13 M17 M19
14 (1,00 - 1,50) 15 (1,40 - 1,90) 16 (1,10 - 1,40) 20 (1,20 - 1,50) 22 (0,70 - 1,20)
M28
15 (0,20 - 0,60)
MM29
17 (0,30 - 0,80) 18 (0,30 - 0,80) 19 (0,30 - 0,80)
Analyse op
Motivatie
Minerale olie en aromaten (BTEXXN)
Bepalen mate van verontreiniging met minerale olie en aromaten
Minerale olie en aromaten (BTEXXN)
Bepalen mate van verontreiniging met minerale olie en aromaten
Standaardpakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Minerale olie en aromaten (BTEXXN)
Bepalen mate van verontreiniging met minerale olie en aromaten
PFAS
Bepalen concentratie aan PFAS
Standaardpakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Standaardpakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Standaardpakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Voormalige olie-benzine afscheider Ondergrond zand
-
M18
21 (0,90 - 1,40)
Zand
-
MM73
Ondergrond zand
-
MM39
Slib 1-5%
M35
47 (0,50 - 0,60)
Kolengruis 20-50%
M31
Puin 1-10%
MM33
44 (0,18 - 0,30) 40 (0,20 - 0,30) 41 (0,30 - 0,50) 43 (0,08 - 0,20)
Straal- en spuitcabine 37a (0,10 - 0,20) 37a (0,50 - 1,00) 55a (0,05 - 0,55) 55a (0,60 - 1,00) 31 (0,70 - 1,20) 35 (0,50 - 1,00) 37 (0,50 - 1,00) 52 (1,20 - 1,50)
Gedempte sloot Ondergrond zand Overig terrein
Bovengrond zand
Baksteen <1% M34 54 (0,20 - 0,40) Kolengruis 5-10% M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van de grond verkregen.
19HB0562-A1
17 van 32 | Pagina
HB Adviesbureau
Vervolg tabel 6.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving
Zintuiglijke waarneming
(Meng) monster
Traject (m-mv)
Analyse op
Motivatie
Puin 1-10%
MM40
03 (0,25 - 0,50) 04 (0,30 - 0,50)
M64
28 (0,08 - 0,50)
Standaardpakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
M65
24 (0,14 - 0,64)
PAK
M67
28a (0,50 - 1,00)
PAK
Vanwege de aangetoonde sterke verontreiniging met PAK in M64
Asfalt <1% Baksteen 1-5% Baksteen <1%
M68
28b (0,15 - 0,50)
M69
28c (0,06 - 0,50)
PAK
M70
28d (0,15 - 0,50)
Vanwege de aangetoonde sterke verontreiniging met PAK in M64
-
M10
13 (1,50 - 2,00)
-
M20
53 (1,00 - 1,50)