BP Vennewatersweg 18 - Toelichting
Tekst van het document
4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Wettelijk kader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan te tonen dat (toekomstige) bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient aangetoond te worden dat (bestaande) bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Hiertoe kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand wordt een milieuzone genoemd. Om te bepalen in hoeverre er voldoende afstand is tussen bedrijven en gevoelige objecten kan gebruik gemaakt worden van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG, versie 2009. De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) (hierna: VNG-brochure) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: VNG-afstanden) tot gevoelige objecten. Indien aan de VNG-afstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. De VNG-brochure bevat specifieke regelingen voor "gemengde gebieden" en "gebieden met functiemenging".
Dit zijn gebieden waar bewust verschillende functies (wonen en bedrijvigheid) met elkaar worden gemengd, zoals (winkel)centra. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht.
4.7.2
Toets Gebiedstype: In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich, naast wonen de functies agrarisch, sport en maatschappelijk. Daarnaast bevindt zich de Vennewatersweg op relatief direct naast het plangebied. Volgens de VNG-brochure behoren gebieden met een matige tot sterke functiemenging tot het omgevingstype 'gemengd gebied'. Gelet op de (directe) omgeving rondom het plangebied wordt ook voor deze locatie het omgevingstype 'gemengd
blad 29 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
gebied' gehanteerd. Rondom het plangebied bevinden zich verschillende bestemmingen. Een overzicht van de relevante nabijgelegen functies is weergegeven in onderstaande tabel (met de milieucategorie op basis van de huidige bedrijfsactiviteiten). Overige bedrijven in de omgeving van het plangebied zijn buiten beschouwing gelaten omdat de afstand van het plangebied tot deze bedrijven / woningen dusdanig groot is dat geen knelpunt te verwachten is. In de VNG-publicatie is een richtafstandenlijst opgenomen. Deze richtafstandenlijst geeft voor een scala aan typen van bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen. Daarbij worden indicatieve richtafstanden gegeven voor de milieuaspecten geluid, stof, geur en veiligheid. Het aspect geluid heeft hierbij de maatgevende (grootste) afstand. Voor het aspect geluid zijn specifieke richtafstanden benoemd. De richtafstanden en index gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf binnen het betreffende type bedrijvigheid. De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De VNG-publicatie is niet bedoeld voor het beoordelen van bestaande situaties.
De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat (1) en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is (2): 1. Ontwikkeling in relatie tot omgeving: Voor de te verplaatsen bedrijven zijn de richtafstanden weergegeven in bijlage 8. Ten aanzien van het transportbedrijf is op basis van onderzoek aantoonbaar dat er ter plaatse van de geluidgevoelige objecten geen akoestisch nadelige effecten te verwachten. Het geluidniveau, veroorzaakt door activiteiten van het transportbedrijf, voldoet ter plaatse van de geluidgevoelige objecten aan de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit en aan de richtwaarde uit de VNG. 2. Omgeving in relatie tot ontwikkeling Uit de VNG-brochure volgt ten aanzien van Vennewatersweg 16 een maximale indicatieve hinderafstand van 30 meter geldt, voor het Vennewatersweg 22 geldt een maximale indicatieve hinderafstand van 50 meter. Deze afstand geldt ten opzichte van een gemengd gebied. Ten aanzien van de Vennewatersweg 16 gelden geen beperkingen aangezien de minimale afstand groter is dan 30 meter. Het adres ligt op meer dan 40 meter afstand en levert daarmee geen beperkingen op in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling.
Ten aanzien van de Vennewatersweg 22 gelden geen beperkingen aangezien de minimale afstand groter is dan 50 meter. Het adres ligt op meer dan 120 meter afstand en levert daarmee geen beperkingen op in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling.
4.7.3
Conclusie Vanuit de systematiek van 'Bedrijven en milieuzonering' zijn de maximale indicatieve hinderafstanden van nabijgelegen functies leidend voor het garanderen van een voldoende woon- en leefklimaat. Dit geldt zowel vanuit het plangebied als vanuit de omgeving. Daartoe dienen de beschreven afstanden aangehouden te worden. Het aspect milieuhinder vormt geen planologische belemmering voor het plan.
blad 30 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
4.8
Spuitzone bestrijdingsmiddelen In het kader van het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moeten gevoelige bestemmingen bescherming genieten tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen. Ter plaatse van verblijfsfuncties dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te worden geborgd. Er is sprake van een gevoelige functie indien ter plaatse langdurig mensen verblijven, wat hier (functie wonen) het geval is. In het algemeen wordt in de jurisprudentie aangenomen dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is. Daarbij moet worden opgemerkt dat een kortere afstand ook mogelijk is, mits daarvoor een deugdelijke motivering aanwezig is.
Figuur 4.2: 50 meter contour nieuwe gevoelige bestemming (rood) en 50 meter contour bestaande woning (geel) Situatie plangebied Ter plaatse van het plangebied wordt één nieuwe gevoelige bestemming (woning en tuin) voorzien. Op figuur 4.2 is een 50 meter contour voor deze nieuwe gevoelige bestemming (woning en tuin) opgenomen. Zichtbaar is dat alleen ten zuidoosten van de nieuwe gevoelige bestemming agrarische gronden zijn gelegen binnen de 50 meter contour. Daarnaast is in figuur 4.2 voor de bestaande woning ook de 50 meter contour (geel) opgenomen. De contour van de bestaande woning overlapt de contour van de nieuwe gevoelige bestemming ter plaatse van de agrarische gronden. In de huidige situatie is een woning toegestaan binnen de contour en daarmee is er al sprake van een goed woon- en leefklimaat. Indien bij agrarische gronden uitgegaan wordt van de maximale planologische mogelijkheden kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet geheel worden uitgesloten. De agrarische gronden zijn in gebruik voor veehouderij (begrazing door paarden). Gezien het huidige gebruik, de vorm van het perceel (economisch niet geschikt voor landbouw vanwege slechte bereikbaarheid en bewerkbaarheid van het land) en de al aanwezige contour (geel) is aannemelijk dat het huidige gebruik beoogd blijft.
Op basis van uitspraak van 20 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3524) kan het huidige agrarische gebruik voor veehouderij worden aangehouden. Voor dit agrarisch gebruik behoeft geen rekening gehouden te worden met spuitzones. Gelet op bovenstaande is er voor de beoogde woonfunctie (inclusief tuin) sprake van een goed woon- en leefklimaat. blad 31 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
Conclusie Het aspect spuitzone bestrijdingsmiddelen vormt geen planologische belemmering voor het plan.
4.9
Luchtkwaliteit Kader Met wet- en regelgeving wil de overheid een goede luchtkwaliteit bewerkstelligen en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen, zoals het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigende stoffen. De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging moet worden meegenomen in de afweging of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en moet afgewogen worden of het aanvaardbaar is om een bepaald project op een bepaalde plaats te realiseren. De Wet luchtkwaliteit, in werking getreden in november 2007, voorziet in de mogelijkheid dat voor kleinere projecten, de zogenaamde 'niet in betekenende mate' bijdragende projecten, geen afzonderlijke maatregelen meer getroffen behoeven te worden om aan de grenswaarden te voldoen. Het begrip niet in betekenende mate (NIBM) wordt nader uitgewerkt in de uitvoeringsregels. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Toets Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is memo luchtkwaliteit opgesteld door Antea Group (2021), de volledige memo is te vinden in bijlage 10. Onderzocht zijn de extra emissies van verkeer, de beschikbare ruimte tussen de achtergrondconcentratie en de grenswaarde. Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de maximale bijdrage van het extra verkeer van het voorgenomen plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM1 0 respectievelijk 0,17 µg/m3 en 0,02 µg/m3 is. De toename van verkeer heeft een beperkt effect, en zullen de grenswaarden overschrijden. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er ten aanzien van het onderdeel luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Gezien het vorenstaande zullen titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) dan ook geen belemmering vormen voor verdere besluitvorming. Eveneens is er ten aanzien van het onderdeel luchtkwaliteit zodoende sprake van een goede ruimtelijk ordening. Conclusie Het project valt onder de regeling NIBM. Een verdere toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling vormt voor het aspect lucht geen belemmering.
4.10
Verkeer en parkeren Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2012) van het CROW en online kennisbank van CROW zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. De gemeente Heiloo is gecategoriseerd als matig stedelijk. De ligging van het plangebied is
blad 32 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
gecategoriseerd als “rest bebouwde kom”. De verkeersgeneratie van de nieuwe woning is met de gemiddelde norm voor ‘koop, huis, vrijstaand’ 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voor de voertuigverdeling is uitgegaan van een voertuigverdeling van 98,8%, 1,0% en 0,2% voor respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen. De verkeersgeneratie behorende bij het bedrijf bestaat uit 16 motorvoertuigbewegingen/etmaal voor lichtverkeer (woon-werk en bestelbussen), 6 voor middelzwaar vrachtverkeer (leveranciers) en 14 voor zwaar verkeer (de vrachtwagens van het transportbedrijf). Toetsing: Verkeer De externe ontsluiting van het plangebied geschiedt via de Vennewatersweg en Het Malevoort. Op deze wegen geldt een maximum snelheid van 50 km/uur. De realisatie van het plan leidt tot een toename van de verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Uitgaande van de worst-case situatie kunnen vanwege het plan maximaal 36 extra motorvoertuigen per weekdagetmaal op de toevoerende weg Vennewatersweg (en de daaraan voorafgaande wegen) als gevolg van het planvoornemen worden verwacht. Feitelijk wordt het terrein al gebruikt voor de opslag van caravans en agrarische bestemming. Dit zorgt in de huidige situatie al voor verkeersbewegingen. Een dergelijke bedrijfsvoering brengt zwaar verkeer met zich mee.
Zo gaat een dergelijke bedrijfsvoering gepaard met transportbewegingen van trekkers, shovels en kiepwagens. Deze bedrijfssituatie heeft nimmer tot problemen geleidt op de omliggende infrastructuur. Op het terrein van het transportbedrijf vindt beperkt op- en overslag van goederen plaats en zijn de activiteiten gericht op het stallen en wassen van vrachtwagens. Gelet op de werkwijze in de transportsector zal het gros van de opleggers enkel leeg geparkeerd worden op het terrein. Het laden en lossen van goederen vindt hoofdzakelijk plaats op locaties elders waardoor geen extra verkeersactiviteit plaatsvindt. Door Goudappel Coffeng is onderzocht dat de vrachtwagens met aanhangwagens technisch de draaicirkel kunnen maken voor aankomst en vertrek naar de Vennewatersweg. Naast het totaal aantal verkeersbewegingen als gevolg van aankomst en vertrek van vrachtwagens wordt ook rekening gehouden met verkeersbewegingen van de woningen. De verkeersbewegingen van de nieuwe woning (8,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal) zorgt in de toekomstige situatie niet voor een onevenredige verkeersbelasting op de Vennewatersweg. Parkeren Voor de bedrijfswoningen zijn 5,2 parkeerplaatsen nodig. Voor het transportbedrijf zijn in totaal (vrachtwagenparkeerplaatsen en parkeerplaatsen voor woon/werk) 20 (vrachtwagen)parkeerplaatsen noodzakelijk.
Op het perceel aan de Vennewatersweg is ruim voldoende parkeergelegenheid voor de vrachtwagens en een aantal personenwagens. Op het terrein is circa 1.500m² gereserveerd voor het parkeren en circa 3.000m² manoeuvreren van voertuigen. Gezien het huidige aantal vrachtwagens is deze oppervlakte meer dan toereikend. Het parkeren levert door situering op het perceel geen hinder op ten aanzien van de perceelontsluiting. Het parkeren ten behoeve van de woning en kan zonder problemen plaats vinden op het eigen terrein. Er is voldoende ruimte voor parkeren direct naast de woningen. Conclusie: Gezien de feitelijke situatie en de daarmee samenhangende verkeersbewegingen is te concluderen dat er geen onevenredige verkeersbelasting optreedt als gevolg van de het blad 33 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
planvoornemen. Bovendien zal de verkeerstechnische situatie niet veranderen. Daarnaast voldoet het planvoornemen aan het aantal benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein. Het aspect mobiliteit, meer specifiek het verkeer en parkeren, vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.11
Water
4.11.1
Wettelijk kader In onder andere de Europese 'Kaderrichtlijn water', het 'Nationaal Bestuursakkoord Water', het Deltaprogramma 2015: 'Nederland veilig en leefbaar in de 21e eeuw' en de adviezen van de 'Commissie Waterbeheer 21e eeuw' is het beleid met betrekking tot het water(-beheer) vastgelegd. Het beleid is gericht op het duurzaam behandelen van water. Dit betekent onder andere het waarborgen van voldoende veiligheid en het beperken van de kans op hinder vanwege water; dit ook in verhouding tot ontwikkelingen als de verandering van het klimaat, het dalen van de bodem en het stijgen van de zeespiegel. Op 22 december 2009 is de Waterwet (Wtw) in werking getreden. Uitgangspunt van de Wtw is een volledig beheer van het watersysteem. Op grond van de Wtw is er ook een goede samenhang tussen het waterbeleid en de ruimtelijke ordening. Dit betekent dat effecten van nieuwe ontwikkelingen op de waterhuishouding inzichtelijk moeten worden gemaakt. In het bestemmingsplan moet daarom een waterparagraaf worden opgenomen. Voor nieuwe ruimtelijke plannen geldt bovendien de 'watertoets' die verplicht tot overleg met de waterbeheerder over voorgenomen ontwikkelingen, voordat een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht.
Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.
4.11.2
Toets Voor de beoogde ontwikkeling is door Antea Group een watertoets uitgevoerd en overlegd met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (zie bijlage 7). In het wateradvies komen de volgende zaken aan de orde: 1. Grondwater Door de toename van verhard oppervlak kan hemelwater lokaal niet meer in de bodem infiltreren, maar wordt dit afgevoerd naar het oppervlaktewater. Hierdoor kan een geringe verlaging van de grondwaterstand optreden ter plaatse van de ontwikkeling. Er zijn geen
blad 34 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
functies aanwezig die negatieve gevolgen kunnen ondervinden van deze ontwikkeling. De drooglegging in het plangebied bedraagt 65 cm. De ontwateringsdiepte bedraagt als gevolg van opbolling ongeveer 1 á 2 decimeters minder. Voor de functiewijziging zal het plangebied daarom naar verwachting (beperkt) opgehoogd moeten worden. Ook is het voornemen om het terrein te voorzien van een wasplaats voor vrachtauto’s. Vuilwater met mogelijk olieresten mag niet geïnfiltreerd worden in de bodem of afstromen naar het oppervlaktewater. Om mogelijke infiltratie in de bodem te voorkomen, dient er een vloeistofdichte vloer of verharding aangebracht te worden. Het voornemen is om ook een olie-vet afscheider te plaatsen. Indien het vuilwater niet voldoet aan het Besluit lozen buiten inrichtingen, dient er een olieafscheider en een slibvangput geplaatst worden. Het vuilwater wordt vervolgens afgevoerd naar de gemeentelijke riolering. 2. Watersysteem Toename verhard oppervlak In de toekomstige situatie wordt uitgegaan van een toename verhard oppervlak van 5.772 m2. Op basis van de watercompensatietool van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is bepaald dat 7% van de toename verhard oppervlakte moet worden gecompenseerd als oppervlaktewater.
Uitgangspunten hiervoor zijn: Totale perceel oppervlakte: 17.787 m2 Totale verharding: 11.146 m2 Totaal onverhard: 24.641 m2 Totale verhardingstoename: 5.772 m2 Geen ophoging van het maaiveld. Gemiddelde maaiveld hoogte NAP 0,0 m Drooglegging 35 cm met zandgrond Uitgaande dat 7% van het toenemend verhard oppervlak gecompenseerd moet worden in oppervlaktewater, dient in het plangebied 404 m2 wateroppervlak gecreëerd te worden. In de algemene gebruiksregels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin geregeld is dat 7% van het toenemend verhard oppervlak gecompenseerd moet worden in oppervlaktewater binnen het plangebied. Aanbrengen van een duiker in de primaire watergang In de toekomstige situatie wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd. De toegangsweg moet aansluiten op de Vennewatersweg. Hierdoor wordt de primaire watergang ten noorden van het perceel gekruist. Bij de aanleg van de toegangsweg moet daarom een duiker worden aangebracht in de watergang. Voor de grootte van de duiker kan, op basis van de andere duikers in de watergang ten westen en oosten van het plangebied, worden uitgegaan van een diameter van 1 meter. Daarnaast wordt de aanleg van een duiker gezien als demping van de watergang en voor dempen geldt de regel: de hoeveelheid gedempte watergang moet 1 op 1 worden gecompenseerd in het plangebied.
Voor de aanleg van een duiker dient een watervergunning te worden aangevraagd. Beschermingszone oppervlaktewatergangen Aan de noordzijde van het plangebied ligt een primaire watergang. Het Hoogheemraadschap hanteert een beschermingszone van 5 meter vanaf de insteek van de watergang. Hierin mogen zonder watervergunning geen wijzigingen worden aangebracht. 3. Vuil- en hemelwater In de toekomstige situatie kan de vuilwaterafvoer van de bedrijfspanden worden blad 35 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
aangesloten op de huidige vuilwaterriolering. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de capaciteit van de huidige riolering en de eventuele toename van de vuilwatereenheden. Voordat het plan uitgevoerd wordt, dient de verwachte afvoer en de maximale rioolcapaciteit met de gemeente afgestemd te worden. Het afstromend hemelwater kan net als in de huidige situatie infiltreren in de bodem of afstromen naar het oppervlaktewater. In de toekomstige situatie moet rekening worden gehouden met de kwaliteit van het afstromend hemelwater, vanwege het gebruik van de verharding. Het gebruik op de verharding omvatten o.a. verkeersbewegingen van motorrijtuigen. Deze activiteiten kunnen invloed hebben op de kwaliteit van het afstromend hemelwater. Mogelijk zijn zuiveringsstappen nodig alvorens het hemelwater op het oppervlaktewater wordt geloosd. Ook wordt het perceel voorzien van een wasplaats voor vrachtauto’s. Om mogelijke infiltratie in de bodem te voorkomen, dient er een vloeistofdichte vloer of verharding aangebracht te worden. Het voornemen is om ook een olie-vet afscheider te plaatsen. Indien het vuilwater niet voldoet aan het Besluit lozen buiten inrichtingen, dient er een olieafscheider of een slibvangput geplaatst worden. Het vuilwater wordt vervolgens afgevoerd naar de gemeentelijke riolering. 4.
Waterveiligheid Gezien het feit dat er geen werkzaamheden of wijzigingen in of rondom een waterkering of de beschermingszone van een waterkering worden aangebracht, komt er geen wijziging in de huidige waterveiligheidssituatie.
4.11.3
Conclusie Op 6 juni 2019 is het project besproken met het Hoogheemraadschap Noorderkwartier. Stedenbouwkundig is het plan wat Hoogheemraadschap Noorderkwartier betreft akkoord. In de verdere uitwerking van het planvoornemen dient rekening te worden gehouden met de compensatie ten behoeve van aanleg extra verharding en demping. Het Hoogheemraadschap heeft aangeven dat de compensatie van de toename aan verhard oppervlak gerealiseerd dient te worden in hetzelfde peilgebied. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin geregeld is dat 7% van het toenemend verhard oppervlak gecompenseerd moet worden in oppervlaktewater binnen het plangebied. Voor verschillende werkzaamheden dient een vergunning in het kader van de Waterwet worden aangevraagd bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Op basis van de watertoets kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.12
Duurzaamheid Op 17 februari 2016 is het duurzaamheidsbeleid Heiloo 2016-2020 'Op naar een kringloopsamenleving' vastgesteld. In dit beleid zijn de onderstaande belangrijke doelen vastgesteld: 20% energiebesparing in 2020 ten opzichte van 2008; 20% duurzame energieopwekking in 2020; 75 van alle aanbestedingen en uitgifte wordt duurzaam aanbesteed vanaf 1 januari 2015 en 100% van 1 januari 2020; Heiloo een energieneutrale gemeente. Planspecifiek De onderstaande uitgangspunten gelden voor de ontwikkeling: keuze voor hogere kwaliteit met goede isolatie, laagtemperatuur vloerverwarming en warmteterugwinning op douchewater en ventilatie;
blad 36 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
gasloos bouwen (nieuwbouw); duurzame energieopwekking met dak geïntegreerde zonnepanelen; De volgende maatregelen dragen bij aan de eerdergenoemde speerpunten: isoleren met gezonde ecologische bouwmaterialen; hergebruik van materialen; triple glas met hogere geluidsreductie; gebruik maken van bodembronnen voor warmte/ koude levering wat bijdraagt aan een hoog comfort (vloerverwarming / - koeling); intelligente ventilatie met warmteterugwinning; stille duurzame technieken, zoals zonnepanelen; waterinfiltratie van hemelwater in het gebied.
4.13
Kabels en leidingen Er zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig die zijn opgenomen in de geldende bestemmingsplannen en die een beschermingsregime kennen. Ten zuiden van het plangebied zijn twee buisleidingen gelegen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.4 en vormen vawege ligging op afstand van het plangebied geen belemmering voor het planvoornemen.
4.14
M.e.r.-beoordeling
4.14.1
Wettelijk kader Wettelijk kader De voorgenomen herontwikkeling is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject). Voor elke activiteit die genoemd wordt in het besluit m.e.r. bijlage D moet bij overschrijding van de drempelwaarden, zoals genoemd in de kolom “gevallen” een m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen, waarin door het bevoegde gezag besloten moet worden of er sprake is van belangrijk nadelige milieugevolgen die het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken. Tabel 4.1: Uitsnede uit het Besluit m.e.r..
De ontwikkeling blijft onder de drempelwaarden zoals ogenomen in tabel 4.1 (zie kolom 'gevallen'). Het plangebied is kleiner dan 100 hectare en de bedrijfsvloer is kleiner dan 200.000 vierkante meter. Dit betekent dat er in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen.
blad 37 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
4.14.2
Onderzoek en conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 11) blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de voorgenomen ontwikkeling.
blad 38 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische toelichting
Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2
Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken enzovoorts. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaarten en/of kadastrale kaart).
5.3
Opbouw van de regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Aangezien dit plan voorziet in een functiewijziging wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de voorschriften van voorgaande bestemmingsplan. De planregels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: 1.
2.
3. 4.
blad 39 van 43
Hoofdstuk 1: Dit hoofdstuk bevat de inleidende regels die bestaat uit de "begrippen" en de "wijze van meten". Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen. Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 2 bevat de planregels in verband met de bestemmingsregels. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk planregels, welke specifiek voor die bestemming gelden. In dit bestemmingsplanzijn drie bestemmingen opgenomen: Agrarisch, Bedrijf en Groen. Hoofdstuk 3: Het derde hoofdstuk bevat de algemene regels. Het gaat hier om de anti-dubbeltelregel, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Hoofdstuk 4: Tenslotte bevat hoofdstuk 4 de overgangs- en slotregels. Deze planregels bevatten het overgangsrecht en de titel. De redactie hiervan is wettelijk voorgeschreven en dienovereenkomstige overgenomen.
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
5.4
Toelichting op de planregels
5.4.1
Inleidende regels Artikel 1: Begippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2: Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.
5.4.2
Bestemmingsregels Artikel 3: Bedrijf Deze gronden zijn bestemd voor het transportbedrijf. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfwoning' zijn twee bedrijfswoningen toegestaan en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bestaand bijgebouw' is de bestaande schuur toegestaan. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'water' zijn aangewezen voor watercompensatie / bestaand oppervlaktewater. Artikel 4: Groen Het groen met een meer structureel karakter (structuurgroen in vorm van houtsingel) is vastgelegd in de meer specifieke bestemming “Groen”. Daarin is opgenomen de afscheiding tussen de bedrijven opgenomen en diverse in het groen aanwezige ondergeschikte functies. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'water' zijn aangewezen voor watercompensatie / bestaand oppervlaktewater. Artikel 5: Waarde Archeologie Binnen deze dubbelbestemming is de bescherming van archeologische waarden verankerd. In de regels is vastgelegd onder welke condities bij ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek nodig is.
5.4.3
Algemene regels Artikel 6: Anti-dubbeltelregel Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro). Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 7: Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt expliciet weergegeven welk gebruik van gronden en gebouwen in strijd is met het bestemmingsplan. Artikel 8: Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels voor het bestemmingsplan benoemd. Artikel 9: Overige regels In dit artikel is bepaald dat als er andere wet- en regelgeving wordt aangehaald in dit bestemmingsplan de bepalingen gelden zoals deze luiden bij vaststelling van het bestemmingsplan.
blad 40 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
5.4.4
Overgangs- en slotregels Artikel 10: Overgangsrecht In dit artikel zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het volgende is aangegeven: Overgangsrecht bouwen: bouwwerken die ten tijde van inwerkingtreding van dit plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ondanks dat zij afwijken van het plan. Overgangsrecht gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat op het moment van inwerkingtreding van dit plan plaatsvindt, mag -hoewel het afwijkt van het planworden gecontinueerd. Het gebruik dat reeds onder het hiervoor geldende bestemmingsplan illegaal is aangevangen en ook volgens het nieuwe bestemmingsplan niet kan, blijft illegaal en mag dus niet worden voortgezet. Artikel 11: Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de regeling Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP). Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het bestemmingsplan vastgelegd.
blad 41 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
blad 42 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Vennewatersweg 1 8 Gemeente Heiloo Projectnummer 434585
Hoofdstuk 6
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het plantype voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond.
6.1
Economische uitvoerbaarheid De kosten van verplaatsing van de bedrijven uit het ontwikkelgebied Zuiderloo worden volledig gedekt uit de exploitatie van dit gebied. Een exploitatieplan dan wel -overeenkomst wordt daarom niet nodig geacht. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan een aantal belanghebbende instanties.
6.2.2
Communicatie Het voorgenomen bestemmingsplan is besproken met de direct omwonenden. Gelet op de beperkte kring van belanghebbenden is besloten direct te starten met een ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan met gebruikmaking van een beperkt vooroverleg.
6.2.3
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Hierbij is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op de stukken naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn waar nodig ondergeschikte aanpassingen doorgevoerd. De verslaglegging en beantwoording van de binnengekomen zienswijzen en ambtshalve wijzigingen is opgenomen in bijlage 12.
blad 43 van 43
Ruimte - Antea Nederland B.V.