C10c. Addendum (aanvullend op VTH beleid Omgevingsrecht) 3.0_3 (1)
Tekst van het document
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 2022)
Beleidskader van de gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo voor de uitvoering van de vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken fysieke leefomgeving met betrekking tot de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).
Vastgesteld door het college op: Bergen:
19-12-2023
Uitgeest:
19-12-2023
Castricum:
19-12-2023
Heiloo:
19-12-2023
Versie:
3.0
Status:
Definitief
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................... 2 1.0 Inleiding ...................................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer ........................................................................................................... 3 2.0 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ............................................................................ 3 2.1 Impact op VTH beleid ............................................................................................ 3 2.2 Aanvulling op vergunningenstrategie....................................................................... 4 2.3 Aanvulling op toezicht- en handhavingsbeleid .......................................................... 5 Bijlage 1: begrippenlijst (was/wordt-lijst) Omgevingswet ......................................................... 7 Bijlage 2: Processchema’s en gevolgklassen Wkb .................................................................... 8 Processchema............................................................................................................ 8 Gevolgklassen ...........................................................................................................
8 Bijlage 3: Wkb meldingenproces ........................................................................................... 9 Bijlage 4: Aanvulling toezichtprotocol .................................................................................. 10
2
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
1.0 Inleiding Voor u ligt het addendum als aanvulling op het VTH beleid omgevingsrecht 2019 – 2022 (dd. 9 juli 2019) voor de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Dit stuk beschrijft het beleid van de BUCH gemeenten voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en geeft daarnaast in bijlage 1 een begrippenlijst (was/wordt-lijst) wat ons vigerende VTH beleid en uitvoeringsprogramma leesbaar maakt in het kader van de Omgevingswet. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, treedt ook de Wkb in werking. Dit addendum is opgesteld namens de colleges van de BUCH gemeenten. Het Wkb beleid wordt onderdeel van de uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H strategie) die in 2024 zal worden vastgesteld. De Wkb heeft tot doel de bouwkwaliteit van gebouwen te verbeteren door minder bouwfouten en gebreken teweeg te brengen, en het verbeteren van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsument. De inwerkingtreding heeft gevolgen voor vergunningen, toezicht en handhaving van de BUCH gemeenten. De grootste verandering is de privatisering van de bouwtechnische controle. Deze controle was het Bouwbesluit 2012 dat onder de Omgevingswet is vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De privatisering betekent dat een private kwaliteitsborger toezicht zal houden voor en tijdens de bouw.
Dit geldt in eerste instantie op nieuwbouw objecten in de gevolgklasse 1. Gevolgklasse 1 zijn objecten met het laagste veiligheidsrisico zoals woonhuizen en kleine bedrijfspanden. Over een aantal jaar zullen ook gevolgklasse 2 en 3 toegevoegd worden aan de privatisering, dit heeft betrekking op grotere en complexe objecten zoals grote appartementencomplexen, schoolgebouwen en ziekenhuizen. 1.1 Leeswijzer
Dit addendum beschrijft eerst de impact op vergunningen, toezicht en handhaving en geeft aan welke beleidskeuzes er zijn gemaakt. Daar waar ons vigerende VTH beleid van toepassing is wordt verwezen naar de betreffende paragraaf, en worden eventuele Wkb-specifieke beleidsregels toegelicht. De door de projectgroep gemaakte keuzes hebben geresulteerd in een prioriteitenmatrix voor het behandelen van de Wkb meldingen, en een prioritering van handhavingsinstrumenten. Deze matrices vormen een richtlijn om te handelen in de uitvoering, waarbij de huidige beleidsvrijheid zoals die in het VTH beleid is beschreven wordt gewaarborgd. In bijlage 2 is een processchema van de WKb weergegeven en een uitgebreidere toelichting op de gevolgklassen.
2.0 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 2.1 Impact op VTH beleid
De Wkb heeft tot gevolg dat de private kwaliteitsborger toeziet op hoofdstuk 4 (nieuwbouw) van het Bbl. Het bevoegd gezag van de gemeente ziet toe op de hoofdstukken 3 (Bestaande bouw), 6 (Gebruik van bouwwerken) en 7 (Bouw- en sloopwerkzaamheden) van het Bbl. Het bevoegd gezag is en blijft verantwoordelijk voor het toezicht en het handhaven op naleving van de bouwregelgeving in al zijn facetten (daarbij merken wij hier op dat het gaat om bouwregelgeving, niet bouwkwaliteit). Omdat de bouwregelgeving van het Bbl in hoofdstuk 4 en 5 eisen stelt aan de minimumkwaliteit voor bouwen en verbouwen, zit daar een overlap tussen het werk van de kwaliteitsborger en het bevoegd gezag. De kwaliteitsborger beoordeelt de kwaliteit en rapporteert daarover, maar kan dus niet handhavend optreden wanneer niet aan de wettelijke minimumeisen wordt voldaan. Die taak en de daarbij behorende taak om vast te stellen dat er niet wordt voldaan blijft bij het bevoegd gezag. Wat verandert, is de wijze waarop én de gegevens waarmee het bevoegd gezag vaststelt dat er niet wordt voldaan. In volgende paragrafen worden de aanvullingen beschreven op zowel de vergunningenstrategie als het toezicht- en handhavingsbeleid .
3
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
2.2 Aanvulling op vergunningenstrategie
In paragraaf 5.4.2 van het VTH beleid wordt de activiteit bouwen van de vergunningenstrategie beschreven. Hierin staat de preventieve aannemelijkheidstoets centraal, die door de gemeentelijke vergunningverlener wordt uitgevoerd. Op basis van de landelijke toets matrix worden aanvragen voor vergunningsplichtige bouwwerken getoetst aan de volgende onderdelen: 1. bestemmingsplan (tijdelijk omgevingsplan per 1 januari 2024); 2. gemeentelijke Bouwverordening (verordening fysieke leefomgeving); 3. redelijke eisen van welstand (tijdelijk omgevingsplan per 1 januari 2024); 4. Bouwbesluit 2012 (Bbl per 1 januari 2024). In het kader van de Wkb wordt voor gevolgklasse 1 de preventieve aannemelijkheidstoets voor Bbl hoofdstuk 4 nieuwbouw (en op een later tijdstip hoofdstuk 5 verbouw) niet langer gedaan door de gemeentelijke vergunningverlener. Deze bouwtechnische toets wordt door de kwaliteitsborger gedaan en vervolgens worden de resultaten hiervan aangeleverd bij bevoegd gezag. Onder de Wkb zijn er twee meldingen waarbij informatie door de kwaliteitsborger wordt aangeleverd, namelijk bij de bouwmelding en de gereedmelding. Daarnaast zijn er drie informatieplichten: start bouwwerkzaamheden, einde bouwwerkzaamheden en de informatieplicht voor de kwaliteitsborger om een strijdigheid met het Bbl aan te geven bij bevoegd gezag.
Hoe deze meldingen en informatieplichten door bevoegd gezag behandelt worden wordt toegelicht in onderstaande matrix. Ter verduidelijking is er in bijlage 3 een Wkb meldingenproces schematisch weergegeven. Prioriteitenmatrix controleren Wkb meldingen
Toelichting op prioriteitenmatrix: De rol van de vergunningverlener beperkt zich in het kader van de Wkb tot het toetsen van de bouwmelding en de gereedmelding. Hierbij betreft het de volledigheidstoets van de bouwmelding aan de hand van de indieningsvereisten. Daarnaast gaat het bevoegd gezag na of de risico’s voldoende zijn geborgd. Eventueel kan het bevoegd gezag overwegen, om zelf te beoordelen en interveniëren, om informatie- en controlemomenten op te leggen. Bij de BUCH wordt bij alle gebouwfuncties gekeken of gebruik wordt gemaakt van een toegelaten instrument dat geschikt is voor het type bouwwerk en of deze met toestemming van de instrumentaanbieder door een kwaliteitsborger wordt toegepast. Alleen dat onderwerp van de bouwmelding wordt op volledigheid gecontroleerd om ervaring op te doen met de verschillende kwaliteitsborgers die in de markt actief zijn of worden. Bij de gereedmelding kijkt het bevoegd gezag of voldaan is aan de regels die aan de gereedmelding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden zijn gesteld. Bij alle gebouwfuncties wordt de melding door de vergunningverlener gecontroleerd op volledigheid van de constructieve gegevens en de uiterste grenstoestand. Bovendien wordt bij woningen en recreatiewoningen specifiek gekeken naar de volledigheid met betrekking tot brandveiligheid.
De gereedmeldingen voor industriefuncties worden volledig gecontroleerd op alle onderwerpen uit Bbl artikel 2.21. Er is gekozen voor volledigheidcontrole op deze punten omdat dit in de risicoanalyse van het VTH beleid als hoog risico
4
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
voor veiligheid en gezondheid is beoordeeld, dit heeft als gevolg dat wij deze punten bij de gereedmelding ook willen controleren. Indien een bouw- of gereedmelding onvolledig is wordt deze niet geaccepteerd, en zal de melding verder behandeld worden door een handhavingsjurist. Dit geldt ook voor de gevallen waarin de kwaliteitsborger via de informatieplicht een strijdigheid met het Bbl aantoont. Hier wordt volgens het proces handhaving gehandeld zoals omschreven in het toezicht- en handhavingsbeleid. 2.3 Aanvulling op toezicht- en handhavingsbeleid 2.3.1 Toezichtstrategie
In paragraaf 6.5.4 van het VTH beleid wordt de toezichtstrategie beschreven voor controles tijdens de bouw- of realisatiefase. Dit is uitgewerkt in een toezichtprotocol welke is te raadplegen in bijlage 3 van het VTH beleid. Omdat de kwaliteitsborger nu de toezichtstaak uitvoert voor gevolgklasse 1, is er een aanvulling op het toezichtprotocol gemaakt (zie bijlage 4 van dit addendum). In de aanvulling is weergegeven welke functies onder gevolgklasse 1 behoren, en dus niet langer een toezichtstaak zijn van de gemeente. Daarnaast is ook weergegeven welke functies niet onder gevolgklasse 1 vallen, en dus volgens het toezichtprotocol van het vigerend VTH beleid uitgevoerd worden. Met betrekking tot de Wkb doet de vergunningverlener de volledigheidstoets van de bouwmelding aan de hand van de indieningsvereisten en de eerder gegeven prioriteitenmatrix. Daarnaast gaat het bevoegd gezag na of de risico’s voldoende zijn geborgd. De gemeentelijke toezichthouder kan altijd overwegen om zelf te kunnen waarnemen, beoordelen en interveniëren, om informatie- en controlemomenten op te leggen. Volgens de informatieplicht van de kwaliteitsborger moet strijdigheid met Bbl kenbaar gemaakt worden bij bevoegd gezag. Het gaat hier om onomkeerbare gevallen of gevallen die de kwaliteitsborger niet in het werk opgelost krijgt met de bouwaannemer.
Daarbij kan het ook in de fase van gereedmelding voorkomen dat er een strijdigheid is met het Bbl. In beide gevallen wordt er iets gevraagd van handhaving, zodat de strijdigheid hersteld kan worden. Hierop is de sanctiestrategie van toepassing. De aanvullingen hierop worden in de volgende paragraaf toegelicht. 2.3.2 Sanctiestrategie
In paragraaf 6.6.6 van het VTH beleid is de prioritering beschreven van de sanctiestrategie. Hierin is toegelicht dat de juridische handhavingscapaciteit beperkt is, waardoor er in beginsel capaciteit wordt ingezet op handhavingstaken die hoog een hoog veiligheids- of gezondheidsrisico hebben. Zoals in de vorige alinea is aangegeven zijn er twee momenten waarop bevoegd gezag een beoordeling moet doen, namelijk bij de informatieplicht of bij de gereedmelding waaruit strijdigheid met Bbl blijkt. In het Wkb meldingenproces van bijlage 2 is dit aangegeven met de oranje gekleurde blokken. Daarnaast zijn er controlemomenten mogelijk waar de gemeente in een ‘verzoek om aanvulling’ om informatie kan vragen bij een initiatiefnemer, bijvoorbeeld als er ergens gebouwd wordt terwijl er geen bouwmelding is ontvangen. In beginsel is de sanctiestrategie van het VTH beleid van toepassing met daarop Wkb specifieke aanvullingen. In onderstaande prioriteitenmatrix worden de voorgestelde handhavingsinstrumenten weergegeven die gebruikt kunnen worden bij de gegeven overtredingen. Let hierbij op de kanttekening dat de voorgestelde handhavingsinstrumenten een richtlijn zijn, en dat ook hier de beleidsvrijheid bestaat om per casus te beoordelen wat het beste instrument is. Dit is toegelicht in het VTH beleid.
5
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
Prioriteitenmatrix handhavingsinstrumenten
6
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
Bijlage 1: begrippenlijst (was/wordt-lijst) Omgevingswet
was
wordt
Wet algeme bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Algemene plaatselijke verordening (Apv)
Omgevingswet (Ow)
Wet ruimtelijke ordening (Wro)
Omgevingswet
Besluit omgevingsrecht (Bor)
Omgevingsbesluit (Ob)
Bouwverordening
Verordening fysieke leefomgeving
Afwijken bestemingsplannen
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Drank- en horecawet
Alcoholwet (1 juli 2021)
Wet openbaarheid van bestuur
Wet open overheid (Woo van 1 mei 2022)
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan
Bouwbesluit
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor)
Omgevingsregeling (Or)
Activiteitenbesluit
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Welstandsnota
Nota omgevingskwaliteit als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan
Apv en Verordening fysieke leefomgeving (Vfl)
7
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
Bijlage 2: Processchema’s en gevolgklassen Wkb Processchema
Figuur 1 uit Impactanalyse Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (VNG, 2020).
Gevolgklassen
De gevolgklassen zijn bepaald aan de hand van de mogelijke gevolgen voor gebruikers. Bijvoorbeeld als gevolg van brand of het instorten van een (deel van een) gebouw. Hoe groter de gevolgen zijn als er iets misgaat, des te hoger de gevolgklasse. In onderstaande tabel is per gevolgklasse aangegeven aan wat de gevolgen zijn als het misgaat in het geval niet is voldaan aan de bouwtechnische regels van het Bbl. Gevolgklasse
Gevolg als het misgaat bij niet voldoen aan bouwtechnische regels Bbl
Voorbeelden
Gevolgklasse 1
Beperkte persoonlijke gevolgen
Woningen Eenvoudige bedrijfsgebouwen
Gevolgklasse 2
Reële kans op persoonlijke gevolgen
Bibliotheken Gemeentehuizen Onderwijsgebouwen Woongebouwen tot 70 meter hoog
Gevolgklasse 3
Kans op aanzienlijke persoonlijke gevolgen
Metrostations Voetbalstadions Ziekenhuizen Gebouwen hoger dan 70 meter
De geplande bouwactiviteit bepaalt de gevolgklasse. Is er sprake van een combinatie van verschillende gevolgklassen in één bouwplan, dan is de hoogste gevolgklasse bepalend. Bij een verbouwing bepaalt het resultaat van de bouwactiviteit de gevolgklasse. Het maakt dus niet uit in welke gevolgklasse het bouwwerk vóór de verbouwing viel. Dus bijvoorbeeld een winkel (gevolgklasse 2) verbouwen tot een grondgebonden woning (gevolgklasse 1) is een bouwactiviteit van gevolgklasse 1 en valt dus onder private kwaliteitsborging. Het volledige overzicht waaruit duidelijk wordt welke bouwwerken wel en niet onder gevolgklasse 1 vallen is te raadplegen in artikel 2.17, lid 2 en 3, van het Bbl. Gevolgklasse 2 en 3 komen niet eerder dan 5 jaar na inwerkingtreding onder private kwaliteitsborging, dat betekent dat de gemeente de technische toetsing en het toezicht op gevolgklasse 2 in ieder geval tot en met 2028 blijft uitvoeren.
8
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
Bijlage 3: Wkb meldingenproces
Bron: VNG: “Handreiking Toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging bouw handelingsperspectieven voor gemeenten”.
9
Addendum (aanvullend op VTH beleid omgevingsrecht 2019 - 2022)
Bijlage 4: Aanvulling toezichtprotocol
10