C04b. Plan van Aanpak planfase Energieroute NH
Tekst van het document
Plan van aanpak Energieroute NoordHolland Planvormingsfase
Intern gebruik
Colofon
Uitgegeven door
Programma Opwekking Energie op Rijksvastgoed / RWS
Uitgevoerd door
Kernteam Energieroute Noord-Holland
Datum Status
10 november 2023 Definitief
Versienummer
1.0
Vaststelling
Intern gebruik
Rol Indiener
Functie Projectmanager
Naam Jan Timmerman
Vaststelling OER
Programmamanager OER
Sten Heijnis
Vaststelling Bestuurlijk
Voorzitter projectstuurgroep
Rosan Kocken
Paraaf
Datum
Projectidentificatie
Projectnaam Programma
Energieroute Noord-Holland Programma OER / RWS
Projectfase
Planfase
Budgetcode / SAP-nummer
-
Budgethouder: Opdrachtgever:
HID DuLo HID DuLo
Projectmanager RWS Contactpersonen programmateam
Jan Timmerman Sten Heijnis
Betrokken medeoverheden
Alkmaar, Heiloo, Uitgeest, Castricum, Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlemmermeer, Amsterdam, Amstelveen, OuderAmstel, Diemen, Provincie Noord-Holland, Liander, RVB, RVO, RWS. Jan Timmerman – Projectmanager Marjet van Lent – Technisch manager Wouter van Buizen – Omgevingsmanager Clarie Duin – Adviseur participatie RVO Stephanie Snellenberg – Projectleider RVB Hans de Wit – Adviseur Duurzame Energie RWS Bart van Leeuwen – Projectcoördinator provincie NH Thijs Stam – Projectcoördinator Provincie NH Timo Boekel - Projectcoördinator namens de BUCH Tim van der Meulen - Projectcoördinator namens de IJmond Hidde de Haam - Projectcoördinator namens de Beverwijk Lotte Karsten - Projectcoördinator Haarlemmermeer Shahrzad Faili – Projectcoördinator Amsterdam Doede Bardok – Projectcoördinator Amsterdam Markus Schmid – Projectcoördinator namens Amstelveen, Ouder-Amstel en Diemen Maurice Oost – Gebiedsregisseur Liander Venya Stots – Projectcoördinator namens RWS regio West Nederland Noord Kasper de Vaan - Projectcoördinator namens RWS regio West Nederland Noord
Projectteam
Intern gebruik
Inhoud 1.
Inleiding .................................................................................................................. 5
Aanleiding ....................................................................................................................... 5 Doel planvorming ............................................................................................................. 5 Doelgroep ........................................................................................................................ 6 Vorige projectfase: de verkenning ...................................................................................... 6 2.
Projecteigenschappen ................................................................................................ 8
Projectambitie .................................................................................................................. 8 Scope ............................................................................................................................. 8 Projectresultaten planfase ................................................................................................. 9 Relevante autonome ontwikkelingen ................................................................................... 9 3.
Organisatie.............................................................................................................. 10
Rolverdeling .................................................................................................................... 10 IPM-team en kernteam ..................................................................................................... 10 Stuurgroep ..................................................................................................................... 11 4.
Plan van aanpak ...................................................................................................... 12
Algemeen ....................................................................................................................... 12 Omgevingsmanagement ................................................................................................... 12 Planologie .................................................................................................................... 12 Participatie in het kader van het projectbesluit ................................................................. 12 Communicatie .............................................................................................................. 12 Financiële participatie....................................................................................................... 13 Ruimtelijk ontwerp........................................................................................................... 14 Van ontwerp- naar planregels......................................................................................... 14 Veiligheid ..................................................................................................................... 14 Netaansluiting .................................................................................................................
14 Businesscase .................................................................................................................. 15 Marktbenadering ............................................................................................................. 15 Het zonnecarré Haarlemmermeer ................................................................................... 16 BaHo contractgebied ..................................................................................................... 16 5.
Planning en risico’s ................................................................................................... 17
Planning en Mijlpalen ....................................................................................................... 17 Vooruitblik volgende projectfases ...................................................................................... 17 Risicomanagement .......................................................................................................... 17 Risico’s ........................................................................................................................... 17 Uitgaven......................................................................................................................... 18 Personele inzet ............................................................................................................. 18 Externe kosten ............................................................................................................. 18
Intern gebruik
1. Inleiding Aanleiding In 2019 publiceerde het Nederlandse kabinet het Klimaatakkoord; de Nederlandse uitwerking van de klimaatafspraken uit het Verdrag van Parijs. Eén van de afspraken is dat 30 energieregio’s onderzoeken op welke wijze zij kunnen voldoen aan deze afspraken en de duurzaamheidsopgave die daarin staat beschreven. Dit heeft per regio geresulteerd in een Regionale Energiestrategie (hierna RES). Onderdeel van de RES’en is de opwekking van 35 TWh hernieuwbare energie op land in 2030. Rijkswaterstaat werkt binnen het programma Opwek Energie op Rijksgrond (OER) samen om RES regio’s te ondersteunen in hun energieopgave. Vanuit dit programma wordt rijksvastgoed van Rijkswaterstaat ter beschikking gesteld om daarmee een bijdrage te leveren aan de doelstellingen uit de RES. De gemeenten Alkmaar, Heiloo, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlemmermeer, Amstelveen, Amsterdam, Ouder-Amstel en Diemen hebben samen met de provincie Noord-Holland per brief aan de minister van EZK verzocht om de potentie voor het opwekken van hernieuwbare energie in bermen en op geluidschermen langs de A9, A5, en A22 te onderzoeken. Dit verzoek is geaccepteerd door middel van het starten van de voorverkenning van het OER-project ‘de Energieroute Noord-Holland’ in het voorjaar van 2022. In de zomer van 2022 sloot de gemeente Castricum ook aan bij dit project.
Deze voorverkenning is afgerond in het najaar van 2022. Tijdens de voorverkenning is door de adviseurs van de gemeenten Diemen, Amsterdam en Ouder-Amstel ook de A1 in Diemen en de A2 in Amsterdam en Ouder-Amstel nadrukkelijk als kansrijk benoemd voor energieopwekking langs de weg. Deze bermen zijn daarom toegevoegd aan de onderzoekscope van de voorverkenning. Deze voorverkenningsfase heeft aanleiding gegeven tot het starten van een verkenning. Hiervoor is destijds het projectplan voor de verkenningsfase opgesteld en deze is ook direct in het najaar van 2022 bestuurlijk vastgesteld. Inmiddels is ook de verkenningsfase afgerond. Hierin zijn twee belangrijke producten opgeleverd. Een gedragen voorkeursvariant voor zonneopstellingen binnen de scope en de uitgangspunten voor financiële participatie van het project. Deze producten vormen de basis voor de planvormingsfase. Dit plan van aanpak omschrijft de activiteiten van deze planvormingsfase. Net als in de eerdere projectfasen is dit project is een samenwerking tussen de gemeenten Alkmaar, Heiloo, Castricum, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlemmermeer, Amstelveen, Amsterdam, Ouder-Amstel en Diemen, de provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Rijksvastgoedbedrijf en netbeheerder Liander. Het project wordt projectmatig uitgevoerd volgens het Integraal Project Managementmodel.
In Figuur 1 staan de verschillende fases benoemd. Dit document heeft betrekking op de planfase.
Figuur 1 – Projectverloop OER.
Doel planvorming Het doel van de planvormingsfase van dit project, waar dit document betrekking op heeft, is om de resultaten van de verkenning te formaliseren, onder andere door middel van een projectbesluit1, zodat de openbare inschrijfprocedure voor de Energieroute Noord-Holland gestart kan worden.
Het projectbesluit is het gekozen planologisch instrument en vervangt met het in gaan van de omgevingswet in 2024 het provinciaal inpassingsplan. 1
Intern gebruik
Doelgroep Dit projectplan is bedoeld voor:
Integraal Projectmanagementteam Kernteam Energieroute Noord-Holland Stuurgroep Energieroute Noord-Holland De gemeente Alkmaar De gemeente Heiloo De gemeente Castricum De gemeente Uitgeest De gemeente Heemskerk De gemeente Beverwijk De gemeente Velsen De gemeente Haarlemmermeer De gemeente Amsterdam De gemeente Amstelveen De gemeente Ouderkerk De gemeente Diemen De provincie Noord-Holland Rijkswaterstaat Het Rijksvastgoedbedrijf De Rijksdienst voor ondernemend Nederland Liander
Vorige projectfase: de verkenning Vanaf november 2022 is een verkenning uitgevoerd voor de Energieroute Noord-Holland. Een van de doelen van deze verkenningsfase was om te komen tot een door de omgeving gedragen set aan ruimtelijke ontwerpuitgangspunten en concrete percelen waar zonne-opstellingen aan moeten voldoen binnen de fysieke scope van het project. Het eindproduct van het ruimtelijke ontwerpspoor in de verkenningsfase is een voorkeursvariant met een heldere ruimtelijke onderbouwing, aangevuld met ontwerpregels en visuele impressies voor de inpassing van zonnepanelen binnen het projectgebied. Deze is opgesteld door landschapsarchitectenbureau Feddes/Olthof. Om te komen tot een gedragen eindproduct zijn er vier fysieke werksessies en meerdere reviewrondes gefaciliteerd met betrokken adviseurs van de verschillende projectpartners. Op die manier is er stap voor stap in een iteratief proces ontworpen. Ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van het gebied, functionele eisen - zoals veiligheid – zijn hierbij dus nadrukkelijk meegenomen. Ook de wensen en ideeën vanuit de omgeving zoals opgehaald in het omgevingstraject zijn hierbij in acht genomen Om omwonenden en belanghebbenden te betrekken bij het ontwerptraject, is er een omgevingstraject uitgevoerd bestaande uit twee participatierondes.
Voor de invulling van het omgevingstraject is er vanuit het kernteam een participatiekader opgesteld als leidraad voor de verschillende gemeenten. De gemeenten hebben vervolgens hun eigen participatieplan opgesteld, waarin beschreven werd op welke wijze de gemeente invulling wilde geven aan de participatierondes. In participatieronde 1 stond het ophalen van wensen en ideeën centraal. Daarnaast kon de omgeving reageren op verschillende ontwerpvarianten. De vorm hiervoor varieerde van fysieke (inloop)avonden, Webinars, enquêtes of een combinatie hiervan. In participatieronde 2 is teruggekoppeld aan de omgeving welke input er was opgehaald en op welke wijze deze was verwerkt in de uiteindelijke voorkeursvariant. Dit werd in sommige gemeenten gedaan op een fysieke bijeenkomst. Tevens hebben de gemeenten de opgehaalde input en de wijze van verwerking gepubliceerd in de vorm van een nota. In de verkenningsfase is er ook aandacht besteed aan het inventariseren van het huidige beleid en de wensen op het gebied van financiële participatie bij de verschillende gemeenten. Met dit doel zijn er meerdere gesprekken gevoerd met de verschillende projectpartners. Dit proces is afgerond met een ‘notitie financiële participatie Energieroute NH’ welke is gebaseerd op de gezamenlijke wens om projectbeleid t.a.v. financiële participatie uit te werken. De notitie beschrijft een aantal verkenpunten
Intern gebruik
die bedoeld zijn om in de planfase houvast te bieden voor de benodigde samenwerking en uitwerking van het projectbeleid. Tenslotte is de wijze van planologische inpassing voor de planfase uitvoerig besproken tijdens de verkenningsfase. Naar aanleiding van de intentieverklaring voor de verkenningsfase waarin het streven is vastgelegd om de planologische procedure onder coördinatie van de provincie te doorlopen, hebben de gemeenten individueel per brief aan de provincie Noord-Holland het verzoek neergelegd om na de start van de planfase de verantwoordelijkheid te nemen voor de planologische borging van Energieroute Noord-Holland. Dit betreft het voorbereiden en uitvoeren van een Projectbesluit o.b.v. de nieuwe omgevingswet onder bevoegdheid van de provincie.
Intern gebruik
2. Projecteigenschappen Projectambitie Met het project wordt een maximale opwek van hernieuwbare energie nagestreefd. De beschikbare ruimte moet dus zorgvuldig benut worden. Hierbij is het van belang dat de bestaande en gewenste ruimtelijke kwaliteit integraal wordt opgenomen in het ontwerp van de Energieroute Noord-Holland. Daarbij worden de kwalitatieve uitgangspunten gehanteerd zoals deze ook zijn vastgesteld bij de Regionale energiestrategieën NHN en NHZ (zie 2.c), aangevuld met kwalitatieve uitgangspunten waar de projectpartners of de omgeving waarde aan hechten. Tijdens de planfase zal er ten behoeve van deze projectambitie een extra nadruk liggen op de realiseerbaarheid en tijdigheid om zo invulling te geven aan de doelstellingen van de RES voor 2030. Scope De scope betreft momenteel 103 hectare aan overheidsgronden. Hiervan is 89% in eigendom van het Rijk. De scope is een verzameling aan percelen langs of ingesloten door de rijkswegen A9, A5, A22 en de noordelijke delen van de A1 en A2, zoals bermen, ruimte in knooppunten en afslagen. De scope is in Tabel per grondeigenaar uiteengezet en weergegeven in de Kaartbladen. Tabel 1: Scope Voorkeursvariant Binnen de gemeente (ha)
In eigendom (ha)
Rijk
-
91,83
Provincie Noord-Holland
-
0,45
Gemeente Alkmaar
0,79
-
Gemeente Heiloo
2,10
1,90
Gemeente Castricum
3,36
-
Gemeente Uitgeest
5,05
-
Gemeente Heemskerk
2,03
-
Gemeente Beverwijk
3,75
-
Gemeente Velsen
5,39
-
Gemeente Haarlemmermeer
20,11
-
Gemeente Amstelveen
2,60
-
Gemeente Ouder-Amstel
14,92
-
Gemeente Amsterdam
32,44
5,33
Gemeente Diemen
10,29
-
-
3,36
103
103
Particulier (van der Valk Akersloot) Totaal
Naast bovengenoemde scope zijn er aanvullend enkele meekoppelkansen gedefinieerd, bestaande uit een mogelijke verlenging van de bestaande grondwal ter hoogte van Heiloo en een aantal grotere percelen binnen het zonnecarré van de gemeente Haarlemmermeer. Samen omvatten deze percelen 110 hectare, zie Tabel 2. Aangezien voor deze percelen reeds het beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer geldt en in aanvulling daarop het beeldkwaliteitsplan zonnecarré, is het niet nodig om deze percelen mee te nemen bij het Projectbesluit. Deze percelen kunnen in overleg met de gemeenten Haarlemmermeer via een openbare procedure aangeboden worden aan geïnteresseerde partijen. Het tijdspad hiervan is afhankelijk van de besluitvorming in de gemeente Haarlemmermeer omtrent het toestaan van nieuwe zonneparken in het zonnecarré. Dit wordt aan het in Hoofdstuk 4 bij Marktbenadering verder toegelicht. Tabel 2: Meekoppelkansen Voorkeursvariant Binnen de gemeente (ha)
In eigendom (ha)
Rijk
-
28,20
Provincie Noord-Holland
-
58,62
Gemeente Heiloo
0,38
-
Gemeente Haarlemmermeer
102,53
23,00
110
110
Totaal
Intern gebruik
Projectresultaten planfase De projectresultaten van de planfase bestaan in ieder geval uit:
Projectbesluit Projectbeleid voor financiële participatie Technisch randvoorwaardelijk kader Uitgiftestrategie voor gehele traject Besluit over proces vergunningsaanvragen (Concept) biedboek(en), inclusief het gunningskader, de verzameling van alle relevante documenten en (concept) grondovereenkomsten.
Ten behoeve van het projectbesluit en het projectbeleid wordt in navolging van de werkwijze tijdens de verkenningsfase wederom een traject voor participatie en communicatie uitgevoerd om de omgeving goed mee te nemen en te betrekken bij de ontwikkeling. Relevante autonome ontwikkelingen In het projectgebied loopt parallel een aantal andere ontwikkelingen. Er is nauw contact en afstemming met deze ontwikkelingen. a. b. c. *
Project SAA; tussen knooppunt Badhoevedorp – Holendrecht * Ontwikkelingen in het Zonnecarré (zie toevoeging Stephanie hieronder) MIRT Rottepolderplein; fase: planuitwerking. Voorlopig stilgelegd vanwege stikstofplafond. https://www.rijkswaterstaat.nl/wegen/projectenoverzicht/a9-badhoevedorp-holendrechtamstelveen d. Nieuw te plaatsen geluidswering langs A9 ter hoogte van Uitgeest middels het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG)**. ** Voor uitleg en locaties zie: http://www.rijkswaterstaat.nl/mjpg ** Voor de planning van MJPG zie: https://arcadis.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=e602114bb0164abb8418 90fbaec6c777 e. Nieuw te plaatsen geluidwering langs nieuwbouwwijk Hofgeest, Velsen f. Tracé noord-/zuidlijn naar Hoofddorp (zal ergens de A9 doorkruisen) g. Aansluiting van een (mogelijke) nieuwe verbindingsweg A8-A9 ter hoogte van Heemskerk. h. Afrit A9 Heiloo. Ligt vooronbepaalde tijd stil vanwege een procedure bij de Raad van State over het bestemmingsplan. i. In zoekgebied 13 t.h.v. Heiloo worden mogelijk windturbines ontwikkeld. De mogelijkheden worden tijdens proces richting de herijking van de RES uitgewerkt. j. Er wordt onderzoek gedaan naar een nieuwe HOV-verbinding tussen Haarlem en Amsterdam. k. Reservering op basis van Regeling Algemene Regels Ruimtelijk Ordening (RARRO) langs de A9 tussen knooppunt Raasdorp en Rottepolderplein, i.c.m.
onderzoek naar benodigde verkeersveiligheidsmaatregelen bij het RPP/A200. Dit als vervolg op, c.q. afronding van de MIRT verkenning RPP. l. In de gemeente Haarlemmermeer loopt het energieproject ‘De Groene Energie Corridor’***. *** https://www.dgec.nl/ m. Project Zuidasdok; tussen knooppunt De Nieuwe Meer - Amstel n. Ontwikkelingen binnen het zonnecarré: Op dit moment wordt gewerkt aan de ontwikkeling van zonneakkers binnen het zonnecarré van de gemeente Haarlemmermeer2. Het initiële ontwikkelplafond van 300 hectare heeft de gemeente Haarlemmermeer reeds vergeven onder verschillende initiatiefnemers. Een groot deel van de Energieroute Noord-Holland, 128 van de scope, valt binnen het aangewezen zoekgebied van dit zonnecarré. Dit betekent dat het plafond eerst verhoogd dient te worden om de projectgronden binnen dit gebied uit te kunnen geven t.b.v. zon-PV. Zonder plafondverhoging, kan de gemeente geen omgevingsvergunning vergeven. Het besluit hierover is complex en ligt bij de gemeente Haarlemmermeer.
2
Het projectgebied wordt omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré, een uitwerking van de het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer (2020).
Intern gebruik
3. Organisatie Rolverdeling De in hoofdstuk 4 beschreven aanpak wordt uitgevoerd door het kernteam. Het kernteam legt verantwoording af aan de stuurgroep van het project, die als opdrachtgever fungeert voor dit project. Daarnaast is de RWS HID Duurzame Leefomgeving verantwoordelijk vanuit het Programma OER. Het Programma OER zorgt voor de randvoorwaarden voor projectontwikkeling zoals capaciteit, kennis en middelen. De rolverdeling tussen de deelnemende partijen tijdens de planfase wordt nauwkeurig beschreven in de samenwerkingsovereenkomst Energieroute Noord-Holland. IPM-team en kernteam Het kernteam voert de dagelijkse werkzaamheden in de verkenningsfase uit. Het kernteam bestaat uit vertegenwoordigers van de deelnemende partijen en IPM-rolhouders (vetgedrukt). Hieronder is een overzicht weergegeven van de deelnemers, hun rol en hun vertegenwoordiging. Het kernteam overlegt digitaal eens per drie weken. Tabel 3: Samenstelling kernteam Kernteamlid
Rol
Vertegenwoordiging
Jan Timmerman
Projectmanager
RWS
Wouter van Buizen
Omgevingsmanager
Provincie NH
Marjet van Lent
RWS
Stephanie Snellenberg
Technisch manager & contractmanager ingenieursdiensten Contractmanager (grondcontract)
Clarie Duin
Adviseur financiële participatie
RVO
Hans de Wit
RWS
Bart van Leeuwen
Projectondersteuning en technisch advies Projectcoördinator Provincie NH
Thijs Stam
Projectcoördinator Provincie NH
Provincie NH
Timo Boekel
Projectcoördinator regio Alkmaar.
Tim van der Meulen
Projectcoördinator IJmond
Alkmaar, Bergen, Heiloo, Castricum, Uitgeest Heemskerk, Velsen
Hidde de Haam
Projectcoördinator Beverwijk
Beverwijk
Lotte Karsten
Projectcoördinator Haarlemmermeer
Haarlemmermeer
Doede Bardok
Projectcoördinator Amsterdam
Amsterdam
Shahrzad Faili
Projectcoördinator Amsterdam
Amsterdam
Markus Schmid Maurice Oost
Projectcoördinator Diemen, OuderAmstel, Amstelveen Projectcoördinator Liander
Ouder-Amstel, Amstelveen, Diemen Liander
Kasper de Vaan & Venya Stots
Projectcoördinator namens RWS regio West Nederland Noord
RWS
Intern gebruik
RVB
Provincie NH
Stuurgroep De stuurgroep is bestuurlijk verantwoordelijk voor het project. Zij geeft de richting aan voor het project en kan beslissingen nemen als er knelpunten bestaan binnen het kernteam. De stuurgroep besluit of het project een projectfase kan afronden en kan starten met een volgende projectfase. De stuurgroep zorgt daarnaast voor bestuurlijk draagvlak voor deze verkenning en afstemming met de RES-regio’s. In de stuurgroep kan geen bestuurlijke besluitvorming of formele afstemming plaatsvinden, omdat die bevoegdheden bij de colleges van de gemeente, provinciale staten of bij de rijksorganisaties liggen. De stuurgroep bestaat uit de wethouders van de deelnemende gemeenten, een directeur netwerkontwikkeling van RWS, het Rijksvastgoedbedrijf, RVO, afvaardiging vanuit Liander en de gedeputeerde van de provincie Noord Holland. De gedeputeerde is de voorzitter van de stuurgroep.
Intern gebruik
4. Plan van aanpak Algemeen In de planvormingsfase ligt de focus op een formeel traject om te komen tot een onherroepelijk projectbesluit op basis van de omgevingswet waarin de voorkeursvariant vanuit de verkenningsfase planologisch mogelijk wordt gemaakt. Dit projectbesluit dwingt tot een concretisering van de scope op een dermate detailniveau dat het ook mogelijk wordt om een bijpassende regeling voor financiële participatie uit te werken en tevens formeel te borgen in beleid. Tevens kan de netaansluiting en een passende strategie voor de marktbenadering worden voorbereid. Voor deze activiteiten wordt de inzet op omgevingsmanagement, participatie en communicatie voortgezet op eenzelfde wijze zoals dat in de eerdere projectfases is gedaan. Hieronder wordt globaal uiteengezet op welke wijze dit wordt uitgevoerd. Omgevingsmanagement Planologie In de planvormingsfase begeleidt de provincie Noord-Holland het projectbesluit. In Q4 2023 wordt door de provincie Noord-Holland een marktuitvraag opgesteld voor het opstellen en doorlopen van een projectbesluit. De inkoop van het ingenieursbureau wordt uitgevoerd en bekostigd door de provincie Noord-Holland. In najaar van 2023 is de uitvraag opgesteld en de zijn de voorbereidingen voor een inkoop getroffen van een ingenieursbureau getroffen. Na akkoord van de stuurgroep op het starten van de planfase zal de gunning plaatsvinden.
Na gunning kan het gekozen ingenieursbureau starten met het opstellen van het projectbesluit. Het doel is om het projectbesluit eind 2024 gereed te hebben. Het projectbesluit wordt tezamen met alle deelnemende partners doorlopen waarbij de provincie Noord-Holland fungeert als opdrachtgever. Er is met alle samenwerkingspartners reeds afgesproken dat het projectbesluit enkel bestuurlijk wordt voorgelegd en vastgesteld, indien de projectpartners het eens zijn met de inhoud van het projectbesluit. Tijdens de planfase zal er tevens onderzocht worden hoe na de marktbenadering het proces omtrent vergunningsaanvragen en toetsing eruit kan zien. Op basis van de mogelijkheden zal als onderdeel van de besluitvorming bij de afronding van de planfase een werkwijze aan de stuurgroep worden voorgelegd over wat hierbij de meest gewenste vorm is. Participatie in het kader van het projectbesluit Direct aan de start van de planfase wordt in overleg met het ingenieursbureau geïnventariseerd welke mate van participatie passend is voor het doorlopen van het projectbesluit. Er wordt vanuit het IPM-team wederom een participatiekader opgesteld waarin de kaders voor alle samenwerkende partijen van het project voor de procesparticipatie gedurende de planfase worden zijn uitgewerkt.
Communicatie Rond het projectbesluit dient communicatie plaats te vinden op projectniveau, via de OER website, en op lokaal (gemeentelijk & provinciaal) niveau. Communicatie/De communicatiestrategie wordt daarom een (belangrijk) onderdeel van het hierboven benoemde participatiekader. De communicatie gaat naast het projectbesluit zelf ook over de planning van de gronduitgifte.
Intern gebruik
Financiële participatie De ‘Notitie financiële participatie Energieroute Noord-Holland’ van 7 november 2023 informeert de Stuurgroep over de huidige stand van zaken. Ook informeert deze notitie verder over de te maken keuzes met betrekking tot het projectbeleid en de overwegingen die daarbij te maken zijn. Voor verdere informatie wordt daarom doorverwezen naar de Notitie financiële participatie Energieroute Noord-Holland. In dit Plan van Aanpak wordt ten aanzien van financiële participatie een werkwijze omschreven die nadrukkelijk gebaseerd is op de volgende twee punten. Deze vloeien voort uit eerder gemaakte afspraken in het Uitvoeringsprogramma van de RES: 1. Er wordt met alle betrokken gemeenten en de provincie gekozen om een gezamenlijk projectbeleid op te stellen voor de Energieroute Noord-Holland. In het Uitvoeringsprogramma van de RES-regio’s Noord-Holland Noord en Zuid, vastgesteld door alle colleges in december 2021, is afgesproken dat zoekgebieden die in één landschappelijk gebied liggen of langs bovenregionale structuren (bovenregionale clusters) samen worden uitgewerkt door gemeenten en provincie. In de Stuurgroep van 26 juni 2023 is besloten om verder te onderzoeken om een gezamenlijk beleid op te stellen voor de Energieroute NH. Uit gesprekken met de projectpartners in de verkenningsfase blijkt nog altijd de wens om een gezamenlijk beleid op te stellen.
Een aandachtspunt hierbij zal de wens voor maatwerk zijn op een enkele locatie in de gemeente Amsterdam. Een projectbeleid biedt gelijke kansen en duidelijkheid voor de hele omgeving van het project. Daarmee wordt voorkomen dat een bewoner van gemeente A meer kansen heeft om voordeel uit de Energieroute Noord-Holland te behalen dan een bewoner van de naastgelegen gemeente B, terwijl zij in dezelfde omgeving wonen. Ook maakt eenduidig projectbeleid de ontwikkeling van de Energieroute Noord-Holland beter uitvoerbaar ten opzichte van de gemeentelijke beleidsstukken van de betrokken gemeenten, die mogelijk verschillende doelstellingen nastreven en deze op een verschillende manier borgen en controleren. Bovendien vormt overkoepelend projectbeleid een betere basis voor sturing in de tenderprocedure middels gunningscriteria. Zo vergroot gezamenlijk vastgesteld beleid de kans om de geambieerde beleidsdoelen ten aanzien van financiële participatie te behalen. Er is besloten om het gezamenlijke, gemeente-overstijgend beleid voor dit project ‘projectbeleid’ te noemen, omdat het beleid geldt voor de gehele scope van het project, de Energieroute NoordHolland. De betrokken gemeenten kunnen voor andere energieprojecten binnen hun gemeentegrenzen ander beleid voeren op financiële participatie, wat los staat van dit projectbeleid. 2.
Het projectbeleid zal opgesteld worden in een samenwerking tussen de gemeenten met de provincie Noord-Holland. Het Uitvoeringsprogramma van de RES-regio’s stelt ook dat provincie en gemeenten onderlinge afspraken maken over de aanpak om de zoekgebieden uit te werken, over de doorvertaling van de uitgangspunten naar concrete criteria in de uitwerking, de tijdslijnen, de participatie en de communicatiemiddelen. Er is afgesproken dat de provincie waar nodig en gewenst de regie neemt bij de onder andere de A7-zone, A9-zone en de Diemerscheg, in samenwerking met de betreffende gemeenten en stakeholders. De provincie neemt een projectbesluit om de ruimtelijke inpassing voor de Energieroute Noord-Holland mogelijk te maken. Daarom zou het niet onlogisch zijn dat de provincie ook het initiatief neemt om het projectbeleid op te stellen. Vanuit een provinciale regeling hebben al meerdere gemeenten beleid voor financiële participatie op laten stellen. De basis ligt er dus in veel gevallen al. De provincie neemt daarom graag het initiatief om deze basis uit te breiden naar het projectbeleid voor de Energieroute Noord-Holland. Dit betekent uiteraard niet dat de gemeenten dit uit handen geven, het zal in coproductie worden opgesteld. Daarnaast zullen ook alle colleges nog in moeten stemmen met het beleid.
Deze manier van werken gaat uit van een samenwerking tussen gemeenten en de provincie Noord-Holland.
Intern gebruik
Ruimtelijk ontwerp Tijdens de verkenningsfase is het ruimtelijk ontwerp afgerond en opgeleverd middels de Voorkeursvariant met bijbehorende ontwerpregels door landschapsarchitectenbureau Feddes/Olthof. Gedurende het opstellen van de ontwerpregels hebben experts met kennis over het projectbesluit sturing gegeven vanuit een planologisch perspectief, zodat de ontwerpregels dusdanig zijn opgesteld dat deze gemakkelijk in planregels om te schrijven zijn. Van ontwerp- naar planregels In de planfase dienen de ontwerpregels opgenomen te worden in het Projectbesluit om het ruimtelijk ontwerp planologisch te borgen. Het eindproduct van Feddes/Olthof zal daarom meegestuurd worden bij de uitvraag voor het ingenieursbureau dat het Projectbesluit zal gaan opstellen. Feddes/Olthof is in de planfase beschikbaar om toelichting te geven op de voorkeursvariant aan het ingenieursbureau gedurende het opstellen van het Projectbesluit. De voorkeursvariant zal, als onderdeel van het Projectbesluit, getoetst worden op een aantal thema’s, zoals bijvoorbeeld ecologie, archeologie en geluidseffecten. Indien er aanleiding is om op basis van de uitkomsten zaken te wijzigen in de voorkeursvariant, is er vanuit Feddes/Olthof inzet beschikbaar.
Daarnaast heeft Feddes/Olthof tijd gereserveerd om in het geval van gehonoreerde zienswijzen of een eventuele gang naar de Raad van State, een aantal aanpassingen te doen aan de voorkeursvariant. Binnen de scope van de voorkeursvariant liggen er nog enkele uitdagingen die vragen om aanvullend ruimtelijk onderzoek. Zo liggen de tunnelmonden van de Wijkertunnel binnen UNESCO Werelderfgoed en is er binnen Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) gebied de wens bij de gemeente Heiloo voor een oplopend zonnescherm of grondwal. Voor deze kritieke punten zullen visualisaties gemaakt worden en een onderbouwing opgesteld worden, om vervolgens voor te leggen bij de betreffende commissies en/of adviesorganen. Ook voor andere delen van de scope die binnen BPL liggen kan een aanvullende onderbouwing nodig zijn. Tot slot zal er ook tijdens de planfase gekeken worden naar mogelijkheden voor eventuele innovatieplots binnen de fysieke scope om relevante en veelbelovende nieuwe technieken verder te helpen met ontwikkelen. Veiligheid Verder zal voor het mogelijk maken van de voorkeursvariant een mogelijk aantal meter geleiderail bijgeplaatst moeten worden. In de planfase zal in dit geval een ontwerp voor de geleiderail ingekocht worden bij een ingenieursbureau. Samen met de experts van Rijkswaterstaat regio WNN zal beoordeeld worden of, hoe en wanneer de geleiderail geplaatst zal worden.
Daarnaast zal onderzocht worden welke partij het mogelijk bijplaatsen van de geleiderail zal gaan financieren. Het document Technische Randvoorwaarden wordt in de planfase met de hulp van adviseurs uit de regio WNN verder uitgewerkt en waar nodig specifieker gemaakt voor dit project. De Technische Randvoorwaarden is een document waarin de technische eisen, veiligheids- en beheereisen- van Rijkswaterstaat zijn geborgd. Dit document zal bij de tenderprocedure gevoegd worden en dient als kader voor de toekomstige exploitant om een Wbr-vergunning (Wet beheer rijkswaterstaatswerken) te verkrijgen.
Netaansluiting De netaansluitingen voor de Energieroute Noord-Holland wordt na gunning van het project door de winnende inschrijvers aangevraagd bij Liander. De actuele netsituatie is dynamisch en de beschikbare capaciteit en velden (stopcontacten) kunnen variëren als gevolg van andere ontwikkelingen of klantaanvragen. Het is van belang om bij de inschrijving specifieke informatie te verstrekken over de verwachte energieopwekking, zoals de oriëntatie, evenals de vermogens van de omvormers en wanneer de gewenste inbedrijfsstellingsdatum is. Op basis van deze gegevens kan Liander een netimpactanalyse uitvoeren en kan er worden verkend wat de aansluitmogelijkheden zijn. Het resultaat van deze netimpactanalyse is een weergave van de op dat moment beschikbare capaciteit en beschikbare aansluitmogelijkheden (stopcontacten). Als blijkt dat op dat moment het project niet kan worden
Intern gebruik
aangesloten kan Liander een indicatie geven welke werkzaamheden gepland staan welke kunnen bijdragen om het project aan te sluiten. Daarnaast is het moment van inschrijven een goed moment om te verkennen of slimme oplossingen haalbaar zijn (denk hierbij aan cable pooling en de combinatie met energievragers). Een concrete aanvraag is noodzakelijk om de projectplannen op te nemen in Lianders investeringslijn. Dit is essentieel om deadlines te halen en een soepele voortgang te garanderen. Na gunning is het dan ook belangrijk dat de aanvragen voor een netaansluiting spoedig bij Liander worden gedaan. Businesscase De financiële haalbaarheid van het project zal in de planfase doorgerekend worden aan de hand van het businesscasemodel van het OER-programma. Vooralsnog ziet de businesscase er haalbaar uit, uitgaande van de voorkeursvariant. Gedurende de planfase zullen aanpassingen aan het ontwerp en andere externe factoren die invloed hebben op de kosten en opbrengsten van het project doorgevoerd worden in het businesscasemodel. Inzichten over die externe factoren kunnen gedurende de planfase veranderen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over meerkosten voor benodigde geleiderails of herijkte prijsverwachtingen van de energieprijs en materiaalkosten.
Door continue actualisatie van het businesscasemodel wordt een zo accuraat mogelijke inschatting gemaakt van de financiële haalbaarheid van het project, om het risico op geen inschrijvers op de tender te minimaliseren. RWS en RVB werken hierin samen opdat het businesscasemodel aansluit op en in lijn is met de eventuele taxatie van de grondprijsvergoeding en de uitgiftestrategie. Daarnaast biedt het model belangrijke achtergrond informatie voor het op te stellen financiële participatiebeleid van het project. Marktbenadering Het RVB vertegenwoordigd de Staat als eigenaar van de grond en is vanuit die rol verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de tenderprocedure, waarbij het zakelijke recht voor het gebruik van de gronden binnen de Energieroute Noord-Holland openbaar aan de markt wordt aangeboden. Het RVB is daarbij gehouden aan de principes van openbaarheid, marktconformiteit en transparantie. In principe wordt dit recht voor een tijdelijke periode van 25 jaar (met een eventuele verlengoptie van 5 jaar) gevestigd. De energieontwikkelaar aan wie het zakelijke recht uiteindelijk wordt gegund, mag het project ontwikkelen, realiseren en exploiteren. Deze ontwikkelaar, ofwel de exploitant, tekent daarvoor eerst een voorovereenkomst met het RVB en indien van toepassing met de andere grondeigenaren.
Indien zij binnen een bepaalde termijn aan de daarin gestelde voorwaarden heeft voldaan, verkrijgt zij het feitelijk zakelijke recht (de grondovereenkomst) waarna de realisatie en exploitatie van de zonnevelden mag starten. De belangrijkste voorwaarde van deze voorovereenkomst is het verkrijgen van de benodigde omgevingsvergunning die op basis van het projectbesluit afgegeven wordt onder coördinatie van de provincie. Grondenbezit van de gemeente(n) of de provincie kunnen meegenomen worden in de openbare inschrijfprocedure die door het RVB wordt georganiseerd. Een overheid is verplicht om met een openbare procedure gronden in gebruik te geven, maar wie en via welk kanaal die procedure wordt georganiseerd staat niet vast. Het RVB gebruikt www.biedboek.nl. In het geval dat in de tender van het RVB ook de gemeentegronden en provinciegronden worden meegenomen, zal één ontwikkelende partij voor alle beschikbaar gestelde percelen gekozen worden. Deze partij sluit de voorovereenkomst en grondovereenkomst met elke grondeigenaar afzonderlijk. Aandachtspunt is dat deze overeenkomsten inhoudelijk niet noemenswaardig afwijken van elkaar. Dit vraagt om goede afstemming en instemming gedurende de planfase met grondzaken van de provincie en de betreffende gemeenten. In de planfase werkt het RVB in samenwerking met het kernteam de meest passende uitgiftestrategie voor de gronden uit.
Deze krijgt vorm in een biedboek dat op www.biedboek.nl zal worden gepubliceerd. Het biedboek biedt alle benodigde informatie en kaders aan geïnteresseerde
Intern gebruik
ontwikkelaars om een bod uit te kunnen brengen. Denk hierbij aan de precieze projectdemarcatie, de ruimtelijke inpassingsregels van het projectbesluit, de processtappen met belangrijke data, en natuurlijk het gunningskader. De selectie- en gunningscriteria kunnen op basis van geldende beleidskaders worden vormgegeven zolang deze objectief, toetsbaar en redelijk blijven. Zo kan de Staat bijvoorbeeld niet, omwille van het gelijkheidsbeginsel, zonder goede argumentatie gegadigden buiten sluiten. Het concept-biedboek wordt bij het afronden van de planfase ter instemming voorgelegd aan de stuurgroep waarna de inschrijffase start en de tender gepubliceerd kan worden. De Energieroute Noord-Holland kan in de uitgiftestrategie opgedeeld worden in verschillende deelprojecten op basis van bepaalde perceelkenmerken. Elk deelproject wordt middels een eigen tenderprocedure, passend bij de specifieke perceelkenmerken, aan de markt aangeboden. De exacte verdeling van deelprojecten zal in de planfase worden bepaald, maar hieronder staan twee delen van de Energieroute Noord-Holland die als deelproject uitgewerkt kunnen worden. Het zonnecarré Haarlemmermeer Het zonnecarré valt buiten de op te stellen inpassingsregels van het projectbesluit en volgt daarmee een ander bestuurlijk en planologisch proces dan de rest van de Energieroute Noord-Holland.
Daarmee ligt de organisatie van een losse tender voor deze percelen voor de hand. Óf de tenderprocedure uitgevoerd kan worden is afhankelijk van het bestuurlijk besluit over de eventuele ophoging van het ontwikkelplafond van de zonnecarré. Indien wordt besloten het ontwikkelplafond niet op te hogen, zal geen openbare inschrijfprocedure worden voorbereid. Indien wordt besloten het ontwikkelplafond wel op te hogen, kan het RVB starten met de voorbereiding voor de openbare procedure om de betreffende percelen (mede) in te zetten voor zon-PV. BaHo contractgebied Over het traject tussen Badhoevedorp en Holendrecht ligt in een DBFM-contractgebied van RWS (https://www.rijkswaterstaat.nl/wegen/projectenoverzicht/a9-badhoevedorp-holendrechtamstelveen). Dit houdt in dat de contractant van dit gebied afspraken heeft met RWS over het ontwerp, de bouw, financiering en onderhoud van het project(gebied). Óf en hoe een tenderprocedure voor de ontwikkeling van zon-PV kan worden georganiseerd, is dus afhankelijk van de contractant en de afspraken uit het BaHo-contract. Om realisatie van zon-PV op deze percelen toch mogelijk te maken zijn er grofweg twee mogelijkheden voor de uitgifteprocedure die in de planfase verder onderzocht zullen moeten worden op (juridische) haalbaarheid en wenselijkheid:
Intern gebruik
5. Planning en risico’s Planning en Mijlpalen In de planvormingsfase zullen de activiteiten zoals omschreven in hoofdstuk 4 aan de orde komen. De planning van de planfase wordt in een eigen document verder uitgewerkt op basis van de verdere uitwerking van de benodigde procedure voor het projectbesluit. Dit traject zal naar verwachting bepalend zijn voor het kritische tijdspad van het project. Het kernteam verwacht 18 maanden nodig te hebben voor de uitvoering van de planvormingsfase direct na de bestuurlijke start van deze projectfase.
Vooruitblik volgende projectfases Op basis van eerdere vergelijkbare projecten wordt voor de Energieroute sinds de start van de voorverkenning de onderstaande vooruitblik van de projectplanning gehanteerd. Hierbij is geen rekening gehouden met project specifieke eigenschappen en risico’s. Deze vooruitblik is indicatief en sterk afhankelijk van bijvoorbeeld bestuurlijke besluitvorming. Tussen elke projectfaseovergang staat een bestuurlijk go/no go besluit. De stippellijn geeft in deze planning het moment van de marktbenadering aan.
Risicomanagement Dit project maakt gebruik van integrale projectbeheersing om tijdig de gestelde doelen beheerst te behalen. Het risicodossier en bijbehorende beheersmaatregelen vormen de basis hiervan. De top 3 risico’s van het project in de verkenningsfase staan hier samengevat.
Risico’s Draagvlak van de omgeving neemt af (Ref. RIS007) Oorzaken: Toezeggingen door de individuele partners aan de omgeving, worden niet of onvoldoende nagekomen. Inspraak van burgers / omwonenden en energiecoöperaties vindt te laat of niet plaats, omdat hen de ruimte/gelegenheid niet is geboden. Financiële participatie wordt niet goed vormgegeven Beheersmaatregelen: o Opstellen van een omgevingsmanagement- en communicatieplan waarin de omgeving betrokken en geïnformeerd wordt. Focus op meerwaarde die gecreëerd wordt door het project. o Tijdig informeren van de omgeving op welke manier en wanneer ze inspraak hebben in de vormgeving van het project. o Participatieplan opstellen dat goed aansluit bij de omgeving; gezamenlijk aanvliegen vanuit RWS en gemeenten
Intern gebruik
Financiële participatie hapert (Ref. RIS008) Oorzaak: Partijen zitten niet op één lijn qua inrichting financiële participatie Beheersmaatregelen: o Projectbeleid opstellen voor financiële participatie voor het gehele projectgebied in samenwerking met de provincie Noord-Holland en de deelnemende gemeenten voor de Energieroute dat voor het hele gebied gelijk is invulling geeft aan de wensen van de gemeenten. o Tijdig onder coördinatie van de RVO en RVB samenwerken aan hoe financiële participatie in de tender vorm moet krijgen. Aansluiting op het elektriciteitsnet kan niet tijdig gerealiseerd worden (Ref. RIS013) Oorzaak: 1. Energie-infra moet mogelijk uitgebreid worden; uitbreiding van elektriciteitsstations (150/50/10 kV) is tijdrovend (bandbreedte 5 - 8 jaar) wat de realisatie van een zonnepark kan vertragen. Beheersmaatregelen: o De netbeheerder betrekken bij het project en zo vroeg als mogelijk de situatie en mogelijkheden in beeld brengen (en concreet maken). o Tijdig opnemen van voorkeursvariant in RES 2.0 om daarmee vermogen te reserveren (of een uitbreiding). o Het afstemmen van locaties voor opwek op het en rekening houden met uitbreidingsplannen.
o Slimme oplossingen zoeken om het bestaande net efficiënt te benutten, zoals: o combineren van zon en wind, o opwek dichtbij energievragers, o clusteren van opweklocaties in één grote aansluiting ipv meerdere kleine o voorsorteren op lokale energieopslag. o Het in tijd gelijk zetten van de realisatie van het energiepark met het moment dat netcapaciteit gereed is.
Uitgaven Personele inzet Uitgangspunt voor dit project is dat alle deelnemende partijen de kosten voor hun eigen personele inzet zelf dragen. Externe kosten Voor de uitvoering van de planfase worden de onderstaande externe kostenposten verwacht: • • • • •
Inhuur ingenieursbureau Inhuur landschapsarchitectenbureau Inhuur bureau ten behoeve van visualisaties Kosten omgevingstraject Kosten taxatie
Voor deze projectfase stelt de provincie Noord-Holland het budget beschikbaar voor de inhuur van het ingenieursbureau. Daarnaast stelt het OER-programma RWS voor de gehele scope tot en met de marktbenadering maximaal €300.000 ter beschikking. De Hoofdingenieur Directeur (HID) van het programma Duurzame Leefomgeving (DuLo) is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de benodigde middelen zoals budget en capaciteit binnen OER RWS.
Intern gebruik