CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

C04a. Notitie financiele participatie Energieroute NH

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente HeilooBij agendapunt: Ter kennis van de raad te brengen collegebesluiten en -memo’s (CAT C)4.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie financiële participatie Energieroute Noord-Holland

7-11-2023

Intern gebruik

Inhoud Leeswijzer .......................................................................................................................... 2 1. Aanleiding ...................................................................................................................... 3 2. Definitie financiële participatie .......................................................................................... 3 2.1

Procesparticipatie .................................................................................................. 3

2.2

Financiële participatie ............................................................................................ 4

2. Openbare procedure ........................................................................................................ 4 3. Rollen betrokken partijen ................................................................................................. 5 4. Punten ter overweging ..................................................................................................... 6 4.1 Minimaal 50% lokaal eigendom .................................................................................... 6 4.2 Omgevingsfonds ......................................................................................................... 7 4.3 Compensatie middels omgevingsfonds .......................................................................... 7 4.4 Afbakening omgeving .................................................................................................. 8 4.5 Verdeling van de baten ................................................................................................ 9 4.6 Procesparticipatie van de ontwikkelaar .......................................................................... 9 4.7 Privaatrechtelijke afspraken ......................................................................................... 9 5. Vervolg .......................................................................................................................... 9

1

Leeswijzer Deze notitie is informerend van aard. Deze notitie informeert over de punten waar in de planfase een gedeelde visie op moet worden geformuleerd, zodat we deze punten in de planfase verder kunnen uitwerken tot projectbeleid. Ook informeert het over de overwegingen die hierin te maken zijn, zoals ze zijn besproken in de gesprekken tussen de betrokken overheden in de verkenningsfase. De criteria op basis waarvan er wordt gekozen zijn waar mogelijk toegelicht. In het Plan van Aanpak voor de Energieroute Noord-Holland voor de planfase zijn wat betreft het beleid voor financiële participatie twee punten ter instemming voor de Stuurgroep opgenomen: Het voorstel dat de betrokken overheden een gezamenlijk projectbeleid gaan opstellen; en het voorstel dat de provincie Noord-Holland hier met de gemeenten in samenwerkt. Deze punten volgen uit eerder gemaakte afspraken in het Uitvoeringsprogramma van de Regionale Energiestrategieën van Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid. Deze notitie gaat er daarom van uit dat de twaalf gemeenten in samenwerking met de provincie Noord-Holland en met ondersteuning en advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat samen een projectbeleid opstellen voor de Energieroute Noord-Holland.

Deze notitie is geen plan van aanpak voor hoe in de planfase het gesprek tussen de betrokken overheden wordt vormgegeven en hoe we de participatie met de omgeving wat betreft het projectbeleid voor financiële participatie inrichten. Hierover wordt binnenkort het gesprek over gevoerd. Het ligt voor de hand dat er hierin een proces wordt gevolgd op basis van de leerervaringen in de projecten in het programma Opwek Hernieuwbare Energie op Rijksgronden.

Colofon Deze notitie is een samenwerking tussen de twaalf betrokken gemeenten van de Energieroute Noord-Holland, de provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De twaalf betrokken gemeenten zijn: Alkmaar, Heiloo, Castricum, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlemmermeer, Amstelveen, Amsterdam, Ouder-Amstel en Diemen. Vragen of opmerkingen, mail naar Clarie Duin van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, clarie.duin@rvo.nl

2

1. Aanleiding Het doel van de planfase ten aanzien van financiële participatie is om met de twaalf betrokken gemeenten en de provincie Noord-Holland een gedragen beleidsstuk te maken op basis van gemeenschappelijke uitgangspunten. Hierin ondersteunen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat. Er wordt zo veel mogelijk aangesloten bij wensen en bestaand beleid voor financiële participatie van de betrokken gemeenten en de provincie in het opstellen van het projectbeleid. Vanuit deze basis vormen we een gezamenlijke visie. Het is belangrijk om zorgvuldig tot beleid te komen. In de verkenningsfase zijn veel stappen genomen en hebben veel gesprekken en werksessies plaatsgevonden in het projectteam van de Energieroute Noord-Holland. Over het projectbeleid zijn nog veel punten verder uit te denken en uit te werken, en daarom zijn verschillende punten om te overwegen in hoofdstuk 4 toegelicht. Deze overwegingen komen voort uit de gesprekken, uit ervaringen van de betrokken gemeenten en uit het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). In de planfase wordt het gesprek tussen de betrokken partijen voortgezet en zal ook het gesprek met de omgeving over het voorgenomen projectbeleid worden opgepakt.

Gezamenlijk wordt een plan van aanpak gemaakt over hoe de omgeving, met name energiecoöperaties, kan worden betrokken bij de totstandkoming van beleid. De planfase sluiten we af met een ingestemd projectbeleid. Voor de verschillende fases, zie de fasering

Figuur 1 – Projectverloop OER. In de planfase stellen we een projectbeleid vast.

In deze notitie is het uitgangspunt dat de betrokken gemeenten en provincie ervoor kiezen om voor de Energieroute Noord-Holland een gezamenlijk projectbeleid uit te voeren. Er is besloten om het gezamenlijke, gemeente-overstijgend beleid voor dit project ‘projectbeleid’ te noemen, omdat het geldt voor de gehele scope van het project, de Energieroute Noord-Holland. De betrokken gemeenten kunnen voor andere energieprojecten binnen hun gemeentegrenzen ander beleid voeren op financiële participatie, wat los staat van dit projectbeleid. De onderbouwing voor de keuze voor projectbeleid is te vinden in het Plan van Aanpak.

2. Definitie financiële participatie De betrokken overheden vinden draagvlak voor hernieuwbare energieprojecten belangrijk. Participatie wordt veelal geassocieerd met inhoudelijke betrokkenheid van de omgeving, waarbij de omgeving kan meepraten over het proces en het ontwerp. Maar door de omgeving de kans te geven financieel mee te participeren in projecten voor hernieuwbare opwek kan het draagvlak mogelijk ook vergroot worden. In deze notitie wordt daarom onderscheid gemaakt tussen twee vormen van participatie:  

Procesparticipatie; Financiële participatie

2.1 Procesparticipatie In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om te waarborgen dat de omgeving goed wordt betrokken bij besluitvorming in een hernieuwbare energieproject:  

Het is de bedoeling dat de initiatiefnemer (in dit geval de ontwikkelaar) een projectplan maakt dat beschrijft hoe participatie binnen het project is ingericht. Ook is afgesproken dat bevoegd gezag controleert of de ontwikkelaar in gesprek gaat met de omgeving. 3

En dat afspraken met de omgeving worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst.

Daarom zal het projectbeleid erop sturen dat de ontwikkelaar vanaf het winnen van de openbare procedure actief de omgeving betrekt bij de Energieroute Noord-Holland. Op die manier krijgt de omgeving de kans om mee te denken over het verdere ontwerp en ruimtelijke inpassing, eventuele koppelkansen en de invulling van financiële participatie. De gemaakte afspraken worden vervolgens vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. Met de omgevingsovereenkomst laat de initiatiefnemer zien dat hij heeft voldaan aan de inspanningsverplichting om draagvlak te creëren.

2.2 Financiële participatie De betrokken overheden vinden het dat de omgeving mee kan investeren en/of mee kan profiteren in projecten voor hernieuwbare opwek. Dit heet ookwel financiële participatie. De meest voorkomende varianten1 van financiële participatie zijn: Vorm

Lokaal eigendom /Mede-eigenaarschap Omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van een zonneproject, via een vereniging of coöperatie

Financiële deelneming Omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties

Omgevingsregelingen /Omgevingsfonds Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijkvereniging

Voordelen

- Meest directe vorm van lokale participatie - Gerealiseerde projectwinsten blijven lokaal, eventueel opgewekte elektriciteit ook - Positief voor draagvlak

- Risico voor deelname is lager dan bij lokaal eigendom

- Omwonenden lopen geen financieel risico - (Vast) deel van projectinkomsten komt ten goede van omgeving

Nadelen

- Omgeving wordt (mogelijk) risicodragend, kan positief maar ook negatief zijn. - Noodzaak dat omgeving voldoende kapitaal beschikbaar heeft

- Lager rendement dan bij lokaal eigendom - Minder mogelijkheid tot zeggenschap

- Rendement per huishouden sterk afhankelijk van aantal omwonenden -Noodzaak tot instellen van beheerder(s) regelingen

Beschrijving

Omwonendenregelingen Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning of korting op groene stroom.

Deze verschillende varianten kunnen met elkaar worden gecombineerd en zo aanvullend op elkaar werken. Zo zijn er projecten waarbij alle varianten van financiële participatie met elkaar worden gecombineerd, omdat elke variant weer bepaalde voordelen heeft ten opzichte van de anderen.

2. Openbare procedure Een gemeente kan tijdens de fase van vergunningverlening een ontwikkelaar niet verplichten om de omgeving financieel te laten participeren of om daar een aanbod voor te doen. Om te kunnen sturen op hoe een ontwikkelaar financiële participatie invult, maken we voor de Energieroute Noord-Holland projectbeleid. Op deze manier is het mogelijk te sturen op de totstandkoming van afspraken tussen de ontwikkelaar en de omgeving over financiële participatie. In de openbare inschrijfprocedure wordt een ontwikkelaar gekozen op basis van vooraf bepaalde objectieve, toetsbare en redelijke selectie- en gunningscriteria. Door te verwijzen naar een vastgesteld beleidsstuk, zoals in dit geval het projectbeleid van de Energieroute Noord-Holland, kan financiële participatie onderdeel worden van het gunningskader. Het gunningskader en de beoordelingssystematiek wordt in de planfase uitgewerkt door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in samenwerking met de projectpartners. De precieze uitwerking gebeurt in samenhang met de te bepalen uitgiftestrategie.

1 Leidraad Financiële Participatie - Provincie Noord-Holland

4

Door te verwijzen naar het projectbeleid wordt de markt (gegadigde ontwikkelaars) uitgedaagd om zich te onderscheiden op (financiële) participatie. Namelijk, een gegadigde in de markt zal zich bij interesse kunnen inschrijven in de openbare procedure van de Energieroute Noord-Holland. De gegadigde dient hierbij een uitgewerkt projectvoorstel met een participatieplan aan te leveren. Een participatieplan omschrijft de procesparticipatie met de omgeving: op welke manier, met wie en wanneer de gegadigde in overleg wil gaan met de omgeving over het ontwerp en ruimtelijke inpassing, eventuele koppelkansen en de invulling van financiële participatie. Een gegadigde ontwikkelaar zal ook omschrijven welk voorstel voor financiële participatie aan de omgeving wordt voorgesteld. Ook moet worden vastgelegd in het participatieplan wanneer er een definitief voorstel ter beoordeling aan het bevoegd gezag wordt voorgelegd. De manier waarop en de mate waarin een partij bereid is zich te onderscheiden blijft een keuze, maar de gegadigde die beter scoort met betrekking tot financiële participatie, vergroot zijn kans de openbare procedure te winnen. Het RVB kan de ontwikkelaar aanspreken en (privaatrechtelijk) houden aan de beloften die de ontwikkelaar in het kader van zijn bod heeft gemaakt.

3. Rollen betrokken partijen 

Ontwikkelaar

Met de ontwikkelaar wordt de winnaar van de openbare procedure en de toekomstige vergunninghouder bedoeld, die hoogstwaarschijnlijk ook de exploitant van de Energieroute NoordHolland is. De ontwikkelaar kan zowel een commerciële ontwikkelaar als een energiecoöperatie zijn. Tevens is het ook mogelijk dat deze partijen gezamenlijk inschrijven op de procedure. Het ligt ook in de lijn der verwachtingen dat er een consortium wordt gevormd tussen meerdere energiecoöperaties. De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het participatieproces met de omgeving over ruimtelijke inpassing en ontwerp, en de definitieve uitwerking en uitvoering van financiële participatie. 

Gemeenten

Gemeenten zijn bevoegd gezag voor beleid voor financiële participatie. In de Energieroute NoordHolland kan ervoor worden gekozen om voor wat betreft het gemeente-overstijgend projectbeleid nauw samen te werken met de provincie Noord-Holland. Beleid voor financiële participatie biedt de gemeente en de provincie een basis voor het handelen bij de voorbereiding van plannen en besluiten en geeft duidelijkheid aan de ontwikkelaar. In dat beleid wordt ingegaan op de inspanningsverplichtingen voor de ontwikkelaar, het participatieproces dat tijdens de voorbereiding van besluiten wordt doorlopen en de wijze waarop afspraken over financiële participatie worden vastgelegd. De gemeenten functioneren ook als de verbinding tussen ontwikkelaar en de omgeving en bewaken de kwaliteit van het participatieproces. 

Omgeving

Omwonenden, lokale ondernemingen en lokale energiecoöperaties zijn de gesprekspartner van de ontwikkelaar bij het uitwerken van het voorstel voor financiële participatie. Daarnaast worden omwonenden geïnformeerd over de procedure en kunnen zij input leveren op het ontwerp en landschappelijke inpassing van de Energieroute Noord-Holland in het kader van de procesparticipatie. Voor wat betreft de precieze definitie en afbakening van de omgeving zijn nog keuzes te maken die in paragraaf 4.4 worden toegelicht. 

Provincie Noord-Holland

De provincie Noord-Holland biedt aan om, in coproductie met de gemeenten, projectbeleid op te stellen voor de Energieroute Noord-Holland. Dit betekent uiteraard niet dat de gemeenten dit uit handen geven en ook alle colleges nog in moeten stemmen met het projectbeleid. In het Plan van Aanpak ligt deze keuze ter instemming aan de Stuurgroep van de Energieroute Noord-Holland. 

Rijkspartijen

De adviseur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is verantwoordelijk voor de procesbegeleiding van de betrokken gemeenten op dit thema. Naast de samenwerking met de gemeenten werkt de adviseur van de RVO samen met de provincie Noord-Holland, die mogelijk in 5

de planfase een leidende rol gaat spelen. De adviseur van het Rijksvastgoedbedrijf is verantwoordelijk voor de borging van het toekomstige projectbeleid voor financiële participatie in de openbare procedure en zal in de planfase adviseren op dit onderwerp. Het vaststellen en borgen van het projectbeleid voor financiële participatie is een onderdeel van de Energieroute Noord-Holland, waar Rijkswaterstaat de projectleidersrol en die van de technisch manager in vervult.

4. Punten ter overweging Zoals benoemd is er in de verkenningsfase veel besproken tussen de betrokken overheden middels werksessies en 1-op-1 gesprekken. In de afgelopen maanden hebben er drie werksessies plaatsgevonden (op 18 september, 12 oktober en 19 oktober 2023) waarin de onderstaande punten aan bod zijn gekomen. Samen vormen ze de contouren van wat het projectbeleid zou kunnen worden. Het is nuttig om alle punten in samenhang bij elkaar te overzien, inclusief de overwegingen die uit gesprekken met elkaar en uit eerdere ervaringen volgen. Daarom is in dit informerende stuk ervoor gekozen de punten uitgebreid op te schrijven, ter informatie. Uit de werksessies en gesprekken zijn in ieder geval twee wensen gekomen die als criteria kunnen worden beschouwd. Namelijk:  

Houd het beleid simpel. Onderzoek hoe energiecoöperaties een eerlijke kans kunnen krijgen om de Energieroute Noord-Holland (mee) te ontwikkelen.

4.1 Minimaal 50% lokaal eigendom In de Regionale Energiestrategie (RES) van de regio’s Noord-Holland Noord2 en Noord-Holland Zuid3 is afgesproken om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Lokaal eigendom in energieprojecten draagt bij aan een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten van de energietransitie, zo stelt de RES. 50% lokaal eigendom kan op meerdere manieren worden bereikt, namelijk: A. Een commerciële ontwikkelaar en een (coalitie van) energiecoöperatie(s) kunnen zich samen inschrijven op de Energieroute Noord-Holland. Daarmee zou het eigendom 50/50 kunnen worden verdeeld, zodat er 50% in eigendom is van de commerciële ontwikkelaar en 50% lokaal eigendom middels de energiecoöperatie(s). Hiermee hebben beide partijen evenveel eigendom en daarmee zeggenschap en rendement. B. Een energiecoöperatie of een coalitie van energiecoöperaties kan zich inschrijven om de Energieroute Noord-Holland te ontwikkelen, zodat het 100% in lokaal eigendom komt. C. Een commerciële ontwikkelaar beschrijft in zijn plannen hoe hij tot minimaal 50% lokaal eigendom wil komen en daar na het winnen van de openbare procedure inspanningen toe verricht. De ontwikkelaar schrijft zich dus zonder samenwerking met een energiecoöperatie in. Op een later moment zou de ontwikkelaar aandelen uitgeven of een alsnog een samenwerkingsovereenkomst met een energiecoöperatie afsluiten.

De openbare procedure kan zo worden ingezet dat gegadigden beter scoren als zij een participatieplan aanleveren waarin zij beschrijven hoe zij minimaal 50% lokaal eigendom willen realiseren. Van de hierboven beschreven situaties is situatie C de minst wenselijke, omdat er een kans is dat een ontwikkelaar achteraf moeite krijgt aandelen te verkopen of een samenwerking aan te gaan. Daarmee is de kans groter dat minimaal 50% lokaal eigendom niet wordt gerealiseerd. In situatie A en B investeert een energiecoöperatie al vanaf het begin (gedeeltelijk of volledig) in de Energieroute Noord-Holland, waardoor er meer kans is dat 50% lokaal eigendom wordt gerealiseerd. Echter, het is niet wenselijk om specifieke partijen, zoals energiecoöperaties, voordeel of voorrang te geven in de openbare procedure. De openbare procedure verloopt namelijk volgens objectieve, toetsbare en redelijke selectie- en gunningscriteria. In de planfase kan wél worden onderzocht hoe de uitgiftestrategie, het gunningskader en de beoordelingssystematiek aansluiten bij de wens dat er vooraf samenwerkingsafspraken worden gemaakt met energiecoöperaties (situatie A) of dat energiecoöperaties even veel mogelijkheden 2 3

RES 1.0 Noord-Holland Noord (energieregionhn.nl) RES 1.0 Noord-Holland Zuid (energieregionhz.nl) 6

hebben als commerciële ontwikkelaars om de Energieroute Noord-Holland mogelijk te ontwikkelen (situatie B). Daarvoor starten we het gesprek op met zowel commerciële ontwikkelaars als energiecoöperaties, belangvertegenwoordigers van deze partijen en andere belanghebbenden in de omgeving. Een andere belangrijke overweging is dat de verhouding tussen eigen ingebrachte vermogen en ‘vreemd’ vermogen (geleend bij een bank) impact heeft op de hoogte van de investering die uit de omgeving moet worden opgehaald. Stel dat de totale investeringskosten van een denkbeeldig project €10 miljoen zijn, dan betekent dat dat een lokale energiecoöperatie voor € 5 miljoen verantwoordelijk is voor de financiering. Doorgaans werden grote hernieuwbare energieproject voor 15% uit eigen vermogen gefinancierd en voor het overige deel door een lening bij de bank. De laatste tijd lijkt er een verschuiving dat de bank vereist dat er een groter aandeel van eigen vermogen wordt meegebracht, tot wel 30%, onder andere vanwege de hogere rentestanden. Dat betekent dat bij een totale investering van €10 miljoen een energiecoöperatie voor € 750.000 (bij 15%) moet ophalen uit de omgeving en mogelijk een bedrag tot € 1,5 miljoen (bij 30%). Dit betekent dat de omgeving in dit denkbeeldige project voor een bedrag tussen deze bandbreedte risicovol investeert.

Uit ervaring blijkt dat het lastig kan zijn om dergelijke bedragen lokaal op te halen, daarom wordt er meestal met een ‘schil’ gewerkt. Dit betekent dat een ontwikkelaar, bij onvoldoende animo uit de omgeving, aan omgevingspartijen die verder van het projectgebied af wonen aan kan bieden om te investeren in het project. Deze oplossing is te overwegen.

4.2 Omgevingsfonds In aanvulling op minimaal 50% lokaal eigendom is er interesse om een deel van het rendement in een omgevingsfonds uit te keren. Zoals eerder benoemd heeft lokaal eigendom het voordeel dat er vanuit de omgeving zeggenschap is via de energiecoöperatie(s) en dat het rendement hoog kan zijn. Het nadeel is dat niet iedereen de middelen of de wens heeft om risicovol te investeren. Een omgevingsfonds heeft als voordeel dat het rendement van het park aan maatschappelijke doelen wordt besteed waardoor de baten in de omgeving terecht komen, hoewel het rendement lager kan zijn. Door de combinatie van lokaal eigendom met een omgevingsfonds balanceren we de voordelen en nadelen van beide varianten. Ook sluit dit aan bij de wens van een aantal gemeenten om het projectbeleid helder en simpel te houden. Het moet nog worden besproken of we van tevoren een vast bedrag in het projectbeleid willen opnemen of dat we dat aan de ontwikkelaar willen laten. Het is aan te raden om in het projectbeleid te kiezen voor een vast bedrag per opgewekte MWh af te dragen aan een omgevingsfonds. Dit wordt ook aanbevolen in de Gedragscode Zon op Land4.

In het geval dat er niet voor een vast bedrag wordt gekozen is het denkbaar dat er spanning ontstaat tussen het rendement dat wordt uitgekeerd aan de leden van de energiecoöperatie en/of de commerciële ontwikkelaar ten opzichte van het rendement dat wordt uitgekeerd aan een omgevingsfonds. Daarnaast moet een aantal andere zaken worden onderzocht, waaronder: 

Er moet worden nagedacht welke partij(en) het omgevingsfonds (of fondsen) beheert. In het beleid van de gemeente Haarlemmermeer is opgenomen dat een omgevingsfonds kan worden beheerd door een lokale partij zoals een energiecoöperatie, bewonerscollectief of maatschappelijke instanatie. De ervaring is echter dat er beperkt animo is vanuit de omgeving. Er moet worden besloten of er wordt aangesloten bij bestaande omgevingsfondsen of dat er een of meerdere fondsen worden opgericht. Aandachtspunt hierbij is hoe de baten eerlijk over lokale partijen van de Energieroute Noord-Holland worden verdeeld.

4.3 Compensatie middels omgevingsfonds In de Uitvoeringsprogramma’s van de RES’en van Noord-Holland is ook opgenomen dat een participatieplan rekening moet worden gehouden met het geval dat 50% lokaal eigendom niet wordt gehaald. Een omgevingsfonds kan compensatie bieden in dit geval. De openbare procedure zal uiteindelijk zo ingericht worden dat er wordt gestuurd op 50% lokaal eigendom. Toch is er ook een kans dat 50% lokaal eigendom niet (volledig) wordt gehaald: Bijvoorbeeld in een scenario waarin een commerciële ontwikkelaar enkel voor 30% van de aandelen in het project een 4 Gedragscode zon op land | Brochure | Rijksoverheid.nl

7

samenwerking met een energiecoöperatie kan aangaan. Een ander denkbaar scenario is dat er bij lokale energiecoöperaties onder de leden niet genoeg animo is om risicovol te investeren. Dit zijn geen ondenkbare scenario’s, gezien de grootte van het project van de Energieroute Noord-Holland en de te verwachten investeringskosten (zie ook het punt bij paragraaf 4.1 over vreemd en eigen vermogen). In zo’n geval kan er een deel van het rendement naar een omgevingsfonds worden afgedragen. Deze oplossing kan eventueel in aanvulling op de oplossing van het vergroten van de schil, zoals benoemd in paragraaf 4.1. In verschillende gesprekken tussen de betrokken gemeenten is het beleid van de gemeente Haarlemmermeer5 als voorbeeld besproken. In dit beleid is een compensatieberekening gemaakt: (50% behaald % lokaal eigendom) x risicovrij rendement = het procentpunt aandeel van het totale rendement wat jaarlijks aanvullend wordt ingezet voor collectief voordeel. Kort gezegd is dit een berekening en een voorstel voor een duidelijke afspraak over compensatie die beperkt ruimte laat voor onderhandeling. Er is geen consensus om zo’n type compensatieberekening op te nemen in het projectbeleid.

In beide gevallen zal er controle moeten komen vanuit bevoegd gezag of 50% lokaal eigendom is behaald, maar in het geval dat we kiezen voor een compensatieberekening dan zal er ook actief moeten worden gehandhaafd door het bevoegd gezag.

4.4 Afbakening omgeving Voor zowel financiële participatie als voor procesparticipatie is het belangrijk om in het projectbeleid te omschrijven wat we onder ‘de omgeving’ en ‘lokaal’ verstaan. De ontwikkelaar wordt geacht met de omgeving in gesprek te gaan over de ruimtelijke inpassing, ontwerp en het voorstel voor financiële participatie. Ook kan de omgeving profiteren van het aanbod voor financiële participatie. Voor alle doelgroepen uit de omgeving is het logisch om in het projectbeleid op te nemen op welke manier wordt verwacht dat de ontwikkelaar hen opneemt in een participatieplan over hoe zij worden betrokken in procesparticipatie en welk voorstel voor financiële participatie hen wordt gedaan. Er kan worden overwogen om in het projectbeleid doelgroepen die dichter bij het projectgebied wonen meer of eerder kans te geven om financieel te participeren. De onderbouwing daarvan is dat zij meer lusten van de Energieroute Noord-Holland kunnen ervaren omdat zij mogelijk ook meer lasten ervaren. Ter inspiratie kan worden gekeken naar de definities gebruikt in het communicatie- en participatieplan van Zonnepark Alton in Heerhugowaard6. Op basis van dit plan zou er onderscheid gemaakt kunnen worden tussen: 1. Direct omwonenden: Zij ervaren de grootste impact vanwege de verandering in uitzicht en leefomgeving.

Het ligt daarom voor de hand om in het projectbeleid op te nemen dat er extra aandacht is voor deze doelgroep in procesparticipatie georganiseerd door de ontwikkelaar. Het is echter ook de verwachting dat deze groep voor de Energieroute Noord-Holland betrekkelijk klein is. 2. Lokale omgeving: Deze doelgroep wordt in het plan van Zonnepark Alton omschreven als de omwonenden in een straal rond het gebied. In het OER-project de Drentse Zonneroute 5

Document Haarlemmermeer - RV Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten (2021.0000755) - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) 6230626_Fincanciële Participatie en Communicatie plan final concept v3.pdf (cicwp.nl) 8

wordt de lokale omgeving bepaald aan de hand van de postcodegebieden die zich in of aangrenzend aan het projectgebied bevinden. In het beleid van de gemeente Haarlemmermeer wordt het omschreven als omwonenden in een straal van 800 meter. Er moet nog een keuze worden gemaakt welke definitie er wordt gebruikt in de Energieroute Noord-Holland. 3. De wijdere omgeving: Deze wordt omschreven als ‘het bredere publiek in de omgeving van het zonnepark’. Dit kan voor de Energieroute Noord-Holland mogelijk worden vertaald als de gehele gemeente. Er kan hier, naast bewoners, ook worden gedacht aan belangengroepen (bijvoorbeeld natuurorganisaties), dorpsraden, ondernemers, instellingen en andere partijen die belang hebben bij de Energieroute Noord-Holland.

4.5 Verdeling van de baten De Energieroute Noord-Holland is een OER-project dat door de inzet van Rijksgronden bijdraagt aan de RES-ambities van twaalf gemeenten. Er zou ook een keuze moeten worden gemaakt over hoe baten over de omgeving worden verdeeld. De baten kunnen bijvoorbeeld worden opgedeeld in twaalf gelijke stukken voor elke gemeente, of op basis van het aantal hectare van de Energieroute Noord-Holland binnen de gemeentegrenzen. Er is een voorkeur voor het verdelen op basis van hectares. Dat betekent dat voor het omgevingsfonds dat de afdrachten per gemeente op basis van het aantal hectare wordt gedaan. In het geval van lokaal eigendom kan dat worden vertaald naar dat er per gemeente een maximum aan aandelen mag worden verkocht op basis van de verdeelsleutel. Er kan worden gekozen om per gemeente de niet-verkochte aandelen te vertalen naar een afdracht aan een omgevingsfonds, maar er kan ook worden gekozen de aandelen eerst te verdelen over de overige gemeenten voordat er naar een omgevingsfonds wordt afgedragen. Zulke afspraken zouden in het projectbeleid kunnen worden opgenomen, mits het beleid niet onnodig ingewikkeld maakt.

4.6 Procesparticipatie van de ontwikkelaar Zoals benoemd in paragraaf 2.2 zal een ontwikkelaar ook met de omgeving in gesprek gaan om het voorgestelde plan voor financiële participatie verder met hen uit te werken. Onderdeel van de procesparticipatie en financiële participatie is uiteraard ook communicatiestrategie met bijbehorende communicatiemiddelen zodat de omgeving tijdig, juist en volledig zijn geïnformeerd. Bij in ieder geval één ander OER-project, ‘Zon langs de A7’ bij Hollands Kroon en Medemblik7, is in het beleid opgenomen dat er als onderdeel van de procesparticipatie en communicatie minstens één fysieke bijeenkomst per gemeente/dorpskern moet worden georganiseerd. Ook moet de ontwikkelaar minstens één keer via de lokale kranten communiceren. Voor de Energieroute NoordHolland willen we ook sturen op de procesparticipatie en communicatie met dit type voorwaarden. Ook kan het raadzaam in het projectbeleid op te nemen waar de omgeving terecht kan met klachten of vragen over de Energieroute Noord-Holland als het project wordt of is gerealiseerd.

4.7 Privaatrechtelijke afspraken Zoals beschreven in 2.1, is het wenselijk dat de ontwikkelaar met de omgeving gemaakte afspraken vastlegt in een (privaatrechtelijke) omgevingsovereenkomst. Om naar ‘harde borging’ te gaan kan de omgevingsovereenkomst worden versterkt door rechtsgeldige afspraken zoals de gezamenlijke oprichting van een project-BV (in een situatie dat een commerciële ontwikkelaar samenwerkt met een energiecoöperatie) of onderlinge privaatrechtelijke afspraken tussen ontwikkelaar en de omgeving en de ontwikkelaar en bevoegd gezag. Voorbeelden van zulke privaatrechtelijke afspraken zijn een anterieure overeenkomst of een specifieke participatieovereenkomst. Aanvullende privaatrechtelijke afspraken zouden echter op vrijwillige basis moeten worden gemaakt. Het kan wel worden onderzocht hoe ontwikkelaars kunnen worden verzocht deze afspraken te maken met de omgeving.

5. Vervolg Na het instemmen van de eerder genoemde instemmingspunten in het plan van aanpak wordt de verkenningsfase afgesloten. De basis voor de verdere uitwerking van het projectbeleid is om een 7 Participatiebeleid Zon langs de A7 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)

9

gezamenlijk projectbeleid te maken, in nauwe samenwerking met de provincie Noord-Holland. De prioriteit van het begin van de planfase is een plan voor hoe de projectpartners met elkaar, met alle interne organisaties en met omgevingspartijen het gesprek aangaan om te komen tot een simpel, helder en gezamenlijk beleid. Hiermee kan worden gestuurd op de wensen voor financiële participatie. We stellen daarom een plan van aanpak op, uitgaande van ervaringen binnen de gemeenten, de provincie en uitgaande van ervaringen uit andere OER-projecten. In de planfase zetten we het gesprek voort met collega’s binnen de betrokken organisaties, zoals juristen en adviseurs ruimtelijke ordening. En daar waar het al niet is gestart, starten we het gesprek op met zowel commerciële ontwikkelaars als energiecoöperaties, belangvertegenwoordigers van deze partijen en andere belanghebbenden in de omgeving. Door anderen partijen te betrekken vergroten we de legitimiteit, draagvlak, medeverantwoordelijkheid en zeggenschap van de betrokken interne en externe partners. En door participatie wordt de kwaliteit en effectiviteit van ons beleid sterker.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=7b5eaa8d-2b9d-417e-9d4a-a2a222f7d608