CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

E06b. Adviesrapport verkenning aanvullende verdienmodellen RAUM

Raadsvergadering 29 januari 2024, gemeente HeilooBij agendapunt: Ter kennis van de raad te brengen collegebesluiten en -memo’s, brieven aangaande verbonden partijen (Cat E)11.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25

Winst per windturbine is in dat geval circa € 3 miljoen, verspreid over 25 jaar is dit ongeveer € 120.000 per jaar.

een voorraad koud water waaruit veel (hernieuwbare) energie te winnen is.

Landschappelijke kwaliteit en natuurwaarden worden gekoesterd, maar energie-opwek langs bestaande infrastructuur “lijkt wenselijk” (uti: RES NHN, 2020). Als voorbeeld wordt de A9 genoemd. Het RAUM heeft echter beperkt grondoppervlak langs de A9 en er is verder onderzoek nodig naar mogelijkheden om grond aan te kopen t.b.v. windenergie. In het zoekgebied naar zon en wind staat in de RES ook nog de N8 beschreven.

Koudewinning kan een mogelijkheid om bouwlocaties in de omgeving aan te sluiten op duurzame energie. Wel is het onduidelijk wat de energiebehoefte van de gebieden in nabijheid is (verwachting: nu nog laag). De ‘afzetmarkt’ moet zich namelijk niet verder dan ongeveer een kilometer van de TEO-locatie bevinden (anders gaat er teveel energie verloren). HVC Groep werkt in de regio Alkmaar al aan een warmtenet vanuit bio-energie.

Kanttekening: in de Swipocratie die in 2020 is uitgevoerd geeft 68% van de gebruikers (n=921) aan geen duurzame energiebronnen in het gebied te willen. Er is niet naar verklaringen gevraagd, maar gezien de hoogst gewaardeerde kwaliteiten van het gebied (rust, stilte, uitzicht) heeft het vermoedelijk te maken met geluidsoverlast en verstoring van het uitzicht. Bij plaatsen van windturbines daarom kiezen voor locaties waar bewoners en bezoekers geen tot weinig last van verstoring hebben (overeenkomstig met de RES/visie). 3.4.3 Koudewinning Bij thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt warmte en koude uit oppervlaktewater benut om gebouwen te verwarmen en te koelen. Het is een vorm van duurzame energie. TEO kan ook positieve effecten hebben op de waterkwaliteit, bijvoorbeeld door minder opwarming in de zomer. Het RAUM is als eigenaar van de plas “bronhouder” van de energie en kan een water- of warmteafnameovereenkomst afsluiten met de energieproducent. De businesscases1 komen veelal positief uit bij het gasloos maken van een wijk of buurt. Hoewel er (in sommige gevallen) subsidies nodig zijn. De meren bevatten

In de businesscases voor aquathermie (via website netwerk aquathermie) zijn we tot nu toe geen vergoeding voor de eigenaar van het water tegengekomen. Aangezien RAUM bronhouder is kan zij een water- of warmteafname-overeenkomst sluiten met een warmtebedrijf. Bij een goede positieve businesscase een vergoeding zou RAUM als bronhouder een water- of warmteafname-overeenkomst sluiten met een warmtebedrijf. De hoogte daarvan moet besproken worden. Bij bestuurders en leden van de Adviescommissie merken we een voorzichtig positieve houding, maar zij geven daarbij aan over te weinig kennis te beschikken om een onderbouwde uitspraak te kunnen doen. Geschatte extra opbrengsten: onbekend.

1

https://www.aquathermie.nl/PageByID.aspx?sectionID=187379&contentPageID= 2017554

26

Ervaringen elders: koudewinning Ouderkerkerplas Vattenfall koelt kantoorgebouwen in Amsterdam Zuidoost met koud water uit de Ouderkerkerplas. In de Inventarisatie energiewinningsprojecten GGA (2010) werd ingeschat dat de jaarlijkse pacht voor de installatie ongeveer € 140.000 zou opleveren, oplopend naar € 200.000. Deze getallen komen echter uit 2010 en geven niet meer dan een grove inschatting weer. Ook kantoren op de Zuidas worden gekoeld met water uit diepe plassen (Nieuwe Meer).

3.5 Overige mogelijkheden 3.5.1 Snelwegreclame Reclameborden op hoogte langs de A9 zouden een significant verhuurbedrag opleveren, omdat het een druk stuk autosnelweg met veel verkeersbewegingen in beide richtingen betreft. Het RAUM zal de paal niet zelf exploiteren, maar verhuren aan een outdoor mediabedrijf, eventueel met voorrang of korting op reclame-inkoop ten behoeve van beheer en behoud van het recreatiegebied. In Spaarnwoude is een grote reclamezuil langs de A9 onlangs getaxeerd op een opbrengst van zelfs € 80.000 (bron: mailconversatie Recreatie Noord-Holland). Mogelijke locaties In een werksessie met de Adviescommissie zagen verschillende deelnemers kansen langs de A9 ter hoogte van Dorregeest en op 2 locaties aan de A9 rond Aagtenpark. Aagtenpark is door de gemeente Beverwijk in eeuwigdurende pacht gegeven aan het RAUM, waardoor het RAUM profiteert van economische activiteiten in het gebied. Verordening en regelgeving Afhankelijk van de exacte locatie moet een vergunning aangevraagd worden bij gemeente en/of provincie. Op de locatie Aagtenpark moet een reclamevergunning en bestemmingsplanwijziging (Omgevingsplan)

worden aangevraagd bij de gemeente Beverwijk. Op locatie Dorregeest geldt hetzelfde, maar dan bij gemeente Uitgeest. Te allen tijden moet worden voldaan aan de regelgeving van Rijkswaterstaat rondom autosnelwegen. Geschatte opbrengst Als we aannemen dat minimaal twee van de drie aangewezen locaties ontwikkeld kunnen worden, kan dit het RAUM zo’n € 70.000-80.000 per jaar aan erfpacht opleveren. Geschatte kosten De ontwikkelkosten zijn voor de exploitant, maar er is wel sprake van precariobelasting. In Uitgeest is het tarief voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor openbare dienst bestemde gemeentegrond € 50,50 per vierkante meter per jaar. Het verschilt per type mast uiteraard om hoeveel vierkante meter het gaat, bij 10 bij 10 meter komt men bijvoorbeeld uit op € 5050 aan jaarlijkse heffing. 3.5.2 Subsidiemogelijkheden onderzoeken Naar verwachting zijn alle subsidiemogelijkheden reeds benut, maar het loont de moeite om jaarlijks te controleren of er gemeentelijke, provinciale of landelijke kansen voor subsidieregelingen zijn die passen bij ontwikkelingen of beheer en behoud van het gebied. EU-kansen schatten we zeer klein in en zijn bovendien niet structureel (alleen voor projecten). Geschatte extra opbrengsten: nihil.

3.5.3 Grondstromen (ontgrondingen/zandwinning) In de Visie 2030 is reeds opgenomen dat het recreatieschap de mogelijkheid onderzoekt om op een aantal plaatsen het meer met circa 5 meter te verdiepen. Daardoor bereikt minder zonlicht de bodem wat de groei van (ongewenste) waterplanten vermindert. Met name aan de

27

zuidwestzijde en in het snelvaargebied in het noordoosten van het meer zijn hiervoor opties. In het geval van de Oever- en Natuurontwikkeling Saskerleidam hebben de grondstromen € 375.000 opgeleverd omdat hier grond is gebruikt die elders is ontdaan. Zowel aan inkomende als uitgaande stroom van grond kunnen mogelijk opbrengsten verwacht worden. • Inkomend: zoals in het geval van de Saskerleidam kan bagger/onderwaterbodem gebruikt worden voor ophoging van landbouwgrond. Vaak zit in bagger of grond verontreinigende stoffen waardoor dit materiaal niet zomaar verwerkt kan worden. Voor grootschalige bodemtoepassing kan dat onder voorwaarden vaak wel. Ontdoeners zijn vaak bereid om hiervoor een bedrag per kubieke meter te betalen. • Uitgaand: in het meer zijn drie zandwinputten aanwezig waaruit zand gewonnen kan worden. De omvang van is op moment van schrijven niet bekend. De meren zijn een aardkundig monument. Verdieping en verondieping is daarom niet zomaar mogelijk. Er is toestemming van de provincie NoordHolland nodig. De provincie kan bepaalde voorwaarden stellen aan de vraag. Er zijn overigens wel reeds 3 zandwinputten aanwezig in het meer. Geschatte extra opbrengst: incidenteel, grofweg opbrengst van de Saskerleidam als leidraad à € 375.000.

28

4 Advies Uit de verkenning haalbaarheid aanvullende financieringsmogelijkheden voor het RAUM blijkt dat er kansen liggen om op korte termijn en op langere termijn nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. We achten de haalbaarheid van een bezoekersbijdrage, reclamezuilen en mogelijkheden voortkomend vanuit nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het meest kansrijk. In dit hoofdstuk brengen we beknopt het advies aan het RAUM uit. 4.1 Een mix korte en lange termijn Het RAUM is een belangrijk recreatiegebied voor de regio in de driehoek Zaanstad-Alkmaar-IJmond en is aangewezen als één van de gebieden die als aantrekkelijk alternatief voor het duingebied moet fungeren. Deze visie wordt gedeeld door de verschillende participanten, waaronder de provincie. Om van het RAUM een aantrekkelijk recreatiegebied te maken, heeft het RAUM ontwikkelingen vastgelegd in de visie 2030. Het RAUM heeft een heel ander karakter dan het duingebied en heeft ontwikkelingen nodig om een volwaardig alternatief voor het duingebied te worden. Er is ruimte voor kleinschalige uitbreiding. De ontwikkelingen uit de visie kunnen rekenen op bestuurlijk draagvlak, maar het begrotingstekort zet de ontwikkelplannen op losse schroeven, met mogelijk een afname van het aantal bezoekers en de waardering van het gebied. Het structurele tekort op de begroting van het RAUM vraagt om concrete maatregelen op korte termijn.

De participanten hebben aangegeven vooralsnog niet meer te willen bijdragen dan de huidige inleg. Over het algemeen willen de bestuurders best ruimte maken voor nieuwe

ontwikkelingen die de natuur en het open karakter van het recreatiegebied niet schaden. Deze grondhouding moet echter ook worden vertaald naar het verruimen van regelgeving, willen de maatregelen succesvol zijn. De aanvullende maatregelen die kansrijk en haalbaar zijn verschillen van ordegrootte. Aangezien het RAUM volgend jaar al een gat moet dichten, stellen we voor om in te zetten om een mix van maatregelen op korte en lange termijn. De opties op korte termijn (binnen 2-5 jaar afhankelijk van de maatregel) leveren relatief snel en structureel geld op, maar vragen niet om al te grote investeringen. Op de langere termijn, als de financiële situatie stabiel is, is er mogelijk ruimte om extra ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan of aanvullende verdienmodellen uit te werken die aanzienlijke investeringen vragen.

4.2 Korte termijn Op korte termijn (< 5 jaar) adviseren we in te zetten op bezoekersbijdragen: a. entreebewijs in de vorm van een ‘Meerkaart’ (gebaseerd op duinkaart PWN), b. vignetten voor varen en later eventueel MTB en/of c. betaald parkeren. De voorkeur van de Adviescommissie en bestuurders lijkt uit te gaan naar de duinkaart-variant. Voor alle varianten geldt dat bij het heffen van entree de kwaliteit en het onderhoudsniveau van het gebied goed moeten zijn. Enkele voordelen: • Bekendheid in het gebied door PWN-duinkaart • Gastvrijer dan betaald parkeren • Belast elke bezoeker, niet alleen de relatief kleine groep automobilisten • Bestuurlijk voorkeur voor dit model boven betaald parkeren Nadelen: • Het gebied is niet duidelijk af te bakenen en wordt ook veel gebruikt voor doorgaand fietsverkeer

29

• Betalingsbereidheid is mogelijk minder hoog als er niet ontwikkeld wordt, gebruikers willen zien waar het geld voor gebruikt wordt. Gezien de noodzaak voor aanvullende financieringsmogelijkheden op korte termijn adviseren we om het duinkaarten-model uit te rollen op specifiek aan te wijzen locaties waar ook daadwerkelijk ontwikkelingen plaatsvinden, zoals de oeverparken en Aagtenpark. Mogelijk past hier aanvullend op termijn een vignet voor gebruik van het water bij. We achten betaald parkeren op dit moment niet wenselijk omdat de kwaliteit van het gebied nog niet optimaal is en daarnaast een grote groep bezoekers op de fiets of per boot komt (NBTC NIPO 2016). Indien het kwaliteitsniveau in de komende jaren stijgt door ontwikkelingen en financiële mogelijkheden, kan betaald parkeren opnieuw overwogen worden. Voor welke variant het RAUM ook kiest, bekendheid, zichtbaarheid en gebruiksvriendelijkheid zijn van grote invloed op de naleving van de gevraagde bijdrage. Het opbouwen van gevoel van eigenaarschap bij bezoekers en ondernemers is belangrijk. Zorg voor een breed verspreide aankondiging in de lokale krant, zorg voor aankondigingen in het gebied, zorg voor zichtbare QR-codes en borden ter plaatse en laat in de communicatie zien waar de bezoeker aan bijdraagt. Dat vergroot de betrokkenheid bij het gebied.

Marketingkosten zijn moeilijk te bepalen, omdat nog niet is bepaald hoe intensief er gemarket gaat worden. Bij wijze van spreken kun je voor € 3.000 een website promoten, maar volledige merkontwikkeling kost veel meer. Hierbij is ons advies: doe het goed of doe het niet. We gaan daarom uit van eenmalige investering van zo’n € 50.000-75.000 en jaarlijkse kosten van € 20.000-40.000. Deze investering heeft effect op verschillende maatregelen: verhogen bezoekersaantallen, invoeren entreebewijzen, vignetten, betaald parkeren, giften, donaties etc. In 4.4. gaan we nog in op overige aandachtspunten.

Als deze bijdragen daadwerkelijk uitgerold gaan worden, adviseren we een simpele, goedwerkende online portal waar men zelf kan aanvinken welk type vignet zij nodig hebben (alleen entree, vignet voor varen, snelvaren, betaald parkeren eventueel of andere onderdelen) en meteen kunnen afrekenen. Een eventueel vignet kan ook gekocht worden bij de verschillende ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld bij het huren van een bootje. Daarnaast loont het de moeite om de procedure voor het plaatsen van twee reclamemasten langs de A9 te verkennen en/of op te starten, wat mogelijk zo’n €80.000 per jaar kan opleveren. Het aanvragen van de ANBI-status voor fiscaal aftrekbare giften is een quick win, maar vraagt wél investeringen in het opbouwen van een goede relatie met de gebruikers van het gebied. Ook de website en eventuele andere communicatiemiddelen moeten worden aangepast, zodat duidelijk wordt dat een bijdrage aan natuurbeheer ook nog fiscaal aantrekkelijk is. Op dit moment verwachten we niet dat de giften binnen zullen stromen, maar het kan in elk geval helpen bij het vragen van vrijwillige bijdragen van ondernemers en op langere termijn ook bekender worden bij breder publiek met oog op donaties en/of nalatenschappen.

Het verhogen van de toerismebelasting en/of het heffen van watertoeristenbelasting achten wij haalbaar en mogelijk kansrijk, maar vraagt wel om medewerking van alle participerende gemeenteraden zodat een terugvloeiafspraak gemaakt kan worden.

4.3 Lange termijn Op de langere termijn, wanneer de begroting structureel sluitend is en de ontwikkelingen conform het Midden-scenario doorgang hebben gevonden, zien we kansen voor aanvullende inkomstenbronnen die ofwel een grotere voorinvestering vragen ofwel een lange procedure kennen.

30

Op de lange termijn kan het RAUM inzetten op extra pachtinkomsten door de ontwikkeling van recreatiearken aan (bijvoorbeeld) de zuidkant van het Uitgeestermeer. Hierbij is het zinvol om aan te sluiten bij de plannen die ondernemers in het gebied reeds hebben, bijvoorbeeld de intentie om de verblijfsrecreatie rondom Erfgoedpark de Hoop uit te breiden. Hierbij moet ook worden aangetekend dat een partij niet zomaar een locatie gegund kan krijgen door het Didam-arrest. Omdat op dit moment niet mogelijk is om extra verblijfsrecreatie in NNN te realiseren, vraagt dit om een aanpassing van de NNN-begrenzing (een proces dat meerdere jaren kan duren) óf toestemming van de provincie NoordHolland om verblijfsrecreatie toe te staan. Voor het behoud van het gebied kan dit zinvol zijn en aangezien de provincie het RAUM ook als balanslocatie voor het duingebied ziet, zien we kansen.

4.4 Overige aandachtspunten

Inzetten op duurzame energie is een project van de lange adem, maar adviseren we zeker te overwegen. De toename van de vraag naar duurzame, lokale bronnen zal naar verwachting doorzetten. Wind- en zonne-energie passen bij de uitgangspunten van de visie op locaties langs bestaande infrastructuur en koudewinning zou ook kansrijk kunnen zijn in combinatie met uitbreiding van nieuwe woonwijken rondom de meren. Belangrijk aandachtspunt hierbij is wel dat prijzen en technologie continu veranderen.

• Positionering als balanslocatie duingebied. Meermaals is door bestuurders en de Adviescommissie benoemd dat het RAUM een belangrijke alternatieve locatie is om het duingebied te ontlasten. Dat betekent dat de kwaliteit van het gebied minstens vergelijkbaar moet zijn met het duingebied. Daarnaast is het van belang om deze ambitie te verankeren in (regionaal) beleid. Maar hier een gezamenlijke ambitie van, waarin het RAUM een actieve rol kan spelen door in gesprek te gaan met verschillende partijen in het gebied en verken waar zij behoefte aan hebben. Verken (en maak concreet) hóe het RAUM het duingebied kan ontlasten. Mogelijk komen hier ook kansen voor aanvullende verdienmodellen uit voort.

De ontwikkelingen vanuit het PPLG bieden mogelijk kansen voor het verruimen van het beheergebied van het RAUM, inclusief aankoop of in natura uitgeven gronden van gemeenten aan het RAUM, kan mogelijkheden creëren voor recreatieve ontwikkeling of voor uitgifte natuurgrond aan pachters. We adviseren het RAUM de ontwikkelingen vanuit PPLG nauwlettend te volgen en in gesprek te blijven met de provincie Noord-Holland.

Naast de verdienmodellen voor directe opbrengsten op kort en lange termijn en ruimtelijke ontwikkelingen signaleren we aandachtspunten voor verdere ontwikkeling van het RAUM. • Creëer meer eigenaarschap. We signaleren een gebrek aan betrokkenheid en eigenaarschap van de participanten (bestuurders en raden). Uit de werksessie bleek daarnaast dat ondernemers zich niet verantwoordelijk voelen voor het behoud en beheer van het gebied. Vergroot het draagvlak voor verruiming van bestemmingen, het invoeren van maatregelen en eventueel het verhogen van de participantenbijdrage door de gemeenteraden actief te betrekken bij de visie en strategie van het RAUM.

• Bekendheid van het RAUM. Op moment van schrijven is het RAUM niet groots bekend in de regio. Om mensen te verleiden een bezoek te brengen aan het gebied is goede communicatie en marketing nodig. Dat kost geld, maar betaalt zich (mogelijk) terug in hogere bezoekersaantallen. Kansen hiervoor liggen op de langere termijn ook

31

bij de planvoorraad woningen rondom het gebied: voor hen kan het RAUM hét groengebied in de regio wonen. • Keuze voor naam. De afkorting RAUM werkt prima in ambtelijke stukken, maar heeft in de volksmond geen prettige klank of associatie. Denk bij de positionering ook na over wat een aantrekkelijke naam is, los van of die alle facetten van het gebied dekt. Vaak is er de neiging om een naam te kiezen waarbij alle uithoeken van een gebied zich betrokken voelen, maar dat is voor bezoekers eigenlijk niet relevant. Dit onderdeel heeft uiteraard een sterke relatie met marketing en promotie. • Didam-arrest. Eind november 2021 bepaalde de Hoge Raad in het Didam-arrest dat overheden de verkoop van grond niet langer via eenop-een transacties met een marktpartij mogen afwikkelen. De uitspraak heeft vergaande gevolgen en houdt onder andere in dat gemeenten alle lopende en nieuwe grondtransacties volgens het gelijkheidsbeginsel en bijbehorende procedure moet afwikkelen. Alle geïnteresseerde partijen moeten gelijke kansen worden geboden als er meer dan één geïnteresseerde partij is. Bij uitgifte van grond (zowel koop, huur en pacht) moeten overheden: 1. Een voorgenomen uitgifte openbaar maken (minimaal 20 kalenderdagen) om alle mogelijke potentiële partijen kenbaar te maken met de voorgenomen uitgifte; 2.

De initiatieven toetsen aan objectieve en toetsbare criteria, veelal vastgelegd in beleid. Dat betekent voor de ontwikkeling van extra verblijfsrecreatie bijvoorbeeld dat er niet zomaar grond kan worden uitgegeven aan één partij en dient men rekening te houden met de openbare procedure voor gronduitgifte bij meerdere gegadigden.

32

Bijlage 1: overzicht lopende ontwikkelingen (uit: Visie 2030)

1. De meren: ruimte voor waterrecreatie en natuur

4. Akersloot oeverzone: lokale / regionale recreatie (ontw. bij gebied Uiterdam en pont Akersloot)

2. Veenweidegebied: behoud cultuurhistorisch landschap 3. Dorregeest, erfgoedpark De Hoop e.o.: Concentratie recreatie en toerisme, verblijf. Ontvangstgebied

5. Markervaart-Kogerpolderkanaal: beleving cultuurhistorie, snelvaren, waterrecreatie 6. Aagtenpark en De Buitenlanden en De Omzoom: groene recreatie, recreatieve verbindingen, evt wellness. Klimpark, evenementen

33

Bijlage 2: Gebiedsgrens RAUM (stippellijn) en NNN-begrenzing (gearceerd)

34

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=7b0f2c7c-4506-4608-b84e-ece4b2583074