BP Vennewatersweg 18 - Memo Luchtkwaliteit
Tekst van het document
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
0434585.00 16 augustus 2021 S. Clemens Werkorganisatie Buch R.J. van Dijk Antea Group C. van Tilburg Antea Group Postzegelbestemmingsplan Vennewatersweg in de gemeente Heiloo 0434585.100 Beoordeling van het milieuaspect luchtkwaliteit
INLEIDING In het kader van de voorgenomen herinrichting van de locatie Vennewatersweg 18 te Heiloo wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Binnen het plangebied wordt een transportbedrijf mogelijk gemaakt welke mogelijk invloed heeft op de luchtkwaliteit. Gezien dit gegeven wordt een onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd. VOORNEMEN Binnen het plangebied wordt een transportbedrijf alsmede een bedrijfswoning mogelijk gemaakt. Daarnaast is binnen het plangebied reeds een bestaande woning aanwezig (Vennewatersweg 18) en ligt in de directe omgeving een woning van derden (Vennewatersweg 16). In onderstaande figuur is de indeling van het plangebied weergegeven:
Figuur 1: indeling plangebied
blad 1 van 5
memonummer: 0434585.00 betreft: Beoordeling van het milieuaspect luchtkwaliteit
WETTELIJK KADER De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; b. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Het besluit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); d. Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen. Daarnaast moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed leefklimaat voor toekomstige gebruikers van het plangebied worden gegarandeerd.
Het is verdedigbaar om te stellen dat hiervan sprake is in de situatie dat de totale fijnstofbelasting (de heersende achtergrondconcentratie inclusief de bijdrage van het voornemen) lager is dan de grenswaarde. LUCHTKWALITEIT TER PLAATSE VAN HET PLANGEBIED NA UITVOERING VAN HET VOORGENOMEN PLAN Emissies als gevolg van de ontwikkeling Als gevolg van de ontwikkeling van het transportbedrijf zal er sprake zijn van een toename van het verkeer op de wegen in de omgeving. Het gaat dan met name om vrachtwagens die komen en gaan naar het transportbedrijf. Deze toename van het verkeer zal in beginsel een effect hebben op de luchtkwaliteit. Emissies van omliggende bedrijven In de omgeving van het plangebied zijn twee agrarische bedrijven gelegen. Het gaat om de locaties Vennewatersweg 24 en 25. In onderstaande figuur 2 zijn deze bedrijven weergegeven.
blad 2 van 5
memonummer: 0434585.00 betreft: Beoordeling van het milieuaspect luchtkwaliteit
Vennewatersweg 25
Vennewatersweg 24 Plangebied
Figuur 2: luchtfoto plangebied, Vennewatersweg 24 en 25, bron: Globe Spotter
In 2017 is bij beide bedrijven een gevelcontrole uitgevoerd. Tijdens deze controle zijn de volgende dieren ‘geregistreerd’: Vennewatersweg 24 100 schapen 30 paarden 300 stuks pluimvee (aanname legkippen) Vennewatersweg 25 52 stuks rundvee (aanname melkkoeien) 200 schapen 5 paarden Voor schapen, rundvee en kippen zijn fijnstofemissiefactoren vastgesteld. Voor het houden van paarden niet. Gezien het relatief gering aantal dieren dat binnen de inrichting wordt gehouden zal de bijdrage aan fijnstof in de achtergrondconcentratie van fijnstof relatief laag zijn. Er bestaat dan ook geen aanleiding om te veronderstellen dat er lokaal sprake is van een verhoogde concentratie aan fijnstof als gevolg van de aanwezigheid van voornoemde veehouderijen. Achtergrondconcentraties Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) maakt jaarlijks gegevens bekend die overheden moeten gebruiken bij de berekening van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. De gegevens bevatten onder andere de achtergrondconcentratiekaarten. Uit deze kaart blijkt dat de achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) ter hoogte van het plangebied (en de directe omgeving daarvan) < 18 µg/m3 (zie figuur 3) bedraagt. De achtergrondconcentratie stikstofdioxiden (NO2) ter hoogte van het plangebied (en de directe omgeving daarvan) bedraagt maximaal 8.8 µg/m3 (zie figuur 4).
Voor fijnstof en stikstofdioxide geldt een grenswaarde 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie. De achtergrondconcentratie is daarmee ruimschoots lager dan grenswaarde.
blad 3 van 5
memonummer: 0434585.00 betreft: Beoordeling van het milieuaspect luchtkwaliteit
Figuur 3: uitsnede grootschalige concentratie kaart (rood: indicatie ligging plangebied).
Figuur 4: uitsnede grootschalige concentratie kaart (rood: indicatie ligging plangebied).
blad 4 van 5
memonummer: 0434585.00 betreft: Beoordeling van het milieuaspect luchtkwaliteit
Bijdrage aan de fijnstofbelasting als gevolg van extra verkeer Om een beeld te geven van de effecten van de uitbreiding, is de maximale toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 berekend als gevolg van het extra verkeer. Hiervoor is gebruik gemaakt van de NIBM-tool (versie 2019). De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen waarbij uit is gegaan van het extra aantal voertuigbewegingen als gevolg van de herinrichting (20 bewegingen per dag met vrachtvoertuigen en 16 bewegingen per dag met personenvoertuigen).
Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de maximale bijdrage van het extra verkeer van het voorgenomen plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 respectievelijk 0,17 µg/m3 en 0,02 µg/m3 is. BEOORDELING EN CONCLUSIE Kijkend naar de nog beschikbare ruimte tussen de achtergrondconcentratie en de grenswaarde heeft het extra verkeer een beperkt effect, en zullen de grenswaarden ter hoogte van de woningen in het plangebied en ter hoogte van de woning gelegen aan de Vennewatersweg 16 niet worden overschreden. Eveneens kan worden gesteld dat er ten aanzien van het onderdeel luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat in en in de omgeving van het plangebied. Gezien het vorenstaande zullen titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) dan ook geen belemmering vormen voor verdere besluitvorming. Eveneens is er ten aanzien van het onderdeel luchtkwaliteit zodoende sprake van een goede ruimtelijk ordening.
blad 5 van 5