Erratum tarieven OZB Heiloo 2024
Tekst van het document
Erratum bij raadsvoorstel belastingverordeningen Heiloo 2024 Commissievergadering: 16 oktober 2023 Raadsvergadering: 6 november 2023 In het raadsvoorstel ‘Belastingverordeningen Heiloo 2024’ staat met betrekking tot de tarieven van de onroerende zaakbelasting (OZB) het volgende vermeld. In de berekening van de OZB tarieven staan 2 WOZ-waarde arealen centraal. Dit betreffen de totale omvang van alle WOZ waarden van de in Heiloo aanwezige woningen en de totale omvang van alle WOZ waarden van de niet-woningen. Om te komen tot de in de begroting geraamde opbrengsten worden tarieven als percentages van deze arealen berekend. Ieder jaar worden alle woningen en niet-woningen opnieuw getaxeerd waardoor de arealen jaarlijks wijzigen. Omdat de wijzigingen momenteel nog niet bekend zijn kunnen nog geen definitieve OZB tarieven worden voorgelegd. Wel wordt een geactualiseerde concept verordening OZB voorgelegd, hierin zijn echter fictieve, te hoge tarieven opgenomen welke kunnen worden bijgesteld. De op de WOZ waarden gebaseerde tarieven om te komen tot de in de begroting 2024 opgenomen OZB opbrengsten zullen door middel van een separaat raadsbesluit in december worden voorgelegd.
Indien de OZB tarieven beschikbaar zijn vóór aanvang van uw vergadering op 6 november, kunnen deze door middel van een erratum bekend worden gemaakt en daarmee de in de concept Verordening OZB opgenomen tarieven vervangen. Inmiddels zijn de tarieven onroerende zaakbelastingen berekend op basis van de definitieve prognose. In de concept Verordening OZB Heiloo 2024 zijn daarom de hieronder opgenomen correcties doorgevoerd zodat de verordening inclusief de juiste tarieven kan worden vastgesteld. Raadsbesluit: Verordening onroerende-zaakbelastingen Heiloo 2024: In artikel 5 “Belastingtarieven” onder lid 1, onderdeel 1 is het percentage voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, gewijzigd van 0,1% naar 0,07550%. In artikel 5 “Belastingtarieven” onder lid 1, onderdeel 2 is het percentage voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, gewijzigd van 0,4% naar 0,31733%.