CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Heiloo_De Kwekerij Duinzicht_Aerius_Bijlage 5.pdf

Raadsvergadering 27 maart 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Duinzicht5.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Stikstofberekening

G&G-advies AE2023-018

in het kader van de Wet natuurbescherming

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming

R. Mengers

2023

Opdrachtgever Visser & Van Dam

G&G-advies AE2023-018

Datum Versie

29 september 2021 V1

20 februari 2023 V2

Gecontroleerd door: S.C. Wytema

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

3

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1

2

4

Werkwijze en werkzaamheden ............................................................................... 5

Methode 2.1

3

4 6

Berekening en uitgangspunten................................................................................ 6

Aanlegfase

7

3.1

Verkeersaantrekking ................................................................................................ 7

3.2

Inzet mobiele werktuigen ........................................................................................ 8

3.3

Berekening Aanlegfase ............................................................................................ 9

Gebruikfase

10

4.1

Verkeersaantrekking .............................................................................................. 10

4.2

Berekening Gebruikfase ........................................................................................ 11

5

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

12

6

Conclusie effectbeoordeling stikstof

13

7

Literatuur

14

8

Bijlagen

16

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

4

1

Inleiding Er bestaan plannen aan De Kwekerij te Heiloo een terrein te herontwikkelen, zie Figuur 1. Het is hiervoor nodig een berekening uit te voeren om de gegenereerde stikstofuitstoot/depositie van dit project te bepalen. De te realiseren bebouwing wordt zonder gasaansluiting aangelegd, maar er is wel sprake van extra verkeer en de inzet van mobiele werktuigen door de herinrichting. Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden nitriet (NO2) en/of nitraat (NO3). Tevens komt soms ammoniak (NH3) vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. Nederland heeft zich door ondertekening van de Europese Habitatrichtlijn verplicht bepaalde vegetaties te beschermen binnen het gebiedennetwerk van de Natura 2000-gebieden. Deze vegetaties zijn in een aantal gevallen gevoelig voor bodemverrijking en/of verzuring en de neerslag van de gebonden stikstofmoleculen kunnen een bedreiging zijn voor het voortbestaan van deze vegetaties, zeker als de kritische (=maximale) depositiewaarde (KDW) op deze vegetaties reeds is bereikt.

Plangebied De Kwekerij (Duinzicht), rood omlijnd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

1.1

5

Werkwijze en werkzaamheden In het plangebied is momenteel een bungalowparken aanwezig, ‘Kampeercentrum Duinzicht’ Alle gebouwen, bungalows en stacaravans zullen worden verwijderd. Op het terrein van Duinzicht zullen vervolgens 56 woningen worden gebouwd, verdeeld over zes typen, zie ook Figuur 2:  Sociale driekamerappartementen:  Sociale tweekamerappartementen:  Seniorenwoningen:  Twee-onder-één-kapwoningen:  Vrijstaande woningen:

14x 9x 17x 12x 4___+ 56x

Voorafgaand aan de bouw zal de huidige bebouwing worden gesloopt/verwijderd, zal eventueel puin worden afgevoerd en zal het bouwterrein bouwrijp worden gemaakt door dit te ontdoen van vegetatie, het te vlakken en het benodigde graafwerk uit te voeren voor kabels, leidingen en fundamenten. Tijdens het werk zal voornamelijk gewerkt worden met prefab betondelen, kozijnen en wanden die worden ingehesen. Daarnaast zal een betonvloer worden gestort en zullen heipalen worden geslagen.

Plangebied met de te bouwen woningen ingetekend.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

6

2

Methode Om depositie van het project te berekenen wordt de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (AERIUS 2022) gebruikt. Vanwege een uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 kan niet meer gebruik gemaakt worden van automatische vergunningverlening op grond van de voorheen geldende drempelwaardes. Aangetoond moet worden dat geen significant negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden. In de berekening wordt de projectbijdrage door Aerius Calculator op concrete rekenpunten exact berekend, waarbij ook habitattypen, vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden. De depositie op de meest nabijgelegen ‘stikstofgevoelige habitattypen’ (zoals gedefinieerd in Aerius) wordt doorgerekend om te onderzoeken of deze hoger is dan 0,00. Als de projectbijdrage hoger is dan een berekende 0,00 mol/ha/jaar zijn mogelijk gevolgen te verwachten. Het rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar betekent een maximale stikstofdepositie op het meest dichtbij gelegen stikstofgevoelige habitattype in Natura 2000gebieden die lager is dan 0,005 mol/ha/jaar. Dit komt omdat Aerius vanaf 0,005 mol/ha/jaar de depositie naar boven afrondt tot een projectbijdrage van 0,01 mol/ha/jaar.

2.1

Berekening en uitgangspunten Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden, de aanlegfase (sloop & bouw) en de gebruikfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase inclusief aantrekking verkeer e.d.). Aanleg en gebruik komen niet naast elkaar voor. In deze rapportage worden zowel de aanlegfase als de gebruikfase, de hoogste emissie is bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Van de aanlegfase is alleen een omschrijving gegeven van de werkzaamheden, tijdelijke effecten van stikstofdepositie zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuur. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het betreft diverse aangewezen (en in rekentool Aerius aangegeven) habitattypen in het Noordhollands Duinreservaat, Schoorlse Duinen en Eilandspolder. Hierbij moet worden gerealiseerd dat dichterbij gelegen gebieden, zoals een deel van Eilandspolder Vogelrichtlijn gebieden zijn en geen stikstofgevoelige habitattypen bevatten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

3

7

Aanlegfase De stikstofemissies tijdens de aanlegfase zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft verkeersaantrekkende werking en het gebruik van mobiele werktuigen op de bouwplaats. De aanlegfase zal in totaal ongeveer 26 maanden in beslag nemen en zal starten in het 3e of 4e kwartaal van 2023 en doorlopen tot richting het eind van 2025. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is, is gedeeltelijk gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. Omdat Aerius het invoeren van een ‘hoogste uitstootjaar’ vraagt is de verwachte uitstoot van de gehele aanlegfase terug gerekend naar een periode van 12 maanden en als zodanig ingevoerd. Daarbij wordt verwacht dat het grootste deel van de uitstoot in de aanlegfase plaatsvindt in 2024, wat daarom als rekenjaar is gekozen.

3.1

Verkeersaantrekking De verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen (aanvoer van materialen en afvoer van puin), werktuigen en personen (bouwvakkers). Het verkeer bij dit project wordt gemodelleerd tot het eerste knooppunt/aansluiting op een doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de Vennewatersweg aan de zuidzijde en de N203 (Kennemerstraatweg) via een noordoostelijke route. Buiten deze wegen wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld, omdat het verkeer zich in snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De verkeersaantrekkende werking is ingeschat op:  Transport personeel: 10 ritten met licht verkeer per werkdag, gedurende een jaar. Dit wordt gemodelleerd als 20 ritten per werkdag omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend. In totaal komt dit op één jaar neer op: 10 x 2 x 260 (inschatting van aantal werkdagen) = 5200 bewegingen met licht verkeer. Dit wordt evenredig verdeeld over beide routes.  Aanvoer bouwmaterieel en bouwmaterialen: 4 ritten met zwaar verkeer per werkdag, gedurende een jaar, wordt gemodelleerd als 8 ritten omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend. In totaal komt dit op één jaar neer op: 4 x 2 x 260 = 2080 bewegingen pet zwaar verkeer. Dit wordt evenredig verdeeld over beide routes.

Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8% voor alle bewegingen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

8

De totale bijdrage van het verkeer in het hoogste uitstootjaar van de aanlegfase is hierdoor 5,9 kg NOx/jaar, 1,8 kg NO2/jaar en 0,2 kg NH3/jaar.

3.2

Inzet mobiele werktuigen De belangrijkste werkzaamheden waarbij stikstof vrij komt, betreffen sloopwerk en afvoer van puin, vlakken van de vrijgekomen gronden, graven van sleuven voor bijvoorbeeld kabels en leidingen, heien, hijswerk t.a.v. prefab constructiedelen, productie/aanvoer van beton op locatie t.b.v. vloeren en fundering. Bij dit project wordt zoveel mogelijk van de bouw gedaan met prefab onderdelen die ter plekke enkel op de plek gehesen en bevestigd dienen te worden. Daarnaast zal een groot deel van het werk worden uitgevoerd met elektrische mobiele werktuigen. De reden hiervoor is de nabijheid van het plangebied tot een stikstofgevoelig natuurgebied ‘Noordhollands Duinreservaat’. Om deze elektrische werktuigen volledig te kunnen gebruiken zal ter plekke ook een bouwstroomopstelling worden ingericht, zodat er geen generator op diesel nodig is om stroom te genereren. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren genomen die zijn vermeld in Tabel 1. Er wordt (indien beschikbaar) uitgegaan van de inzet van materieel van stageklasse IV of nieuwer.

Van der Goes en Groot

Gem. belasting %

Draaitijd uren

Dieselverbruik (l/u)

Totaal diesel (l/j)

Totaal AdBlue (l/j)

Rupskraan 13 ton Tractor en Kipper Heistelling Betonstorter met accupomp Trilplaat elektrisch Verreiker elektrisch Torenkraan elektrisch Mini shovel elektrisch Hoogwerker elektrisch Onvoorzien Rupskraan 25 ton 'sloop' Mobiele torenkraan 'sloop' Totaal

Stage/jaar

Mobiele werktuigen

Vermogen (kw)

Geschatte materiaalinzet en geproduceerde stikstof in de aanlegfase op basis van directe invoer van bouwjaar in Aerius of met stageklasse (HULSKOTTE & VERBEEK 2009).

70 75 200

IV IV IV

50 35 50

194 146 32

10 8 27,5

1938 1167 888

116 70 53

200

IV

50

62

27,5

0

0

30 70 150 60 30 100 112 150

IV IV IV IV IV IV IV IV

50 35 35 35 35 35 50 35

25 125 199 114 299 125 44 22

5,25 7,5 15 6,3 3,5 10 16,7 15

0 0 0 0 0 1246 740 0 5980

0 0 0 0 0 75 44 0 359

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

9

De materiële inzet is zo accuraat mogelijk ingeschat door de initiatiefnemer. Er is een extra bron met vermogen van 100 kw (vergelijkbaar met een grote graafmachine) opgenomen voor onvoorziene werkzaamheden en voor divers overig klein materieel gedurende 125 uren. De totale bijdrage van de mobiele werktuigen is hierdoor 35,3 kg NOx/jaar en 1,4 g NH3/jaar.

3.3

Berekening Aanlegfase De uitkomst van de berekeningen (rekenscherm) is opgenomen in Bijlage 1. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van de aanlegfase van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

10

4

Gebruikfase Er wordt bij de berekening met betrekking tot gebruik uitgegaan van 56 woningen. De bebouwing wordt gasloos en zonder andere stookinstallaties aangelegd, zodat hier van emissie geen sprake is en alleen de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking wordt berekend.

4.1

Verkeersaantrekking Bij de bepaling van het aantal verkeersbewegingen per woning per dag is bij het project uitgegaan van de volgende categorieën (CROW 2018) met daarbij het aantal verkeersbewegingen per woning per etmaal:  Koop, appartement, goedkoop: 23x (sociale twee- en driekamerappartementen), 5,3  Serviceflat: 17x (seniorenwoningen), 2,8;  Koop, huis, twee-onder-één-kap: 12x (twee-onder-één-kap woningen) 8,2;  Koop, huis, vrijstaand: 4x (vrijstaande woningen), 8,6. Dit geeft het volgende aantallen verkeersbewegingen per etmaal voor het gehele plangebied: (23 x 5,3) + (17 x 2,8) + (12 x 8,2) + (4 x 8,6) = 303 bewegingen, die evenredig verdeeld worden over beide routes. Het aantal 303 betreft zowel heen- als terugreizend verkeer. Dit wordt ingeschat als ‘licht verkeer’. Het verkeer bij dit project wordt gemodelleerd tot het eerste knooppunt/aansluiting op een doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de Vennewatersweg aan de zuidzijde en de N203 (Kennemerstraatweg) via een noordoostelijke route. Buiten deze wegen wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld, omdat het verkeer zich in snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.

Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8% en 0,02 verkeersbewegingen zwaar verkeer per woning per dag, wat neerkomt op 56 x 0,02 = 1,12 bewegingen met zwaar verkeer voor het gehele plangebied per etmaal. De totale bijdrage van het verkeer is hierdoor 16,3 kg NOx/jaar, 3,8 kg NO2/jaar en 0,9 g NH3/jaar.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

4.2

11

Berekening Gebruikfase De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in Bijlage 2. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat op alle natuurgebieden de projectbijdrage van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

12

5

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Wanneer er geen vergunningplicht is voor stikstof, kan er nog wel een vergunningplicht zijn voor overige effecten zoals trillingen, grondwateronttrekkingen, geluid, versnippering of licht. Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. In een separate rapportage (FOKKENS, 2021) zijn, naast de soortbescherming ter plaatse, ook de overige onderdelen van de gebiedsbescherming binnen de Wet Natuurbescherming beoordeeld. Zie deze rapportage voor de conclusies aangaande gebiedsbescherming.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

6

13

Conclusie effectbeoordeling stikstof  De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen.  In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd. De transitie van het bungalowpark met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan de gewenste permanente daling van stikstof op kwetsbare natuurgebieden.  Bij de berekening van de aanlegfase is rekening gehouden met een specifieke en haalbare inzet van werktuigen en bijbehorende draaiuren, waarbij onder andere veel elektrische mobiele werktuigen worden ingezet. Indien hier (significant) van wordt afgeweken is (de uitkomst van) de berekening niet meer representatief voor het te verwachten effect op (stikstofgevoelige) habitattypen in Natura2000-gebieden.

 De AERIUS-berekening ten tijde van het toetsingsmoment is bepalend. Het toetsingsmoment in AERIUS voor een bedrijfswijziging is het moment van realisatie van de bedrijfswijziging. Effecten van een latere wijziging in AERIUS hebben hier geen effect op. Voor bedrijven is het van belang om de AERIUS-berekening te bewaren.  Conclusies omtrent dieren of hun leefgebied en/of gebieden die beschermd zijn onder de Wnb zijn omschreven in een uitgevoerde quickscan (FOKKENS, 2021).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

14

7

Literatuur AERIUS CALCULATOR, 2022. https://calculator.aerius.nl/calculator/ AERIUS, 2018. Emissiewaarden_aerius_def_versie_5_juli_2018. https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018 BIJ12, 2022. Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021, Versie 3. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/01/ Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator-2021.pdf BIJ12, 2022. Handboek: Werken met Aerius Calculator 2021 V1. https://www.aerius.nl/files/media/handleiding/calculator_2021 /syllabus_werken_met_aerius_calculator.pdf BIJ12, 2021. Handreiking Voortoets Stikstof. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2021/03/BIJ12Handreiking-Voortoets-Stikstof-%E2%80%93-Februari-2021.pdf, COMPENDIUM VOOR DE LEEFOMGEVING. Vermestende depositie, 19902016. https://www.clo.nl/indicatoren/nl018916-vermestendedepositie CROW, 2018. Toekomstig bestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. CROW, Ede KADASTER, 2022. Basisregistratie adressen & gebouwen. https://bagviewer.kadaster.nl FOKKENS, 2021. Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo. Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. Van der Goes en Groot. G&G-advies QS2021-215. Alkmaar. RAAD VAN STATE, 2021. Zaaknummer 201907146/1/R2. Intern salderen niet vergunningplichtig. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL: RVS:2021:71 RIJKSOVERHEID, 2019.

Beleidsregels stikstofaanpak 10 december 2019: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/12/04 RIJKSOVERHEID, 2021. Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html SIPMA, J., M.D.A. RIETBEEK, 2016. Ontwikkeling energiekengetallen utiliteitsgebouwen. ECN-E--15-068, ECN, Putten. LIGTERINK, N.E. ET AL, 2021. TNO-rapport 2021 R12305. AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. TNO, Den Haag VAN DOBBEN, H.F., R. BOBBINK, D. BAL EN A. VAN HINSBERG, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof,

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

15

toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra rapport 2397, Alterra, Wageningen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

16

8

Bijlagen

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Berekening aanlegfase Berekening gebruiksfase Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Bijlage 1 Berekening aanlegfase

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Bijlage 2 Berekening gebruiksfase

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Bijlage 3 Huidige natuurwetgeving Bijlage 3.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 3.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 3.2 Soortbescherming Bijlage 3.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 3.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10. Bijlage 3.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 3.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 3.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 3.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode.

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 3.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig:  in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid.  in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer.  ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig:  ter bescherming van flora en fauna.  in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig:  ter bescherming van flora en fauna.

 in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.  in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.  ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in categorie 5. *Andere beschermingsstatus in provincies Limburg en/of Overijssel. **Geldt alleen in provincies Limburg en/of Overijssel De Grutto en Ringmus behoren bij categorie 5 in Overijssel, maar horen bij categorie 4 in Limburg. zie ook kader op voorgaande pagina.

Blauwe reiger* Boerenzwaluw* Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil* Brilduiker Draaihals* Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto*/** Hop Huiszwaluw* IJsvogel* Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger

Koolmees Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht** Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf* Ringmus*/** Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk* Tureluur** Veldleeuwerik** Wulp** Zeearend* Zomertortel** Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht*

Bijlage 3.2.5 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld.

Bijlage 3.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 3.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan uit een project en ook voor zogenaamde ‘andere handelingen’ in of rond een Natura 2000-gebied, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen. Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets.

Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.

Bijlage 3.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 3.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet: Ecologische Hoofdstructuur EHS Via de Wet Ruimtelijke Ordening wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) planologisch beschermd. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden. Dit algemene Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de zogenaamde ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan wel worden gekregen indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de provinciale verordening moet dit ‘nee tenzij’-regime zo worden vastgelegd dat hieraan in alle bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen wordt voldaan. Bijlage 3.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘Bijzonder Provinciale Landschappen’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn. Bijlage 3.4.3 Houtopstanden Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing

Houtopstanden groter dan 10 are of bomenrijen bestaand uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom, zijn beschermd. Men dient vergunning of ontheffing te verkrijgen indien dergelijke houtopstanden moeten worden gekapt of gerooid. In sommige gevallen is een herplantplicht aan de orde.

Bijlage 3.5 Procedure

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Zie hiervoor, Bijlage 3.2.1 Geen ontheffing nodig

Zie hiervoor, Bijlage 3.2.2 Geen ontheffing nodig

Zie hiervoor, Bijlage 3.2.3

Zie hiervoor, Bijlage 3.2.3 Geen ontheffing mogelijk

Ontheffing onder voorwaarden mogelijk

Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 3 te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

De Kwekerij (Duinzicht) te Heiloo

Bijlage 3.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van:  Een activiteitenplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven.  Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een activiteitenplan en inventarisatie bijgevoegd te worden.

De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft voor het ‘natuur’ onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging of het stilleggen van werkzaamheden

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2023-018

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=3cd59823-1718-4e14-8c38-94ff5ccca642