CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Def. aanvraagformulier basis vangnetuitkering 2025 BUIG

Raadsvergadering 22 juni 2026, gemeente HeilooBij agendapunt: Aanvraag vangnetuitkering BUIG7.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: basisverzoek

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.

Basisformulier Dit betreft het basisformulier. Het college maakt gebruik van dit formulier wanneer het voldoet aan beide onderstaande voorwaarden:

1) Het college doet een aanvraag voor het reguliere vangnet (met een eigenrisicodrempel van 7,5%); en: 2) de gemeente heeft over 2023 en/of over 2024 geen vangnetuitkering ontvangen. Gemeenten die een aanvraag doen voor het uitgebreide vangnet of die over 2023 en/of 2024 wel een vangnetuitkering hebben ontvangen dienen gebruik te maken van het uitgebreide formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer er een aanvraag gedaan wordt voor het uitgebreide vangnet.

Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.

Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit 1

verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden

1. Verklaring college bij een basisverzoek

Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

2

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen maatregelen om het tekort te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. In 2025 laat Heiloo een tekort op de BUIG zien dat de drempel voor een vangnetaanvraag overstijgt. Er zijn meerdere zaken die invloed hebben op het tekort. De BUIG-budgetten worden vastgesteld op basis van verschillende factoren. Voor Heiloo is dat deels op basis van het objectieve verdeelmodel. Als gemeente heb je weinig invloed op dit verdeelmodel. Het verdeelmodel pakt ongunstig uit voor Heiloo. De gemeente ontvangt minder budget dan je op basis van het aantal bijstandsontvangers zou verwachten.

Voor middelgrote gemeenten zoals Heiloo werkt dit extra nadelig. Aan de ene kant vangen zij statushouders op, maar aan de andere kant hebben zij relatief weinig bijstandsontvangers vergeleken met het landelijke gemiddelde. Hierdoor valt het BUIG-budget lager uit. De stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden vanaf Q2 in 2024, heeft zich licht voortgezet in het eerste halfjaar van 2025. Dit verklaart deels het tekort op het BUIG budget. Pas vanaf Q3 is er sprake van meer uitstroom uit de bijstand dan instroom. Ook is er meer loonkostensubsidie verstrekt dan in 2024 en ook landelijk vergeleken. Het feit dat de uitgaven stijgen is op zichzelf positief, het betekent immers dat er meer inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk zijn gegaan. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Het college heeft zowel interne als externe maatregelen getroffen, deels voortbouwend op een stabiel beleid van voorgaande jaren, dat een langere looptijd nodig heeft voordat succesvolle effecten worden bereikt. Intern is er onder meer ingezet op verbeterde monitoring, waarbij het benchmarkdashboard wordt ingezet om gerichter te sturen.

Het programma leren en werken wordt uitgebouwd tot een integrale ontwikkelroute binnen Zaffier om de kansen op duurzame arbeidsparticipatie te vergroten en er zijn verdergaande stappen gezet met de ontwikkeling van methodisch werken. Daarbij wordt een systematische aanpak beoogd om inwoners naar werk/participatie te begeleiden met als doel duurzame uitstroom of participatie. 3

Belangrijk is ook dat er projecten zijn en worden ontwikkeld, specifiek voor de doelgroepen statushouders en jongeren. Externe maatregelen zijn onder andere: versterking van de samenwerking met werkgevers via jobhunters, intensieve(re) trajecten voor statushouders, simpel switchen en aansluiting bij landelijke en regionale lerende netwerken. Ook is geïnvesteerd in de inzet van loonkostensubsidie en SROI-beleid om de werkgeversbenadering te versterken. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. De verwachte effecten van de maatregelen zijn gericht op verhoging van de uitstroom, betere matching en een meer effectieve inzet van re-integratiemiddelen. Via het dashboard en de Divosa-benchmark worden deze effecten nauwlettend gevolgd. Echter veel inwoners die momenteel instromen in de bijstand, stromen niet gemakkelijk uit. Dat is een landelijke trend. Het bijstandsbestand is de afgelopen jaren flink veranderd. Steeds vaker ziet Zaffier inwoners met complexe problematiek en een stapeling uitdagingen op het gebied van arbeidsbeperking, schulden, mantelzorgtaken, langdurige bestaansonzekerheid en gezondheidsproblemen.

Voor deze inwoners ontbreken de randvoorwaarden om aan het werk te gaan. Hierdoor blijven zij vaak langdurig aangewezen op de bijstand. Daarnaast stopt de huidige richtlijn voor de Oekraïners per 4 maart 2027, Dit betekent dat deze groep inwoners geen leefgeld meer ontvangt. Ontheemden krijgen een tijdelijke verblijfsvergunning voor drie jaar en gaan onder het regime van de Participatiewet vallen (geen inburgeringsplicht). Gemeenten krijgen dan in de toekomst te maken met een hoge instroom van deze nieuwe doelgroep hetgeen een dempend effect heeft op de te nemen maatregelen.

4

Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen voor het betreffende onderdeel. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

x

De kadernota, de begroting. Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

5

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.

6

1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. Bijstand als vangnet Het vangnet van bijstand is bedoeld voor inwoners die (tijdelijk) niet in hun inkomen kunnen voorzien. In het algemeen geldt dat de Participatiewet zich primair richt op de uitstroom naar betaald werk, mede vanuit de gedachte dat een baan mensen het beste helpt om weer zelfstandig in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Daarop is de gemeentelijke uitvoering van de Participatiewet ook van oudsher ingericht. De samenstelling van het bijstandsbestand is echter aan het veranderen. In de eerste plaats omdat als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt de meer kansrijke bijstandsgerechtigden inmiddels hun weg naar de arbeidsmarkt hebben gevonden, en ook omdat vanaf 2015 de toegang tot de Wajong is beperkt en de Wsw is gesloten voor nieuwe instroom. Een grote groep mensen in de bijstand kampt vaak met problemen op meerdere levensdomeinen, zoals een arbeidsbeperking, schulden, gezondheids- en huisvestingsproblematiek. Voor een passende dienstverlening is vaak een meer intensieve en langduriger begeleiding nodig. De Participatiewet was gericht op volumebeperking - begeleiding naar betaald werk - en rechtmatigheid.

De Participatiewet in balans, welke per 1 januari 2026 gefaseerd in werking is getreden, heeft een ander doel, namelijk meer sturen op basis van vertrouwen en op zoek gaan naar de mogelijkheden van een persoon. Dat kan zijn: meedoen in de maatschappij, maar niet per definitie uitstroom naar werk (en daarmee dus ook niet per se volumebeperking van de bijstand). Het financiële verdeelmodel Bij gemeenten met een inwoneraantal tussen de 15.000 en 40.000 inwoners vindt verdeling op basis van een mix van het historisch aandeel (gerealiseerd in twee jaar voor het betreffende begrotingsjaar) en objectieve factoren. Het objectief aandeel is 0% bij 15.000 inwoners en loopt naar rato van het aantal inwoners op naar 100% bij 40.000 inwoners. Met bijna 24.000 inwoners geldt voor Heiloo een 50-50% mix, waarbij voor de objectieve maatstaven geldt, dat die niet of nauwelijks door gemeenten te beïnvloeden zijn, zoals het aantal alleenstaande ouders, het aantal inwoners met een migratieachtergrond en de situatie op de regionale arbeidsmarkt. Op deze manier beweegt het bijstandsbudget ten dele mee met het werkelijk aantal verstrekte uitkeringen. Er wordt voor 2025 een beroep op de vangnetuitkering gedaan voor een bedrag van € 34.333. Het uitgangspunt van de vangnetregeling is gebaseerd op intergemeentelijke solidariteit en de uitkering wordt bekostigd uit het macrobudget, twee jaar later.

7

8

Personen en huishoudens met bijstandsuitkeringen Onderstaande grafieken laten een beeld zien hoe de bijstandsdichtheid van Heiloo zich verhoudt tot het landelijke beeld. Het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering t.o.v. het totaal aantal huishouden in de gemeente. Heiloo heeft een lage bijstandsdichtheid.

Landelijke cijfers In 2025 ziet 52,5% van de gemeenten het bijstandsbestand stijgen. Voor de grote gemeenten geldt dat 33,3% van de gemeenten een stijging van hun bestand ziet in 2025. In 46,7% van de kleinere gemeenten stijgt het bestand. Voor kleinere gemeenten geldt dat er sneller sprake is van een relatief grote stijging of daling. Doordat het totaal absolute aantal bijstandsgerechtigden binnen deze gemeenten relatief laag is, hebben fluctuaties zwaardere gevolgen. We zien bij Heiloo dat: • de toename in het bijstandsvolume doorzet; • zowel de instroom toeneemt en de uitstroom daalt; • de leeftijd van bijstandsgerechtigden verandert (vooral meer 55-plussers) en • de groep met een langere verblijfsduur in de bijstand verder toeneemt.

9

Instroom en uitstroom Het aantal personen in de bijstand is vanaf Q3 en Q4 2024 gestegen, deze stijging zet zich voort in Q1 en vanaf Q2 2025 daalt het bestand licht. Het vierde kwartaal van 2025 is het tiende kwartaal op rij waarin er meer mensen bijstand ontvingen dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder (CBS).

De instroom In 2025 zijn er 59 huishoudens in de bijstand gestroomd. In de maand januari is de instroom het hoogste geweest, namelijk 13 huishoudens, met verschillende redenen van instroom. Belangrijkste redenen voor instroom over heel 2025 zijn: verhuizing vanuit COA (15), aanvulling op een inkomen (12), vervallen van inkomsten uit arbeid (9), beëindiging WW (7) en verhuizing vanuit een nadere gemeente (7). De ingezette stijging van de bijstandspopulatie vanaf de tweede helft van 2024 heeft zich voortgezet in het eerste kwartaal van 2025 en blijft stabiel in Q2. Deze toename in het eerste halfjaar van 2025 t.o.v. 2025 verklaart het tekort op de BUIG uitkering voor 2025. In de tweede helft van 2025 fluctueert de bijstandspopulatie dan weer: vanaf juni zien we een daling in het bestand door de inspanningen van Zaffier om mensen uit te laten stromen, maar in oktober

10

ook weer een stijging, met een piek in november in welke maand 4 statushuishoudens zijn gehuisvest. We zien dat de instroom in de bijstand steeds meer mensen kwetsbare mensen betreft, die niet direct aan het werk kunnen, maar eerst een voortraject nodig hebben en/of zorgactiviteiten. Van de 59 inwoners zijn slechts 6 personen direct bemiddelbaar en 7 werkfit (met ondersteuning). We zien een landelijke trend van mensen in de bijstand die steeds minder direct bemiddeld kunnen worden naar werk en dus snel uitstromen, naar mensen die (langdurige) zorg nodig hebben in de bijstand en waarvan de verblijfsduur in de bijstand steeds langer wordt.

Instroom vooral jongeren en statushouders ➢ Jongeren Het zijn de jongeren die relatief het vaakst in- en ook weer uitstromen uit de bijstand. In totaal zijn er in 2025 25 jongeren in de leeftijd van 18-27 jaar ingestroomd (waarvan 5 vanuit een verhuizing COA). Dit komt overeen met het landelijk beeld waarin we een stijging zien van het aantal jongeren in de bijstand. Jongeren melden zich om verschillende redenen bij Zaffier. Instroomredenen zijn beëindiging studietoeslag WSF en aanvulling op inkomen of het vervallen van inkomsten uit arbeid. Soms hebben jongeren een korte periode van ondersteuning nodig bijvoorbeeld door baanverlies, of ter overbrugging van de tijd tussen twee opleidingen. Deze jongeren stromen doorgaans weer snel uit de bijstand.

Als we inzoomen op de ingestroomde jongeren zien we dat van de 25 jongeren slechts 8 van hen arbeidsfit zijn en direct bemiddeld (met ondersteuning) kunnen worden naar werk. 11

Er is een groeiende groep jongeren die meer ondersteuning nodig heeft voor een langere periode, omdat ze ook andere (sociale) problemen hebben. Bij het op slot gaan van de Wajong uitkering stromen deze jongeren nu in de bijstand. Voor Heiloo was geen van de ingestroomde jongeren direct bemiddelbaar naar werk; slechts 2 jongeren waren werkfit mét ondersteuning. 15 jongeren hadden eerst een voortraject naar werk nodig, dit kan een kort of een langdurig traject zijn. Uiteindelijk kan het voortraject uitwijzen dat er re-integratiemogelijkheden zijn, of dat participatie (meedoen naar vermogen) of een zorg traject het hoogst haalbare is. Dit zijn de jongeren die -sinds de Wajong op slot is gegaan- zich nu melden bij jongerenpunt check-in. Er zijn in 2025 15 jongeren (18-27 jaar) uitgestroomd uit de bijstand met als belangrijkste reden uitstroom naar werk (8). ➢ Statushouders Er zijn 25 statushouders ingestroomd in de bijstand, waarvan 15 op een voortraject naar werk zitten. Voor de overige statushouders wordt een langer traject naar re-integratie of participatie voorzien. Er zijn 15 statushouders uit de bijstand gestroomd waarvan 7 als gevolg van inkomsten uit arbeid. Uitstroom alle doelgroepen Er zijn 60 personen uit de bijstand gestroomd waarvan de belangrijkste reden was het verkrijgen van inkomsten uit arbeid (28) en verhuizing buiten de gemeente (10).

Her instroom in de bijstand Her instroom verwijst naar de situatie waarbij mensen die al eerder een bijstandsuitkering hebben ontvangen, binnen 12 maanden opnieuw instromen in de bijstand. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als iemand na een periode van werkloosheid of een kortdurend contract, opnieuw een beroep moet doen op een bijstandsuitkering. In Heiloo zien we dat er in 2025 sprake is van een lage her instroom, in vergelijking met landelijke cijfers van alle sociale diensten/gemeenten en fluctueert maar overeenkomt met gemeenten van dezelfde gemeentegrootte. Dit duidt erop dat áls mensen uitstromen, dit doorgaans ook een duurzame uitstroom is, en mensen naar een passende werkplek met eventueel de nodige ondersteuning- zijn bemiddeld.

12

Zittend bestand De afgelopen twee jaar hebben we onze klanten steeds meer gesproken en beter in beeld gekregen. De bijstandspopulatie van Heiloo heeft een dusdanige afstand tot de arbeidsmarkt dat deze niet, of in mindere mate, heeft kunnen profiteren van de vele vacatures van de afgelopen tijd. Het wordt steeds moeilijker om bijstandsgerechtigden uitkeringsonafhankelijk te maken. Feit is dat er een gat zit tussen de gevraagde vaardigheden en competenties op de arbeidsmarkt en de vaardigheden en competenties waar de bijstandsgerechtigde over beschikt (mismatch). Daarnaast wordt de doelgroep die in de bijstand stroomt steeds kwetsbaarder, vooral jongeren die niet meer gebruik kunnen maken van de Wajong. Dit zijn inwoners die vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben waardoor een aanzienlijke investering in tijd benodigd is voor een succesvolle re-integratie. Deze ontwikkelingen worden ook door het ministerie van SZW gezien. Zij wil de dienstverlening door gemeenten aan jongeren die afgewezen zijn voor de Wajong bevorderen. Het gaat hier specifiek om dienstverlening aan de groep jongeren die zijn afgewezen voor de Wajong omdat het UWV niet kan uitsluiten dat arbeidsvermogen wel ontwikkeld kan worden. Vanaf 2027 zal het UWV deze jongeren ‘warm’ overdragen aan gemeenten om daar ondersteuning te krijgen.

De gevraagde ondersteuning bij de gemeente bestaat uit begeleiding op alle levensgebieden met veel persoonlijke aandacht. En uit een veilige ontwikkelplek om uit te proberen of werk tot de mogelijkheden behoort en vaardigheden te ontwikkelen. In onderstaande tabel valt af te lezen dat 27% van de bijstandspopulatie een loonwaarde heeft van 0-50% van het wettelijk minimumloon (WML) en 62% een loonwaarde van 50-75% van het WML. Dus afgerond 89 % van het bestand heeft een loonwaarde van minder dan 75% van het WML.

Percentage personen met een loonwaarde van het WML (trend) Eigen grootteklasse excl....

38.5

44.5

16.9

Alle ISD's

39.9

44

16.1

62

11.5

Heiloo

26.5

% personen met loonwaarde 75 tot en met 100 % WML % personen met loonwaarde 50 tot 75 % WML % personen met loonwaarde 0 tot 50 % WML

13

Dit betekent dat er een intensieve(re) en andere inzet nodig is op het bijstandsbestand. Er is geen “laag hangend fruit” meer van inwoners die direct naar het werk kunnen worden bemiddeld. Het vinden van een betaalde baan op de reguliere arbeidsmarkt is niet voor iedereen (meer) haalbaar. Zaffier kijkt overigens niet alleen naar arbeidsparticipatie, maar zorgt ook dat sociale en maatschappelijke participatie in beeld zijn. De groep die nu bijstand ontvangt, verblijft langer in de bijstand en heeft intensievere begeleiding nodig, bijvoorbeeld door de inzet van lifecoaches wanneer het inwoners met een psychische beperking betreft. Er is een steeds langere aanloop en inzet nodig voordat resultaten en stappen zichtbaar worden. De verblijfsduur van de inwoners uit Heiloo in de bijstand laat zien dat 52% van het bijstandsbestand langer dan 3 jaar in de uitkering zit en daardoor steeds minder kans heeft om naar betaald werk uit te stromen. Hoe langer iemand in de bijstand zit, hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt door een combinatie van verminderde vaardigheden, gezondheidsproblemen en lagere kansen bij werkgevers. Daarnaast blijft na verloop van tijd vooral de groep over met de grootste belemmeringen richting werk, waardoor uitstroom steeds moeilijker wordt. Landelijk is ook de trend dat het aandeel bijstandsgerechtigden van 55 jaar en ouder groter wordt.

Van het zittende bestand verblijft 18% 3-5 jaar in de bijstand en 34% langer dan 5 jaar. Tenslotte zien we al jaren een toename van inwoners met psychische kwetsbaarheid en met een licht verstandelijke beperking (LVB) in de bijstand. Dit betreft nu gemiddeld 60% van ons klantenbestand. Om die reden gaan we werken met consulenten met aandachtsgebied psychische kwetsbaarheid. Deze meer gespecialiseerde professionals, fungeren als spil tussen gemeenten, UWV, onderwijs, GGZ en maatschappelijke instanties én nemen taken over die verder gaan dan de reguliere taken van een klantmanager (zorg gerelateerd). Werkgevers en de mismatch op de arbeidsmarkt Niet iedere werkgever is op dit moment in staat om te investeren in werknemers, ondanks de aanhoudende personeelstekorten. Voor onze doelgroep is vaak extra ondersteuning nodig om succesvol de stap naar werk te kunnen zetten. Denk hierbij aan begeleiding op de werkvloer, ondersteuning bij taalvaardigheid, aangepaste werkzaamheden of werktijden. Zulke aanpassingen vragen om inzet en tijd van werkgevers, een investering die, mede door de hoge werkdruk, niet altijd haalbaar is. Daarnaast zien we in de praktijk dat veel werkgevers in hun wervingsbeleid blijven vasthouden aan traditionele eisen, zoals relevante werkervaring, opleiding, volledige beschikbaarheid en inzet voor onregelmatige diensten.

Daardoor ontstaat er een kloof tussen vraag en aanbod: onze klanten sluiten vaak niet naadloos aan op deze standaardprofielen, wat leidt tot een structurele mismatch. Voor mensen met een bijstandsuitkering geldt bovendien dat zij gemiddeld lager zijn opgeleid dan de werkzame beroepsbevolking. Een aanzienlijk deel beschikt niet over een startkwalificatie en heeft maximaal een diploma op MBO-1 niveau. Tegelijkertijd vragen werkgevers veelal om kandidaten met minimaal MBO-2 niveau of hoger. In dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking Het aandeel werkgevers met mensen met een arbeidsbeperking in dienst, neemt niet toe. Werkgevers willen ontzorgd worden en vinden financiële compensatie een noodzakelijke voorwaarde om met mensen met een arbeidsbeperking -die een verminderde productiviteit per uur hebben- een arbeidscontract te sluiten. Loonkostensubsidie biedt die financiële compensatie alsmede financiële ondersteuning of ondersteuning in natura in de vorm van jobcoaching. Zaffier biedt deze voorzieningen aan. Desondanks blijven werkgevers terughoudend.

14

Ontheffing van de arbeidsverplichting Naarmate mensen in het bestand (meerdere) beperkingen hebben, kan er aanleiding zijn om deze mensen tijdelijk te ontheffen van bepaalde arbeidsverplichtingen. Beperkingen kunnen een medische oorzaak hebben of voortvloeien uit persoonlijke omstandigheden. Het spreekt voor zich dat als er veel ontheffingen zijn, dat dan de uitstroomkansen minder zijn en mensen langdurig een beroep op de bijstand zullen doen. Bij Heiloo ligt het aantal ontheffingen hoger dan het landelijk gemiddelde, zowel in vergelijking met gemeenten van vergelijkbare grootte als met andere sociale diensten. Ontheffingen van de arbeidsverplichting worden uitsluitend afgegeven op basis van een onafhankelijk medisch advies en alleen wanneer sprake is van dringende redenen. De hogere aantallen in Heiloo hangen samen met de werkwijze van Zaffier. Zaffier heeft frequent contact met inwoners en zet actief in op participatie. Hierdoor is er een goed en actueel klantbeeld. Wanneer tijdens deze contacten blijkt dat werken (tijdelijk) niet mogelijk is, wordt dit zorgvuldig beoordeeld en, indien nodig, een ontheffing toegekend op basis van medisch advies. In andere gemeenten wordt er soms voor gekozen om inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt minder intensief te benaderen.

Hierdoor vinden er minder gesprekken plaats en wordt ook minder vaak vastgesteld dat een ontheffing noodzakelijk is. Dit kan leiden tot lagere aantallen ontheffingen, zonder dat dit per se betekent dat inwoners daar beter in staat zijn om te werken. De hogere cijfers in Heiloo zijn daarmee geen indicatie van een zwaardere doelgroep, maar van een meer actieve en betrokken werkwijze waarbij inwoners in beeld blijven en passende ondersteuning krijgen Dit beeld laat ook zien dat inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt al zijn uitgestroomd en de huidige groep bijstandsgerechtigden een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft.

B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Beschrijving getroffen interne maatregelen Eén van de doelstellingen van Zaffier is het beperken van de instroom en het verhogen van de uitstroom. Zaffier bundelt competenties en mensen waardoor meer specialisaties mogelijk zijn. Dit vertaalt zich in onderstaande punten: Beperken instroom 1. Inwoners ontvangen sneller een plan van aanpak Inwoners krijgen een plan van aanpak waardoor er snel in gezet wordt op activering en meedoen. 2. Snellere doorbemiddeling naar team Werk Inwoners die aan het werk kunnen worden gelijk doorgeleid voor bemiddeling naar team werk Verhogen uitstroom 1. Zaffier is een krachtige partner voor werkgevers Zaffier is op het niveau van de regio Alkmaar een krachtige partner voor werkgevers om te voorzien in hun vacatures en advisering op ondersteuning. Doordat re-integratie, participatie en werkgeversondersteuning zich “onder één dak” bevinden vergroot dit de mogelijkheden 15

voor uitstroom. Doordat Zaffier zelf ook werkgever is voor zowel beschutwerk plekken, werken op locatie (Wol) als detachering, wordt de afstand tussen de kandidaat en de arbeidsmarkt verkleind. 2. Zaffier organiseert zelf het werk Zaffier zorgt voor passende commerciële opdrachten binnen het werkontwikkelbedrijf voor inwoners die niet zelfstandig bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen. Maatregelen voor het zittend bestand 1. Inburgeren binnen Zaffier De Wet inburgering zet sterk in op duale inburgering: werken en leren tegelijk. In de praktijk blijkt dit lastig, omdat het taalniveau vaak nog te laag is voor werk bij externe werkgevers en de werktijden moeilijk te combineren zijn met taallessen. Het werkontwikkelbedrijf van Zaffier is daarom bij uitstek de plek om hiermee te starten. De focus ligt hier op het ontwikkelen van potentieel, waardoor het een veilige en leerzame omgeving is voor inburgeraars. Om die reden is Zaffier, in samenwerking met taalschool Edinova, een nieuwe pilot inburgering gestart, dat onderdeel is van het programma Leren & werken. De pilot staat onder projectleiding van de regionale verbinder statushouders. In deze pilot worden taal, theorie en praktijk op één plek gecombineerd, namelijk het werkontwikkelbedrijf van Zaffier. 2.

Het jongerenpunt Noord-Kennemerland Het aantal jongeren in de bijstand neemt toe en de problematiek van deze jongeren wordt complexer. Steeds meer jongeren in de bijstand hebben te maken met meerdere problemen tegelijk, zoals mentale klachten, schulden en woonproblemen. Hoewel veel jongeren werken of studeren, lukt het een deel niet zelfstandig mee te doen in de samenleving. Vooral jongeren zonder startkwalificatie, jongeren met mentale klachten en jonge statushouders hebben vaak extra ondersteuning nodig. Ook financiële zorgen spelen een grote rol: meer dan een kwart van de jongvolwassenen heeft moeite om rond te komen en een deel ervaart problematische schulden of risicovol online gokken. Ook Zaffier ziet een toename van jongeren in het bestand. Van het aantal ingestroomde inwoners in Heiloo is 42% in de leeftijdscategorie van 18-27 jaar. Begin 2025 is de startopdracht Jongerenpunt Noord Kennemerland vastgesteld. Doelstelling is om een regionaal jongerenpunt te realiseren waarin de organisaties Zaffier en Doorstroompunt (voorheen RMC) samenwerken en waarin de wettelijke taken op elkaar aansluiten en zijn geborgd. Het jongerenpunt wordt dé plek waar jongeren en hun omgeving tijdig, toegankelijk en effectief ondersteuning krijgen bij het vinden van een passende plek in onderwijs, werk en/of inkomen en dat kan meebewegen met toekomstige ontwikkelingen.

Vanuit effectieve samenwerking, respect voor elkaars wettelijke verantwoordelijkheden, kennisdeling en een gezamenlijke focus op duurzame oplossingen vergroten wij de toekomstkansen van jongeren en werken wij samen aan een soepele, kansrijke en duurzame start richting onderwijs en de arbeidsmarkt. Dat betekent dat het Jongerenpunt beschikbaar is voor jongeren mét en zonder uitkering, mét en zonder startkwalificatie en in principe ook openstaat voor jongeren die op dit moment werken of een studie volgen. Met het jongerenpunt: • worden jongeren efficiënt ondersteund naar een passende vervolgplek richting school en/of arbeid; • worden jongeren in beeld gebracht en gevolgd; 16

•

wordt gebouwd aan een duurzame regionale sociale infrastructuur die meebeweegt met de veranderende leefwereld van jongeren en de dynamiek van de arbeidsmarkt.

Overige projecten Naast de projecten voor statushouders en jongeren lopen er dit jaar ook projecten door die in 2024 zijn gestart, een doorstart hebben gekregen of inmiddels zijn ingebed in de werkprocessen. Hieronder wordt een aantal projecten genoemd.

3. Simpel switchen Het idee achter simpel switchen is om mensen die onder de Participatiewet vallen op een gemakkelijke en flexibele manier door verschillende vormen van werk of ondersteuning te laten bewegen, afhankelijk van hun situatie. Dit kan bijvoorbeeld betekenen: •

•

Overstappen van een bijstandsregeling naar werk: Waarbij iemand die eerst bijstand ontvangt, gemakkelijker kan overstappen naar een werkplek (bijvoorbeeld een proefplaatsing of werkervaringsplek) zonder dat het proces te veel bureaucratie of belemmeringen kent. Overstappen tussen verschillende vormen van ondersteuning: Zoals het combineren van werk en een uitkering, of het omzetten van dagbesteding naar betaalde arbeid voor mensen met een arbeidsbeperking.

Het doel is om de drempel voor mensen om werk te vinden of deel te nemen aan de samenleving te verlagen, door flexibeler om te gaan met regels en mogelijkheden. 4. Instrumentengids EVA (Effectief, Vakbekwaam en Actueel) Zaffier heeft de instrumentengids EVA (webpagina) in 2025 gevuld met lokale re-integratie en participatie instrumenten die bijdragen aan maximaal meedoen in de maatschappij en/of de begeleiding naar werk. Door inzicht van- en inzicht in alle instrumenten op één plek kunnen consulenten sneller en bewust het meest effectieve instrument kiezen.

5. Subsidieregeling Individuele plaatsing en steun (IPS)

Mensen met een psychische aandoening zijn veel vaker werkloos dan mensen zonder psychische problemen, hebben een uitkering vanuit de Participatiewet en vallen daarmee onder verantwoordelijkheid van gemeenten. IPS is een methode om inwoners met een ernstige psychische aandoening te helpen bij het vinden en behouden van betaald werk. Inwoners met een ernstige psychische aandoening die onder behandeling zijn bij de GGZ en aan het werk willen, kunnen begeleiding krijgen vanuit IPS. Een IPStrajectbegeleider helpt dan met zoeken van werk, het vinden van een baan en het behouden ervan. Zaffier werkt nauw samen met de GGZ, om waar IPS passend is deze trajecten in te zetten om inwoners een stap naar werk te kunnen laten zetten.

6. Consulenten met aandachtsgebied psychische kwetsbaarheid (lifecoaches)

Met behulp van Europese subsidie wordt aan psychisch kwetsbare deelnemers en mensen met meervoudige problematiek, die langdurig niet gewerkt hebben, intensieve dienstverlening geboden in het project lifecoaches. Deze cliënten worden begeleid door consulenten met aandachtsgebied psychische kwetsbaarheid. Door intensieve coaching worden inwoners ondersteund die op meerdere vlakken vastlopen bij het verbeteren van hun mentale gezondheid. Zo zijn er inwoners die in de afgelopen jaren vrijwel geen stappen hebben gemaakt, die nu kleine stapjes maken richting participatie/werk. Het is een arbeidsintensieve manier van begeleiding, waarbij de intensieve en persoonlijke aanpak leidt tot 17

meer vertrouwen, openheid en inzicht in achterliggende problematiek, zoals trauma’s, schulden, psychische klachten en sociale uitsluiting. Het project had een doorlooptijd tot 1 oktober 2025. Het project is -opnieuw met ESF subsidieverlengd voor de periode van 1 november 2025 tot en met 31 oktober 2027.

18

Maatregelen gericht op preventie en naleving 1. Scan voorliggende voorzieningen In 2024 en 2025 voerde Zaffier samen met SV Land een scan uit op onbenutte voorliggende voorzieningen bij inwoners met een bijstandsuitkering. In totaal zijn ruim 2.900 dossiers gescreend. Dit heeft geleid tot 51 toekenningen van andere voorzieningen, waardoor 16 personen volledig uit de bijstand zijn gestroomd. Voor andere inwoners betekende dit een substantiële inkomensverbetering. De scan laat zien dat gerichte screening effectief is en bijdraagt aan zowel bestaanszekerheid voor inwoners als doelmatige inzet van publieke middelen.

Maatregelen gericht op bedrijfsvoering 1. Transformatie van klassiek werkbedrijf naar een werk ontwikkelbedrijf In 2025 is gewerkt aan alle randvoorwaarden om via impulsgelden van het Rijk in 2026 te transformeren van klassiek werkbedrijf naar een Werk ontwikkelbedrijf. Zaffier gaat de dienstverlening optimaliseren en inzetten op die groepen die nog onvoldoende kansen krijgen op de huidige krappe arbeidsmarkt en gaat vooral inzetten op verbinding tussen diensten (intern) en partners (extern) van Zaffier. Om hiermee de inwoner in een soepel, eenvoudig en logisch pad naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan te leiden. Het werk ontwikkelbedrijf is en blijft hét middel om een doel te bereiken voor inwoners in de regio Alkmaar. Er wordt een opstap gecreëerd naar zo veel mogelijk zelfstandigheid en (regulier) werk. Inwoners worden gefaciliteerd met begeleiding, assessments, opleiding en werkervaring om zo hun arbeidspotentieel te vergroten. In het werk ontwikkelbedrijf wordt werk gedaan dat ook uitdagend moet zijn voor medewerkers om zich te kunnen ontwikkelen en is het belangrijk om medewerkers vaardigheden aan te leren die hen in staat stellen op de arbeidsmarkt duurzaam hun plek te vinden (in branches waar werk in is en blijft). Daarnaast zijn er mensen werkzaam in het werk ontwikkelbedrijf die waarschijnlijk de stap naar de reguliere arbeidsmarkt niet gaan bereiken.

Voor deze inwoners wordt waarde toevoegend werk geboden, waarin zij voldoende uitdaging krijgen, passend bij wat zij kunnen dragen. Ook is realiteit dat voor sommige inwoners werken niet meer (volledig) haalbaar is. Voor hen wordt gezocht naar mogelijkheden in dagbesteding en vrijwilligerswerk. Daarnaast kunnen inwoners in onze regio optimaal gebruik maken van wat Zaffier te bieden heeft, waarbij we de rand opzoeken van ons beleidsterrein en onze reikwijdte. Zoals het begeleiden van medewerkers die naar de ondergrens gaan of via arbeidsmatige dagbesteding de opstap naar werk kunnen maken. Maar ook komt de focus te liggen op de doelgroep anderstaligen en inwoners met een psychische kwetsbaarheid die wachten op hulp van reguliere hulpverlening. Ook zij kunnen meer gebruik gaan maken van de infrastructuur en specialistische instrumenten van Zaffier. Met de impulsgelden kan Zaffier deze ambities versneld en effectief realiseren door middel van het programma leren en werken. Het voornaamste doel van dit programma is om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt perspectief te bieden op werk en ontwikkeling. 2 . Project methodisch werken Er is in 2025 een nieuwe manier van werken geïmplementeerd, waarbij meer wordt uitgegaan van de mogelijkheden van de inwoner om hij/zij optimaal mee te kunnen laten doen naar werk of ontwikkeling. 19

Methodisch werken is een cyclus: het begint met beeldvorming door een goede intake/diagnose. Vervolgens worden er passende en haalbare doelen geformuleerd waarbij uitgegaan wordt van de eigen regie van de inwoner. Tijdens de daaropvolgende fase worden de te nemen stappen vastgesteld. De doelen en stappen worden vervolgens vastgelegd in het trajectplan. Tijdens de uitvoeringsfase wordt de voortgang van het traject gevolgd. Tot slot vindt er een evaluatie plaats: op het traject, de uitkomst en het eigen handelen van zowel de inwoner als de consulent. Inwoners stromen in de zogeheten carrousel, waarin verschillende ontwikkelstappen zijn opgenomen. Deze carrousel maakt het mogelijk om in de praktijk inzicht te krijgen welke vaardigheden, competenties en talenten daadwerkelijk aanwezig zijn en waar verdere ontwikkeling mogelijk is. Op basis hiervan wordt gerichter matchen met beroepsprofielen mogelijk, en verbindt Zaffier de talenten van inwoners steeds beter aan concrete beroepsperspectieven om zodoende duurzame uitstroom naar werk te realiseren.

Beschrijving getroffen externe maatregelen Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

B2. Beschrijving getroffen externe maatregelen 1. SROI-versterking in gemeentelijke aanbestedingen ▪ Externe bron: good practices uit vergelijkbare gemeenten en adviezen van Cedris/VNG. ▪ Verkregen inzicht: bij gemeentelijke opdrachten is veel winst te behalen door sociale voorwaarden te stellen. ▪ Getroffen maatregel: Heiloo stimuleert bedrijven met gemeentelijke opdrachten om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. 2. ▪ ▪ ▪

Aanstellen regionaal verbinder statushouders Externe bron: regionale kennisdeling binnen Regionaal Platform arbeidsmarktbeleid (RPA). Verkregen inzicht: er werd een verbindende rol met diverse stakeholders gemist Getroffen maatregel: er is een breed netwerk zowel regionaal als landelijk in kaart gebracht. Er is een implementatieplan opgesteld. De regionale verbinder verzorgt de juiste vertaling naar de uitvoering.

3. Deelname benchmark klantbelevingsonderzoeken ▪ Externe bron: deelname aan de module klantbeleving Divosa Benchmark is een vergelijking binnen de benchmark met deelnemende organisaties of een vergelijkingsgroep mogelijk. • Verkregen inzicht: de benchmark helpt Zaffier o.a. om een beeld te krijgen van de ondersteuning richting werk en participatie; sluit de begeleiding aan bij de behoeften van inwoners en worden zij voldoende geholpen richting werk, opleiding of participatie? • Getroffen maatregel: De uitkomsten kunnen Input opleveren voor jaarplannen en een onderbouwing zijn voor beleidsaanpassingen.

20

Impactplatform ImpactmakerZ ImpactmakerZ is een impactplatform, geïnitieerd door Zaffier dat fungeert als een inkoop- en kennisplatform en heeft als doel impactondernemerschap in de regio te stimuleren. Dit gebeurt door impactondernemers beter zichtbaar te maken en door het aanbieden van trainingen, workshops en evenementen rondom impactondernemerschap. ImpactmakerZ maakt onderdeel uit van het bredere programma sociale impact van Zaffier. Zaffier heeft als missie om meer inwoners kansen te bieden op een zelfstandig bestaan en om medewerkers die met ondersteuning van Zaffier werken zich maximaal te laten ontwikkelen. Op die manier kunnen zij een zo zelfstandig mogelijke plek op de arbeidsmarkt vinden en behouden. Om hieraan bij te dragen, zet Zaffier zich ervoor in dat zowel interne als externe activiteiten en werkzaamheden sociale impact opleveren. Een belangrijke manier waarop Zaffier dit stimuleert, is via haar inkoopbeleid. Bij veel Europese aanbestedingen wordt een sociale paragraaf (SROI) opgenomen, waarin van opdrachtnemers wordt gevraagd een maatschappelijke bijdrage te leveren. Op dit moment zijn vanuit Heiloo nog geen ondernemers actief op het platform, maar het platform is nog geen halfjaar actief. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat niet de vestigingsplaats doorslaggevend is, maar de plek waar de impact wordt gerealiseerd.

Zo kunnen bedrijven buiten Heiloo zijn, maar wel impact maken in deze regio.

21

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. De maatregelen zijn erop gericht het tekort op de bijstand uitgaven verder terug te dringen. Dit wordt nagestreefd via meerdere sporen: 1. Verhogen van de uitstroom naar werk of onderwijs Door gerichte ondersteuning en programma’s aan te bieden, worden kansen op werk of scholing vergroot. Hierdoor kunnen inwoners economisch zelfstandig worden en uitstromen uit de bijstand, wat direct bijdraagt aan tekortreductie. 2. Verbeteren van rechtmatigheid en efficiëntie Via periodieke controles op rechtmatigheid wordt voorkomen dat uitkeringen onterecht worden verstrekt. Dit beperkt onnodige uitgaven en zorgt voor een effectievere inzet van publieke middelen. 3. Optimaliseren van re-integratietrajecten Door klanten goed in beeld te hebben en re-integratievoorzieningen beter af te stemmen op de behoeften van specifieke doelgroepen -zoals jongeren, statushouders en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt- wordt de effectiviteit van de trajecten vergroot en daarmee de kans op duurzame uitstroom. 4.

Versterken van samenwerking en kennisdeling Samenwerking met externe partners zoals werkgevers, opleidingsinstituten en maatschappelijke organisaties versterkt de uitvoeringskracht. Het delen van kennis met andere gemeenten en arbeidsmarktregio’s draagt bij aan het toepassen van effectieve aanpakken en methoden. Het uiteindelijke doel van deze maatregelen is het verlagen van het aantal bijstandsuitkeringen. Dit leidt niet alleen tot een verbetering van de gemeentelijke financiële positie, maar bevordert ook de economische zelfstandigheid en maatschappelijke participatie van inwoners. Zonder deze maatregelen zou het aantal uitkeringen aanzienlijk hoger liggen. Toelichting bij niet-kwantificeerbare effecten Soms is het niet mogelijk om het effect van een maatregel cijfermatig te onderbouwen. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn: 1. Complexiteit van de problematiek Het terugdringen van het tekort op bijstand uitgaven is afhankelijk van tal van factoren, zoals economische ontwikkelingen, bevolkingssamenstelling en individuele omstandigheden van cliënten. Hierdoor is het moeilijk om het effect van één specifieke maatregel afzonderlijk te meten. 2. Lange termijneffecten Sommige interventies, zoals scholingstrajecten en pilots/projecten hebben pas op langere termijn effect. Dit maakt het lastig om binnen het vangnet jaar al meetbare resultaten te presenteren.

22

3. Subjectieve factoren Niet alle resultaten zijn in cijfers te vatten. Bijvoorbeeld, de motivatie en tevredenheid van inwoners over de geboden ondersteuning zijn bepalend voor het succes van re-integratie, maar moeilijk te kwantificeren. 4. Veranderende bijstandspopulatie De gemeente zet actief in op uitstroom uit de bijstand naar werk. Tegelijkertijd zien wij dat een groeiende groep inwoners een dusdanige afstand tot de arbeidsmarkt heeft, dat directe uitstroom niet (meer) realistisch is. Voor deze groep richten wij ons op het versterken van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Inwoners zetten aantoonbare stappen, zoals deelname aan vrijwilligerswerk, dagbesteding, activeringstrajecten en het vergroten van sociale en werknemersvaardigheden. Deze kwalitatieve opbrengsten zijn essentieel: zij dragen bij aan stabilisatie, vergroten de kans op toekomstige uitstroom en voorkomen verdere problematiek. Daarmee vormen zij een belangrijke indicator van effectiviteit binnen het bijstandsbeleid. In deze gevallen is het belangrijk ook kwalitatieve inzichten te verzamelen. Denk aan de ervaringen van betrokkenen, de tevredenheid over de dienstverlening (benchmark) en de mate van participatie, zonder dat er direct sprake is van uitstroom of tekortreductie. Deze informatie geeft een waardevolle aanvulling op de cijfermatige beoordeling van de effectiviteit van het beleid.

Er ligt een te verwachten hoge instroom in de bijstand vanaf 4 maart 2027 door het stopzetten van de tijdelijke regeling voor ontheemden (Oekraïners). Daarnaast verandert gaandeweg de samenstelling van het bijstandsbestand. In de eerste plaats omdat als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt de meer kansrijke bijstandsgerechtigden inmiddels hun weg naar de arbeidsmarkt hebben gevonden en ook omdat de toegang tot de Wajong is beperkt en de Wsw is gesloten voor nieuwe instroom. Een grote groep mensen in de bijstand kampt vaak met problemen op meerdere levensdomeinen, zoals een arbeidsbeperking, schulden, gezondheids- en huisvestingsproblematiek. Voor een passende dienstverlening is vaak een meer intensieve en langduriger begeleiding nodig. Voor hen is (snelle) uitstroom naar werk geen reële optie meer.

23

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

24

2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,

Naam van de ondertekenaar: ___________

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=8dcc5499-fe87-466e-bc21-313efc985193