CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Vennewatersweg 18 - Bodemonderzoek

Raadsvergadering 30 oktober 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Vennewatersweg 1827.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING ............................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .............................................................................................................................. 3

2.

VOORONDERZOEK ............................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3

3.

BASISINFORMATIE ........................................................................................................ 4 HISTORISCH ONDERZOEK ........................................................................................... 4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................... 6

OPZET BODEMONDERZOEK ............................................................................................... 7 3.1 3.2 3.3 3.4

4.

HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ............................................................. 7 BEMONSTERINGSSTRATEGIE .................................................................................... 7 CHEMISCHE ANALYSES ............................................................................................... 7 TOETSINGSKADER ....................................................................................................... 8

RESULTATEN BODEMONDERZOEK ................................................................................. 10 4.1 4.2 4.3

5.

RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 10 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 12 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 13

ASBESTONDERZOEK ......................................................................................................... 14 5.1 5.2 5.3 5.4

6.

ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 14 RESULTATEN VELDONDERZOEK ASBEST............................................................... 14 ANALYSERESULTATEN ASBEST IN PLAATMATERIAAL .......................................... 16 ANALYSERESULTATEN ASBEST IN GROND ............................................................ 16

AANVULLEND BODEMONDERZOEK PFOS EN PFOA .................................................... 17 6.1 6.2 6.3

7.

RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 17 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 19 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 20

HERBEMONSTERING ORGANOTIN VERBINDINGEN ...................................................... 21 7.1 7.2

RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 21 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 22

8.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................. 23

9.

SLOTOPMERKINGEN .......................................................................................................... 24

10.

REFERENTIES ................................................................................................................. 25

BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5 6 7 8

Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek Foto´s huidige situatie Monsternameplan en –formulier asbest tabel asbestberekening in bodem

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

SAMENVATTING Naar aanleiding van de mogelijke overdracht en later de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Vennewatersweg 18 te Heiloo, gemeente Heiloo. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is, dat er hooguit licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de grond aanwezig zijn. Ter plaatse van de schuur is een verkennend asbestonderzoek NEN 5707 uitgevoerd volgens een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (schuur). Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001, 2002 en 2018. Er zijn in de grond en in het grondwater verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA gemeten. Deze stoffen zijn in het verleden mogelijk aanwezig geweest in bestrijdingsmiddelen op de locatie. Volgens de beleidsregel van de provincie Noord-Holland zijn geen sanerende maatregelen noodzakelijk. Voor het overige zijn in de grond en in het grondwater geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien.

Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is er verkennend asbestonderzoek volgens de NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van de verdachte deellocatie, de schuur. Op de locatie is meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg ds in de grond aanwezig. Het gehalte wordt voor een groot deel veroorzaakt door het aanwezige plaatmateriaal. Op basis van de huidige gegevens moet er een nader asbestonderzoek NEN 5707 moeten worden uitgevoerd (met sleuven). Omdat er momenteel nog een schuur staat en naast de schuur een betonpad loopt, kan er geen goed nader asbestonderzoek worden uitgevoerd. Voor het overige deel van de locatie wordt uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 door Landview BV niet noodzakelijk geacht, aangezien er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van asbest in de grond. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.

Bij graafwerkzaamheden, op het overgrote deel van de locatie, is volgens de CROW400 geen veiligheidsklasse van toepassing. Wanneer de grond ter plaatse van de schuur daadwerkelijk sterk is verontreinigd met asbest zal aldaar de veiligheidsklasse zwart-niet vluchtig gelden. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente / RUD NHN. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel.

-2-

Landview BV Bodemonderzoek

1.

Rapportnummer 2018411

INLEIDING

In opdracht van De BUCH is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie Vennewatersweg 18 te Heiloo, gemeente Heiloo. Het onderzoek is verricht door Landview BV uit Hoorn, in de periode oktober-november 2018, conform de offerte van 27 juni 2018 en de gedurende het project gemaakte afspraken. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en betreft daarmee dus een momentopname. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is, dat er hooguit licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de grond aanwezig zijn. Ter plaatse van de schuur is een verkennend asbestonderzoek NEN 5707 uitgevoerd volgens een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (schuur). Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001, 2002 en 2018. Aanleiding voor het onderzoek is de mogelijke overdracht van het terrein en later het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd.

Doel van het onderzoek is aan te tonen dat de verwachte verhoogde gehalten verontreinigende stoffen in de grond op de locatie niet tot meer gebruiksbeperkingen leiden dan beperkingen in het hergebruik. Van hergebruik is sprake wanneer grond, die bij eventueel graafwerk is vrijgekomen, buiten de locatie wordt toegepast. Daarnaast wordt nagegaan of er inderdaad geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen, behalve mogelijk arseen en of barium van nature, aanwezig zijn in het grondwater. Doel van het verkennend asbestonderzoek is na te gaan of de verdenking van asbest terecht is. Middels inspectie en meting wordt nagegaan of de verwachting dat niet meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg d.s. in en op de grond aanwezig is, terecht is. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Landview BV is een onafhankelijk en erkend onderzoeksbureau. Er bestaat tussen de opdrachtgever cq. eigenaar van de locatie en Landview BV geen andere relatie dan die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Het procescertificaat van Landview BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Dit rapport heeft de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het vooronderzoek NEN 5725. De opzet van het bodemonderzoek en het toetsingskader worden in hoofdstuk 3 weergegeven. De resultaten van het veldonderzoek en analyses staan in de hoofdstukken 4 tot en met 8. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken, samen met aanbevelingen voor eventuele vervolgstappen.

-3-

Landview BV Bodemonderzoek

2.

Rapportnummer 2018411

VOORONDERZOEK

Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is in oktober 2018 een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725. Doel van het vooronderzoek is na te gaan of er op, of binnen een straal van 25 meter van, de onderzoekslocatie sprake is van de aanwezigheid van puntbronnen of overige potentieel bedreigende activiteiten. Op basis van de verzamelde gegevens wordt de onderzoeksstrategie opgesteld (zie hoofdstuk 3).

2.1

BASISINFORMATIE

De aanleiding tot het onderzoek is de mogelijke overdracht van het terrein en later het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De regionale situatie rond de onderzoekslocatie staat weergegeven in bijlage 1. De locatie bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Heiloo. In bijlage 2 is een situatietekening van het terrein gegeven. Tabel 1: overzicht basisgegevens Kadastraal bekend : gemeente Heiloo, sectie H, nummers 51 en 52 Oppervlakte : circa 35.790 m² Gebruik verleden : agrarisch Gebruik heden : agrarisch Gebruik toekomst : mogelijk woningbouw

2.2

HISTORISCH ONDERZOEK

De gegevens van het historisch onderzoek zijn verzameld door Landview BV. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen uit gesprekken met de opdrachtgever (gemeente Heiloo), eigenaren en of gebruikers van de locatie. Daarnaast is informatie verkregen van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN). De informatie is bij voorkeur digitaal verkregen. Wanneer daartoe de noodzaak bestond, is aanvullende informatie verzameld door middel van archiefbezoek bij de gemeente of andere archieven. Voor verzamelen van de informatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen. Tabel 2: overzicht geraadpleegde bronnen Aard Bron Bodeminformatie BIS Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Toepassingen asbest Dempingen, activiteiten Voormalige activiteiten Bijzondere waarden

website RUD NHN bodemkwaliteitskaart website RUD NHN, www.bodemloket.nl locatie-inspectie, eerdere onderzoeken historische kaarten, opdrachtgever, locatie-inspectie lokale / regionale archieven, historische kaarten https://maps.noordholland.nl/extern/gisviewers/bodemvisie/ Archeologie http://archeologieinnederland.nl Verhardingen, bebouwingsgraad opdrachtgever / gebruiker, locatie-inspectie Eerdere onderzoeken opdrachtgever, eigen archief, RUD NHN

relevantie groot gering X X X X X X X X X X

Bodemgebruik en situatie op het terrein: De te onderzoeken locatie betreft een terrein met een oppervlakte van circa 35.790 m2, waarop een woonhuis (boerderij), een schuur en een kas aanwezig zijn. Volgens de BAG viewer van het kadaster is het woonhuis gerealiseerd in 2000. De kas is uit 1991 en de schuur uit 1975.

-4-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

De locatie bestaat uit de kadastrale eenheden H51 en H52. De schuur op de locatie is voorzien van een dak met asbesthoudende golfplaten en heeft een dakgoot. Ter plaatse van de schuur is een deel verhard met beton. In de kas zijn geen asbesthoudende materialen gebruikt. Het overige deel van de locatie is in gebruik als landbouwgrond. Volgens de bodemkwaliteitskaarten bevindt de locatie zich in zone B6 (buitengebied). Uit de kaarten blijkt dat op de locatie grond van kwaliteit “landbouw/natuur” verwacht kan worden. Bedrijvigheid / Potentiële bronnen van verontreiniging: Uit de Bodemrapportage van de RUD NHN blijkt, dat in 1998 een klein deel van de locatie is onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bouwvergunning. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan som PAK geconstateerd en in het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan chroom aangetroffen. De conclusie is dat de locatie geschikt is voor het bouwplan (zie bijlage 5). De locatie grenst aan het plan “Zandzoom”. Op de locatie “Zandzoom” zijn in het verleden diverse onderzoeken uitgevoerd, onder andere door Landview BV. De bodem op deze locatie is destijds aanvullend onderzocht op OCB’s en de door het bevoegd gezag, 13 geselecteerde bestrijdingsmiddelen. Het betreft de 7 organotin verbindingen, MCPA, atrazine, carbaryl, carbofuran, azinfosmethyl en maneb.

Over het algemeen zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Het betreft licht verhoogde gehalten aan zware metalen, som PAK en OCB’s. Lokaal zijn bij specifieke aandachtspunten (als ondergrondse tanks) bodemverontreinigingen geconstateerd. Bodemloket (www.bodemloket.nl) heeft geen aanvullende gegevens over de locatie of de directe omgeving beschikbaar. Het Archief van de regio Alkmaar heeft eveneens geen aanvullende informatie over de locatie. Vergelijking tussen luchtfoto’s en topografische atlassen uit verschillende perioden heeft opgeleverd, dat het verkavelingspatroon tot nu niet gewijzigd is; de verkavelingstructuur is altijd haaks op de wegenstructuur geweest. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er brandstoftanks, met bodemvreemd materiaal gedempte sloten of aangevoerde verstevigingmaterialen op de locatie aanwezig zijn. Asbestverwachting: Op de locatie staat een schuur. De schuur op de locatie is voorzien van een dak met asbesthoudende golfplaten en heeft een dakgoot. Dit deel van de locatie wordt als asbestverdacht beschouwd. In de kas zijn geen asbesthoudende materialen gebruikt. Het overige deel van de locatie is in gebruik als landbouwgrond. Dit deel van de locatie wordt op voorhand als niet-asbestverdacht beschouwd.

Gezien de aard van de locatie is de kans op het aantreffen van asbestresten in de bodem als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten, gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbestafval of asbestcalamiteiten wegens bijv. brand in de bodem gering. Het is niet de verwachting dat er meer dan 50 mg/kg ds asbest in de grond aanwezig is.

-5-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

Bijzondere waarden: Uit de Bodemvisie kaart van de Provincie Noord-Holland blijkt, dat de locatie zich niet bevindt in een grondwaterbeschermingsgebied. De locatie is niet binnen een aardkundig waardevol gebied gelegen of staat bekend als aardkundig monument. De bodem ter plaatse van de locatie is (onder voorwaarden) geschikt voor Warmte-koude opslag; diep dan wel ondiep. De locatie is niet gelegen in een gebied van archeologische waarde.

2.3

ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Op grond van kaartmateriaal en gegevens van de Rijksgeologische Dienst (RGD), het voormalige Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), de voormalige Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), het DLO Staring Centrum, de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Landview BV kan de volgende bodemopbouw worden verwacht. De locatie is gelegen in een gebied met een maaiveldhoogte van circa 0,4 m +NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1 m -maaiveld (mv). Dit betreft het ondiepe grondwater dat onder invloed van neerslag staat. De grondwaterstroming is naar het aanwezige oppervlaktewater toe gericht. Gezien de ligging en het neerslagoverschot is er sprake van lokale inzijging (neerwaartse stroming van het grondwater). De Pleistocene ondergrond, afgezet tijdens de laatste ijstijd, bevindt zich op een diepte tussen de 15 en 25 m -NAP. Deze goed doorlatende zandlagen worden beschouwd als het 1e watervoerende pakket. Gedurende verschillende overstromingsfasen zijn in het Holoceen, vanaf circa 10.000 jaar geleden, door de zee op de Pleistocene ondergrond mariene sedimenten afgezet en is plaatselijk veenvorming opgetreden. Deze Holocene afzettingen vormen de slecht tot matig doorlatende deklaag. De locatie is gesitueerd in een voormalige binnendelta vlakte, welke bedekt kan zijn met klei of duinzand.

Door menselijke beïnvloeding zijn natuurlijke bodemprofielen gewijzigd.

-6-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

3.

OPZET BODEMONDERZOEK

3.1

HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE

Op grond van het vooronderzoek is voor de opzet van het bodemonderzoek uitgegaan van een nietverdachte locatie, waar hooguit licht verhoogde gehalten van zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) of bestrijdingsmiddelen aangetroffen kunnen worden in de mogelijk puin houdende (boven)grond. In het grondwater worden, behalve arseen en of barium van nature, geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen verwacht.

3.2

BEMONSTERINGSSTRATEGIE

Op basis van de tot nu toe verzamelde gegevens kunnen wij er redelijkerwijs vanuit gaan, dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van ernstige bodemverontreiniging. Uitgaande van een niet-verdachte locatie met een oppervlakte van 35.790 m² worden, conform de NEN 5740 en de BRL SIKB 2000 richtlijnen de onderstaande werkzaamheden verricht. Tabel 3: werkzaamheden: Aantal grondboringen tot circa 0,5 m –mv Aantal grondboringen tot de grondwaterstand Aantal peilbuizen plaatsen (NEN) en monstername

25 9 5

Aantal analyses bovengrond Aantal analyses ondergrond Aantal analyses grondwater

6 5 5

De grond wordt in principe bemonsterd in trajecten van 0,5 m. Van deze algemene richtlijn kan worden afgeweken als tijdens het veldwerk duidelijk afwijkende lagen, zintuiglijke verontreinigingen of verschillende grondsoorten worden geconstateerd. De grondwaterstand bevindt zich op dusdanige diepte, dat de kwaliteit van het grondwater in het onderzoek dient te worden betrokken. Hiertoe worden 5 boringen verricht, welke met een peilbuis worden afgewerkt. De filterstelling van deze peilbuizen is circa 0,5 m tot 1,5 m -grondwaterstand. Na een wachttijd van één week voor het herstel van het bodemchemisch evenwicht zullen 5 grondwatermonsters uit deze peilbuizen worden genomen. Een zintuiglijke inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen maakt deel uit van het onderzoek. De opzet voor het asbestonderzoek ter plaatse van de schuur staat weergegeven in hoofdstuk 5.

3.3

CHEMISCHE ANALYSES

De grondmengmonsters en de grondwatermonsters worden geanalyseerd op de stoffen van de standaardpakketten. Deze stoffen, die zijn geselecteerd door de overheid, vormen de belangrijkste parameters (graadmeters) voor mogelijke verontreinigingen. De analyses worden, conform de AS3000 richtlijnen, uitgevoerd door Eurofins Omegam uit Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Grond De grondmonsters worden gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De boven- en ondergrond worden onderzocht op de gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). Wegens het (vroegere) gebruik van bestrijdingsmiddelen zullen de monsters aanvullend onderzocht worden op de gehalten van OCB’s.

-7-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

De gehalten worden weergegeven in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Hiertoe wordt van de grond(meng)monsters het droge stofgehalte vastgesteld. Tevens worden representatieve monsters geanalyseerd op de gehalten aan organische stof en lutum (klei) ter vaststelling van de toetsingswaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich rond 1 m –mv. De vluchtige aromatische koolwaterstoffen en de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen worden daarom bij voorkeur in het grondwater onderzocht. De aanwezigheid van deze vluchtige stoffen kan namelijk eerder worden aangetoond in het grondwater dan in de grond. Het grondwater wordt onderzocht op de concentraties aan arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische stoffen (inclusief naftaleen), (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen en minerale olie. Wegens het (vroegere) gebruik van bestrijdingsmiddelen zullen de monsters aanvullend onderzocht worden op de concentraties aan OCB’s. Door het bevoegd gezag zijn 13 bestrijdingsmiddelen geselecteerd. Het betreft de 7 organotin verbindingen, MCPA, atrazine, carbaryl, carbofuran, azinfosmethyl en maneb, deze worden in het grondwater onderzocht. Deze stoffen zullen worden genoemd de 13 ‘nieuwe’ bestrijdingsmiddelen. De concentraties worden weergegeven in microgrammen per liter (µg/l).

De pH (zuurgraad), Ec (soortelijke geleiding) en troebelheid worden in het veld bepaald.

3.4

TOETSINGSKADER

Het toetsingskader voor verontreinigende stoffen in grond wordt gevormd door de achtergrond- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de toetsing van de grondwaterkwaliteit wordt het toetsingskader gevormd door de streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten worden geïnterpreteerd aan de hand van deze toetsingskaders (zie bijlagen 4.2 en 4.3). De norm voor barium is (tijdelijk) ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium. De toetsingswaarden voor de verschillende stoffen in de grond zijn afhankelijk van de hierin aanwezige hoeveelheid klei (lutum) en organische stof, omdat de verontreinigingen zich aan deze bodemdelen hechten. De achtergrondwaarde (AW2000) van een bepaalde stof komt overeen met de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van deze achtergrondwaarde of de streefwaarde in het grondwater kunnen we spreken van een lichte verhoging.

Indien het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (tussenwaarde) wordt overschreden, kunnen we spreken van een matige verhoging. De interventiewaarde is de waarde waarboven sprake is van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde spreken we van een sterke verontreiniging. Als grondmengmonsters zijn onderzocht, kunnen de gehalten in afzonderlijke monsters hoger zijn. In een aanvullend of nader onderzoek kunnen vervolgens de enkelvoudige monsters worden geanalyseerd. Alleen met aanvullende analyseresultaten kan doorgaans voldoende inzicht worden verkregen in de omvang van de verontreinigingen.

-8-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

De ernst van een verontreiniging is, conform de Wet Bodembescherming (Wbb), gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te kunnen spreken, dient voor ten minste één stof de interventiewaarde te worden overschreden in minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater. Als een voldoende beeld van de verontreinigingen is verkregen, kan een inschatting worden gemaakt van de eventuele risico's voor de volksgezondheid en de mogelijke gebruiksbeperkingen van de locatie. Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 (en voor asbest na juli 1993) zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd. Indien visueel geen asbesthoudend materiaal is waargenomen en analytisch geen aantoonbaar gehalte aan asbest wordt gevonden, kan worden geconcludeerd dat op de locatie geen asbest is aangetoond. Indien tijdens een verkennend asbestonderzoek een gehalte aan asbest kleiner dan de helft van de interventiewaarde wordt gevonden, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader asbestonderzoek de interventiewaarde niet zal worden overschreden. Bij een gehalte aan asbest groter dan de helft van de interventiewaarde zal een nader asbestonderzoek, gericht op het vaststellen van de omvang van de verontreiniging, uitgevoerd dienen te worden.

In een nader asbestonderzoek wordt aanwezig asbest getoetst aan de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. Dit gehalte geldt voor de gewogen concentratie aan asbest. De gewogen concentratie aan asbest is gelijk aan de gemeten concentratie aan serpentijnasbest + 10 maal de gemeten concentratie aan amfiboolasbest. Voor asbest bestaat geen omvangscriterium, indien asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen is op de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

-9-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

4.

RESULTATEN BODEMONDERZOEK

4.1

RESULTATEN VELDONDERZOEK

Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 31 oktober 2018 en 1 november 2018 door de heren H. Manshanden en F. Borst. Tijdens het veldwerk zijn geen extra aandachtspunten voor mogelijke bodemverontreiniging naar voren gekomen. Achter de kas staat een klein schuurtje van hout, hierin staan spullen opgeslagen. Een deel van de locatie is verhard met beton (plein aan voorzijde van de locatie en pad langs de schuur). Voor het overige bestaat de locatie uit grasland. Gelijkmatig verdeeld over het terrein zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 10 grondboringen tot minimaal de grondwaterstand en 25 boringen tot 0,5 m -mv verricht. Daarnaast zijn 5 peilbuisboringen verricht, waarin een filter is geplaatst. Het algemene, kenmerkende bodemprofiel op de locatie tot een diepte van circa 2,5 m -mv bestaat overwegend uit matig fijn zand. Lokaal is in de ondergrond een kleilaag aanwezig. Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de opgeboorde grond aangetroffen. Aangezien de boringen met een Edelmanboor (diameter 12 cm) zijn verricht, is deze informatie slechts indicatief. Als bekend bestaat het dak van de schuur uit asbesthoudende golfplaten.

De resultaten van het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de schuur, staan weergegeven in hoofdstuk 5. Uit de in het veld genomen enkelvoudige monsters van de bovengrond zijn door het laboratorium, volgens de opdracht van Landview BV, zes mengmonsters samengesteld. Uit de monsters van de ondergrond zijn vijf mengmonsters samengesteld. Bij de monstername is soms afgeweken van de trajecten van 0,5 m gezien de geconstateerde verschillen in bodemmateriaal en visuele bijmengingen. In de onderstaande tabel is de monsterselectie van de grond weergegeven. Tabel 4: Monsterselectie grond AnalyseTraject Deelmonsters monster (m -mv) bg1 0,00 - 0,50 05 (0,00 - 0,40) 10 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) bg2 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,45) 09 (0,00 - 0,15) 11 (0,00 - 0,45) 19 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,30) 25 (0,00 - 0,25) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) bg3 0,00 - 0,50 02 (0,00 - 0,40) 06 (0,00 - 0,50) bg4 0,00 - 0,50 07 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,40) 14 (0,00 - 0,40) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50)

Analysepakket AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

- 10 -

Landview BV Bodemonderzoek

Analysemonster

Traject (m -mv)

bg5

0,00 - 0,50

bg6

0,00 - 0,50

og1

0,45 - 1,60

og2

0,40 - 1,10

og3

0,40 - 1,90

og4

0,40 - 1,60

og5

0,45 - 1,10

Rapportnummer 2018411

Deelmonsters 23 (0,00 - 0,40) 35 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,45) 13 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,45) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,40) 31 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,40) 39 (0,00 - 0,50) 01 (0,60 - 1,10) 01 (1,10 - 1,30) 03 (0,90 - 1,20) 03 (1,20 - 1,60) 07 (0,90 - 1,40) 10 (0,50 - 0,70) 11 (0,45 - 0,65) 05 (0,40 - 0,90) 05 (0,90 - 1,10) 08 (0,40 - 0,90) 09 (0,50 - 1,00) 10 (0,70 - 1,10) 11 (0,65 - 1,00) 24 (0,60 - 1,10) 02 (0,40 - 0,90) 02 (0,90 - 1,40) 02 (1,40 - 1,90) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,40) 04 (0,45 - 0,70) 04 (0,70 - 1,10) 04 (1,10 - 1,60) 07 (0,40 - 0,90) 14 (0,40 - 0,70) 14 (0,70 - 1,00) 03 (0,50 - 0,90) 12 (0,45 - 0,80) 12 (0,80 - 1,10) 13 (0,50 - 0,70) 13 (0,70 - 1,00)

Analysepakket

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

AS3000: Standaard bodem incl lutum humus OCB

Ter bemonstering van het grondwater zijn de grondboringen 1 tot en met 5 afgewerkt met een peilbuis. De filters zijn conform NEN geplaatst, gebaseerd op de tijdens het veldonderzoek ingeschatte grondwaterstand van tussen de 0,7 en 1,0 m -mv. De verbinding tussen filter en stijgbuis is geklemd. Het filter is voorzien van een filterkous. Tot een halve meter boven het filter is het boorgat opgevuld met filtergrind; hierboven is een halve meter opgevuld met Bentoniet (zwelklei). De peilbuis is niet ingemeten ten opzichte van NAP, omdat bij verkennend bodemonderzoek op niet-verdachte locaties hieraan geen prioriteit wordt gegeven. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, na het plaatsen van de peilbuis en voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven.

- 11 -

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

Bij het schoonpompen is een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De bemonstering is op 9 november 2018 door de heer F. Borst uitgevoerd. De filterstelling van de bemonsterde peilbuizen, de grondwaterstand (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 5. Tabel 5: gegevens grondwater Peilbuis Filterdiepte (m -mv) 1 2 4 4 5

1,30 - 2,30 1,20 - 2,20 1,50 - 2,50 1,30 - 2,30 1,20 - 2,20

Grondwaterstand (m -mv) 0,74 0,87 0,98 0,85 0,93

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

7,0 7,2 7,1 7,0 7,0

1260 770 930 1250 880

42,4 41,43 50 26,76 82

De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. Naar onze mening is, ondanks de verhoogde troebelheidswaarde, toch een representatief monster verkregen voor analyse. Bij de interpretatie wordt rekening gehouden met de gemeten hogere troebelheid. De boorpunten (1 t/m 40) zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2.1. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de boringen, de peilbuis, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven. Zintuiglijk waarneembare afwijkingen ten aanzien van de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen en de kleur van het bodemmateriaal zijn qua aard en mate beschreven.

4.2

ANALYSERESULTATEN GROND

Ter vaststelling van de toetsingswaarden voor de grond zijn voor dit onderzoek het organische stofgehalte en de lutumfractie van representatieve grondsoorten door het laboratorium bepaald. De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor de grond volgens de BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) van Rijkswaterstaat Leefomgeving staat weergegeven in bijlage 4.2. Tabel 6: overschrijdingstabel grond AnalyseTraject > AW (+index) monster (m -mv) bg1 0,00 - 0,50 bg2 0,00 - 0,50 bg3 0,00 - 0,50 bg4 0,00 - 0,50 bg5 0,00 - 0,50 bg6 0,00 - 0,50 og1 0,45 - 1,60 og2 0,40 - 1,10 og3 0,40 - 1,90 og4 0,40 - 1,60 og5 0,45 - 1,10 > AW >I Index

> I (+index) -

BBK monsterconclusie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

In de onderzochte mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters (standaardpakket en OCB’s) geconstateerd.

- 12 -

Landview BV Bodemonderzoek

4.3

Rapportnummer 2018411

ANALYSERESULTATEN GRONDWATER

De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. Tabel 7: overschrijdingstabel grondwater Peilbuis Filterdiepte > S (+index) (m -mv) 1 1,30 - 2,30 2 1,20 - 2,20 4 1,50 - 2,50 4 1,30 - 2,30 5 1,20 - 2,20 >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)

> I (+index) -

In de grondwatermonsters uit de peilbuizen zijn van geanalyseerde parameters (standaardpakket, OCB’s en 13 nieuwe bestrijdingsmiddelen) geen verhoogde concentraties gemeten.

- 13 -

Landview BV Bodemonderzoek

5.

Rapportnummer 2018411

ASBESTONDERZOEK

Bij een verkennend asbestonderzoek wordt met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagegaan of de verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem terecht is. Tevens kan een indicatieve uitspraak gedaan worden over het asbestgehalte in de bodem. Een verkennend asbestonderzoek bestaat uit een visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde of opgegraven grond uit de actuele contactzone of de ondergrond. Een uitspraak over mogelijke verontreiniging van de bodem kan worden gedaan op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond.

5.1

ONDERZOEKSOPZET

De voormalige schuur (oppervlakte circa 200 m 2) betreft een verdachte locatie. We gaan er, in eerste instantie, van uit dat er desondanks geen of nauwelijks asbest aanwezig is, waardoor gewerkt kan worden met een basispakket veiligheidsmaatregelen. Het maaiveld wordt uitgebreid visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, moet de locatie mogelijk worden verdeeld in meer en minder verdachte deellocaties met mogelijk verschillende onderzoekshypotheses. De visuele inspectie en de monstername zullen, door KIWA gecertificeerde medewerkers, volgens de NEN 5707, het procescertificaat BRL SIKB 2000 en VKB protocol 2018 worden uitgevoerd. Indien de grond > 50 volume% bodemvreemd materiaal bevat, worden de veldwerkzaamheden conform de NEN 5897 uitgevoerd. Gezien de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek, kunnen de werkzaamheden echter conform de NEN 5707 worden uitgevoerd. Doel van het verkennend asbestonderzoek is na te gaan of de verdenking van asbest terecht is. Middels inspectie en meting wordt nagegaan of de verwachting terecht is, dat niet meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg ds in en op de grond aanwezig is. Ter plaatse van de voormalige schuur worden handmatig 4 gaten gegraven (min. 0,3 x 0,3 m) tot in de onverdachte ondergrond (circa 0,5 m –mv).

De uitkomende grond wordt visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De uitkomende grond wordt gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 20 mm. Van de gezeefde grond wordt 1 mengmonster samengesteld, welke door het laboratorium wordt onderzocht op de aanwezigheid van asbest.

5.2

RESULTATEN VELDONDERZOEK ASBEST

De visuele inspectie en monstername is op 31 oktober 2018 uitgevoerd door de heer H. Manshanden. Tijdens de visuele inspectie was het zicht groter dan 50 meter en was van het maaiveld meer dan 25% bedekt door vegetatie en verharding. De verdachte bodemlaag op de locatie bestaat uit zand met een enkel baksteen fragment. De veldwerkzaamheden zijn volgens de planning uitgevoerd. De veldvochtigheid was tijdens de veldwerkzaamheden hoog genoeg (>10%), waardoor het risico op het vrijkomen van vezels uit de bodem zeer gering was. De inspectie-efficiëntie wordt ingeschat op 70% (zie bijlage 5). Tijdens de visuele inspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht plaatmateriaal (stukken groter dan 20 mm) waargenomen. Op basis van de visuele inspectie hoeft de onderzoeksopzet niet te worden gewijzigd. - 14 -

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

Ter plaatse van voormalige schuur zijn in eerste instantie 4 proefgaten (gat1 t/m gat4) gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot circa 0,5 m –mv. De verdachte laag heeft een dikte van circa 0,5 m (bovengrond). In de verdachte laag zijn zwakke bijmengingen met baksteen waargenomen. De grond uit de proefgaten is uitgelegd, geharkt en gezeefd. Ter plaatse van proefgat 4 is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Het betreft 2 delen plaatmateriaal met een gewicht van in totaal 160 gram. Van het plaatmateriaal is een verzamelmonster samengesteld en aangeboden aan het laboratorium om na te gaan of het daadwerkelijk asbesthoudend materiaal betreft (plaat). Na overleg met de projectleider zijn aanvullend nog 3 proefgaten (gat5 t/m gat7) gegraven. Buiten het aangetroffen plaatmateriaal in gat4, is in de grond uit de overige gaten en in de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Vanwege het aangetroffen materiaal is de monsterselectie gewijzigd. Van de grond uit proefgat 4 is een mengmonster samengesteld. Van de grond uit de overige proefgaten is eveneens een mengmonster samengesteld. In de onderstaande tabel staan de samengestelde monsters weergegeven. Tabel 8: samengestelde mengmonsters AnalyseAnalyse- gat monster monster Mmas1 mmas1 4 Mmas2

mmas2

1, 2,3,5,6,7

Grondsoort Waarnemingen zand

resten baksteen, asbestverdacht materiaal resten baksteen

zand

Er is voor gekozen om de grond uit mmas2 voorlopig niet te laten onderzoeken op de aanwezigheid van asbest. Wanneer de uitslagen van het laboratorium er reden toe geven kunnen de mengmonsters alsnog worden ingezet. In de tabellen hieronder wordt de monsterselectie weergegeven. Tabel 9a: Monsterselectie asbestmonsters AnalyseTraject Deelmonsters monster (m -mv) mmas1 0,0 - 0,5 MMA 1.1 (0,00 - 0,50) MMA 1.2 (0,00 - 0,50) mmas2 0,0 - 0,5 MMA 2.1 (0,00 - 0,50) MMA 2.2 (0,00 - 0,50)

Analysepakket AS3000 : Asbest grond NEN5898 < 17.5kg -

Tabel 9b: Monsterselectie asbestverzamelmonster AnalyseTraject Gat Deelmonsters Analysepakket monster (m -mv) plaat 0,0 - 0,5 4 Asb 1 (0,0 - 0,5) AS3000 : Asbest verzamelmonster NEN5898 < 1kg

De locaties van de sleuven zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2.2. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de sleuven, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven.

- 15 -

Landview BV Bodemonderzoek

5.3

Rapportnummer 2018411

ANALYSERESULTATEN ASBEST IN PLAATMATERIAAL

Van het aangetroffen plaatmateriaal, stukken groter dan 20 mm, is door het laboratorium 1 verzamelmonster onderzocht op de aanwezigheid van asbest. De analyseresultaten van het monster staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. In het onderzochte plaatmateriaal (plaat) dat is aangetroffen in de grond ter plaatse van proefgat 4 is een gehalte van 18.000 mg serpentijn asbest (10-15 % chrysotielasbest) aangetroffen. Het betreft hechtgebonden asbest.

5.4

ANALYSERESULTATEN ASBEST IN GROND

Van de grond is 1 mengmonster samengesteld, welke door het laboratorium is onderzocht op het gehalte aan asbest, conform NEN 5898. Het gaat hierbij om materiaal met afmetingen kleiner dan 20 mm. De analyseresultaten van het onderzoek naar asbest staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. In de onderstaande tabel staan de resultaten van de onderzochte mengmonsters weergegeven. Tabel 10: Overschrijdingstabel grond asbest AnalyseTraject Gemeten monster (m -mv) concentratie (mg/kg d.s.) mmas1 0,0 - 0,5 1,4

gebondenheid

>I

Niet-hecht

-

In het door het laboratorium onderzochte grondmonster is een gewogen concentratie aan asbest van 1,4 mg/ kg d.s. gemeten. Op basis van de nu bekende gegevens is ter plaatse van proefgat 4 een gewogen gehalte aan asbest 310 mg/kg d.s aanwezig. Op de locatie is meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg ds in de grond aanwezig. Het gehalte wordt voor een groot deel veroorzaakt door het aanwezige plaatmateriaal. Op basis van de huidige gegevens moet er een nader asbestonderzoek NEN 5707 moeten worden uitgevoerd (met sleuven). Omdat er momenteel nog een schuur staat en naast de schuur een betonpad loopt, kan er geen goed nader asbestonderzoek worden uitgevoerd. In de tabel in bijlage 8 staan de waarnemingen en berekeningen van de hoeveelheid weergegeven.

- 16 -

Landview BV Bodemonderzoek

6.

Rapportnummer 2018411

AANVULLEND BODEMONDERZOEK PFOS EN PFOA

Door de RUD NHN is aangegeven dat grond en het grondwater op de locatie aanvullend op PFOS en PFOA moeten worden onderzocht. PFOS en PFOA zijn in veelvoorkomende toepassingen gebruikt (bijvoorbeeld blusschuim of bestrijdingsmiddelen) en kunnen tot bodemverontreiniging hebben geleid. PFOS en PFOA zijn zogenaamde persistente stoffen, die niet afbreken in bodem en/of water en die op kunnen hopen in voedselketens. Het Rijk heeft geen normen of beleid opgesteld voor PFOS en PFOA als stoffen die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, hierom heeft de provincie Noord-Holland een beleidsregel opgesteld. (besluit van 11 juli 2017 met kenmerk 966922/968949). In deze beleidsmaatregel zijn normen opgenomen. In de beleidsmaatregel staat aangegeven dat er voor onderzoek zo veel als mogelijk aansluiting moet worden gezocht met bekende onderzoeksprotocollen. Bij het laboratorium is navraag gedaan of de grondmonsters, die voor het verkennend bodemonderzoek zijn genomen, kunnen worden gebruikt voor het onderzoek op PFOS en PFOA. Dit bleek niet het geval aangezien voor deze analyses het noodzakelijk is dat de monsters in speciaal verpakkingsmateriaal worden aangeleverd bij het laboratorium, hierdoor was nieuw veldwerk noodzakelijk. De veldwerkzaamheden zijn conform de NEN 5740 uitgevoerd.

6.1

RESULTATEN VELDONDERZOEK

Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 21 en 22 november 2018 door de heer F. Borst. De boringen zijn verricht nabij de eerdere boorpunten. Tijdens het veldwerk zijn geen extra bodemverontreiniging naar voren gekomen.

de

volgende

aandachtspunten

voor

mogelijke

Nabij de eerdere boorpunten zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 15 grondboringen tot minimaal de grondwaterstand en zijn 25 boringen tot 0,5 m -mv verricht. De bestaande peilbuizen zijn bemonsterd. Tijdens het veldwerk zijn ter plaatse van boorpunt 100 zintuiglijk resten baksteen waargenomen. Voor het overige zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de opgeboorde grond aangetroffen. Aangezien de boringen met een Edelmanboor (diameter 12 cm) zijn verricht, is deze informatie slechts indicatief. Uit de in het veld genomen enkelvoudige monsters van de bovengrond zijn door het laboratorium, volgens de opdracht van Landview BV, zes mengmonsters samengesteld. Uit de monsters van de ondergrond zijn vijf mengmonsters samengesteld. Bij de monstername is soms afgeweken van de trajecten van 0,5 m gezien de geconstateerde verschillen in bodemmateriaal en visuele bijmengingen. In de onderstaande tabel is de monsterselectie van de grond weergegeven. Tabel 11: Monsterselectie grond AnalyseTraject Deelmonsters monster (m -mv) aanv bg1 0,00 - 0,50 100 (0,00 - 0,50) 101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,40) 133 (0,00 - 0,50) 134 (0,00 - 0,45) 135 (0,00 - 0,50) aanv bg2 0,00 - 0,50 105 (0,00 - 0,50) 106 (0,00 - 0,50)

Analysepakket PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

- 17 -

Landview BV Bodemonderzoek

Analysemonster

Traject (m -mv)

aanv bg3

0,00 - 0,50

aanv bg4

0,00 - 0,50

aanv bg5

0,00 - 0,50

aanv bg6

0,00 - 0,50

aanv og1

0,40 - 1,20

aanv og2

0,25 - 1,20

aanv og3

0,40 - 1,20

aanv og4

0,35 - 1,20

aanv og5

0,50 - 1,20

Rapportnummer 2018411

Deelmonsters 107 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50) 130 (0,00 - 0,40) 131 (0,00 - 0,40) 132 (0,00 - 0,40) 109 (0,00 - 0,50) 110 (0,00 - 0,50) 111 (0,00 - 0,40) 136 (0,00 - 0,30) 137 (0,00 - 0,45) 138 (0,00 - 0,40) 139 (0,00 - 0,25) 112 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 114 (0,00 - 0,50) 115 (0,00 - 0,50) 117 (0,00 - 0,50) 128 (0,00 - 0,45) 129 (0,00 - 0,45) 116 (0,00 - 0,50) 118 (0,00 - 0,50) 119 (0,00 - 0,50) 120 (0,00 - 0,50) 121 (0,00 - 0,50) 127 (0,00 - 0,50) 122 (0,00 - 0,50) 123 (0,00 - 0,50) 124 (0,00 - 0,50) 125 (0,00 - 0,50) 126 (0,00 - 0,35) 132 (0,40 - 0,90) 132 (0,90 - 1,20) 133 (0,50 - 0,80) 133 (0,80 - 1,10) 134 (0,45 - 0,90) 134 (0,90 - 1,20) 135 (0,90 - 1,20) 136 (0,30 - 0,80) 136 (0,80 - 1,00) 137 (0,45 - 0,90) 137 (0,90 - 1,20) 138 (0,40 - 0,70) 139 (0,25 - 0,70) 139 (0,70 - 1,20) 128 (0,45 - 0,90) 128 (0,90 - 1,20) 129 (0,45 - 0,80) 129 (0,80 - 1,20) 130 (0,40 - 0,90) 130 (0,90 - 1,20) 131 (0,40 - 0,90) 131 (0,90 - 1,20) 125 (0,50 - 0,90) 126 (0,35 - 0,80) 126 (0,80 - 1,20) 127 (0,50 - 0,90) 127 (0,90 - 1,20) 125 (0,90 - 1,20) 135 (0,50 - 0,90) 138 (0,70 - 1,10)

Analysepakket

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

PFOS en PFOA

- 18 -

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2018411

De bemonstering is op 22 november 2018 door de heer F. Borst uitgevoerd. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven. Bij het schoonpompen is een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De filterstelling van de bemonsterde peilbuizen, de grondwaterstand (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 12. Tabel 12: gegevens grondwater Peilbuis Filterdiepte (m -mv) 1 2 3 4 5

1,30 - 2,30 1,20 - 2,20 1,50 - 2,50 1,30 - 2,30 1,20 - 2,20

Grondwaterstand (m -mv) 0,83 0,91 0,91 0,82 0,90

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

7,6 7,5 7,1 7,3 7,6

1210 760 960 1240 890

57 42,46 33,12 75 42,34

De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. Naar onze mening is, ondanks de verhoogde troebelheidswaarde, toch een representatief monster verkregen voor analyse. Bij de interpretatie wordt rekening gehouden met de gemeten hogere troebelheid. De gemeten waarden komen overeen met de eerder gemeten waarden De boorpunten (100 t/m 139) zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2.3. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de boringen, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven. Zintuiglijk waarneembare afwijkingen ten aanzien van de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen en de kleur van het bodemmateriaal zijn qua aard en mate beschreven.

6.2

ANALYSERESULTATEN GROND

Ter vaststelling van de toetsingswaarden voor de grond is, gezien de resultaten van het verkennend onderzoek, het organische stofgehalte op 2% gesteld. De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor de grond volgens de BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) van Rijkswaterstaat Leefomgeving staat weergegeven in bijlage 4.2. Tabel 13: overschrijdingstabel grond PFOS en PFOA AnalyseTraject Gehalte PFOS Gehalte PFOS monster (m -mv) Gecorrigeerd > saneringswaarde voor o.s. in µg/kg in µg/kg aanv bg1 0,00 - 0,50 0,95 8 aanv bg2 0,00 - 0,50 2,0 8 aanv bg3 0,00 - 0,50 1,1 8 aanv bg4 0,00 - 0,50 1,0 8 aanv bg5 0,00 - 0,50 0,95 8 aanv bg6 0,00 - 0,50 1,1 8 aanv og1 0,40 - 1,20 0,35 8 aanv og2 0,25 - 1,20 0,35 8 aanv og3 0,40 - 1,20 0,35 8 aanv og4 0,35 - 1,20 0,35 8 aanv og5 0,50 - 1,20 0,35 8

Gehalte PFOA Gecorrigeerd voor o.s. in µg/kg 0,75 1,8 2,2 1,2 1,1 0,65 0,35 0,35 0,75 0,35 0,35

Gehalte PFOA > saneringswaarde in µg/kg 674 674 674 674 674 674 674 674 674 674 674

In de boven- en ondergrond zijn verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA gemeten, er zijn echter volgens de beleidsregel van de provincie Noord-Holland geen sanerende maatregelen noodzakelijk. - 19 -

Landview BV Bodemonderzoek

6.3

Rapportnummer 2018411

ANALYSERESULTATEN GRONDWATER

De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. Tabel 14: overschrijdingstabel grondwater PFOS en PFOA Peilbuis Filterdiepte concentratie concentratie PFOS (m -mv) PFOS > saneringswaarde in µg/l in µg/l 1 1,30 - 2,30 0,0014 4,7 2 1,20 - 2,20 0,0032 4,7 3 1,50 - 2,50 0,0026 4,7 4 1,30 - 2,30 0,0026 4,7 5 1,20 - 2,20 0,0026 4,7

concentratie PFOA in µg/l 0,021 0,063 0,026 0,014 0,016

concentratie PFOA > saneringswaarde in µg/l 0,39 0,39 0,39 0,39 0,39

In het grondwater zijn verhoogde concentraties aan PFOS en PFOA gemeten, er zijn echter volgens de beleidsregel van de provincie Noord-Holland geen sanerende maatregelen noodzakelijk.

- 20 -

Landview BV Bodemonderzoek

7.

Rapportnummer 2018411

HERBEMONSTERING ORGANOTIN VERBINDINGEN

Er zijn geen verhoogde gehalten aan de organotin verbindigen geconstateerd, maar er staat een opmerking op dat de conserveringstermijnen voor de organotin verbindingen is verstreken. Hierover is contact geweest met het laboratorium. De monsters zijn op 9 november 2018 genomen, de monsters waren op 9 november 2018 bij het laboratorium aanwezig en de analyses op 9 november 2018 zijn gestart. Het laboratorium heeft aangegeven dat er intern een fout is gemaakt in de doorloop van het project, waardoor deze melding op het certificaat noodzakelijk was. In overleg met de opdrachtgever is besloten om nieuwe grondwatermonsters te nemen en het grondwater opnieuw te laten onderzoeken op organotin verbindingen.

7.1

RESULTATEN VELDONDERZOEK

De bemonstering is op 7 december 2018 door de heer F. Borst uitgevoerd. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven. Bij het schoonpompen is een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De filterstelling van de bemonsterde peilbuizen, de grondwaterstand (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 15. Tabel 15: gegevens grondwater Peilbuis Filterdiepte (m -mv) 1 2 3 4 5

1,30 - 2,30 1,20 - 2,20 1,50 - 2,50 1,30 - 2,30 1,20 - 2,20

Grondwaterstand (m -mv) 0,66 0,72 0,78 0,66 0,92

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

7,3 7,7 7,1 7,2 7,2

1220 800 990 1250 960

42,89 83 34,89 37,43 46,23

De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. Naar onze mening is, ondanks de verhoogde troebelheidswaarde, toch een representatief monster verkregen voor analyse. Bij de interpretatie wordt rekening gehouden met de gemeten hogere troebelheid. De gemeten waarden komen overeen met de eerder gemeten waarden

- 21 -

Landview BV Bodemonderzoek

7.2

Rapportnummer 2018411

ANALYSERESULTATEN GRONDWATER

De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. Tabel 16: overschrijdingstabel grondwater Peilbuis Filterdiepte > S (+index) (m -mv) 1 1,30 - 2,30 2 1,20 - 2,20 4 1,50 - 2,50 4 1,30 - 2,30 5 1,20 - 2,20 >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)

> I (+index) -

In de grondwatermonsters uit de peilbuizen zijn van geanalyseerde parameters (organotin verbindingen) geen verhoogde concentraties gemeten.

- 22 -

Landview BV Bodemonderzoek

8.

Rapportnummer 2018411

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In de boven- en ondergrond zijn verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA gemeten, er zijn echter volgens de beleidsregel van de provincie Noord-Holland geen sanerende maatregelen noodzakelijk. Voor het overige zijn in de mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwater zijn verhoogde concentraties aan PFOS en PFOA gemeten, er zijn echter volgens de beleidsregel van de provincie Noord-Holland geen sanerende maatregelen noodzakelijk. Voor het overige zijn in het grondwater geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De hypothese dat in de grond verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd. De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek niet bevestigd. Er zijn in de grond en in het grondwater verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA gemeten. Deze stoffen zijn in het verleden mogelijk aanwezig geweest in bestrijdingsmiddelen op de locatie. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik.

Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is er verkennend asbestonderzoek volgens de NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van de verdachte deellocatie, de schuur. Op de locatie is meer dan 50 mg (gewogen) asbest / kg ds in de grond aanwezig. Het gehalte wordt voor een groot deel veroorzaakt door het aanwezige plaatmateriaal. Op basis van de huidige gegevens moet er een nader asbestonderzoek NEN 5707 worden uitgevoerd (met sleuven). Omdat er momenteel nog een schuur staat en naast de schuur een betonpad loopt, kan er geen goed nader asbestonderzoek worden uitgevoerd. Voor het overige deel van de locatie wordt uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 door Landview BV niet noodzakelijk geacht, aangezien er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van asbest in de grond. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Bij graafwerkzaamheden, op het overgrote deel van de locatie, is volgens de CROW400 geen veiligheidsklasse van toepassing.

Wanneer de grond ter plaatse van de schuur daadwerkelijk sterk is verontreinigd met asbest zal aldaar de veiligheidsklasse zwart-niet vluchtig gelden. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente / RUD NHN.

- 23 -

Landview BV Bodemonderzoek

9.

Rapportnummer 2018411

SLOTOPMERKINGEN

Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht door Landview BV uit Hoorn. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Hoewel de grootste zorgvuldigheid wordt betracht bij de uitvoering van het onderzoek is het, juist door de steekproefsgewijze bemonstering, mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in het bodemprofiel aanwezig zijn, welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Landview BV aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook. In dit kader wordt tevens opgemerkt dat Landview BV niet kan instaan voor de volledigheid en juistheid van door derden verstrekte informatie en van eventueel door derden uitgevoerd (voor)onderzoek. Het uitgevoerde bodemonderzoek betreft een momentopname. Beïnvloeding van bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate er een langere tijd is verstreken na uitvoering van het onderzoek, dient meer voorzichtigheid te worden betracht bij het gebruik van de resultaten van het onderzoek. Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.

- 24 -

Landview BV Bodemonderzoek

10.

Rapportnummer 2018411

REFERENTIES

*

Bodem, Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN 5725:2017. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, oktober 2017.

*

Bodem, Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, NEN 5740/A1. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, februari 2016.

*

Bodem. Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond, NEN 5707. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, augustus 2015.

*

Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat voor Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 2000. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, vigerende versie.

*

Bodem, boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek, NPR 5741. Nederlands Normalisatieinstituut, Delft, 1994.

*

Wijziging Circulaire bodemsanering. Vigerende versie. Staatscourant, ’s-Gravenhage.

*

Wijziging Regeling bodemkwaliteit. Vigerende versie. Staatscourant, ’s-Gravenhage.

*

Leidraad Bodembescherming. Vigerende aflevering. SDU uitgeverij, 's-Gravenhage.

*

Kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Noord-Holland benoorden het IJ. Regionale studies, Werkgroep Noord-Holland, Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding, Wageningen, 1982.

*

Grondwaterkwaliteit. Een eerste presentatie van grondwaterkwaliteitsgegevens uit het Provinciaal Meetnet Grondwaterkwaliteit, Provincie Noord-Holland, december 1996.

*

Nota bodembeheer gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo. LievenseCSO, projectcode 14M1136, april 2016.

*

Een handelingskader voor PFAS. Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018.

*

Tijdreis, over 200 jaar topografie. www.topotijdreis.nl

- 25 -

BIJLAGE 1 REGIONALE SITUATIE

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: Zuiderloo

West erd ij k

7

25

8 2502

79

24

22

2501 37

2

38 13 24/ BEDR

18

1 18a

51

52

14

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 26 juni 2018 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=a52d9409-1347-4ae8-929f-ec58ecc5aefb