CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Vennewatersweg 18 - Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 30 oktober 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Vennewatersweg 1811.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Vennewatersweg 18, Heiloo

projectnummer 469061 revisie 01 29 maart 2021

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Vennewatersweg 18, Heiloo projectnummer 469061 revisie 01 29 maart 2021

Auteurs I. Fleuren R.L. Fens

Opdrachtgever Gemeente Heiloo t.a.v. A.L. Clemens Postbus 1 1850 AA Heiloo

datum vrijgave

beschrijving revisie 01 voorleggen ter beoordeling BG

goedkeuring C. van Tilburg

vrijgave A. van Dongen

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

2

1

Inleiding

4

2

Bureauonderzoek

5

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4

Beschrijving onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid en regelgeving Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Bekende waarden Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting Conclusies en advies voor vervolgonderzoek

5 5 5 7 7 11 13 13 16 16 16 16 17

3

Veldonderzoek

19

3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2

Motivering en probleemstelling Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie

19 19 20 21 21 23

4

Conclusies en advies

24

4.1 4.2

Beantwoording onderzoeksvragen (Selectie)advies

24 25

Literatuur en geraadpleegde bronnen

26

Lijst van afbeeldingen en bijlagen

27

Bijlagen 1 2 3

Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen

Kaartbijlagen 469061-ARCHIS 469061-ARO

Gegevens uit ARCHIS Situatiekaart met ligging boorpunten

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem

469061 4704548100 Noord-Holland Heiloo Heiloo Zuiderloo

Kaartblad 19-W RD-coördinaten N.107.041/512.101 O.107.134/512.059 Z.107.056/511.902 W.106.966/511.947 Opdrachtgever Gemeente Heiloo Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering september 2019, maart 2021 Projectteam C. van Tilburg (projectleider) I. Fleuren (archeoloog) R.L. Fens (KNA-prospector) Vrijgave conform KNA A. Brokke (senior KNA-archeoloog (4002) en senior KNA prospector (4003)) Bevoegd gezag Gemeente Heiloo Deskundige Bevoegd gezag NMF, Linda Verniers Beheer documentatie Antea Group

Afbeelding 1. Ligging plangebied (rood omlijnd) op topografische kaart.

Blad 1 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Samenvatting In opdracht van Gemeente Heiloo heeft Antea Group in mei en september 2019 een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd ten behoeve van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de uitplaatsing van twee bedrijven in het gebied Zuiderloo naar een nieuwe bestemming. De nieuwe bestemming is gelegen aan de Vennewatersweg 18 in Heiloo. In maart 2021 is een wijziging met betrekking tot de omvang van het plangebied verwerkt in dit bureau- en booronderzoek als revisie 01. In de eerdere fase (revisie 00 van dit onderzoeksrapport) bestond het plangebied uit twee percelen die kadastraal bekend staan als HLO00H51 (ter grootte van 1,989 ha) en HLO00H52 (ter grootte van 1,59 ha). De opgetelde oppervlakte van dit oude plangebied bedroeg circa 3,5 hectare. Het nieuwe, aangepaste plangebied is kleiner geworden ten opzichte van de oude versie en bedraag 1,8 ha. Volgens de nieuwe plannen is vrijwel het grootste gedeelte van perceel HLO00H51 geen onderdeel meer van het plangebied, met uitzondering van een strook aan de westelijke rand van het huidige perceel. Het plangebied is landschappelijk gezien onderdeel van het strandwallenlandschap van WestNederland.

Verder naar het oosten bevindt zich de strandwal van Heiloo-Limmen en in het westen de strandwal van Egmond, maar het plangebied zelf is onderdeel van een strandvlakte met getijdeafzettingen die deels zijn afgedekt door Oude Duinen en knipklei. Plaatselijk kan nog een veenlaag resteren. In alle boringen is een ondergrond van uiterst slap gestapeld donkergrijs grof en zwak siltig zand aangetroffen met daarin resten van schelpen. Dezelfde laag werd ook telkens aan de bovenzijde van het boorprofiel aangetroffen, waarbij het afwisselend een (vrij schoon) opgehoogd pakket leek te betreffen en op andere plaatsen vermengd was met kleibrokjes die erop wijzen dat het grof zand gedeeltelijk door diepe verspitting tot aan het oppervlak was geraakt. Dit grof zand betreft wadafzettingen (geomorfologisch een wadplaat of strandvlakte). Op twee plaatsen was boven de natuurlijke wadafzetting een fijnzandige laag aanwezig met een op het oog natuurlijke (geleidelijke) overgang. Dit fijn, sterk siltige zand met spikkels van schelpen (geen volledige schelpen) doet denken aan duinzand. Het zand was donkerbruin gekleurd door de aanwezigheid van humus. Vermoedelijk betreft het hier duinzand (oud duin), gelegen op de strandvlakte. De geconstateerde bestaande bodemverstoring varieert sterk binnen het plangebied.

De variatiebreedte ligt tussen 0,8 m –mv tot 2,7 m –mv Wij adviseren de resultaten uit dit rapport als randvoorwaardelijk te beschouwen en daarbij om het plangebied: 1. tot een diepte van 0,8 m -mv of 0,8 m –NAP vrij te geven voor alle voorgenomen of voor te nemen ingrepen;1 2. rondom boringen 01 en 02 met een buffer (straal) van 50 m te beschouwen als mogelijk relevante archeologische zone; 3. de bouwplannen te toetsen aan de voorgestelde diepte; 4. de bouwplannen archeologisch vrij te geven indien sprake is van vlakke ondiepe fundering (tot 0,8 m-mv of 0,8 m -NAP);

1 0,8 m –mv betreft de minst diep geconstateerde bodemverstoring

Blad 2 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

5. 6.

een karterend proefsleuvenonderzoek uit te voeren indien diepe funderingen (>0,8 mmv of 0,8 m –NAP) worden aangelegd zonder archeologievriendelijk palenplan; de onderzoeksinspanning ongeacht uit te voeren ter plaatse van het gebied in de zone rondom boringen 01 en 02.

Het bovenstaande betreft een selectieadvies. Dit rapport en de adviezen hierin dienen ter beoordeling te worden voorgelegd aan de adviseur van de bevoegde overheid (de gemeente), in deze Linda Verniers, NMF Erfgoedadvies. Revisiebeheer: revisie 01 In een eerdere fase heeft Antea Group een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd (2019; revisie 00). In maart 2021 is gebleken dat het plangebied kleiner is geworden ten opzichte van de oude versie. Volgens de nieuwe plannen is vrijwel het grootste gedeelte van perceel HLO00H51 geen onderdeel meer van het plangebied. De onderhavige rapportage, revisie 01, betreft een aangepaste versie van het eerdere onderzoek, waarin de nieuwe plannen zijn verwerkt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er met betrekking tot de advisering geen veranderingen hebben plaatsgevonden. Het is overigens niet bekend of de eerdere versie van het onderzoek is voorgelegd en beoordeeld door het bevoegde gezag.

Blad 3 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

1

Inleiding In opdracht van de Gemeente Heiloo heeft Antea Group in mei en september 2019 een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd ten behoeve van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de uitplaatsing van twee bedrijven in het gebied Zuiderloo in de gemeente Heiloo naar een nieuwe bestemming. De nieuwe bestemming is gelegen aan de Vennewatersweg 18 in Heiloo. In maart 2021 is een wijziging met betrekking tot de omvang van het plangebied verwerkt in dit bureau- en booronderzoek als revisie 01. In de eerdere fase (revisie 00 van dit onderzoeksrapport) bestond het plangebied uit twee percelen die kadastraal bekend staan als HLO00H51 (ter grootte van 1,989 ha) en HLO00H52 (ter grootte van 1,59 ha). De opgetelde oppervlakte van dit oude plangebied bedroeg circa 3,5 hectare. Het nieuwe, aangepaste plangebied is kleiner geworden ten opzichte van de oude versie en bedraag 1,8 ha. Volgens de nieuwe plannen is vrijwel het grootste gedeelte van perceel HLO00H51 geen onderdeel meer van het plangebied, met uitzondering van een strook aan de westelijke rand van het huidige perceel. De gemeente Heiloo is voornemens het gebied Zuiderloo te ontwikkelen tot een aantrekkelijk woongebied met circa 550 nieuwe woningen.

In het kader van deze gebiedsontwikkeling zal een transportbedrijf dat momenteel gevestigd is in Zuiderloo worden uitgeplaatst naar perceel HLO00H52 een klein gedeelte van perceel HLO00H51 aan de Vennewatersweg 18 te Heiloo. De kans bestaat dat bij eventuele graafwerkzaamheden archeologische resten worden verstoord. Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4002 en 4003 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor het KNA-protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).

Blad 4 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

2

Bureauonderzoek Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Daarbij worden vragen gesteld als “Waar kunnen we wat verwachten?”. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

2.1.1

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen onderzoeksgebied enerzijds en plangebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de werkzaamheden (zoals genoemd in de inleiding en de onderstaande paragraaf) betrekking hebben. Binnen het plangebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. Het plangebied is gelegen aan de Vennewatersweg 18 in Heiloo. Dit adres bestaat uit kadastraal perceel HLO00H52 en een strook aan de oostgrens van kadastraal perceel HLO00H51. De opgetelde oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1,8 hectare. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden in het onderzoeksgebied. Dit gebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. In dit geval is een onderzoeksgebied aangehouden bestaande uit een straal van 250 m rondom het gebied. Voor de ligging van het plan- en onderzoeksgebied wordt verwezen naar afbeelding 1 (bij de administratieve gegevens) en de kaartbijlagen.

2.1.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Perceel HLO00H52 is deels bebouwd met een woning, schuur en kas (circa 4000 m 2). De overige grond in dat perceel is deels verhard en deels braakliggend. Perceel HLO00H51 is momenteel onbebouwd en is in gebruik als landbouwperceel (zie afbeelding 2).

Blad 5 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Afbeelding 2. Recente luchtfoto met hierop het huidige gebruik van het plangebied (rood omkaderd), inclusief kadastrale perceelnummers. Bron: Esri en partners/Antea Group.

Afbeelding 3. Schetsplan voor de herinrichting van het gebied. De donkergrijze vlakken betreft geplande bebouwing. (bron: Gemeente Heiloo).

Blad 6 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Consequenties toekomstig gebruik Het huidige schetsplan (afbeelding 3) laat zien dat er op de locatie van het plangebied een transportbedrijf zal worden gevestigd. Een groot deel van het gebied zal herontwikkeld worden ten behoeve van opslag- en parkeerdoeleinden. Daarnaast wordt er een ter plaatse van de oostgrens van perceel HLO00H51 een sloot gegraven en een houtsingel aangelegd. Bij graafwerkzaamheden (ongeacht de omvang) bestaat de kans dat archeologische resten worden vestoord.

2.1.3

Archeologisch beleid en regelgeving In de nota Cultuurhistorie (2011) is het gemeentelijk beleid op het gebied van archeologie opgenomen. Nadere regelgeving is verder in het bestemmingsplan opgenomen. Kadastraal perceel HLO00H52 is onderdeel van bestemmingsplan Zandzoom (2018). In het voorontwerp (2016) geldt voor dit bestemmingsplan een dubbelbestemming archeologie. Het gebied heeft een zeer hoge archeologische waarde. Volgens de regelgeving is archeologisch onderzoek verplicht indien de bodemingrepen dieper gaan dan 0,5 m-mv en de oppervlakte van het gebied groter is dan 50 m2.2 Kadastraal perceel HLO00H51 is onderdeel is van het (verouderde) bestemmingplan Landelijk Gebied Heiloo (1997). Voor dit gedeelte van het plangebied is geen digitaal bestemmingsplan beschikbaar.3

2.1.4

Landschappelijke situatie Geologie Het plangebied is gelegen in een strandvlakte met wad- en kwelderafzettingen, deels afgedekt door oude duinen alsook met een kleidek. Het landschap langs de kust van Noord-Holland kent een dynamische wordingsgeschiedenis. Het ontstaan van dit kustgebied gaat terug tot in het begin van het Holoceen (circa 9000 voor Chr.) en hangt nauw samen met de relatieve zeespiegelstijging die vanaf dat moment inzet. De kustlijn verschoof met het stijgende water steeds verder naar het oosten en bevond zich bij aanvang van het Subboreaal (circa 3850 voor Chr.) zelfs ten oosten van de huidige kust. Daarna begon de kust zich te sluiten en naar het westen uit te breiden, wat mede in de hand werd gewerkt door een minder snelle stijging van de zeespiegel. De basis van de kustbarrière wordt gevormd door een serie van evenwijdig aan de kustlijn gelegen strandwallen. Dit zijn langgerekte zandruggen die onder mariene omstandigheden gevormd zijn. Heiloo is gelegen op een dergelijke strandwal die rond 2500 voor Chr. gevormd is. Zodra dergelijke strandwallen ruim boven het gemiddelde hoogwater kwamen te liggen vielen deze droog en ontstonden er lage duinen door de wind: de Oude Duinen.

2 Bestemmingsplan Zandzoom (voorontwerp, 2016): NL.IMRO.0399.bpZandzoom-0201. 3 “Omdat beide delen samen één plangebied vormen, geldt voor het hele plangebied het strengste regime.” (memo NMF-

2019-119-LV; L. Verniers, 13 mei 2019)

Blad 7 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Tussen de strandwallen zijn lager gelegen strandvlakten gesitueerd. Het huidige plangebied is gesitueerd in een dergelijke strandvlakte, waar tevens duinvorming heeft plaatsgevonden (zie afbeelding 4; blauwgroene legenda-onderdelen). Aanvankelijk bestond het gebied uit een getijdelandschap van wadden en kwelders. Na de vorming van de strandwal van Egmond (circa 1000 voor Chr.) ten westen van het gebied verlandde het getijdelandschap en kwam er een einde aan de directe invloed van de zee. Via een aantal geulen stond het gebied in verbinding met het Oer-IJ-estuarium in het zuiden dat bij Castricum uitmondde in de zee. In de eeuwen voor het begin van de jaartelling slibde het zeegat bij Castricum steeds verder dicht. De invloed van de zee nam af, waardoor veenvorming ontstond. In de 10e eeuw na Chr. bedekte het veen de gehele westelijke strandvlakte. Aan het einde van de vroege middeleeuwen is het veen ontgonnen, waardoor er een sterke ontwatering (en maaivelddaling) van het gebied plaatsvond. In de late middeleeuwen is over de ontgonnen veenvlakte tijdens overstromingen een dek zware klei afgezet (knipklei).4

Afbeelding 4. De strandwal en strandvlakte in de omgeving van het plangebied (rood omkaderd). Afbeelding is noordgericht, niet op schaal (bron: RAAP-rapport 740, kaartbijlage 1: resultaten archeologisch onderzoek).

Geomorfologie en AHN Het hele langwerpige systeem van strandwallen werd plaatselijk doorbroken door zeegaten, zoals bijvoorbeeld de Oer-IJ, waardoor rivieren in zee uitmondden en de zee via wijdvertakte kreeksystemen het achterland kon binnendringen. Volgens de Geomorfologische Kaart van Nederland, 1:50.000 (afbeelding 5) is het plangebied deels gelegen in een getij-kreekbedding / zee-erosiegeul (code 22R71) en deels in binnendelta-welvingen (2M43yms). Ten oosten van het plangebied bevindt zich de strandwal van Heiloo-Limmen (4B76ysE) en ten westen bevinden zich afgegraven en / of geëgaliseerde duinen op de strandwal van Egmond (2M92E). Uit de nadere kartering die door RAAP is uitgevoerd, komt een nog gedetailleerder beeld naar voren van de 4 Tol & Bekius, 2002.

Blad 8 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

geulen en de strandvlakte in het gebied. Tevens blijkt uit die kaart ook dat restanten van (oude) duinen zich in deze strandvlakte bevinden (zie afbeelding 9).

Afbeelding 5. Geomorfologische Kaart van Nederland met hierop het plangebied (rood kader) (bron: Esri & partners).

Blad 9 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Afbeelding 6. Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 (maaiveldmetingen, shaded reliefbewerking) met hierop het plangebied (bron: Esri & partners).

Op de hoogtekaart op basis van het Actueel Hoogtebestand van Nederland5 (zie afbeelding 6) is duidelijk te zien dat het gebied relatief laag gelegen is: beide percelen zijn gelegen op circa 0 m NAP. Ten oosten van het gebied is de hoger gelegen strandwal van Heiloo-Limmen duidelijk zichtbaar. Bodem en grondwater Op de bodemkaart is te zien dat het plangebied gelegen is in knippige poldervaaggronden, bestaande uit zavel en met een profielverloop 2 (zie afbeelding 7; code gMn52C). Dergelijke gronden bestaan feitelijk uit zeeoverstromingsklei (ontstaan in de late middeleeuwen) en komen veelvuldig voor op de flanken van de strandwallen en de strandvlakteafzettingen. De bollenteelt was aanvankelijk (tot in de 19e eeuw) sterk gebonden aan afgegraven duinen en strandwallen. Het zand werd afgegraven ten behoeve van stedenbouw en voor het aanzanden van veengronden. Later zijn ook veel strandvlakten (zoals het onderhavige plangebied) in gebruik genomen voor de teelt van bloembollen. Voor het geschikt maken van strandvlakten voor bollenteelt kan plaatsvinden door aanzanding van kalkrijk zand of door het diepdelven van kalkrijk zand uit de ondergrond. Bij laatstgenoemde activiteit kan de bodem tot 4-6 m zijn omgewerkt om dit zand te verkrijgen. 6

5 ahn.nl/ahn-viewer. 6 Jongmans, et al. 2012.

Blad 10 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Afbeelding 7. Bodemkaart van Nederland met hierop het plangebied (rood kader) (bron: Esri & partners).

2.1.5

Historische situatie en mogelijke verstoringen Bewoningsgeschiedenis en historische situatie De historische bewoning in het Noord-Hollandse kustlandschap concentreert zich van oudsher op de strandwallen en de Oude Duinen. Op deze gebieden vond vanaf het neolithicum continu bewoning plaats. De natte en met veen bedekte strandvlakten waren gedurende grote delen van de prehistorie minder geschikte woonlocaties, maar bewoning was wel mogelijk op de kleinere duintjes die op de strandvlakte aanwezig waren. Pas in de late-ijzertijd en in de Romeinse tijd wordt het veengebied van Noord-Holland ontgonnen. De bewoning verdwijnt in de late Romeinse tijd echter weer, om vervolgend weer sterk toe te nemen in de vroege middeleeuwen. In deze periode wordt het veengebied opnieuw en op grote schaal ontgonnen.7 Door de massale veenontginningen daalde het maaiveld als gevolg van inklinking en oxidatie, waardoor het gebied kwetsbaar werd voor wateroverlast. Door overstromingen werd klei afgezet en slibden sloten dicht. In de periode 1100-1300 werden derhalve verschillende dijken en dammen aangelegd. Tevens maakte de daling van het maaiveld het noodzakelijke om het gebied in te polderen. Vanaf circa 1300 behoort het huidige plangebied tot de Vennewaterspolder.

Het gebied bleef echter te nat voor akkerbouw, waardoor het huidige plangebied (en de strandvlakten in zijn algemeenheid) met name in gebruik werden genomen als grasland en weidegrond. Vanaf de 19e eeuw nam de tuinbouw en met name de bloembollenteelt sterk toe in Heiloo. Op de kadastrale minuut (1811-1832, zie afbeelding 8) en op de topografisch militaire kaart (afbeelding 9) is het open karakter van het gebied duidelijk te zien. Pas omstreeks het 7 Tol & Bekius, 2002.

Blad 11 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

midden van de 20e eeuw is er bebouwing aanwezig ten zuiden van de Vennewatersweg (zie afbeelding 10).

Afbeelding 8. Het plangebied (bij benadering) op de kadastrale minuut (1811-1832), niet op schaal en niet noordgericht (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Afbeelding 9. Het plangebied op de topografisch en militaire kaart uit circa 1850 (bron: Esri & partners).

Blad 12 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Afbeelding 10. Het plangebied circa 1965 (bron: Esri & partners).

Mogelijke verstoringen Het plangebied is in gebruik (geweest) voor de bloembollenteelt. Uit eerder onderzoek is gebleken dat met name deze gronden diep verstoord zijn. De bodem is vaak afgegraven en diep omgezet.8

2.2

Bekende waarden

2.2.1

Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 250 rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 469061–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen In het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen AMK-terreinen aanwezig. Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken en archeologische waarnemingen Met betrekking tot het huidige plangebied is het met name een eerder uitgevoerd onderzoek door RAAP van belang. In het kader van een gemeentelijke herontwikkeling Heeft RAAP in 2001 8

Jongmans, et al. 2012.

Blad 13 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

een uitgebreid onderzoek (‘Aanvullende Archeologische Inventarisatie’) uitgevoerd in het plangebied ‘Zandzoomgebied’ (zaakid. 2080699100). Hierbij is ook het huidige plangebied door middel van boringen onderzocht. Vóór de uitvoering van het bovenstaande onderzoek door RAAP waren er in de westelijke strandvlakte 17 locaties met archeologisch vondstmateriaal bekend. Het merendeel van deze vindplaatsen is ontdekt tijdens een uitgevoerde veldkartering in de jaren ’80 van de vorige eeuw (zaakid. 2030364100). Het gaat hierbij met name om oppervlaktevondsten uit de periode bronstijd tot de late middeleeuwen.9 In de directe omgeving van het huidige plangebied zijn o.a. Romeins aardewerk (‘vindplaats 6’ en ‘vindplaats 9’; zaakid. 2968702100 & 2968727100) en kogelpotaardewerk uit de late middeleeuwen aangetroffen (‘vindplaats 22’; zaakid. 2969294100). In 2001 heeft RAAP een uitgebreid onderzoek (‘Aanvullende Archeologische Inventarisatie’) uitgevoerd in het plangebied ‘Zandzoomgebied’. Hierbij is ook het huidige plangebied door middel van boringen onderzocht. ‘Zone 19’ betreft vrijwel de gehele westelijke strandvlakte (en dus ook het onderhavige plangebied). Het RAAP onderzoek heeft in dit deelgebied alleen al 23 nieuwe vindplaatsen opgeleverd, uit de periode bronstijd - nieuwe tijd. Op deze locatie kunnen archeologische resten voorkomen op de kwelderafzettingen en Oude Duinen.

Het veldonderzoek heeft aangetoond dat de kwelderafzettingen waarschijnlijk bewoond waren tijdens de periode bronstijd en vroege ijzertijd. Ten oosten van het plangebied zijn bij een proefsleuvenonderzoek in 1996 bewoningssporen uit deze periode aangetroffen (‘vindplaats 46’; zaakid. 3004121100); waarschijnlijk maakt deze locatie onderdeel uit van een groter onderzettingsterrein (zie afbeelding 11), gelegen vlakbij de strandwal Heiloo-Limmen op een zandrug. Tevens is direct ten zuidwesten van het plangebied aardewerk uit de bronstijd aangetroffen (‘vindplaats 54’; zaakid. 3051775100). Ook zijn bij het veldonderzoek aanwijzingen voor bewoningssporen in de Oude Duinen aangetroffen. Het gaat hierbij om boringen waarin indicatoren en/of ‘vuile’ lagen zijn aangetroffen in het duinzand. Dergelijke vuile lagen zijn ook aangetroffen in de directe omgeving van het plangebied, o.a. boring 215 (zaakid. 3051920100; met houtskoolresten uit de periode bronstijd); boring 373; boring 380; en boring 395 (zaakid. 3051386100). Van belang is ook dat er archeologische resten zijn aangetroffen op de wadafzettingen. Op ‘vindplaats 27’ (zaakid. 2026688100) zijn off site structuren in de vorm van twee greppels uit de bronstijd aangetroffen. Naar verwachting blijven de structuren in de wadafzettingen beperkt tot dergelijke off site structuren uit de bronstijd en Romeinse tijd.

Na deze perioden raakten deze afzettingen overgroeid met veen. Daarnaast is gebleken dat het gebied (i.e. het veen) ook vanaf de tweede helft van de vroege middeleeuwen bewoond is geweest. Het veen is echter vrijwel volledig verdwenen, waardoor sporen uit de middeleeuwen alleen in diep ingegraven grondsporen of als losse vondsten aantroffen kunnen worden. Op ‘vindplaats 53’, direct ten zuiden en aangrenzend aan het huidige plangebied is aardewerk uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd aangetroffen (zaakid. 3051767100).

9 Ravesloot & Perk, 1987.

Blad 14 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Afbeelding 11. Uitsnede Plangebied Zandzoomgebied Gemeente Heiloo – Resultaten archeologisch onderzoek. Hierop aangegeven: het huidige plangebied (rood kader) en bovengenoemde vindplaatsen / boorlocaties (met pijlen verduidelijkt). Bron: RAAP-rapport 740.

Blad 15 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

2.2.2

Ondergrondse bouwhistorische waarden Er zijn geen bouwhistorische waarden bekend in het plangebied. Ook de huidige bebouwing (op perceel HLO00H52) betreft geen historische bebouwing. Tot het midden van de 20e eeuw was de Vennewatersweg ter plaatse nog onbebouwd.

2.3

Archeologische verwachting

2.3.1

Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart De Provincie Noord-Holland wil dat de gelaagdheid van het landschap wordt meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen en heeft haar archeologische belangen ondergebracht in de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie.10 Het plangebied ligt hierin niet in één van de door de provincie aangewezen archeologisch monumenten en ook niet in een regio van provinciaal archeologisch belang. Gemeentelijke verwachtingskaart Op 9 mei 2011 is de Nota Cultuurhistorie vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. In de nota Cultuurhistorie is ook het gemeentelijk beleid op het gebied van archeologie opgenomen. De archeologische waarde van een gebied wordt door de gemeente bepaald door het gebied te toetsen aan aspecten geomorfologie, historische wegen en bekende archeologische vindplaatsen. Het huidige plangebied is onderdeel van bestemmingsplan Zandzoom. Voor het gehele gebied geldt een zeer hoge archeologische verwachting, omdat het plangebied Zandzoom grotendeels op een strandwal is gesitueerd en vanaf de prehistorie (tijdelijk) bewoonbaar was.11 De Vennewatersweg is bovendien een historische verbindingsweg.

2.3.2

Gespecificeerde archeologische verwachting Datering Binnen het plangebied kunnen archeologische resten worden aangetroffen uit de periode bronstijd – nieuwe tijd. Hierbij geldt met name een hoge verwachting voor de periode bronstijdvroege ijzertijd, en de periode ijzertijd – vroege middeleeuwen. Deze hoge verwachting is voornamelijk gebaseerd op de aanwezigheid van getijdeafzettingen en Oude Duinen die in het plangebied zijn gevormd. In de bronstijd en vroege ijzertijd waren de drooggevallen getijdeafzettingen plaatselijk bewoonbaar. Deze afzettingen werden in de loop van de ijzertijd overdekt door Oude Duinen. Deze Oude Duinen in de periode ijzertijd – vroege middeleeuwen bewoonbaar. Voor de overige perioden geldt een lage verwachting. Complextype • Kwelderafzettingen: nederzettingen en akkersystemen (periode bronstijd-vroege ijzertijd)

10 http://maps.noord-holland.nl/extern/gisviewers/ilc/ 11 Bestemmingsplan Zandzoom (voorontwerp, 2016): NL.IMRO.0399.bpZandzoom-0201.

Blad 16 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

• •

Oude Duinen: nederzettingen en akkersystemen (periode ijzertijd – vroege middeleeuwen) Strandvlakte/wadafzettingen: off-site structuren (periode bronstijd – Romeinse tijd)

Omvang Eventuele archeologische resten kunnen variëren van puntvondsten of kleinschalige vindplaatsen tot resten die veel omvangrijker zijn dan de uit te voeren ontgraving (zoals ontginningssporen of akkersystemen). Eventuele huisplaatsen en nederzettingen kunnen een omvang hebben van slechts enkele vierkante meters tot enkele honderden vierkante meters. Diepteligging Archeologische resten kunnen direct onder de bouwvoor worden aangetroffen. In de omgeving van het plangebied is de (laat-middeleeuwse) knipklei onder een circa 0,3 m dikke bouwvoor aangetroffen. In de omgeving van het plangebied ligt de top van de getijdeafzettingen gemiddeld op circa 0,75 m-mv / 0,8 m-NAP. De top van de Oude Duinen ligt in de omgeving van het plangebied op circa 0,4 m -mv / 0,45 m-NAP (de dikte van de pakket duinzand is daarmee gemiddeld 0,35 m). Locatie Bij eerdere onderzoeken in de omgeving van het plangebied is gebleken dat vrijwel overal archeologische resten kunnen worden aangetroffen (ook buiten de bekende strandwallen), mits de bodem intact is. Een voorbeeld hiervan is vindplaats 46 (Volkstuincomplex Vlooiendijk, zie voor locatie afb. 9), die zich net buiten de strandwal Heiloo-Limmen bevond op een zandrug op de strandvlakte en waar resten uit de late bronstijd en vroege ijzertijd zijn aangetroffen. Uiterlijke kenmerken • Nederzettingen: o.a.

paalgaten (huizen, spiekers, opstallen, schuren), greppels, waterputten en afvalkuilen. • Off site-structuren: o.a. greppelsystemen, rituele deposities. Mogelijke verstoringen Met name het gebruik van het gebied als bollenland kan de ondergrond ernstig verstoord hebben. Andere mogelijke verstoringen kunnen veroorzaakt zijn door vroegere ontginningswerkzaamheden van het veen alsook door grondverbeteringen in de 20e eeuw.

2.4

Conclusies en advies voor vervolgonderzoek Het plangebied is landschappelijk gezien onderdeel van het strandwallenlandschap van WestNederland. Verder naar het oosten bevindt zich de strandwal van Heiloo-Limmen en in het westen de strandwal van Egmond, maar het plangebied zelf is onderdeel van een strandvlakte met getijdeafzettingen die deels zijn afgedekt door Oude Duinen en knipklei. Plaatselijk kan nog een veenlaag resteren. Binnen dit gebied kunnen archeologische resten met name worden aangetroffen op de hoger gelegen kwelderafzettingen (periode bronstijd – vroege ijzertijd) en Oude Duinen (periode ijzertijd – vroege middeleeuwen). Hierbij moet voornamelijk worden gedacht aan sporen van nederzettingen en akkersystemen. Deze hoge verwachting is aan de hand van eerdere onderzoeken in de regio bevestigd. Tevens is bij eerder onderzoek aangetoond dat ook in de

Blad 17 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

lager gelegen wad- en strandvlakteafzettingen archeologische resten gevonden kunnen worden. Hierbij moet met name worden gedacht aan off-site structuren, zoals greppelsystemen. Het plangebied is voor een groot deel in gebruik (geweest) als bollenland. Eerdere onderzoeken hebben uitgewezen dat juist op bollenvelden de ondergrond diep verstoord is. Ter plaatse van de huidige percelen zijn in 2001 door RAAP meerdere archeologische boringen verricht in het kader van een omvangrijke archeologische inventarisatie. Bij al deze boringen bleek de bodem inderdaad ernstig verstoord (variërend van 0,6 -2 m-mv) en zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het gehele perceel is derhalve ook als ‘verstoord’ gebied opgenomen en weergegeven in de bij dat rapport opgenomen kaartbijlage. Echter, bij een onderzoek van Vestigia in 2009 is gebleken dat een terrein dat volgens het RAAP onderzoek verstoord was, niet geheel verstoord bleek te zijn. In dit geval bleken enkel de bovenste duinafzettingen en veenlaag(en) verstoord, maar was de strandvlakte nog grotendeels intact. Gelet op het huidige plangebied valt tevens op dat er bij het RAAP-onderzoek slechts drie boringen zijn gezet op perceel HLO00H52. Ter plaatse van de kas, die momenteel in gebruik is als caravanstalling, zijn geen boringen gezet.

Gelet op de algehele (middel)hoge archeologische verwachting voor het plangebied en de reeds aangetroffen archeologische vindplaatsen en vondsten in de omgeving van het plangebied adviseren wij derhalve een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend boordonderzoek. Dit onderzoek dient in eerste instantie om te bepalen of de gehele of gedeeltelijke gelaagdheid van de bodem (d.w.z. klei, veen, oude duin-, kwelder-, of wadafzettingen) intact is, en of de verwachte verstoring inderdaad tot in de diepere gelaagdheid aanwezig is. Het verkennend onderzoek heeft verder geen karterend doel (karteren: het opsporen van archeologische vindplaatsen). In een memo aan de gemeente heeft NMF Erfgoedadvies de gemeente geadviseerd om tot dit doel een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren.12

12 Verniers, 2019.

Blad 18 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

3

Veldonderzoek

3.1

Motivering en probleemstelling Vanuit eerdere ervaring is gebleken dat archeologisch relevante lagen in het grondgebied van Heiloo niet altijd als zodanig herkenbaar zijn; bovendien dat niet alleen op de strandwallen, maar ook op de flanken van strandwal naar strandvlakte archeologische resten gevonden kunnen worden. Een tweede constatering in de omgeving van het plangebied is dat ‘verstoring’ door bollenteelt niet automatisch betekent dat de archeologische vindplaatsen geheel verstoord zijn. Immers de bollenteelt staat erom bekend dat er diep gewoeld is om de juiste textuur van het teelzand te verkrijgen, maar indien deze textuur door ondiep woelen kon worden verkregen, dan kan de bodem onder het bollenveld nog relatief intact zijn. De archeologische resten kunnen dan in de vorm van grondsporen nog in de ondergrond aanwezig zijn, ook als het oorspronkelijke loopvlak op een relevante afzetting is verdwenen. Op grond van bovenstaande eerdere bevindingen acht de archeologisch adviseur namens de gemeente (die wij telefonisch over dit project hebben gesproken) het niet mogelijk om via een booronderzoek archeologische vindplaatsen op te sporen (karteren). Het opsporen van archeologische vindplaatsen dient te geschieden door middel van proefsleuvenonderzoek.

In het archeologisch bureauonderzoek dat wij hebben uitgevoerd (zie hoofdstuk 2) is gebleken dat het archeologisch onderzoeksbureau RAAP rond het jaar 2000 reeds in het plangebied archeologische boringen heeft geplaatst. De conclusie van het destijds uitgevoerde onderzoek is dat de bodem er (door het gebruik als bollenveld) ‘diep is verstoord’. De exacte diepte van de verstoring is echter niet bekend doordat de hoofdtekst van het destijds uitgevoerde onderzoek openbaar beschikbaar is gesteld, maar de boorstaten (bijlage) hierbij zijn weggelaten. Behalve dat de verstoringsdiepte (ter plaatse van het bollenveld) niet bekend is, is ook niet bekend wat het verschil in verstoringsdiepte is tussen de ondergrond in de kas en het bollenveld buiten. Wij zijn het verder eens met het advies van NMF Erfgoedadvies dat een (karterend) proefsleuvenonderzoek de juiste methode is om in dit gebied eventuele vindplaatsen op te sporen, maar er zijn op dit moment onvoldoende gegevens bekend om te kunnen toetsen op welke diepte eventuele vindplaatsen aanwezig kunnen zijn en of deze door de voorgenomen plannen kunnen worden verstoord.

3.2

Doel- en vraagstelling Het doel van het booronderzoek (verkennende fase) is het vaststellen van de diepte van de bestaande verstoringsdiepte op het perceel waar de terreinen zullen worden ingericht, te weten perceel HLO00H52 ter plaatse van het (braakliggende) bollenland en de bestaande kas. Het betreft een onderzoek in de verkennende fase van de archeologische monumentenzorg. Een verkennend onderzoek dient niet om archeologische vindplaatsen op te sporen, maar dient om in het deel van het plangebied waar ingrepen staan gepland de bestaande verstoringsdiepte vast te stellen en ten tweede om te bepalen of de (intacte) bodem geschikt zou kunnen zijn voor de aanwezigheid van archeologische resten. Zodra de verstoringsdiepte uit dit booronderzoek bekend is, kan deze visueel op kaart worden weergegeven en kan op het moment dat er een

Blad 19 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

concreet bouwkundig plan is, deze worden getoetst aan de benodigde diepte van de ingrepen voor de nieuwbouw. Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen: • •

• • • • • •

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Is er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig en/of zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die hierop kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van de bureaustudie? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan?

De uitkomst van het booronderzoek kan a.) vrijgave zijn op grond van een geconstateerde diepe verstoring van alle relevante lagen; b.) vrijgave op grond van de toets waarbij de verstoringsdiepte wordt afgezet tegenover het voorgenomen bouwplan; of c.) bestaan uit het advies tot het uitvoeren van (karterend) vervolgonderzoek ter plaatse van aan te wijzen kansrijke zones binnen het plangebied (proefsleuvenonderzoek).

3.3

Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering

5 september 2019

Veldteam

R.L. Fens (KNA-prospector, KNA-archeoloog) I. Fleuren (archeoloog) Stormachtige wind, zonnig met buien, 14-18 °C.

Weersomstandigheden Boortype Methode conform Leidraad SIKB13 Motivatie boormethode

9 cm Edelman (bovengrond) 3 cm guts n.v.t. (verkennend onderzoek De motivering voor het verkennende booronderzoek is hierboven (paragraaf 3.1) toegelicht. Voor een dekkend beeld wordt een minimum van 5 boringen aangehouden per hectare of minimaal 6 per plangebied. De boringen dienen diep genoeg te worden gezet om uitspraken te kunnen doen over de (top van de) oude duinafzettingen en over de (top van de) kwelder- of wadafzettingen: vermoedelijk binnen 1,2-2 m –mv, onder de knipklei. Het booronderzoek beperkte zich tot het oostelijke perceel, aangezien in het westelijke perceel op dit moment geen bodemingrepen worden voorzien. Aangezien er tijd over was zijn er (conform het plan van aanpak14) ook aanvullende boringen verricht op het noordwestelijke

13 Tol e.a. 2012 14 Fens & Fleuren, 2019.

Blad 20 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Aantal boringen Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleo-landschap Wijze inmeten boringen Overige toegepaste methoden

perceel (boringen 09-12) om te kijken of de bodemsituatie daar verschilt van het oostelijke. 01-08: boringen perceel HLO00H52 09-12: aanvullende boringen, perceel HLO00H51 Ten behoeve van een eventuele landschappelijke reconstructie zijn de boringen zoveel mogelijk in raaien geplaatst Toughpad GPS De adviseur namens bevoegd gezag heeft gevraagd om van vegetatielagen, humeuze kleilagen en/of veenlagen een monster(pot) mee te nemen. Deze kan worden opgeslagen bij de gemeente ten behoeve van eventueel landschappelijk-/archeologisch onderzoek. Er zijn geen monsters verzameld.

Wijze onderzoek / NEN 5104/ASB beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische Snijden/verbrokkelen indicatoren Bemonstering n.v.t. Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering Afwijkingen t.o.v. PvA

3.4

Nihil n.v.t. Het onderzoek is conform de beschreven strategie in het Plan van Aanpak uitgevoerd.

Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in Bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage.

3.4.1

Bodemopbouw Beschrijving bodem en verstoring In het plangebied is een aantal variaties op hetzelfde bodemtype aanwezig. De bovenzijde van het profiel bestaat uit 0,5 tot -0,95 m pakket zand, verdeeld in een humeus aangerijkte bouwvoor van 0,3 tot 0,4 m en een (donker)grijs tot grijsbeige pakket matig grof schelphoudend zand. Onder deze laag is in boringen 04, 05 en 06 (meest zuidoostelijke raai) een pakket zware, blauwgrijze klei (Ks2) aanwezig. In boring 04 heeft dit kleipakket de grootste dikte (van 0,7 m –mv tot 1,8 m –mv) en ziet deze er intact uit. In boring 05 en 06 is de kleilaag rommelig. In de overige boringen ontbreekt de klei als laag, maar op diverse plaatsen zijn tot geruime diepte brokken klei aangetroffen tot circa 2,7 m –mv. In boring 01 en 02 is onder matig grofzandige lagen van de bovengrond op een diepte van 1,3 m tot 1,4 m-mv respectievelijk 1,0 tot 1,1 m –mv een laag zeer fijn, matig vast, uiterst siltig fijn zand aangetroffen. Het zand is donkerbruin gekleurd en matig humeus. In tegenstelling tot de grofzandige lagen hierboven en hieronder, waarin vaak volledige zeeschelpen aanwezig zijn, zijn de schelpresten in deze laag slechts als spikkels bewaard. De laag is aan de bovenzijde scherp begrensd, maar gaat aan de onderzijde geleidelijk over in grofzandige, slappe, grijze

Blad 21 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

schelphoudende ondergrond. De laatste laag vormt voor het gehele plangebied de onderzijde van het profiel. De laatst te noemen bijzonderheid is een rommelige zwarte laag die in boring 11 en 12 de onderzijde van de verstoorde bodemopbouw begrensd op een diepte van circa 1 tot 1,5 m –mv. De geconstateerde bestaande bodemverstoring varieert sterk binnen het plangebied. De variatiebreedte ligt tussen 0,8 m –mv tot 2,7 m –mv (zie onderstaande tabel). De zeer diepe verstoringen zitten hoofdzakelijk in de zuidelijke helft van de percelen (boringen 03, 07, 09, 10). boring 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11

Verstoringsdiepte t.o.v. maaiveld 0,9 m -mv 1,0 m -mv 2,5 m -mv 0,7 m -mv 1,1 m –mv 0,85 m -mv 2,5 m -mv 0,81 m -mv 2,7 m -mv 2,7 m – mv 1,5 m -mv

verstoringsdiepte t.o.v. NAP 0,9 m - NAP 1,0 m - NAP 2,5 m - NAP 0,8 m - NAP 1,2 m - NAP 0,85 m -NAP 2,5 m - NAP 0,91 m - NAP 2,6 m - NAP 2,6 m - NAP 1,4 m - NAP

12

1,55 m -mv

1,55 m - NAP

opmerking fijne zandlaag aanwezig onder verstoring, afgetopt fijne zandlaag aanwezig onder verstoring, afgetopt in verstoring brokken van doorgebroken kleilaag onder verstoring kleilaag aanwezig kleilaag aanwezig, maar rommelig kleilaag aanwezig, maar rommelig in verstoring brokken van doorgebroken kleilaag onder verstoring alleen matig grofzandige afzetting in verstoring brokken van doorgebroken kleilaag in verstoring brokken van doorgebroken kleilaag onderin verstoring veenhoudend of slibhoudend (uiterst humeus) matig grof zand onderin verstoring veenhoudend of slibhoudend (uiterst humeus) matig grof zand, klei

Interpretatie In alle boringen is een ondergrond van uiterst slap gestapeld donkergrijs grof en zwak siltig zand aangetroffen met daarin resten van schelpen. Dezelfde laag werd ook telkens aan de bovenzijde van het boorprofiel aangetroffen, waarbij het afwisselend een (vrij schoon) opgehoogd pakket leek te betreffen en op andere plaatsen vermengd was met kleibrokjes die erop wijzen dat het grof zand gedeeltelijk door diepe verspitting tot aan het oppervlak was geraakt. Dit grof zand betreft wadafzettingen (geomorfologisch een wadplaat of strandvlakte). Op twee plaatsen was boven de natuurlijke wadafzetting een fijnzandige laag aanwezig met een op het oog natuurlijke (geleidelijke) overgang. Dit fijn, sterk siltige zand met spikkels van schelpen (geen volledige schelpen) doet denken aan duinzand. Het zand was donkerbruin gekleurd door de aanwezigheid van humus. Vermoedelijk betreft het hier duinzand (oud duin), gelegen op de strandvlakte. De donkere kleur kan mogelijk het gevolg zijn van een geleidelijke verdrinking en onderwaterligging van het duin. Uit een test met zoutzuuroplossing is gebleken dat dit zand kalkrijk was. Aan deze constatering wordt in dit geval geen diagnostische waarde gehecht omdat eventueel kalk eenvoudig uit de (opgebrachte) kalkrijke bovengrond in deze laag kan zijn gespoeld.

In geen van de boringen zijn lagen aangetroffen die geduid kunnen worden als kwelderafzettingen (zoals sterk siltige of zandige klei). Voorts zijn in geen van de boringen resten van een veenlaag aangetroffen. De uiterst humeuze lagen in boringen 11 en 12 zijn afwijkend te noemen, maar ook hierin zijn geen daadwerkelijke veenresten aangetroffen. De zwarting duidt op een anaerobe onderwatercondities en de laag is bovendien iets rommelig. Mogelijk betreft de laag de verlandingsfase van een restgeul of is deze ontstaan met het opspuiten van (slibrijk) zand.

Blad 22 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

3.4.2

Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren in de vorm van aardewerkscherven, houtskool, botresten, etc. aangetroffen. Het gaat hier echter wel om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats. Wel is tijdens het onderzoek in boring 01 en 02 een mogelijk relevante archeologische laag aangetroffen, bestaande uit donkerbruin matig humeus en matig fijn zand, dat wordt geïnterpreteerd als een restant van een oud duinpakket, gelegen op de strandvlakte. De oude duinen waren bewoonbaar in de periode ijzertijd-vroege middeleeuwen.

Blad 23 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

4

Conclusies en advies

4.1

Beantwoording onderzoeksvragen • Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Er zijn in het plangebied aanwijzingen voor bodemverstoringen. De geconstateerde bodemverstoring (waarin overigens de dikte van het eventueel opgespoten zandpakket is meegerekend) bedraag 0,8 tot 2,7 m –mv. De natuurlijke bodemopbouw bestaat uit los gestapelde, grofzandige, schelphoudende wadafzettingen die in alle boringen de basis van het profiel vormt. In boring 04 ligt op deze wadafzetting een laag knipklei (late middeleeuwen), die weer is afgedekt met een grofzandige (opgebrachte) laag. In boring 01 en 02 is op de wadafzettingen (geomorfologisch een wadplaat of strandvlakte) een fijnzandige laag gevonden die wordt geïnterpreteerd als oud duin. •

Is er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig en/of zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die hierop kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, maar er is wel een potentieel archeologische laag aangetroffen bestaande uit een vermoed restant van het oud duin-pakket van 10 cm dikte, op een diepte van 1,3 m –mv in boring 01 en 1,0 m –mv in boring 02. De oude duinen waren bewoonbaar in de late ijzertijd tot en met de middeleeuwen. De reden dat het resterende deel van het pakket zo humeus is, is niet duidelijk. Dit zou het gevolg kunnen zijn van een geleidelijke verdrinking. Het kan een archeologische relevant niveau betreffen. Het oorspronkelijk pakket duinzand zal echter dikker zijn geweest: de bovenzijde is niet intact aangetroffen onder de verstoorde/opgebrachte laag bovengrond. Dat hier duinzand aanwezig is betekent echter ook dat de top van de wad-/strandafzettingen op deze locatie intact is. De overige boringen hebben geen intacte lagen opgeleverd. De relatief intacte knipkleilaag in boring 04 wordt niet beschouwd als een archeologisch relevante laag. •

In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Er worden binnen 1,0 m –mv (1,0 m –NAP) nergens in het plangebied relevante/intacte archeologische niveaus verwacht en binnen 0,8 m –mv geen intacte bodems of afzettingen. Indien de nieuwbouw zonder onderkeldering, maar met een vlakke fundering plaatsvindt, zou deze zo gebouwd kunnen worden dat er geen aanvullende verstoringen plaatsvinden. Indien wordt gebouwd met heipalen of poeren dan kunnen deze op een tussenafstand worden geplaatst zodat de verstoring minimaal blijft en binnen door bevoegde overheid geaccepteerde verstoringsgrenzen (terwijl het potentieel voor toekomstig archeologische onderzoek behouden blijft).

Blad 24 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

•

In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van de bureaustudie? Hoofdzakelijk worden de resultaten uit het bureauonderzoek bevestigd, met als onderscheid dat er geen afzettingen zijn aangetroffen die als kwelderafzetting te interpreteren zijn. •

Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie paragraaf 4.2

4.2

(Selectie)advies Wij adviseren de resultaten uit dit rapport als randvoorwaardelijk te beschouwen en daarbij om het plangebied: 1. tot een diepte van 0,8 m -mv of 0,8 m –NAP vrij te geven voor alle voorgenomen of voor te nemen ingrepen;15 2. rondom boringen 01 en 02 met een buffer (straal) van 50 m te beschouwen als mogelijk relevante archeologische zone; 3. de bouwplannen te toetsen aan de voorgestelde diepte; 4. de bouwplannen archeologisch vrij te geven indien sprake is van vlakke ondiepe fundering (tot 0,8 m-mv of 0,8 m -NAP); 5. een karterend proefsleuvenonderzoek uit te voeren indien diepe funderingen (>0,8 mmv of 0,8 m –NAP) worden aangelegd zonder archeologievriendelijk palenplan; 6. de onderzoeksinspanning ongeacht uit te voeren ter plaatse van het gebied in de zone rondom boringen 01 en 02. Het bovenstaande betreft een selectieadvies. Dit rapport en de adviezen hierin dienen ter beoordeling te worden voorgelegd aan de adviseur van de bevoegde overheid (de gemeente), in deze Linda Verniers, NMF Erfgoedadvies. Antea Group Heerenveen, maart 2021

15 0,8 m –mv betreft de minst diep geconstateerde bodemverstoring

Blad 25 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Fens, R. & I. Fleuren, 2019. Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen, Vennewatersweg 18, Heiloo. Antea Group, Heerenveen. Jongmans, A.G., et al., 2012: Landschappen van Nederland: geologie bodem en landgebruik. Wageningen Academic Publishers, Wageningen. Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Tol, A.J. en D. Bekius, 2002: Plangebied Zandzoomgebied. Gemeente Heiloo. Een Aanvullende Archeologische Inventarisatie. Raap-rapport 740. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Amsterdam. Ravesloot, C. en F.A. Perk, 1987: Ruilverkaveling Limmen-Heiloo: een archeologische kartering, inventarisatie en waardering. RAAP-rapport 9. Stichting RAAP, Amsterdam. Verniers, L., 2019 (niet gepubliceerd). Advies archeologie bij bestemmignsplanwijziging Vennewatersweg 18, gemeente Heiloo. NMF Erfgoedadvies (kenmerk: NMF-2019-119-LV).

Internet • ahn.maps.arcgis.com • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.archis.cultureelerfgoed.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl

Blad 26 van 28

Antea Group Archeologie 2019/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 469061 29 maart 2021 revisie 01 Gemeente Heiloo

Lijst van afbeeldingen en bijlagen Afbeelding 1. Afbeelding 2. Afbeelding 3. Afbeelding 4.

Afbeelding 5. Afbeelding 6. Afbeelding 7. Afbeelding 8. Afbeelding 9. Afbeelding 10. Afbeelding 11.

Ligging plangebied (rood omlijnd) op topografische kaart. Recente luchtfoto met hierop het huidige gebruik van het plangebied (rood omkaderd), inclusief kadastrale perceelnummers. Bron: Esri en partners/Antea Group. Schetsplan voor de herinrichting van het gebied. De donkergrijze vlakken betreft geplande bebouwing. (bron: Gemeente Heiloo). De strandwal en strandvlakte in de omgeving van het plangebied (rood omkaderd). Afbeelding is noordgericht, niet op schaal (bron: RAAP-rapport 740, kaartbijlage 1: resultaten archeologisch onderzoek). Geomorfologische Kaart van Nederland met hierop het plangebied (rood kader) (bron: Esri & partners). Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 (maaiveldmetingen, shaded reliefbewerking) met hierop het plangebied (bron: Esri & partners). Bodemkaart van Nederland met hierop het plangebied (rood kader) (bron: Esri & partners). Het plangebied (bij benadering) op de kadastrale minuut (1811-1832), niet op schaal en niet noordgericht (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Het plangebied op de topografisch en militaire kaart uit circa 1850 (bron: Esri & partners). Het plangebied circa 1965 (bron: Esri & partners). Uitsnede Plangebied Zandzoomgebied Gemeente Heiloo – Resultaten archeologisch onderzoek. Hierop aangegeven: het huidige plangebied (rood kader) en bovengenoemde vindplaatsen / boorlocaties (met pijlen verduidelijkt).

Bron: RAAP-rapport 740.

Bijlagen 1 2 3

Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen

Kaartbijlagen 469061-ARCHIS 469061-ARO

Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen, waarnemingen en onderzoeken Situatiekaart (topografische ondergrond) met ligging van de uitgevoerde boorpunten

Blad 27 van 28

Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.

Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.

Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=12d495de-68a4-4a93-ad90-b158255ddf4e