CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Hoogeweg 72_bijlagen toelichting.pdf

Raadsvergadering 20 december 2021, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoogeweg 7225.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoogeweg 72 bestemmingsplan 20 december 2021

bestemmingsplan Hoogeweg 72

Inhoudsopgave

bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Stedenbouwkundig ontwerp

4

Bijlage 2

Bodemonderzoek

22

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

349

Bijlage 4

Quick scan ecologie

393

Bijlage 5

Onderzoek stikstofdepositie

403

Bijlage 6

Verslag bewonersavond

474

Bijlage 7

Verslag inloopbijeenkomst

479

Bijlage 8

Nota van beantwoording zienswijzen

483

Bijlage 9

Onderzoek effecten noordelijke ontsluiting

491

2

bestemmingsplan Hoogeweg 72

bijlagen toelichting

3

bestemmingsplan Hoogeweg 72

Bijlage 1 Stedenbouwkundig ontwerp

4

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot september 2020

STEFVELDHUIZEN STEDENBOUWKUNDIG ONTWERPER EN ADVISEUR

BOPARAI ASSOCIATES architekten

Spadinalaan 176 NL-1031KB Amsterdam

bestaande situatie omgeving

2

1. bestaande woning Hoogeweg 72

2. bestaande woning Hoogeweg 70

3. Hoogeweg

4. Nieuwelaan

5. nieuwbouw Limmerlinten

6. nieuwbouw Limmerlinten

3

Ho oge we g

2

1 Ni e u we l a a n

4 knip, uitsluitend langzaam verkeer

5

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

6

september 2020

bestaande situatie terrein

3

4

5 1. bestaand verhardingsmateriaal terrein

2. bestaand verhardingsmateriaal terrein

3. haag op grens Kamer Zuid

4. haag hoek tegen Hoogeweg

5. haag langs Hoogeweg

6. trafo

3

Ho oge we g

6

2

1

Ni e u we l a a n

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

historie 1850

top 5 stedenbouw

4

1900

1

Bij de inrichting van het terrein wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de authentieke bestratingsmaterialen van het bedrijf uit overwegingen van circulariteit en historische context.

2

Bestaande hoge en lage hagen op de erfgrens worden zoveel mogelijk ingepast, en waar mogelijk aangevuld.

3

De bebouwing aan de Hoogeweg maakt deel uit van de oorspronkelijke bebouwing aan de oude linten en bestaat uit vrijstaande woningen, tweekappers en zorgvuldig vormgegeven koppen van korte blokjes woningen, en kent een wisselend kleurgebruik.

4

De bebouwing aan de Nieuwelaan is van eenzelfde kleine schaal maar oogt meer als een korte reeks kleinschalige bebouwing. Het kleurgebruik is samenhangend. De sfeer is besloten en groen.

5 1950

2000

De bebouwing in het hart van de locatie bestaat uit korte blokjes die in een zekere regelmaat zijn geplaatst als knipoog naar het bedrijfsmatige karakter van het gebied. Kleur- en materiaalgebruik onderscheiden zich nadrukkelijk van de randen aan de Hoogeweg en de Nieuwelaan. De bebouwing vormt een duidelijk herkenbaar hart van het nieuwe woonbuurtje.

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

Ruimtelijk Kwaliteitskader (RKK)

5

oud lint

nieuw lint

De huidige locatie van de firma GP Groot maakt

dwarslaan

geen deel uit van de ontwikkeling van het

veld

gebied Zandzoom. In de overeenkomst met de

erf

gemeente is vastgelegd dat het hier een

buiten

eigenstandige ontwikkeling betreft. Strikt

buurtschap

genomen zijn de documenten die door de raad

zichtruimte

zijn vastgesteld voor de ontwikkeling van

zichtlijn

Zandzoom dus niet van toepassing op de herontwikkeling van dit bedrijventerrein. Op

gebouworiëntatie

zichzelf kent de uitplaatsing en nieuwbouw

kamer contour

elders van het bedrijf GP Groot andere, en

locatie GP Groot

vooral meer lastiger componenten van opbrengst en kosten dan een gemiddeld deelplan binnen Zandzoom, en is die specifieke behandeling dan ook op z’n plaats. Desondanks is bij de herontwikkeling van de locatie GP Groot zorgvuldig gekeken naar de ruimtelijke uitgangspunten en ambities zoals geformuleerd in het RKK Zandzoom en de overige vastgestelde documenten van die ontwikkeling. Aan het eind van de rapportage is een vergelijk opgenomen met de belangrijkste ruimtelijke ambities uit RKK en IPOR. Op bijgevoegde tekening is de begrenzing aangegeven tussen de locatie GP Groot en Zandzoom, en meer specifiek de ligging van

Ho oge we g

Kamer Zuid van dat gebied.

Ni e u we l a a n

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

modellen 2019

6

In 2019 zijn voor de herontwikkeling van het terrein van GP Groot verschillende modellen geschetst. Alle modellen gaan uit van een breed scala aan woningtypen, geschikt voor verschillende doelgroepen. In de modellen hebben de huidige woningen Hoogeweg 70 en Hoogeweg 72 een plaats gekregen. Uitgangspunt is ook dat de bestaande hagen op de kavelgrenzen van de locatie zoveel mogelijk worden ingepast. De 3 modellen gaan alle uit van een zorgvuldig ingepaste nieuwbouw langs de Nieuwelaan en de Hoogeweg, afgestemd op de bebouwing ter plaatse. Het ‘hart’ van het plan vormt telkens een eigen wereldje. Model A gaat uit van een centrale entree, met een duidelijk omzoomde groene ruimte en in de flanken ‘weggestopte’ kleine parkeerkoffers. model A

model B

Het wonen in het ‘hart’ van het plan vindt plaats rond de centrale plek. Model B wordt vanuit de uiterste hoeken van de locatie ontsloten, heeft een weggetje ‘buitenom’ en een betrekkelijk autoluw binnen gebied met een kleine centrale ruimte. De woningblokken vormen een staccato ritme met tuinen op het westen, als knipoog naar de bedrijfsmatige opzet van het huidige terrein van GP Groot. Model C wordt gekenmerkt door een aanzet voor een lusje met daar haaks op doodlopende weggetjes waaraan in korte blokjes wordt gewoond. In alle modellen zijn aanzetten te vinden voor hergebruik van bestaand materiaal op de locatie, zoals de spanten van loodsen in Model B en de stelcon platen in Model C. In goed overleg met de gemeente is in 2019 besloten dat Model C de basis is voor de verdere uitwerking. Model C is dan ook als getekend contractstuk bij de ontwikkel overeenkomst gevoegd.

model C

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

verkaveling

woningtypen

70

voorlopige schets Kamer Zuid

7

inpassing bestaande woningen vrijstaand

1

tweekapper

4

rijenwoning 6,00

24

rijenwoning 5,40

5

rijenwoning 5,10

7

levensloop bestendige woningen

4

totaal aantal woningen

45

4 0

3 8 1 3 7 3 4 6

70

70 3 4

4 1

3 3

4 2

7 9 1 0 4 3

1 2

c e n t a l er u i mt e

1 3 2 9

4 4

1 5 1 6 1 8

4 5

2 8

72

72

2 5

1 9

2 1

2 2

2 4

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

profiel hoofdroute

profiel centrale ruimte

8

Het hergebruik van materiaal van het bestaande bedrijventerrein is een rode draad in de planvorming. Een flink deel van aanwezige stelcon platen, met afmetingen van 2 x 2 meter dan wel 1 x 2 meter, zal worden gebruikt voor de inrichting van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld in de route door het plan en de aangelegen parkeerstraatjes en parkeerkoffers. En wel in combinatie met reguliere klinker bestrating. Onder die bestrating liggen de nutsvoorzieningen. Rioolputten en afvoeren blijven daarmee goed

De centraal gelegen groene zone zal worden

bereikbaar. Inspiratie voor deze

gebruikt voor allerlei doeleinden. Hier wordt

combinatie is de herinrichting van een

gespeeld, kunnen mensen elkaar ontmoeten

deel van het NDSM terrein in

en gezamenlijke activiteiten ondernemen.

Amsterdam. Die ligt er inmiddels enkele

De groene middenzone wordt scherp

jaren in, en wordt veelvuldig gebruikt

afgebakend door gestapelde stelcon platen,

door (draaiend) zwaar verkeer voor

met hier en daar een opening. Zo’n rand

festival opbouw en aangrenzende

nodigt uit tot zitten en spelen, en kan

botenhellingen en werven. Ook na een

tegelijkertijd een aanzet zijn voor bijzondere

aantal jaren zien de overgangen tussen

flora en fauna. Ter plaatse van de noord-zuid

de platen en het straatwerk er nog

route zorgt de rand met platen voor een

steeds strak uit.

vernauwing van het profiel.

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

profiel parkeerkoffer

profiel greppel

9

Ook bij de vormgeving van de parkeerhoven zal de stelcon plaat worden gebruikt, bij voorkeur als onderdeel van de rijloper. De parkeervakken zelf krijgen een groene uitstraling door het gebruik van een nader te bepalen type grasbeton steen of vergelijkbaar materiaal. Diezelfde materialen zijn in een soortgelijke combinatie terug te vinden in de beide doodlopende parkeerstraatjes. Hier zal het beeld overigens ook worden bepaald door de in samenhang ontworpen bergingen en begroeide carports. Aan de oostzijde van het plan komt een greppel, van de buren gescheiden door een forse nieuwe haag, waarmee de omzoming van het plan door hagen is voltooid. In de onderhoudsstrook langs de greppel wordt een half verhard paadje aangelegd als ommetje rond het plan.

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

inpassing bestaande hagen

nieuwe hagen en bomen

haag 1,80 meter hoog / ca. 1,00 meter breed

haag 1,00 meter hoog / 0,50 meter breed

haag 3,00 meter hoog / ca. 1,00 meter breed

haag 1,80 meter hoog / 1,00 meter breed

10

haag 3,00 meter hoog / 1,00 meter breed inpassing nieuwe bomen nb de hagen langs zij- en achtertuinen bieden bij aanleg al voldoende privacy / groen beeld (voorbeeld: mobilane)

70

72

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

70

72

september 2020

parkeerbalans

vrijstaand tweekapper rijen 6,00 meter h.o.h. rijen 5,40 meter h.o.h. rijen 5,10 meter h.o.h. levensloop

1 x 2.10 4 x 2.10 24 x 2.10 5 x 2.10 7 x 1.85 4 x 2.10

totaal

2,10 8,40 50.40 10.50 12.95 8.40 92,75

openbaar

centrale ruimte

centrale ruimte

11

1.005 m²

93

46

opstelplekken eigen terrein 1 6 2 naast elkaar 24

x 1,00 x 1,80

totaal

6,00 43,20 95,20

saldo

95 +2

70

70

S

72

72

Bij de uitwerking van de woonomgeving zal aandacht worden besteed aan laadpalen. Een mogelijk overschot aan openbaar parkeren zal worden ‘omgezet’ naar extra bomen langs de noord-zuid route.

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

route GAD

hemelwaterafvoer

12

route GAD verzamelplek rolcontainers

70

72

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

70

72

september 2020

schetsen inrichting

13

materiaalgebruik

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

beeldkwaliteit - Hoogeweg

kenmerken

14

referenties

De woningen langs de Hoogeweg zijn van het type vrijstaand en tweekapper, en vormen met de bestaande woningen nummer 70 en 72 een samenhangend geheel met een eigentijdse dorpse sfeer. De woningen zijn betrekkelijk bescheiden van omvang, waarbij de goothoogte op gemiddeld 1,5 laag ligt, en afgedekt met een kap. De bollenschuur bij de entree van het plan is 2 lagen plat. Alle woningen richten zich op het lint, en zijn verschillend van expressie en materialisatie. Hoekwoningen hebben als het ware een dubbele voorkant, dat geldt ook voor de woningen langs de Nieuwelaan en in het hart van het plan. De architect zal middels silhouet studies de samenhang met de bestaande woningen in beeld brengen. Op de percelen komt hier en daar een boom in de voortuin. Iedere woning kent een eigen, groene erfafscheiding.

aanzet materiaalgebruik

september 2020

beeldkwaliteit - Nieuwelaan

kenmerken

15

referenties

De woningen langs de Nieuwelaan zijn ondergebracht in een 2tal driekappers. Beide blokjes vormen een samenhangend geheel, waarbij eventuele aan- en uitbouwen in dezelfde expressie en materialisatie ‘meedoen’. De goothoogte is net als aan de Hoogeweg gemiddeld maximaal 1,5 laag, en ook hier worden de woningen afgedekt met een kap. De (hoge) groene erfafscheiding aan de zijde van de Nieuwelaan wordt ingezet als extra bindmiddel, en is dus eenduidig voor alle woningen. De groene omzoming zorgt voor een besloten sfeer met goed op de zon gelegen verblijfsplekken in de voortuinen. Omdat die deel van de Nieuwelaan alleen voor langzaam verkeer gebruikt kan worden is het eerste blokje wat naar voren geschoven, om zo de intimiteit van dit wegvak te benadrukken. Ook voor de Nieuwelaan zal bij de uitwerking middels silhouet studies de relatie met de bestaande woningen en de (nieuwe) woningen aan de overzijde van de weg worden onderzocht.

aanzet materiaalgebruik wonen achter een haag

referentie kapvorm

september 2020

beeldkwaliteit - hart van het plan

kenmerken

16

referenties

Het hart van het plan wordt gevormd door een afgeronde en herkenbare eenheid met verschillende typen woningen, sommige 1,5 laag met kap, andere 2 lagen met kap. Het gebied heeft een eigen karakter, leunend op de bedrijfsmatige sfeer van het huidige gebruik, met loods achtige deuren, en een strakke ritmiek van indeling van de gevels. De expressie is stoer en eigentijds, de detaillering robuust en strak. De vormgeving van de kappen van de hoekwoningen vraagt om subtiliteit in de overgang naar het openbaar gebied. Het materiaalgebruik onderscheidt zich nadrukkelijk van de Nieuwelaan en de Hoogeweg, waarbij de goudkleurige accenten een knipoog zijn naar het 100 jarig bestaan van het bedrijf GP Groot. Daar waar bij de Nieuwelaan en de Hoogeweg de samenhang met de bestaande woningen wordt gezocht, voert in het hart van het plan de af-stemming met de inrichting van de openbare ruimte de boventoon. De bedrijfsmatige ‘look and feel’ komt dus in het hart van het plan maximaal tot uiting.

aanzet materiaalgebruik

september 2020

globaal vergelijk met RKK en IPOR

17

Het plan ligt zoals eerder opgemerkt buiten de belijning van de ontwikkeling Zandzoom, maar desondanks zijn de ruimtelijke criteria uit het RKK en de uitgangspunten uit het IPOR zoveel mogelijk meegenomen. Op een klein aantal punten zijn enige verschillen te zien die zich als volgt laten verklaren. Hoogeweg - afstand tot de erfgrens. Het huidige kadastrale perceel van de firma GP Groot loopt strak tegen de rijbaan van de Hoogeweg aan. Gemeend is een deel van het perceel toe te moeten voegen aan het profiel van de Hoogeweg, waardoor de voortuinen van de nieuwe woningen ondieper zijn geworden (en dus ook minder dan de 7 meter zoals genoemd in het RKK). De rooilijn van de nieuwe woningen blijft evenwel achter de bebouwing van de nummers 70 en 72. De kopse kant van de bollenschuur prikt hier iets doorheen, maar dit is opgevat als een bijzonder type waarvoor het RKK een uitzondering maakt. Nieuwelaan - afstand tot de erfgrens. In het RKK staat een maat voor de voortuinen genoemd van ‘circa 4 meter’. Omdat in ‘ons’ plan het parkeren vanaf de achterzijde plaatsvindt is maximaal ingezet op het intieme beeld zoals weergegeven op bladzijde 62 van het RKK en de daarbij behorende omschrijving van de karakteristieken. En heeft dus het eerste blokje een duwtje naar de laan gekregen, waardoor de dwars geplaatste woning duidelijk door de denkbeeldige ‘circa 4 meter’ lijn prikt.

Het 2e blokje van 3 woningen staat weer 70

keurig in de rooilijn van de vrijstaande woning Nieuwelaan nummer 3. Gemiddeld genomen, ook omdat de Nieuwelaan enigszins gerend verloopt, zitten de voortuinen op ‘circa 4 meter’. Profielen, onderhoudsstroken greppels, materialisatie. De maatvoeringen die zijn genoemd in het IPOR zijn overgenomen in het plan. In het IPOR is geen beschouwing opgenomen omtrent het toepassen van stelcon platen als verhardingsmateriaal dan wel bij de inrichting van de woonomgeving als bijvoorbeeld

72

zitelement. Dat vergt bij de verdere uitwerking dus nog het nodige overleg. Evenals de wens een deel van de overige verharding een groene uitstraling te geven.

Heiloo Herontwikkeling locatie GP Groot

september 2020

bestemmingsplan Hoogeweg 72

Bijlage 2 Bodemonderzoek

22

Actualiserend bodem- en verhardingsonderzoek ter plaatse van de Hoogeweg 72 te Heiloo

In opdracht van: Naam Postadres Postcode + plaats Contactpersoon

: : : :

GP Groot Vastgoed b.v. Postbus 76 1850 AB HEILOO De heer M. Wester

Projectnummer Datum Opgesteld door Gecontroleerd door

: : : :

19HB0562-A1 3 maart 2020 De heer S. Sietsma Ing. M.I. Hermelink

Aanleiding Protocol Veldwerk Analyses

: : : :

Herontwikkelingswerkzaamheden NEN 5740 en CROW 210 Conform certificaat BRL 2000 (EC-SIK-20315) Eurofins-Omegam

Bezoek- en postadres

:

Telefoonnummer E-mail Internet NEN-EN-ISO 9001-2015

: : : :

Comeniusstraat 7, 1817 MS Alkmaar IJburglaan 1495, 1087 KM Amsterdam 088-4720600 info@hbadvies.nl www.hbadvies.nl NCK.2018.272.ISO 9001.H162

HB Adviesbureau

Op alle offertes, werkzaamheden van en overeenkomsten met HB Adviesbureau zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam op 3 juli 2013 onder nummer 56/2013. De voorwaarden staan vermeld op onze website www.hbadvies.nl.

2001/2002

HB Adviesbureau verklaart hierbij dat ten aanzien van de uitgevoerde werkzaamheden zij op geen enkele wijze een relatie heeft met de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie, danwel dat sprake is van een gewaarborgde functiescheiding conform de geldende richtlijnen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hoewel HB Adviesbureau de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van dit onderzoek kan het geen volledige zekerheid bieden omtrent de aan- of afwezigheid van een verontreiniging voor het gehele onderzoeksgebied. Het onderzoek betreft een momentopname. HB Adviesbureau aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor gevolgen welke voortvloeien uit beslissingen welke genomen zijn op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavig bodemonderzoek. HB Adviesbureau werkt uitsluitend samen met laboratoria, welke door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd zijn. De laboratoria bieden u de mogelijkheid om de juistheid en authenticiteit van de analyseresultaten te controleren.

HB Adviesbureau

INHOUDSOPGAVE

PAGINA

1.

INLEIDING EN DOEL

1

2.

VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER

2

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

2 2 2 6 7

Inleiding Geraadpleegde informatiebronnen Verkregen informatie Onderzoekshypothese en -opzet Toetsingskader

3.

BESCHRIJVING VELDWERK

8

4.

RESULTATEN ASFALT

10

4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

10 11 11 12

5.

6.

7.

8.

9.

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt

RESULTATEN FUNDATIE

13

5.1. 5.2. 5.3.

13 14 15

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

RESULTATEN GROND

16

6.1. 6.2. 6.3.

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

16 17 20

RESULTATEN GRONDWATER

26

7.1. 7.2. 7.3.

26 27 27

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

VEILIGHEID

29

8.1. 8.2.

29 30

Bodem en fundatie Asfalt

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

BIJLAGEN I : II : III : IV : V : VI :

19HB0562-A1

Overzichtstekening met topografische ligging en kadastrale informatie Profielbeschrijvingen Toetsingstabellen Analysecertificaten en foto’s asfaltkernen Toetsingskader Wet bodembescherming Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit

31

HB Adviesbureau

1.

INLEIDING EN DOEL

Door GP Groot Vastgoed b.v. is aan HB Adviesbureau opdracht verleend voor het uitvoeren van een actualiserend bodem- en verhardingsonderzoek ter plaatse van de Hoogeweg 72 te Heiloo. Een overzicht van de onderzoekslocatie met de topografische ligging is weergegeven in bijlage I. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderhavig onderzoek is de toekomstige herontwikkeling van de locatie. De onderzoekslocatie wordt in de nabije toekomst getransformeerd van een bedrijventerrein tot een woningbouwlocatie. Doel van het onderzoek is het vastleggen van: de milieuhygiënische situatie op de locatie; de indicatieve verwerkings- en afvoermogelijkheden van de vrijkomende materialen (grond, asfalt, fundatiemateriaal); de chemische kwaliteit van het grondwater, de grond, de asfaltverharding en eventueel aanwezige fundatiematerialen; de opbouw, dikte en samenstelling van de asfaltverharding en van de fundatie onder de asfaltverharding indien deze aanwezig is; de bodemopbouw tot 0,5 meter onder de fundatielaag; de in acht te nemen veiligheidsklasse conform de CROW 400 tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Met bovenstaande doelstellingen wordt nagegaan of er belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig onderzoek wordt eerst alle (historische) informatie verzameld.

Vervolgens wordt met in achtneming van de doelstellingen van het onderzoek bepaald welke onderzoeksprotocol(len) gevolgd dient te worden en op welke wijze (strategie) het onderzoek uitgevoerd wordt. Het gehele voortraject voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt behandeld in hoofdstuk 2.

19HB0562-A1

1 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

2.

VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER

2.1. Inleiding In de NEN 5740 staat aangegeven dat een vooronderzoek (historisch onderzoek) uitgevoerd dient te worden conform de NEN 5725. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een onderzoekshypothese opgesteld. In de NEN 5725 is weergegeven welke inspanning noodzakelijk is bij welk soort aanleiding voor het uit te voeren vooronderzoek. Voor de uitvoering van het voorliggend onderzoek blijkt dat dient te worden voldaan aan de onderzoeksaspecten vallend onder: A:

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

G:

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.

De gegevens worden verkregen door onder andere het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, diverse overheidsinstanties, (digitaal) kaartmateriaal en het uitvoeren van een terreininspectie. Middels (historisch) kaartmateriaal wordt het vroegere gebruik van de locatie vastgesteld en wordt, onder andere, achterhaald of op de onderzoekslocatie voorheen bebouwing, sloten en/of dammen aanwezig zijn (geweest). 2.2. Geraadpleegde informatiebronnen Op de ter zake doende informatiebronnen is een screening uitgevoerd. Het locatiebezoek c.q. de terreininspectie heeft voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk plaatsgevonden. In tabel 2.1 is een overzicht weergegeven welke informatiebronnen zijn geraadpleegd en uit welke bron(nen) relevante gegevens zijn verkregen. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde informatiebronnen Informatiebronnen Opdrachtgever / eigenaar Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Bodemloket Bodemkwaliteitskaart Eerdere onderzoeksrapporten aanwezig (Historisch) kaartmateriaal Google Maps Locatiebezoek / terreininspectie Overige informatiebronnen

Geraadpleegd √ √ √ √ √ √ √ √ -

Informatie beschikbaar √ √ √ √ √ √ √ √ -

Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en/of volledig zijn. Voor het verkrijgen van informatie is HB Adviesbureau afhankelijk van deze bronnen, waardoor HB Adviesbureau niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Verwacht wordt dat met de uitgevoerde screening een representatief beeld van de onderzoekslocatie wordt verkregen zodat een betrouwbare onderzoekshypothese kan worden opgesteld. 2.3. Verkregen informatie Van een locatie zijn veelal algemene (bodem)gegevens beschikbaar. De betreffende informatie is veelal beschikbaar op de website van de Omgevingsdienst. Met deze verzamelde gegevens van de locatie wordt met de specifieke terreingegevens beoordeeld of het bodemonderzoek zal plaatsvinden conform de strategie voor een onverdachte of verdachte locatie. De mate van verdachtheid is afhankelijk van het (vroegere) gebruik van de locatie, de aard van de activiteiten die in het verleden op de locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden en de aanwezigheid van potentiële bronlocaties. 19HB0562-A1

2 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

In tabel 2.2 is een overzicht van de terreingegevens en is de eventuele aanwezigheid van potentiële verontreinigingsbronnen weergegeven. Tevens is aangegeven of tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden in de bodem aandachtspunten zijn aangetroffen welke aanleiding geven tot het aanpassen en/of aanvullen van de onderzoekshypothese of onderzoeksopzet. Derhalve is ook reeds aangegeven of tijdens de veldwerkzaamheden bodemlagen zijn aangetroffen waarin een bijmenging met puin aanwezig is (asbestverdacht). Tabel 2.2: Overzicht terreingegevens en verontreinigingsbronnen Terreingegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Kadastrale aanduiding Vroeger en huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik van de locatie Gebruik belendende percelen Oppervlaktewater nabij de onderzoekslocatie Verhardingen

Ca. 14.000 m² Sectie E nr. 18444 Bedrijventerrein Wonen Wonen, bedrijven en agrarisch Aan de noord- en oostzijde liggen op enige afstand sloten De locatie is nagenoeg geheel verhard met asfalt, stelconplaten en/of klinkers

Potentiële verontreinigingsbronnen Brandstoftank(s) Gedempte sloten Brand(plaats) Asbestverdacht materiaal Sloopwerkzaamheden Funderings-/ ophooglaag, puinbijmengingen Gebruik/ opslag chemische middelen/ olie Andere bronnen, bijzonderheden

Op de locatie zijn diverse onder- en bovengrondse huisbrandolie (HBO)- en diesel tanks aanwezig of aanwezig geweest Op de locatie zijn twee gedempte sloten en/of voormalige kavellijnen aanwezig Ter plaatse van het woonhuis en de straal- en spuitcabine Alle asbestverdachte materialen zijn in de loop der jaren van de locatie verwijderd Niet bekend Op de locatie is puinfundatie aanwezig onder verharding Op de locatie zijn plaatselijk smeermiddelen, chemicaliën, verf en olie opgeslagen of opgeslagen geweest (Voormalig) pompeiland, olielekbak, straal- en spuitcabines, brandstof afleverpunt, wasplaats met olieafscheider

Algemene informatie De onderzoekslocatie betreft een perceel (sectie E nr. 18444) gelegen aan de Hoogeweg 72 te Heiloo van ca. 14.000 m². De locatie is op dit moment in gebruik als een bedrijfsterrein voor een GWW aannemingsbedrijf. Tevens zijn twee bedrijfswoningen op de locatie aanwezig welke buiten het onderzoek vallen. De verharding van de onderzoekslocatie bestaat (deels) uit asfalt, stelconplaten en/of klinkers. De oppervlakte van het asfalt wordt ingeschat op ca. 4.300 m². Het aanwezige asfalt is voor 1995 aangebracht. Aan de Hoogeweg bevindt zich het hoofdgebouw. In het hoofdgebouw zijn kantoren, een onderhoudswerkplaats, magazijn, opslag en de garage van de bedrijfswoning gevestigd. Vrijwel direct aangrenzend is aan de zuidzijde een fietsenstalling aanwezig. Ten zuiden van het hoofdgebouw is een loods aanwezig waarin opslag van klein materieel plaatsvindt. Naast deze loods is een brandstofafleverpunt met vloeistofdichte bestrating en olieafscheider en ondergrondse brandstoftanks (10.000 Iiter en 20.000 Iiter) aanwezig. Tevens bevindt zich hier een kleine bovengrondse dubbelwandige tank voor mengsmering. Centraal op het terrein, ten zuidoosten van het hoofdgebouw is een wasplaats met een olieafscheider aanwezig. Aan de zuidoostzijde van het terrein bevindt zich een loods met daarin een constructiewerkplaats, een straal- en een spuitcabine.

Ter plaatse van de straal- en spuitcabine heeft op 29 juni 2016 een brand plaatsgevonden. Direct noordoostelijk van deze loods bevindt zich de opslag van grondstoffen, verven en chemicaliën. Ten noorden van de loods is een ondergrondse 6.000 liter huisbrandolie (hbo)-tank met appendages aanwezig. Het overige terrein is ingericht als buitenopslagterrein van grond-, weg- en waterbouwmaterialen en ter stalling van auto’s en materiaal en als toegangspaden/wegen. Informatie historisch onderzoek Uit bestudeerd historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) blijkt dat op de onderzoekslocatie een tweetal gedempte sloten/voormalige kavellijnen aanwezig. 19HB0562-A1

3 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

Voorgaand onderzoek Uit de controle van Bodemloket, het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en het eigen archief van HB Adviesbureau blijkt dat op de locatie in het verleden diverse (bodem)onderzoeken zijn uitgevoerd. [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19]

Oriënterend onderzoek Texaco-benzinestation, De Ruiter Milieutechnologie, kenmerk JV-BE/ML/A901556.4700, d.d. juni 1991; Oriënterend onderzoek Boha b.v., De Ruiter Milieutechnologie, kenmerk CL/PvdS/A910721.4743, d.d. juli 1991; Aanvullend verkennend bodemonderzoek, HB Adviesbureau, kenmerk 285-AVO, d.d. 11 oktober 1994; Nader bodemonderzoek benzinestation en brandstoffenoverlaadstation, HB Adviesbureau, kenmerk 285-NO, d.d. 13 oktober 1994; Saneringsplan benzinestation en brandstoffenoverlaadstation, HB Adviesbureau, kenmerk 285-SP, d.d. 25 januari 1995; Aanvraag lozingsvergunning benzinestation en brandstofoverlaadstation, HB Adviesbureau, d.d. 7 maart 1.995 (geen kenmerk); Evaluatierapport deel I - Grondsanering ter plaatse van het voormalige Texaco-benzinestation, HB Adviesbureau, HB Adviesbureau, kenmerk 285-ERG, d.d. 24 januari 1996; Evaluatierapport deel II - Grondsanering ter plaatse van het voormalige brandstoffenoverlaadstation, HB Adviesbureau, kenmerk 285-M512, d.d. 3 oktober 1996; Briefrapport: controle grondsanering ter plaatse van de voormalige tankplaats achter de shovelloods, HB Adviesbureau, kenmerk 285-M513, d.d. 27 juni 1996; Briefrapporten: analyseresultaten grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 285-M521, d.d. 6 december 1996 en kenmerk 285-M532, d.d. 3 januari 1997; Evaluatierapport grondwatersanering, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-M523, d.d.

18 maart 1998; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-M542, d.d. 12 juli 1999; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E2, d.d. 8 juni 2001; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E3, d.d. 10 oktober 2003; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E6, d.d. 3 november 2006; Divers verkennend bodem- en verhardingsonderzoek op het perceel aan de Hoogeweg 72 te Heiloo, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-A1, d.d. 30 september 2008; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E7, d.d. 26 januari 2010; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 0285-E9, d.d. 15 juli 2011; Monitoringsrapportage grondwater, HB Adviesbureau, kenmerk 17HB0601, d.d. 9 februari 2018.

Voor een meer uitgebreide weergave van de historische activiteiten op de locatie wordt verwezen naar het historische onderzoek welke in 2008 is uitgevoerd [16]. De rapportage uit 2008 [16] is voor onderhavig actualiserend onderzoek als referentie gebruikt. Uit de rapportage is gebleken dat: het aanwezige asfalt geschikt is voor warm hergebruik; op het terrein asbest boven de bepalingsgrens is aangetoond. De aangetoonde concentraties zijn echter (ruimschoots) onder de 50 mg/kg d.s.; het aanwezige puin net zou voldoen aan de normen voor een bouwstof volgens de Regeling Bodemkwaliteit (RBK). De uitloging zal, in geval van hergebruik, nader bepaald dienen te worden; de puinhoudende bovengrond op de locatie over het algemeen licht tot matig verontreinigd is met diverse zware metalen, minerale olie en PAK. Ter plaatse van het parkeerterrein voor materieel en containeropslag aan de oostzijde, de opslag grond-, weg- en waterbouw aan de zuidzijde en onder en naast de constructiewerkplaat worden sterke verontreinigingen aangetoond met koper of PAK; de ondergrond op de locatie niet tot licht verontreinigd is met de geanalyseerde parameters; ter plaatse/nabij de gesaneerde ontgravingslocaties en verdachte olielocaties geen verontreiniging met minerale olie is aangetoond in de grond.

Ter plaatse van het brandstofafleverpunt is een lichte verontreiniging met olieproducten aangetoond; het grondwater plaatselijk licht verontreinigd is met enkele zware metalen; onder het parkeerterrein voor auto’s aan de noordzijde en ter plaatse van het opslagterrein grond-, weg- en waterbouw aan de zuidzijde van de locatie een verontreiniging met olieproducten is aangetoond. Hier zijn geen exacte bronlocaties van bekend; ter plaatse/nabij de gesaneerde ontgravingslocaties en verdachte olielocaties geen verontreinigingen met minerale olie zijn aangetoond in het grondwater; 19HB0562-A1

4 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

-

-

aan de oostzijde van de verfcontaineropslag een lichte verontreiniging met Per (tetrachlooretheen) in het grondwater is aangetoond. Er is geen verontreiniging met ketonen aangetoond; nabij de voormalige zoutopslag op het zuidelijke deel van het terrein een lichte verontreiniging met chloride is aangetoond in het grondwater. Er is geen verontreiniging met cyanide aangetoond.

Voor de resultaten van de overige onderzoeken wordt verwezen naar de betreffende rapportages. In bijlage I zijn de locaties met potentiele verontreinigingsbronnen, de ontgravingscountouren uit 1996 [7] en [8] en tevens de locaties met mogelijke restverontreinigingen opgenomen. Verdachtheid t.a.v. PFAS Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Waarschijnlijk komen deze stoffen al langere tijd in de bodem voor. PFAS wordt in het algemeen in zeer lage gehalten in de bodem aangetroffen. Op specifieke bronlocaties worden sterk verhoogde gehalten aangetoond (brandplaatsen waar met blusschuim is gewerkt, bedrijven met bepaalde processen, verwerkings-plaatsen van afval e.d.). Ter plaatse van de straal- en spuitcabine heeft op 29 juni 2016 een brand plaatsgevonden. Het is niet bekend of tijdens het blussen PFAS-houdend blusschuim is gebruikt, maar gezien de opslag van brandbare vloeistoffen is dit wel mogelijk. Derhalve wordt de grond aldaar als bronlocatie beschouwd voor de aanwezigheid op PFAS. Vanwege de aangetoonde sterke verontreinigingen in de bodem tijdens voorgaande onderzoek en de daarmee geplande saneringen zal bij de toekomstige ontwikkeling van de locatie sterk verontreinigde grond vrijkomen en worden afgevoerd. Derhalve worden de grondmonsters aanvullend onderzocht op PFAS.

Informatie locatie-inspectie Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is de aanwezige asfaltverharding visueel beoordeeld. Naar aanleiding van de visuele inspectie zijn geen afwijkingen waargenomen welke wijziging in de onderzoeksopzet rechtvaardigen. Verdachtheid t.a.v. asbest Van een onderzoekslocatie dient binnen het vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden vastgesteld of deze asbestverdacht is. Deze hypothese kan worden vastgesteld met behulp van de handreiking in de NEN 5725 (bijlage A). Hiervoor dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Is er een asbestverdachte (bodembelastende) activiteit op de locatie aanwezig? Is er asbestverdacht materiaal op de locatie aanwezig? Is er puin in de bodem aanwezig en is deze te relateren aan asbest? Op de onderzoekslocatie is door de veldwerkers, in bezit van een opleiding asbestherkenning, voorafgaand aan het onderzoek visueel aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal ter plaatse van de aanwezige objecten. Tevens is het maaiveld van de locatie op globale wijze geïnspecteerd. Het opgeboorde materiaal is tijdens de veldwerkzaamheden beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat puinbijmengingen in de bodem aanwezig zijn.

Het verkennend asbest in grond en puinonderzoek welke in 2008 [16] is uitgevoerd geeft aan dat er geen sprake is van asbest in de diverse fundatiematerialen of de grond in een concentratie die aanleiding geeft tot aanvullend onderzoek. Lokaal is er asbest aangetoond maar alle concentraties blijven (ruimschoots) onder de 50 mg/kg d.s. Aangezien asbesthoudende materialen niet meer gebruikt worden is er geen aanleiding tot aanvullend asbest in grond en/of puinonderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5987. Informatie bodem(kwaliteits)kaart Volgens de vigerende bodemkwaliteitskaart is de onderzoekslocatie gelegen in een gebied waarvan de bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen en de ondergrond voldoet een de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur.

19HB0562-A1

5 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

2.4. Onderzoekshypothese en -opzet Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Aan de hand van de gestelde hypothese wordt vervolgens gekozen voor een onderzoeksprotocol met de bijhorende onderzoeksopzet (strategie). Hierbij is gebruikt gemaakt van de vigerende normen. Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd: conform de Nederlandse Norm "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond" (NEN 5740); conform de onderzoeksinspanning zoals beschreven in de CROW 210 "Omgaan met vrijgekomen asfalt" . In tabel 2.3 zijn de hypothesen weergegeven alsmede de daaraan gekoppelde c.q. gevolgde onderzoeksstrategieën. Tabel 2.3 Onderzoekshypothesen en strategieën Hypothese

Verdacht

5.6 P2

Deellocatie Overig terrein Gedempte sloten Smeerkuil Compressors Mogelijke restverontreinigingen Voormalige onder- of bovengrondse tanks Voormalige oliebenzineafscheider Voormalige zoutopslag

Verwachte stoffen

Protocol

Strategie

Toelichting

5.6

Op basis van historische gegevens en het gebruik van de locatie

P2

Vanwege mogelijk gebruik PFAShoudend blusschuim -

Zware metalen, minerale olie en/of PAK

Minerale olie, vluchtige olie en aromaten

NEN 5740

Chloride

Straal- en spuitcabine

PFAS

Asfaltverharding

PAK

CROW 210

Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE); Asfaltverharding voor 1995.

Opgemerkt wordt dat: op de locaties waar in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden aanvullende boringen en peilbuizen worden geplaatst om een eventuele negatieve beïnvloeding van de bodemkwaliteit te kunnen vaststellen; ter plaatse van de slootdempingen formeel gezien geen specificatie van de verwachte stoffen (dempingsmateriaal) kan worden gegeven. In het algemeen worden er verhoogde concentraties aan zware metalen, PAK en/of minerale olie verwacht, waardoor volstaan kan worden met de huidige onderzoeksopzet; door de opdrachtgever is aangegeven dat inpandig boren deels mogelijk is; ter plaatse van de voormalige zoutopslag, op basis van het voorgaande onderzoek uit 2008 [16], Chloride in het grondwater wordt verwacht; waar mogelijk tevens gebruik wordt gemaakt van reeds bestaande peilbuizen. Verwacht wordt dat met bovenstaande onderzoeksopzet een voldoende representatief beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie wordt verkregen.

19HB0562-A1

6 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

2.5. Toetsingskader Indeling van de mate van verontreiniging vindt plaats op basis van de Wet bodembescherming, waarbij de analyseresultaten worden getoetst volgens het vigerend toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, welke opgenomen is in de Circulaire bodemsanering 2013. Voor een omschrijving van het toetsingskader van de Wet bodembescherming wordt verwezen naar bijlage V. Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van de diverse grond(lagen). De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van eventueel overtollige grond naar een grondbank/verwerker. Om de grond elders toe te passen dient een onderzoek te worden uitgevoerd conform de BRL 1000, protocol 1001 (partijkeuring AP04). Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. PFAS Ten aanzien van PFAS wordt geconformeerd aan het provinciaal beleid Beleidsregel PFAS, Provincie Noord-Holland, Besluit d.d. 20 november 2019, publicatie in provinciaal blad nummer 7634 en sinds 20 november 2019 van kracht).

Door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld (geactualiseerd versie d.d. 29 november 2019). Door deze ontwikkeling hebben de grondbanken en verwerkers in navolging op dit handelingskader echter nu als eis gesteld dat alle grond welke nu wordt aangeboden onderzocht dient te zijn op de in het tijdelijk handelingskader genoemde stoffengroep PFAS. Asfalt Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van het asfalt. De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van het vrijgekomen asfalt naar een erkend verwerker. Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. In bijlage III zijn de (omgerekende) analyseresultaten en de toetsing weergegeven. De originele analysecertificaten met alle resultaten zijn weergegeven in bijlage IV.

19HB0562-A1

7 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

3.

BESCHRIJVING VELDWERK

Het verrichten van boringen en het plaatsen van peilbuizen is onder verantwoording van de heren N. Helmhout, P. Nieweg en R. Laan conform protocol 2001 uitgevoerd in de periode tussen 12 december 2019 en 20 februari 2020. Opgemerkt wordt dat het doorboren van de asfaltverharding en fundatie niet valt onder een protocol. Op de locatie zijn ter plaatse van enkele verdachte locaties nog peilbuizen uit het voorgaande onderzoek uit 2008 aanwezig welke zijn gebruikt in onderhavig actualiserend onderzoek. Een overzicht van de deellocaties en diepten van alle boringen en de peilbuizen in meters minus maaiveld (m-mv) zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden Deellocatie Gedempte sloten Mogelijk restverontreiniging Voormalige onder- of bovengrondse tanks Voormalige oliebenzine afscheider Voormalige zoutopslag Straal- en spuitcabine Smeerkuil Compressors Overig terrein

Boringen 0,3 à 1,0 m-mv 1,1 à 2,5 m-mv 01 t/m 03 en 47

Peilbuis 2,6 à 3,0 m-mv -

Bestaande/herplaatste peilbuizen -

-

04 t/m 07, 17 en 19

08 t/m 10 en 18

07, 57, 60 en 63

-

11, 14 t/m 16 en 20 en 22

12

51

-

21

-

-

-

-

61

-

37, 37a, 55 en 55a -

13 24, 26 t/m 28, 28a t/m 28d, 30 t/m 33 en 49

-

53

23, 25 en 36

50 en 52

29, 34, 35, 38 t/m 46, 48 en 54 en 56

Opgemerkt wordt dat: de deellocatie “overig terrein” bestaat uit o.a. de constructiewerkplaats, wasplaats, garage, parkeerterrein en overige locaties met potentiele verontreinigingsbronnen (zie bijlage I voor meer toelichting); het opgeboorde materiaal per bodemlaag over een traject van maximaal 0,5 m bemonsterd is en zintuiglijk beoordeeld is op bodemkundige en verontreinigingskenmerken; enkele (potentieel) verdachte deellocaties gecombineerd zijn uitgevoerd met de boringen uit het algemene boorregime; peilbuizen 07, 50, 51, 53, 57 en 63 bestaande peilbuizen betreffen, peilbuis 52 is herplaatst; de bestaande peilbuizen zijn voorzien van nieuwe slangen en (voor monstername) ruim afgepompt; boringen 01 t/m 03, 05, 08 t/m 13, 20, 23 t/m 30, 32, 33, 35, 36, 38, 39, 46, 47, 49 en 50 in de gesloten verharding (asfalt/stelconplaten) geplaatst zijn met behulp van een diamantkernboor; de bemonstering van de (zintuiglijk) meest verdachte grondlaag ter plaatse van boringen 07, 12, 18 en 36 uitgevoerd is met een steekbus; boring 41 gestaakt is op een met normaal handboormateriaal niet doorboorbare laag; de boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor/zuigerboor; bij de bemonstering tevens rekening is gehouden met de eisen uit het kennisdocument PFAS (Bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater (protocol d.d.

juli 2019 versie 02) zoals opgesteld door het expertisecentrum PFAS). De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn weergegeven in bijlage I. Tevens zijn hierin de (voormalige) locaties met potentiele verontreinigingsbronnen opgenomen. De herplaatste peilbuis en de nieuwe peilbuizen zijn direct na plaatsing en voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt. De bestaande peilbuizen zijn eveneens voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt.

19HB0562-A1

8 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

De grondwaterbemonstering van de bestaande peilbuizen is volgens protocol 2002 uitgevoerd door de heer P. Nieweg op 12 en 16 december. De bemonstering van de herplaatste peilbuis en de nieuwe peilbuizen is volgens protocol 2002 uitgevoerd door de heren P. Nieweg en R. Laan op 20 december 2019 en 7 februari 2020 (minimaal één week na plaatsing). Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd.

19HB0562-A1

9 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

4.

RESULTATEN ASFALT

4.1. Veldwerk In tabel 4.1 is de dikte van de asfaltverharding alsmede de constructieopbouw weergegeven. Daarnaast zijn alle boorkernen voorafgaand aan de uitvoering van de analyses indicatief beoordeeld op de aanwezigheid van PAK. De resultaten van deze beoordeling zijn eveneens weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Overzicht dikte verharding en globale constructieopbouw Boring

Dikte verharding (in mm)

03

127

23

132

25

162

26

89

27

106

28 29 30

81 57 78

32

140

36

83

44

117

47

99

Constructieopbouw Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Steenslag Asfalt Beton 0 - 16 Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Dubbele oppervlaktebehandeling Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Dicht Asfalt Beton 0 - 8 Grind Asfalt Beton 0 - 32 Dicht Asfalt Beton 0 - 8 Grind Asfalt Beton 0 - 16

Indicatieve beoordeling PAK * -

Grind Asfalt Beton 0 - 16

-

Dicht Asfalt Beton 0 - 11 Grind Asfalt Beton 0 - 32 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Dicht Asfalt Beton 0 - 8 Grind Asfalt Beton 0 - 16 Grind Asfalt Beton 0 - 16

-

Toelichting: : indicatief geen PAK aanwezig * : indicatief PAK aanwezig

Uit de indicatieve PAK bepaling is gebleken dat in de plaatselijk aanwezige dubbele oppervlaktebehandeling PAK aanwezig is. In de overige asfaltlagen is indicatief geen PAK aangetoond. De gedetailleerde beschrijving van de opbouw van de asfaltverharding en de foto's van de asfaltkernen zijn weergegeven in bijlage IV.

19HB0562-A1

10 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

4.2. Uitvoering analyses Op basis van de gemiddelde dikte van de asfaltverharding en de oppervlakte van het onderzoeksgebied wordt ingeschat dat bij werkzaamheden circa 1.143 ton asfalt vrijkomt. Conform de CROW 210 zijn derhalve drie analyses op PAK noodzakelijk. Vanwege de diversiteit in de opbouw van het asfalt zijn twee extra PAK analyses uitgevoerd. Aan de hand van de indicatieve beoordeling op PAK zoals genoemd in tabel 4.2 is het analyseschema opgesteld. In tabel 4.2 is een overzicht van de uitgevoerde analyses en bijhorende motivatie weergegeven. Tabel 4.2: Uitgevoerde analyses asfalt Boorkernnummers (mengmonsters) 29 30 36 26 27 44 03 23 32 26 32 03

Geanalyseerde laag (mm) 0 - 57 0 - 78 0 - 60 0 - 33 0 - 45 0 - 18 0 - 49 0 - 30 0 - 51 33 - 89 51 - 103 49 - 127

Monster codering

Motivatie

MMASF01

MMASF02 Controle PAK-houdendheid asfalt MMASF03 MMASF04 MASF05

Opgemerkt wordt dat de asfaltkernen in afwijking op de Regeling bodemkwaliteit niet op overige parameters zijn geanalyseerd. De analyse op PAK wordt gehanteerd als tracer. Dit is in overeenstemming met het gebruik in de markt. 4.3. Analyseresultaten In tabel 4.3 zijn de resultaten weergegeven van de onderzochte boorkernen en is zichtbaar of deze voldoen aan de samenstellingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (75 mg/kg d.s.) en derhalve geschikt zijn voor (warm) hergebruik. Tabel 4.3: Toetsingsresultaten verhardingsonderzoek Boorkernnummers (mengmonsters) 29 30 36 26 27 44 03 23 32 26 32 03

Geanalyseerde laag (mm) 0 - 57 0 - 78 0 - 60 0 - 33 0 - 45 0 - 18 0 - 49 0 - 30 0 - 51 33 - 89 51 - 103 49 - 127

Monster codering

Geschikt voor (warm) hergebruik Ja/Nee

MMASF01

Ja

MMASF02

Ja

MMASF03

Ja

MMASF04

Ja

MASF05

Ja

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de onderzochte onverdachte asfaltlagen de concentratie aan PAK niet verhoogd is ten opzichte van de samenstellingswaarde bouwstof niet zijnde grond. Op basis van de beschikbare gegevens en een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is het vrijkomende asfalt, met uitzondering van de dubbele oppervlaktebehandeling, geschikt voor (warm) hergebruik.

19HB0562-A1

11 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

4.4. Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt Het asfalt dat ter plaatse van boring 25 zal vrijkomen bij de werkzaamheden dient voor wat betreft de dubbele asfaltbehandeling als teerhoudend te worden beschouwd. Deze asfalt laag dient separaat te worden gefreesd en afgevoerd naar een erkend verwerker. Ingeschat wordt dat het te frezen oppervlakte ca. 610 m² bedraagt. Bij de freeswerkzaamheden zal, met inachtneming van 20 mm veiligheidsmarge, ca. 45,75 m³ teerhoudend asfalt vrijkomen. Het overige vrijkomend asfalt kan als niet teerhoudend asfalt worden hergebruikt.

19HB0562-A1

12 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

5.

RESULTATEN FUNDATIE

5.1. Veldwerk Onder de verharding is gevarieerd funderingsmateriaal aangetroffen. In tabel 5.1 is de laagdikte van het funderingsmateriaal alsmede het type materiaal weergegeven. Tabel 5.1: Laagdikte en type fundatie Boring 01 03 05 08 09 11 14 23 25 26 27 29 30 31 32 33 35 36 37 37a 39 49 53 58

Laagdikte (m¹) 0,46 0,13 0,15 0,10 0,50 0,46 0,30 0,46 0,33 0,32 0,50 0,38 0,25 0,42 0,43 0,26 0,50 0,81 0,40 0,42 0,30 0,30 0,36 0,42 0,10 0,35

Materiaal Menggranulaat Asfaltgranulaat Menggranulaat Puingranulaat Menggranulaat Stenen Menggranulaat Asfaltgranulaat Menggranulaat Baksteen Menggranulaat Asfaltgranulaat Menggranulaat Menggranulaat Slakken Menggranulaat Natuursteen met baksteen Baksteen Menggranulaat

Tijdens de veldwerkzaamheden is door de veldwerkers op basis van de opleiding asbestherkenning, aandacht besteed aan het voorkomen van asbestverdacht materiaal. In het opgeboorde materiaal of op het maaiveld op de onderzochte delen van de locatie is visueel (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zoals eerder is vermeld in hoofdstuk 2, is op de locatie al een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd in 2008 [16] waarbij lokaal asbest is aangetroffen, echter ruim onder de 50 mg/kg d.s. Derhalve is geen aanleiding tot een asbest in puinonderzoek.

19HB0562-A1

13 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

5.2. Uitvoering analyses In tabel 5.2 is een overzicht van de uitgevoerde analyses op fundatie en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 5.2: Uitgevoerde analyses fundatie Fundatietype

Meng- en puingranulaat

Zintuiglijke waarneming

Slib <1%

(Meng) monster

MM21

Traject (m-mv) 01 (0,14 - 0,60) 05 (0,15 - 0,30) 08 (0,20 - 0,30) 09 (0,20 - 0,70) 11 (0,14 - 0,60) 14 (0,20 - 0,50) 26 (0,08 - 0,40) 29 (0,05 - 0,30) 32 (0,14 - 0,40) 37 (0,20 - 0,50) 23 (0,14 - 0,60) 35 (0,10 - 0,50)

Baksteen 10-20%

MM22

Baksteen 10-20% Kolengruis 1-5%

M24

27 (0,12 - 0,50)

(Natuur)steen, en baksteen

Baksteen 20-50%

MM25

25 (0,17 - 0,50) 30 (0,08 - 0,50) 49 (0,08 - 0,50)

Slakken

Asfalt <1% Baksteen 1-5%

M26

36 (0,08 - 0,50)

Menggranulaat

Analyse op

Motivatie

Standaard pakket Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden

Standaard pakket + vanadium en antimoon

M41 26 (0,40 - 0,90) Standaard M62 03 (0,12 - 0,25) pakket M63 32 (0,40 - 0,90) M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het fundatiemateriaal verkregen. Asfaltgranulaat

Puin 1-5% Baksteen 1-5% Metselpuin 20-50%

Opgemerkt wordt dat: per abuis een mengmonster (MM23) is samengesteld van fundatiemateriaal (asfaltgranulaat) en sterk asfalthoudend zand. Dit mengmonster is niet in het tabel opgenomen. De individuele deelmonsters zijn geanalyseerd als M62 (asfaltgranulaat) en M64 (sterk asfalthoudend zand); per abuis een mengmonster (MM30) is samengesteld van fundatiemateriaal (asfaltgranulaat) en uiterst metselpuinhoudend zand. Dit mengmonster is niet in het tabel opgenomen. De individuele deelmonsters zijn geanalyseerd als M63 (asfaltgranulaat) en M65 (uiterst metselpuinhoudend zand); de slakkenfundatie (M26) aanvullend is geanalyseerd op de voor slakken kritische parameters antimoon en vanadium; de puinhoudende monsters voor analyse door het laboratorium verkleind zijn middels cryogeen malen.

19HB0562-A1

14 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

5.3. Analyseresultaten Indicatieve beoordeling verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 5.3 zijn de resultaten van de toetsing beknopt weergeven en welke parameter(s) als maatgevend wordt beschouwd indien een overschrijding van de toetswaarden voor een N(iet) vormgegeven bouwstof aanwezig is. De samenstelling en het monstertraject van de onderzochte fundatie is weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.3: Toetsingsresultaten fundatie Fundatietype

Zintuiglijke waarneming

(Meng) monster

Meng- en puingranulaat

Slib <1% Baksteen 10-20% Baksteen 10-20% Kolengruis 1-5%

MM21 MM22

Baksteen 20-50%

MM25

X

PAK

M26

X

PAK en minerale olie

Menggranulaat (Natuur)steen, en baksteen Slakken

Asfalt <1% Baksteen 1-5% Puin 1-5% Baksteen 1-5% Metselpuin 20-50%

M24

Voldoet aan toetswaarden N-bouwstof Ja Nee X X X

Maatgevende parameter(s) PAK en minerale olie -

X X X M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%

Asfaltgranulaat

M41 M62 M63

Op basis van een indicatieve toetsing van de organische parameters aan de samenstellingswaarden voor een niet vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat: het menggranulaat (met kolengruis en/of baksteen) en het asfaltgranulaat (met puin, metselpuin of baksteen) mogelijk in aanmerking zou komen voor hergebruik (N(iet vormgegeven)-bouwstof of IBC(Isoleren, Beheersen, Controleren)-bouwstof). Voor een vollediger beeld dient echter uitloogonderzoek plaats te vinden naar emissiewaarden van de zware metalen en de anionen. Een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is echter het uiteindelijke bewijsmiddel voor de daadwerkelijke toepassing van het materiaal. het meng- en puingranulaat (met sporen slib), de slakkenfundatie en de fundatie bestaande uit (natuur)steen en baksteen niet in aanmerking komen voor hergebruik; door het overschrijden van de samenstellingseisen is het meng- en puingranulaat (met sporen slib), de slakkenfundatie en de fundatie bestaande uit (natuur)steen en baksteen tevens niet geschikt voor hergebruik als IBC (Isoleren, Beheersen, Controleren)-bouwstof. Een uitloogonderzoek naar de emissiewaarden van de zware metalen en anionen is derhalve van geen toegevoegde waarde.

Conform de eisen in het Besluit bodemkwaliteit is hergebruik binnen hetzelfde werk toegestaan zonder onderzoek, mits het fundatiemateriaal op dezelfde locatie en functie wordt toegepast. De nu vastgestelde kwaliteit van het materiaal kan worden gebruikt voor het vaststellen van eventueel benodigde arbeidshygiënische maatregelen tijdens het werk. Deze maatregelen dienen te worden vastgesteld door een veiligheidskundige. Bij toepassing buiten het werk dient een formele partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit plaats te vinden. Op basis van onderhavig onderzoek kan het vrijkomende materiaal wel aangeboden worden aan een verwerker.

19HB0562-A1

15 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

6.

RESULTATEN GROND

6.1. Veldwerk De bodemopbouw, tot de maximale boordiepte van 3,0 m-mv, bestaat uit zand met plaatselijk veen in de ondergrond. De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 6.1 vermelde waarnemingen gedaan. Tabel 6.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring

Traject Waargenomen bijzonderheden (m -mv) 03 0,25 - 0,50 matig puinhoudend 04 0,30 - 0,50 zwak puinhoudend 0,08 - 0,80 sporen puin 07 1,80 - 2,00 zwakke olie-water reactie 0,16 - 1,60 sporen baksteen 12 1,60 - 1,80 zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie 13 0,15 - 0,60 brokken beton, zwak puinhoudend 15 0,20 - 0,60 sterk betonhoudend, zwak puinhoudend 0,08 - 0,80 brokken beton, zwak baksteenhoudend 16 1,10 - 1,40 sporen baksteen 17 0,30 - 1,30 matig baksteenhoudend 18 0,30 - 1,00 matig baksteenhoudend 1,60 - 1,80 sterke oliegeur 19 0,30 - 1,00 sterk baksteenhoudend 20 1,20 - 1,50 sporen baksteen, sporen kolengruis 24 0,14 - 0,80 uiterst metselpuinhoudend 0,08 - 0,50 sterk asfalthoudend, matig baksteenhoudend 28 0,50 - 0,60 brokken slib 28a 0,08 - 0,50 zwak asfalthoudend, sporen baksteen, sporen slacken 28c 0,06 - 0,50 sporen asphalt, zwak baksteenhoudend 28d 0,15 - 0,50 sporen baksteen 31 0,50 - 0,70 zwak puinhoudend, matig slakhoudend, sporen kolengruis 33 0,90 - 1,30 brokken asfalt 34 0,00 - 0,50 matig menggranulaat houdend 0,08 - 0,50 matig slakhoudend, zwak baksteenhoudend, brokken asfalt 36 0,50 - 1,30 sterke oliegeur, zwakke olie-water reactie 1,30 - 2,50 geen oliegeur, geen olie-water reactie 40 0,20 - 0,30 matig puinhoudend 0,30 - 0,50 matig puinhoudend 41 0,50 - 0,51 gestaakt op massief 43 0,08 - 0,20 zwak puinhoudend 44 0,18 - 0,30 uiterst kolengruishoudend 46

0,14 - 0,50 sporen baksteen 0,09 - 0,50 zwak baksteenhoudend 47 0,50 - 0,60 zwak slibhoudend 50 0,08 - 0,60 sporen baksteen 52 0,00 - 0,50 sporen baksteen 54 0,20 - 0,40 sporen baksteen, matig kolengruishoudend 56 0,00 - 0,50 sporen baksteen 1,10 - 1,60 sporen baksteen 60 1,60 - 2,30 sterke olie-water reactie, sterke oliegeur Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%

Opgemerkt wordt dat: door het aantreffen van zwak slibhoudend materiaal in boring 47 de aanwezigheid van een gedempte sloot is bevestigd; de aanwezigheid van bodemvreemde materialen kunnen duiden op verontreiniging met onder andere zware metalen en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); bijmenging met asfalt kan duiden op een verontreiniging met PAK.

19HB0562-A1

16 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

6.2. Uitvoering analyses In tabel 6.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en/of organische stof van alle grond(meng)monsters vastgesteld. Tabel 6.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving

Zintuiglijke waarneming Mogelijke restverontreiniging olieproducten Zwakke olie-water reactie Ondergrond zand Sterke oliegeur olie-water reactie, sterke oliegeur Voormalige onder- of bovengrondse tanks Zwakke olie-water reactie, zwakke oliegeur Ondergrond zand Beton 10-20% Puin 1-5% Baksteen 5-20%

(Meng) monster

Traject (m-mv)

M01 M02 M03

04 (1,00 - 1,50) 05 (1,30 - 1,80) 06 (1,58 - 2,00)

M04

07 (1,80 - 2,00)

M05 M06 M07 M14 M15 M16

08 (1,00 - 1,40) 09 (0,70 - 1,20) 10 (1,14 - 1,50) 17 (1,50 - 2,00) 18 (1,60 - 1,80) 19 (1,30 - 1,80)

M66

60 (1,60 - 1,80)

M71 M72

58 (1,00 - 1,30) 59 (1,10 - 1,60)

M08

11 (1,10 - 1,60)

M09

12 (1,60 - 1,80)

M11 M12 M13 M17 M19

14 (1,00 - 1,50) 15 (1,40 - 1,90) 16 (1,10 - 1,40) 20 (1,20 - 1,50) 22 (0,70 - 1,20)

M28

15 (0,20 - 0,60)

MM29

17 (0,30 - 0,80) 18 (0,30 - 0,80) 19 (0,30 - 0,80)

Analyse op

Motivatie

Minerale olie en aromaten (BTEXXN)

Bepalen mate van verontreiniging met minerale olie en aromaten

Minerale olie en aromaten (BTEXXN)

Bepalen mate van verontreiniging met minerale olie en aromaten

Standaardpakket

Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit

Minerale olie en aromaten (BTEXXN)

Bepalen mate van verontreiniging met minerale olie en aromaten

PFAS

Bepalen concentratie aan PFAS

Standaardpakket

Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit

Standaardpakket

Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit

Standaardpakket

Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit

Voormalige olie-benzine afscheider Ondergrond zand

-

M18

21 (0,90 - 1,40)

Zand

-

MM73

Ondergrond zand

-

MM39

Slib 1-5%

M35

47 (0,50 - 0,60)

Kolengruis 20-50%

M31

Puin 1-10%

MM33

44 (0,18 - 0,30) 40 (0,20 - 0,30) 41 (0,30 - 0,50) 43 (0,08 - 0,20)

Straal- en spuitcabine 37a (0,10 - 0,20) 37a (0,50 - 1,00) 55a (0,05 - 0,55) 55a (0,60 - 1,00) 31 (0,70 - 1,20) 35 (0,50 - 1,00) 37 (0,50 - 1,00) 52 (1,20 - 1,50)

Gedempte sloot Ondergrond zand Overig terrein

Bovengrond zand

Baksteen <1% M34 54 (0,20 - 0,40) Kolengruis 5-10% M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van de grond verkregen.

19HB0562-A1

17 van 32 | Pagina

HB Adviesbureau

Vervolg tabel 6.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving

Zintuiglijke waarneming

(Meng) monster

Traject (m-mv)

Analyse op

Motivatie

Puin 1-10%

MM40

03 (0,25 - 0,50) 04 (0,30 - 0,50)

M64

28 (0,08 - 0,50)

Standaardpakket

Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit

M65

24 (0,14 - 0,64)

PAK

M67

28a (0,50 - 1,00)

PAK

Vanwege de aangetoonde sterke verontreiniging met PAK in M64

Asfalt <1% Baksteen 1-5% Baksteen <1%

M68

28b (0,15 - 0,50)

M69

28c (0,06 - 0,50)

PAK

M70

28d (0,15 - 0,50)

Vanwege de aangetoonde sterke verontreiniging met PAK in M64

-

M10

13 (1,50 - 2,00)

-

M20

53 (1,00 - 1,50)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=003609b0-9810-47fd-b79a-c5bd7ecd5c90